U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Joosen heeft het woord.

Minister, precies twee jaar geleden werd het Landelijk infopunt voor vrouwen, afgekort Liv, gelanceerd. Het ging om een samenwerking met KVLV-Agra en tijdens de vierjaarlijkse Dag van de Agravrouw aanvaardde u het meterschap over Liv.

Opzet van het Liv was drieledig: eerstelijnsadvies, kenniscentrum en meldpunt. We bespraken destijds al, in 2016, de oprichting in deze commissie naar aanleiding van een vraag om uitleg. U zei toen dat er werd voorzien in de aanstelling van een vertrouwenspersoon voor de duur van twee jaar en dat er heel wat voorwaarden waren gekoppeld aan de dotatie van 182.000 euro. Ik citeer: “Er zijn heel wat voorwaarden gekoppeld aan de dotatie. Een kenniscentrum en een multidisciplinair netwerk moeten worden uitgerold. De beschikbare kennis moet worden gebundeld en beter samengebracht. Er komt eerstelijnsadvies. Er moet worden samengewerkt waar dat mogelijk is. In de aanloop naar de opstart wordt nagegaan welke dienstverlening er al is, alvorens we die samenbrengen. Samenwerken is het ordewoord. De toegankelijkheid moet gewaarborgd zijn voor alle vrouwen in de land- en tuinbouw en voor iedereen die deze vrouwen wil ondersteunen. Er kan contact worden opgenomen met het steunpunt, ongeacht of je lid bent van de organisatie. Er wordt proactief en preventief gewerkt, vertrekkend vanuit een positief imago. Het steunpunt wil een positief imago behouden en vermijden dat er taboes ontstaan rond het contacteren van het steunpunt. Het meldingspunt moet groeien tot belangenbehartiging.” Dat zijn heel wat voorwaarden. “De Vlaamse Landmaatschappij volgt de activiteiten van het steunpunt op. Het is de bedoeling om een goed overzicht te hebben van alle vragen die binnenkomen en waarover die precies gaan. Op die manier leer je veel en kunnen daar beleidsconclusies aan gekoppeld worden. Over twee jaar komt er een eindverslag.”

Die twee jaar zijn intussen verstreken. Het is dus een ideaal moment om het Liv nog eens ter sprake te brengen in deze commissie, te meer omdat het vorige week, op 8 maart, internationale vrouwendag was.

Minister, hoe evalueert u het Liv? Hebt u de vooropgestelde doelen bereikt?

Is dat eindverslag al opgemaakt? Zo neen, wanneer kunnen we dat verwachten? Zijn de voorwaarden waarover u sprak allemaal ingevuld?

Wat voor de toekomst? Wordt het project voortgezet? Met steun van Vlaanderen? Zo ja, over welk bedragen gaat het dan en zijn daaraan andere voorwaarden gekoppeld?

De voorzitter

Minister Schauvliege heeft het woord.

Collega Joosen, het Landelijk infopunt voor land- en tuinbouwsters had twee doelstellingen: het verstrekken van eerstelijnsadvies en de opbouw van een kenniscentrum en een meldpunt.

Na twee jaar operationele werking werd er inderdaad een eindverslag opgemaakt. Uit dat eindverslag blijkt duidelijk dat die doelstellingen ook worden gehaald. In totaal zijn er meer dan 350 adviesvragen geregistreerd en behandeld. Het gaat zowel over juridische, financiële als sociale thema’s. Op twee jaar tijd is het uitgegroeid tot een infoloket dat kwalitatief advies verleent vanuit een multidisciplinaire benadering.

Er werden ook vormingen uitgewerkt waarmee gedurende de voorbije twee jaar meer dan 600 vrouwen werden bereikt. Voor een reeks specifieke en telkens terugkerende vragen werd de kennis gebundeld in een aantal folders en brochures. Verder is Liv present via haar website, www.e-liv.be, en sociale media en ook op beurzen en evenementen, waaronder de Nationale Dag van de Agravrouw.

Liv heeft ook actief geïnvesteerd in samenwerking en het uitbouwen van een netwerk, zowel om de taak van eerstelijnsadvies kwalitatief te kunnen vervullen als om knelpunten te kunnen aanpakken.

De conclusie is dat ze heel actief zijn geweest op een korte tijdsspanne. Het werk is echter niet af, en daarom heb ik beslist om hun werking nog twee jaar te ondersteunen met een subsidie van 182.000 euro.

Concrete acties voor de volgende werkjaren zijn de verdere professionalisering van een multidisciplinair laagdrempelig infoloket en de opmaak van een ‘roadmap’. Dat is een tool die de klassieke dienstverlening helpt om haar advies beter af te stemmen op de complexe situatie waarmee landbouwvrouwen te kampen hebben. Daarnaast worden ook gesprekken opgestart met diverse overheidsinstellingen om na te gaan of zij ook kunnen tegemoetkomen aan bepaalde aanbevelingen voor hun bevoegdheden. Dat kan dan gaan over specifieke vragen rond sociale zekerheid, tewerkstelling enzovoort, waarvoor zij een algemene advisering kunnen opstellen en ervoor kunnen zorgen dat het ook structureel wordt aangepakt. Zie het een beetje als de ombudsman, al is het niet dezelfde taak, want het is niet op basis van klachten, maar wel op basis van problemen die men detecteert en die men structureel probeert op te lossen.

Mevrouw Joosen, ik hoop dat ik hiermee voldoende heb geantwoord op uw vraag. Uiteraard is dat eindverslag beschikbaar.

De voorzitter

Mevrouw Joosen heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Toen we dat in 2016 in deze commissie hebben besproken, bleek uit gegevens dat het aandeel van vrouwelijke bedrijfsleiders 12,2 procent bedroeg. Het aantal vrouwen dat effectief tewerkgesteld was, bedroeg toen 34,6 procent. De focus lag toen niet echt op het stimuleren van het vrouwelijk leiderschap.

Er werden toen heel wat vragen gesteld door collega's naar verder onderzoek. Er werd toen aangegeven dat dat niet noodzakelijk was. 

Zoals jullie weten, ben ik geen voorstander van het in hokjes stoppen van vrouwen. (Gelach. Opmerkingen)

Er zijn al heel wat advies- en ondersteuningsorganen actief. Het is heel belangrijk dat er geen dubbel werk wordt geleverd. Wat ik in de analyse mis, is of dat dat het geval zou zijn. Er waren heel wat voorwaarden gekoppeld aan die dotatie, en dat was een van die voorwaarden. Ik vind het heel belangrijk dat daaraan voldaan is, en dat is op dit moment voor mij niet duidelijk.

Het eindverslag is beschikbaar. Ik zal dat dan ook zeker opvragen, zodat we het kunnen bekijken. We weten op dit moment hoeveel vragen er zijn, namelijk 350. Ik neem aan dat er ook een overzicht zal zijn van de thema’s die per vraag worden behandeld. Maar zijn dat dan thema's waarin andere adviesorganen of andere ondersteuningsorganen niet kunnen ondersteunen?

Zijn dat vragen die we vroeger niet binnenkregen, of zag men die vragen vroeger op andere punten binnenkomen? Waren er andere advies- en ondersteuningsorganen die die vragen toen genereerden? Dat is een vraag waar ik een beetje mee blijf zitten, waar ik niet echt duidelijkheid over heb op dit moment. Minister, misschien kunt u daar nog even verdere toelichting bij geven.

De voorzitter

De heer Vanderjeugd heeft het woord.

Francesco Vanderjeugd (Open Vld)

Voorzitter, het is goed dat mevrouw Joosen even een stand van zaken opvraagt en dat we hier de nodige input over krijgen van de minister. Voor ons is het zeer positief dat dat infopunt echt wel goed zijn werk doet, dat dat ook een belangrijk gegeven is voor de vrouwen binnen de landbouwsector. Voor ons is het vandaag echter nog een beetje koffiedik kijken wat een algemeen beleid betreft voor het stimuleren van de dames tot ondernemerschap. Dat ontbreekt eigenlijk enigszins. Vandaag spelen zij vaak een veeleer ondersteunende en onzichtbare rol binnen de landbouw. Ik denk daarbij aan de administratie, het huishouden, meehelpen in het bedrijf. Daarnaast hebben ze dan ook nog hun eigen job om toch een bepaald inkomen te kunnen verzekeren, vooral in tijden van crisis of moeilijke momenten. We zien dat ze eigenlijk vooral zelfstandig helper zijn, maar niet zelf de zaakvoerder. Daarom is het misschien ook belangrijk om beleidsmatig toch ergens te sturen, zodat ook vrouwen zelf het ondernemerschap durven aan te gaan in de landbouwsector, wat natuurlijk geen gemakkelijke sector is. Minister, ziet u binnen de vervennootschappelijking van de landbouw een positief element om een beleid uit te stippelen in de richting van vrouwen en het daadwerkelijke ondernemerschap op zich?

De voorzitter

Collega’s, ik denk dat de timing van de vraag van mevrouw Joosen zeker niet slecht is. Vorige week was het Vrouwendag. Ik denk dat we van deze gelegenheid ook wel mogen gebruikmaken om de organisaties van landelijke vrouwen, en er zijn er uiteraard meerdere, te feliciteren met hun engagement. Ze zijn misschien soms minder zichtbaar in de media, maar ze verdienen toch wel respect en waardering voor hun werk. Ik dacht dat ik dat namens jullie allen hier als voorzitter van de commissie toch eventjes uitdrukkelijk mocht uitspreken.

Minister Schauvliege heeft het woord.

Mevrouw Joosen, ik begrijp aan de ene kant uw bezorgdheid, maar ik denk dat die onterecht is. Als ik het eindrapport lees, dan denk ik dat zij absoluut wel een meerwaarde hebben. We hebben die discussie hier al gehad, en we weten dat er heel grote drempels zijn. Je kunt heel vaak advies vragen over de bedrijfsvoering op zich. Bedrijven doen dat en ter zake zijn er inderdaad heel wat instrumenten. Ik denk ook aan KRATOS, dat dat ondersteunt. Je merkt echter dat dames die meewerken in het bedrijf of vrouwen die zelf ondernemer zijn, die zelf aan het hoofd van een bedrijf staan, soms ook andere zaken willen bespreken en niet altijd weten waar ze daarmee terechtkunnen. Een voorbeeld is dat van een moeilijke thuissituatie. Heel wat vrouwen op het platteland zijn sterk afhankelijk van dat bedrijf, van hun man. Ze werken hele dagen keihard, maar hebben niet echt een eigen inkomen. Met die zaken moeten ze ook ergens terechtkunnen. Ze moeten een objectief advies kunnen krijgen over hoe ze zich beter kunnen wapenen, moeten goed weten waar ze aan toe zijn als ze overwegen om bepaalde beslissingen te nemen, zakelijk of persoonlijk. Het is heel moeilijk om die stap te zetten bij de officiële of de nu bestaande adviesinstanties, omdat het ook niet altijd gemakkelijk is om dat op een even discrete manier te doen. Laat ik me zo wat voorzichtig uitdrukken. Er is dus absoluut een meerwaarde, maar u zult dat ook lezen in het rapport.

De tweede meerwaarde is volgens mij dat men een lijn probeert te vinden in al die verschillende problemen of vragen die worden gesteld. Een aantal zaken werkt men dan ook verder uit om daar structureel iets aan te doen. Dat is ook heel belangrijk. Er zijn immers inderdaad wel een aantal knelpunten. Als we het dan toch hebben over Vrouwendag: er zijn inderdaad een aantal knelpunten die ervoor kunnen zorgen dat men hier en daar ook wordt benadeeld door het feit dat men vrouw is of dat men in het leven bepaalde beslissingen heeft genomen. Ik vind het heel belangrijk dat dat dan ook naar de andere beleidsdomeinen wordt meegenomen. Dat zit echter allemaal in het rapport. Ik stel voor dat u dat rustig eens goed doorneemt. Ik denk dat zij ook altijd graag bereid zijn om daar zelf ook meer duiding en uitleg over te geven. Dat lijkt me zelfs ook heel interessant.

Als overheid maken we uiteraard geen onderscheid als het gaat over vrouwen die daadwerkelijk ondernemen. Daarin volg ik mevrouw Joosen. Het is niet zo dat we voor vrouwen een heel apart beleid gaan voeren. Hier was er echt wel nood aan een soort contactpunt waar men terechtkan. Wat wij natuurlijk vooral willen doen, is drempels wegnemen, als die er zouden zijn. Dat is natuurlijk ook de bedoeling van het distilleren van de rode draad in een aantal terugkerende problemen.

Ik ben er dus echt van overtuigd dat dit een meerwaarde biedt. Nogmaals, ik denk dat ze heel graag bereid zijn om die problematieken ook eens verder uit te diepen en daar ook verder over van gedachten te wisselen. Daar ben ik absoluut van overtuigd.

De voorzitter

Mevrouw Joosen heeft het woord.

Minister, dank u wel voor de bijkomende toelichting. Ik zal het eindrapport zeker aandachtig bestuderen. Ik had hier ook nog een schriftelijke vraag gevonden, van de heer Vanderjeugd, ere wie ere toekomt. Dat is een zeer interessante vraag uit 2016. Hij vroeg naar cijfers over de vrouwen die actief zijn in de land- en tuinbouw. Helaas luidt het antwoord op die vragen vaak dat uw administratie niet over de cijfers beschikt. Dat is toch wel bijzonder jammer. Ik ben het helemaal eens met wat u zegt over het wegnemen van die drempels, in plaats van echt een apart beleid te gaan voeren, maar ik denk dat er dan toch nog werk is wat een goede monitoring betreft, zodat we een beter zicht kunnen krijgen op de cijfers die ter zake beschikbaar kunnen worden gesteld.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.