U bent hier

Commissievergadering

donderdag 15 maart 2018, 12.20u

Voorzitter

Mevrouw Segers heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega's, in de danswereld is er blijkbaar niet alleen een probleem van precaire arbeidssituaties maar ook een probleem van grensoverschrijdend gedrag.

Op woensdag 7 maart kopte De Standaard: ‘Sommige danseressen zijn zo gedegouteerd dat ze stoppen’. Dit was een zoveelste noodkreet uit de kunsten- en cultuursector over grensoverschrijdend gedrag. Gisteren ging het in de plenaire vergadering nog over de sportwereld. De signalen en verhalen blijven maar naar boven komen. In nasleep van #MeToo verscheen het artikel ‘#Wetoo: Waar dansers over praten wanneer ze over seksisme praten.’ De Belgische dansers kaartten hiermee het grensoverschrijdend gedrag in hun sector aan. Ook vernamen we in de hoorzitting met het Overleg Kunstorganisaties (oKo) dat er een besloten Facebook-groep is met leden uit de danssector, waarin de hashtags #wetoo #makemovement gebruikt werden.

Ondertussen zijn er wekelijks bijeenkomsten bij RoSa vzw. Een van de projecten die hieruit voortvloeit, is ENGAGEMENT. De aftrap van EGAGEMENT gebeurde op 5 maart in het Kaaitheater. Hier werden verschillende anonieme en sterke getuigenissen voorgelezen. Op de website van ENGAGEMENT kan er een onlinepetitie worden getekend tegen seksisme in de danswereld.

Zoals u weet, was er op vrijdag 2 maart ook een hoorzitting met verschillende spelers uit het cultuurveld, namelijk oKo, het Sociaal Fonds voor de Podiumkunsten en de federatie. De sector gaf echter aan dat ze nog niet veel actie waarnemen rond het actieplan en de enquête die u ging organiseren naar aanleiding van de verschillende getuigenissen. Tijdens de vergadering van de Commissie Grensoverschrijdend Gedrag van 23 november 2017 gaf u aan dat u hier in het voorjaar 2018 mee zou starten en dat het actieplan rond Pasen zou landen, wat wel kort dag is.

Minister, hoe ver staat u met de opzet en lancering van de geplande enquête? Wat is de reden dat de oorspronkelijke timing werd verlaten? Hoe loopt de timing voor het actieplan? Hoe ver staat u met het meldpunt dat u aankondigde op 18 oktober 2017 of waaraan u toch dacht? Uit de hoorzitting hebben we begrepen dat de sector zelf zeker vragende partij is voor een apart meldpunt voor de culturele sector. Hoe evalueert u de verschillende acties die door de sector zelf georganiseerd worden?

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

Collega’s, hoe ver staan we en waarom zitten we met de timing niet op schema? De bevraging werd gegund aan de onderzoeksgroep CuDOS van de Universiteit Gent die ook het onderzoek naar de genderverschillen in de loopbaan van kunstenaars voert. Op 6 maart kwam de stuurgroep, bestaande uit de sociale partners, samen om de vragenlijst te bespreken en afspraken te maken over het verzamelen van contactgegevens van mogelijke respondenten. De komende weken zullen de onderzoekers contactgegevens verzamelen en de vragenlijst bijwerken op basis van de opmerkingen van de stuurgroep. Na de paasvakantie zal de vragenlijst worden uitgestuurd.

Waarom zit hier enig verloop op? We hebben enerzijds goede onderzoekspartners die met dit soort onderzoeken vertrouwd zijn, maar je moet natuurlijk altijd de juiste vragen in samenspraak met de sector kunnen opstellen. Dat neemt soms wat meer tijd in beslag. Daarnaast moet je uiteraard de correcte adressen hebben. We gaan met een zekere omzichtigheid tewerk. Ik wil ook de sociale partners maximaal betrekken. Ik denk niet dat er een substantiële vertraging is. Ik kom mezelf altijd opnieuw tegen wanneer ik intuïtief bepaalde deadlines en timings zet die zelden worden gehaald, maar als we die deadlines niet zouden zetten, zouden we zeker nog eens dubbel zoveel tijd verliezen.

We zitten dus nog steeds op schema omdat dit ons toelaat te sporen met de werkzaamheden van deze commissie.

Hoe loopt de timing voor het actieplan? Op 7 februari organiseerde ik een rondetafelgesprek met verschillende sectororganisaties en de sociale partners vanuit de vaststelling dat een aantal actoren al een aantal acties op touw zetten, wat op zichzelf goed is. Het is de bedoeling om de krachten te bundelen en tegen midden mei met een gezamenlijk actieplan naar buiten te komen. In dit plan zullen de acties van de verschillende sectororganisaties en de overheid worden gebundeld. In de loop van de komende weken zullen drie werkgroepen, die deze week een eerste maal bijeenkomen, zich buigen over acties op drie verschillende niveaus. Op 7 februari hebben we een lang gesprek gehad, met vrij veel volk en deskundigen, over hoe we dit methodologisch het beste aanpakken. Een eerste werkgroep zal gaan over sensibilisering, een tweede over het opstellen van procedures om grensoverschrijdend gedrag te melden en een derde over procedures om tot herstel en/of sanctionering te komen. Er zijn bepaalde redenen waarom we het gedaan hebben zoals we het hebben gedaan, maar het moet natuurlijk allemaal op elkaar aansluiten.

Tijdens de rondetafel werd ook het meldpunt besproken. De sector is en blijft van mening dat er naast het meldpunt 1712 ook een sectorspecifiek aanspreekpunt/ meldpunt moet komen. Hoe dit er moet uitzien en welke taakstelling hieraan gekoppeld zal worden, maakt deel uit van de werkgroepen. Ik wil ook consequent blijven met mezelf. Twee maanden geleden kreeg ik een vraag over het centrale meldpunt. Ik heb ook aan de sector uitgelegd dat het centrale meldpunt zeer belangrijk is en dat, wanneer er verschillende ingangen voor een procedure zijn – en daar zijn vanuit de sector ook redenen voor –, er toch een coherent meldpuntsysteem moet zijn. Geef me alstublieft nog enige tijd, want het is complexer dan u zou denken. Het is niet de bedoeling om een apart spoor, los van de aanbevelingen van deze commissie, te bewandelen, zeker niet. Het is de bedoeling om een performant meld- en aanspreekpunt te kunnen organiseren.

Het is uiteraard positief dat de sector zelf aan de slag gaat. Dit duidt op een urgentiebesef en engagement. Het is ook vanuit deze vaststelling dat ik de verschillende sectororganisaties rond de tafel bracht met het oog op afstemming, samenwerking en kennisdeling.

Met andere woorden, er zit wat tijdsverloop op, maar meer dan een maand tot zes weken is het niet. Ik heb u van in het begin gezegd dat ik grondig wil werken en niet alleen maar snel. Ik denk dat alles nu in de steigers staat zowel het sectoroverleg en de drie werkgroepen als de bevraging om verder de nodige resultaten te kunnen boeken.

Mevrouw Segers heeft het woord.

Minister, dat u grondig wilt werken en niet alleen maar snel, is absoluut goed, maar er is natuurlijk wel een urgentie. De volgende hoorzitting in de Commissie Grensoverschrijdend Gedrag gaat over onderwijs. We krijgen stilaan vanuit de verschillende sectoren toch wel een zicht – en zien ook parallellen – op waar het misloopt, wanneer het misloopt, wat er zou moeten kunnen gebeuren.

De discussie rond het meldpunt zal belangrijk zijn. Ik volg u als u zegt dat er 1207 is, maar wij hebben in de hoorzitting toch heel duidelijke argumenten gehoord voor een meldpunt voor de culturele sector, waar fysiek wordt samengewerkt, waar er veel freelancers zijn, waar er geen vertrouwenspersonen zijn. De specificiteit is zo groot dat het een goed idee zou zijn om een apart meldpunt te hebben, maar er moet wel een link zijn.

Ik was ook blij dat u zei dat u, bij wat u plant, ook wilde afwachten wat er uit deze commissie zou komen. Het is belangrijk dat we goed sporen, dat we onze werkzaamheden goed afronden met aanbevelingen, dat we de signalen uit de sector capteren en dat we dan zien wat u doet.

Ik dank u voor de informatie over de enquête. Landen met Pasen zal inderdaad niet lukken, maar ik denk toch dat we voor het zomerreces klaar moeten kunnen zijn: wij vanuit de commissie en u vanuit uw bevoegdheid.

De heer Annouri heeft het woord.

Voorzitter, minister, er beweegt heel wat in de danssector en dat is maar goed ook, want de verhalen die ons hebben bereikt, zijn tenenkrullend om het zacht uit te drukken. Zoals collega Segers ook zei, is het duidelijk dat er van onderuit heel wat voorstellen worden gedaan, dat er heel wat in beweging is, dat er heel wat in gang wordt gezet om dingen zo goed mogelijk in kaart te brengen en mensen zo goed mogelijk te begrijpen die worden geconfronteerd met grensoverschrijdend gedrag.

Ik ben ook blij met uw antwoord over het meldpunt en over het actieplan.

Ik heb een bijkomende informatieve vraag die misschien moeilijk te beantwoorden is. Ik lees wat er in de media verschijnt. Ik lees het interview met Anne Teresa De Keersmaeker die zegt dat binnen de danssector iedereen weet over wie het gaat – die namen circuleren. Het gaat over zulke ingrijpende zaken, maar er gebeurt niets mee. Ik vraag me dan af of u als minister, die verantwoordelijk is voor de sector, in gesprek bent gegaan met die mensen die zeggen dat iedereen weet over wie het gaat, en waarom er dan geen gevolg aan wordt gegeven. Waarom wordt er geen melding van gedaan? Is het een probleem van een meldpunt? Is het omdat men bang is dat men zijn eigen carrière op het spel zal zetten? Spelen er andere dingen mee? Hoe kunnen we daar een antwoord op geven?

Met alle stappen die we nu zetten, vind ik het echt onbegrijpelijk en onaanvaardbaar – en ik snap waar het vandaan komt – dat er zulke uitspraken worden gedaan. Als iedereen weet over wie het gaat, denk ik dat we niet kunnen wachten tot de werkzaamheden van onze commissie zijn afgelopen, tot er bepaalde trajecten zijn afgerond enzovoort. Ik denk dat we sneller moeten ingrijpen en nagaan welke stappen we kunnen zetten. Ik vraag me dus af of u als minister zelf contact hebt opgenomen en er meer over weet. Want als er effectief iets is gebeurd, moeten die mensen daarvoor de gevolgen dragen.

De heer Wouters heeft het woord.

Minister, dat u meer van het probleem in kaart probeert te brengen, is een goede zaak.

Ik wil toch een beetje voorzichtig zijn om voor elke groep zijn eigen meldpunt te maken. We zullen een koterij aan meldpunten krijgen: voor de danswereld, voor de acteurs, voor de schilderkunst – binnen cultuur kan ik er zo wel tien opnoemen – en dan ook nog voor sport, voor het onderwijs en noem maar op. Op de duur gaan we er zelf voor zorgen dat mensen hun weg niet meer vinden en dat zou echt wel stom zijn.

Gisteren is ook nog eens gebleken dat het een wijdverspreid probleem is. Wat in de hogeschool is gebeurd, kan overal gebeuren en in elke sector.

Ik ga nog eens mijn pleidooi van gisteren herhalen: als er strafbare feiten gebeuren, laat dan het gerecht zijn werk te doen. Dat is immers nog altijd de beste garantie dat het probleem grondig wordt aangepakt en dat daardoor misschien toch een vorm van voorkomen kan worden gecreëerd.

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

Ik ben er mij van bewust dat het niet eenvoudig zal zijn om het belang van een centraal meldpunt, dat iedereen onderschrijft, in verhouding te brengen tot sectorspecifieke ingangen. Ik probeer alleen zowel met de wens van deze commissie rekening te houden, als een aantal elementen die ik in rechtstreeks contact met de sector heb gekregen, te beantwoorden. Goed, we geraken er wel uit. Het zal een van de uitdagingen zijn om die procedures zo helder mogelijk te maken.

Zo kom ik bij de vraag van de heer Annouri. Dat is natuurlijk een heel moeilijke. ‘Iedereen weet waarover het gaat’, ik begrijp die uitspraak wel, maar u weet dat ik niet meteen beschik over politionele of openbareaanklagerscapaciteiten, maar dat is ook niet wat u vraagt. Dit was nu net het gespreksonderwerp op 7 februari: waarom gebeuren bepaalde dingen niet, waarom meldt men niet – nog los van klacht indienen –, waarom gebeurt het niet of te laat? Dat willen we nu in de toekomst zoveel mogelijk verhelpen.

Ik wil wel specifiek met de danssector een gesprek voeren, maar de dame die de voorbije dagen de kat de bel heeft aangebonden in de media zat daar mee aan tafel. In die zin hebben we al rechtstreeks contact gehad. We proberen die vicieuze cirkel net te doorbreken. Ik ben zeer voorzichtig met mijn woorden. Toen we de dag na de verschijning van het artikel van mevrouw De Keersmaeker mensen hierover bevroegen, bleek niemand te weten waarover het ging. Dat is de moeilijkheid van de situatie. Ik zoek een manier om dit te doorbreken en voorbij de casuïstiek te gaan. Dit is enerzijds een generieke benaming, maar ik besef dat hier anderzijds veel individuele gevallen van leed achter schuilen.

Ik wil nog wel eens specifiek met de danssector nagaan of bepaalde zaken sneller moeten of kunnen, maar tegelijkertijd moeten we dit ook in de diepte aanpakken, zoals nu in deze commissie gebeurt. Op het ogenblik dat we tot de krachtlijnen en de fundamenten van een actieplan komen, zullen we er alles aan doen om tijdig af te stemmen op de stand van zaken van de werkzaamheden in deze commissie. Dat moet duidelijk zijn.

Mevrouw Segers heeft het woord.

Tijdens de uitreiking van de Golden Globes heeft Oprah Winfrey verklaard dat “Time’s up”. We voelen nu echt dat er een momentum is. Het is tijd om de zaken grondig aan te pakken. Er is veel te lang weggekeken en er zijn zaken veel te lang verzwegen. Dit is niet specifiek aan de kunst- of cultuursector gelinkt. Vanuit de kunst- en cultuursector en vanuit de mediasector, waar ook zaken zijn gebeurd, kijken de mensen natuurlijk naar de sectorspecifieke organisaties. We hebben deze week de nieuwsbrieven van het Overleg Kunstenorganisaties gekregen. De federatie zet dit momenteel zeer hoog op de agenda.

Minister, de sector kijkt naar deze commissie, naar u en naar andere leden van de Vlaamse Regering, zoals minister Muyters en minister Crevits, om het probleem ten gronde aan te pakken. We moeten nu sterk vooruitgang en ervoor zorgen dat we de samenleving tegen de zomer van dit jaar het signaal kunnen geven dat we het hebben aangepakt en dat we oplossingen hebben. Ik heb vernomen dat er Facebookgroepen zijn. Het bestaande instrumentarium, met de vertrouwenspersonen en dergelijke, werkt vaak niet. Het instrumentarium in de grote organisaties werkt niet omdat dit niet noodzakelijk doorgaat naar de basis. Deze commissie moet daar, samen met u, rekening mee houden.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.