U bent hier

De heer Poschet heeft het woord.

Joris Poschet (CD&V)

Minister, we zijn ongeveer twee jaar na de aanslagen op Zaventem en Maalbeek. We hebben vooral in de eerste maanden daarna een enorme impact gevoeld, zowel op het gebied van toerisme en dus op onze economie, als inzake scholen die hun bezoek aan Brussel afgelastten. Er was zelfs een patroon te bespeuren, hoe verder de school van Brussel lag, hoe minder ze geneigd was om nog naar hier te komen. Ze leken daar nog een grotere schrik te hebben dan de scholen in Brussel.

Een aantal organisaties hebben verschillende campagnes opgestart om het toerisme en de bezoekers weer op gang te brengen of op peil te brengen. Ze hebben het allemaal gedaan vanuit hun eigen filosofie, met hetzelfde doel, namelijk Brussel er weer bovenop helpen en economische welvaart brengen. Daarvoor is het imago van onze hoofdstad in binnen- en buitenland van groot belang.

We hebben hier al verschillende discussies over gehad. Het is natuurlijk een ‘multifacettair’ en ‘multigelaagd’ probleem waarvoor interne hervormingen nodig zijn. Het heeft ook met ethiek in het bestuur van Brussel te maken. Ik heb opnieuw een vraag rond de campagnes.

Minister, hebt u nog cijfers ontvangen van Jongeren en Stad (JES) waarin de impact van de aanslagen op de stadsklassen kan worden becijferd? Hebt u zicht op de evolutie in 2017?

In het uitzoeken van een strategie voor het overbruggen van de perceptiekloof, die eigenlijk ook al bestond voor de aanslagen, tussen Vlaanderen en Brussel – Vlamingen en Walen komen niet altijd graag naar Brussel, om verschillende redenen – zou u JES helpen en ondersteunen. Kunt u meer informatie geven over de stand van zaken van deze strategie?

Sprout to be Brussels was een van de campagnes die werden opgezet, voornamelijk vanuit de privésector. Enkele weken geleden werd in alle Brusselse brievenbussen een poster verspreid met ‘Sprout to be Brussels’. Verschillende Brusselaars hingen die ook uit. Heeft de campagne nog impact? Hoe bent u hierbij betrokken?

Wij zijn nu begin maart 2018, en u wilde de campagne MIXITY nog even de tijd geven alvorens hun voortbestaan te evalueren. Hebt u ondertussen al meer informatie over hoe MIXITY in het buitenland ervaren werd? Weet u wat de impact hiervan was?

Hoe verloopt de samenwerking vandaag tussen Toerisme Vlaanderen en visit.brussels? Die laatste verdedigen de stelling dat we minder geld moeten besteden aan tijdelijke imagocampagnes, en het probleem eerder structureel moeten aanpakken. Voor mij is dat een en-en-verhaal. Hebt u zicht op de plannen van Vlaams minister van Toerisme Weyts inzake de structurele promotieplannen voor de sector? Is er daarover overleg geweest? 

Ik heb met aandacht de bevindingen gelezen van uw Burgerkabinet Brussel. Daarin stonden een aantal aanbevelingen. Ik som er drie op: geef incentives aan groepen en scholen die naar Brussel komen, zet studenten in die in Brussel studeren als ambassadeur voor de stad en organiseer een Brusseldag voor scholieren en ambtenaren. Ik vind dat zeer interessante en waardevolle ideeën. Hebt u met die drie aanbevelingen of andere al iets kunnen doen?

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

JES en Studio Globo zijn de voornaamste partners om schoolbezoeken aan onze hoofdstad te organiseren. In het najaar 2017 zijn we in de commissie Brussel inderdaad dieper ingegaan op de problematiek en de cijfers. En ik kan u nu de volledige cijfers voor 2017 meegeven zodat we allemaal wat zicht hebben op de evolutie.

Bij JES was er inderdaad sprake van een daling van het aantal groepen uit het basisonderwijs, maar die tendens is aan het keren. Concreet is de cijfermatige evolutie van de stadsklassen voor 9- tot 12-jarigen bij JES de volgende. In het schooljaar 2014-2015 hadden we 34 groepen en 1090 deelnemers. In het schooljaar 2015-2016 waren er 11 groepen en 364 deelnemers. Het herstel is merkbaar in 2016-2017, met 14 groepen en 452 deelnemers. Nu, in het schooljaar 2017-2018, hebben we al 15 groepen en 585 deelnemers.

We zijn er nog niet, we zijn nog niet op het niveau van voor de aanslagen, met de stadsklassen, maar de tendens is wel weer stijgend. De impact is uiteraard groot geweest.

JES zal de komende jaren om verder het tij te keren vooral communicatief investeren om de perceptiekloof te overbruggen. Het gaat om een nieuwe website, een nieuwe folder en brochures en nieuwe contacten.

Bij Studio Globo werden er na de aanslagen in Parijs en de daaropvolgende lockdown 24 activiteiten geannuleerd. De aanslagen van maart 2016 in Brussel zorgden dan weer voor de annulatie van 5 bezoekende scholen, wat 12 activiteiten omvat. We zijn daar in de vergadering van de commissie Brussel van 4 oktober 2017 nog dieper op ingegaan.

De boekingen voor het schooljaar 2016-2017 verliepen even vlot als andere jaren, beter zelfs. Wat het inleefatelier betreft, namen er in 2015 1410 leerlingen deel voor 73 sessies, in 2016 waren er dat 1821 voor 91 sessies en in 2017 1590 voor 75 sessies. Studio Globo biedt ook een buurtwandeling aan in Kuregem; daar ging het over 1046 leerlingen in 2015 voor 51 sessies, over 1274 leerlingen in 2016 voor 72 sessies en over 1194 leerlingen in 2017 voor 56 sessies. We kunnen spreken van een normalisering, consolidatie of stagnering, zoals u wilt, eerder dan van groei. De cijfers zijn wel beter dan bij JES. Het aantal sessies voor deze werking voor basisscholen is immers begrensd door de kalender en het aantal begeleiders dat Studio Globo kan inzetten. We zitten daar dicht bij het maximum.

Wat de nieuwere werking voor secundaire scholen met de projectdag Brussel Beleven betreft, kan ik meegeven dat er in 2017 8 sessies zijn gerealiseerd met 113 deelnemers. Voor 2018 zijn er al een 30-tal sessies geboekt. Dat gaat dan weer wel duidelijk in stijgende lijn.

Ik volg de werking van JES van zeer nabij op en verleen ook extra projectmiddelen. In het kader van het project Contrastrijk Brussel is er een impulssubsidie van 45.500 euro gegeven en daarmee ontwikkelde JES in samenwerking met instellingen van het hoger onderwijs een ‘masterclass stedelijkheid’. Het gaat om uitgewerkte leerpakketten waarin de Brusselse Kanaalzone gebruikt wordt als een typevoorbeeld voor verschillende stedelijke en grootstedelijke fenomenen en waarin sociaal-economische, sociaal-demografische en sociaal-culturele aspecten aan bod komen. Het doel van dit aanbod is deelnemers een genuanceerd beeld geven van Brussel en de Kanaalzone en inzicht geven in praktijken van jeugdwerk en sociaal werk in die zone.

De pakketten richten zich tot jongvolwassenen en volwassenen, tot professionals en toekomstige professionals en dan bedoelen we sociaal-culturele werkers, ambtenaren, bachelor- en masterstudenten, economische en sociaal-culturele actoren. Het richt zich ook op bedrijven en organisaties. De Warande, Belfius, Finn, Tracé en Muntpunt namen er bijvoorbeeld al aan deel.

Tot nu toe namen aan dit project 32 groepen en 856 deelnemers deel. Een opdeling van de aantallen naar schooljaren geeft de volgende verdeling: 14 groepen en een totaal van 406 deelnemers in het schooljaar 2016-2017 en 18 groepen en 450 deelnemers in het schooljaar 2017-2018.

De grootste uitdaging blijft mensen mobiliseren om de stap te zetten om de hoofdstad te bezoeken en te beleven. Imagocampagnes kunnen goed zijn, maar genuanceerde echte verhalen uit de stad werken nog beter. Het wegwerken van vooroordelen en het creëren van een realistisch beeld op de stad lukken het best door mensen naar de stad te krijgen en hen de stad te laten beleven vanuit de verhalen van bewoners, gebruikers en organisaties.

Ik wil zeker ook het multimediakanaal ‘Brussels Open View’ van JES vermelden. Hier kunnen Brusselse jongeren hun eigen verhalen delen en verspreiden om kansen te creëren om Vlaamse en nationale media mee te krijgen in het Brusselse verhaal.

Daarnaast heb ik Muntpunt gevraagd het totale aanbod om Vlaamse scholen in Brussel te ontvangen, in kaart te brengen, de eventuele lacunes te detecteren en, samen met mijn kabinet en het werkveld, na te gaan hoe we dit aanbod nog performanter kunnen maken en onderling beter kunnen linken.

De vzw Sprout to be Brussels is in het voorjaar van 2016, onmiddellijk na de aanslagen, opgericht op initiatief van zeven belangrijke bedrijven en organisaties, namelijk Brussels Airlines, ING, bpost, Partena, Rossel, Brussels Hotels Association en Brussels Enterprises Commerce and Industry (Beci). Met de beweging #sprouttobebrussels willen de initiatiefnemers inwoners, handelaars, ondernemers, cultuurmakers en dergelijke de liefde voor en fierheid op Brussel laten delen. Dat Brussel een imagoprobleem heeft, is gekend. Er leeft echter ook een grote gemeenschap van ambassadeurs die fier zijn op hun stad en dat ook willen tonen. De Facebookpagina telt ondertussen meer dan 40.000 actieve fans en de hashtag is erg populair op alle sociale media en dan vooral op Instagram, waar de mooiste foto’s van Brussel worden gepubliceerd. Ook de merchandising van de vzw Sprout to be Brussels, zoals badges, stickers, pins of zakken, is succesrijk. Aangezien Sprout to be Brussels nu ook een webshop heeft gelanceerd, verwachten we een verdere verspreiding. We stellen vast dat heel wat mensen bereid zijn voor deze producten te betalen.

Op 14 december 2017 heeft Sprout to be Brussels de eerste editie van de Sprout-day georganiseerd. Tijdens die dag hebben veel organisaties en bedrijven hun liefde voor Brussel in de verf kunnen zetten en heeft Manneken Pis een mooi Sprout-kostuum gedragen, dat was ontworpen door de bekende modeontwerper Gérald Watelet.

Een belangrijke doelgroep van de campagne zijn de studenten die in Brussel studeren, uitgaan en leven. Zij zijn immers onze jonge ambassadeurs in het binnen- en buitenland. Om die reden zijn naar aanleiding van de opening van het academiejaar 100.000 badges geproduceerd en verdeeld in de Nederlandstalige en Franstalige universiteiten en hogescholen. De samenwerking tussen Sprout to be Brussels, Brik en de universiteiten zal in de toekomst nog worden versterkt. De campagne heeft dus zeker nog een impact en is niet stilgevallen.

De doelstelling het merk op langere termijn verder te laten leven, wordt waargemaakt. De affiche die in alle brievenbussen is verspreid, bewijst dit, want een belangrijk aantal bewoners heeft ze opgehangen. Ik word regelmatig op de hoogte gehouden van de stand van zaken met betrekking tot dit initiatief, waaraan ik een subsidie van 50.000 euro heb verleend.

Sinds september 2016 en doorheen 2017 zijn verschillende evenementen en communicatieacties opgezet in het licht van MIXITY.brussels. Dat werk is echter nog niet afgerond. Een van de belangrijke pijlers van het MIXITY-project, de heropening van het Afrikamuseum in Tervuren, is uitgesteld van 2017 naar het najaar van 2018. We hebben dan ook in overleg beslist om de MIXITY-acties die hierop betrekking hebben, naar 2018 te verschuiven. Tegelijkertijd kennen enkele projecten nog een verlengstuk in 2018. Zo valt de expo MIXITY 183, in feite een pop-upmuseum, een mini-cultureel centrum en de plek waar mensen virtuele realiteit kunnen beleven, die in 2017 door verschillende Brusselse gemeenten heeft gereisd nog tot eind juni 2018 in het Brussel Info Plein (BIP) te bezichtigen.

Mijnheer Poschet, aangezien de acties die verband houden met MIXITY.brussels in 2018 nog doorlopen, is nog geen algemene evaluatie van de impact van dit promotieproject gehouden. We moeten realistisch zijn over wat we reëel kunnen meten.  Zoals u het zelf hebt geformuleerd, zijn eenvoudige metingen niet mogelijk en zijn er geen barometers beschikbaar om duidelijk in kaart te brengen “hoe MIXITY in het buitenland werd ervaren en wat de impact hiervan is”. Zelfs indien we dit zouden meten, is het niet mogelijk uit te maken wat de situatie zonder de MIXITY-acties zou zijn.

Ik ben er wel van overtuigd dat de best mogelijke internationale zichtbaarheid kan worden gegenereerd door middel van de samenwerking tussen de vier overheden en van de coördinatie door het communicatieagentschap voor Toerisme en Cultuur in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De buitenlandse vertegenwoordigers van visit.brussels in Nederland, Frankrijk, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Spanje en Italië en het verkoopdepartement, de persdienst en de socialemediamanagers van visit.brussels hebben de acties en de projecten uitgespeeld ten aanzien van hun internationale contacten.

Eén effect hiervan is al merkbaar. Het verhaal van MIXITY is in de campagne gesynthetiseerd in een tweetal slagzinnen, namelijk dat Brussel zowat 180 nationaliteiten telt en dat Brussel volgens het World Migration Report na Dubai de tweede meest kosmopolitische stad ter wereld is. Beide boodschappen en de algemene boodschap dat Brussel de zeer diverse hoofdstad van Europa is, zijn duidelijk opgepikt en komen regelmatig terug in het discours van de buitenlandse journalisten.

In opdracht van Vlaams minister Weyts en Brussels minister-president Vervoort, beiden bevoegd voor het toerisme, hebben Toerisme Vlaanderen en visit.brussels vorig jaar gewerkt aan een samenwerkingskader om de rollen van beide toerismebureaus met betrekking tot Brussel te stroomlijnen. Het is de bedoeling om, onder meer door regelmatig overleg op directieniveau, samenwerking en maximale complementariteit tot stand te brengen. Ik leid hieruit af dat beide instellingen opnieuw on speaking terms zijn en we binnen afzienbare tijd de output hiervan mogen verwachten.

Dit is een goede evolutie, want ik wil iedereen eraan te herinneren dat de relatie tussen beide instellingen ongeveer een jaar geleden was bekoeld na een zeer merkwaardig interview met de leidend ambtenaar van Toerisme Vlaanderen in BRUZZ. Ik ben me sindsdien, zonder me in het dossier te mengen, regelmatig over de stand van zaken blijven informeren. Het is door samenwerking dat we vooruit kunnen en het is dan ook een goede zaak dat deze kwestie in een positieve richting evolueert. Minister Weyts zal hierover binnen afzienbare tijd meer kunnen vertellen.

Mijnheer Poschet, ik zal uw vragen over het Burgerkabinet nog beantwoorden. Aangezien ze geen deel van de vraag om uitleg uitmaakten, wil ik er niet over improviseren. U hebt vragen over drie elementen gesteld. Ik zal u een stand van zaken geven over de mate waarin al dan niet vooruitgang is geboekt. Ik kan dit niet uit het hoofd. Ik zal u schriftelijk een antwoord geven in verband met de suggesties van het Burgerkabinet.

De heer Poschet heeft het woord.

Joris Poschet (CD&V)

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Volgens mij moeten we absoluut inzetten op Brussel als een open, gastvrije en kosmopolitische stad waar het goed is om te leven. Om van Brussel niet enkel de politieke hoofdstad van Europa te maken, maar er ook een hoofdstad van te maken op het vlak van levenskwaliteit, kwalitatieve groene ruimtes en cultuur, hebben een aantal politici nog een pak ambitie nodig. Ik heb het dan, voor alle duidelijkheid, niet over u. We zitten op de goede weg, maar op bepaalde punten kunnen we nog een stapje vooruit zetten.

Het is een goede zaak dat u JES verder ondersteunt en dat JES een aantal maatregelen neemt om nog beter te communiceren. U hebt een vernieuwde folder en de website vermeld.

U hebt verklaard dat u Muntpunt hebt gevraagd in kaart te brengen wat het aanbod voor de scholen is. Hebt u er een idee van wanneer we hierover iets meer kunnen verwachten?

Ik heb tevens een vraag over de cijfers voor het schooljaar 2017-2018. Wat JES betreft, hebt u het over 585 leerlingen gehad. Ik vermoed dat er daar nog kunnen bijkomen, want het schooljaar is nog niet afgesloten. Zijn dit misschien de definitieve cijfers en moest iedereen zich al eerder hebben ingeschreven?

Hetzelfde geldt voor de cijfers met betrekking tot Studio Globo. Ik vind het opmerkelijk dat het aantal deelnemers aan het inleefatelier in 2016 hoger lag dan in 2015 of in 2017. Dat was ook het geval voor de wandeling in Kureghem. Het is opmerkelijk dat dit aantal uitgerekend hoger lag in het jaar van de aanslagen dan in het jaar voordien of nadien.

Mijn algemene vraag is een van die vragen die ik altijd stel. Ik blijf erbij dat het nodig is te voorzien in coördinatie van de verschillende campagnes. Blijkbaar gebeurt dit met betrekking tot een aantal zaken nu door visit.brussels. Daarnaast zijn er echter nog de campagne ‘Share our Smile’ en de campagnes van Toerisme Vlaanderen, MIXITY en Sprout to be Brussels. Iedereen bedoelt het goed, maar volgens mij kunnen we hier nog meer uithalen indien iedereen op een bepaald moment zou gaan samenzitten. Ik vraag me af of dit al gebeurt of dat er hiervoor plannen zijn.

De heer Vanlouwe heeft het woord.

Mijnheer Poschet, ik dank u voor uw terechte vraag om uitleg. Ik denk dat we ons allemaal wat zorgen maken om de wirwar aan initiatieven en campagnes die net zijn opgesomd, zoals Sprout to be Brussels, ‘Share our smile’, MIXITY en nog een reeks anderen die minder gekend zijn, om het gebrek aan coördinatie, maar ook om de gebrekkige effectiviteit en efficiëntie van de campagnes.

Er zijn dus heel wat initiatieven genomen na de aanslagen, wat ook niet echt onlogisch is in een stad met zoveel structuren en verantwoordelijke overheden op alle verschillende niveaus. Brussel kon inderdaad wel genieten van de meeste of alle promotieactie. Dat zou een bepaald voordeel kunnen zijn. Bepaalde cijfers tonen inderdaad aan dat Brussel het beter begint te doen. In de hotelbezetting en de horeca is er een vooruitgang.

Waarover wij ons nog steeds zorgen blijven maken, is de hallucinante complexiteit die er in Brussel bestaat. Bezoekers van Brussel maar ook de inwoners verwachten efficiëntie, een goed bestuur, een nette stad, een tweetalige stad, een aangename stad en een leefbare stad. Wanneer er een beleid wordt gevoerd rond al die verschillende bevoegdheden, dan zal dat ook een positief imago meebrengen voor Brussel. Men kan dan ook verschillende campagnes, zelfs honderden campagnes opzetten, de realiteit loochenen kun je niet. We hebben niet alleen de aanslagen gehad, ondertussen twee jaar geleden, en de hele problematiek van radicalisme en islamisme, er zijn wijken in onze stad waar er nog bijzonder grote problemen zijn. Dat blijft afstralen op het imago van de stad.

Ook de schandalen die we de voorbije maanden en weken, bijna een klein jaar, op geregelde tijdstippen zien, zijn inderdaad hallucinant te noemen. Ik lees vandaag het hoofdartikel in BRUZZ. Daarin gaat het onder meer met betrekking tot het nieuwe museum Kanal over twee mensen, partijpolitiek benoemd door de PS, die op een bepaalde vergadering aanwezig waren samen met een hele groep kunstverzamelaars, galerijhouders en zelfs de Franse ambassadeur. Het gaat om twee topmensen uit de culturele sector, beiden niet echt benoemd vanwege hun bekwaamheid maar eerder vanwege hun PS-signatuur. Ik citeer: ”Maar ze zaten elkaar dermate in de haren dat ze er op één vergadering in geslaagd zijn om zowel de aanwezige Belgische kunstcollectioneurs te choqueren als de ambassadeur van Frankrijk te schofferen. Het kwam ei zo na tot een diplomatiek incident toen Draguet zei dat Kanal niet meer of niet minder is dan een culturele kolonisering door Frankrijk. Was het niet zo komisch, het zou om te huilen zijn.”

Dat lezen we vandaag in de krant en het staat zelfs in L’Echo. Dat wordt toch wel wat ruimer gelezen dan enkel hier in een bepaald beperkt kringetje. Dat is jammer genoeg weer de realiteit. We gaan het niet hebben over andere schandalen, GIAL twee weken geleden, Samusocial een dik half jaar geleden. Betonrot herstel je niet met een nieuw likje verf of door enkele eenvoudige campagnes. De Brusselse institutionele structuur en mentaliteit, zelfs de veiligheidscultuur waar we al een debat over hebben gevoerd, moet fundamenteel anders. Er moet aan de boom geschud worden. Fundamentele veranderingen op het vlak van veiligheid, netheid, aantrekkelijkheid en leefbaarheid van onze stad zijn dan ook de allerbeste imagocampagnes voor Brussel. Sommigen zouden zich beter afvragen hoelang ze een en ander nog willen en kunnen legitimeren. Voor alle duidelijkheid, het initiatief Sprout to be Brussels, waarvoor u in 50.000 euro hebt voorzien, was geen slecht initiatief. Het is gegroeid vanuit de bedrijfswereld, gelukkig niet vanuit bepaalde lokale overheden. Ik vond het ook een goed initiatief. Ik heb ook de affiche thuis gekregen.

Maar dan stel ik vast dat bepaalde lokale overheden zich niet wensten aan te sluiten, misschien omdat men er geen impact op had. Minister, klopt dit? Ik weet dat u er wel aan hebt deelgenomen. 50.000 euro, chapeau. Ook verschillende Nederlandstalige en Franstalige universiteiten en ook bedrijven hebben deelgenomen. U hebt er sommige genoemd.

Ik kom nog heel even terug op de samenwerking tussen visit.brussels en Toerisme Vlaanderen. U hebt gezegd dat die sinds een jaar beter is. U hebt wel verwezen naar een merkwaardig interview. Ik kan tientallen andere interviews tonen die ook bijzonder merkwaardig zijn en een impact hebben. Op welke manier kunnen we die samenwerking tussen visit.brussels en Toerisme Vlaanderen nog verbeteren?

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

Muntpunt is volop bezig met de mogelijke lacunes in het aanbod voor de scholen. We hebben gisteren nog met hen samengezeten daarover. Met Pasen zullen we daar verder inzicht in krijgen. Ik vermoed dat het mogelijk moet zijn, maar ik blijf voorzichtig, om tegen volgend schooljaar mogelijk bijkomende stappen te zetten of samenwerkingen te hebben. Wanneer duidelijk wordt hoe ver het aanbod reikt en waar we nog dingen kunnen verbeteren, wil ik graag met u hier een debat over voeren.

Ik zal u misschien schriftelijk overmaken of er vanuit JES in het lopende schooljaar nog boekingen worden verwacht. Enerzijds zou men ja kunnen zeggen, maar anderzijds plannen de scholen dat nogal op voorhand. Ik weet dus niet of er nog zoveel zullen bijkomen. Dat zullen we aan hen vragen.

Over de fluctuaties van Studio Globo en eventueel bijkomende duiding daarbij, zal ik u schriftelijke informatie bezorgen. Ik denk dat we hier iets meer bij de maximumcapaciteit van de vzw zitten op dit ogenblik en dat het meer daarmee te maken heeft. Dat houdt natuurlijk verband met de eerste bijkomende vraag. Indien er bijkomende capaciteit moet worden gecreëerd omdat er meer vraag is en omdat we meer scholen van een dergelijk aanbod kunnen laten proeven, dan moeten we dat zeker overwegen.

Uw laatste vraag over samen dingen doen, valt samen met de laatste vraag van collega Vanlouwe. Die zal ik dus samen beantwoorden. Op zichzelf is het niet verkeerd dat er op dit ogenblik twee centrale platformen bestaan waarrond de imagocampagnes zich clusteren: een private vanuit de bedrijfswereld, Sprout to be Brussels, en een openbare, in dit geval met de MIXITY-thematiek, die op een of andere manier zal worden voortgezet met andere thema-insteken en andere campagnes vanuit de werking van visit.brussels zelf. Ik denk dat het goed is om daarop in te zetten als centraal platform omdat, zoals ik al in verschillende antwoorden op vragen aan u heb gezegd, mijnheer Poschet, zij over de meeste middelen en de meeste knowhow beschikken, en wat mij betreft ook in staat zijn om de partners rond de tafel te brengen in een samenwerking, waar ik mij graag toe leen, zoals ik al heb gezegd. De MIXITY-campagne kan daar een goede praktijk voor zijn. Ik denk dat zij er wel degelijk in slagen om een rondetafel te bieden aan verschillende partners, in eerste instantie publieke, en verder in te gaan op het samenleggen van middelen om met grotere middelen op gezette tijden dergelijke imagocampagnes te kunnen voeren.

Wat betreft Sprout to be Brussels is het mij niet bekend dat bepaalde gemeenten daar niet aan zouden hebben willen meewerken, waarmee ik niet zeg dat het niet gebeurd is: ik weet het gewoon niet. Dat is verder te bekijken, maar het staat hen natuurlijk vrij. Ik kan daar weinig oordeel over vellen.

Op het interview ga ik niet te diep in. Dat is een principieel uitgangspunt. Sommige regels in de democratie verandert men het best niet. Het komt niet aan ambtenaren toe om politieke uitspraken te doen. Ik ben daar zeer rigoureus in. Ik heb daar ook contact over gehad met mijn collega. Dat gaat niet in tegen het spreekrecht van ambtenaren, maar er zijn bepaalde debatten die men aan de politiek moet overlaten.

Ik ben daarom ook blij dat de relaties sedertdien weer beter zijn en dat de contacten tussen Toerisme Vlaanderen en visit.brussels, die noodzakelijk zijn, opnieuw de goede weg opgaan. Samenwerking is altijd een teken van beperkte overgave omdat men zijn eigen autonomie opgeeft, toch minstens gedeeltelijk, om met een andere partner samen te werken. Het is niet anders in dit mooie landje opdat men tot bepaalde resultaten komt. Ik ben blij dat het opnieuw gebeurt en we zullen dan ook de resultaten van die complementaire samenwerking afwachten en ook weer een aantal stappen vooruit kunnen zetten.

Ondanks het feit dat er altijd veel werk blijft in elke stad in het algemeen en in deze in het bijzonder, denk ik toch dat met de verschillende lagen in mijn antwoord, we kunnen aantonen dat we op verschillende fronten wel degelijk vooruitgang maken. We zullen de komende maanden nagaan hoe we dat verder kunnen verstevigen, want dat die imagocampagnes ook in 'gewone' tijden noodzakelijk zijn, voor welke stad dan ook, staat buiten kijf. Het is belangrijk dat wij buitenstaanders – als ik ze zo mag noemen, en ik bedoel daarmee mensen die hier niet wonen – kunnen informeren over wat de meerwaarde is van deze stad, waar er fijne dingen te beleven zijn en wat ze zich bij deze stad kunnen voorstellen. Bij andere steden heeft men daar soms een zeer helder beeld over, soms te helder en soms te reducerend ook. In Brussel ligt dat wat complexer, maar het is niet slecht dat we daar nu met MIXITY, ondersteund door Sprout to be Brussels, bijkomende stappen in de goede richting aan het zetten zijn. Dat wil ik toch nog even onderstrepen.

De heer Poschet heeft het woord.

Joris Poschet (CD&V)

Minister, ik dank u voor uw meerlagige antwoord voor een meerlagige stad met een meerlagige identiteit, die zelfs bij mensen waarvan je het minder zou verwachten, plots wordt erkend, zoals onlangs nog in La Libre Belgique. Goed, het was een interessant interview.

U hebt eigenlijk geen antwoord gegeven op mijn vraag rond Muntpunt en de plannen rond de scholenwerking.

Minister Sven Gatz

Jawel. Ik zal het even herhalen. We hebben daarover gisteren nog met hen samengezeten. Ze gaan de volgende rapportage rond Pasen geven, die ons in staat zou moeten stellen om, op basis van hun bevindingen, bijkomende stappen te zetten voor volgend schooljaar. Het beste lijkt me dat we, misschien na Pasen, een overzicht geven van hun bevindingen en welke conclusies we daar politiek uit moeten trekken. Het is wel degelijk bezig.

Joris Poschet (CD&V)

Ik heb dat gemist. Mijn excuses.

Ik kijk ernaar uit hoe MIXITY wordt uitgebouwd door het centraal platform. Ik blijf er toch op hameren dat we zo efficiënt mogelijk moeten omgaan met de middelen zowel van de overheid als van de privésector. Ik hoop dan dat MIXITY geen logge overheidsdienst wordt maar een ‘lean mean fighting machine’ voor de goede zaak, voor het op een geloofwaardige manier promoten van onze hoofdstad.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.