U bent hier

De voorzitter

De heer Bothuyne heeft het woord.

Minister, mijn vraag om uitleg betreft een aantal normen en een aantal reacties daarop die er de voorbije weken zijn gekomen.

Zoals we allemaal weten, wordt het E-peil stapsgewijs verstrengd. Ook dit jaar is er een nieuwe stap gezet. Het is de bedoeling om tegen 2021 met alle nieuwe woningen naar een E-peil van 30, bijna energieneutraal, te gaan.

De keuze voor dat reductietraject is natuurlijk zeer juist en belangrijk in functie van het terugdringen van de uitstoot van de benodigde energie voor onze woningen.

Maar dit traject wordt nu hier en daar in vraag gesteld, zeker in combinatie met het S-peil dat u recent hebt geïntroduceerd. Zo wordt erop gewezen dat het gebruik van bepaalde huishoudtoestellen die veel warmte produceren, zoals bijvoorbeeld een strijkijzer, het te snel te warm zou maken in de woning. En uit een factcheck in De Standaard kwam dan weer naar voren dat het plaatsen van bijkomende isolatie net minder milieuvriendelijk zou zijn, omdat er voor de productie van de isolatie die enkele centimeters dikker is, meer CO2 zou vrijkomen dan er bijkomend zou worden uitgespaard door het plaatsen van die dikkere isolatie. Dit zou zeker het geval zijn voor de PUR- en PIR-isolatie die frequent wordt gebruikt bij de bouw van woningen.

Minister, zijn het opwarmen van de woning door de toenemende isolatie en het onevenwicht tussen de vermindering van de uitstoot door de plaatsing van isolatie maar de toenemende uitstoot voor de productie ervan terechte bedenkingen?

Moet, rekening houdend met deze bedenkingen, de verdere verstrenging van het E-peil en het S-peil eventueel worden herbekeken? Op welke manier evalueert u een en ander? Want er zijn de laatste weken veel opmerkingen gekomen over het E- en vooral het S-peil, met betrekking tot de verhouding ten aanzien van de gewenste energiebesparing.  

Naar verluidt zou bij de productie van glaswol minder CO2 vrijkomen. Is er een mogelijkheid om vanuit de overheid het gebruik van de meer milieuvriendelijke isolatiematerialen te gaan stimuleren?

De voorzitter

Minister Tommelein heeft het woord.

Een woning die beter wordt geïsoleerd, heeft minder warmteverliezen door de schil. Dat heeft tot gevolg dat de woning weinig energie nodig heeft om op te warmen, maar kan inderdaad als nadeel hebben dat dit door interne warmtewinsten kan leiden tot een teveel aan opwarming. Het is nochtans gemakkelijk om hierop in te spelen door onder andere een slim ontwerp, een slimme combinatie van materialen en/of ventilatie. Het kan dan gaan om het kortstondig verluchten door het openen van de ramen. Deze oplossingen zijn nog altijd beter dan de graad van isolatie van de schil te verminderen en op die manier de algemene warmtevraag terug te laten stijgen.

De enenergieprestatieverslaggeving werkt vanuit een technologie- en materiaalneutraal principe. Eenzelfde isolatiegraad kan worden behaald door de toepassing van een grote verscheidenheid aan isolatiematerialen, die elk hun eigen karakteristieke fysische eigenschappen hebben. De architect en de bouwheer hebben een vrije keuze tussen de verschillende beschikbare materialen. Ze hoeven hiervoor niet enkel rekening te houden met de thermische eigenschappen, maar moeten ook de andere aspecten, zoals de kostprijs, de akoestische eigenschappen, de reactie bij brand, plaatsingstoepassingen  enzovoort meenemen bij de keuze.

– Wilfried Vandaele treedt als voorzitter op.

En het kan inderdaad zo zijn dat voor bepaalde materialen de uitstoot bij productie stijgt wanneer men extra isoleert. Er spelen echter, zoals hierboven opgesomd, ook andere aspecten mee, zoals akoestische eigenschappen, plaatsing en de brandreactie.

Mijnheer Bothuyne, zowel het E-peil als het S-peil zijn globale indicatoren die naast de hoeveelheid isolatie nog een heel aantal andere kenmerken meenemen. Bij het S-peil gaat het bijvoorbeeld om de vormefficiëntie, de luchtdichtheid, de bezonning en de bouwknopen. Bij het E-peil wordt dan nog eens bijkomend de efficiëntie van de opwekking en distributie van de installaties mee ingerekend, alsook de lokale opwekking van energie. Het is dan ook niet noodzakelijk zo dat een strenger E- of S-peil een verstrenging inhoudt van de isolatie-eisen per schildeel. Die laatste werden trouwens ook niet bijkomend verstrengd.

Wat betreft het S-peil zijn er, volgens een beleidsstudie die het Vlaams Energieagentschap reeds in 2015 liet uitvoeren – dus vóór mijn komst, mijnheer Gryffroy –, enkel voor een deel van de vrijstaande woningen bijkomende inspanningen te leveren. Dat hoeft dan bovendien niet noodzakelijk te gaan om meer isolatie, maar het kan ook gaan om een betere vormefficiëntie, een lagere luchtdichtheid en een beperking van de koelvraag.

Er zijn tal van mogelijkheden om het S-peil te halen. Ik ben ervan overtuigd dat dat in heel veel gevallen kan zonder bijkomende inspanningen. Maar inderdaad, voor vrijstaande woningen zal een goede voorbereiding zeker noodzakelijk zijn.

Vanwege de reeds genoemde neutraliteit qua materialen en technologieën lijkt het mij op dit moment niet aangewezen om bepaalde aspecten eenzijdig te integreren in de energieprestatieregelgeving. Minerale wol wordt trouwens niet onder- of overgewaardeerd in de EPB-software.

De heer Bothuyne heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Uiteraard gaan het S- en E-peil over veel meer dan isolatie en hetgeen dat daarbij komt kijken. Anderzijds zijn er een aantal opmerkingen die mij niet onterecht lijken. Eerst en vooral over de aard van de isolatie. Er zou minstens een bepaalde sensibilisering kunnen gebeuren over de impact van bepaalde technologie- en materiaalkeuze bij het isoleren van woningen. Want daarop zit er inderdaad een groot verschil. Misschien kan daaromtrent vanuit het VEA, ten aanzien van bijvoorbeeld architecten en anderen, worden gewezen op de klimaatimpact van de productie, van de hele keten voor die isolatie en kunnen we op die manier de juiste keuzes stimuleren?

Met betrekking tot het reductiepad van het E- en vooral het S-peil is het laatste woord nog niet gezegd. De studie van het VEA 2015 wordt, zoals u weet, gecontesteerd door vele mensen uit de bouwsector. Zeker de verstrenging die is opgenomen in de regeringsbeslissing om binnen twee jaar het S-peil nog een trapje verder te verstrengen, lijkt ons iets dat we pas kunnen doen na effectieve evaluatie van de impact van de introductie van het S-peil. Is zo’n evaluatie gepland? Wanneer kunnen we daar welke resultaten van verwachten?

De heer Danen heeft het woord.

Het is een heel belangrijk thema, zoals wel vaker in deze commissie wordt aangebracht. Op zich vind ik het belangrijk dat we de wetenschap de wetenschap en de feiten de feiten laten zijn. Maar ik vind het bijzonder jammer dat er de laatste weken heel wat mist wordt gespuid rond die strenge isolatienormen. Ik hoop dat we door het stellen van die vraag onder andere daarover wat meer duidelijkheid kunnen krijgen.

Want wat we kunnen missen, is dat het draagvlak voor dit soort normen verdwijnt, omdat er heel veel zaken gecontesteerd worden.

Ik ben dus ook geïnteresseerd in de evaluatie, of die er komt, wanneer die er komt en wat u daarvan verwacht. Want dat is natuurlijk van belang.

Ik ben natuurlijk voor een heel hoge mate van energie-efficiëntie, voor veel isolatie. U mag me zeker niet verdenken van het tegendeel.

Ik vind het van belang dat we de hele keten bekijken, zoals de heer Bothuyne net zei. Misschien is het een suggestie om te onderzoeken of we een soort van milieulabel op isolatiematerialen kunnen plakken? Dat zou een interessant gegeven kunnen zijn, want we weten natuurlijk allemaal dat bepaalde isolatiematerialen veel minder milieuvriendelijk zijn en dat ze misschien afbreuk doen aan een milieuvriendelijk of ecologisch huis of een huis dat weinig energie verbruikt, door het gebruikte materiaal. Ik spreek dus niet van verbieden of van verplichten, maar wel van het juist informeren van de mensen. Dat is volgens mij iets dat nu nog sterk kan worden verbeterd. Wat denkt u daarover, minister?

Minister Tommelein heeft het woord.

Collega's, binnen een tweetal maanden vieren wij het feit dat ik hier ondertussen twee jaar zal zitten. Althans, voor mij is dat toch vieren. Ik weet niet of dat voor iedereen het geval is, mijnheer Vandaele? 

Wij zullen dat niet doen. (Gelach)

Dat dacht ik al. (Opmerkingen)

Alle gekheid op een stokje. Ondertussen, mijnheer Bothuyne, kent u mij al langer dan vandaag. Hoeveel keer heb ik in deze commissie al gezegd dat een goed beleid er ook voor zorgt dat je tijdig evalueert, dat je tijdig een aantal zaken bekijkt en dat je dan ook je reglementen of decreten of de dingen die je in het veld hebt gezet, bijstuurt? Dat betekent niet dat je niet voor rechtszekerheid moet zorgen, maar wel dat je een evaluatie doet vooraleer je een maatregel verder verstrengt of eventueel handhaaft.

Bij dezen hebt u dus de plechtige belofte dat ik uiteraard die beslissing rond dat S-peil zal evalueren en geen verdere stappen zal zetten als blijkt dat dat een foute beslissing was.

Maar, voor alle duidelijkheid, dit is misschien wel gecontesteerd, maar ik heb de mensen die het contesteren, duidelijk gemaakt dat dit een rapport van 2015 is, dat in de regering een weg heeft afgelegd van 2015, 2016 tot 2017. Dit was de derde lezing. Ook in de vorige lezingen was het S-peil al bepaald op wat vandaag is beslist door de regering. Dat is dus niet ‘out of the blue’ gekomen zoals sommige mensen het voorstellen. Er zijn er die het aanvechten, maar er zijn er ook die het voor 100 procent verdedigen. Ik denk dat ik als minister heel goed moet kijken wat dan de precieze gevolgen zijn. We zullen inderdaad evalueren. Maar ik vind wel dat we inderdaad moeten sensibiliseren en dat we de architecten daarop moeten wijzen. Volgend jaar moeten we effectief bekijken wat we verder doen.

Maar, voor alle duidelijkheid, ik zal de beslissing van eind 2017 niet terugdraaien. Men heeft daar hoop op gesteld: ‘Hij zal het terugdraaien, hij zal het versoepelen.’ Ik zal dat niet doen. Het is S31. We zullen dan evalueren vooraleer we verdere stappen zetten.

Mijnheer Danen, ik kom u tegemoet. Er moet duidelijkheid zijn en ik probeer duidelijkheid te creëren. U ziet dat. Ik wil alles bekijken. Ik wil nieuwe labels bekijken, maar ik wil ervoor zorgen dat we nog door het bos de bomen zien. Als we nieuwe labels of nieuwe reglementen zouden moeten invoeren, dan moet dat duidelijk een bijkomende meerwaarde hebben. Inderdaad, u hebt het goed begrepen: verplichten en verbieden zal ik nooit doen. Maar we moeten inderdaad goed informeren en ervoor zorgen dat het wel nog transparant en duidelijk blijft.

De heer Bothuyne heeft het woord.

Voorzitter, wat het sensibiliseren rond het gebruik van isolatie betreft, is een label misschien wat overdreven. Op dat vlak kan het VEA zeker nuttig werk verrichten ten aanzien van architecten. Op die manier kunnen we de hele keten van de productie van isolatie in rekening brengen en de klimaatimpact integraal benaderen.

Belangrijker vind ik uw toezegging om het S-peil zoals het nu is geïntroduceerd, te evalueren. Ik begrijp dat die evaluatiestudie nog dit jaar opstart en dat we op basis daarvan het eventuele verdere verstrengen zoals het nu is gepland, op een andere manier kunnen bekijken, mocht de evaluatiestudie daartoe aanleiding geven.

Minister, het is positief dat u daarvoor stappen wilt zetten, waarvoor dank.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.