U bent hier

De heer Vandaele heeft het woord.

Voorzitter, wat de verbetering van de wateroppervlakte in landbouwgebied betreft, waren we bijna een stilstand gewoon geworden. Wat we echter niet of toch niet in die mate hadden verwacht, was dat de tussentijdse overschrijdingen van de nitraatwaarde op de meetpunten van het Mestactieplan (MAP) nu wel helemaal de verkeerde richting uitgaan. De milieubewegingen en de landbouworganisaties hebben het verdict al te horen gekregen. Reeds op 25 procent van de MAP-meetpunten is de nitraatnorm al overschreden. Dit betekent dat het eindresultaat in september 2018 nooit beter kan zijn dan wat we nu al weten. Voor minstens 25 procent van de meetpunten zal er een overschrijding zijn, wat gigantisch is.

De waterkwaliteit ligt me na aan het hart. Het zou niet enkel voor het leefmilieu, maar ook voor de Vlaamse landbouwsector zelf een goede zaak zijn indien er hiervoor een oplossing zou komen. Uiteindelijk zal de landbouwsector het slachtoffer worden indien we de normen niet halen.

De vraag is ook of we uiteindelijk nog een kans hebben om later met de Europese Commissie over een nieuwe derogatieregeling te onderhandelen. Onze landbouwers hebben die regeling nodig, want anders lopen de kosten voor de mestverwerking nog hoger op. Misschien zullen de mensen van de Europese Commissie op den duur alle vertrouwen in ons verliezen.

Minister, vorig jaar hebt u een maatregel uitgevaardigd die inhoudt dat naast elke waterloop een strook van een meter teeltvrij moet blijven. We kunnen ons afvragen of een smalle strook van een meter volstaat om de uitspoeling van nutriënten te verhinderen. De landbouworganisaties verdedigen ogenschijnlijk uw maatregel, maar stellen ook vast dat er bij hun achterban niet altijd voldoende draagvlak voor is.

Wat op onbegrip stuit, is de late officiële communicatie door de Vlaamse overheid ten aanzien van de landbouwers. Dat is blijkbaar pas op 20 oktober 2017 gebeurd en op dat ogenblik waren al tal van wintergewassen ingezaaid. In zijn kritiek heeft het Algemeen Boerensyndicaat (ABS) over een halfslachtig beleid gesproken en misschien is die kritiek in deze context niet onterecht.

Het valt zeker te verdedigen dat de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) het in verband met deze winterteelten bij een waarschuwing laat als de 1 meterzone niet is gerespecteerd. Zal dat ook het geval zijn indien de 1 meterregel tijdens de voorjaarsteelt niet wordt gerespecteerd of zal dan wel bestraffend worden opgetreden?

Dit laatste lijkt me het geval indien ik recapituleer wat u op 14 maart 2017 in de commissie hebt verklaard: “(…) als we moeten wachten om zo’n maatregel te nemen in het volgende MAP, zijn we weer jaren verder. Deze maatregel zou eigenlijk volgend jaar, als hij wordt goedgekeurd, kunnen doorgaan. Het surplus is ook dat de VLM de sanctionering en de controle kan uitvoeren.” Ook het Vlaams Infocentrum Land- en Tuinbouw (VILT) heeft het op die manier begrepen: “Het vijfde mestactieprogramma zorgde tot dusver niet voor de verhoopte verbetering van de waterkwaliteit zodat minister Joke Schauvliege proactief een extra maatregel heeft genomen. Ze gaf de toezichthouders van de Mestbank de opdracht om de teeltvrije zone van één meter langs waterlopen af te dwingen door terreincontroles.”

Een aantal volksvertegenwoordigers blijven bij het standpunt dat de extreme weersomstandigheden steeds opnieuw de boosdoener zijn, zoals dat ook in 2015 en in 2016 het geval was. Ditmaal heeft de zomerdroogte het mestseizoen in de war gestuurd. De VLM, hierin bijgetreden door de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) heeft nochtans een defensieve najaarbemesting geadviseerd. Het gevaar was niet denkbeeldig dat na de droogte opgevoerde en misschien zelf onnodige mest bij hevige regens zou afspoelen. Door de droogte namen de gewassen immers veel minder meststoffen op. Dat was een tegenvaller voor onze landbouwer, want zij moesten hun mest ergens kwijt.

Het lijkt erop dat de VLM, die hier recent te gast was voor een hoorzitting, het bij het rechte eind had met de stelling dat de resultaten tegenvallen omdat veel boeren een klein beetje meer hebben bijgemest dan was toegelaten.

Als ons mestbeleid zo gevoelig is voor de weersomstandigheden, is het eigenlijk geen goed beleid. Om te kunnen werken, moet een MAP eigenlijk weatherproof zijn. Indien het de ene keer te veel en andere keer te weinig regent, is er altijd wat en zullen we nooit de resultaten boeken die we willen boeken.

Ik wil dan ook pleiten voor een weatherproof MAP 6 dat, wat mij betreft, zo veel mogelijk door onafhankelijke experts wordt opgesteld. Misschien moeten andere mensen er eens naar kijken. Misschien moet een andere ploeg het vraagstuk eens door een andere bril bekijken en met onbevangen blik naar de mestproblematiek kijken. Ik heb zeker geen kwaad woord over voor de VLM, die weinig tot niets te verwijten valt, maar misschien moeten eens wat andere deskundigen, eventueel zelfs uit het buitenland, aan het werk worden gezet in verband met een problematiek waar we al zo lang tegen aanhikken en die we telkens weer wat bijsturen en wat veranderen. Telkens halen we niet het verhoopte resultaat. Misschien kan wat nieuw bloed dit doorbreken. Zelfs de Opvolgingscommissie Mestactieplan (OMAP) lijkt me al te vaak een schijnoverleg. Ik vraag me af of de mensen die hierin zetelen, niet al te vaak de hakken in het zand zetten, waardoor er niet echt een oplossing komt.

Minister, ik heb een achttal vragen. Dat is veel, maar het gaat dan ook om een belangrijke problematiek.

Wat is uw reactie op de overschrijding van de nitraatwaarde op 25 procent van de meetpunten?

Zal de VLM dit voorjaar bestraffend optreden indien een landbouwer de 1 meterregel niet respecteert of zal het bij waarschuwingen blijven?

Bent u het eens met de milieu- en landbouworganisaties dat u te laat hebt gecommuniceerd over de 1 meterregel? Waarom is hiermee getalmd?

Hoe denkt u de Europese Commissie ervan te overtuigen nog eens een derogatie toe te kennen nu we met die 25 procent aan overschrijdingen zitten? Ik denk niet dat de Europese Commissie erg gewillig zal zijn nog eens ons derogatieverhaal te volgen.

Bent u het ermee eens dat het gevoerde MAP de derogatie in gevaar brengt?

Zoals ik daarnet heb gesteld, moet een mestbeleid eigenlijk weatherproof zijn. Zeker als we naar de klimaatverandering kijken, weten we dat we in de toekomst ook nog te maken zullen hebben met schommelingen en met periodes van droogte of veel neerslag. Ik zou dan ook verwachten dat we daar oog voor zouden hebben. Bent u het hiermee eens?

Was het MAP 6 voldoende? Zat dit plan goed genoeg in elkaar om aan de extreme weersomstandigheden tegemoet te komen?

Bent u het ermee eens dat er misschien eens een nieuwe wind moet waaien door de samenstelling van de werkgroep die MAP 6 zal moeten voorbereiden? Is er ruimte om eens een aantal nieuwe, onafhankelijke experts, eventueel uit het buitenland, aan het werk te zetten?

De heer Caron heeft het woord.

Bart Caron (Groen)

Minister, tijdens de commissievergadering van 17 oktober 2017 hebben we het al gehad over de teleurstellende resultaten van het MAP 5. Hoewel we toen de concrete cijfers voor het eerste gedeelte van dit winterseizoen nog niet hadden, hebt u de uitgelekte tendensen bevestigd. De waterkwaliteit in Vlaanderen stagneert op een bedroevend niveau en echte winsten zijn dankzij het MAP 5 niet geboekt. Het was toen duidelijk dat de ambities voor eind 2018 niet zouden worden gehaald.

Tijdens diezelfde commissievergadering hebt u verklaard dat u bijkomende maatregelen zou nemen. U hebt de 1 meterregel aangekondigd die op 1 januari 2018 ingang zou vinden. Dit betekent dat de landbouwer ten opzichte van waterlopen een teeltvrije zone moet bewaren. We kennen dat al. Eigenlijk betreft het geen nieuwe maatregel, want die regel is eigenlijk al vijftien jaar oud en staat in het decreet Integraal Waterbeleid. De handhaving is echter wel een nieuwigheid.

Volgens de woordvoerder van de handhavingsdiensten van de VLM in het VILT is die handhaving niet bepaald simpel. Er zou een referentiekaart komen om de meest urgente controlepunten op te lijsten. Bovendien worden overtredingen in het lopende teeltseizoen gedoogd. De landbouwers die hun wintergranen in strijd met de regelgeving tot aan de rand van de waterloop hebben ingezaaid, hoeven de 1 meterstrook niet te respecteren.

Verder hebt u verklaard dat nog bijkomende maatregelen zouden moeten worden genomen. Naar verluidt, zouden de nog niet bekendgemaakte meetresultaten voor de tweede helft van 2017 immers ook danig tegenvallen. De heer Vandaele is duidelijk beter geïnformeerd dan ik. (Opmerkingen van Wilfried Vandaele)

Minister, ik heb slechts zes vragen.

Hoe wordt de naleving van de 1 meterregel opgevolgd en gehandhaafd? Is hiervoor voorzien in voldoende mensen en middelen?

Klopt het dat een prioriteitenlijst wordt opgesteld van waterlopen waarlangs moet worden gecontroleerd? Komt er bijgevolg ook een negatieve lijst van plaatsen waar niet zal worden gecontroleerd? Wie zal over deze lijst beschikken?

Waarom is nooit eerder toegezien op de naleving van de 1 meterregel?

Klopt het dat de huidige teelten ongemoeid worden gelaten, ook al zijn ze volgens de geldende regels te dicht bij de waterlopen ingezaaid? Het inzaaien is natuurlijk niet het probleem. Het probleem is de mest die eventueel naar het oppervlaktewater afspoelt.

Beschikt u al over recentere resultaten van het MAP-meetnet? Zijn die resultaten preciezer dan de cijfers die de heer Vandaele heeft vermeld of die op de website van de VMM staan? Klopt het dat de resultaten slecht zijn?

Komen er, zoals u hebt aangekondigd, nog bijkomende maatregelen? Zo ja, welke maatregelen komen er nog en wanneer zal dat gebeuren?

Minister Schauvliege heeft het woord.

Voorzitter, niet zo lang geleden hebben we hier een uitgebreide hoorzitting over het mestbeleid gehouden. Ik zal een aantal zaken die toen deel van het debat hebben uitgemaakt, nu niet herhalen. Deze vragen om uitleg zijn gebaseerd op de tussentijdse resultaten van het MAP-meetnet. Het gaat om een overschrijdingspercentage, maar de overschrijdingen zijn momenteel nog onvoldoende robuust om in te schatten wat aan de oorzaak ligt. Daarvoor hebben we een diepgaande analyse nodig. Dat zal uiteraard gebeuren op het einde van het meetseizoen, dat tot en met juni 2018 loopt.

De toezichthouders van de VLM combineren de controles op de naleving op de teeltvrije zone van 1 meter met de andere voorjaarscontroles, zoals de controles op bemesting en transport. Indien een overtreding wordt vastgesteld, krijgt de landbouwer een aanmaning om zich op alle percelen van zijn bedrijf in orde te stellen. Indien tijdens een tweede controle blijkt dat dit niet is gebeurd, wordt bestraffend opgetreden. Met deze werkwijze zorgen we ervoor dat de teeltvrije zone van 1 meter effectief wordt aangelegd.

De handhavingsdienst van de VLM bestaat uit een veertigtal toezichthouders. Ze worden allemaal ingezet om onder meer de teeltvrije zone van 1 meter te handhaven. Technische ondersteuning van de toezichthouders staat al volledig op punt. Hierdoor kunnen de dossiers efficiënt worden afgehandeld.

Naast de controles door de VLM, zal de regelgeving door samenwerking en afstemming tussen de verschillende instanties intensiever worden opgevolgd door de controleurs van de VMM, van de provincies en van het Departement Landbouw en Visserij. Wat de teeltvrije zone van 1 meter betreft, zal er worden gecontroleerd en bestraft.

Er is een uitzondering, want er wordt namelijk niet verbaliserend opgetreden in verband met de teelten die al waren ingezaaid op het ogenblik van de communicatie in oktober 2017. Het betreft voornamelijk wintergranen. Deze landbouwers zijn ook steeds aangemaand om voor het inzaaien van de eerstvolgende teelt de nodige maatregelen te nemen om de teeltvrije zone van 1 meter te realiseren.

De toezichthouders van de VLM zijn al gestart met de controles van de teeltvrije zone van 1 meter, zodat ze de landbouwers heel gericht kunnen aanmanen indien het nodig is. Ik ben ervan overtuigd dat de meeste landbouwers de baten van de teeltvrije strook met betrekking tot de beperking van afspoeling van nutriënten en erosie weten in te schatten. Ze weten waarom de regel is ingevoerd. Indien de aanmaningen niet worden nageleefd, zal bestraffend worden opgetreden.

Ik wil expliciet beklemtonen dat geen negatieve lijst is opgesteld van plaatsen waar niet zal worden gecontroleerd. De controles gebeuren verspreid in heel Vlaanderen. Het is natuurlijk wel zo dat de VLM zelf een aantal prioritaire lijsten heeft opgesteld van waterlopen waar controles worden uitgevoerd. Het betreft waterlopen gelegen in de gebieden waar de waterkwaliteit nog onvoldoende is verbeterd. Die lijst wordt intern gehanteerd en niet gecommuniceerd. Het is niet de bedoeling hier heel selectief mee om te gaan. Er zal overal worden gecontroleerd, maar op basis van risicoanalyses zijn een aantal zaken intern opgelijst.

Naar aanleiding van het Mestrapport 2016 heb ik de 1 meterregel in maart 2017 aangekondigd. De maatregel is besproken met de verschillende stakeholders. De OMAP is hier ook bij betrokken. Zodra het proces voldoende ver was gevorderd, is in oktober 2017 een nieuwe communicatie gebeurd.

De onderhandelingen met de Europese Commissie over een nieuwe derogatie moeten nog starten. Het is bijgevolg nog te vroeg om hier al iets over te zeggen.

De bepalingen van het MAP 5 hebben we in de meerderheid samen uitgetekend. Die bepalingen zijn in het Vlaams Parlement in regelgeving vertaald. De regels zijn natuurlijk, zoals de Europese Commissie aanraadt, opgesteld op basis van de gemiddelde weers- en gewasgroeisituaties in Vlaanderen. Door om de vier jaar een aangepast MAP op te stellen, kunnen we op het wijzigende klimaat inspelen.

Het is dan ook belangrijk om het Mestactieplan niet te beoordelen op de resultaten van één winterjaar.

MAP 5 is aangepast aan extreme weersomstandigheden in die zin dat er bepalingen zijn die het gebruik van meststoffen in extreme omstandigheden verbieden. Bijvoorbeeld de voorbije week was het verboden om mest toe te dienen op land dat bevroren was. Daarnaast zijn de periodes waarin het verboden is om mest uit te rijden om af- en uitspoeling van mest te vermijden, verder aangescherpt. Ze behoren nu tot de strengste binnen Europa. Bij bemesting in open lucht proberen de land- en tuinbouwers naar best vermogen in te schatten hoe een teelt zich zal ontwikkelen, maar niemand kan voorspellen aan het begin van het groeiseizoen hoe dat specifiek zal gebeuren. Ook hierop speelt MAP 5 in met technieken voor precisiebemesting, zoals het geven van de bemesting in verschillende fracties, maar ook door de maximale inzet van vanggewassen. Begeleiding is uiteraard cruciaal. Het bijsturen van de najaarsbemesting en de inzet van vanggewassen zijn ook elementen die in MAP 6 verder zullen worden geëvalueerd.

Ook bij de voorbereiding van het vorige actieprogramma is een werkgroep samengesteld met een evenredige verdeling van stakeholders, ambtenaren van zowel de milieu- als landbouwadministratie en wetenschappelijk experts van universiteiten en onderzoeksinstellingen. Het is evident dat de betrokken ambtenaren en wetenschappelijke experts heel wat expertise in huis hebben en dat die naar waarde wordt geschat. Er wordt ook altijd gekeken naar een evenwichtige samenstelling.

Op basis van de tussentijdse evaluatie van MAP 5 zijn de controle op de teeltvrije zone en de verbeterde opvolging van de mestsamenstelling als bijkomende maatregelen naar voren geschoven, zoals eerder in deze commissie besproken. Rekening houdend met de verwachte effecten, zal het nodig zijn, zoals ik ook al een paar keer heb gezegd, om in MAP 6 bijkomende maatregelen te nemen. Ik denk dat we daar uitgebreid van gedachten over hebben gewisseld naar aanleiding van de uitgebreide hoorzitting.

De heer Vandaele heeft het woord.

Minister, u zegt dat de cijfers die we nu hebben, onvoldoende robuust zijn en dat we moeten wachten tot na juni om definitieve conclusies te trekken. Als ik goed ben geïnformeerd, dan is er nu toch al 25 procent overschrijding van de nitraatnorm en kunnen we dat niet meer met nieuwe of aanvullende cijfers gekeerd krijgen. Dat is in elk geval al een minimum dat er vandaag is en waar we al rekening mee kunnen houden.

We moeten vaststellen dat we er inderdaad niet geraken. U zegt dat MAP 5 door de meerderheid is goedgekeurd. Dat klopt, uiteraard hebben we dat gedaan. Ik herinner mij wel – en u zult zich dat ook herinneren – dat onze partij toen ook al grote vragen had bij de haalbaarheid of bij de resultaten die het MAP zou opleveren. U kreeg het voordeel van de twijfel, maar de cijfers vandaag tonen aan dat onze waarschuwingen van toen terecht waren.

U zegt dat er niet wordt opgetreden als er ingezaaid is of was voor 20 oktober. Dat lijkt mij wel een zeer logisch standpunt aangezien er pas op 20 oktober is gecommuniceerd. Begrijp ons ook niet verkeerd, het is ook niet de bedoeling om mensen te verbaliseren en om er een spelletje van te maken. Dit is natuurlijk een middel en geen doel. Het is vooral belangrijk dat men uw maatregelen, de 1 meter die u hebt opgelegd, respecteert. Niet zomaar, maar omdat het verdorie belangrijk is voor de oppervlaktewaterkwaliteit.

We moeten dus vaststellen dat MAP 5 opnieuw onvoldoende vruchten afwerpt, dat we dus eigenlijk niet goed bezig zijn, dat de verbetering van de oppervlaktewaterkwaliteit niet alleen stagneert – de vaststelling van de voorbije jaren –, maar dat we op basis van de tussentijdse stand van zaken eigenlijk al kunnen besluiten dat de kwaliteit achteruitgaat. Dat is toch nieuw.

Minister, ik neem dus akte van het feit dat u zegt dat u afwacht en dat u later de definitieve besluiten zult trekken. Ik denk dat we nu al kunnen beginnen met het trekken van besluiten.

De heer Caron heeft het woord.

Bart Caron (Groen)

Minister, ik dank u voor het antwoord.

Minister, kloppen de cijfers van de overschrijding die collega Vandaele hier verkondigt, in al hun ‘onrobuustheid’? Kloppen die cijfers? Ik zou dat graag willen weten. Als dat zo is – en mijn collega is meestal goed geïnformeerd, dus twijfel ik er niet echt aan –, blijkt daaruit dat het MAP 5 heel, heel weinig effect zal hebben gehad, om niet te zeggen geen, ondanks alle inspanningen en doelstellingen zoals bedrijfsgerichte aanpak enzovoort, die niet alleen door de meerderheid maar ook door de oppositie zijn gesteund. Dat is eigenlijk dramatisch.

Het laaghangend fruit is al enkele jaren geleden geplukt en nu is er duidelijk een stagnering. Ik denk dat ook om een of andere reden de overtuiging ontbreekt om dat verder naar beneden te halen. Ik kan niet anders dan het zo te beoordelen.

Ik betreur wel dat er tussen de aankondiging van de maatregel van de 1 meterregel in januari 2017 en de verwittiging aan het veld in oktober 2017, tien volle maanden zitten. U weet heel goed dat daardoor een heel seizoen verloren gaat, als er al effecten zouden zijn, sorry, het is niet anders. Er zijn verschillende uitrijperiodes die in aanmerking komen in die periode waar de kans is gemist om de maatregel te implementeren. Ik kan begrijpen dat u overleg wilt plegen met stakeholders, zoals u zegt, uiteraard, maar het hoeft echt niet zo lang te duren. Aan dat tempo zullen we heel traag effecten hebben, als we nog effecten bereiken. Ik kan het alleen betreuren.

Overigens, moeten we nog effecten van die 1 meterregel in MAP 5 verwachten, minister? We praten dan over effecten ten vroegste in het seizoen 2018-2019. We zijn al heel ver om dat nog te kunnen evalueren. Er is een veel te lange tijd tussen de maatregel en de implementatie van de maatregel.

Ten slotte, minister en mijnheer Vandaele, zou je kunnen zeggen dat ik overbodig ben in deze commissie, want oppositie voeren en kritische vragen stellen, hoeft niet, want er is collega Vandaele. Het siert hem dat hij de moed heeft om in de meerderheid ook kritisch te zijn, maar het typeert wel iets heel vreemds. Er wordt een ambitieus Mestactieplan gemaakt waar ongetwijfeld ook kritische stemmen mee op hebben gewogen en de effecten zijn nihil, collega Vandaele. Je kunt dan wel de mooiste intenties formuleren, maar dan vind ik ook dat de meerderheid even collegiaal moet zijn in het afdwingen van de doelstellingen en niet alleen in het projecteren van mooie doelstellingen. Een kritische vraag alleen is niet voldoende om het ook af te dwingen, als ik mag zeggen. 

De heer Sanctorum heeft het woord.

Hermes Sanctorum-Vandevoorde (Onafhankelijke)

Ik deel uiteraard de bezorgdheid van de collega's. Er zijn inderdaad al heel veel debatten over het MAP gevoerd.

Ik sluit me toch wel aan bij de vaststelling dat er een grote gap bestond tussen de maatregelen en de feitelijke implementatie. Dat is natuurlijk jammer, want eigenlijk was de uitzondering op de sanctionering dan niet nodig. Het lijkt me jammer.

Minister, misschien nog veel belangrijker is hoe het nu verder moet. U benadrukt dat de cijfers die hier regelmatig zijn aangehaald, voorlopig zijn en niet voldoende robuust zijn. Tegen juni zouden we dan wel over de juiste cijfers moeten beschikken waar we wel conclusies uit kunnen trekken. Betekent dat dan ook dat in juni een bijsturing mogelijk is? Ligt dat in het verschiet? Wat zijn exact de stappen die zullen worden gezet eenmaal we het cijfermateriaal hebben gefinaliseerd? Is er een bijsturing mogelijk?

De heer Dochy heeft het woord.

Minister, voorzitter, collega's, we hoeven het niet onder stoelen of banken te steken dat de resultaten inderdaad niet zo schitterend zijn wat het oppervlaktewatermeetnet betreft. We hadden allemaal gehoopt dat de maatregelen die zijn genomen, een groter effect zouden hebben.

Ik denk dat we toch niet mogen onderschatten welke inspanningen in het veld zijn gebeurd. De resultaten vallen tegen. Dat is een teleurstelling voor de landbouwers, maar de landbouwers hebben wel inspanningen gedaan, in ieder geval de meeste landbouwers. Er zijn af en toe calamiteiten. Ik heb gisteren trouwens nog het verhaal gehoord van een bepaald meetpunt in het midden van West-Vlaanderen waar, vanwege een toewijsbaar accident, een eenmalige meting bijzonder slecht was. Dat meetpunt was vier jaar goed, maar vanwege het slechte resultaat komt er nu natuurlijk een heel gebied opnieuw onder druk. Er is geen mogelijkheid om er rekening mee te houden dat het een accidenteel gegeven was. Het is een meetpunt dat normaal gezien goed zou zijn geweest, maar dat vanwege een accident bij de slechte wordt genomen.

Ik wil gewoon zeggen dat men rekening moet houden met het feit dat er in het veld heel wat is gebeurd. Het CVBB heeft zeer goed werk geleverd. Er is veel meer sensibilisering gebeurd bij de landbouwers. Die zijn er zich van bewust dat er effectief ook iets moet gebeuren, en die inspanningen doen ze dan ook.

Ik vind het nog altijd een beetje jammer dat er hier zo vlot wordt heen gegaan over het effect van de weersomstandigheden. We gaan ervan uit dat het MAP weersneutraal moet worden gemaakt – ik weet niet meer hoe u het juist noemt, collega Vandaele.  Ik zou u dan dezelfde vraag kunnen stellen over iets wat u misschien nog beter kent: het kusttoerisme. Misschien kunt u ook zoeken naar een methode om het effect van de weersomstandigheden op het strandtoerisme te neutraliseren. Ook daar zijn er omstandigheden die een effect hebben op resultaten. Het weer speelt een belangrijke rol. We gaan om met de natuur en met natuurlijke processen zoals temperatuur en water. Alles vormt een geheel en bepaalt het resultaat. We hebben onmiskenbaar de laatste twee jaar uitzonderlijke weersomstandigheden gehad, getuige daarvan de erkenning als algemene ramp in 2016 en de landbouwramp in 2017.

Minister Schauvliege heeft het woord.

Collega's, ik vind het eigenlijk totaal fout en ongepast om hier te zeggen dat we gewoon voortdoen en dat er niks aan de hand is. We hebben hier een heel uitgebreide hoorzitting gehad – ik wil het nog eens herhalen – en we doen niet gewoon verder. We hebben net nieuwe maatregelen genomen. Wie zegt 'business as usual' en 'alles wordt genegeerd' en 'er is onvoldoende vooruitgang': dat is niet waar. Er zijn bijkomende maatregelen. Het gaat niet enkel over de 1 meter, maar ook over de nieuwe maatregelen rond mestsamenstelling. Er zijn twee stappen gezet.

U zegt dat het zes maanden heeft geduurd tussen wat hier in maart is gezegd en de effectieve invoering in oktober. Ik nodig alle collega's uit om te proberen het sneller te doen. Als je nog een overleg moet hebben met OMAP en als je nog een paar keer naar de Vlaamse Regering moet, dan wil ik wel eens weten hoe jullie dat sneller zouden doen dan op zes maanden tijd. Dat gaat gewoon zelfs praktisch niet.

Het is ook altijd de bedoeling geweest – dat is hier ook gezegd – dat we in januari 2018 zouden invoeren om dan in 2019 effectieve effecten te zien. Dat is altijd op die manier gecommuniceerd.

De VLM zegt zelf dat op basis van de resultaten - procentueel – men niet kan afleiden dat er plotseling een enorme achteruitgang is. Je kunt dat er niet uit afleiden. Collega's die dat willen bewijzen aan de hand van wat is meegedeeld door de VLM, houden ons een doekje voor dat niet juist is. Er is een stagnatie als je het over de jaren beschouwt. Ik steek dat ook niet onder stoelen of banken en ik ben daar ook serieus in teleurgesteld. Ik heb ook al een paar keer gezegd dat we bijkomende maatregelen zullen moeten nemen. We hebben er nu genomen, en voor MAP 6 zullen er nog bijkomende maatregelen zijn.

Uiteraard kijken we ook naar het buitenland, collega Vandaele. U zult dat ook wel doen en u weet ook dat het in het buitenland niet altijd rozengeur en maneschijn is. Dat weet u toch. Nederland is volop in discussie met de Europese Commissie. Ik wil best wel naar het buitenland kijken, maar dan moet u ook zo eerlijk zijn om te zeggen dat het in het buitenland ook niet altijd makkelijk is om deze resultaten te halen.

Er zijn geen mirakeloplossingen om het op een-twee-drie op te lossen. Sommige collega's zeggen dan altijd dat je de veestapel moet afbouwen en dat alles dan is opgelost. Ik zeg u dat dat niet het geval is omdat er ook een groot probleem is met kunstmest die wordt toegediend. Het is dus niet zo dat daar de oplossing ligt.

Collega's, het wordt zeker vervolgd naar aanloop van MAP 6 waar we inderdaad bijkomende maatregelen moeten nemen. Ik beaam dus dat er onvoldoende vooruitgang is. Ik beaam dat er bijkomende maatregelen zullen moeten zitten in het MAP en ik heb bijkomende maatregelen genomen in het lopende MAP, zijnde de 1 meterregel en de mestsamenstelling. 

Doen alsof we alles negeren en zeggen dat alles fantastisch gaat, heb ik nooit gezegd. We zijn er heel realistisch in en zetten stappen vooruit om de waterkwaliteit nog te verbeteren. We nemen ook bijkomende maatregelen.

Het klopt ook wat collega Dochy zegt. Er worden op het terrein heel wat inspanningen gedaan en je ziet ook de resultaten. Er zijn dan ook heel grote regionale verschillen. Ik vind dat we dat ook moeten zeggen, want als je een volledig negatief verhaal ophangt en zegt dat het overal even slecht gaat en er niks gebeurt, dan is dat heel demotiverend voor waar wel goede resultaten zijn en waar wel inspanningen gebeuren. Ik vind het heel hoopgevend dat, waar inspanningen gebeuren en waar die goed worden toegepast en gehandhaafd, we resultaten zien. Laat ons dat niet vergeten en laat ons daar vooral de nadruk op leggen, want het zal ook anderen motiveren om ervoor te gaan. Zeker de gebiedswerking zal heel belangrijk zijn.

Minister, ik blijf erbij dat we toch een nieuwe aanpak nodig hebben, dat we op een soort dood spoor zitten, dat we een beetje aan het einde van ons Latijn zijn.

Collega Dochy, u hebt het over een incident ergens te velde in West-Vlaanderen op een meetpunt. Ja, dat kan allemaal wel, maar dat belet natuurlijk niet dat we vandaag vaststellen dat er op een vierde van de meetpunten een overschrijding is voor nitraat. Het heeft dus niets te maken met dat ene incident.

U wijst ook op de grote inspanningen die de sector doet, en dat is ongetwijfeld zo, maar aan die inspanningsverbintenis hebben we weinig. We hebben resultaten nodig en resultaatsverbintenissen. Ik probeer op alle mogelijke terreinen inspanningen te doen en ik ben zeer blij met mezelf dat ik zoveel inspanningen doe, maar als ik verdorie geen resultaten boek, dan heb ik daar niets aan en dan heeft mijn medemens daar alleszins ook niets aan.

Minister, ik heb ook het gevoel – en collega Dochy is het daar ook niet mee eens – dat het excuus van de weersomstandigheden, dan te nat, dan te droog, niet meer volstaat om onze rug recht te houden, zeker niet in onze onderhandelingen met Europa met het oog op de derogatie. De vergelijking met het strandtoerisme, collega Dochy, ontgaat mij geheel.

Minister, ik denk dat we toch behoefte hebben aan een andere aanpak, ook wat de weersomstandigheden betreft, om er op een andere manier mee aan de slag te gaan, een robuustere manier. U bent begonnen met dat woord, ik ga ermee eindigen.    

Bart Caron (Groen)

Minister, ik dank u voor de aanvulling. Het is wat het is. Zoals u inderdaad zelf ook erkent, halen we de Europese normen en doelstellingen niet met dit MAP. We raken serieus achterop, en er zal dus wel een striktere aanpak moeten komen, vooral in gebieden waar de problemen het grootst zijn. Daar volg ik u ook in.

Ik volg u trouwens ook – en daarin heeft collega Dochy wel gelijk – als u zegt dat er een aantal regio's zijn die goede resultaten halen – dat mag ook worden gezegd –, en waar inspanningen worden geleverd. Het zijn wel altijd dezelfde regio’s die dezelfde negatieve scores halen de laatste tien jaar. De trend is wat hij is, en die gaan we niet snel ombuigen blijkbaar. Ik kan er alleen maar voor pleiten dat toch de gepaste en strikte maatregelen worden genomen.

Het is inderdaad niet ‘alleen’ de veestapel, maar het is ‘ook’ de veestapel. Het is maar te zien hoe je het wilt benaderen. Kunstmest is een belangrijke factor, zoveel is duidelijk.

De inspanningen zijn niet gelijk verdeeld in Vlaanderen. We mogen niet afkomen met het verhaal dat het elders in Europa ook niet lukt en dat Europa dus wel zal plooien en daarom de eigen doelstellingen milderen. Ik denk niet dat dat de bedoeling is, minister – ik hoop dat tenminste – maar om die doelstellingen te halen, met vertraging, zullen we toch serieuze inspanningen moeten leveren. Ik hoop uit de grond van mijn hart dat ook de landbouworganisaties dat besef hebben en dat ze strikt in de handhaving zijn bij die collega's die het verpesten voor hen die het wel goed menen en wel goed doen.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.