U bent hier

De heer Sintobin heeft het woord.

Voorzitter, ik ben tevreden dat dit dossier vandaag in deze commissie wordt besproken. Of het nu als interpellatie is of als vraag om uitleg, maakt mij niet zo veel uit. We hebben de discussie kunnen volgen in de media. Daarom is het goed dat ze nu ook in het parlement kan worden gevoerd. Ik ben trouwens een beetje verbaasd dat er geen andere vragen over werden ingediend. Maar dat zal wel zijn redenen hebben.

Ik hoef onze uitgangspunten wat betreft energie, ook die van collega’s en van andere partijen, niet naar voren te brengen. Maar toch: de betaalbaarheid, de bevoorradingszekerheid, de duurzaamheid en de veiligheid moeten worden gegarandeerd.

Ik heb de indruk dat we de voorbije weken in een slecht geschreven toneelstuk zijn terechtgekomen. Ik geef even de geschiedenis van dit dossier. Midden december 2017 was er zogezegd een akkoord tussen de federale minister Marghem en de drie gewestelijke energieministers. Minister, ik vraag me nog altijd af met welk mandaat van de Vlaamse Regering u dit zogenaamde akkoord, dit zogenaamde Energiepact, hebt goedgekeurd. De baseline van dat akkoord was: inzetten op hernieuwbare energie en de kerncentrales sluiten in 2025.

In december en ook de maanden daarvoor hebt u in dit parlement, zowel in de commissie als in de plenaire vergadering, geroeptoeterd dat alles berekend was en dat alle cijfers op tafel lagen, en dat er voor eind 2017 een energiepact zou komen. Het is duidelijk gebleken dat dit er niet is gekomen, mede door de druk en het wantrouwen bij de N-VA, die meer onderbouwde cijfers vroeg.

Als gevolg daarvan bestelde het federale niveau twee studies: een bij energie-econoom Johan Albrecht en een door het Federaal Planbureau. Samengevat liggen de resultaten in de lijn van verschillende vorige studies.

Kort even over de uitgangspunten. Na de studies blijft de betaalbaarheid een groot vraagteken. En dat niemand de toekomst kan voorspellen, blijkt ook uit de studies. Ook bij de bevoorradingszekerheid plaatsen ze grote vraagtekens. Na de sluiting van de kerncentrales dreigen mogelijk grote stroomtekorten. Wat betreft de gascentrales weet niemand hoe en op welke termijn in hun subsidiesysteem hun vergunningen zullen worden afgeleverd. Wat betreft de veiligheid van de kerncentrales hangt het er natuurlijk van af door welke bril je kijkt. Over de duurzaamheid verscheen er vandaag nog een artikel. Ik kom er nog even op terug. De afgelopen dagen ging de discussie vooral over de betaalbaarheid en de hoogte van de facturen en dergelijke, maar er werd weinig gezegd over de klimaatimpact. Kerncentrales stoten geen CO2 uit. Gascentrales doen dat wel. Het is ook onduidelijk hoeveel gascentrales er moeten komen. Als ik sommige krantenartikelen mag geloven, gaat het over zeven, acht, negen, tien en meer. Mij lijkt het onmogelijk om binnen een bepaalde timing die gascentrales te installeren.

We zijn dus in een slecht geschreven toneelstuk terechtgekomen. De coup de théâtre was natuurlijk de studie van professor Albrecht, naar wie ik zeker geen steen wil werpen. Het zinnetje ‘alle tabellen zijn juist, ik ben alleen een nul vergeten’ blijft wel plakken.

Gaat het nu om 15, 150 of 900 miljoen euro? Allerlei cijfers doen de ronde. Wie ik wél met de vinger wil wijzen, is natuurlijk federaal minister Marghem, die voor haar beurt heeft gesproken en die op basis van de studie zei dat het per gezin maar 15 euro zou kosten. In eerste instantie wilde ze het rapport niet vrijgeven.

150 miljoen euro is natuurlijk het bestcasescenario. 900 miljoen euro is de traditionele inschatting met de kernuitstap. En ik had het daarnet al over de onvoorspelbaarheid van de kostprijs van gas.

15, 900, 750, 235, 220, 600, 450 miljoen euro, 1 miljard euro … De afgelopen tijd passeerde er een hele stoet cijfers waarmee we om de oren werden geslagen. Elke studie kwam met andere getallen. Er zijn in ons energielandschap zoveel onvoorspelbare elementen dat de prijzen de komende jaren alle kanten uit kunnen. Er is volgens mij wel één constante: met kernuitstap zal de stroomfactuur nog meer stijgen. De fundamentele vraag in deze hele discussie voor mij en mijn fractie is er een die de voorbije week niet aan bod is gekomen: wie zal de factuur betalen? Daarover gaat het natuurlijk. Minister, u hebt de voorbije maanden zowel in de commissie als in de plenaire vergadering gezegd dat u ervoor zou zorgen dat de factuur voor de consument en voor de bedrijven zou dalen. Nu zegt onder anderen minister Marghem dat de stroomfactuur zal stijgen.

Ik besluit. Volgens mij zal de uiteindelijke beslissing niet worden genomen op basis van wetenschappelijk materiaal. Voor alle vier de criteria – betaalbaarheid, bevoorradingszekerheid, veiligheid en duurzaamheid – een ideaal scenario uitwerken, wordt onmogelijk. In dit hele verhaal zijn er veel alsen. De politici zullen moeten beslissen. Ik wil geen ideologisch debat over de kernenergie voeren. Daarvoor vrees ik een beetje. Er moet geen ideologisch debat worden gevoerd maar een debat met gezond verstand. Voor ons is het belangrijkste de factuur voor de gezinnen en voor de bedrijven.

Minister, u hebt ook voor uw beurt gereageerd op de studie van minister Marghem. Op uw webstek lees ik dat de resultaten van de twee studies in de lijn lagen van de vorige studies en dat nu de Federale Regering stappen moet zetten. Terwijl nu net het federale niveau zegt dat de gewesten initiatieven moeten nemen en ervoor zorgen dat ze mee zijn in het verhaal. Ook de premier heeft dat trouwens gezegd.

Minister, wat is uw reactie op deze studies? Wat is nu in godsnaam het standpunt van de Vlaamse Regering? U kunt mij en andere mensen en het publiek niet meer wijsmaken dat u binnen de schoot van de Vlaamse Regering nog niet hebt gesproken over een eventuele kernuitstap en over de inhoud van het Energiepact. Het is duidelijk waarover het gaat. Deze meerderheid is verdeeld. Ik hoop dat we straks de heer Gryffroy zullen horen over de visie van zijn partij. Mij is het vooral om het standpunt van de Vlaamse Regering te doen. Wat is nu eigenlijk het tijdspad in dit dossier?

Minister Tommelein heeft het woord.

Minister Bart Tommelein

Mijnheer Sintobin, zoals u weet, is de becijfering waarover u het hebt, gevraagd door de Federale Regering. Tot nader order maak ik geen deel uit van die Federale Regering. Minister Marghem had opdracht van de Federale Regering om bepaalde cijfers te finetunen. Daartoe heeft ze twee rapporten besteld: een bij professor Albrecht en een bij het Federaal Planbureau. De rapporten werden vrijgegeven door de eerste minister van de Federale Regering.

Mijnheer Sintobin, ik zal heel duidelijk zijn: al uw insinuaties daarover zijn op niets gestoeld. De Vlaamse Regering heeft zich nog niet uitgesproken over de studies. U mag zeggen dat ik de mensen iets wijsmaak, maar neen, de Vlaamse Regering heeft zich nog niet beraden over deze problematiek.

De studie van professor Albrecht is een klassieke studie naar de systeemkosten van de verschillende scenario’s. Blijkbaar verwarren sommige mensen systeemkosten met facturen. Iedereen die een beetje nadenkt, weet dat systeemkosten niet onmiddellijk één op één gelinkt zijn met de factuurkosten. Er zijn verschillende scenario’s, van 0 tot 6 gigawatt nucleair. Het moge duidelijk zijn dat die scenario’s niet in de visienota van een interfederaal energiepact zijn opgenomen. Wat u daar ook over moge zeggen, de vier energieministers hebben op een bepaald moment een tekst neergelegd. In andere regeringen is die tekst wel goedgekeurd, hier heeft hij nog altijd het statuut van visienota. De tekst is dus nog niet goedgekeurd door de Vlaamse Regering, en wij weten ook waarom.

De studie van het Federaal Planbureau, waarover minder wordt gepraat, gaat verder met de gegevens die aangereikt werden door het kabinet van mijn federale collega, niet per se met de cijfers van het pact. Zo heeft het Planbureau bijvoorbeeld een eigen invulling aan de gascapaciteit moeten geven omdat minister Marghem dat niet had meegegeven. Ook de opslagcijfers verschillen van de cijfers in het pactscenario.

Maar wat de essentie is, en ook mijn bevoegdheid in dit hele verhaal, is de toekomst – en hoe beide studies omgaan met de toekomst. De opdracht die jullie allemaal mij hebben gegeven, houdt in dat de toekomst 2050 is. De toekomst is zonder enige twijfel – en daar is iedereen het over eens, misschien met uitzondering van uw fractie, mijnheer Sintobin – hernieuwbaar. Daar moeten we niet flauw over doen. Als we zeggen dat de toekomst hernieuwbaar is, moeten we een pad uittekenen naar 2050. Het zou totaal onverstandig zijn om te zeggen dat het ergens in de toekomst wel hernieuwbaar zal zijn, en dat we nu niets moeten doen. Dat is, wat mij betreft, uitgesloten.

Het is natuurlijk zo dat we daar samen aan moeten werken. Daarom is dat Energiepact zo nodig, we moeten de verschillende drempels wegnemen. We moeten met een aantal facetten rekening houden. Ik sta op dat punt op één lijn met de N-VA en CD&V, en waarschijnlijk zelfs met de oppositie, met uitzondering van uw fractie. Die facetten zijn de betaalbaarheid, de bevoorradingszekerheid, de veiligheid en de duurzaamheid. Daar is geen enkele discussie over op dit moment. Dit staat trouwens in de resolutie die het parlement unaniem heeft goedgekeurd in 2016, met uitzondering natuurlijk van uw fractie, die zich onthouden heeft.

We moeten niet alleen rekening houden met de kostprijs voor de burger, maar ook met de kostprijs voor de bedrijven. Zoveel is duidelijk.

Hernieuwbare energie is in volle opbouw. Wie dat niet ziet, is stekeblind. Dit is trouwens geen Vlaams verhaal, geen Belgisch verhaal, zelfs geen Europees verhaal, dit is een wereldverhaal, dit gaat over de volledige planeet. De hernieuwbare energie wordt meer en meer matuur, goedkoper en rendabeler.

Hoe meer hernieuwbare energie, mijnheer Sintobin, hoe meer nood aan flexibiliteit. Want inderdaad de zon schijnt niet altijd, de wind waait niet altijd, vandaar de nood aan opslag: er is ‘demand side response’. Sommigen doen daar wat lacherig over. Ik heb dat gehoord in de voorbije maanden: ‘Haha, er is geen zon. Kijk eens naar die mannen van de hernieuwbare energie. Er is in december geen zon geweest.’ Nu komen de rapporten op de proppen. Elia is heel duidelijk: de voorbije winter was een succes inzake hernieuwbare energie. Er was misschien geen zon, maar er was massaal veel wind. Het gaat om de combinatie van de verschillende bronnen van hernieuwbare energie.

En dan zien we wat er in de studie van het Planbureau staat. Het verlengen van 2 gigawatt nucleair zou perverse effecten hebben bij een groeiend aandeel hernieuwbare energie. In die studie staat dat nucleaire centrales moeten worden stilgelegd wegens overproductie en het feit dat deze centrales niet flexibel kunnen produceren. We moeten daar niet flauw over doen, ik had daar zelfs geen studie voor nodig. We wisten al dat we kerncentrales niet af en aan kunnen zetten en dat ze niet flexibel zijn. Als we blijven inzetten op hernieuwbare energie, zouden we op een moment zelfs misschien met overproductie zitten. Op 1 januari draaide heel Duitsland op de capaciteit van zon en wind. Dat betekent dus overproductie op een bepaald moment.

Zoals ik reeds gezegd heb, is flexibiliteit cruciaal in het energiemodel van 2030, en net dat is problematisch bij nucleaire centrales. Nucleaire centrales worden gebouwd om constant te produceren, dag en nacht, 24 uur op 24, 7 dagen op 7. Dat liep de laatste jaren wel eens fout, waardoor in de periode 2011-2015 30 procent van de nucleaire capaciteit niet produceerde. Ook dat staat in de studie van het Planbureau.

Verder weten we nu al van de verschillende studies – niet alleen die ene, de bijkomende studies bevestigen dat altijd maar, ze gaan in dezelfde richting, u zegt dat ik voor mijn beurt heb gesproken, dat is helemaal niet zo – dat ze bevestigen dat ook bij de verlenging van 2 gigawatt nucleair – waar de discussie dus zou over gaan – er sowieso toch moet worden geïnvesteerd in gascentrales. (Opmerkingen)

Ik nodig u uit om uit te leggen hoe het wel moet doen, mijnheer Sintobin. We hebben beslissingen genomen. Wij moeten investeren. De grote vraag is: waarin moeten we nu investeren om de overgang naar hernieuwbare energie volledig mogelijk te maken?

En er zal dus zeker in de beginfase ondersteuning moeten zijn voor die centrales. Als we bovendien de nucleaire centrales laten draaien en er is overproductie, dan zal dat óók op de factuur van de consument terechtkomen. Laat ons de mensen niets wijsmaken.

En dan hebben we de modellen die ons toch wel een tendens tonen. Bij een lagere productiefactor stijgt de productiekost van nucleair tot 230 euro per megawattuur; voor gas is dat 130 euro per megawattuur. Dat zijn de naakte cijfers, mijnheer Sintobin. Dit toont nog eens duidelijk aan dat gas flexibeler is. Maar nogmaals, noch de heer Gryffroy, noch ikzelf, noch iemand anders, had die studie nodig om te weten dat gas flexibeler is dan nucleaire energie. Dat weten we allemaal.

Als we investeren, en dat moet, daarvan zijn we allemaal overtuigd, en we laten de kerncentrales draaien, lopen de kosten veel sneller op, want de productiekosten zijn veel hoger! Het consumentensurplus is positief en bedraagt 77 miljoen euro, maar het zullen vooral de bedrijven zijn die rechtstreeks op de beurs aankopen, die een neerwaartse druk zullen voelen op de prijzen. De andere bedrijven zullen veel minder het effect ondervinden van de kostendaling en bij de burgers zal er geen neerwaarts effect te merken zijn.

Niet alle bedrijven kunnen energie rechtstreeks aankopen op de beurs. U kent Vlaanderen, ik ook. We hebben een zeer sterk netwerk van kmo’s, van zelfstandigen, van kleine en middelgrote bedrijven. Net die bedrijven, die ons zo nauw aan het hart liggen, kunnen niet rechtstreeks energie aankopen op de beurs. Die bedrijven ga ik zeker niet in de kou laten staan, daar mag je zeker van zijn.

Inderdaad, de energienorm moet worden ingevoerd, dat staat zowel in het Vlaamse als in het federale regeerakkoord als in het interfederale Energiepact dat we hebben ontworpen. We moeten de competitiviteit van onze bedrijven vrijwaren. Deze Vlaamse Regering heeft daarvoor – zoals u weet – al maatregelen genomen. We hebben de supercap beslist, die is in volle uitvoering. Daarnaast heeft de kostendaling door de verlenging van twee nucleaire centrales een impact op de producenten. Dat is belangrijk.

Dit moet worden opgedeeld per technologie. Voor de nucleaire producenten is dit positief en bedraagt dit jaarlijks ongeveer 850 miljoen euro. Dit kwam ook reeds naar voren in de studie van Elia. Ik had die studie niet nodig, want dat stond al in een van de vorige studies. Met andere woorden, ik zal het zeer duidelijk en kort zeggen, de ‘winst’ door het langer openhouden van kerncentrales gaat niet naar de consumenten, niet naar de bedrijven, maar vooral naar de producenten van kernenergie. Dat stond al in de studie van Elia. Maar voor de producenten van hernieuwbare energie – niet alleen de grote bedrijven, ook kleine lokale producenten, dat zijn de zonnepanelen en de windmolens – daalt het surplus.

De verlenging van twee nucleaire centrales zorgt ervoor dat het producentensurplus voor zonne-energieproducenten – dus ook voor gewone mensen – daalt met 10 miljoen euro en dat van windenergieproducenten met 34 miljoen euro. Dat is voor mij als Vlaams minister van Energie, bevoegd voor de hernieuwbare energie, wel essentieel. Kerncentrales vallen niet onder mijn bevoegdheid, dat is voor de Federale Regering. Zon en wind, waar ik volop op inzet, zijn wel mijn bevoegdheid en bekommernis. Dat heb ik in de studie van het Planbureau ook nog eens gelezen.

Dus, dit heeft een negatieve impact op de ontwikkeling van hernieuwbare energie. Hierdoor zullen projecten en potentiële investeringen minder interessant worden en projecten zullen niet meer worden uitgevoerd. Onze energieomslag zou stil kunnen vallen, en dat wil ik absoluut vermijden.

Maar het openhouden van twee kerncentrales heeft ook een impact op het producentensurplus van gasgestookte centrales, die waarin we moeten investeren. Dus als er 2 gigawatt nucleair open blijft, dan zullen de gascentrales minder rendabel zijn sowieso en zal de ondersteuning hoger zijn. Het is tekenend dat de ‘commodityprijs’ het hoogst is in landen met een hoge nucleaire productie zoals Frankrijk en België.

Ik concludeer, mijnheer Sintobin. Het verlengd openhouden van 2 gigawatt nucleair zal de energieomwenteling vertragen. Ik wil die discussie niet blijven voeren. Iedereen heeft zijn mening, en ik begrijp dat er studies worden gevraagd en dat de cijfers dan op een bepaald moment worden bekeken.

Ik blijf rekening houden met het feit dat er een Vlaams en een federaal regeerakkoord is, dat er een wet is van 2015 die zegt dat alle kerncentrales dicht moeten in 2025, wel rekening houdend met de betaalbaarheid en alle elementen, daar zijn we het over eens, dat staat ook in het Energiepact, en rekening houdend met de resolutie van dit parlement die eenparig door iedereen, met uitsluiting van uw fractie met vier onthoudingen, is goedgekeurd.

Die wet zegt dat die kerncentrales in 2025 allemaal dicht moeten, rekening houdend met de betaalbaarheid en alle andere elementen – dat staat ook in het Energiepact –, ook met de resolutie van dit parlement die eenparig, met uitzondering van uw fractie – vier onthoudingen – is goedgekeurd. Die resolutie zegt dat er een energiepact moet komen, rekening houdend met de wet van 2015.

Investeringen in hernieuwbare energie, in flexibiliteit, zijn dringend en noodzakelijk. En net dat zijn heel belangrijke elementen. We kunnen niet vooruitgaan, we kunnen innovatie niet tot zijn recht laten komen als we blijven inzetten op het verleden. Wij moeten inzetten op wat komt. Daar moeten we ons model voor klaarmaken. Ik kan begrijpen dat er mensen zijn die daar heel conservatief over denken en die zeggen: laat dat nog wat langer draaien, we kunnen met die auto die nog niet helemaal stuk is, nog een tijdje verder rijden. Ondertussen investeer je wel in niets anders. En dat is voor mij geen optie. Het is ook voor de Vlaamse Regering geen optie. Niettegenstaande we dat nog niet hebben besproken, ben ik er honderd procent van overtuigd dat mijn collega's daar ook zo over denken.

De investeerders in Vlaanderen moeten we rechtszekerheid bieden. We moeten ervoor zorgen dat die investeringen gebeuren. Dat hoeft absoluut niet met belastinggeld te gebeuren. De bewijzen zijn er op het terrein. Mensen, bedrijven en de maatschappij willen investeren in hernieuwbare energie op één voorwaarde: dat ze er ook iets voor terugkrijgen, dat het hun een rendement geeft, dat het hun iets opbrengt. Dat bewijzen de honderdduizenden zonnepanelen die nu al op Vlaamse daken liggen. Mensen verdienen aan hernieuwbare energie, dat is niet alleen een kost. Dat verdienen is belangrijk. Als je daarnaast nog eens de bonus voor het milieu en het klimaat kunt meenemen, hebben wij een goede zaak gedaan.

Ik pas dus voor scenario's met een nefaste impact op de ontwikkeling van hernieuwbare energie. Dat is voor mij heel belangrijk. Ik pas ook voor een scenario waarbij we blijven treuzelen en geen flexibele installaties plaatsen, zodat we over een aantal jaren hopeloos achteraan het peloton hangen, en het peloton zelfs moeten lossen. Als het dan toch koers is, rijd ik liever in de kop van het peloton dan helemaal achteraan in de staart te bengelen en te moeten lossen.

De heer Sintobin heeft het woord.

Minister, u laat het uitschijnen alsof ik een lobbyman ben voor kernenergie. Ik denk dat ik mijn interpellatie begonnen ben met te zeggen: onze uitgangspunten en onze visie op energie zijn betaalbaarheid, bevoorradingszekerheid, duurzaamheid en veiligheid. Stop dus alsjeblieft met te proberen mij in een bepaalde hoek te drummen. Ik weet wel dat u mij een beetje gebruikt als klankbord om tegen de N-VA te spreken. Daarover gaat het natuurlijk. Hoe belachelijk is het dat in een dossier dat al maanden hot news is in media en allerlei fora, u hier koudweg komt vertellen dat de Vlaamse Regering daar nog niet over heeft gesproken. U geeft zelf toe dat de visienota is goedgekeurd in de andere gewesten en alleen bij ons in Vlaanderen niet, omdat er nog niet over gesproken was.

Minister, mag ik u eraan herinneren dat u, de minister-president en de energiespecialisten van de meerderheidspartijen in de afgelopen maanden publieke uitspraken hebben gedaan over dit dossier, die volledig ingaan tegen wat u hier komt te zeggen. Nu probeert u hen op te vrijen.

Onze fractie is niet tegen hernieuwbare energie. Waar haalt u het in godsnaam dat wij daartegen zouden zijn? Wij zijn voor een en-enverhaal. We blijven bij onze vier uitgangspunten. U hebt het altijd over zon en wind, maar dat is zeer onvoorspelbaar. U zegt dat er afgelopen winter weinig zon, maar veel wind is geweest, maar wie zegt wat er over tien jaar zal gebeuren?

Minister, in de marge van dit verhaal wil ik u zeggen dat uw uithaal naar de burgemeesters die dossiers van windmolens zouden tegenhouden, beneden alles is. U weet net zo goed als ik dat het draagvlak voor windmolens bij de bevolking niet altijd even groot is, wat u ook mag beweren.

Minister, u hebt het vooral over de financiële kant van de rapporten gehad en wat de gevolgen zouden zijn van het al dan niet openhouden van de kerncentrales. U hebt ook verwezen naar de resolutie die unaniem, met een onthouding van onze fractie, is goedgekeurd. Ik heb u bijna niets horen zeggen over de ecologische impact van het sluiten van de kerncentrales. Men gaat in Vlaanderen houtkachels verbieden, maar wel tientallen gascentrales openhouden. Hoe valt dat te rijmen met uw resolutie? (Opmerkingen van minister Bart Tommelein)

Het is wel de resolutie van de meerderheid.

Minister Bart Tommelein

Als het parlement iets goedkeurt, dan is dat van het parlement. Ik ben een parlementair en u blijkbaar niet.

Het is niet omdat men beweert dat u de Kennedy van Oostende bent, dat u moet beledigen. U zwaait tot drie keer toe met de resolutie. Mijnheer Schiltz, u mag straks uw resolutie verdedigen. Over de ecologische impact van het sluiten van de kerncentrales en van het bouwen van de gascentrales hebt u met geen woord gerept. Nogmaals, minister, mij is het te doen om een standpunt van de Vlaamse Regering.

U hebt trouwens ook niet gezegd wat het tijdspad is van dit dossier. Wat gaat er nu gebeuren? Gaat u nog een paar studies bestellen? Dat is trouwens op vraag van de N-VA. U geeft de indruk dat de twee studies die nu door de federale overheid werden gevraagd, overbodig waren omdat ze leiden tot dezelfde resultaten als alle vorige studies. Het is wel de grootste meerderheidspartij die de studies heeft gevraagd. U zei dat alle cijfers op tafel liggen, maar zij vonden dat niet voldoende onderbouwd.

Minister, nu hebben we die twee studies. Wat is dus nu het vervolg van dit dossier? Gaat u dit dossier volgende vrijdag op de regeringstafel leggen of niet? Wat moet er nu gebeuren? Wanneer zal de Vlaamse Regering eindelijk een standpunt innemen? Daar gaat het over. De mensen zijn niet gebaat met die politieke spelletjes op Facebook en in de media, en dat gepest via allerlei kanalen. Ik wil een duidelijk antwoord. Wanneer zal de Vlaamse Regering een standpunt innemen? Straks wil ik ook van de collega's een standpunt horen van de verschillende partijen.

Minister, u hebt niks, maar dan ook niks gezegd. Vandaag wordt er in een krant beweerd dat zelfs die cijfers en dat rapport – ik weet niet waarom – niet worden vrijgegeven door minister Marghem. Wat is dat eigenlijk, een minister die studies bestelt en die zegt dat ze die nog niet gaat vrijgeven, want anders wordt het debat onmogelijk gemaakt? Welnu, die studies zijn er juist om het debat mogelijk te maken. Wat is de impact? Waarom hebt u niets gezegd over de impact op de klimaatdoelstellingen? Wanneer gaat de Vlaamse Regering in godsnaam een standpunt hebben?

De heer Danen heeft het woord.

Minister, het is niet voor het eerst dat we hierover discussiëren en wellicht niet voor het laatst. Ik zie niet in welke nieuwe elementen er de laatste tijd zijn bijgekomen. De vier principes die hier naar voren worden geschoven, dat zijn ook de onze: betaalbaarheid, duurzaamheid, veiligheid en bevoorradingszekerheid. Kunt u daar een ranking in maken of beschouwt u ze alle vier als even waardevol? Dat is wel belangrijk, want daar zal het op aankomen. Daar zal de keuze die wordt gemaakt, bepalen wat je bovenaan in de lade legt.

Minister, u hebt heel veel gezegd en ik heb niet alles kunnen volgen. Ik vraag me af of de studie van Albrecht u nieuwe inzichten heeft gegeven – mij althans fundamenteel niet. De dingen die daar worden gesteld, zijn soms meer uitgerekend en geven hier en daar wat nieuwe elementen.

Maar fundamenteel moet ik zeggen dat die studie mij weinig fundamenteel nieuwe inzichten heeft gegeven. Is dat bij u wel het geval? Hebt u daar dingen uit gehaald waar u echt mee verder kunt, dingen die u het inzicht hebben gegeven dat u uw collega’s in de meerderheid kunt overtuigen om snel te beslissen?

We zitten hier niet in het federaal parlement, maar ik stel me toch vragen bij de houding van minister Marghem. Ze is er nu natuurlijk niet bij, dus ik ga er niet te veel over zeggen, maar ik vind wel dat ze weinig vertrouwenwekkende maatregelen neemt. Nu blijkt weer dat ze een bepaalde studie zou hebben achtergehouden. Ik geloof natuurlijk niet zomaar alles wat in de pers staat – daarom zeg ik ‘zou hebben achtergehouden’. Maar is dat zo? Beschikt u over die studie? Gaat u erachteraan? Als we niet alle elementen op tafel hebben, is het natuurlijk moeilijk om te beslissen. En wat we natuurlijk kunnen missen, is dat we een beslissing nemen en dat het dan pas op tafel wordt gegooid, waardoor alles weer overhoop wordt gehaald. Dat kunnen we missen als kiespijn. Die studies die zogezegd zouden worden achtergehouden, beschikt u daarover? Of hebt u er zicht op wanneer u die zult krijgen?

De fundamentele vraag gaat natuurlijk over het tijdspad. Wanneer zal deze Vlaamse Regering op een vrijdag landen? Welke vrijdag ziet u daarvoor als de meest geschikte? Het is bijna Pasen, dus misschien is Goede Vrijdag wel een goed moment. We kunnen nog wel een paar weken wachten. Welk tijdspad schuift u naar voren?

De heer Gryffroy heeft het woord.

Het is logisch dat ik vorige week gereageerd heb op het feit dat de studie niet onmiddellijk werd vrijgegeven. De minister heeft bevestigd dat hij dat ook absoluut ‘not done’ vond. Dat is ook logisch. Er is een minister die een ‘sortietje’ doet bij één bepaalde Franstalige krant en daar een getal poneert dat zelfs niet terug te vinden is in de studie. Die 15 euro per gezin vind ik niet terug in de studie. Men wil dus een bepaalde toon zetten, zonder het rapport vrij te geven. Dat is absoluut ‘not done’.

Een nul meer of minder, dat is natuurlijk pijnlijk. De reactie van Albrecht was ook: het meest realistische is die 900 miljoen euro als meerkost in de systeemkost. Eigenlijk is dat een bevestiging van wat ook in andere rapporten is gezegd, zowel de bovengrens als de ondergrens. Je zit dus altijd in diezelfde vork te werken.

De beslissingen die uiteindelijk genomen zullen moeten worden, zullen niet genomen worden door professoren, maar zullen politiek genomen worden: wat doe je met die meerkost? Waar leg je die? Dat zijn politieke beslissingen die genomen moeten worden. En er moet ook aangeduid worden in een energiepact waar men naartoe wil gaan.

Wat ik er ook uit geleerd heb, is dat er nogal wat kennis aanwezig is in Vlaanderen, maar dat die zeer gedefragmenteerd is. Daarom herhaal ik mijn oproep omtrent dat monitoren, dat zo nodig is: permanente monitoring, die ervoor zorgt dat die gedefragmenteerde kennis samenkomt. Dat gaat over verbruiksprofielen, dat gaat over hoeveel hernieuwbare energie er geproduceerd wordt enzovoort. Je voelt dat duidelijk. De ene moet het vragen aan de andere, die moet het dan ook weer vragen, men zit in driehoekjes te werken enzovoort. Je kunt erover discussiëren of die monitoring ook de prijs moet gaan controleren, maar ik denk dat die studie over twee jaar ongeveer dezelfde cijfers zal geven. Die systeemkost verandert niet plots op twee jaar tijd. We weten dat die gascentrales meer CO2 zullen uitstoten. Dat zal over twee jaar niet veranderen, tenzij je plots centrales gaat uitvinden met een rendement van 120 procent, maar dat bestaat niet.

Wat er wel zeer sterk gemonitord moet worden, is ons vraagprofiel, zowel in load als in uren, dus terawatt en terawattuur. Je moet ook monitoren hoever je staat met bijvoorbeeld je vergunningstrajecten, met je CRM-aanvraag (Customer Relationship Management) ten overstaan van Europa. Want dat wordt op een bepaald moment wel de bottleneck om te zien of je er in 2025 komt of niet. Daar moet je dan inderdaad tijdig een oplossing voor vinden.

Ik denk dat dat in het kort het debat is waar we nog altijd voor staan. We kunnen dat uiteraard nog heel uitvoerig doen, maar ik denk dat dit volstaat.

De heer Tobback heeft het woord.

Bedankt, minister, voor uw passionele betoog, dat ik zo goed als honderd procent kan onderschrijven. Het gebeurt niet vaak dat je dat vanuit de oppositie kunt zeggen.

Ik kan heel ver meegaan in uw betoog, voornamelijk op het einde, wanneer u zegt dat u liever in het koppeloton van Europa rijdt dan achteraan te bengelen en te moeten lossen ten opzichte van anderen. Dat steun ik voor tweehonderd procent. Ik denk alleen dat u daarmee, en met een aantal andere van uw passionele betogen, een beetje een probleem hebt in uw Vlaamse Regering, al was het maar omdat die laatste uitspraak vierkant ingaat tegen het afschuwelijke principe dat in uw regeerakkoord staat, namelijk dat men niet aan ‘gold plating’ gaat doen en dat we dus nooit verder zullen gaan dan onze absolute Europese verplichtingen, ‘want stel je voor dat we zouden vooroplopen’. (Opmerkingen van minister Bart Tommelein)

Dat is net hetzelfde, minister. Ik sta aan uw kant in dezen. Ofwel kiezen we ervoor om toekomstgerichte keuzes te maken, onze nek uit te steken, vooruit te lopen, ambitie te hebben, ofwel zijn we de angsthazen die inschrijven dat we toch nooit meer gaan doen dan het absolute minimum dat we moeten doen, ‘want stel je voor dat we zouden riskeren van onze nek uit te steken’. Maar dat laatste is natuurlijk wel wat er in uw regeerakkoord staat. Ik denk dat dat de discussie hier en het probleem waar u voor staat, samenvat. Het zijn heel mooie woorden. Kennedy zou het bijna niet beter gezegd kunnen hebben. Maar de daden blijven wel een beetje achter.

Ik denk dat het weinig zin heeft om met collega Sintobin de discussie aan te gaan. Hij is misschien niet de lobbyist van de kernenergie, maar hij is in elk geval de lobbyist van de angst: we moeten voornamelijk de mensen schrik aanjagen dat het allemaal gaat mislopen, want dan moeten we niets doen, in welk geval het uiteindelijk natuurlijk ook zal mislopen.

De meest hilarische opmerking die ik hier gehoord heb, was toen er daarnet gezegd werd dat we echt niet weten wat er met wind en zon gaat gebeuren over tien jaar. Stel je voor dat de zon over tien jaar niet meer schijnt en dat de wind niet meer waait. In dat geval, collega Sintobin, zal het bestaan van kerncentrales of gascentrales het minste van onze problemen zijn. In het andere geval slaat wat u zegt, eigenlijk op niets. U bent gewoon de lobbyist van de schrik en u probeert te profiteren van het angst aanjagen van mensen, en eigenlijk met de meest absurde argumenten. Want als er nu één ding is dat de afgelopen decennia alleen maar verbeterd is, is het juist de manier waarop we gebruik kunnen maken van zon en wind en andere duurzame bronnen om energie op te wekken. Dus als er nu één zekerheid is, is het dat dat vooruit zal gaan. Maar goed, het blijft mij verwonderen.

Ik wil ook even verwijzen, minister, naar de studie van het Planbureau, om op een zeer raar iets te wijzen. Het stond vandaag nog ergens in een krant, dat het openhouden van de kerncentrales aan ENGIE, de eigenaar daarvan, ongeveer 800 à 850 miljoen euro zou opbrengen, terwijl het aan de producenten en de investeerders in hernieuwbare energie honderden miljoenen zou kosten. Het rare is dat degene die echt winst zal boeken, honderden miljoenen winst, betaald door de Vlaamse klanten, een Frans bedrijf is. En bij degenen die honderden miljoenen verlies zullen lijden door het langer openhouden, zitten toch een aantal niet onaanzienlijke Vlaamse en Belgische bedrijven en investeerders. Het is een eigenaardige paradox dat de twee partijen die zich zo Vlaams noemen, het Blok en de N-VA, eigenlijk systematisch degenen zijn die onrust proberen te stoken en proberen te eindigen bij een situatie waarbij het voornamelijk een Frans bedrijf is dat honderden miljoenen aan Belgisch belastinggeld en geld van de Belgische klanten gaat wegnemen, terwijl een aantal andere, Vlaamse, nieuwe investeerders verlies gaan leiden. Ik zou daar toch graag, zowel van de heer Gryffroy als van de heer Sintobin, ooit eens de uitleg over horen, over hoe consequent ze dat nu vinden.

Minister, ik wil me aansluiten bij de vraag van collega Danen. Hoever staat het nu? Dat is toch wel een terechte vraag. Wanneer gaat het nu gebeuren in die Vlaamse en die Federale Regering? Want uw verhaal is mooi, maar het mag wel geen verhaaltje blijven. U vertelt het al lang. U vertelt het iedere keer opnieuw met des te meer overtuiging. Maar het resultaat is wel nog altijd hetzelfde.

De heer Schiltz heeft het woord.

Het is toch belangrijk om de huidige discussie een beetje in het kader te plaatsen waar ze in thuishoort. Mijnheer Sintobin, ik heb in uw betoog gehoord dat u een steen werpt naar minister Marghem. Ik stel voor dat u die steen eerst doorgeeft aan uw federale collega’s, zodat daar het debat over het functioneren van mevrouw Marghem kan worden gevoerd. Hoe graag ik dat ook zou doen, dat is hier niet op zijn plaats.

Mijnheer Sintobin, u zegt dat het hier slecht geschreven theater is. Als u het zoeken en het verfijnen van een richtsnoer dat ons toekomstig energiebeleid vorm moet geven, dat een handvest is voor het energiebeleid van de komende legislaturen, van de komende generaties, slecht theater wilt noemen, dan doet u maar, maar ik zie het anders. Als we het dan toch over theater hebben, het is duidelijk dat u het programma van het huidige scenario niet goed hebt gelezen. De titel van het scenario is ‘Een energiebeleid voor de toekomst’ en niet ‘Het energiebeleid van het verleden’, want het enige dat ik u hoor doen, is zeuren over het verleden. Zal ik u eens iets zeggen? Wat die CO2-uitstoot betreft, en dat zou u toch eigenlijk al moeten weten ondertussen, en als u het nog niet wist, dan had u het vanmorgen in De Standaard kunnen lezen, gascentrales en energiecentrales vallen onder het Europese emissiehandelssysteem, met een eigen reductietraject. Daar betaalt de vervuiler voor wat hij uitstoot, en met dat geld wordt de uitstoot door de overheden op andere plaatsen of op andere manieren gecompenseerd. Jos Delbeke himself, onze sterke man in Europa wat klimaat betreft, stelt het superhelder, ik zou het niet helderder kunnen stellen, wanneer hij zegt dat het bouwen van gascentrales geen impact heeft op het halen van de CO2-doelstellingen van België in Europa. Het staat er zo, mijnheer Sintobin.

Ik zal u verder loodsen door het programma van het scenario waarover de andere collega’s hier discussiëren en elkaar proberen te vinden. Het gaat over een wet van 2015, die de kernuitstap vooropstelt. Het staat er zwart op wit zo in. Het gaat over het sluiten van een energiepact om die wet te doen dragen tot in de toekomst en daar de juiste beleidsdaden uit te kunnen halen. Het gaat om de vraag van een aantal partijen om bijkomende becijfering, en nondedju, als ik een energiebeleid zou moeten uitschrijven – ik moet het vandaag niet doen, het is aan minister Tommelein en anderen –, dan zou ik toch ook wel willen weten wat de cijfers zijn. Als we in de vierde of de vijfde industriële revolutie aan het stappen zijn, in een van de belangrijkste industriële omwentelingen van onze tijd, dan zou ik toch ook wel willen weten waar de kosten liggen, waar de baten, de lusten vallen en hoe we ervoor kunnen zorgen dat zo veel mogelijk mensen, wat zeg ik, dat iedereen mee is in die transitie. Dat wil zeggen: niet blind alle kosten zomaar op de zwakste consumenten laden, niet zomaar uzelf uit de markt prijzen omdat uw energieprijzen te hoog zijn en niet zomaar een gat slaan in uw begroting. Dat lijkt me de evidentie zelve.

Wel, die bijkomende becijferingen zijn er nu. Ik hoor sommige mensen vragen wat ze nu eigenlijk hebben geleerd uit die studies en zeggen dat die toch niet zo sterk verschillen van die vorige. Ik ben zeer tevreden dat die studies niet zo sterk verschillen van de vorige. Dat wil zeggen dat er toch min of meer een zekere consensus is, dat we eindelijk een beetje een vork hebben wat de cijfers betreft en de haalbaarheid van het scenario dat in het pact naar voren wordt geschoven. Met andere woorden, misschien was het vorige pact voor sommigen een hypothese, maar hoe gaat het in de wetenschap, een hypothese wordt getest en als de uitkomst daarvan een bevestiging is van die hypothese, dan heb je toch al een gegronde basis om verder op te bouwen.

Mijnheer Sintobin, u had het over angst: het gaat allemaal kosten, de prijzen gaan de pan uit swingen, het is allemaal niet mogelijk, het is ocharme weer de kleine Vlaming die ervoor zal moeten betalen. Weet u welk element ik soms in de discussie mis? Ik wil zeker geen mensen bang maken, maar vandaag de dag draait onze economie voor de helft van haar energie op elektriciteit die komt van twee sites, geconcentreerd. De wereld van vandaag is er niet meer een waarin landen tegen elkaar ten oorlog trekken. De spanningen in de wereld vertalen zich op andere breuklijnen. Terrorisme is een realiteit. We moeten daar niet flauw over doen. We veranderen onze veiligheidsdiensten, de manier waarop het leger werkt. Dat is ook een maatschappelijke evolutie, helaas, waaraan we het hoofd moeten bieden. Eerlijk gezegd, als u het over veiligheid wilt hebben, dan heb ik veel liever een gedecentraliseerd systeem, dat niet met een paar welgemikte bommen om zeep kan worden geholpen. Wanneer dat zou gebeuren, dan is de impact daarvan, hoe klein het risico ook, apocalyptisch. Nog een extra argument, mijnheer Sintobin, om te stoppen met te proberen de kernuitstap tegen te houden. En dan nog een economisch argument.

Uit die studies blijkt ook zeer duidelijk de impact voor de producenten. Minister, ik ben heel blij dat u dat hebt aangehaald. Het is heel duidelijk dat, als we 2 gigawatt nog wat langer aanhouden, de winsten dan vooral terugvloeien naar de producent van die 2 gigawatt, en niet naar de consument. Mijnheer Sintobin, ik heb in mijn carrière in het federale parlement gevochten als een klein leeuwtje om eindelijk de ‘windfall profits’ van de kerncentrales terug naar de belastingbetaler te laten vloeien, ik heb ervoor gevochten om de buitenproportionele voordelen die die producenten hadden afgeroomd, terug naar de belastingbetaler te krijgen en te gebruiken voor energiebeleid. Collega Tobback was toen mee getuige van de historische gevechten over de nucleaire rente. Dat is allemaal niet simpel geweest. We zijn er dan eindelijk geraakt, en wat ik u nu eigenlijk hoor zeggen is ‘weet u, eigenlijk is dat wel tof dat die mannen van ENGIE die nucleaire oude koe nog wat langer kunnen uitmelken voor hun eigen profijt, en als die koe dan een infuus nodig heeft, dan bellen we eens eventjes naar de Vlaamse en de federale belastingbetaler om er nog wat geld tegenaan te gooien’. Men belt naar de Vlaamse en Belgische consumenten om te veel te betalen voor hun energie, en waarom? Opdat die uiteindelijk nóg meer zou moeten betalen om uw en-en-enscenario te doen. Mijnheer Sintobin, er is niet zoiets als een en-en-enscenario. In de politiek maak je keuzes. Dat is waar het Energiepact over gaat: de keuze voor de omslag naar hernieuwbare energie, om dat op een zo betaalbaar en efficiënt mogelijke manier te doen. Als het vandaag gaat over die studies, dan ben ik zeer tevreden dat die studies uitwijzen dat het pact helemaal zo gek nog niet was. Er kan absoluut worden gefinetuned, mijnheer Gryffroy. Monitoring zal een belangrijke plaats moeten krijgen: goed in de gaten houden hoe alles verloopt, dat alles volgens plan verloopt, bijsturen als het nodig is, maar met het juiste doel voor ogen.

Mijnheer Tobback, ik weet het wel, wij hebben samen over die klimaatresolutie onderhandeld, met alle partijen, behalve met het Vlaams Belang. Dat was niet zo eenvoudig. We hebben een aantal meningsverschillen. Dat is ook gezond in een democratie. En die goldplating, ja, die goldplating … Er is inderdaad absoluut niks mis met af en toe eens vooroplopen, zeker in innoverende sectoren, waar je meerwaarde kunt realiseren voor je lokale economie. Dat is zeker waar. U kunt me echter niet verwijten dat ik een beetje voorzichtig ben als dat uit uw mond komt, als we ondertussen een liberale minister hebben verloren, als we ondertussen met man en macht hebben moeten vechten om het dure budgettaire subsidie-infuus van de hernieuwbare energie uit het verleden op te kuisen, om opnieuw een meer economisch gedragen hernieuwbare-energiebeleid op te zetten. Dan zeg ik dat ik daarnaar wil kijken, waar we kunnen vooroplopen. Er is inderdaad een mogelijkheid. Er zijn tal van ondersteuningsmechanismen, innovatiefondsen die ertoe bijdragen dat wij inderdaad op een aantal punten kunnen vooroplopen. En inderdaad, de kernuitstap zal ruimte bieden om de omslag naar hernieuwbare energie betaalbaarder, sneller en innoverender te kunnen maken. Op de manier zoals de minister heeft geschetst, met ook een sterke economische marktdrive, zullen we hopelijk over een aantal jaren een voorloper worden op dit gebied.

– Bart Nevens treedt als voorzitter op.

De heer Bothuyne heeft het woord.

Voorzitter, het is goed dat er hier over het Energiepact wordt gesproken, maar het zou natuurlijk nog beter zijn, mocht er daadwerkelijk een akkoord zijn tussen onze regeringen en de energiesector over die toekomstvisie, die broodnodig is. De studies die vorige week zijn gepubliceerd, bevestigen immers inderdaad wat we eigenlijk allemaal al lang weten. Ze bevestigen ook de uitgangspunten van zowel het Vlaamse als het federale regeerakkoord. Ze bevestigen de uitgangspunten van de resoluties van dit parlement. Het is wat ons betreft dus echt hoog tijd om te beslissen. Een Goede Vrijdagakkoord kan wat ons betreft perfect in die lijn liggen. Wat immers ook heel duidelijk naar voren komt, is dat elk uitstel van een beslissing ons geld kost. Elk uitstel in elk scenario kost ons geld. Bij de bouw en uitbouw van eventuele nieuwe gascentrales wordt het moeilijker als we langer wachten met het nemen van beslissingen. Zelfs voor diegenen die nog dromen van het eventueel verlengen van een of meerdere nucleaire centrales, is uitstel nefast, want de onderhandelingspositie, die sowieso al heel slecht is, om nog een nucleaire rente te verkrijgen, wordt daarmee nog verder ondergraven.

Hoe dan ook zijn er dus beslissingen nodig. De studies liggen allemaal in dezelfde lijn. Collega Gryffroy, u had het over gedefragmenteerde kennis. U bedoelde waarschijnlijk gefragmenteerde kennis, versplinterde kennis. (Opmerkingen van Andries Gryffroy)

De kennis is wel degelijk aanwezig om tot beslissingen te komen. Het is belangrijk om correcte informatie te geven aan zowel consumenten als kiezers. Ik heb in partijblaadjes gelezen dat met een kernuitstap de energiefactuur met 40 procent zou stijgen. Ik roep mijn collega’s op om in dit debat correcte informatie te verspreiden: een stijging met 40 procent vind ik in geen enkele studie terug.

Eigenlijk is alles dus al voorhanden om beslissingen te nemen. Minister, ik roep u op om die beslissing ook effectief te nemen in overleg met de federale en andere regeringen. Er is ook al voorzien in de monitoring waar iedereen voor pleit. In het federale regeerakkoord van 2014 staat een heel duidelijke paragraaf over monitoring. Op basis daarvan kunnen we die in de toekomst uitwerken.

Het debat gaat hier voornamelijk over federale bevoegdheden, zoals de kernuitstap, gascentrales, en dergelijke meer. We mogen niet vergeten dat een belangrijk onderdeel van de tekst van het Energiepact en van onze toekomst inzake energievoorziening een Vlaamse bevoegdheid is. Hernieuwbare energie komt hier heel regelmatig ter sprake, maar energiebesparing en energie-efficiëntie is een nog veel belangrijkere bevoegdheid en ook daar zit een groot potentieel om de factuur voor de Vlamingen te verlagen. Minister, ik roep u dus op om, meer nog dan vandaag, daar werk van te maken.

Minister Tommelein heeft het woord.

Minister Bart Tommelein

Ik dank u voor uw reacties. Ik zal ze chronologisch behandelen. Mijnheer Sintobin, ik begin met uw opmerkingen over de ecologische impact. Wat mij stoort aan heel dit verhaal, is dat men doet alsof kerncentrales duurzaam en heel veilig zijn. Er mogen 100 studies verschijnen, maar daarvan zult u mij niet overtuigen. Er wordt een verhaal opgehangen van duurzaamheid en milieuvriendelijkheid en het feit dat kerncentrales uiteraard geen CO2 uitstoten, om te doen alsof ze de meest veilige en duurzame instrumenten zijn om energie te produceren. Daar zult u mij nooit van overtuigen, evenmin als mijn coalitiepartners.

U hebt mij ook nooit horen zeggen dat ik houtkachels zou verbieden. Ik heb gezegd dat ik ze niet zal stimuleren. Het is duidelijk dat we daar met de Vlaamse Regering nog altijd geen officieel standpunt over hebben ingenomen wat betreft de visienota. Ik kom daar straks nog op terug.

Mijnheer Danen, u vroeg mij om een ranking te maken van de elementen betaalbaarheid, duurzaamheid, bevoorradingszekerheid en veiligheid. Als dat aan de orde was, dan zou dat in het regeerakkoord zijn gebeurd. Het is niet aan mij om te zeggen dat het ene belangrijker is dan het andere. Iedereen moet met elk van die vier elementen rekening houden. Ik ben onlangs naar de Verenigde Arabische Emiraten gereisd en mijn ambtsgenoot van energie van de VAE somde voor mij de voorwaarden op van een goed energiebeleid: raar maar waar, dat waren precies dezelfde elementen. Ik maak dus geen ranking. Uiteraard weet ik dat er zaken die voor de mensen belangrijk zijn en mensen mogen individueel wel een rangschikking voor zichzelf maken. Ik heb daar ook een persoonlijke mening over, maar ik zal die niet opleggen aan alle Vlamingen.

Ik ga de discussie pro of contra nucleaire centrales hier niet voeren, dat is hier niet de plaats waar dat moet gebeuren. Hier, op het Vlaamse niveau is wat mij bezighoudt de toekomst van hernieuwbare energie. Als het argument klopt dat kerncentrales properder zijn, dan had men er twintig jaar geleden nieuwe moeten plaatsen. Dat is niet gebeurd. Wat voor mij belangrijk is, en dat geldt voor iedereen, zijn de cijfers over hernieuwbare energie.

– Tinne Rombouts treedt als voorzitter op.

Minister Bart Tommelein

Ik heb al een paar keer horen vallen dat we onze rekeningen moeten maken over hernieuwbare energie. Welnu, die cijfers zijn er en die rekeningen zijn gemaakt. We hebben een energieplan, een zonneplan, een windplan, een warmteplan, en het Vlaams Energieagentschap heeft ook duidelijk gemaakt wat de realistische cijfers zijn voor de toekomst. Dat rapport heb ik aan minister Marghem bezorgd. Ik hoor hier zeggen dat dit is wat de gewesten moeten doen. We weten inderdaad wat we moeten doen, en daar ben ik ook mee bezig, met wat wij moeten doen. U kunt mij tien keer vragen wat ik vind van mevrouw Marghem, maar ik zal daar niet op antwoorden en zeker niet als ze er niet bij is. Alle partijen die hier aanwezig zijn, hebben ook vertegenwoordigers in het federale parlement en daar moeten ze de discussie voeren op dat vlak.

Er waren vragen over het tijdspad. Dat is voor mij heel duidelijk: zo snel mogelijk. De heer Gryffroy heeft in zijn betoog heel duidelijk gemaakt dat het inderdaad dringend moet gebeuren. Mijnheer Tobback, ik wil niet aan goldplating doen. U probeert dat mooi te verwoorden, maar u weet dat goldplating te maken heeft met de omzetting van EU-richtlijnen. Dat is hier niet aan de orde. Dat doet hier niet ter zake want het gaat om investeringen in de toekomst en dat heeft niets met goldplating te maken. Het heeft te maken met investeringen in de samenleving, in de economie, in energie en in het klimaat. En dan kunnen we, wat mij betreft, inderdaad niet ver genoeg gaan. In dat peloton wil ik wel aan de kop rijden. Af en toe rij ik misschien wel als tweede of derde, zodat ik niet te veel wind vang, maar ik wil wel als eerste over die meet. De eerste over de meet wint de wedstrijd, en dan krijgt hij inderdaad goud.

In mijn eerste reactie heb ik al gezegd dat het federale niveau nu aan zet is. Mijnheer Gryffroy, ik geef u gelijk: we moeten dat goed monitoren. We moeten goed weten waar we de komende jaren mee bezig zijn om de toekomst mogelijk te maken. Dat is nu juist de uitdaging: we moeten niet vertrekken van wat vandaag is of van wat was. De vraag is: waar willen we naartoe? Dat is o zo moeilijk in de politiek: een verhaal kunnen vertellen over wat er moet veranderen en zeggen wat we daarvoor zullen moeten doen. We moeten inderdaad die factuur in de gaten houden, ervoor zorgen dat de duurzaamheid niet in het gedrang komt, de veiligheid respecteren en uiteraard mag het licht niet uitgaan. Niemand vraagt dat het licht zou uitgaan, en dat zal ook niet gebeuren.

De verwarring die af en toe bestaat tussen ‘systeemkost’ en ‘factuur’ blijft aan de orde. Zullen de cijfers gelijk blijven? Mijnheer Gryffroy, u weet ook dat hoe langer u wacht, hoe duurder het allemaal zou kunnen worden. U legt terecht de vinger op de wonde: we moeten beslissen waar we flexibele installaties plaatsen. We moeten daarvoor vergunningen uitreiken, we moeten die gascentrales aanmelden en we moeten dat ondersteuningsmechanisme bepalen. We moeten dat niet doen in 2025. Het is geen vijf voor twaalf, maar het begint al langzamerhand na twaalven te worden. We moeten dat nu doen, en iedereen weet dat. Daarvoor dient dat Energiepact. Het had de bedoeling om met de nodige moed te zeggen wat we nu moeten doen om een aantal dingen mogelijk te maken. Ik zit helemaal op de lijn van mijn N-VA-collega op dat vlak als hij zegt dat we dat strak moeten monitoren, niet alleen het flexibel installatiesysteem, maar ook de productie van en de investeringen in hernieuwbare energie. Mijnheer Sintobin, het gaat niet over wat er vandaag staat of wat er morgen zal staan, maar over wat er binnen vijf of tien jaar moet staan. Dat is belangrijk.

Nog een klein maar belangrijk element. Ik ben het niet helemaal met u eens, mijnheer Gryffroy, dat er niets zal veranderen aan de CO2-uitstoot. Iedereen is op de hoogte van het ETS-systeem (emissions trading scheme), iedereen weet dat men daar rekening mee moet houden. Iedereen weet dat Europa toelaat dat er bijvoorbeeld flexibele gasinstallaties worden geplaatst om ervoor te zorgen dat in andere Europese lidstaten een aantal nog meer vervuilende systemen kunnen verdwijnen. Dat is een Europese regeling.

Het is absoluut duidelijk dat de productie via gascentrales niet tot de doelstellingen behoort van de vermindering van de CO2-uitstoot. We moeten daar niet hypocriet over doen. Uiteraard zullen die gascentrales – in het begin althans – meer CO2 uitstoten dan een kerncentrale. We hebben dan wel één voordeel: er is geen kernafval. Maar we houden veel te weinig rekening met innovatie, we houden er te weinig rekening mee dat er binnen afzienbare tijd wel captatie van CO2 mogelijk is in gascentrales. We houden er veel te weinig rekening mee dat gascentrales ook al op synthetisch gas kunnen draaien. We houden er veel te weinig rekening mee dat ook biogas aan bod kan komen. Wij houden altijd veel te weinig rekening met innovatie, vernieuwing en vooruitgang van de technologie.

Een studie heeft dat onlangs nog bewezen: in de jaren 2000 was er een werkgroep die voorspellingen deed op het vlak van hernieuwbare energie, en ze zaten er glad naast, ze waren veel te conservatief, ze hadden dat veel te laag ingeschat. De wereld staat niet stil, integendeel, de wereld gaat vooruit. Om dat lang verhaal kort te maken, mijnheer Gryffroy: ik denk dat we heel duidelijk moeten zijn en dat we elkaar kunnen vinden. We moeten beslissingen nemen, zeker wat betreft de monitoring en wat we nu wel degelijk gaan doen.

Mijnheer Tobback, nog een bedenking: niet alleen het Vlaams Belang en de N-VA claimen het etiket ‘Vlaams’. Bij mijn weten zit u in een van de weinige partijen die het woord ‘Vlaams’ niet in de partijnaam hebben. Bij CD&V staat de V achteraan voor ‘Vlaams’ en bij Open Vld zit er ook nog een V in, en die staat ook voor ‘Vlaams’. Wij zijn ook een Vlaamse partij en ik ben de Vlaamse viceminister-president.

Mijnheer Schiltz, ik denk dat u groot gelijk hebt: als iemand minister Marghem wil aanspreken, moet dat morgen maar in de Kamer gebeuren. Daar zitten ook vertegenwoordigers van alle partijen die hier zitten. Dit hoeft hier niet te gebeuren. U hebt terecht gezegd dat er een ETS-systeem bestaat. Ik heb de indruk dat sommigen die uitspraken doen over heel deze problematiek, niet willen weten dat dat bestaat. Zelfs vooraanstaande sprekers in heel deze discussie laten dat blijkbaar zeer graag aan de kant liggen, net zoals ze de nucleaire onveiligheid graag aan de kant laten liggen.

Mijnheer Bothuyne, ik ben natuurlijk wel Vlaams, maar niet echt een vooraanstaande katholiek zoals u. Goede Vrijdag zegt u waarschijnlijk iets meer dan mij. Als het aan mij ligt, mag dat nog tijdens de vasten. Ik heb geen probleem om een akkoord of het Energiepact af te sluiten met halfvasten. Voor mij hoeft dat niet na de vastenperiode te zijn. (Opmerkingen van Bruno Tobback)

Wie weet, mijnheer Tobback, wordt het akkoord wel definitief afgesloten op 1 mei en dan hebben we ook uw hoogdag weggekaapt, bij wijze van spreken. (Gelach)

Mijnheer Bothuyne, we hebben het Energiepact uiteraard nodig om aan de toekomst te werken en om de richting, de doelstellingen, van de gewesten en het federale niveau op elkaar af te stemmen. Er bestaat ook nog zoiets als een Vlaamse energievisie, die is goedgekeurd, die werkt en wordt uitgevoerd. We hebben de Stroomversnelling. We hebben het Energiepact niet nodig om te doen wat we moeten doen: energie besparen en efficiënt zijn. Ik denk dat het duidelijk is dat we dat moeten doen.

Ik denk dat het federale niveau aan zet is, dat er op het federale niveau nu moet worden beslist. Wat mij betreft, zodra de federale overheid effectief de beslissing heeft genomen naar aanleiding van die studies…

Mijnheer Sintobin, u schudt van neen. Als de federale minister studies bestelt, zal het federale niveau moeten beslissen wat ze moeten doen. Als het federale niveau beslist heeft wat ze zullen doen met de bedenkingen die men heeft op de wet die men zelf heeft goedgekeurd in 2015, dan pas zal Vlaanderen zeggen wanneer we gaan afronden met het Energiepact. Dat is de timing die ik voor ogen heb.

U mag van mij niet verwachten dat ik het ermee eens kan zijn dat het federale niveau nog wat tijd wil kopen en studies bestellen en dat Vlaanderen ondertussen maar moet beslissen. U weet zeer goed dat in de twee regeringen de N-VA de grootste partij is en dat zij samen met ons tot oplossingen zal komen. Tot spijt van wie het benijdt.

Wat ook de houding en de standpunten zijn, ik denk dat iedereen een oplossing wil en wil dat er een beslissing wordt genomen.

Maar laat me eerst op enkele collega's reageren. Ik stel vast dat vooral de heer Gryffroy waarschijnlijk instructies gekregen heeft om zich vandaag wat op de vlakte te houden, want zijn tweets en andere berichten op sociale media van de afgelopen dagen – en als ik lees en hoor wat zijn federale collega Wollants over dit dossier denkt – zijn heel wat anders dan wat hij vandaag in zijn heel korte – voor zijn doen – tussenkomst heeft gezegd.

Mijnheer Tobback, uw houding ten aanzien van het Vlaams Belang is zo ontzettend jaren tachtig. Ik ben niet de lobbyist van de angst, ik ben de lobbyist van het gezond verstand. Inzake uw onnozele verwijzing naar mijn tussenkomst wat zon en wind betreft, stel ik voor dat u alle krantenartikels en -commentaren leest, onder andere van professor Albrecht. De resultaten wat zon en wind betreft zijn in de toekomst onvoorspelbaar. Zo zijn er nog zaken en elementen in dit dossier die onvoorspelbaar zijn. Wat energie betreft, is het soms moeilijk om beslissingen te nemen.

Mijnheer Tobback, het feit dat u blijkbaar een Vlaams argument gebruikt om mij te overtuigen, is weinig of niet geloofwaardig. (Opmerkingen van Bruno Tobback)

Mijnheer Schiltz, u beweert nu plotseling dat gascentrales geen impact zouden hebben op – als u even wilt luisteren, mijnheer Tobback – de klimaatdoelstellingen. U zou beter ook eens de tijd nemen om een aantal zaken door te nemen. Het is inderdaad zo, u hebt gelijk, net zoals andere collega's, dat er een keuze moet worden gemaakt. Ik ben het daar volmondig mee eens.

Als ik het debat hier zo'n beetje volg, ben ik voor sommigen de grote boeman. De grote boeman in dit dossier ben ik niet, de grote boeman zijn de anderen die deze beslissing uitstellen. Dat is juist mijn punt, minister.

Mijnheer Bothuyne, het heeft me sterk verwonderd, maar ik heb in voormalig premier Leterme plots een bondgenoot gevonden inzake ons standpunt.

Minister, het is inderdaad zo, er moet worden beslist. U zegt dat de federale overheid aan zet is, zij zeggen dat de gewesten aan zet zijn. U hebt trouwens in uw eerste antwoord gezegd dat de andere gewesten al een standpunt hebben ingenomen. Mijn vraag blijft: wat is het standpunt van de Vlaamse Regering? U zegt: dat komt er zo vlug mogelijk. We zullen afwachten.

Ik wil erbij zeggen dat de partijen van de Vlaamse meerderheid ook de federale meerderheid vormen. De standpunten liggen logischerwijze in dezelfde lijn. Ik hoop voor u dat er binnenkort een standpunt wordt bepaald door de Vlaamse Regering, maar u weet net zo goed als ik, het wordt niets zolang de grootste meerderheidspartij eigenlijk tegen uw visie ingaat. U kunt hier vandaag gemakkelijk wel tien keer zeggen dat u op dezelfde golflengte zit, het is eigenlijk aandoenlijk. U zit zogezegd op dezelfde golflengte als de heer Gryffroy, maar we weten allemaal dat het zo niet is. De toekomst zal het uitwijzen. Zodra het standpunt bepaald is, komen we er in deze commissie ongetwijfeld op terug.

De interpellatie is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.