U bent hier

De heer Landuyt heeft het woord.

Renaat Landuyt (sp·a)

Minister, van de 4000 klachten die in 2 jaar tijd zijn binnengekomen over dierenmishandeling in Vlaanderen, hebben er maar 235 geleid tot een veroordeling of zijn er maar 235 strafrechtelijk aangepakt. Dat is 6 procent van de klachten, wat een zeer laag percentage is. Wanneer een bepaald fenomeen niet strafrechtelijk wordt aangepakt, zijn er in de politiek traditiegetrouw twee reacties die mijns inziens een klein beetje verkeerd zijn.

Wanneer men dit leest, kan ik me voorstellen dat men in een klassieke politieke reactie zegt dat er meer politie nodig is en dat er zwaarder moet worden gestraft. De hele discussie is nochtans dat in de strafrechtelijke keten iedereen zijn job doet en werkt volgens de afspraken. Hier is een klassiek probleem dat de parketten op de diverse plaatsen de inbreuken inzake dierenmishandeling niet belangrijk genoeg vinden om een vervolging in te zetten. Wat altijd een probleem is geweest in onze democratie, is dat de procureurs, los van het parlement en van de regering, beslissen wat zij al dan niet belangrijk vinden. Er bestaat al een tiental jaren discussie over hoe men daar vanuit de democratie meer vat kan op krijgen.

Eigenlijk zijn wij in onze procedures al vergevorderd. Er bestaat een soort van overleg tussen de federale minister van Justitie en de procureurs-generaal om de prioriteiten minstens in een zekere samenspraak vast te leggen. Mijn stelling is altijd geweest dat de minister van Justitie verantwoordelijk is om de keuzes te maken omdat hij of zij democratisch wordt gecontroleerd en de procureurs in algemene richtlijnen en niet in individuele dossiers moet aansturen. Met de vorige staatshervorming hebben we een kleine stap voorwaarts gezet, in die zin dat wij ook zouden kunnen spreken van een Vlaams minister van Justitie. Het zou dan gaan over minstens één lid van de Vlaamse Regering die woordvoerder is voor de procureurs-generaal en die inzake Vlaamse wetgeving zou kunnen wijzen op bepaalde inbreuken die belangrijker zijn dan andere en die zouden moeten worden vervolgd. In het geval van onze regering kan de minister-president contact nemen met de minister van Justitie en de procureurs-generaal om aan te geven wat anders moet worden aangepakt. Wanneer we dit niet doen, vrees ik dat we terechtkomen in een klassiek verhaal waarbij een dierenpolitie wordt ingesteld en op Vlaams niveau zwaardere straffen worden opgelegd. Dat is eigenlijk ook al gebeurd in een vorige periode. Er zijn destijds afspraken geweest om de administratieve boetes te verhogen zodat de werklast van de parketten verlaagt en zij zich kunnen bezighouden met de echt serieuze zaken.

Nu vrees ik dat we in een volgende fase komen waarbij we vaststellen dat het hen nog altijd niet interesseert en ze zich er nog altijd niet te veel van aantrekken. Vandaar mijn dwingende vraag, minister, of u er al aan hebt gedacht om te overleggen met de minister-president over de vraag of dierenmishandeling deel uitmaakt van de discussie met de procureurs-generaal van België. Het is belangrijk dat zij daar meer belang aan hechten en dat beter aansturen. 235 dossiers op 4000 is weinig. Wij kunnen op het terrein ons best doen, maar blijkbaar is de top van de keten niet geïnteresseerd – dat is althans de indruk die wij krijgen.

Minister, hebt u dit probleem al besproken met minister-president Bourgeois zodat hij het kan aankaarten bij het college van procureurs-generaal?

Ik ben ook benieuwd naar het verdere verloop van het voorontwerp van decreet tot wijziging van de wet op de bescherming van het dierenwelzijn. Ik vermoed dat er ter zake een advies van de Raad van State in de lucht hangt.

Hoe kan nog efficiënter worden gewerkt, al begrijp ik dat het hoofdprobleem ligt bij de top van de keten? Zijn de procureurs-generaal en de Belgische minister van Justitie bereid om daar iets aan te doen?

De heer Engelbosch heeft het woord.

Jelle Engelbosch (N-VA)

Minister, mijn vraag ligt in lijn met die van de heer Landuyt, ik zal de cijfers dan ook niet herhalen. Het moet echter bijzonder frustrerend zijn, zowel voor u als voor de inspectiediensten Dierenwelzijn, dat er juridisch weinig of te weinig wordt gedaan met de inbreuken die worden vastgesteld. We lazen in de krant dat volgens federaal minister van Justitie Koen Geens, misdrijven vaker worden geseponeerd wanneer de eigenaar kan garanderen dat de toestand van de dieren verbetert. Ik begrijp dat een vervolging niet altijd nodig is en dat er andere maatregelen mogelijk zijn, maar de cijfers liggen toch wel verontrustend hoog.

Minister, u pleit zelf al geruime tijd voor strengere straffen, zeker inzake dierenmishandeling. Het verhogen van de maximumstraf van 6 naar 18 maanden is een interessante optie omdat mensen daardoor effectief in de gevangenis kunnen belanden, wat vandaag niet het geval is.

De kleinere zaken worden afgehandeld door de eigen inspectiediensten en leiden vandaag vaak tot boetes. Dat zorgt natuurlijk voor een ontlasting van de parketten die daar niet altijd prioriteit aan geven.

Naar aanleiding van deze cijfers heeft dierenwelzijnsorganisatie GAIA nog eens een oproep gedaan voor de oprichting van een volwaardige dierenpolitie. Per politiezone zou(den) een of twee politieagent(en) zich volledig moeten kunnen focussen op dierenwelzijn. In veel steden en gemeenten zoals mijn eigen stad zijn er al een aantal agenten die zich daar specifiek mee bezighouden. De lokale besturen kunnen daar dus hun verantwoordelijkheid in nemen. Wat echter de algemene problematiek betreft, heb ik een aantal vragen voor u, minister.

Denkt u dat een strengere strafmaat ervoor zal zorgen dat de dossiers minder vaak worden geseponeerd?

Is er een mogelijkheid om strenger te bestraffen vanuit de eigen inspectiediensten zodat er minder dossiers moeten doorvloeien naar Justitie en de dossiers die daar toch belanden, effectief serieus worden genomen? Vandaag belanden daar heel veel dossiers en wordt er aan de lopende band geseponeerd. Als er dus minder maar zwaardere dossiers binnenkomen, kan men niet anders dan die serieus te nemen. Misschien zit daar wel een mogelijkheid.

Hebt u overleg gepleegd over deze problematiek met de federale minister van Justitie? Zo ja, wat is er besproken?

Hoe staat het met de oprichting van een Vlaamse dierenpolitie?

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

De cijfers waarvan sprake uit 2015 van de federale minister van Justitie zijn inderdaad niet echt bemoedigend. We leveren vanuit Vlaanderen heel wat extra inspanningen voor dierenwelzijn en voor de aanpak van klachten en schendingen van de dierenwelzijnswetgeving. Het is dan ook frustrerend te zien dat die een beperkt gevolg krijgen op justitieel vlak.

In het verleden hebben we ervoor gezorgd dat er een onderscheid wordt gemaakt tussen de administratieve afhandeling en de behandeling door de parketten van de pv’s. In het verleden ging alles naar het parket, ook de kleinste inbreuken tegen de dierenwelzijnswetgeving, met als gevolg dat pv’s allerhande, van heel kleine inbreuken tegen de dierenwelzijnswetgeving tot zeer zware schendingen, zich daar opstapelden en er werden geseponeerd als gevolg van de immense workload.

We hebben dan een systeem ingevoerd van administratieve boetes waardoor niet alle dossiers nog bij de parketten terechtkomen. Tegenover de ontlasting van die parketten staat dat wanneer onze diensten nog pv’s doorsturen naar de parketten, wij verwachten dat die pv’s ook ernstig worden behandeld. Pv’s worden dus enkel nog naar het parket gestuurd bij de inbeslagname van dieren, bij ernstige gevallen van dierenverwaarlozing of -mishandeling, wanneer de administratieve boete niet wordt betaald, wanneer het parket heeft aangegeven dat ze het dossier willen opvolgen of dat ze al een dossier in behandeling hebben waar het pv op aansluit.

Dat systeem van administratieve boetes zorgt er in de eerste plaats voor dat ook kleinere overtredingen die vroeger massaal geseponeerd werden, niet onbestraft blijven. Op deze manier geven we dan ook een heel duidelijk signaal dat dierenwelzijn geen grap is maar dat we dit wel degelijk heel ernstig nemen. Daarnaast zorgt dit systeem voor een serieuze en effectieve ontlasting van de parketten en weten de parketten dat, als de Inspectiedienst Dierenwelzijn een dossier doorstuurt, het dan niet om een licht dossier gaat.

In 2016 werd zo voor 51 procent van de pv’s van de Inspectiedienst Dierenwelzijn een administratieve boete opgelegd. Het is dus wel duidelijk dat die 58 procent seponering zoals in de pers werd gemeld, niet geldt voor de pv’s opgesteld door de inspectiedienst. Ik denk dan ook niet dat het percentage seponeringen zal dalen door ook zwaardere dossiers administratief te bestraffen. Maar naast de pv’s opgesteld door de Inspectiedienst Dierenwelzijn, zijn er ook de pv’s van de politie. Die passeren niet langs de Inspectiedienst Dierenwelzijn maar gaan rechtstreeks en ongefilterd naar de parketten.

Ik heb de regeling geschetst van de administratieve afhandeling van de kleinere ingrepen door de Inspectiedienst Dierenwelzijn, maar die geldt niet voor de politie. Zij blijven de bulk ongefilterd doorsturen naar de parketten. Het is dan ook daar dat het grootste deel van de seponeringen zit.

Natuurlijk zou ik liefst hebben dat elke overtreding van de dierenwelzijnsregelgeving wordt bestraft. Daarom heeft minister-president Bourgeois, in zijn hoedanigheid van Vlaams minister van Justitie, op mijn vraag dierenwelzijn aangeduid als een van de Vlaamse prioriteiten voor het vervolgingsbeleid van de parketten. Dit heeft onder meer al geleid tot een betere samenwerking tussen de dienst Dierenwelzijn en de parketten. We hebben er ook voor gezorgd dat er een georganiseerd overleg is tussen de Vlaamse procureurs die dierenwelzijnsdossiers opvolgen en de dienst Dierenwelzijn. Ik dring erop aan dat er, wat de parketten betreft, altijd een aanspreekpunt is voor dierenwelzijn. Dat is nu bijna rond. Daarnaast willen we hetzelfde voor de politiezones: in alle politiezones in Vlaanderen moeten we een aanspreekpunt hebben voor dierenwelzijn. Die samenwerking is pril maar loopt. Ik ga er dan ook van uit dat die cijfers zullen verbeteren.

Het concreet overleg tussen de dienst Dierenwelzijn en de Vlaamse procureurs die deze dossiers opvolgen, lijkt mij een geschikter forum om afspraken over beleidslijnen voor de vervolging te maken dan contact op te nemen met de federale minister van Justitie.

Wat het voorontwerp van decreet betreft, wachten we nog op het advies van de Raad van State. Dat zou er normaal gezien over enkele weken moeten zijn. Ik geloof echter niet dat een verhoging van de strafmaat zal leiden tot minder seponeringen. Ik denk niet dat dat de reden is waarom de parketten bepaalde dossiers seponeren.

Het personeelsbestand van de Inspectiedienst Dierenwelzijn is vorig jaar uitgebreid met 60 procent. De aanwervingsprocedure heeft heel wat voeten in de aarde gehad, maar in augustus zijn de laatste nieuwe inspecteurs dan toch begonnen. Deze uitbreiding geeft de inspectiedienst heel wat meer slagkracht en past dan ook volledig in de evolutie naar een krachtdadig en meer proactief controleorgaan. Op die manier groeit de inspectiedienst uit tot een dierenpolitie die de naleving van de dierenwelzijnsregelgeving garandeert, voor alle groepen van dieren en bij alle soorten houders.

De heer Landuyt heeft het woord.

Renaat Landuyt (sp·a)

Minister, als ik u goed begrijp, dat bestaan die 4000 klachten waarvan er 235 leiden tot een veroordeling, uit 2 elementen: enerzijds de geselecteerde pv’s van de inspectiedienst die naar het parket gaan volgens de criteria die u hebt opgesomd, en anderzijds de ongefilterde politie-pv’s. Om een echte inschatting te kunnen maken, zou het interessant zijn om daar een beter onderscheid in te maken. Ik begrijp dat u dat nu niet kunt doen, maar het lijkt me essentieel. Wij spreken nu van 235 op 4000 klachten, maar van die 4000 zijn er volgens uw nuancering wellicht veel kleine pv’s van politiediensten die niet in het systeem zitten waarbij enkel serieuze zaken worden geverbaliseerd. Om de situatie goed te kunnen inschatten, lijken die cijfers me wel interessant. Ik hoop dan ook dat u die nog kunt bezorgen.

Intussen is er een systeem waarbij de prioriteit wordt bepleit vanuit Vlaanderen bij monde van de minister-president, huidig Vlaams minister van Justitie. Meer georganiseerd overleg zou moeten leiden tot een verbetering van de cijfers. Daar kunnen we maar op hopen. Naar het advies van de Raad van State tot slot kijken we hoopvol uit.

De heer Engelbosch heeft het woord.

Jelle Engelbosch (N-VA)

Minister, ik dank u voor uw antwoord. U maakt duidelijk dat er samenwerking en overleg moet zijn. We zitten met justitie en met de inspectiediensten en op lokaal vlak de politiediensten die pv’s doorsturen. Ik hoor in uw antwoord dat vanuit justitie prioriteit wordt gegeven aan de dierenwelzijnszaken. Het is belangrijk dat we die zaken warm houden en dat iedereen weet wat in Vlaanderen onacceptabel is en dat er steeds strenger wordt opgetreden. Het enige probleem, maar dat kan nog worden bekeken, betreft de politie die haar pv’s rechtstreeks en ongefilterd doorstuurt naar het parket. Vanuit de inspectiediensten worden enkel nog de serieuze zaken doorgestuurd waardoor de parketten weten dat het gaat over zaken die niet konden worden afgehandeld door de inspectiediensten. Daar komen dan alle pv’s van de politie bij, ook de kleinere zaken. Het is dan ook nodig dat er een filtering komt, ook vanuit justitie, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen de zaken die van de politie en van de inspectiediensten komen. Ik hoop dat die samenwerking in de toekomst nog beter kan en dat er nog een betere afstemming kan komen tussen justitie, inspectiediensten en politie.

Het is inderdaad zo dat de inspectiediensten zijn uitgebreid. Zij leveren zeer goed werk maar het is zaak dat zij gemotiveerd kunnen blijven omdat er een beleid is waarbij vastgestelde misdrijven worden vervolgd. Wanneer iemand zijn job met passie doet en de zaken vooruit wil helpen, is niets zo frustrerend dan te zien dat er geen gevolg wordt gegeven aan zaken die worden aangeklaagd.

Mevrouw De Vroe heeft het woord.

Minister, dierenmishandeling moet uiteraard worden bestraft. Het was mede op mijn aangeven dat ik mijn liberale collega Carina Van Cauter had gevraagd om eens dieper in te gaan op de cijfergegevens en na te gaan of de bestraffing als gevolg van de verhoogde controles in Vlaanderen daadwerkelijk gebeurt.

De cijfers zijn bekend. Ze stonden in de media. U bent er zonet dieper op ingegaan en u had het ook over de redenen voor de alsnog doorsturing naar het parket vanuit Vlaanderen. Verder zei u ook dat nu ongeveer 58 procent wordt geseponeerd, maar dat u verwacht dat dat cijfer in de toekomst zal dalen.

De heer Engelbosch heeft daarnet ook gezegd dat de pv’s van de politie nu nog ongefilterd en rechtstreeks naar de parketten gaan. U hebt aangegeven dat u verwacht dat het grootste percentage van de seponeringen daar ligt. Hebt u een gedetailleerd overzicht van de precieze redenen van die seponering? Het is immers belangrijk te weten dat echte mishandeling daadwerkelijk wordt bestraft. Ik ga ervan uit dat soms ook klachten onterecht, uit onwetendheid of in een heel kleine aantal gevallen als gevolg van een burengeschil, worden ingediend. Het zou in elk geval nuttig zijn om die redenen in een gedetailleerd overzicht te krijgen.

Ik wil ook nog even ingaan op het ongefilterd doorsturen door de politie van pv’s naar de parketten. Het is belangrijk dat er bij de politie een betere kennis komt op het vlak van dierenwelzijn – ongeacht of het effectief om dierenmishandeling gaat – of dat er een versterkte samenwerking komt met de Vlaamse instellingen. Minister, wat zult u doen om de samenwerking en de kennis bij de politie op het vlak van dierenwelzijn alsnog te verbeteren om ervoor te zorgen dat echte dierenmishandeling in de toekomst daadwerkelijk wordt bestraft?

Ik heb ook nog een vraag over inbeslagnames wanneer er een klacht komt bij landbouwers. Zij verdienen hun brood met dieren. Het gebeurt soms dat er klachten zijn over dieren die worden mishandeld, al dan niet bij landbouwers. Soms worden die dieren dan op een onterechte manier in beslag genomen, uit onwetendheid of om welke reden ook. Die mensen verdienen hun brood daarmee en dat is voor hen dan ook een grote kost. Minister, die landbouwers hebben altijd bedrijfsdierenartsen. Denkt u eraan om toekomstgericht, wanneer men wil overgaan tot een inbeslagname, die bedrijfsdierenarts te consulteren om onterechte inbeslagnames te voorkomen? Uit informatie die ik heb ontvangen, blijkt dat een dier soms wel in behandeling is of een ziekte heeft, maar dat door onwetendheid dat dier dat correct behandeld wordt door de boer, toch in beslag wordt genomen door de politie. Wat zult u daaraan doen?

De heer Nevens heeft het woord.

Bart Nevens (N-VA)

Minister, in het politiecollege is er regelmatig overleg met de procureur des Konings om een aantal prioriteiten op het lokale vlak vast te leggen. Het is misschien wenselijk om vanuit uw kabinet een soort omzendbrief te sturen waarin de inbreuken op dierenwelzijn prioriteit krijgen. In het verleden hebben we dat gedaan voor intrafamiliaal geweld of inbreuken op de milieuwetgeving. Lokale besturen kunnen in overleg met de procureur des Konings en het parket een aantal prioriteiten naar voren schuiven in functie van wat lokaal aan de orde is of waar er een problematiek is. Het lijkt me ook nuttig om die politiecolleges en de voorzitter van de politieraad te wijzen op de mogelijkheid dat inbreuken op dierenwelzijn een prioriteit kunnen krijgen voor de lokale politie.

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Er worden cijfers gevraagd over de vervolging op het niveau van de parketten, maar dat is een federale materie.

Ik heb geen zicht op de cijfers van het aantal processen-verbaal die rechtstreeks door de politie worden doorgestuurd naar Justitie. Voor mij is dat een black box. Dat moet je opvragen bij de federale overheid. Ik heb enkel zicht op de pv's die de dienst Dierenwelzijn zelf opstelt, dat zijn er 435. Daarvan leidden er 223 tot een administratieve boete.

De reden van seponering, daar heb ik ook geen antwoord op. Dat zit bij de federale parketten, en die moeten een antwoord geven op de vraag waarom er wordt geseponeerd. De laatste jaren hebben we gezorgd voor een betere samenwerking en bewustmaking bij zowel de parketten als de politie. Recentelijk is er een nieuw handboek verschenen, waarover we een studiedag hebben georganiseerd in de provincieraad van Vlaams-Brabant. Dat ging heel concreet over handhaving. Het was een samenwerking met de administratie Dierenwelzijn, en ook met de politie en Justitie.

Ik geloof in de grote kracht van dierenwelzijn, in de aanpak van klachten over dierenmishandeling en schending van de dierenwelzijnswetgeving, en die ligt in de samenwerking op het terrein. Daar zien we dat we vooruitgang boeken, in die zin dat de parketten en ook de politiezones al iemand hebben voor dierenwelzijn. Het varieert natuurlijk. Het is ook een taak van de politieraden om daar in de eigen politiezone aandacht voor te vragen. De kwaliteit en de mate waarin het wordt opgevolgd, zijn natuurlijk heel variabel. Dat verschilt van politiezone tot politiezone. Er is dus wel een toenemend bewustzijn en feeling bij de politiediensten en in de respectieve politiezones. Vooralsnog is dat van een ongelijke kwaliteit, maar er is een concrete samenwerking.

Wat we ook doen, is op basis van een praktische samenwerking ervoor zorgen dat de parketten steeds meer de pv's die ze niet gaan vervolgen, doorspelen aan onze inspectiedienst Dierenwelzijn. We spreken dan vooral over de bulk die via de politie gaat. Als de parketten niet vervolgen, kunnen die aan ons worden overgemaakt. Als er een inschatting is van het parket dat iets geen aanleiding kan geven tot een vervolging, maar toch een schending is van de dierenwelzijnswetgeving – dat is een appreciatie die men op dat niveau moet maken –, dan kunnen die worden doorgestuurd naar onze diensten, zodat we toch nog kunnen optreden en verbaliseren en boetes opleggen.

Renaat Landuyt (sp·a)

Minister, uw laatste opmerking is zeer wijs, maar een beetje onrustwekkend als dat nog niet bestaat. Als de politie een vaststelling doet en die stuurt dat naar het parket en het blijft daar liggen… Dat is wel een essentiële afspraak. Er is nu een afspraak met uw administratie of inspectiedienst dat wat niet ernstig is, wordt doorgestuurd, maar als het ernstig genoeg is, een administratieve boete met een tamelijk hoog percentage wordt gegeven. De omgekeerde weg blijkt dan niet te bestaan. Als dat klopt, hebben we echt wel een pijnpunt gevonden.

Jelle Engelbosch (N-VA)

In mijn vraag had ik hetzelfde idee geopperd. Als de politiediensten hun pv's in bulk doorsturen naar het parket, en dat wordt niet vervolgd en daar stopt het verhaal, dan is dat bijzonder jammer. Ik ben geen jurist, ik weet niet hoe dat allemaal werkt, en of dat rechtstreeks naar de inspectiediensten kan gaan of niet, maar ik ben wel blij te horen dat de pv's die van het parket eventueel bij de politie belanden omdat ze daar geen gevolg kennen, wel naar de inspectiediensten worden gestuurd en dat die daar toch nog mee aan de slag kunnen. Het is in de praktijk niet zo dat als de politie een pv opmaakt, in veel gevallen er gewoon niks mee gebeurt. De wisselwerking tussen parket en inspectiediensten moet er zeker zijn. Daar moeten we echt op inzetten, zodat er altijd een bepaalde vervolging is. Daar moeten we zeker een prioriteit van maken.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.