U bent hier

Mevrouw Peeters heeft het woord.

Lydia Peeters (Open Vld)

Voorzitter, we hebben het al over heffingen gehad. Daarstraks heeft de heer Vandaele voor transparantere heffingen gepleit. Naar aanleiding van de vraag om uitleg van de heer Ronse hebben we het ook al over het ruimtelijk rendement gehad. In mijn vraag om uitleg is het een combinatie van beiden.

De aanleiding is een nieuwsbericht van de Vlaamse Confederatie Bouw van 19 februari 2018 en de communicatie op de website www.bouwenwonen.net waarin duidelijk wordt gewaarschuwd voor een heffing op het ruimtelijk rendement. Op deze website en in de media staat onder meer te lezen dat deze heffing investeerders en particulieren zou verlammen.

Heel wat steden en gemeenten bereiden zich voor op de gezinnen die er tegen 2030 zullen bijkomen en zetten steeds meer in op verdichtingsprojecten en op stadsvernieuwing. Volgens hetzelfde artikel voert het ontwerp van Instrumentendecreet echter een aanzienlijke heffing in op de vermoedelijke meerwaarde wanneer de overheid een hogere dichtheid, meer bouwlagen of een uitbreiding van de bouwhoogte of -diepte toestaat. Het gaat om een Vlaamse heffing die de gemeenten moeten toepassen en die veel verder gaat dan een heffing op meerwaarde bij een bestemmingswijziging, bijvoorbeeld indien landbouwgrond in bouwgrond wordt omgezet. De heffing geldt ook indien de overheid een hogere dichtheid, hogere bouwlagen of een grotere bouwhoogte of -diepte toestaat, ongeacht de vraag of in de praktijk effectief gebruik kan worden gemaakt van het hoger rendement.

Het voorontwerp van het Instrumentendecreet bepaalt in artikel 133 – de adviesronde is bezig – dat er eveneens planbaten verschuldigd zijn wanneer een in werking getreden ruimtelijk uitvoeringsplan op een perceel, gelegen in een gebied bestemd voor wonen, bedrijvigheid of recreatie, of één of meer van de hiernavolgende wijzigingen doorvoert: een verhoging van de dichtheid, een vermeerdering van het aantal bouwlagen, een verhoging van de bouwhoogte of bouwdiepte.

Minister, hoe gaat u om met deze kritiek van de bouwsector dat deze heffingen nefast zijn voor betaalbaar wonen?

Is het uw intentie om het ruimtelijk rendement te verhogen conform de principes van het Witboek Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV) en tegelijk ditzelfde ruimtelijk rendement extra te belasten?

Bent u bereid om deze heffingen opnieuw onder de loep te nemen zoals gevraagd door de bouwsector?

Minister Schauvliege heeft het woord.

Collega's, planbaten en planschade bestaan vandaag al. Het is niet iets nieuws dat de Vlaamse Regering heeft uitgevonden. Vandaag worden er planbatenheffingen geheven voor planwijzigingen waarbij gronden een meerwaarde krijgen door een nieuwe bestemming, bijvoorbeeld landbouwgrond wordt bouwgrond of industriegrond, of natuurgebied wordt landbouw- of industriegrond.

Met het voorontwerp van Instrumentendecreet wordt voorgesteld – zoals ook door de voltallige Vlaamse Regering is goedgekeurd – om ook planbaten te heffen voor planwijzigingen waarbij gronden een meerwaarde krijgen doordat de dichtheid, het aantal bouwlagen of de bouwhoogte of bouwdiepte verruimd wordt. Niemand zal betwisten dat ook dergelijke planwijzigingen inderdaad een meerwaarde genereren. Het is dus een logische uitbreiding. En het gaat wel degelijk over planwijzigingen, niet zomaar over een vergunning waarbij meer toegestaan wordt dan tot dan toe gangbaar was.

Net zoals bij de gevallen waar vandaag planbaten geheven worden, wordt niet de volledige meerwaarde afgeroomd.

Ik benadruk ook dat dezelfde belangrijke mechanismen gelden als voor de gevallen waar vandaag al planbaten worden opgelegd. Er is geen planbatenheffing verschuldigd wanneer de planwijziging niet tot gevolg heeft dat voortaan een omgevingsvergunning verkregen kan worden die voordien niet verkregen kon worden. De heffing moet pas effectief worden betaald als de meerwaarde wordt gerealiseerd, met name bij verkoop of bij het verlenen van een vergunning.

De Vlaamse Regering heeft het Witboek Beleidsplan Ruimte Vlaanderen goedgekeurd. Daarin hebben wij de ambitie geformuleerd om de bijkomende ruimte-inname af te remmen en vanaf 2040 geen bijkomende ruimte meer in te nemen. Tegelijk is er nog een groot aanbod aan bebouwbare gronden die niet altijd goed gelegen zijn. We zullen dus een niet onbelangrijk deel van het bestemd aanbod op een of andere manier moeten herbestemmen. We willen de betrokken eigenaars correct vergoeden, en we stellen dus in het Instrumentendecreet, zoals door de regering een eerste keer is goedgekeurd, voor om de planschadevergoeding te verhogen en toegankelijker te maken. Dat betekent dat we meer zullen moeten uitgeven om onze doelstelling te bereiken. Dan is het logisch dat je ook iets doet aan de inkomstenzijde. In het antwoord op uw eerste vraag heb ik uitgelegd dat het te verantwoorden valt om een categorie planwijzigingen die meerwaarden genereert maar tot hiertoe onbelast bleef, wel te belasten. Dat is een component van het evenwicht dat we moeten zoeken.

We hebben het in dit parlement ook al een paar keer gehad over de verhandelbare bouwrechten. Ook dat is opgenomen in het voorontwerp van Instrumentendecreet dat door de regering is goedgekeurd. Het zorgt ervoor dat je op een andere manier kunt compenseren.

Vandaag betwist ook niemand het principe van de lasten bij verkavelingen en grote bouwprojecten. Als je bij een verkaveling wilt opleggen dat er een speelplein moet zijn of een extra fietsenstalling, dan kan dat ook vandaag al. Dat is niet nieuw en dat bestaat al.

De Vlaamse Regering heeft het voorontwerp van Instrumentendecreet een eerste keer principieel goedgekeurd op 12 januari van dit jaar. Het ligt nu voor advies voor bij de Strategische Adviesraad Ruimtelijke Ordening - Onroerend Erfgoed (SARO) en de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen. We wachten de adviezen af. Uiteraard zijn we graag bereid om nadien in overleg te gaan. Ik weet dat er in de sector bepaalde zorgen zijn. We hebben dat ook op het bouwoverleg besproken dat we met de voltallige Vlaamse Regering hebben gehad. Daar is de engagement aangegaan om de adviezen af te wachten en dan verder met het forum van het bouwoverleg in gesprek te gaan.

Mevrouw Peeters heeft het woord.

Lydia Peeters (Open Vld)

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Uw slotbemerking stemt me alleszins iets minder ongerust, in tegenstelling tot wat u in eerste instantie antwoordde.

Ik wil heel duidelijk zijn dat onze fractie volledig achter de planschaderegeling staat. Als de planschade volledig wordt verhoogd naar een normale schadevergoeding, kan er draagvlak worden gecreëerd voor al de visieontwikkelingen die zijn opgenomen in het Witboek Beleidsplan Ruimte Vlaanderen.

Ik ben er minder van overtuigd dat, als men iets doet aan de uitgavenzijde, men ook iets aan de inkomstenzijde moet doen en dus de planbaten moet verhogen. We hebben in deze commissie toch altijd gezegd dat het ene toch zeker niet opweegt tegen het andere, zeker omdat men altijd het ruimtebeslag wil terugdringen. Als men het ruimtebeslag wil terugdringen, dan denk ik dat planbaten – zoals het in het verleden bestond: een duidelijke meerwaardebelasting voor een bestemmingswijziging, wanneer bepaalde gebieden een andere planbestemming krijgen – in de toekomst weinig zal gebeuren, en zeker niet in verhouding zal staan tot de planschade die zou moeten worden betaald omdat bepaalde gebieden straks onbebouwbaar worden of omdat men het huidige juridische aanbod, toch alleszins voor een deel, wil neutraliseren. Ik wil dat heel duidelijk even meegeven.

Ik maak me dan opnieuw zorgen als ik lees wat in artikel 133 van het ontwerp van Instrumentendecreet vermeld staat. Het gaat niet meer alleen over een bestemmingswijziging of een planwijziging, maar ook over het gewoon verhogen van de dichtheid. Het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen van 1997 legde vroeger een verplichting op van vijftien woningen per hectare in het buitengebied en vijfentwintig woningen per hectare in stedelijk gebied. Als men straks gaat zeggen dat de woondichtheid hoger moet, zoals in artikel 133 van het Instrumentendecreet wordt vermeld, dan zou dat de facto voor een bepaald perceel een belasting of een meerwaardeheffing kunnen betekenen. U zegt dat die maar aan bod zal komen als de meerwaarde effectief is gerealiseerd bij een mogelijke verkoop, maar de effectieve meerwaarde gerealiseerd zien, zal pas mogelijk zijn als er ook effectief kan worden gebouwd. Ik verwijs naar de voorbeelden die zijn aangehaald in de persberichten: soms kan een bepaalde bouwhoogte of bouwdiepte niet worden gerealiseerd vanwege de brandveiligheid of andere criteria en toch wordt dan bij de gewijzigde voorschriften in een meerwaardeheffing voorzien. Ik maak me daar dus zorgen over. Ik denk dat collega Vandaele hier ook wel iets over zal zeggen, want hij pleitte daarnet voor transparantere heffingen. Ik hoop dat ik in hem dan ook een bondgenoot kan vinden.

Ik denk dat het alleszins de bedoeling moet zijn om het huidige ruimtebeslag beter te gebruiken, en daarvoor hebben we allemaal de kaart getrokken van een hoger ruimtelijk rendement. Dat is de basis van het hele veranderingstraject. Als we daar niet met zijn allen achterstaan, vrees ik dat we schaarste creëren. De bevolking groeit nog altijd, er is nog altijd gezinsverdunning, er zijn nog altijd heel wat demografische wijzigingen. Als we daar niet ten volle op inzetten, dan vrees ik dat we schaarste creëren. Ik denk niet dat het dat is wat we willen met de principes van het terugdringen van het ruimtelijk beslag en van een hoger rendement creëren.

De heer Vandaele heeft het woord.

Collega Peeters nodigt mij uit, dus blijf ik niet achter.

Collega's, toen ik daarnet signaleerde dat mij bezorgde stemmen bereiken van mensen die nu beginnen met de toepassing van de soepelere mogelijkheid tot afwijking van BPA’s en verkavelingen, kreeg ik iedereen over mij heen met het verwijt dat ik me niet aan afspraken houd die gemaakt zijn en aan voorstellen die we zelf hebben ingediend. Dat is niet mijn bedoeling. Het is ook een kwestie van rechtszekerheid. Mensen die gekocht hebben in een bepaalde zone, wetende welke voorschriften daar gelden, en die nu plots geconfronteerd worden met de mogelijkheid om af te wijken van die voorschriften, zijn daar niet altijd blij mee.

Maar wat u nu doet, collega Peeters, is een beslissing op de helling zetten die, zoals de minister zei, door de voltallige regering is genomen en waarvoor men niet over één nacht ijs is gegaan. Als wij zeggen – en dat hebben wij toch kamerbreed gezegd – dat wij een echt ruimtelijk beleid willen – eindelijk – en dat we de open ruimte zoveel mogelijk willen vrijwaren en dat we inbreiding willen, dan zal dat ingrepen vergen die geld kosten. Het zal ook herbestemmingen vragen en daar hangt een prijskaartje aan vast.

Wij willen dat de belastingbetaler daar zo weinig mogelijk voor moet opdraaien. Ik heb dat hier vroeger ook al gezegd. In onze ogen betekent dat, dat wie voordeel haalt uit de beslissing van de overheid, wie plots iets extra kan realiseren op zijn of haar grond, een deel van wat hij of zij extra binnenhaalt, ter beschikking stelt aan de overheid, want hij heeft het te danken aan die overheid, om die mensen daarmee te vergoeden die schade lijden door de beslissing van de overheid. Wat die schade betreft, waren we het er allemaal over eens dat die omhoog mocht – ook voor ons – maar alleen op voorwaarde dat daar ook inkomsten tegenover staan zodat de argeloze belastingbetaler, die hier misschien niet eens iets mee te maken heeft of misschien niet eens grond heeft, zo weinig mogelijk moet betalen om die mensen te vergoeden die schade ondervinden.

Wat de minister schetst, vind ik eigenlijk een heel eerbaar voorstel en een perfect verdedigbaar verhaal dat wij volledig ondersteunen. Het moet in de details worden uitgewerkt. We moeten heel goed nagaan hoe we dat doen en hoe we dat op een rechtvaardige manier doen. Daar ben ik het allemaal mee eens, want het lijkt me ook allemaal niet zo eenvoudig, maar wij staan wel achter het principe en het systeem op zich.

Mevrouw Pira heeft het woord.

Mevrouw Peeters, u zegt ongerust te zijn, maar ik ben eerder ongerust over het feit dat u het fundament van de betonstop – om dat woord nog maar eens te gebruiken – eigenlijk helemaal onderuithaalt. Het harmoniseren van de compenserende vergoedingen is toch een van de belangrijke elementen. In het voorontwerp van Instrumentendecreet wordt er bij elke maatregel naar verwezen, het is er de kern van. Als u dat onderuithaalt, wat blijft er dan over? Minister, ik hoop dat u niet al te veel luistert naar de stemmen zoals ze nu vertolkt zijn en naar wat de bouwsector zei.

Mevrouw Peeters, u zegt dat het allemaal duurder zal worden en dat er schaarste zal worden gecreëerd. U gaat dan echt voorbij – en ik vind uw redenering zo eigenaardig – aan de kostprijs van de verspreide bebouwing nu die op elke Vlaamse belastingbetaler wordt afgewenteld. Open Vld zit daar dan blijkbaar niets mee in. Ik begrijp die redenering soms echt niet.

Ik heb in 2015 een schriftelijke vraag gesteld over die planbaten. Uit het antwoord bleek dat van 2011 tot 2014 door bestemmingswijzigingen er 700 miljoen euro meerwaarde was gecreëerd en dat er op het einde van de rit amper 6,5 miljoen euro van werd geïnd. Dat is nog niet eens 1 procent. Als u dat dan in vraag gaat stellen, dan vraag ik mij af waar uw billijkheidsgevoel is. Ik begrijp dat echt niet. Minister, ik heb dat toen ook wat laten onderzoeken en het bleek dat het onder andere het gevolg was van het feit dat er heel veel uitzonderingen gelden. Mijn vraag is: pakt u die uitzonderingen die nu veelvuldig gelden tussen de meerwaarde die wordt gecreëerd en het bedrag dat uiteindelijk wordt geïnd, ook aan in het voorontwerp van Instrumentendecreet?

Minister Schauvliege heeft het woord.

Mevrouw Pira, het is zo dat in het voorontwerp van Instrumentendecreet zoals het de eerste keer is goedgekeurd, een aantal voorwaarden staan. We maken die sokkel iets eenvoudiger en ik denk dat er inderdaad meer gebruik van zal worden gemaakt. Ik maak me sterk dat, wat we hebben uitgewerkt, een redelijke wijziging is. Het is niet zo dat we iets hebben doorgevoerd dat plots heel veel mensen extra op kosten zal jagen. Dat staat er volgens mij niet in.

Nogmaals, ik heb samen met mijn collega's in de Vlaamse Regering het volgende afgesproken op het bouwoverleg. Wat is het bouwoverleg? De Vlaamse Regering en de heel ruime bouwsector zien elkaar één of twee keer per jaar, waarbij we een aantal thema's kunnen bespreken. Die thema's zijn daar aan bod gekomen. Ik heb de afspraak gemaakt samen met de collega's van de Vlaamse Regering om na het ontvangen van de adviezen met de sector ook nog eens samen te zitten om de adviezen en de opmerkingen die zij hebben te bekijken en misschien ook een aantal misverstanden te kunnen uitklaren. Ik vind dat wel belangrijk. Maar nogmaals, het is een beslissing die een eerste keer genomen is in de Vlaamse Regering. Dat zal nog eens terugkomen. Laat ons nu afwachten wat de adviezen zullen geven en wat die gesprekken zullen opleveren. Dan zal het aan de Vlaamse Regering zijn om daar definitief over te beslissen.

Mevrouw Peeters heeft het woord.

Lydia Peeters (Open Vld)

Ik wil heel even verduidelijken aan collega Vandaele dat het Instrumentendecreet een beslissing van de Vlaamse Regering is. Het is nog een ontwerp van decreet. Er komen nog tal van adviezen. Het is zeker een punt van elk parlementslid hier als er bepaalde dingen zijn waarvan we denken dat ze niet goed zijn, om die tijdig te signaleren. Dat wil ik eerst even meegeven.

Mevrouw Pira, ik wil zeker niet de principes van het Witboek Beleidsplan Ruimte Vlaanderen onderuit halen, absoluut niet. Maar er is wel een groot verschil tussen wat u ziet als deze principes en wat ik eronder versta. U zegt dat ik het hele systeem van de compenserende vergoedingen onderuit wil halen. Helemaal niet. Wij willen juist die compenserende vergoedingen hard gemaakt zien. Daar heb ik altijd voor gepleit. Daarvoor is er straks dat Instrumentendecreet. Als men het juridische aanbod dat er vandaag is, wil neutraliseren, of met andere woorden, als men gebieden die vandaag gelegen zijn in woongebied, in woonuitbreidingsgebied of industriegebied, wil schrappen en in de toekomst niet meer bebouwbaar maken om te zorgen voor meer open ruimte, dan moet daar een compenserende vergoeding tegenover staan. Dat is juist die planschaderegeling waar wij ten volle pleitbezorger van zijn.

U verwijst naar de planbaten. U zegt enerzijds dat er zeer weinig wordt geïnd. Dat is om de eenvoudige reden dat er ook heel veel discussies zijn en heel veel dossiers hangende zijn bij de Raad van State. Daarnaast zijn de planbaten nog altijd een belasting. Als vandaag mensen door een ingreep misschien wel van de overheid een meerwaarde gecreëerd zien, dan is daar een planbatenheffing op. Of we die nu ook moeten verhogen wanneer het alleen maar gaat over een wijziging in de bouwdiepte of een wijziging van de bouwhoogte? Ik denk niet dat dat de optie moet zijn. Integendeel, ik denk dat we elke mogelijke belemmering op ruimtelijk rendement moeten tegenspreken want anders gaan we schaarste creëren. Die schaarste is juist nefast voor de belastingbetaler ‘tout court’. Dan kunnen de toekomstige generaties geen bouwkavels meer kopen. Daar pas ik samen met mijn fractie voor.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.