U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Coppé heeft het woord.

Griet Coppé (CD&V)

Minister, de Vlaamse Regering maakt, terecht overigens, een speerpunt van haar klimaatdoelstellingen. Zuinig met energie omspringen is een van de pijlers die dankzij diverse premies bij de particulieren wordt gestimuleerd en gerealiseerd. Opvallend in dat kader is de studie van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV), ‘Innovatie en energiezuinig bouwen in Zorg en Welzijn’, verschenen in januari 2018.

Uit die studie blijkt dat ondernemers binnen Zorg en Welzijn aarzelend optreden om energiezuinig te renoveren of te bouwen. Dat is des te verwonderlijker omdat enerzijds het totale patrimonium in de sector Zorg en Welzijn toch wel groot is en deze sector ook, aangezien het sociale karakter te maken heeft met familie, buurt, wijk, zorgzone, een voorbeeldfunctie zou kunnen betekenen met impact op grote schaal. Los daarvan is het belang van duurzaam bouwen en energiezuinig renoveren of bouwen ook een economisch gegeven dat voor zorginstellingen op iets langere termijn een ‘return on investment’ kan geven.

Maar er zijn blijkbaar drempels dienaangaande.  Vooreerst, zo lezen we in de studie, is er een informatiebarrière. De SERV haalt het belang aan van een kennisplatform op Vlaams niveau aangaande deze thematiek. Ook het decreet Vlaamse Sociale Bescherming brengt onzekerheid, zowel op het niveau van de instellingen zelf als op dat van hun koepelorganisaties.

Ik citeer de studie: “Door de persoonsvolgende financiering worden gebouwen niet apart gesubsidieerd en komen woonkosten rechtstreeks in concurrentie met de andere zorgkosten.”  En verder lezen we: “De nieuwe financieringsmodellen voor infrastructuur in Zorg en Welzijn voorzien geen extra middelen om energiezuinig te bouwen of om energiebesparende projecten op te zetten en de actuele comfortnormen zijn zo hoog dat de organisaties vragen om ook daar extra geld naartoe te laten gaan.” En wat verder: “Door de onzekerheid over de toekomstige bezetting van de accommodatie worden organisaties niet alleen voorzichtiger in het investeren in gebouwen, de accommodaties moeten ook functioneler worden. Bijkomende middelen voor organisaties om te investeren in energiezuinige maatregelen, renovaties of nieuwbouw zijn zeker nodig. Een rollend fonds is van cruciaal belang om tegengewicht te bieden aan de onzekerheden.” Tot daar passages uit de studie van de SERV.

Minister, informatiedeling blijkt essentieel. Hoe wilt u een transparante vertaalslag maken van een behoorlijk complexe regelgeving? Hoe staat u tegenover de vraag van de SERV naar een kenniscentrum dienaangaande?

Hoe staat u tegenover het idee van een ‘rollend fonds’ om zorgorganisaties sneller te laten intekenen op een duurzaam, energiezuinig project?

Welke stappen zette u en zult u zetten met uw collega-minister Tommelein om een coherent beleid naar energiezuinig en kostenbesparend beleid op te zetten?

De voorzitter

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Ik ben me uiteraard bewust van het feit dat voorzieningen die energiezuinig willen bouwen en renoveren daartoe voldoende informatie en ondersteuning moeten kunnen krijgen. Samen met het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoongebonden Aangelegenheden (VIPA) zijn we dan ook binnen het klimaatverhaal op zoek gegaan naar het maximaal ontzorgen van onze voorzieningen. Daartoe proberen we alle mogelijke hindernissen weg te werken die de implementatie van energiebesparende maatregelen in de weg kunnen staan. Door zijn faciliterende diensten en expertise hebben we in het Vlaams EnergieBedrijf (VEB) dan ook een goede partner gevonden om die ontzorging effectief waar te maken.

De samenwerking met collega Tommelein loopt dus volop. Het is via die samenwerking met het VEB, maar ook met het Vlaams Energieagentschap en door contacten met andere actoren zoals bijvoorbeeld het Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf, dat het VIPA verder kan uitgroeien tot het knooppunt waarlangs de nodige informatie en kennis aan de welzijnssector ter beschikking kan worden gesteld. Werkelijk alle kennis in handen van één actor lijkt me een onhaalbare ambitie. Ik wil ook benadrukken dat voorzieningen die een aanvraag tot betoelaging bij het VIPA indienen, bij het VIPA kunnen rekenen op onafhankelijke en deskundige begeleiding in hun bouwtechnische keuzes, binnen de regelgevende context waarnaar u verwijst.

De samenwerking met het VEB heeft er concreet voor gezorgd dat de voorzieningen kunnen intekenen op gratis energieprestatiediagnoses op maat. Een dergelijke diagnose resulteert in een helder actieplan met verschillende mogelijke energiebesparende maatregelen. Bij de oplevering van de energieprestatiediagnose wordt voor de voorziening een feedbackmoment vastgelegd waarbij het actieplan en de verschillende opgenomen energiebesparende maatregelen worden toegelicht. Per maatregel krijgt de voorziening een duidelijk overzicht van de potentiele CO2-besparing, de investeringskost en de energiebesparing met de daaruit resulterende terugverdientijd.

Ik sta geenszins negatief ten opzichte van de idee om met een rollend fonds te werken. Maar wat de korte termijn betreft, heb ik ervoor gekozen om de middelen die ter beschikking zijn uit het Klimaatfonds in te zetten voor gerichte steunmaatregelen, om zo de financiële drempel omlaag te krijgen. Binnenkort zal ik daarover een concreet voorstel voorleggen aan de Vlaamse Regering. Er zullen dus wel degelijk extra middelen ter beschikking worden gesteld om energiebesparende projecten op te zetten.

De samenwerking met collega Tommelein zal overigens verder worden uitgediept. Samen met het VEB is het VIPA een digitaal platform aan het ontwikkelen, waar elke voorziening de data van haar dossier kan opvragen en opvolgen. De aanvraag voor steunmaatregelen zal hier op een eenvoudige manier kunnen gebeuren, waarmee de administratieve last voor de voorzieningen tot een minimum wordt beperkt. Bij de keuze voor energiebesparende investeringen zullen de voorzieningen ook kunnen terugvallen op tal van raamcontracten die het VEB in de markt plaatst. Die raamcontracten gaan van monitoring tot het plaatsen van schrijnwerk of zonnepanelen en de aankoop van hernieuwbare energie.

Ik hoop dat u daarmee kunt vaststellen dat we opteren voor een totaalaanpak met een maximale ondersteuning van de ondernemers in de sector Zorg en Welzijn.

De voorzitter

Mevrouw Coppé heeft het woord.

Griet Coppé (CD&V)

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik heb vooral vernomen dat u binnenkort een voorstel doet aan de regering om gerichte steunmaatregelen uit te bouwen en beter kenbaar te maken, om dan effectief in te zetten op energiezuiniger bouwen en goed investeren, zodat we met zijn allen de klimaatdoelstellingen kunnen halen.

U zegt dat u niet afkerig staat tegenover een rollend fonds, maar dat dit niet voor de korte termijn is. Dat is het belangrijkste dat ik onthoud uit uw antwoord. Ik kijk uit naar het voorstel dat binnenkort op de ministerraad zal worden besproken.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

van Vera Jans aan minister Jo Vandeurzen
1230 (2017-2018)
Externe sprekers
Stefaan Van Mulders (administrateur-generaal agentschap Jongerenwelzijn)
53 (2017-2018)
Externe sprekers
Jo Vandeurzen (Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin) en Stefaan Van Mulders (administrateur-generaal agentschap Jongerenwelzijn)

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.