U bent hier

Commissievergadering

dinsdag 20 februari 2018, 13.30u

Voorzitter
van Matthias Diependaele aan minister Geert Bourgeois
1144 (2017-2018)

De heer Diependaele heeft het woord.

Matthias Diependaele (N-VA)

Voorzitter, het is een lange vraag en ik vind het een beetje vervelend om een lange vraag voor te lezen maar omdat er zoveel mensen aan hebben meegewerkt, wil ik ervoor zorgen dat alles aan bod komt. Het zal u ook wel opgevallen zijn dat het vooral een samenvatting is van de boeiende discussie die de laatste tijd in de media is gevoerd en die absoluut nog niet is afgerond.

In januari werd bekend dat het Gentse biotechbedrijf Ablynx wordt overgenomen door de Franse farmareus Sanofi voor het duizelingwekkende bedrag van 3,9 miljard euro. Slechte 3 maanden voordien had het bedrijf aangekondigd zijn eerste medicijn in zijn 16-jarig bestaan op de markt te kunnen brengen. Het Deense Novo Nordisk deed een overnamebod van 2,6 miljard euro, maar dat werd afgewezen door het management en de aandeelhouders. De 3,9 miljard euro van Sanofi zou volgens financiële experten een faire prijs zijn. In de pijplijn van Ablynx zitten immers nog een hele reeks geneesmiddelen gebaseerd op zeer specifieke bloedlichaampjes afkomstig van onder andere lamabloed. Het is trouwens zeer boeiend om te lezen hoe dat bedrijf is ontstaan met de avontuurlijke verhalen om lamabloed naar hier te krijgen – ondernemen of wetenschappelijk onderzoek kan blijkbaar ook boeiend zijn.

Het belang van farma en biotech voor onze Vlaamse economie kan moeilijk worden overschat. Met 40,7 miljard euro is België op Duitsland na de belangrijkste exporteur van geneesmiddelen in Europa. Daarmee is de sector goed voor 11,3 procent van de Belgische export. Dat levert volgens de beroepsvereniging Pharma.be meer dan 35.000 banen op. Vlaanderen heeft als kennisregio ontegensprekelijk dan ook heel wat te bieden. Ablynx is bijlange na niet de enige Vlaamse prooi voor overnames in de nabije toekomst en was dat ook niet in het verleden. Dat buitenlandse big farma duizelingwekkende bedragen op tafel legt, kan dan ook beschouwd worden als iets om trots op te zijn.

We zijn hier begonnen met de ondersteuning van de biotech en de life sciences in de jaren tachtig. Dat toont aan dat dit pas op lange termijn resultaten oplevert. In die zin, minister-president, hebben de langetermijninitiatieven zoals de plannen voor Visie 2050 hun nut. Er kan wel eens smalend over worden gedaan, maar hier hebben we een zeer concreet voorbeeld dat ons als regio echt geen windeieren legt. Dit bewijst dat het een goede zaak is dat de overheid op lange termijn de zaken aanpakt.

Bij dergelijke overnames worden door de overnemende partij meestal beloftes gemaakt om de lokale vestiging gerust te stellen. In het geval van Ablynx belooft Sanofi de verdere expansie van het expertisecentrum in Gent te steunen en de ontwikkeling van andere Ablynxmedicijnen te versnellen. Topman Edwin Moses maakt zich sterk dat de overname ook voor het Gentse bedrijf en zijn 450 werknemers een uitstekende zaak is. Andere experten zoals Geert Noels erkennen dat er voordelen zijn voor de lokale vestiging bij zo’n overname, maar wijst er ook op dat vergelijkbare beloftes bij andere overnames niet altijd werden nagekomen, bijvoorbeeld bij Movetis, Innogenetics en Cropdesign is dat anders gelopen. Ik wil daar een nuance bij aanbrengen. Het onderzoeksteam dat Movetis heeft uitgebouwd, is ondertussen nog altijd aan de slag in Vlaanderen. Sowieso verliest het overgenomen bedrijf zijn autonomie, verhuist het beslissingscentrum van Gent naar Parijs en moet het bedrijf voortaan concurreren met andere Sanofidivisies voor onderzoeks- en investeringsbudgetten.

In een VIVES-paper van 2010 ‘Verankering in België: hoofdzetels zijn een hoofdzaak’ wordt cijfermatig aangetoond dat de aanwezigheid van hoofdzetels een hoofdzaak is voor jobcreatie – al stellen de onderzoekers ook dat dit voornamelijk een regel is die geldt voor industriële sectoren. In de niet-industriële sectoren is dit een veel minder duidelijk fenomeen. In die zin moet worden gewezen op de specifieke kenmerken van sciencebased ondernemingen, zoals biotechbedrijven, ICT-bedrijven of een bedrijf dat op basis van wetenschappelijke uitvindingen is opgericht. Zij hebben een ander businessmodel, management en financieringsstructuur. Door hun bijzondere levensloop hebben zij de eerste jaren meestal een zeer negatieve cashflow, omdat er nauwelijks omzet is. Kijk maar naar Ablynx, het heeft zestien jaar geduurd voor ze konden aankondigen dat ze met een medicijn op de markt zouden komen. Dergelijke bedrijven hebben nood aan ‘geduldig kapitaal’. Daarenboven is de uitkomst van het onderzoek heel onzeker. We hebben het dikwijls over de succesverhalen, maar er zijn minstens even veel mislukkingen. Dat kan je zien aan de gemiddelde rendementen van venture-kapitaalfondsen; mislukkingen moeten worden gecompenseerd met successen. Vlaamse starters zijn dikwijls minder op de consumentenmarkt gericht, maar meer op professionele of zakelijke markten, het B2B-verhaal (business to business).

Midden februari kondigde topman Onno van de Stolpe van het Vlaams-Nederlands beursgenoteerde biotechbedrijf Galapagos aan een verdedigingsmuur te willen bouwen om het bedrijf te beschermen tegen een overname door een groot farmaconcern. Galapagos is het bedrijf dat als volgende wordt genoemd voor een mogelijke overname door een buitenlandse farmareus. Hij wil dit doen door een tweede grote aandeelhouder aan boord te hijsen. Eind vorig jaar bestempelde hij een overname door een grote farmagroep nog als het slechts mogelijke wat een biotechbedrijf kan overkomen. Zij zouden volgens hem geen enkele interesse hebben in prille onderzoeksprogramma’s. De gang van zaken bij zo’n bedrijf hangt dikwijls af van de ambitie van het management en de aandeelhouders.

De overnamekoorts in de biotechwereld werkt als vonk om een oud debat nieuw vuur in te blazen. Al is het eerder terug van nooit weg geweest. Reeds in 1980 werd de Gewestelijke InvesteringsMaatschappij Vlaanderen (GIMV) opgericht met als doel Vlaamse bedrijven in hun opstart en internationale groei te ondersteunen. Het verankeren van bedrijven in Vlaanderen was daarbij een extra oogmerk, maar vooral in de jaren 90 van de vorige eeuw stond de zogeheten ‘verankering van Vlaanderen’ hoog op de agenda. Onder andere toenmalig captain of industry Hendrik Seghers schreef er een boekje over. Dat is zowat het eerste boek met een Vlaams-nationalistische invalshoek dat ik gelezen heb. Ik heb het jammer genoeg niet teruggevonden thuis. Ik las het toen vanuit een trauma over de uitverkoop van België aan Frankrijk. Dat concentreert zich daar een beetje op.

Maar ook vanuit politieke hoek en zelfs vanuit de vereniging Vlaamse leerkrachten werd bijgedragen aan het debat. Ik heb van de Vlaamse culturele koepel vereniging Vlaamse leerkrachten Verankering voor beginners over die Vlaamse verankering.

Uit de wetenschappelijke literatuur – onder andere een thesis van 1995 die ik nog gevonden heb – van toen blijkt net als uit het recent ontstane debat na de overname van Ablynx dat er geen consensus bestaat over de manier waarop buitenlandse overnames een bedreiging vormen voor de Vlaamse economie en de strategische besluitvorming. Als we de geschiedenis van de laatste decennia bekijken, kunnen we ons afvragen of dat zo’n slechte zaak is, maar daar kom ik straks nog op terug.

Het centrale onderscheid dat we terugvinden in het debat van enkele decennia geleden en het recentere debat is het onderscheid tussen de twee grote groepen van verankeringsdefinities. Dat onderscheid komt vandaag terug in de debatten die worden gevoerd in de media. Enerzijds is er de actieve of offensieve verankering die een dynamisch antwoord wil bieden op de overnames en de welvaartcreatie probeert te maximaliseren op lange termijn. Daarbij beperkt de overheid zich tot een indirecte rol en een strategie op lange termijn door het stimuleren van investeringen, competitiviteit en economische groei. Anderzijds wordt ook vandaag door sommige opiniemakers gepleit voor een defensieve verankering waarbij in tegenstelling tot de naam gepleit wordt voor een actief ingrijpen van de overheid om de eigendom van lokale ondernemingen hier te houden. Herman Daems waarschuwt dat Vlaanderen hiervoor op langere termijn wel eens zou kunnen worden afgestraft doordat het moeilijker wordt om investeerders aan te trekken.

Doorheen het debat komen heel wat instrumenten naar voren die kunnen dienen voor een offensieve of een defensieve verankering. Voor offensieve verankering wordt vooral gekeken naar de juiste economische omgevingsfactoren, waarbij sterk onderwijs, het ondersteunen van wetenschappelijk onderzoek, innovatie, hoogopgeleide medewerkers, het brede economische ondersteuningsinstrumentarium de relevantste zijn in het huidige debat. Deze middag had ik een interessant gesprek met iemand en die voegde daar nog rechtszekerheid op het gebied van fiscaliteit aan toe om een goede omgevingsfactor of ecobasis te creëren voor ondernemingen.

Onder defensieve verankering horen eerder juridische en financiële instrumenten die ondernemingen hier moeten houden door in te grijpen in het aandeelhouderschap, de kapitaalsstructuur en de beslissingscentra. Het hoeft geen betoog dat de vorige en huidige Vlaamse regeringen en de huidige Federale Regering actief werk maken van een offensieve verankering door het versterken van de internationale competitiviteit van onze Vlaamse ondernemingen. Ik merk op dat ik schrijf: de huidige Vlaamse regeringen, maar alleen de huidige Federale Regering.

Mijn vragen, minister-president, richten zich vooral op het recente debat dat werd gevoerd over de vraag of Vlaanderen nood heeft aan een defensieve verankering. Het waren voornamelijk Geert Noels en Erik Buyst die zich in het recente debat uitspraken voor een defensieve verankeringsstrategie. Ik voeg hier de stellingen en standpunten van de verschillende protagonisten in het debat aan toe. Ik wil wel opmerken dat iedereen zeer genuanceerd is in het debat. Er is niemand die één duidelijke lijn voorstaat, er is altijd de nodige nuancering.

Zij zien Vlaanderen uitgroeien tot – naar de woorden van Erik Buyst – “een land van filialen en toeleveranciers aan multinationals”. Zij verwijzen naar Nederland en Frankrijk die hun bedrijven afschermen tegen buitenlandse overnames. Erik Buyst stelt: “Protectionisme is zelden een goed uitgangspunt. Maar als buurlanden barrières opwerpen, kan je moeilijk achterblijven of je wordt gepluimd.” Al wijst Buyst ook uitdrukkelijk op de noodzaak om een escalatie van protectionisme tegen te gaan. Noels verwijt management en aandeelhouders een gebrek aan ambitie.

Nederland speelt met het idee om een overnamebod tot 250 dagen te bevriezen om tijd te nemen om de pro’s en contra’s van een overname grondig te bestuderen. Vooral het belang van de betrokken onderneming in de regionale onderzoekscluster en de return voor de belastingbetaler die via ondersteuning heeft bijgedragen aan het succes, moet daarbij worden onderzocht. Voor de biotechcluster in Zwijnaarde – onder andere met Ablynx – is het ontegensprekelijk zo dat de overheid heel wat inspanningen geleverd heeft om die te laten uitgroeien tot wat ze zijn en om die overnames dus mee mogelijk te maken.

Nederland kent daarnaast de juridische constructie van de ‘stichting administratiekantoor’. Dat kennen wij niet. Franse regeringen gaan wel heel ver, want zij deinzen er niet voor terug om actief in te grijpen als een overname dreigt. Dat is niet alleen in Frankrijk zo. Ze hebben verschillende keren bedrijven verplicht om te fusioneren als een overname dreigde. Herinner u ook het debat in de Nederlandse Tweede Kamer over de mogelijke overname van PostNL. Dat is echt een heel protectionistische reflex. We moeten toegeven dat we dat in het verleden ook gedaan hebben, om Sabena niet te noemen, maar we weten dat dat niet altijd afloopt zoals gehoopt. In eigen land werkt de Federale Regering aan meervoudig stemrecht voor bepaalde aandeelhouders. Het meest recente element is nog niet in de vraag verwerkt, omdat het maar van eind vorige week dateert. Frankrijk heeft blijkbaar aangegeven dat ze hun lijst van strategische sectoren zouden uitbreiden. Bij strategische sectoren denken we aan basisvoorzieningen: water en elektriciteit en zo. Maar zij hebben het ook over robotica, ICT en ruimtevaart. Dat zouden ze aan die lijst gaan toevoegen, wat natuurlijk een puur protectionistische reflex is.

Herman Daems staat eerder aan de andere kant van het debat en waarschuwt voor het federale initiatief dat toekomstige investeerders zou kunnen afschrikken. Een formele of informele tussenkomst van de overheid is helemaal gevaarlijk. We hadden daar ook slechte ervaringen mee in het verleden, ik verwees al naar Sabena. Fusies van bedrijven opleggen heeft ook geen zin als er geen synergiën zijn. Het verbieden van overnames of de meerwaarden extra belasten, zou het hele proces van het starten van ondernemingen verstoren of zelfs verlammen. Het fuseren van investeringsfondsen daarentegen kan wel een middel zijn om grotere investeringen regionaal te verankeren.

Daems ziet Vlaanderen eerder als bakermat van honderden nieuwe ondernemingen dan als vestigingsplaats van één groot bedrijf. Hij ziet wel een grote return voor Vlaanderen, zowel financieel als via jobcreatie. Zoals ik daarnet al zei, uit de economische geschiedenis van de laatste dertig jaar kunnen we aflezen dat dat voor Vlaanderen ook zo gewerkt heeft. We spelen een belangrijke rol in heel wat sectoren, internationaal. We kunnen die rol spelen zonder protectionistische maatregelen. Daar valt dus wel iets voor te zeggen.

De Vlaamse economie is bij uitstek een kleine maar sterke kenniseconomie met een veel groter buitenland dan andere landen. Elke vorm van protectionisme keert zich naar mijn mening dan ook veel sterker tegen ons dan dat we er voordeel kunnen uithalen. Buitenlandse investeringen zijn cruciaal voor ons. Het is volgens mij ook vreemd om te stellen dat we een defensief ‘beschermingsbeleid’ nodig zouden hebben, terwijl we zonder dergelijke initiatieven uitgroeiden tot topregio wat onder andere biotech betreft.

Maar het debat van de laatste weken is een goeie aanzet en intellectuele uitdaging om na te gaan of het mogelijk is het beste van twee werelden te combineren. Dat is mijn enige centrale vraag: kunnen we onze ondernemingen sterker verankeren zonder potentiële investeerders af te schrikken? Kunnen we als overheid maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat die ondernemingen wel het nodige ambitieniveau aan de dag leggen zonder dat dat zich op lange termijn tegen ons keert en investeerders afschrikt?

Ik had deze middag dus een interessant gesprek met iemand die in de sector zit en voor een deel tegenspreekt dat dat investeerders zou afschrikken. Ik vind dat een zeer moeilijke oefening. Vandaar volgende vragen, minister-president.

Is het mogelijk een inschatting te maken van de mogelijke gevolgen van de overname van Ablynx en andere sectorgenoten voor de biotechcluster in Zwijnaarde? Dat ligt trouwens op 200 meter van mijn oude school, dat is daar dus echt een goede stek.

Hoe evalueert u de beloftes van Sanofi voor het behoud en de uitbouw van de Gentse biotechcluster?

Dat de Vlaamse Regering werk maakt van offensieve verankering staat buiten kijf. Maar ziet u mogelijkheden om binnen de verschillende beleidsdomeinen nog sterker in te zetten op het creëren van een economisch ecosysteem dat aantrekkelijk is voor buitenlandse investeerders? Kunnen we inzake offensieve verankering nog meer doen? Kunnen we een nog betere economische omgeving creëren binnen de – jammer genoeg beperkte – bevoegdheden van de Vlaamse overheid? Ik denk dat de federale overheid veel meer kan doen, denk maar aan de fiscaliteit. We hebben daar met de hervorming van de vennootschapsbelasting al een zeer grote stap gezet, maar zeker met betrekking tot het arbeidsmarktbeleid is er nog veel meer nodig.

Ziet u mogelijkheden om werk te maken van defensieve verankering zonder potentiële investeerders af te schrikken in de toekomst? Bijvoorbeeld door het versterken van Vlaamse of federale investeringsfondsen en door meer ‘geduldig kapitaal’ aan te trekken? Ziet u heil in juridische of financiële instrumenten om ondernemingen zichzelf te laten beschermen tegen overnames en om de ambities van management en aandeelhouders te vergroten? Ik wil hierbij benadrukken dat een overheid instrumenten geeft aan ondernemingen waarvan zij dan zelf kunnen oordelen of ze die toepassen. Zoals de topman van Galapagos zegt: hij wil zelf zijn bedrijf beschermen tegen die overnemers. Kunnen we hem daarbij helpen? De uiteindelijke beslissing blijft bij de aandeelhouders en de raad van bestuur.

Kan er uit Nederlandse, Franse of andere buitenlandse voorbeelden worden afgeleid of het afschermen van bedrijven tegen buitenlandse overnames negatieve gevolgen heeft naar toekomstige investeringen?

Ziet u een opdracht voor de Europese Unie om het toenemend protectionisme door lidstaten tegen te gaan om een gelijk speelveld op de Europese interne markt te vrijwaren? Ik denk in alle eerlijkheid dat hier, zeker na de aankondiging van Frankrijk vorige week, wel degelijk een gesprek nodig is op Europees niveau. Als men robotica, ICT en ruimtevaart al tot zijn strategische sectoren rekent, is er voor mij sprake van puur protectionisme. Daar moet op Europees niveau eens grondig over doorgepraat worden.

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Mijnheer Diependaele, economisten hebben de naam en faam om zeer ‘beschränkt’ te zijn in hun formulering. Ik heb ooit het genoegen gehad les te krijgen van professor van Meerhaeghe in Gent. Hij had een boek van 600 pagina's, fijn bedrukt, als cursus. Hij zei: ‘Ik waarschuw jullie, dit is de samenvatting van wat ik had uitgeschreven. Dat was 2500 pagina's. Ik heb er zo lang op geoefend tot er geen enkel overbodig woord meer in staat.’ Dat liet zich dan ook merken toen ik die cursus moest leren. We zijn helaas beiden jurist en dus hebben we misschien wat meer woorden nodig om te komen tot onze formuleringen. Ik probeer niettemin in te gaan op uw zeer kort en bondig geformuleerde vragen met een mooie inleiding.

Alle gekheid op een stokje, dit is een zeer actueel thema dat heel veel pennen beroerd en heel veel mensen bezighoudt. Het doet inderdaad vragen rijzen over de toekomst van onze economie. Die vraag is niet nieuw. U hebt terecht gerefereerd aan het debat dat vroeger is gevoerd over de verankering met het fameuze boekje van Hendrik Seghers ‘De nieuwe collaboratie - Een ondernemer in het verzet’. Ik denk dat ik het nog in mijn bibliotheek heb staan. Ik kom er straks nog op terug omdat dit andere klemtonen legt.

U vraagt naar een inschatting van de overname van Ablynx voor andere sectorgenoten en voor de biotechcluster in Zwijnaarde. Je kunt dit uiteraard negatief bekijken en zeggen dat een parel van die cluster in buitenlandse handen is gekomen. Je kunt het ook bekijken als een bevestiging van de sterke biotechsector in Vlaanderen. Die is zeer attractief en is het voorwerp van een overname voor een ongeziene prijs van 3,9 miljard euro. Het vestigt de aandacht op die cluster. Ik kom ook daar op terug.

Het is positief dat Ablynx zulke waarde heeft gecreëerd. Het is een bedrijf dat excelleert in zijn sector. Het toont aan dat het aan de hand van wetenschappelijk onderzoek een voorwerp wordt van overname tegen een fabelachtig hoog bedrag.

Dat zijn twee positieve elementen, én voor de sector, én voor een spin-off van het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB).

Kennisverankering wordt steeds belangrijker, zeker in Vlaanderen. U weet dat minister Muyters een actief beleid voert en werkt met ‘fund-to-fund’. Er zijn tickets die we aankunnen met de ParticipatieMaatschappij Vlaanderen. Het federale niveau zal proberen een investeringsmaatschappij te maken waardoor nog grotere tickets mogelijk zijn. Dit soort tickets van 3,9 miljard euro, zelfs met het grootste Vlaamse investeringsfonds, is echter zeer hoog gegrepen.

De vraag is of we dit soort bedrijven kunnen verankeren door middel van kennis. Ik zeg al lang dat dit een van de bronnen van verankering is. Hoe meer ik bezig ben met Flanders Investment & Trade met het aantrekken van investeringen, hoe meer ik bezig ben met onderzoeksbeleid te voeren in Vlaanderen, hoe meer ik ervan overtuigd ben dat we er dankzij onze goede triple helix in slagen om bedrijven hier te verankeren.

Zoals ik al zei, is Ablynx een spin-off van VIB en het is ook lid van flanders.bio. Dat zijn twee clusters die ervoor zorgen dat we in die industrie zeer sterk staan. In Zwijnaarde stelt het bedrijf 450 mensen tewerk, waarvan 400 wetenschappers. Dat maakt heel duidelijk over welk soort bedrijf het gaat. Dat zijn mensen die een zeer specifieke kennis hebben opgebouwd in de antilichamen en op dat vlak een onschatbare waarde en expertise hebben.

Sanofi zegt dat ze het bedrijf in Gent zullen behouden en uitbouwen in het kader van de Gentse biotechcluster. Ik zal niet het hele persbericht van Olivier Brandicourt, de CEO, voorlezen, maar op het einde zegt hij: “We zijn van plan om het Ablynx- wetenschapscentrum in Gent te behouden en verder te ondersteunen.” We weten allemaal dat dit geen 100 procent garantie biedt, maar we weten ook dat dit een bedrijf is dat al in Vlaanderen actief was, onder andere in Geel waar het al heel lang een moderne biologische productiefaciliteit heeft. In april 2016 kondigde Sanofi aan dat het 300 miljoen euro bijkomend zou investeren in Geel met de intentie om hooggeschoolde werknemers aan te werven. In Geel werken nu zo'n 650 medewerkers.

In Davos heb ik mevrouw Kathleen Tregoning ontmoet, de Executive Vice President External Affairs van Sanofi. Ze heeft me, welteverstaan, niet gesproken over de nakende overname van Ablynx. Daar heeft ze geen woord over gezegd. Ze heeft wel gepraat over de investeringen in Geel. Ze heeft een heel grote tevredenheid uitgedrukt over de ondersteuning vanuit Vlaanderen, onder meer door FIT en het Agentschap Innoveren en Ondernemen (VLAIO) bij de uitvoering van deze investering. Het gaat om een productieruimte van 8000 vierkante meter. Ze heeft ook gezegd dat ze zouden overgaan tot het aanwerven van een honderdtal nieuwe hoogwaardige jobs in Geel. Dat bevestigt dat ons ecosysteem voor biotech en farma, met de grote aanwezigheid van belangrijke farmabedrijven en een cluster, allerlei biotechbedrijven bij elkaar houdt. Dat is voor de toekomst zeer positief.

Ik geloof evenveel in kennisverankering als kapitaalsverankering. Heb je de beide, dan ben je natuurlijk heel goed. Heb je alleen de kapitaalsverankering, dan heb je ook het beslissingscentrum. Maar als je kijkt naar wat er gebeurt met betrekking tot VIB – of evengoed met betrekking tot iMinds, imec, VITO of andere onderzoeksinstellingen of onze zes nieuwe clusters –, dan zie je dat VIB een bron is van spin-offs en een bron van start-ups. Je ziet ook dat veel van die spin-offs in handen komen van buitenlandse bedrijven – de grootste Duitse en Amerikaanse bedrijven –, maar hier wel blijven, precies omdat de kennis hier zit en omdat er een goede samenwerking is.

Voor Ablynx is er nu een aandeelhouder met een zeer grote portefeuille. Er is heel veel kapitaal mee gemoeid. Ik ga ervan uit en ik hoop dat Ablynx verder zal investeren en dat men kansen krijgt om op die manier verder te groeien.

U hebt het over de offensieve verankering. Ik wil eerst iets zeggen over het beleid dat Vlaanderen voert. We zijn een zeer open economie. We zijn de derde meest geglobaliseerde economie ter wereld. We trekken ook heel veel investeringen aan. Naar aanleiding van mijn verblijf in Davos heb ik de cijfers van vorig jaar bekendgemaakt. In 2017 investeerden buitenlandse bedrijven voor meer dan 2 miljard euro, verspreid over 215 projecten. Dat was goed voor bijna 5400 jobs. Er is voor het eerst een aanzienlijke stijging van het aantal aanwervingen van mensen in onderzoek en ontwikkeling (O&O). Ik zeg het even uit mijn hoofd, maar bijna 1400 van die mensen zijn er in de sector van O&O.

Dat betekent dat wij een aantal sterktes hebben. U kent onze assets zoals ons sterk onderwijs, de kwaliteit van onze mensen, onze hoge productiviteit en onze goede triple helix met sterke kennisinstellingen en goede samenwerking met de universiteiten. Vraag het maar aan ArcelorMittal. De mate waarin er wordt samengewerkt met de universiteit van Gent is schitterend en leidt tot nieuwe producten. We hebben een verbeterde competitiviteit, gecombineerd met een sterk fiscaal instrumentarium voor onderzoekers. We moeten dat ook zeggen. De federale wetgeving is op dat vlak zeer goed. We hebben dus een groot aantal troeven dat we kunnen uitspelen.

We kunnen ervoor zorgen dat dit ook een troef wordt in de sector van O&O, waar we als Vlaamse overheid fors in investeren. U weet dat het mijn ambitie is om in 2020 aan de fameuze 3 procent te komen. Het budget van minister Muyters zal een half miljard euro recurrent hoger zijn in 2019 voor O&O dan het was in 2014. We hebben risicokapitaal dat we ter beschikking kunnen stellen via PMV en via de Limburgse Reconversiemaatschappij (LRM) zodat jonge bedrijven voldoende kapitaal hebben om te starten en om door te groeien. PMV bijvoorbeeld heeft een portefeuille van bijna 900 participaties in bedrijven met een totaal geïnvesteerd vermogen van 657 miljoen euro, 861 miljoen euro verleende waarborgen en voor 1,4 miljard euro aan investeringen. LRM heeft een portefeuille van 225 bedrijven en een eigen vermogen van 390 miljoen euro.

Offensief beschikken we dus over een aantal troeven. Over het kapitaal, ‘patient capital’, dat je nodig hebt om verder door te groeien, zeg ik straks iets meer.

Wat betreft het defensieve, wil ik eerst en vooral nogmaals benadrukken dat we ook heel veel Vlaamse bedrijven hebben die buitenlandse overnames doen en in het buitenland actief zijn. We kunnen ze bij ons houden, maar ze groeien door overnames in het buitenland, ook al blijven ze hun beslissingscentrum hier houden. Zo heeft Agfa HealthCare het Braziliaanse WPD en de Oostenrijkse TIP Group overgenomen. Ik geef enkel de meest recente transacties. Euronav nam het Amerikaanse Gener8 over, Umicore het Deense Haldor Topsoe, Vyncke het Zweedse Petrobio, Colruyt het Nederlandse Ojah, Ontex de Braziliaanse Hypermarcas en de Mexicaanse Grupo Mabe, Drylock het Amerikaanse Presto Absorbent, Lotus Bakeries het Britse Urban Fresh Foods, Soudal het Sloveense Mitol en Bpost het Amerikaanse Radial. Veel van onze bedrijven doen dus ook overnames in het buitenland.

Een van de vaststellingen die ook PMV en LRM hebben gemaakt in de analyse van het financieringslandschap in Vlaanderen is dat zaaikapitaal en het eerste risicokapitaal voor ondernemerschap voorbij de opbouwfase een belangrijke rol spelen. De vraag is of er voldoende middelen voorhanden zijn om die groei, die ‘scale-up’ te financieren. Hendrik Seghers pleitte er in 1997 voor om kapitaal te mobiliseren. Hij focuste eigenlijk op kapitaalverankering. Hij pleitte trouwens ook voor een eigen Vlaamse fiscaliteit, maar dit terzijde. Hij zei dat als we geen kapitaalverankering hebben, we ook geen technologische verankering zouden hebben. Hij maakte daar volgens mij een sprong die te ver gaat omdat ik nu het omgekeerde zie. We hebben geen absolute garanties, maar met kapitaalverankering heb je dat nooit.

Minister Van Overtveldt lanceert nu het idee van een superfonds voor durfkapitaalfondsen, maar die tickets zullen nooit van die omvang zijn die we nu meemaken met 3,9 miljard euro voor Ablynx.

U weet dat er heel wat privé-initiatieven zijn, privéfondsen die zowel investeren in start-ups als in doorgroeikapitaal. Daar is echter nogal wat versnippering. Er zijn recent heel wat initiatieven gelanceerd. Ik zal ze niet opsommen, want het gaat over privé-initiatieven. Je kunt de vraag of de wens uitdrukken of het niet opportuun zou zijn dat een aantal daarvan gaan samenwerken zodat ze een nog grotere slagkracht hebben om naast andere grote spelers te staan. Dat is hun beslissing. We hebben daar niets aan te zeggen en we zullen ons daar ook van afhouden. Ik zie dat er heel veel en steeds meer investeerders zijn, maar die hele grote fondsen hebben we niet.

Naast geduldig kapitaal moet je ook slim kapitaal hebben dat op het juiste moment instapt in de waardeketen. We moeten dat geduldige en slimme kapitaal koesteren in Vlaanderen. We kunnen dat vooral doen met onze clusters en onze triple helix waardoor er sterke verbanden ontstaan en er een sterke verankering mogelijk is.

We hebben PMV versterkt. In 2016 hebben we daar 100 miljoen euro bijkomend in geïnjecteerd voor het ARKimedes-fonds. Er is 75 miljoen euro extra voor industriële transformatie en innovatie van Vlaamse bedrijven. Dan zijn er natuurlijk onze private spelers. Ik denk bijvoorbeeld aan Ackermans & van Haaren, beursgenoteerd, met een heel lange, duurzame verankering. DEME bijvoorbeeld is een parel van onze industrie en is in handen van een holding met heel veel ‘patient capital’ die ook inzet op duurzame groei.

Je kunt nooit verhinderen dat ondernemers op een bepaald moment bezwijken voor een aanlokkelijk rendement dat hun wordt aangeboden. Dat is ook wat hier is gebeurd. Ik heb u gezegd dat er ook positieve kanten zijn verbonden aan dit verhaal.

Ik kom tot uw vraag over de juridische of financiële instrumenten. Ik wil duidelijk maken dat het niets te maken heeft met wat we in het Bestuursdecreet opnemen over de bescherming van lokale of Vlaamse instellingen. Als het over strategische sectoren gaat, kunnen wij, mits een veiligheidsadvies, zeggen dat dit niet in buitenlandse handen kan overgaan. Het gaat over overheden en niet over private ondernemingen. 

In de paper van VIVES die u aanhaalt, lees ik ook: “Onder geen beding mag een verankeringsbeleid een soort eerste hulp bij ongevallen worden door slecht performerende bedrijven te beschermen tegen overname door succesvolle buitenlandse concurrenten. Een overname dient te gebeuren omwille van een tijdelijk probleem, zoals kapitaalbehoefte.” Daar sluit ik me bij aan. We zijn een zeer open economie, de derde meest geglobaliseerde. We mogen potentiële investeerders niet afschrikken. Jaar na jaar creëren wij tot 5000 bijkomende jobs precies door de buitenlandse investeringen. Protectionisme is niet aan de orde en zou ook contraproductief zijn. Ik denk dat ook de federale overheid moet oppassen in de fiscale instrumenten, zoals bijvoorbeeld een meerwaardebelasting, die contraproductief zouden zijn voor het aantrekken van dat soort investeringen.

Bovendien kunnen ondernemingen zichzelf beschermen, zoals bijvoorbeeld biotechbedrijf Galapagos, door het zoeken van kapitaalkrachtige aandeelhouders met langetermijnperspectief en lokale maatschappelijke verbondenheid. Dit vraagt geen overheidsinterventie.

Er zijn een aantal mogelijkheden waar men ook op federaal niveau mee bezig is. Ik denk aan het meervoudig stemrecht voor de oprichters, het onderbrengen van een controlebelang in een stichting wat tot mijn genoegen steeds meer gebeurt. Ook in Vlaamse bedrijven opteert men steeds meer voor een stichting waarbij familieleden er zich toe verbinden om op langere termijn samen te blijven in die stichting zodat, wat vaak gebeurt, onder de derde generatie het bedrijf niet uiteenvalt of wordt overgenomen of kapot gaat door interne tegenstrijdigheden. Ik denk dat het een element van duurzaamheid kan zijn. Een mogelijkheid is ook een grotere stem voor het management bij de beoordeling van overnamevoorstellen, het creëren van een langere bedenktijd voor een bedrijf dat met een overnamebod wordt geconfronteerd.

Wat betreft het voorstel van federaal collega minister Geens voor dubbel stemrecht voor trouwe aandeelhouders, zijn er wel enkele positieve elementen voor groeibedrijven. Het creëert een mogelijkheid maar geen verplichting. Het is een mogelijkheid die een vennootschap kan creëren waar bedrijven geen gebruik van moeten maken. In 2015 steunde België het voorstel om in BNP Paribas dubbel stemrecht in te voeren. Het haalde geen bijzondere meerderheid omdat die meerderheid van mening was dat het Angelsaksische fondsen zou afschrikken om in het aandeel BNP Paribas te investeren.

Het mag niet de bedoeling zijn om vanuit een louter protectionistische reflex overnames en investeringen tegen te gaan. Een goed functionerende transparante en internationale kapitaalmarkt is immers noodzakelijk.

Dat bedrijven echter mechanismen hanteren om overnames te bemoeilijken, is hun goed recht. En dat recht is gebaseerd op bepalingen in handelsverdragen. Er zijn ook mechanismen die de bescherming van intellectuele eigendom regelen en die ervoor zorgen dat bij overnames belangrijke onderhandelingsposities kunnen worden ingenomen.

Dit leidt tot een duurzamere opbouw van kennis die beschermd kan worden door patenten en ander eigendomsrecht. Die kennisopbouw trekt dan kapitaal aan waardoor meer bedrijven op eigen kracht of in samenwerkingsverbanden eigen producten op de markt kunnen gaan brengen en dus uitgroeien tot een biotechbedrijf met eigen productie en distributiecapaciteiten.

Mijn conclusie is dat we een offensieve strategie moeten blijven hanteren. Bedrijven die willen doorgroeien op eigen krachten, moeten dat ook kunnen en dat moeten we als overheid zo goed als mogelijk proberen faciliteren. Bedrijven die willen verkopen, gaan we ook niet tegenhouden.

Kunnen we conclusies trekken uit Nederlandse, Franse en andere buitenlandse voorbeelden? We moeten beklemtonen dat de Vlaamse economie een zeer open economie is. Het is de derde meest geglobaliseerde economie ter wereld met een aantal hoge troeven die maken dat we attractief zijn voor investeringen, die maken dat we een sterke exporteur zijn. We zijn de dertiende exporteur van de wereld. Als er één land is, in ons geval een deelstaat, dat er belang bij heeft om een open economie te zijn en open grenzen te hebben, dan is het zeker Vlaanderen.

Een directe evaluatie van het instrumentarium uit andere landen is niet meteen voorhanden, maar het kan opportuun zijn bepaalde zaken te onderzoeken. Zo is het meervoudig stemrecht onder meer mogelijk. In Italië, Frankrijk en Engeland bestaat dit al. Nederland kent de facto een dergelijk systeem en ook daar gaan reeds enige tijd stemmen op om dit wettelijk te regelen.

Ik kom tot de Europese Unie. Het is dus niet de bedoeling – zo lees ik het en begrijp ik het toch – om vanuit een Europa een protectionistisch beleid te gaan voeren. We moeten wel in het oog houden dat onze bedrijven met gelijke wapens kunnen strijden. Denken we aan de dumpingpraktijken die moeten worden tegengegaan, denk aan het respecteren van milieunormen. En protectionistische maatregelen door andere lidstaten kunnen worden aangepakt door de Europese Commissie die die rol ook opneemt. We merken ook dat Europese commissarissen onze zorgen delen en ook de rol van de Europese Commissie zien zoals wij die voor haar wegleggen.

De Europese Commissie werkt momenteel aan een voorstel voor screening van buitenlandse investeringen in strategische sectoren van staatsbelang. Dit systeem zou de lidstaten een platform moeten aanbieden waarin informatie kan worden uitgewisseld of worden opgevraagd met betrekking tot potentiële of reeds gemaakte buitenlandse investeringen. Wij hebben nog heel veel technische vragen die we al hebben geformuleerd bij dat voorstel. Zo is het bijvoorbeeld niet duidelijk of het systeem ook doorwerkt op investeringen uit Europese lidstaten. Binnen Europa aan bepaalde protectionistische maatregelen gaan werken en uw overnames bemoeilijken door bedrijven uit andere lidstaten, botst natuurlijk op de principes die ten grondslag liggen aan de Europese Unie. Maar er kunnen misschien altijd argumenten worden aangehaald van strategisch of openbaar belang. Wij willen in elk geval niet dat er een systeem van oneerlijke concurrentie tussen de lidstaten ontstaat. Als de lidstaten maatregelen nemen, vinden we ook dat de Europese Commissie die maatregelen tegen het licht van de Europese verdragsrechtelijke regels moet houden.

Ik denk – en dat is de mening van de Vlaamse overheid – dat als er zulke maatregelen worden genomen, die beperkt moeten zijn tot de bescherming van de openbare orde en veiligheid. We mogen ook niet de indruk wekken dat de Europese Unie tegen buitenlands kapitaal gekant is. Dat zou een zeer slecht signaal zijn. We weten dat er momenteel wereldwijd – om niet te noemen bij de VS –, protectionistische tendensen zijn. Europa mag niet in die attitude gaan vervallen. Dat is mijn mening.

De heer Diependaele heeft het woord.

Matthias Diependaele (N-VA)

Minister-president, ik moet eerlijk bekennen dat een parlementslid af en toe eens wil uitpakken met een vraag waarvan hij denkt dat alles erin zit en dat er niets meer aan toe te voegen is, maar dan doet u dat toch zeer uitgebreid. Ik dank u dus voor uw omvattend en onderbouwd antwoord. Ik moet nu een beetje zoeken naar wat ik daar nog kan aan toevoegen. Ik ga een paar zaken overlopen.

Ik denk dat u groot gelijk hebt dat we eerder trots moeten zijn bij zo'n overname dan onszelf weer te gaan pijnigen met allerlei analyses waarom alles uit handen wordt gegeven. Ik wil er trouwens aan toevoegen dat het niet enkel een kwestie is van kapitaal vinden of geldinvesteringsfondsen, maar ook over het feit dat zo’n bedrijf, Ablynx in dit geval, met een overname een grote synergie krijgt. Het gaat niet alleen over geld dat ze op tafel kunnen leggen, maar ze hebben ook de marketingkanalen en allerlei management uitgebouwd waardoor ze de producten van Ablynx op de markt kunnen brengen. Dat is trouwens een probleem waar alle starters vroeg of laat mee te kampen krijgen: men vindt een product, men gaat naar een ontwikkelingsfase en dan komt de vraag wat men ermee gaat doen. Gaan we het product verkopen of gaan we het zelf op de markt brengen?

Als je zelf een product op de markt moet brengen, heb je gigantische investeringen nodig en het juiste kapitaal. In die zin is het niet altijd zomaar een vraag van kapitaal, maar vaak ook het voorhanden zijn van die kanalen, van de synergie met zo'n farmareus.

Ik ben heel blij om te horen dat u goede redenen hebt – een garantie is nooit te geven – over de beloftes van Sanofi. Zoals gezegd, lijken me die goede papieren van Sanofi in Geel waar blijkbaar honderd nieuwe jobs komen, een mooie aanwijzing van het feit dat ze het menen met investeringen in Vlaanderen.

Ik ben er ook volledig van overtuigd dat offensieve verankering altijd onze sterkhouder is. We moeten op al die verschillende kanalen blijven inzetten in de toekomst, zowel fiscaal, als in onderwijs en uitbouw van kennisinstellingen enzovoort. Het is absoluut onze taak als overheid, veel meer dan al de rest, om daar te blijven op inzetten. Daar zijn we het ook over eens.

U hebt ook verwezen naar een hele rits Vlaamse bedrijven die buitenlandse bedrijven hebben overgenomen. Er was een voorbeeld dat is afgesprongen. Ik dacht dat u als West-Vlaming daarnaar zou verwijzen. Het gaat over Greenyard. (Opmerkingen van minister-president Geert Bourgeois)

U hebt het wel vernoemd.

Het fonds van Van Overtveldt lijkt me ook een heel goed initiatief. Ik heb ook begrepen dat PMV daarin zal worden betrokken. Dat is zeker een goede zaak.

De juridische instrumenten mogen inderdaad niet contraproductief zijn. Als we dergelijke zaken op poten zetten zoals een meervoudig stemrecht, dan blijft het de keuze van het bedrijf zelf om daar al dan niet gebruik van te maken. Het blijft een keuze van het management, van de raad van bestuur of de aandeelhouders om daarin mee te gaan. Dan klopt de analyse van Noels natuurlijk wel dat veel zal afhangen van het ambitieniveau van het management en de aandeelhouders.

De screening van strategische sectoren lijkt me inderdaad een interessante oefening. Ik wist niet dat die liep. Je kunt je wel de vraag stellen hoe sommige landen die openbare orde en veiligheid zullen invullen. Als je het zo ruim doet dat er eigenlijk alles onder valt, dan merk je gewoon dat er een zeker misbruik is. Volgens mij is het absoluut de taak van de Europese Unie om daar paal en perk aan te stellen.

Er valt nog te praten, en ik vrees dat we daar mogelijks toe gedwongen zullen worden: de Amerikaanse minister van Handel heeft vrijdagavond een aankondiging gedaan over het feit dat er mogelijke importbelemmeringen en -tarieven zouden komen voor de invoer van staal en aluminium. We zullen daar als Europese Unie ook op moeten reageren, maar dat is natuurlijk iets anders dan de interne markt die we moeten vrijwaren binnen de Europese Unie.

U haalde het boekje van Hendrik Seghers aan. Hij geeft verschillende soorten van verankering aan, niet de defensieve of de offensieve, maar kennisverankering, kapitaalsverankering en juridische verankering. Ik denk dat voor ons de kennisverankering het sterkst van al is. Je moet roeien met de riemen die je hebt, en daarvan hebben we er heel wat in voorraad. Twee weken geleden is Peter Hinssen hier geweest en die heeft gesproken over Vlaamse bedrijven en Vlaamse onderzoekers die in Silicon Valley dingen uitbouwen. Het toont aan dat we in Vlaanderen heel veel te bieden hebben.

Mijn conclusie – en die loopt geheel gelijk met die van u – is dat het niet abnormaal is dat je soms de reflex hebt van ‘Oei, het komt in buitenlandse handen. We moeten protectionistisch ingrijpen en dus gaan we ons verdedigen.’ Die reflex is misschien niet ongezond, maar je moet natuurlijk wel twee keer nadenken. Ik denk dat we als Vlaamse ondernemers en Vlaamse overheid veel meer vertrouwen moeten hebben in de waarde van onze bedrijven en in het feit dat ze wel degelijk nog altijd een meerwaarde betekenen in Vlaanderen en dat ze na overname nog steeds een meerwaarde kunnen behouden. We moeten absoluut gaan voor een positieve benadering en voor meer zelfvertrouwen voor de Vlaamse economie.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.