U bent hier

Mevrouw Peeters heeft het woord.

Voorzitter, minister-president, collega's, het is niet de eerste keer dat ik een vraag stel over de Vlaamse Bouwmeester. Mijn vraag nu gaat niet zozeer over de Bouwmeester, maar over de oproep die u, minister-president, hebt gelanceerd samen met de Vlaamse Regering en met de Vlaamse Bouwmeester om aan alle lokale besturen te vragen om deel te nemen aan de opmaak van een Bouwmeester Scan.

Ik heb zowel in het persbericht op uw website als op de website van de Vlaamse Bouwmeester gelezen over hoe het allemaal in zijn werk zou gaan. Met deze ‘scan’ of nieuwe tool kan een gemeente een diagnose laten opmaken van haar ruimtelijke sterktes en zwaktes, met het oog op de ontwikkeling naar een meer duurzame gemeente. De diagnose moet uitwijzen of de gemeente voldoende slagkracht heeft om de ruimtelijke transitie in de praktijk te brengen.

De procedure staat duidelijk omschreven op de website. Na de scan en het multidisciplinair onderzoek zou er dan een eindrapport ter beschikking worden gesteld van de lokale besturen, met opnieuw de zwaktes en de sterktes, maar tegelijk ook met een zeer concrete agenda van de projecten en de beleidsmatige ingrepen. Deze projecten en beleidsmatige ingrepen kunnen betrekking hebben op verdichting en kernversterking, op collectieve woonmodellen, op warmtenetten, op de versterking en uitbreiding van groenblauwe netwerken, op de creatie van groengebieden met verhoogde ecologische waarde, op een betere continuïteit van de ecologische netwerken en landschapsstructuren, op een beter samenspel tussen open ruimte en bebouwde ruimte, op een ruimtezuinige en milieuvriendelijke mobiliteit enzovoort. Dit eindrapport wordt vervolgens voorgesteld aan het opdrachtgevend gemeentebestuur, de projectgroep en de stuurgroep van de Bouwmeester Scan in het atelier van de Vlaamse Bouwmeester. Het resultaat wordt onderling besproken, evenals het perspectief van daadwerkelijk uit te voeren projecten en beleidsmatige ingrepen. De tijd om tot het eindrapport te komen, zou een drie- tot vijftal maanden in beslag nemen. Deze timing is misschien een beetje ongelukkig, omdat de lokale besturen dan pal in verkiezingsmodus zetten.

Wat me ook een beetje vreemd overkomt, is dat het eindrapport volledig is gefocust op dat wat in het witboek Beleidsplan Ruimte Vlaanderen staat, dat eind 2016 is goedgekeurd maar dat finaal nog altijd moet resulteren in een nieuw Beleidsplan Ruimte Vlaanderen. Vandaag de dag is de enige wettelijke basis nog altijd het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen van 1997 en uiteraard ook de bestaande plannen van aanleg of de ruimtelijk uitvoeringsplannen op de verschillende niveaus.

De lokale besturen hebben zich kandidaat kunnen stellen tussen 22 januari en 12 februari. De selectie van de gemeenten zou gebeuren conform het ‘first in’-principe. Bij de eerste scanoproep zouden een dertigtal lokale besturen kunnen worden betrokken. De verdeelsleutel zou per provincie worden uitgewerkt en ook per type – large, medium en small – om de scan te laten uitvoeren. De kostprijs van de scan wordt geschat op 25.000 tot 60.000 euro per lokaal bestuur, afhankelijk van de complexiteitsklasse.

Wat ik nergens heb teruggevonden op de website, zijn de criteria waarop het multidisciplinair onderzoek wordt gevoerd. Wat ik ook een beetje vreemd vond, is dat het Departement Omgeving, de Vlaamse Landmaatschappij (VLM), het Agentschap voor Natuur en Bos participeren in de Bouwmeester Scan, maar een aantal andere cruciale partners vind ik niet terug als zijnde behorend tot het multidisciplinair onderzoek. Ik heb het dan onder andere over het Departement Mobiliteit, het Departement Landbouw, maar ook over het agentschap Wonen en het agentschap voor technologische ontwikkeling. Zij zijn toch ook heel belangrijk om het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen definitief uit te tekenen.

Minister-president, hoeveel gemeenten hebben zich ingeschreven voor de Bouwmeester Scan per type – large, medium en small? Werd een provinciale spreiding voldoende behaald? Kunt u een overzicht per provincie geven?

Wordt in subsidies voorzien voor lokale besturen die een scan laten opmaken? Ik verwijs naar de subsidies voor een ruimtelijk uitvoeringsplan.

Welke instanties, departementen van de overheid, werden betrokken bij de opmaak van de scan? En hoe gebeurt de evaluatie? Bij de evaluatie heb ik het dan vooral over de afweging van de parameters en de criteria die zullen worden gebruikt om de analyse te maken. Welke objectieve parameters werden aangewend voor de Bouwmeester Scan?

Welke rechtsgevolgen kunnen worden gekoppeld aan de scan en de opgelegde agenda? Tot op heden verwijst die enkel nog maar naar de studie van de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO), die ook met enge parameters werkt. Als men toch spreekt over een volledig multidisciplinair onderzoek, denk ik dat er voorafgaandelijk nood was aan de beleidskaders en aan het witboek.

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Mevrouw Peeters, de gemeenten konden tot 12 februari aanvragen indienen. Het team van de Bouwmeester heeft die aanvragen op deze korte termijn nog niet allemaal kunnen screenen, maar ik kan wel al een overzicht geven van de eerste vaststellingen.

In totaal hebben zestig gemeenten een aanvraag ingediend. De stuurgroep zal op korte termijn beslissen welke gemeenten in 2018 conform de verdeelsleutel een Bouwmeester Scan zullen uitvoeren. Er zijn meer aanvragen dan er kunnen worden uitgevoerd, een zestigtal voor een dertigtal gemeenten die in aanmerking komen, en dus zal er een keuze moeten worden gemaakt. Er zal een verdeelsleutel geselecteerd worden waarbij wordt gestreefd naar een gelijkmatige spreiding over de provincies. Er is een indeling per type, large, medium en small, zodat er voldoende diversiteit is in de opstartfase. Wanneer het quotum voor een of meerdere provincies of types niet wordt gehaald, wordt het quotum van andere provincies of types verhoogd.

Er is een goede spreiding van de aanvragen over de provincies: elf in Antwerpen, vijftien in Limburg, veertien in Oost-Vlaanderen, tien in Vlaams-Brabant en tien in West-Vlaanderen. Ik zal de volledige lijst aan de secretaris bezorgen zodat die als bijlage bij het verslag kan worden gevoegd.

De Vlaamse overheid verleent geen subsidies voor het uitvoeren van de Bouwmeester Scan. Heel wat gemeenten zijn al actief bezig met de voorbereidingen voor de implementatie van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen met een herordening van hun ruimtelijke ordening, met de opmaak van een gemeentelijk beleidsplan Ruimte. Het aantal vragen bevestigt dat ook.

Voor de operationalisering van de Bouwmeester Scan is een stuurgroep samengesteld met een vertegenwoordiging van een aantal organisaties: het Departement Omgeving, de Vlaamse Landmaatschappij (VLM), het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB), de Vereniging van de Vlaamse Provincies (VVP), de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) en het Team Vlaams Bouwmeester (TVB). De stuurgroep is aangevuld met drie deskundigen: professor Coppens van de Universiteit Antwerpen, Philippe Van Wesenbeeck, diensthoofd van de Dienst Stedenbouw en Ruimtelijke Planning, Departement Duurzame Stedelijke Ontwikkeling en Ondernemen van de stad Gent, en Erik Grietens van de Bond Beter Leefmilieu.

De stuurgroep zal mee zorg dragen voor de inhoudelijke, wetenschappelijke en beleidsmatige kwaliteit van de Bouwmeester Scan. Met het oog op beleidsbeslissingen zullen de leden hun eigen expertise kunnen inbrengen.

De Bouwmeester Scans zullen worden uitgevoerd door een van de vijf beschikbare onderzoeksteams. Elk onderzoeksteam bestaat uit deskundigen op het vlak van landschapsinrichting, stedenbouw, planologie, klimaat, mobiliteit en beleid. In functie van het te scannen gebied kan dit team nog uitgebreid worden met deskundigen uit andere domeinen.

De procedure voor het aanstellen van deze onderzoeksteams is vandaag nog niet afgerond. Daarvoor loopt momenteel een gunningsprocedure. Na de gunning zullen de onderzoeksteams uitgenodigd worden om concrete afspraken te maken over de te gebruiken data en de te hanteren parameters. Dit overleg wordt begeleid door professor Coppens. De evaluatie zal gebeuren op basis van een aantal vragen die standaard zijn voor elke scan. In essentie is de Bouwmeester Scan een set van ongeveer tachtig vragen die geclusterd zijn volgens vier thema’s. Thema 1 is Dichtheid en kernversterking, thema 2 is Open Ruimte, thema 3 Mobiliteit en thema 4 Regelgeving en Publiek Ondernemerschap.

Finaal levert het onderzoeksteam een rapport op met de volgende onderdelen. Voor thema 0, Ruimtelijke verkenning en Macro-scan, gaat het over de ruimtelijke verkenning en een eerste onderverdeling van het gebied in zones met ontwikkelingskansen voor meer dichtheid en kernversterking en zones met ontwikkelingskansen voor meer open ruimte. Voor de thema’s 1 tot en met 3, Dichtheid en kernversterking, Open Ruimte, en Mobiliteit, worden de ruimtelijke sterktes en zwaktes bepaald op basis van een kwantitatieve en een kwalitatieve evaluatie en wordt een concrete agenda van projecten voor de ruimtelijke transitie voorgesteld. Voor thema 4, Regelgeving en Publiek Ondernemerschap, worden de beleidsmatige sterktes en zwaktes bepaald op basis van een kwantitatieve en een kwalitatieve evaluatie en wordt een agenda van beleidsmatige ingrepen voor de ruimtelijke transitie voorgesteld.

Alle acties worden geëvalueerd aan de hand van drie criteria: de sociaal-maatschappelijke winsten, de bijdrage aan het behalen van klimaatdoelstellingen en de financiële impact –de bijdrage aan de transitie naar een kostenefficiënt ruimtelijk model.

Er zijn geen rechtsgevolgen verbonden aan de Bouwmeester Scan. Het eindrapport van de Bouwmeester Scan heeft het statuut van een expertenadvies voor het lokaal bestuur dat de aanvraag heeft ingediend.

Ik kan u ook een indicatieve timing voor de Bouwmeester Scans meegeven. Vijftien scans zullen worden opgeleverd voor het zomerreces. De bedoeling is om de volgende vijftien op te leveren tegen het einde van het jaar. Dit kan mogelijk nog wijzigen, afhankelijk van de reële voortgang van elk van de dossiers.

U hebt een punt dat dit bestuursperiode-overschrijdend is. De gemeenten zijn ook niet verplicht om daaraan deel te nemen, de gemeenten die dat doen, zijn vaak al bezig met de voorbereiding van hun gemeentelijk ruimtelijk beleidsplan. Blijkbaar zijn er een zestigtal die onmiddellijk kandidaat zijn, wat betekent dat er voldoende interesse is.

Het is werk op lange termijn. Ik neem aan dat, wie er ook bestuurt na 1 januari, voor continuïteit zal zorgen. De klemtonen kunnen verschillen, maar dit is ook maar een advies dat een van de elementen kan zijn, en zal zijn wellicht, voor de beleidsbeslissingen die het nieuwe college, de nieuwe meerderheid, daarna zal nemen in de gemeente of de stad.

Dank u, minister president, voor uw uitgebreid antwoord, en ook voor het toezeggen van de lijst van gemeenten die zich kandidaat gesteld hebben. Een zestigtal hebben interesse getoond. Het verwondert me niet zo heel erg. Ik heb zelf ook een paar atria bijgewoond inzake het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen. Daar leven heel veel vragen naar de concrete invulling van het witboek.

Nu wordt er een scan gemaakt, terwijl er heel wat provincies en lokale besturen zelf bezig zijn met een herziening van hun eigen ruimtelijke structuurplannen of met de opmaak van een eigen lokaal beleidsplan. Zolang de beleidskaders gekoppeld aan het witboek Beleidsplan Ruimte Vlaanderen en aan het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen zelf er niet zijn, is dat natuurlijk altijd nog wel wat een probleem hoe men dan alles gaat linken met elkaar. Zeker als men een studie doet in het kader van een eigen ruimtelijk structuurplan of een nieuw beleidsplan, gaat men heel alomvattend te werk, rekening houdend met zowel technologische aspecten als met woonaspecten en dergelijke, en die zitten hier nu niet in.

Ik had begrepen dat het Departement Landbouw ook ontgoocheld was omdat zij toch partner zijn inzake open ruimte en niet betrokken werden bij deze scan. Misschien kan dat toch nog worden meegenomen.

Dat wat betreft interesse. Los daarvan zegt u, als ik het goed begrepen heb, dat er op dit moment vijf onderzoeksteams worden opgesteld, telkens begeleid door een deskundige. Verder heb ik het misschien niet zo goed begrepen. Gaan zij nu eigenlijk de parameters van de scan bepalen? Of zijn die parameters er al? Dat lijkt mij zeer belangrijk. Als we straks vijf onderzoeksteams laten werken in het veld, en die hanteren allemaal andere parameters, dan krijgen we telkens een heel andere scan. Als die parameters nog niet gekend zijn, begrijp ik niet zo goed hoe dat gaat lopen. Hoe krijgen we dan de garantie dat dat allemaal objectief en op dezelfde wijze is verlopen? Daar maak ik me zorgen over, opnieuw gekoppeld aan het feit dat er nog altijd geen nieuwe decretale basis is. Dat is nog altijd het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen van 1997 of de structuurplannen of de ruimtelijke uitvoeringsplannen die daaruit zijn voortgekomen en die zelf al een heel proces met objectieve criteria hebben doorlopen.

Bijkomend heb ik nog een vraag specifiek over de oproep van de impulsprojecten ruimtelijke transitie. Het Departement Omgeving heeft daaromtrent zelf ook een oproep gedaan. De impulsprojecten worden gesubsidieerd om te zorgen voor die ruimtelijke transitie naar minder ruimte-inname. Hoe verhoudt deze scan zich tot die impulsprojecten van de ruimtelijke transitie?

Inzake de criteria hebt u opnieuw verwezen naar de kansenkaarten en dat is ook iets wat mij zorgen baart. De kansenkaart van VITO komt heel vaak naar buiten, terwijl dat maar één element is, en ze is niet op decretale basis of met democratische inspraak tot stand gekomen. Het is een enge studie met een zeer enge analyse, waarbij mijn provincie onder andere bijna volledig van de kaart wordt geveegd, omdat daar inzake openbaar vervoer zeer weinig werd geïnvesteerd. Blijft de kansenkaart een belangrijke parameter?

Ten slotte wil ik nog een bekommernis meegeven, omdat het helemaal uitgaat van het team van de Vlaamse Bouwmeester. Dat team heeft zich in het verleden een paar keer op een eerdere stigmatiserende toon uitgelaten en niet op een toon die een draagvlak kan creëren. Ik denk aan de beweringen dat een viergevelwoning een slechte woning is, en dat verkavelingen niet meer van deze tijd zijn. Er zijn studies die het tegendeel bewezen hebben, onder andere de studie van professor Laverge van de UGent. Ik hoop dat daar bij die scan allemaal rekening mee wordt gehouden.

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Inderdaad, het witboek is bekend. Er moet nog een decretale omzetting van gebeuren. U weet dat er al een eerste voorontwerp van het Instrumentendecreet is. Ik denk dat de grote lijnen van het witboek bekend zijn.

Er zijn al gemeenten, los van de scan of het impulsproject van het Departement Omgeving, die aan de slag gaan. In mijn arrondissement ken ik een stad en een gemeente – Kortrijk en Wevelgem – die beslist hebben om geen woonuitbreidingsgebied meer aan te snijden. Het leeft heel sterk, ook op lokaal niveau. De gemeenten hebben hun autonomie. Het is goed dat ze op velerlei manieren de voorbereiding van die beleidsplannen aanpakken en dat ze daar proactief mee aan de slag gaan.

De impulsprojecten ruimtelijke transitie staan hier los van. Maar, nogmaals, dit is maar een advies, het is de gemeente die intekende of niet intekende. Ze kunnen vrij hun beleid bepalen. Ook als ze ingetekend hebben, blijft dit maar een advies, dat hen niet bindt, en dat geen enkele wettelijke of juridische waarde heeft met betrekking tot een verplichte omzetting of wat dan ook.

Wat de parameters betreft, heb ik u gezegd dat de vragen bekend zijn. Die tachtig vragen zijn geclusterd rond de vier thema's die ik heb opgesomd. De objectieve parameters die nodig zijn om die vragen te beantwoorden, zijn momenteel nog niet definitief vastgelegd. Die parameters zullen voorafgaand aan het uitvoeren van de Bouwmeester Scan finaal worden vastgelegd. Dat zal gebeuren in overleg met de stuurgroep en de vijf onderzoeksteams die de Bouwmeester Scan zullen uitvoeren.

De kaart van VITO is, voor zover mijn informatie strekt, nog niet definitief. Die wordt op dit ogenblik nog verfijnd. Er is nog inbreng vanuit verschillende overheden. Het is ook maar een van de informatiebronnen naast diverse andere.

Zoals ik al zei, heeft de Bouwmeester Scan op zich geen juridische waarde. Het zal een advies zijn dat van aard is te komen tot afgewogen beleidsbeslissingen in functie van de vier thema's die ik heb vermeld.

Mevrouw Peeters heeft het woord.

Minister president, ik dank u om heel duidelijk te stellen dat het louter een advies is. Het is goed dat lokale besturen proactief aan de slag kunnen gaan. Anderzijds merk ik zelf op lokaal vlak dat op het moment dat we proactief iets willen uittekenen, we steeds van de provinciale overheid te horen krijgen dat dit niet kan omdat het niet past binnen ons structuurplan of binnen het structuurplan van de provincie. Proactief aan de slag gaan om te voorkomen dat er ruimte-inname gebeurt, daar is geen juridische basis voor. ‘First things first’: er moet eerst een juridische basis zijn. Eerst zou er een Beleidsplan Ruimte Vlaanderen moeten zijn. Eerst zouden de beleidskaders heel concreet moeten worden gemaakt. Dan pas kunnen we effectief aan de slag en kunnen we overgaan tot het beperken van de ruimte-inname, met uiteraard ook de bescherming van de eigendomsrechten.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.