U bent hier

Mevrouw Kherbache heeft het woord.

Minister, ik heb mijn vraag om uitleg opgesteld naar aanleiding van een sociaal conflict bij een onderaannemer van de Vlaamse overheid. Op 18 januari van dit jaar deelden de verschillende vakbonden pamfletten uit aan twee gebouwen van de Vlaamse overheid waar veel werknemers van DXC Technology tewerkgesteld zijn. DXC is een grote IT-onderaannemer van de Vlaamse overheid.

In die pamfletten wordt de volgende situatie aangeklaagd. Op 26 oktober van vorig jaar kondigde de directie een collectief ontslag aan van 89 werknemers. In het bedrijf is momenteel al een sociaal plan van kracht. Tijdens de daaropvolgende ondernemingsraden die moeten worden georganiseerd naar aanleiding van zo’n collectief ontslag, is volgens dat pamflet amper informatie verstrekt. Er werd zelfs geen antwoord gegeven op de vragen in verband met het organogram van de huidige en de toekomstige organisatie. De gesprekken lopen zeer moeizaam, terwijl het bij zo’n informatie-uitwisseling volgens de wet eigenlijk de bedoeling is om alle vragen te beantwoorden die de sociale partners, de werknemersvertegenwoordigers, stellen.

Uit de gesprekken met de directie blijkt dat ze reeds vóór de procedure de namenlijsten hebben aangelegd van de werknemers die zouden worden ontslagen. Meer nog, ze willen vanaf november 2018 vooral de oudere werknemers ontslaan, wanneer het lopende plan, dat de oudere werknemers beschermd om tot hun pensioen te kunnen blijven werken, afloopt.

De directie kondigt ook aan voor die ontslagen geen overleg te plegen en in de toekomst geen sociale plannen meer te willen afsluiten. Eenzijdig en na twee vragen heeft de directie beslist geen overleg meer te willen plegen. De ontslagen dienen om in de toekomst goedkopere en jongere krachten aan te stellen.

Om een idee te geven van wat er nu op de werkvloer leeft, geef ik een anekdote mee die ons heeft bereikt. De managing director, de heer Jaeken, meldde op een werkvergadering met verkopers tot ieders verrassing dat een van de collega’s zelf ontslag had genomen en dat hij hem feliciteerde met die beslissing. Het ging om een man van 52 jaar. Er werd gezegd dat die man moed betoonde om een nieuwe uitdaging te zoeken. Daarop vroeg hij dan aan de zaal wie er 50-plus was. Hij vroeg hun de hand op te steken. Na aandringen deden er verschillenden dat. De heer Jaeken zou dan hebben gezegd: ‘Jullie zouden een voorbeeld moeten nemen aan jullie collega’s. Om het bedrijf niet langer te bezwaren met jullie aanwezigheid, zouden jullie zelf ook het best ontslag nemen.’

Zo’n situatie vergroot natuurlijk de ongerustheid op de werkvloer. Het personeel is van mening dat de directie de oudere werknemers wil buitenpesten. Er is dan ook al een klacht ingediend op grond van leeftijdsdiscriminatie.

Naar aanleiding van een eerste communicatie vanwege de administratie na de uitdeling van het pamflet, zegt de directie dat ze absoluut niet van plan is om oudere werknemers te ontslaan. Nochtans staat dit in interne documenten, e-mails en verslagen gedocumenteerd en gaat men dit naar verluidt effectief uitvoeren. De directie zegt immers de oudere werknemers te moeten vervangen door jongere wegens de prijsdruk van de klant. In dit geval is die klant de Vlaamse overheid.

Minister, u zult begrijpen dat dit nieuws verontrustend is, omdat een onderaannemer van de Vlaamse overheid geacht wordt de wetgeving te respecteren, zowel de procedures inzake collectief ontslag als uiteraard het respecteren van gelijke behandeling van alle werknemers. Leeftijdsdiscriminatie is dus absoluut uit den boze.

Dat is ook de beleidskeuze van zowel u als minister Muyters – en we onderschrijven die –, om er alles aan te doen om 55-plussers aan het werk te houden.

De regel zou dan ook moeten zijn om langer werken aan te moedigen bij onderaannemers van de Vlaamse overheid. Als zou blijken dat men er effectief in het kader van een reorganisatie op gefocust is om vooral oudere werknemers te laten uitstromen, dan lijkt mij dat onaanvaardbaar.

Minister, bent u op de hoogte van het sociaal conflict en de ontwikkelingen bij DXC Technology?

Wellicht hebt u die berichten gelezen, aangezien er daarrond een communicatie is geweest. Hebt u naar aanleiding daarvan een onderzoek ingesteld? Een onderaannemer van de Vlaamse overheid wordt namelijk geacht alle sociale wetten te respecteren. Dat is ook de regel in een overheidscontract. Normaal gezien moet de overheid zich dan aangesproken voelen. Hebt u daar onderzoek naar gedaan? Hebt u informatie ingewonnen bij de personeelsvertegenwoordiging en de onderneming zelf, om te checken of die berichten kloppen? Als blijkt dat men effectief vooral oudere werknemers viseert, zult u dan stappen ondernemen om dat te vermijden?

Ten slotte wil ik een suggestie doen die ik herhaaldelijk heb gedaan bij minister Muyters. Er zijn effectief ook wel goede voorbeelden van ondernemingen die in het kader van reorganisaties hun oudere werknemers ontzien. De klassieke methode was vroeger altijd de oudere werknemers te laten uitvloeien. Het Minerva-traject van KBC is erin geslaagd om oudere werknemers effectief een ander perspectief te geven, zonder te moeten overgaan tot ontslag. Het gaat dan over een perspectief binnen de onderneming of bij een andere onderneming. Dat is een innovatieve manier, die haaks staat op de berichten die we hier horen.

Ik kijk uit naar uw antwoord.

Minister Homans heeft het woord.

Minister Liesbeth Homans

Collega’s, voor alle duidelijkheid: dit gaat over een onderaannemer van de Vlaamse overheid en niet over de Vlaamse overheid zelf. Het klopt dat mijn kabinet door het Facilitair Bedrijf wel op de hoogte is gebracht van de mogelijke reorganisatie.

Ik zal dus zeer kort antwoorden op al uw andere vragen, mevrouw Kherbache. Neen, ik plan absoluut niet een onderzoek in te stellen, noch in contact te treden met de betrokken partij, gelet op het feit dat het een private onderneming is en geen entiteit van de Vlaamse overheid. Het gaat om een privébedrijf, dat weliswaar inderdaad diensten levert aan de Vlaamse overheid, maar waarin ik totaal geen enkele zeggenschap heb of ook maar één rol kan spelen op het vlak van de interne organisatie en het sociaal overleg. Dat is nu eenmaal gewoon de realiteit en ook een feit.

Ik neem deze ontwikkelingen dan ook van op afstand waar, zonder daarin te moeten tussenkomen. Ik heb ook absoluut geen bevoegdheid om dat te kunnen doen. Dat wil natuurlijk niet zeggen, collega’s, dat ik niet inzit met het lot dat de medewerkers zouden moeten ondergaan. Maar het is vooral belangrijk – en ook mijn taak – erover te waken dat in eerste plaats de continuïteit van onze ICT-dienstverlening, waarvan de Vlaamse overheid en de burgers sterk afhankelijk zijn, kan worden gegarandeerd.

Mevrouw Kherbache heeft het woord.

Minister, het verbaast mij dat u zegt dat u hierin geen enkele bevoegdheid of zeggenschap hebt. Want als bevoegd minister bent u ook een vertegenwoordiger van de Vlaamse overheid en verantwoordelijk voor het doen naleven van de overheidsopdracht.

En een van de elementen daar is het respecteren van de wetgeving op dat vlak. En als het een privébedrijf is als Fortis of ING staan alle ministers meteen vooraan op de barricaden, met de boodschap: ‘We zullen erop toezien dat de werkgever alle elementen van de wetgeving respecteert.’ Zowel Vlaamse als federale ministers zeggen dat dan, en terecht. Het is niet dat ze in de plaats moeten treden van de werkgever of zich moeten moeien in het sociaal overleg, want dat is inderdaad zaak van de werkgever en de vakbonden.

Maar u hebt wel een controlerende bevoegdheid. En wat u nu zegt, is: ‘Er bereiken mij signalen, maar ik zal niets doen.’ Terwijl het minste wat u zou kunnen doen, toch het opvragen van informatie is en de inspectie erop wijzen dat er signalen komen van mogelijke overtredingen van de wetgeving. Als er ergens problemen rijzen bij een onderaannemer, lijkt mij dat het minimum dat u als verantwoordelijke minister kunt doen. Anders zeg je eigenlijk impliciet: ‘Het is de zaak van de onderaannemers. Of ze al dan niet de wetgeving respecteren, is niet mijn zaak.’ Terwijl het natuurlijk wél uw bevoegdheid is om erover te waken dat de regels worden gerespecteerd.

Minister Homans heeft het woord.

Minister Liesbeth Homans

Voorzitter, mocht het zo zijn dat er wetten werden overtreden, dan behoort dat tot de arbeidswetgeving en die is vooralsnog en voor zover ik weet mijn bevoegdheid niet.

Mevrouw Kherbache heeft het woord.

Minister, het gaat over de wetgeving in verband met de overheidsopdrachten. Ik hoop dat u hiermee geen precedent creëert. In alle andere overheidsopdrachten is er steeds een bevoegde minister die daarop toeziet. Zo kijkt de minister van Onderwijs er bij het bouwen van scholen heel secuur op toe dat de sociale wetgeving wordt gerespecteerd. Wanneer er problemen rijzen, wordt dat gesignaleerd aan de federale inspectie. Maar diegene die het terrein het beste kent, is de bevoegde minister.

U bent bevoegd voor dit contract en voor deze overheidsopdracht. Wanneer u nu uw ogen sluit, vind ik dat een heel negatief signaal ten aanzien van ten eerste alle werknemers, maar ten tweede ook alle onderaannemers die wél de spelregels respecteren. Want deze onderaannemer loopt de kantjes ervan af, kennelijk voor de prijsdruk. We laten dit als Vlaamse overheid gebeuren. Ik vind dit een zeer fout signaal.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.