U bent hier

De heer Schiltz heeft het woord.

Minister, u weet ongetwijfeld beter dan ik dat volgens de laatste cijfers van Ruimte Vlaanderen in Vlaanderen bijna 60.000 panden meer dan een jaar leegstaan. Dat is bijzonder veel. Het gaat om 32.600 woningen, iets meer dan 15.600 handelspanden en 11.500 bedrijfssites. Dat zijn de cijfers in de inventarissen, maar ze vormen uiteraard geen exacte weergave van de omvang van onze leegstand. Ze komen echter wel in de buurt.

De strijd tegen de leegstand wordt met heffingen en flankerend beleid op allerlei niveaus gevoerd. Veel steden en gemeenten gaan zelf aan de slag met een nog strenger beleid. Gezien de hoge nood aan meer woningen en meer beschikbare ruimte is dat een goede zaak. Met een voorstel van resolutie, waarvan de heer Ronse met zijn conceptnota de bezieler was, heeft het Vlaams Parlement de Vlaamse Regering reeds gevraagd om werk te maken van een slagkrachtig beleid inzake leegstandsbestrijding. Ik neem aan dat het Instrumentendecreet binnenkort alvast de voorbode van dit krachtig beleid zal vormen.

Leegstandsbeheer, waarbij leegstaande panden tijdelijk een nieuwe creatieve invulling krijgen, heeft echter nog niet veel aandacht gekregen. Het gaat dan niet om een definitieve herbestemming, maar om een tijdelijke functionele of nuttige invulling van een leegstaand pand in afwachting van de sloop, de verbouwing, de herbestemming en dergelijke. Dit lijkt me een belangrijk instrument in de strijd tegen leegstand. Niets is immers zo erg als een winkelstraat waarin te veel panden leegstaan. Vaak heeft dit een bijzonder nefaste invloed op de economische en algemene leefbaarheid van die straat, waardoor de leegstand zich als een kankergezwel doorheen een handelskern kan banen. Door kort op de bal te spelen en een leegstaand pand zo snel mogelijk nuttig in te vullen, kan leegstandsbeheer een belangrijk instrument zijn om verdere leegstandsuitbreiding te vermijden. Concreet betekent leegstandsbeheer vaak de flexibele inrichting van ruimtes als opslagruimtes, ateliers voor kunstenaars, start-ups en ruimtes voor creatieve ondernemers die er hun onderneming in vestigen. Voor de plaatselijke leefomgeving, de lokale overheid en de economie kan dit een dubbele winst betekenen.

De regelgeving is momenteel echter niet helemaal aangepast aan het snelle en tijdelijke karakter van leegstandsbeheer. De leegstandsbeheerder, die als intermediair wordt gebruikt om de invulling te realiseren, wordt vaak geconfronteerd met lange en complexe vergunningstrajecten. Op het ogenblik dat hij zijn vergunning heeft om het handelspand een andere bestemming te geven, is de leegstand gelukkig al vaak voorbij of is het niet meer interessant omdat te veel maanden en jaren zijn verstreken. Hetzelfde geldt voor de aanvragen voor water-, gas- en elektriciteitsaansluitingen.

Een tweede problematiek is dat in veel gevallen geen of slechts een gedeelte van het eigen leegstaand stedelijk of gemeentelijk patrimonium op de gemeentelijke lijst of in het leegstandsregister wordt opgenomen. Dit lijkt me in tegenstrijd met de toepassing van de decreetgeving. Om duidelijke criteria te kunnen definiëren en zo tot een slagkrachtige regelgeving te komen, is het belangrijk dat leegstaande panden van private eigenaars en van de overheid op eenzelfde wijze worden beoordeeld en geïnventariseerd.

Tot slot heeft de contractvorm ‘bezetting ter bede’ voor de tijdelijke terbeschikkingstelling van ruimtes aan derden geen duidelijk afgelijnde juridische context. Hierdoor heerst er nog steeds onduidelijkheid bij eigenaars, hun juridische raadgevers en de gerechtelijke diensten. Ik moet wel opmerken dat we al initiatieven hebben genomen in verband met de handelshuur van korte duur, maar er zijn uiteraard nog veel andere huur- en verhuurmogelijkheden.

Minister, hoe gaat het Departement Omgeving momenteel om met leegstandsbeheer en leegstandsbeheerders? Ziet u een mogelijkheid om de creatie van tijdelijke vergunningen, ook voor bestemmingswijzigingen, door middel van een verkorte procedure door te voeren? Zo neen, welke obstakels ziet u? Kunnen die obstakels op weg naar een slagkrachtig instrumentarium worden weggewerkt? Deelt u mijn overtuiging dat leegstandsheffing moet worden aangepast aan het leegstandsbeheer? Dat betekent dat voor een pand een vermindering van de heffing kan worden verkregen indien kan worden bewezen dat een leegstaand pand in afwachting van een definitieve herbestemming op een nuttige wijze wordt ingevuld. Overweegt u het leegstaand patrimonium van de overheid eveneens op gelijkaardige wijze te laten registreren? Hoe wilt u tegemoetkomen aan de huidige contractvorm ‘bezetting ter bede’?

Minister Schauvliege heeft het woord.

Voorzitter, leegstandsbeheer is natuurlijk niet enkel een bevoegdheid van de minister van Omgeving. Dit bevindt zich ook in andere beleidsdomeinen, zoals het woonbeleid, het beheer van het eigen woningpatrimonium of het beheer van het overheidspatrimonium.

Het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing is natuurlijk zeer belangrijk. In het Vlaams regeerakkoord staat dat we dit decreet grondig zouden evalueren en dat we op basis daarvan zouden nagaan of het instrumentarium moet worden bijgestuurd. Anticiperend op de resultaten van deze evaluatie is in het door de Vlaamse Regering goedgekeurde voorontwerp van Instrumentendecreet een gerichte aanpassing opgenomen van de subsidieregeling en van de vrijstellings- en opschortingsgronden voor de heffingen.

Op 30 november 2016 heeft de Vlaamse Regering het witboek Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV) goedgekeurd. Dat is een ambitieus veranderingstraject om te komen tot een beter gebruik van de ruimte die nu al in beslag is genomen. We zullen de ruimte die in beslag is genomen intensiever gebruiken en op die manier de druk op de open ruimte wegnemen.

De huidige regelgeving ter bestrijding en voorkoming van leegstand biedt echter een kader dat een verdere bebouwing en verharding van de open ruimte en de agrarische gebieden veeleer faciliteert. Beleidsmatig wordt ervoor gekozen om het ruimtebeslag van wonen, de bijbehorende vertuining en verpaarding en de niet-agrarische economische activiteiten niet te laten toenemen en om de reeds bestaande niet-agrarische activiteiten in regel een veeleer beperkt ruimtelijk ontwikkelingsperspectief te bieden. Deze overwegingen maken een beleidsmatige heroriëntering van de regelgeving noodzakelijk. Een ruimtelijke differentiatie moet ervoor zorgen dat de ongewenste ruimtelijke dynamieken in de open ruimte worden vermeden door nieuwe activiteiten in leegstaande bedrijfsruimtes aan te trekken om de leegstandsheffing te vermijden en door saneringswerkzaamheden financieel te ondersteunen om gebouwen te laten slopen in functie van de oprichting van nieuwe bebouwing.

De regeling inzake de subsidieverlening, de onteigening en de inventarisatie van leegstaande of verwaarloosde bedrijfsruimtes is in het Leegstandsdecreet vastgelegd. De inventaris bevat alle leegstaande of verwaarloosde bedrijfsruimtes die aan een heffing kunnen worden onderworpen. Van leegstand is sprake zodra meer dan 50 procent van de totale vloeroppervlakte niet effectief wordt benut. De eigenaar van een bedrijfsruimte kan de schrapping uit de inventaris vragen indien de gehele of gedeeltelijke leegstand is beëindigd. Om onwettig gebruik van bedrijfsruimtes tegen te gaan, wordt verduidelijkt dat enkel de wettelijk toegelaten benutting van een bedrijfsgebouw in aanmerking kan worden genomen. Hiermee wordt een explicietere controle beoogd om te vermijden dat dit op een andere wijze zou worden ontweken. Daarnaast wordt in de definitie van het begrip ‘vernieuwing’ verduidelijkt dat enkel toegelaten maatregelen voor de sanering of herbestemming in aanmerking worden genomen. Bij de recentste wijziging van het Leegstandsdecreet is aan de Vlaamse Regering delegatie verleend om de in het decreet vermelde subsidiepercentages aan te passen aan de prioriteit en het belang van bepaalde vernieuwingscategorieën. In aansluiting op de doelstellingen in het witboek BRV is het prioritair het bestaand ruimtebeslag beter en intensiever te gebruiken door middel van transformaties op goed gelegen locaties.

Er wordt een tweesporenbeleid ontwikkeld. Het voorliggend voorstel tot wijziging reikt de nodige decretale basis aan om deze gebiedsdifferentiatie te operationaliseren in een uitvoeringsbesluit. Dit zal gebeuren op basis van gebiedscategorieën. We zullen rekening houden met de mate waarin de sanering en de te realiseren herbestemming een kwalitatieve verhoging van het ruimtelijk rendement teweegbrengen.

Mijnheer Schiltz, het besluit van de Vlaamse Regering van 29 november 2015 heeft de eerste werkwijze mogelijk gemaakt, zij het weliswaar met een specifieke scope. Aan het besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van de lijst van toelaatbare zonevreemde functiewijzigingen is een artikel toegevoegd: “Met toepassing van artikel 4.4.23 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kan een vergunning worden verleend voor het geheel of gedeeltelijk wijzigen van het gebruik van een gebouw of gebouwencomplex, voor zover aan al de volgende voorwaarden voldaan is”. Hierop volgt een hele reeks voorwaarden, die ik hier niet zal overlopen, maar die u zelf kunt terugvinden.

In stedelijke gebieden bevinden zich doorgaans oudere industriële sites. Die sites zijn op basis van hun voormalige activiteiten op het gewestplan meestal als industriegebied ingekleurd. Wanneer deze bedrijven hun activiteiten stopzetten, is het in de meeste gevallen ruimtelijk niet verantwoord om er nieuwe grootschalige industriële activiteit te vestigen, bijvoorbeeld vanwege de ligging in een woongebied. Een herbestemming naar een gebied waarin andere functies mogelijk zijn, ligt dan meer voor de hand. Een dergelijke herbestemming vergt natuurlijk tijd en leidt tot een aantal onderzoeken in de buurt en dergelijke. Het is zonde de bestaande gebouwen in dergelijke gevallen te laten leegstaan en verkommeren. Bovendien bestaat het risico dat de leegstaande bedrijfsruimtes aan de heffing worden onderworpen. Om die reden maakt de nieuwe regeling onder strikte voorwaarden een tijdelijk gebruik en een zonevreemde invulling voor drie jaar mogelijk.

Een tweede mogelijkheid inzake tijdelijke invulling staat in het ontwerp van Instrumentendecreet en betreft het nieuw instrument van de convenant-/contractbenadering bij gebiedsgerichte afwijkingen van functies. Al jarenlang blijkt dat de economische activiteiten in gebouwen in agrarisch gebied en in parkgebied niet overeenkomen met de zonevreemde functiewijzigingen. Het gaat dan, bijvoorbeeld, om kleinschalige handels-, transport- of bouwactiviteiten. Die activiteiten komen niet in aanmerking voor een vergunning omdat ze niet compatibel zijn met de bestemming. Ook de afwijkingsregeling die in het besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van de lijst van toelaatbare zonevreemde functiewijzigingen zit vervat, biedt in veel gevallen geen oplossing.

Door gebiedsgericht bepaalde ruimere mogelijkheden in het leven te roepen, ontstaat een opportuniteit om onbenutte, bestaande en niet-verkrotte gebouwen een kleinschalige en ruimtelijk aanvaardbare invulling te geven. De convenant/contract-benadering wordt in het ontwerp van Instrumentendecreet verder uitgewerkt.

Mijnheer Schiltz, u hebt me gevraagd of ik uw overtuiging deel dat de leegstandsheffing aan het leegstandsbeheer moet worden aangepast. Momenteel is niet in die koppeling voorzien, ook niet in het ontwerp van Instrumentendecreet. Zoals ik daarnet heb proberen uit te leggen, wordt de koppeling wel gemaakt door middel van de geplande aanpassing van de subsidieregeling. Op dit ogenblik is er enkel een koppeling tussen de registratie en de benutting om af te komen van de leegstandsregistratie en om geen heffing te moeten betalen.

Uw vraag over de actieve aanpak van het leegstaand patrimonium moet u aan minister Homans stellen. Een van de opdrachten van het Facilitair Bedrijf is het vastgoedbeleid van de Vlaamse overheid. De vastgoeddatabank is hiervoor een belangrijke tool.

Bij de bezetting ter bede, ook de overeenkomst van precair gebruik genoemd, verleent een eigenaar bij wijze van gunst aan een bepaalde persoon het recht om tot wederopzegging een bepaald onroerend goed te gebruiken in afwachting van het moment waarop aan dat onroerend goed een definitieve bestemming kan worden gegeven. Dit valt buiten de huurwetgeving. Het instrument van de bezetting ter bede is aan bod gekomen tijdens de screening van de scope van het project inzake het Instrumentendecreet. Het is erkend als een realisatiegericht en grondgebonden instrument.

De taskforce heeft er bewust voor gekozen dit instrument buiten het ontwerp van decreet te houden, maar wel in de instrumentengids op te nemen. Deze gids is de flankerende website bij het ontwerp van decreet. De gids is ruimer opgevat dan enkel de decretale tekst en heeft de bedoeling gerichte suggesties te doen die op het terrein kunnen worden gebruikt. Die suggesties horen eigenlijk niet thuis in het keurslijf van een decreet, maar worden als richtlijnen meegegeven.

Mijnheer Schiltz, ik hoop dat ik u wat wegwijs heb gemaakt in de mogelijkheden.

De heer Schiltz heeft het woord.

Minister, u hebt me vooral wegwijs gemaakt in het glossarium van terminologie die inzake ruimtelijke ordening kan worden gehanteerd. Ik ben zeer onder de indruk van uw omstandig en ietwat moeilijk te begrijpen antwoord. Ik zal het nog drie keer moeten nalezen.

Ik blijf echter ook op mijn honger. Het gaat me niet om de bestemmingswijziging, hoewel dat ook een problematiek is waarmee u wordt geconfronteerd en waarvoor we van u veel goeds verwachten. In steden zien we grote bedrijfsruimtes die plots in een woonomgeving komen te liggen en die uiteraard niet meer opnieuw als een bedrijf, maar veeleer als lokale economie of woongebied moeten worden ingevuld.

Mijn vraag is zeer specifiek. Ik kan als leegstandsbeheerder een appartementsgebouw zien dat leegstaat. In afwachting van de sloop of de heropbouw moet de eigenaar de leegstandsheffing betalen. Hij kan dat immers nooit binnen de juiste termijnen helemaal verbouwen, herbouwen of slopen en heropbouwen. Hij kan me zeggen dat ik daar een kluit jonge ondernemers van de universiteit start-ups kan laten beginnen. Als ik daar nog een fototentoonstelling aan koppel, is dat heel goed voor de stad. Groei, bloei en al wat we willen. Dit is nu echter zeer moeilijk.

Het zou nog gaan om in een leegstaand kantoorgebouw handelsactiviteiten te laten verrichten, maar indien in een appartementsgebouw in een woonomgeving plots handelsactiviteiten worden ondernomen, vinden lokale besturen vaak dat dit niet mag. Ik wijk dan af van de bestemming en dat gaat niet.

Bovendien is het voor de leegstandsbeheerder die van de lokale overheid wel een wettelijke bezetting heeft mogen uitvoeren een hele poespas om een schrapping van de lijst te krijgen. Voor de tijdelijke bezetting krijgt hij geen schrapping, want het is geen duurzame nieuwe bezetting. De leegstandsbeheerder moet nu zelf contact met de administratie opnemen en uitleggen dat het niet in het decreet staat en dat er eigenlijk geen kader voor is, maar dat het eigenlijk een bezetting is en dat er eigenlijk geen leegstand is, hoewel er eigenlijk geen definitieve bezetting is. Daar focust mijn vraag om uitleg zich specifiek op.

Minister, kunt u de regelgeving of uw instrumentarium hieraan aanpassen, zodat het mogelijk wordt met een tijdelijke bezetting op een soepele wijze een vrijstelling van de leegstandsheffing te krijgen en zodat een tijdelijke bezetting inzake de bestemmingsvoorschriften op een soepele wijze kan worden bejegend? Indien u hier nog iets specifieker op zou kunnen ingaan, zou u me zeer gelukkig maken.

Minister Schauvliege heeft het woord.

Mijnheer Schiltz, in het door de Vlaamse Regering goedgekeurde witboek BRV staat het tijdelijk gebruik van de niet-benutte ruimtes vermeld als een van de praktijken die we veel meer moeten stimuleren. Dat omvat eigenlijk twee aspecten.

Eerst is er het stedenbouwkundig aspect. De vraag is of iemand hiervoor een vergunning kan krijgen. In de beleidskaders die de Vlaamse Regering moet goedkeuren, zullen we zeker rekening houden met uw suggestie om na te gaan of we hier iets soepeler mee kunnen omgaan. Een aantal mogelijkheden zijn al opgenomen in het decreet en in de aanpassing van de codex. Volgens mij zijn er nog een aantal zaken die we moeten kunnen toepassen. We experimenteren en gaan na hoe we met een vorm van regelluwe zones kunnen werken om ook het tijdelijk gebruik te stimuleren. Ik ben zeker bereid te onderzoeken hoe we de vergunningsproblematiek in verband met een tijdelijke bezetting of het tijdelijk gebruik van ruimtes kunnen opvangen. Daarnaast is er natuurlijk de automatische schrapping van de te betalen heffing indien er een gebruik is.

Een en ander lijkt me aan elkaar gelinkt. Als een gebouw dat op de lijst staat en waarvoor leegstandsheffing wordt betaald, ondertussen wordt gebruikt, lijkt het me logisch de koppeling te maken met het feit dat er geen leegstand is. Ik zal daar zeker rekening mee houden en nagaan of we die link nog beter kunnen uitwerken in de stappen die we nog moeten zetten.

De heer Schiltz heeft het woord.

Minister, hartelijk dank.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

zullen de commissiewerkzaamheden voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.