U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Christiaens heeft het woord.

An Christiaens (CD&V)

Minister, in juli werd de principiële beslissing genomen tot opheffing van de wettelijke bepalingen inzake de basiskennis bedrijfsbeheer. Er was aangekondigd dat die afschaffing zou ingaan vanaf 1 september 2019. Gelijktijdig werd ook aangekondigd dat er werk zou worden gemaakt van een uitvoerig plan dat alternatieven zou ontwikkelen met het oog op de kwaliteit van het ondernemen en de kennis van de ondernemers. De afschaffing van het attest bedrijfsbeheer is ook een gevolg van de omzetting van Europese richtlijnen. Voor ons is het belangrijk dat dit waardevol is en dat er in alternatieven wordt voorzien. Intussen heeft de Vlaamse Regering het voorontwerp voor een tweede maal principieel goedgekeurd, en het zit nu bij de Raad van State.

We hebben ondertussen vernomen dat de eigenlijke afschaffing van het attest vervroegd wordt naar 1 september 2018. Dit is op zich een positieve zaak voor de duidelijkheid en om de fase van onzekerheid te vermijden. De timing voor de alternatieven in het plan dient zeker gerespecteerd te worden, eenmaal de afschaffing in werking is getreden. Tegen dan moeten de alternatieven zijn uitgerold.

Minister, welke zijn de voornaamste nieuwigheden in het plan? Zijn er nog knelpunten die uitgeklaard moeten worden? Hebt u over alles een akkoord? Is er iets opgenomen met betrekking tot de invulling van prestartersbegeleiding? Is er iets opgenomen om in tussentijd – tussen de afschaffing en het afronden van het plan – startende ondernemers aan te sporen zich voldoende te scholen voor de opstart van de zaak? Zijn er nog knelpunten? Is er nog overleg met de sectoren inzake vaktechnische competenties? Er was nog onduidelijkheid omtrent de bouwsector.

De voorzitter

De heer Parys heeft het woord.

Minister, wie vandaag een zaak wil starten, moet nog altijd verplicht een attest basiskennis bedrijfsbeheer voorleggen. U hebt ervoor gezorgd dat dit vanaf 1 september niet langer het geval zal zijn. U wilde normaal op 1 september 2019 starten, maar hebt op vraag van de sociale partners in uw beleidsbrief opgenomen dat dit al kan vanaf 1 september 2018. Dat is positief, want zo is de overgangsperiode erg kort en is er weinig onduidelijkheid.

U hebt samen met de ondernemers en het onderwijsveld een actieplan uitgewerkt waar iedereen met zin voor ondernemen een beroep op kan doen. In het plan is sprake van nauwe samenwerking met het onderwijs omdat ondernemerschapscompetenties al vanaf jonge leeftijd moeten worden opgebouwd. U gebruikt de afschaffing van het attest dus om het nieuwe actieplan dynamischer te maken en in te spelen op drie belangrijke groepen: jongeren in het onderwijs, starters met plannen om te ondernemen of ondernemers die reeds van start gingen.

Minister, mijn vragen zijn dus zeer voor de hand liggend. Kunt u ons wat meer toelichting geven bij die samenwerking met het onderwijs? Hoe zal dat concreet verlopen? Welke maatregelen staan op stapel om ervoor te zorgen dat u het doel van het actieplan kunt verwezenlijken? Hoe zult u beginnende of potentiële ondernemers stimuleren om toch een opleiding te volgen om die nodige competenties te verwerven?

Collega Vanwesenbeeck is er niet, dus ik maak er even gebruik van om gewoon haar vraag ook te stellen, die anders was dan de vragen die collega Christiaens en ik hadden voorbereid. Zij vroeg zich vooral af, op basis van een vraag van UNIZO, hoe het financieel management kon worden meegenomen in heel het verhaal dat u nu schrijft.

De voorzitter

Minister Muyters heeft het woord.

Ik was al van plan om de vragen van mevrouw Vanwesenbeeck uiteraard ook in het antwoord mee te nemen, maar veeleer dan jullie gewoon een antwoord te geven op de vraag, ga ik het geheel doorlopen, en dan hebben jullie sowieso de antwoorden op alle vragen die zijn gesteld.

Ik ga terug naar 14 juli 2017. Toen heeft de Vlaamse Regering de eerste principiële goedkeuring gehecht aan de opheffing van de wettelijk vereiste basiskennis bedrijfsbeheer. Toen is gezegd ‘laten we 1 september 2019 opschrijven’, maar de collega’s hebben me toen gevraagd te proberen te komen met een actieplan inzake ondernemerscompetenties. Dat ben ik vanaf dan ook beginnen uit te werken. In dat actieplan ligt het accent voortaan op levenslang leren in plaats van die eenmalige vorming. Ik heb dat bij de bespreking die we hier al hebben gehad over dat bedrijfsattest altijd gezegd: het is nogal raar, je moet dan in het begin van je carrière een attest halen, maar dat dat na een tijd voor een stuk verouderd is, wordt niet meegenomen. In de toekomst zullen de aangeboden opleidingen beter moeten inspelen op de specifieke noden van doelgroepen. Er is toch wel een verschil naargelang het gaat over mensen met of mensen zonder voorkennis. Ik denk dat er ook een verschil is naargelang de opleiding die de personen in kwestie al dan niet hebben genoten in het verleden. Men moet ook kunnen inspelen op de voortdurend veranderende omstandigheden. Zo antwoord ik ook al op de vraag van mevrouw Vanwesenbeeck. De digitalisering kan mee aan bod komen. E-commerce, wijzigende flankerende wetgeving, doorgroei en opschaling zijn volgens mij andere aspecten die aan bod kunnen komen in die opleidingen.

Wat voor mij ook heel belangrijk is, is dat die opleiding zeer praktijkgericht zal worden gegeven, dus geen algemene theorie, maar business- en financiële plannen concreet opmaken. Voor de mensen die met een zaak starten, zou dat veel efficiënter zijn.

Op 26 januari van dit jaar keurde de Vlaamse Regering na het advies van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) de voorziene opheffing voor een tweede keer principieel goed. We zijn dan daadwerkelijk ingegaan op de vraag van de SERV om dat opnieuw te vervroegen naar 1 september 2018, door het feit dat ik ondertussen dat actieplan had gemaakt en het door de Vlaamse Regering ook positief werd bevonden dat we dat naar 1 september 2018 zouden brengen. Momenteel is het ontwerpdecreet bij de Raad van State. Het advies daarover wordt eind februari verwacht. Als dat er eenmaal is, zal ik bekijken wat ik nog moet aanpassen aan het ontwerp van decreet en kan ik het indienen in het parlement. Ik hoop dat dat dan in de loop van maart is, altijd vanuit het oogpunt van de invoering in september.

De acties in het plan worden nu al geconcretiseerd en uitgerold, in overleg met de stakeholders en de onderwijsverstrekkers. Voor alle duidelijkheid: het betreft de basiskennis bedrijfsbeheer, dus niet de verplichte vaktechnische competenties of de verplichte beroepsbekwaamheden. Dat zit niet in dat actieplan. Zoals u weet, werd de verplichting voor zestien beroepen al sinds 1 januari van dit jaar opgeheven. Wat rest, zijn de vaktechnische competenties of beroepsbekwaamheden uit de bouwcluster. U zei het zelf. Daarover moet ik eerlijk zeggen dat we daar, hoewel er veel is overlegd, nog niet uit zijn: dat consultatieproces en de analyses zijn daar nog aan de gang. Daar is er dus nog niet de conclusie om die beroepsbekwaamheden ook op te heffen.

Daarnaast zijn de sectorfederaties zelf in overleg met SYNTRA en de onderwijsverstrekkers om een geactualiseerde invulling te geven van de vaktechnische opleidingen. Mevrouw Christiaens, ik vind het veel beter dat dat bottom-up gebeurt. Zij zullen beter weten bij welke opleidingen ze daar stappen kunnen zetten.

Het actieplan zelf behelst enkel de alternatieven voor het eerder verplichte bedrijfsattest. Met andere woorden: dat benadert enkel de generieke competenties. Dat actieplan is in het najaar van 2017 tot stand gekomen door overleg met de werkgeversorganisaties UNIZO, Voka en het Neutraal Syndicaat voor Zelfstandigen (NSZ). Alle onderwijskoepels werden ook betrokken bij dat overleg. Er was het GO!, het Agentschap Innoveren en Ondernemen (VLAIO), Stichting Onderwijs & Ondernemen, het Departement Onderwijs en Vorming, SYNTRA Vlaanderen, de ondernemingsloketten en de prestartersinitiatieven.

De acties die in dat actieplan zijn opgelijst, worden nu uitgerold. Er zijn dan ook geen knelpunten, en aangezien de uitrol nu al is, hoeven we ook geen overgangsmaatregelen te hebben.

Specifiek voor de onderwijssector wordt er nauw samengewerkt met het Departement Onderwijs en Vorming, de onderwijskoepels en -netten. Zo trekken het Departement Onderwijs en Vorming en het departement Werk de actie ondernemerschapscompetenties binnen levenslang leren. Dat is een eerste activiteit. Een tweede activiteit is de evaluatie door Onderwijs van de opleidingsprofielen binnen het volwassenenonderwijs. Een derde zaak die gebeurt, is de vernieuwing van de eindtermen secundair onderwijs, met de economische en financiële competenties en de ontwikkeling van initiatief, ambitie, ondernemingszin en loopbaancompetenties die nu in eindtermen moeten worden vertaald. Mijnheer Parys, ik denk dus dat dat toch wel interessant is als het gaat over ondernemerschap en onderwijs.

Het actieplan werkt volgens drie strategische doelstellingen. De eerste is dat ondernemers de nood aan ondersteuning erkennen en warm worden gemaakt voor die opleidingsinitiatieven die ondernemingscompetenties versterken. Zoals ik al zei: dat is niet enkel bij de start, maar doorheen heel de ondernemerscyclus. Dat lijkt me heel belangrijk. De communicatie en sensibilisering daartoe zullen ook gebeuren.

Het feit dat UNIZO, Voka en het Neutraal Syndicaat voor Zelfstandigen (NSZ) zelf mee het actieplan hebben opgesteld en dat er zwaar overleg is geweest, verzekert mij dat ook zij daar verder promotie voor zullen voeren. De overheid en de partners organiseren ook een klantgerichte ondersteuning op basis van de doelgroepnoden en de ervaring: ‘learning by doing’. Overheid en partners spelen ook in op de diversiteit van de doelgroep. Dat is ook zeer essentieel. Er is echt een verschil tussen als je start met een bedrijf of als je wilt doorgroeien of als het om een overname gaat. Er zijn zoveel verschillende momenten.

De strategische doelstellingen werden binnen het actieplan vertaald in operationele doelstellingen en acties. Ze zijn in het actieplan terug te vinden vanaf bladzijde 12 tot 21. Het kan niet de bedoeling zijn dat we ze hier allemaal overlopen.

Voor wat betreft de prestartersbegeleiding bestaan er al initiatieven. Er is het initiatief van UNIZO, Go4Business. Er is START! van Starterslabo. De prestartersbegeleiding van Voka werkt onder de naam Bryo. Die zaten allemaal in de grote call en worden nu geëvalueerd. Daarbij wordt onderzocht in welke mate de initiatieven effectief de deuren openen voor prestarters. Aspecten zoals overlevingsgraad naar vijf jaar, de doorlooptijd van de begeleiding, de financiële geletterdheid en de capaciteit voor kredietverwerving worden van naderbij bekijken. Indien de doelstellingen onvoldoende worden gehaald, moeten de prestarterbegeleidingen worden bijgestuurd.

Samenvattend kan ik stellen dat we het attest kunnen afschaffen. Ik ben ervan overtuigd dat we met het actieplan een betere situatie hebben dan in het verleden: mensen kunnen niet alleen bij de start maar vooral gedurende de hele loopbaan van een onderneming de nodige begeleiding krijgen. Dit blijft uiteraard vrij voor de mensen, het is geen verplichting.

De voorzitter

Mevrouw Christiaens heeft het woord.

An Christiaens (CD&V)

Minister, dank u voor uw uitvoerige antwoord. Ik heb in mijn inleiding al gezegd dat het zeker een goede zaak is dat de datum werd vervroegd. Daardoor heeft dat het voordeel van de duidelijkheid en de zekerheid. Door de acties waarnaar u hebt verwezen en de afstemming die er is geweest met alle actoren, zowel vanuit de werkgeversbegeleiding als vanuit de sociale partners en de onderwijsinstellingen, werd iedereen gehoord die daarbij betrokken moest zijn. We moeten op hen kunnen rekenen om dat verder mee te ondersteunen en te stimuleren, want daar zou inderdaad wel het knelpunt kunnen zitten.

Ik hoor startende ondernemers vaak vragen wanneer dat zal wegvallen, wanneer ze dat niet meer moeten doen. Het klopt dat hiermee een drempel wegvalt. Langs de andere kant is het ook niet helemaal positief: het werd bekeken als een verplichting, als een verzwaring, terwijl het natuurlijk ook de bedoeling heeft om nu net startende ondernemers of ondernemers-handelaars te begeleiden. Ze moeten kunnen inspelen op het levenslang leren en het levenslang ondersteunen en op alle maatschappelijke ontwikkelingen in de bedrijfswereld. Dat is heel belangrijk. We moeten ons ervoor hoeden dat er, doordat het geen verplichting meer is, weinig of sowieso minder gebruik van zal worden gemaakt.

Minister, u hebt zelf gezegd dat er wordt ingezet op sensibilisering, op stimuleren en op communicatie. U rekent daarbij op de partners. Minister, zijn er daarvoor bepaalde doelstellingen vooropgesteld? Hoe worden die gemonitord? Het zou jammer zijn als we binnen enige tijd zouden moeten vaststellen dat er door die afschaffing veel minder wordt gevormd en levenslang geleerd, terwijl dat nu net de bedoeling is.

De voorzitter

De heer Parys heeft het woord.

Minister, dank u wel voor uw antwoord. Het is inderdaad verstandig voor de vaktechnische bekwaamheden bottom-up te werken. Dat is de goede aanpak. U zegt ook dat de verschillende levensfases van een ondernemer anders moeten worden benaderd. Dat strookt met wat ondernemers ook willen. Ze willen iets op maat voorgeschoteld krijgen, ze willen geen eenheidsworst. Dat is dus verstandig.

Minister, op welke manier kunt u er mee voor zorgen dat die opleiding zoveel mogelijk door ondernemers zelf wordt gegeven? Als je competenties probeert aan te wakkeren, als je een ondernemer in spe of een ondernemer die bezig is, laat begeleiden, ook al is het een soort klassikale setting, door iemand die zelf met zijn voeten in de modder staat, is dat altijd bijzonder interessant. Ik zou in elk geval, als ik zo naar mezelf kijk, beter opletten dan als daar gewoon iemand staat die bepaalde bekwaamheden komt overbrengen vanuit een eerder theoretisch perspectief.

Minister, u hebt daarjuist gerefereerd aan de onderhandelingen die nog bezig zijn met de bouw. De vraag die elke volksvertegenwoordiger zich dan stelt is: hebt u enig zicht op hoelang dat nog zal duren? Wanneer wilt u daar eventueel mee landen?

Minister, wat gaat dit kosten? Kan een ondernemer die zich wil bijscholen, een beroep doen op de vandaag al bestaande generieke instrumenten? Of wordt dat op een heel laagdrempelige manier aangeboden?

De voorzitter

Mevrouw Turan heeft het woord.

Güler Turan (sp·a)

Minister, dank u wel voor de toelichting. Ik was nu al de hele tijd op zoek naar het actieplan waarnaar u net heeft verwezen. Ik vroeg mij af waar het is, maar ik heb het gewoon vast, denk ik. Dit document stond al op 14 juli 2017 op de agenda.

Het is niet altijd gemakkelijk omdat de Vlaamse Regering de nummers en de titels heeft veranderd. Ik heb het document vast en ik heb het eens gelezen.

Mij niet gelaten dat we de onduidelijke periode zo snel mogelijk willen passeren en dat we alles willen vervroegen, maar de oppositie, de meerderheid en de sector zagen ook wel het nut in van het attest ‘basiskennis bedrijfsbeheer’. We hebben gesteld dat er alternatieven moeten komen. De levenslange benadering is goed, maar we lopen wel het risico dat alles wat wordt aangeboden, vrijwillig wordt. Indien iemand niet wil instappen, kunnen we hem niet verplichten. Ik zie dat 90 procent niet slaagde om het attest ‘basiskennis bedrijfsbeheer’ te halen. Dat zijn net de mensen met de grootste barrière tot de arbeidsmarkt, maar ook naar de ondernemerschapsmarkt. Ik maak me, zoals velen onder ons, dan ook grote zorgen. We moeten opletten dat de kwaliteit van het ondernemerschap niet daalt met het wegvallen van het bedrijfsbeheer.

Minister, ik vrees ook voor de sociale dumping in de zelfstandigensector. Ik begrijp dat we dit van de Europese Commissie enigszins moeten weglaten, maar hoe houden we dan de sociale dumping tegen in de zelfstandigensector, waar het al heel moeilijk is? U fronst de wenkbrauwen, maar een kapper kan zijn diensten aanbieden voor 25 euro, wat het minimum is. Anderen kunnen dat aanbieden voor 9 euro, 5 euro of nog minder.

Ik heb het plan bekeken en dit is vervroegd naar september 2018. Veel acties moeten echter nog worden onderzocht en zullen pas in het vierde kwartaal van 2018 klaar zijn. Ik verwijs naar de rol van het onderwijs. De eindtermen in het onderwijs moeten pas tijdens de volgende legislatuur worden veranderd. Ik weet dat het allemaal tijd nodig heeft, maar we moeten naar de overgangsfase kijken. Ook als de onzekerheid voor de ondernemers weg is, moeten we ervoor zorgen dat we niet te veel zwakke ondernemingen en mensen met weinig competenties op onze markten loslaten. Er is de vrijheid van ondernemen, maar een ondernemer die failliet gaat, gaat niet enkel zelf weg. Hij brengt veel anderen in de problemen.

Wat is de financiële impact van het wegvallen van het attest ‘basiskennis bedrijfsbeheer’ op al die middenveldorganisaties die inzake bedrijfsbeheer een aanbod aanbieden? Aangezien de verplichting wegvalt, neem ik aan dat de Vlaamse overheid een bepaald bedrag niet zal moeten uitgeven. Mijn vraag is dan ook wat de financiële impact is. Hoewel ik ze allemaal heb bekeken, wil ik dit niet actie per actie overlopen. Ik wist niet wat het moest zijn. Ik vraag me dit echt af. We hebben hier samen beslist dat de alternatieven op tafel moesten komen. Hoe zult u de alternatieven met die vervroeging van de timing op tafel brengen?

De voorzitter

Minister Muyters heeft het woord.

Mevrouw Turan, we zullen dat doen door ze uit te rollen. We zullen dat allemaal uitrollen met de opleidingsverstrekkers. Uw voorbeeld inzake de eindtermen voor ondernemerschap is een zeer slecht voorbeeld. (Opmerkingen van mevrouw Güler Turan)

Mevrouw Turan, nu is het aan mij. Die eindtermen vormen maar een zeer klein onderdeel en hebben enkel met het secundair onderwijs te maken. (Opmerkingen van mevrouw Güler Turan)

Het is goed dat de mensen in het secundair onderwijs al een basis hebben, maar ik hoop dat iedereen beseft en steeds meer zal beseffen dat het nuttig is zich op een eigen onderneming voor te bereiden.

Ik vind dat u nogal positief bent en bijna de indruk wekt dat het attest ‘basiskennis bedrijfsbeheer’ vroeger elk faillissement kon voorkomen. Dat was zeker niet het geval. Mensen vragen nu wanneer het wegvalt, want dan moeten ze dit niet meer volgen. Dit was ook de opmerking van mevrouw Christiaens. Het was raar, want mensen met een bachelordiploma, zelfs in de wijsbegeerte, kregen een attest. Een aantal lessen waren nogal theoretisch en weinig op de praktijk gericht. Ze zaten weinig ‘met de botten in het slijk’, zoals de heer Parys het uitdrukte. Het attest had zeker zin, maar inderdaad alleen bij het begin en afhankelijk van bij wie de cursus werd gevolg of van de wijze waarop het werd behaald. Nu zullen sommige mensen reageren met de vraag wanneer ze kunnen beginnen zonder dat attest te halen. We moeten dat monitoren en opvolgen om na te gaan of er een effect is. De mensen moeten vlotter voor ze beginnen, bijvoorbeeld als ze hun ondernemingsnummer halen, informatie krijgen over waar ze een cursus kunnen opvolgen. Dat lijkt me goed, maar we moeten dit zeker monitoren en proberen te zien of mensen die een bedrijf beginnen, in de loop van hun loopbaan een aantal opleidingen volgen.

Mijnheer Parys, de opleidingen door de ondernemers zelf zal ik zeker niet opleggen, maar ik vind het zelf een goede zaak. Er zijn opleidingsverstrekkers, zoals SYNTRA, die vaak een beroep doen op mensen om opleidingen te geven. Aangezien de ondernemer vrij is om zelf te kiezen waar hij die opleiding volgt, kan hij zelf kiezen waar hij het meest denkt te leren. De mond-aan-mondreclame zal zeker meespelen. Dat is de beste werkwijze.

Wat de bouwsector betreft, vind ik zelf dat het al heel lang heeft geduurd. Ik ben een paar keer tussenbeide gekomen. In de loop van de voorbije paar weken heb ik mijn medewerker nog gezegd dat ik opnieuw zelf zal stellen dat we moeten afronden. Ik hoop dat nu te kunnen doen. Ik probeer altijd zo lang mogelijk samen tot iets te komen, maar op een bepaald ogenblik moet iedereen weten dat het samen niet lukt. Uiteindelijk zullen de beslissingen dan vanuit het beleid worden genomen. Dat wil ik de sector nog duidelijk maken. Ik heb veel geduld, maar er zijn momenten waarop een einde aan dat geduld moet worden gemaakt.

Mevrouw Turan, over de kosten moet ik u straks nog iets zeggen.

Wat betreft de kosten voor de ondernemers die dat willen volgen, zijn er de opleidingsincentives die we hervormd hebben met het Guldensporenakkoord. We zijn die nu aan het uitwerken met de opleidingscheques en dergelijke meer. Daarvoor kan ook de kmo-portefeuille gebruikt worden. Wat voor mij altijd belangrijk is, is dat de ondernemer er zelf voor kiest en bereid is om ervoor te betalen, maar dat we die drempel verlagen met een aantal initiatieven.

Mevrouw Turan, dan kom ik tot uw opmerking over de financiële effecten voor de opleidingsverstrekkers. Die opleidingen waren al betalend en dus is daar geen effect. De mensen betaalden die opleidingen en konden een beroep doen op de opleidingsincentives en dat kunnen ze morgen ook nog doen. U vreesde dat de opleidingsverstrekkers minder inkomsten zouden hebben, en dat kan zijn. Ze zullen zich beter moeten verkopen en de mensen overtuigen dat ze fantastische cursussen hebben, zodat die ondernemers effectief tot bij hen komen.

Wat de sociale dumping betreft: daar gaat het om de prijsreglementering. Dat is een federale materie. Dat verandert niet naargelang je al dan niet een attest bedrijfsbeheer hebt, integendeel. Wat er kon gebeuren, is dat iemand uit het buitenland hiernaartoe kwam en geen attest moest behalen en dat wie hier moest beginnen wel een attest moest behalen. Dat is nu weggewerkt.

De voorzitter

Mevrouw Christiaens heeft het woord.

An Christiaens (CD&V)

Minister, we moeten erop vertrouwen dat de acties tijdig en goed worden uitgerold. We moeten dat goed monitoren en opvolgen omdat de kwaliteit van ondernemers en de kwaliteit van het aanbod aan de consumenten het belangrijkste blijft.

De voorzitter

De heer Parys heeft het woord.

Minister, ik ben tevreden met uw antwoord. Mijn enige opmerking is dat ik benieuwd ben om binnen een jaar de cijfers te evalueren en na te gaan in welke mate de mensen die die opleiding gevolgd hebben, daar tevreden over zijn. Ik ben ook benieuwd of we daar op een of andere manier de effecten van kunnen zien in het ondernemerslandschap.

De voorzitter

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.