U bent hier

De voorzitter

De heer Poschet heeft het woord.

Joris Poschet (CD&V)

Het DAC-statuut of derde arbeidscircuit ontstond in de jaren 80 en had als doel werklozen in te schakelen in diensten voor overheden en verenigingen zonder winstoogmerk (vzw). Vanaf 2004 kregen een aantal werknemers een regulier statuut, met dezelfde rechten en plichten als hun collega’s. Vanaf dan was het niet enkel VDAB meer die de loonkosten van de ex-DAC op zich nam, maar werden de dossiers opgesplitst per bevoegd beleidsdomein. De niet-geregulariseerde DAC-projecten werden verder gesubsidieerd tot einde 2014. Sindsdien worden enkel de arbeidsplaatsen die bezet waren op 30 juni 2012 verder gesubsidieerd, tot de titularissen van deze arbeidsplaatsen uit dienst gaan. Er is met andere woorden gekozen voor een natuurlijk uitdoofscenario.

We vernemen dat u in 2017 de beslissing nam om ruim 30 lopende DAC-projecten in Brussel stop te zetten.

Minister, waarom werden deze DAC-projecten stopgezet? Ik kan vermoeden dat dit past in uw algemeen beleid met betrekking tot het stopzetten van DAC-projecten, maar waarom wordt er niet gekozen voor een uitdoofscenario? Werd hierover overleg gepleegd met de betrokken organisaties of sectororganisaties? Werd er voorafgaandelijk overleg gepleegd met de functioneel bevoegde minister van het beleidsdomein waar deze organisaties actief in zijn? Werd hierover overleg gepleegd met het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest? Het gaat uiteraard om een tewerkstellingsmaatregel en daar hebben we toch snijpunten met de gewestelijke bevoegdheden. Waarom werd bij deze projecten afgeweken van het algemene principe om deze DAC-projecten verder te subsidiëren tot de titularissen uit dienst gaan? Wat moeten de organisaties doen waarbij de opzegtermijnen de stopzettingsperiode ruim overschrijden? Immers, voor sommige organisaties betekent deze beslissing het einde van hun werking en kunnen ze een deel van de opzegvergoeding niet eens financieren.

De voorzitter

Minister Muyters heeft het woord.

Mijnheer Poschet, u weet dat we de DAC-maatregel hebben aangepast omdat dit een passieve tewerkstellingsmaatregel is uit de jaren 80. Ik schets eerst de historiek en antwoord ondertussen op uw eerste, derde en vierde vraag.

Sinds 2001 is de regularisatie van het tewerkstellingsprogramma DAC in Vlaanderen van start gegaan. In 2012, dus elf jaar na datum, heeft de laatste regularisatie plaatsgehad. Bij de beslissing van de Vlaamse Regering van 9 maart 2012 tot regularisatie of uitdoving van de toen nog lopende DAC-projecten, zowel in Vlaanderen als in Brussel, waren er drie mogelijkheden. Een eerste mogelijkheid was regularisatie door het bevoegde beleidsdomein waarbij de eventuele meerkost ten laste viel van het bevoegde beleidsdomein dat het project overnam. Een tweede mogelijkheid was regularisatie door het bevoegde beleidsdomein waarbij de eventuele meerkost ten laste viel van de werkgever zelf. Een derde mogelijkheid was de uitdoving, waarbij de DAC-arbeidsplaatsen die bezet waren op 30 juni 2012 verder gesubsidieerd worden tot de titularissen van deze arbeidsplaatsen uit dienst gaan.

Voorafgaand aan deze beslissing zijn er diverse interkabinettenwerkgroepen (IKW’s) geweest met de verschillende beleidsdomeinen, waarbij elk beleidsdomein heeft aangegeven welke projecten ze wilden regulariseren. Ook de Brusselse projecten werden toen voorgelegd aan die IKW. De overige Brusselse projecten zijn sinds eind 2011 verschillenden keren aangeboden aan het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest ter regularisatie. Dit gebeurde via brieven en overleg met minister-president Charles Picqué, minister Benoît Cerexhe, minister Celine Frémault, minister Didier Gosuin en minister Guy Vanhengel. Ook aan Actiris bezorgden we verschillende cijfergegevens over hoeveel werkgevers en over hoeveel subsidiëring, maar een definitieve beslissing door het Brusselse gewest is, niettegenstaande vele brieven, mails en overleg altijd uitgebleven.

Na vijf jaar was ik in 2017 van oordeel dat zich ook voor deze projecten een definitieve beslissing opdrong. Het was nogal gemakkelijk om als enige nooit een beslissing te nemen en dan maar alles te laten zoals het was. Ik vond dan ook dat ik de beslissing het best zelf nam. Gezien DAC een passieve maatregel is, besliste ik eind juli 2017 de financiering van de overige projecten stop te zetten vanaf 1 september 2018. De vrijgekomen middelen zullen we investeren in een actief opleidingsbeleid en dienstverlening in Brussel. Het is dus geen besparingsmaatregel, want we zullen de middelen herinvesteren in een positieve activering in Brussel.

Net als bij de andere regularisatierondes is er geen voorafgaand contact geweest met de betrokken organisaties. We hebben dat dus nooit gedaan met de organisaties zelf. Er zijn veel te veel organisaties die daarbij zijn betrokken, en wij vonden dat het het best de departementen zelf zijn die de nodige stappen zetten en te werk kunnen gaan zoals ze zelf wensen.

Mijn beslissing van juli 2017 tot stopzetting van de subsidiëring vanaf 1 september 2018 staat los van die van de Vlaamse Regering uit 2012. Vandaar dat er ook andere modaliteiten zijn. Volledigheidshalve kan ik nog toevoegen dat de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) momenteel het regulariseren van vier projecten onderzoekt.

Indien de werkgevers de DAC’ers niet in dienst wensen te houden, dienen ze vanaf 1 september zelf in te staan voor de subsidiëring van de arbeidsplaatsen waarvan de opzegtermijn nog niet is afgelopen. Eventueel kunnen ze aan het Brusselse Gewest de vraag stellen naar mogelijke subsidiëring na 1 september. Eind vorig jaar heeft Actiris voor elk project het bedrag van de huidige subsidiëring opgevraagd en ontvangen.

Het komt er dus vooral op neer dat ik na vijf jaar overleg nooit een beslissing heb gekregen, na dat regelmatig te hebben gevraagd, na brieven te hebben geschreven. U ziet welke ministers ik ondertussen allemaal heb gezien, en in Brussel is de minister van Werk meer veranderd dan in Vlaanderen. Ik heb dus zowel de vorige als de huidige daarover gesproken, en ik kan alleen maar zeggen dat ik daar nooit, nooit enig resultaat van heb gekregen, dat ik daar nooit enige beslissing van heb gekregen.

De voorzitter

De heer Poschet heeft het woord.

Joris Poschet (CD&V)

Dank u wel, minister. U zegt dat u vijf jaar hebt geprobeerd om een antwoord te krijgen van de Brusselse ministers. Was dat dan een antwoord in de vorm van een beslissing of een advies dat u van hen vroeg? Zij beslissen daar immers toch niet over. Dat is toch uw beslissing, hoe er verder wordt omgesprongen met de DAC-statuten, of heb ik het fout ter zake? Er zijn drie mogelijkheden opgesomd: de regularisatie via de bevoegde beleidsdomeinen met de kosten voor de beleidsdomeinen, of die met de kosten voor de werkgevers of een uitdovingsscenario. Uiteindelijk hebt u ervoor gekozen om geen van die drie te nemen. Dat is, denk ik, uiteindelijk wel een politieke keuze. Nu, het feit dat u geen antwoord zou hebben gekregen van Picqué, Cerexhe, Fremault, Vanhengel en Gosuin is wel iets dat ook bij mij vragen oproept. Daar zullen mijn collega’s in het Brussels Parlement misschien nog wel een vraag over kunnen stellen. In elk geval is het, als het zo blijft doorgaan, wel nog positief dat de vrijgekomen middelen ingezet blijven voor positieve activering in Brussel. Minister, ik vroeg me af of u daar al concrete pistes voor hebt: op welke manier zullen die middelen dan worden ingezet?

De voorzitter

Mevrouw Claes heeft het woord.

Sonja Claes (CD&V)

Minister, gewoon ter informatie, hebt u er een zicht op over hoeveel medewerkers het gaat? Het gaat over een dertigtal organisaties, maar over hoeveel mensen gaat het?

De voorzitter

Minister Muyters heeft het woord.

Het is juist dat het een dertigtal organisaties zijn, en ik denk dertig à veertig mensen.

We hebben aan die Brusselse ministers gevraagd welke ze wilden regulariseren en die kostprijs verder dragen, want we zouden dat anders stopzetten, zo zeiden we. Daarover hebben we in vijf jaar nooit een antwoord gekregen, en dan heb ik gezegd ‘nu is het genoeg geweest, nu zetten we de subsidiëring stop’. Dat is dus wat er is gebeurd.

U vraagt waar we dat gaan inzetten. We moeten natuurlijk bij de gemeenschapsbevoegdheden blijven, dus we zullen nu extra middelen hebben bij VDAB en SYNTRA Vlaanderen om in Brussel in te zetten. Ik kan niet heel concreet zeggen waar die middelen heen gaan. Dat gaat naar de algemene middelen die we in Brussel inzetten binnen onze gemeenschapsbevoegdheid.

De voorzitter

De heer Poschet heeft het woord.

Joris Poschet (CD&V)

Zoals u zegt, gaat u eigenlijk niet besparen op het totale middelenpakket dat naar Brussel gaat. Dat is dus een goede zaak. U had dus eigenlijk ook gewoon voor een uitdoofscenario kunnen kiezen, denk ik, zoals bij de rest. Dat is een politieke keuze. Ik begrijp dat, maar ik vind het wel jammer en ik hoop dat er voldoende wordt gecommuniceerd, ook vanuit Vlaanderen, niet alleen vanuit Brussel, ten behoeve van die betrokken organisaties, zodat die toch weten waar ze aan toe zijn.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is toegankelijk.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.