U bent hier

De voorzitter

De heer Persyn heeft het woord.

Peter Persyn (N-VA)

Voorzitter, minister, collega's, sinds enkele jaren beheert de Vlaamse overheid, na de zesde staatshervorming, de financiering van de loonharmonisering in de tegemoetkoming derde luik. Ik heb daarover in september ook al een vraag gesteld. Binnen dit derde luik vinden we het administratief en technisch personeel binnen een woonzorgcentrum, maar ook het zorgpersoneel bovenop de financieringsnormen. In mijn vraagstelling volgt dan een citaat, dat ik nu ga weglaten om de vraag in te korten.

De bevoegdheidsoverdracht van de financiering van het derde luik werd in het KB van 17 augustus 2017 geregeld. Door deze bevoegdheidsoverdracht kon iedere deelstaat een eigen plafond inbouwen. Elke gemeenschap heeft dit gedaan, enkel Vlaanderen deed dit niet.

Het inbouwen van deze plafonds is nochtans cruciaal voor de uitbetaling en berekening van het derde luik. Bij de uitbetaling van het derde luik wordt er voor de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, de Franstalige Gemeenschap en Duitstalige Gemeenschap rekening gehouden met hun eigen vooropgestelde plafond. Hierdoor kunnen de zorginstellingen van de bovengenoemde gemeenschappen de volle 100 procenttegemoetkoming derde luik ontvangen.

Voor Vlaanderen geldt echter een ander verhaal. Wij hanteren het ‘oude’ nationaal plafond, waardoor we jaarlijks op een lineaire vermindering zitten. In 2016 was dat een vermindering van 0,973 procent. Uit cijfers van de Federatie van Rustoorden (Ferubel) blijkt dat we in 2018 een overschrijding van het nationaal plafond zullen kennen van 5,17 procent. In 2019 stijgt deze overschrijding naar 8,40 procent.

Minister, in antwoord op mijn vraag om uitleg in september stelde u dat het plafond een maatregel van budgetbeheersing is, wat andere prioritaire maatregelen in de sector mogelijk maakt. U meldde dat in afwachting van een nieuw financieringsmodel, het Agentschap Zorg en Gezondheid de opdracht kreeg om voor het thema ‘derde luik en bovennormplafond’ vier scenario’s uit te werken met hun voor- en nadelen, dit tegen eind 2017. We zijn nu begin 2018.

Minister, wat is het resultaat van deze oefening? Wat zijn de voor- en nadelen per scenario? Kunt u duiden waarom niet is geopteerd voor een Vlaams plafond?

Hoe ziet u op langere termijn het budget derde luik evolueren? Waar zal dit ingezet worden?

De voorzitter

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

De term ‘derde luik bovennormpersoneel’ verwijst naar het personeel van de woonzorgcentra dat het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (RIZIV) niet financiert via de maatregel ‘vrijstelling van arbeidsprestaties en eindeloopbaan’ of het instellingsforfait en forfait dagverzorging. De werkgevers van woonzorgcentra hebben voor dit bovennormpersoneel recht op een jaarlijkse financiële tegemoetkoming ter vergoeding van de maatregelen inzake harmonisering van de barema’s en de verhoging van de vergoedingen zoals voorzien in het meerjarenplan voor de gezondheidssector van 1 maart 2000 of in het protocol nummer 120/2 van 28 november 2000 van het Gemeenschappelijk Comité voor alle Overheidsdiensten alsook het akkoord betreffende de federale gezondheidssectoren van 26 april 2005 afgesloten tussen de Federale Regering en de representatieve organisaties van de private- non-profitsector of het protocol nummer 148/2 van het Gemeenschappelijk Comité voor het geheel van de openbare diensten, van 18 juli 2005.

Via het derde luik krijgen sommige woonzorgcentra ook de vergoeding voor de jobcreatie die voortvloeit uit de sociale akkoorden van 2011 en 2013 – mobiele equipes in de privésector en extra personeel voor ondersteuning van bewoners met dementie in de openbare sector.

De financiering van het derde luik geldt enkel voor het loontrekkend bovennormzorgpersoneel en het administratief, technisch en werkliedenpersoneel tewerkgesteld in een woonzorgcentrum, inclusief een dagverzorgingscentrum. Het gaat hier om forfaitaire bedragen per voltijdsequivalent (vte).

Voor de berekening van de financiering van het derde luik worden ook de studenten, de sociale en fiscale maribellers, de vervangers in het kader van een vormingsproject, de loontrekkende beheerder, de personeelsleden tewerkgesteld in het dagverzorgingscentrum, en het teveel aan vervangers in het kader van de ‘vrijstelling van arbeidsprestaties omwille van eindeloopbaan’ meegenomen. Alle zelfstandigen, interimarissen en de vervangers in het kader van de vrijstelling van arbeidsprestaties omwille van eindeloopbaan worden niet via het derde luik gesubsidieerd.

In toepassing van de eerder vermelde sectorale akkoorden heeft het RIZIV in het verleden als gevolg van de budgettaire inpasbaarheid in een correctiemechanisme voorzien zodra het Belgisch plafond van 25.278 te financieren vte bereikt is.

De tegemoetkoming voor niet-zorgpersoneel wordt anders ingevuld voor de private en de openbare voorzieningen. De private voorzieningen ontvangen een tegemoetkoming voor het niet-zorgpersoneel in functie van het effectieve aantal vte niet-zorgpersoneel. De openbare voorzieningen ontvangen een tegemoetkoming berekend op basis van het aanwezige vte zorgpersoneel. Deze wijze van berekening werd in het verleden door het RIZIV met de koepels onderhandeld en afgesproken.

De conceptnota ‘Residentiële ouderenzorg, een échte thuis voor kwetsbare personen. Een stevige uitdaging voor de samenleving én zorgaanbieders’ die op 1 december 2017 werd aanvaard door de Vlaamse Regering en nu ter advies voorligt bij de strategische adviesraad (SAR), de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) en de Vlaamse Ouderenraad, omvat een verwijzing naar een protocolakkoord dat de Vlaamse Regering beoogt af te sluiten met de koepels van de woonzorgcentra. In dat protocol staat uitdrukkelijk beschreven dat er een overleg met werkgevers- en werknemers wordt opgestart over de afstemming van de personeelsnormen qua erkenning en qua financiering, integratie van de Vlaamse en federale personeelsnormen en actualisering van deze personeelsnormen afgestemd op de toenemende zorgzwaarte. Het concept derde luik-bovennormpersoneel wordt hierbij geheroriënteerd en dit in het perspectief van de persoonsvolgende financiering.

Met dit perspectief werden het afgelopen jaar al verschillende voorstellen uitgewerkt door het Agentschap Zorg en Gezondheid en voorgesteld aan de koepels van de woonzorgcentra. Deze voorstellen worden nu onderzocht en besproken in een technische werkgroep.

Het Agentschap Zorg en Gezondheid onderzocht vier scenario’s. Het eerste scenario betreft het behoud in 2018 van het Belgisch plafond van 25.278 vte, dus het ongewijzigd beleid. Het tweede scenario gaat over de invoering in 2018 van een Vlaams plafond vte. Het derde scenario betreft de vervanging van de huidige regeling door een plafond op voorzieningsniveau, bijvoorbeeld in functie van de verhouding zware zorg rustoord voor bejaarden (rob)/rust- en verzorgingstehuis (rvt). Het vierde scenario 4 betreft de vervanging van de huidige regeling door een plafond op niveau van het aantal woongelegenheden of op niveau van het type van zorgforfait.

Het eerste scenario kwam niet in aanmerking omdat de invoering van een Vlaams plafond binnen dezelfde budgettaire enveloppe een nog grotere lineaire vermindering van de tegemoetkoming derde luik genereert. Binnen een context van een Belgisch plafond wordt de toe te passen lineaire vermindering inderdaad marginaal gematigd doordat de uitbreiding van capaciteit overwegend in Vlaanderen aan de orde is. Het Belgisch plafond kan vanaf 1 januari 2019 echter niet langer worden aangehouden omdat vanaf die datum Vlaanderen geen toegang meer heeft tot gegevens van andere deelgebieden. Vanaf 1 januari 2019 zal bijgevolg toch een Vlaams plafond gelden van 15.666 vte.

Het derde en vierde scenario kwamen niet in aanmerking, niet alleen omdat bij de uitvoering van die scenario’s diverse initiatiefnemers zeer veel middelen zouden moeten inleveren maar ook omdat het aandeel van de for-profitsector, de non-profitsector en de openbare sector uit balans zou worden gehaald.

Twee weken geleden ontvingen we van het RIZIV de informatie dat de lineaire correctie op het recht ‘derde luik bovennormpersoneel’ zonder jobcreatie voor de referentieperiode 1 juli 2016 tot 30 juni 2017 5,58 procent bedroeg. Het totale budget ‘derde luik’, zonder de jobcreatie, zou voor die referentieperiode zonder lineaire correctie 224,5 miljoen euro bedragen. Na toepassing van de lineaire vermindering is dat nog 212,7 miljoen euro. De  lineaire vermindering staat dus voor 11,8 miljoen euro minderuitgaven voor de Vlaamse overheid.

Voor de referentieperiode van 1 juli 2015 tot 30 juni 2017 bedroeg de lineaire correctie in de begroting voor 2017 2,7 procent. De forse toename van het aantal woongelegenheden en de toename van de zorgzwaarte in de rustoorden voor bejaarden (rob’s) ligt aan de basis van de toename van het budget waarop aanspraak wordt gemaakt en dat is overschreden.

Vorige week heb ik met de vertegenwoordigers van de koepels van de woonzorgcentra overleg gepleegd over deze problematiek. We hebben samen afgesproken dat we alles in het werk zullen stellen om het noodzakelijke budget te vinden om de lineaire correctie retroactief ongedaan te maken, maar dan wel op voorwaarde dat vanaf 2019 een vereenvoudigde en structurele integratie van het budget voor het derde onderdeel, het bovennormpersoneel, wordt bewerkstelligd in de globale financiering van de woonzorgcentra en de dagverzorgingscentra. Deze stap is noodzakelijk om op termijn de persoonsvolgende financiering te realiseren.

Mijnheer Persyn, u hebt in uw vraagstelling verwezen naar de cijfers van Femarbel-Ferubel. Ik wil er u op attenderen dat deze koepel al langer dan een jaar geen vertegenwoordiger meer afvaardigt naar het structureel overleg op mijn kabinet over de residentiële ouderenzorg.

Het moet duidelijk zijn dat het mijn doelstelling is het hoofdstuk ‘Loonharmonisering’ af te sluiten. Dit hoofdstuk is nog een uitloper van het sociaal akkoord van 2000 en vormt, naast de jobcreatie, in budgettaire termen de belangrijkste uitgavenpost in het derde onderdeel. Dat betekent niet dat de Vlaamse overheid niet langer de kost van de loonharmonisering ten laste blijft nemen, maar dat die kosten niet langer zullen worden geregeld door middel van het huidige, toch wel zeer complexe, geheel aan regels die bovenop de al ingewikkelde berekeningsmethodologie van het instellingsforfait komt.

Bijgevolg heb ik de technische werkgroep, die bestaat uit medewerkers van mijn kabinet en vertegenwoordigers van de koepels, de opdracht gegeven voorstellen voor een aangepaste financieringsregeling uit te werken. De ambitie is dat de werkgroep dit voorjaar volledig doorgesproken voorstellen naar voren kan schuiven die dan kunnen worden vertaald in een besluit van de Vlaamse Regering dat ons toelaat de aangepaste financieringsregeling toe te passen voor de referentieperiode tussen 1 juli 2018 en 30 juni 2019. De aangepaste financieringsregeling moet voldoende robuust zijn om tot de invoering van de persoonsvolgende financiering mee te gaan.

De voorzitter

De heer Persyn heeft het woord.

Peter Persyn (N-VA)

Minister, ik dank u voor uw antwoord. U hebt weer een heel technische uitleg gegeven. Ik zal de tijd nemen om uw antwoord te lezen. Ik heb begrepen dat u, samen met de koepels, een zachte landing wilt om de repercussies van de lineaire reductie niet te hard te laten aankomen. We hebben hier vorige week nog een hoorzitting gehouden. Een aantal mensen hebben toen een hartenkreet geslaakt. De vraag lijkt me op haar plaats, maar dat in overleg naar een redelijke oplossing kan worden gegaan, stemt ons dan toch gunstig.

Het is ook belangrijk dat u hebt vermeld dat de horizon van 2019 een baken is om naar een transparanter financieringsmodel te gaan. Eerlijk gezegd, is het toch werkelijk bijna hogere wiskunde. De acrobatieën die we hier zien, zijn eigenlijk een toonvoorbeeld van hoe de financiering van de publieke dienstverlening niet moet verlopen. We hopen dat met de nieuwe modellen die zullen worden uitgewerkt vanaf 2019 voor een periode van vijf tot tien jaar een veel transparanter en eenvoudig te monitoren financieringsmodel uit de bus zal komen. Ik heb geen bijkomende vragen.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.