U bent hier

Commissievergadering

dinsdag 6 februari 2018, 14.00u

Voorzitter
van Peter Persyn aan minister Jo Vandeurzen
946 (2017-2018)
van Elke Van den Brandt aan minister Jo Vandeurzen
954 (2017-2018)
De voorzitter

De heer Persyn heeft het woord.

Peter Persyn (N-VA)

Minister, onlangs lazen we in BRUZZ dat het aantal aangesloten Brusselaars bij de Vlaamse sociale bescherming (VSB) in tien jaar tijd met bijna een kwart is gedaald. De aansluiting van de Brusselaars bij de VSB moeten we kaderen in een ruimer geheel, namelijk de regeling van de sociale bescherming in Brussel na de zesde staatshervorming. We weten dat het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (GGC) werkt aan een Brusselse sociale bescherming. Wat dat in de toekomst zal betekenen voor de VSB in Brussel weten we niet, maar ondertussen is het onduidelijkheid troef en daalt het aantal Brusselaars dat bij de VSB is aangesloten.

Zoals de huidige regeling omtrent de VSB voorligt, zal de Vlaamse Gemeenschap in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad geen tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden (THAB) aanbieden. Een cumulbepaling in het decreet Vlaamse sociale bescherming stelt dat de Brusselaars uitgesloten zijn van een THAB vanuit de VSB en de facto op een regeling van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (GGC) aangewezen zijn. Nochtans verklaarde de Raad van State in een niet-bindend advies bij het uitvoeringsbesluit van het decreet dat die cumulbepaling strijdig is met het gelijkheidsbeginsel en het Europeesrechtelijk principe van vrij verkeer van personen en diensten.

Naast het advies van de Raad van State creëert onenigheid binnen het Verenigd College onduidelijkheid over wat de GGC zal aanvangen met de bevoegdheden inzake zorg en welzijn die ze sinds de zesde staatshervorming heeft gekregen.

Minister, wat zijn voor u de redenen waarom steeds minder Brusselaars de weg naar de VSB vinden? Wilt u hieraan een halt toeroepen? Op welke manier? Hebt u contact gehad met uw Brusselse collega’s omtrent de uitwerking van de sociale bescherming in Brussel? Waarom hebt u destijds het advies van de Raad van State met betrekking tot de cumulbepaling van de THAB niet gevolgd? Bestaat het risico dat Vlamingen in het Vlaamse Gewest een andere THAB zullen hebben dan Brusselse Vlamingen die een beroep moeten doen op de THAB van de GGC en dus de facto bij aansluiting bij de VSB geen gelijke rechten zullen krijgen? Hoe wilt u vermijden dat diezelfde cumulbepaling het Europeesrechtelijk principe van het vrij verkeer schendt?

De voorzitter

Mevrouw Van den Brandt heeft het woord.

Elke Van den Brandt (Groen)

Voor mijn vraag om uitleg ben ik ook vertrokken van de vaststelling – en die is niet nieuw – dat het aantal Brusselaars dat aangesloten is bij de zorgverzekering systematisch daalt. Het aantal staat ondertussen op een nieuwe recordlaagte van 42.800 mensen.

Dat is voor een stuk te verklaren door de onbekendheid van het systeem. De meeste Brusselaars krijgen eenmaal in hun leven een brief met een voorstel tot aansluiting. Dat is dan een brief met heel veel uitleg over iets dat je niet per se kent en waarbij je mag opteren om 50 euro te betalen. Dat is niet de meest aantrekkelijke manier om iets bekend te maken.

Een tweede luik van de verklaring is dat deze mogelijkheid tot aansluiting vaak komt op een moment dat de zorgnood nog zeer veraf is, zowel mentaal als in leeftijd. De brief wordt aan de jonge Brusselaars toegestuurd en die zijn zich nog niet zozeer bewust van een potentiële zorgnood later. Als de zorgnood reëler is, is aansluiten niet altijd interessant meer, gezien de wachttijden of sancties.

De Vlaamse Regering nam enkele maatregelen om de verzekering voor Brusselaars aantrekkelijker te maken, zoals het verminderen van de sanctie bij late aansluiting. Dat zijn belangrijke stappen, maar de vraag is of ze genoeg zijn om de trend te keren. Zal de beslissing om de schorsingstijd voor Brusselaars die zich te laat aansloten bij de zorgverzekering sterk naar beneden te halen, ertoe leiden dat het aantal aansluitingen stijgt?

Onlangs hebben we het basisondersteuningsbudget mee in dit systeem gestopt. Het aantal Brusselaars dat hiervan op de hoogte is, is wellicht op een hand te tellen. Na deze uitbreiding is het dus eens zo belangrijk dat Brusselaars weten wat het is en weten waarop ze zich kunnen beroepen of wat ze kunnen mislopen. De Vlaamse Regering voert weinig of amper communicatie om de bekendheid van de zorgverzekering op te krikken. Dat leidt ertoe dat hoeveel of welke ondersteuning je als Brusselaar krijgt, afhankelijk is van de kennis van de zorgverzekering. Dat zou niet mogen.

Over het idee van een zorgverzekering is communicatie nodig. Er is ook in het Brussels Parlement over gepraat. Minister Debaets heeft gezegd dat ze is gestart met het gericht voeren van communicatie naar een aantal doelgroepen via tussenpersonen. Er werd ook aangekondigd dat er in maart en april een algemene communicatiecampagne zal zijn voor heel Vlaanderen, waar een luik Brussel in zou zitten. Er staat dus communicatie op til. Als je echter kijkt naar de eerdere campagne gericht op doelgroepen, dan voel je weinig resultaat. De vraag is dus of dit genoeg zoden aan de dijk zal zetten.

De kern van het probleem is dat het een vrijwillige bijdrage betreft, wat een vreemd concept is. Dat is staatskundig zo en we zijn eraan gebonden. De oplossing zou natuurlijk zijn dat je ervoor zorgt dat er ook in Brussel een verplicht systeem bestaat met betrekking tot zorg en zorgverzekering. Dat kan pas als er ook langs Franstalige kant zo'n systeem komt, maar dat is niet uw verantwoordelijkheid. De Brusselse overheid heeft al herhaaldelijk gezegd dat ze werkt aan een gelijkaardig systeem, de autonomieverzekering, maar het blijft tot nu toe in de fase van de aankondiging steken en we zien het weinig concreet vorm krijgen. Ik herhaal dat dit niet uw verantwoordelijkheid is, maar het mag niet betekenen dat omdat de Brusselse Regering achterblijft, de Vlaamse Regering bevoegdheden die ze heeft, ook over Brusselaars, zoals inzake de ondersteuning van mensen met een handicap of ouderen, van zich afschuift.

We hebben onlangs het ontwerp van decreet op de Vlaamse sociale bescherming kunnen lezen dat door de regering is goedgekeurd. Daarin staat dat er wordt gewerkt naar samenwerking met de Brusselse Regering. Ik vermoed dat als u dat in de memorie van toelichting bij het ontwerp van decreet schrijft, dit al in een bepaalde fase zit. Ik ben zeer benieuwd om te horen waar het zit, maar momenteel blijkt dat nogal vaag.

Wat zult u doen om de Vlaamse zorgverzekering aantrekkelijker en bekender te maken bij Brusselaars? Hoe werden verschillende doelgroepen, bijvoorbeeld personen met een beperking, op de hoogte gesteld van de uitbreiding van de Vlaamse sociale bescherming en de gevolgen hiervan voor hun persoonlijke ondersteuning? Op welke manier verloopt het overleg met de Brusselse Regering over een gezamenlijk systeem? Op die manier zouden we immers van de lapmiddelen naar een fundamentele oplossing kunnen gaan.

De voorzitter

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Dames en heren, het aantal inwoners dat aangesloten is bij de zorgverzekering is inderdaad gedaald. In 2003 waren 51.151 inwoners van Brussel aangesloten bij wat toen nog de zorgverzekering heette. In 2016 waren het er nog 43.173. De daling gaat dus eerder geleidelijk. De daling tussen 2015 en 2016 bedroeg 335 inwoners. Oorzaken van de daling zijn onder meer de lange wachttijd bij niet-tijdige aansluiting en het ontbreken van bekendmakingscampagnes tijdens de voorbije jaren.

De aansluiting bij de Vlaamse sociale bescherming is in Brussel facultatief. Om te vermijden dat personen in Brussel pas zouden aansluiten wanneer ze zorgbehoevend zijn, geldt een wachttijd voor personen die niet tijdig aansluiten. Deze wachttijd bedroeg aanvankelijk 10 jaar, maar is bij decreet van 24 juni 2016 herleid tot 5 jaar. Daarmee willen we een beter evenwicht realiseren tussen de toegankelijkheid van de Vlaamse sociale bescherming voor Brussel en een billijk financieel engagement. Wellicht was de wachttijd van 10 jaar inderdaad lang, wat potentiële leden afgeremd kan hebben. Deze hindernis is er nu veel minder.

Daarnaast is er gedurende een lange periode geen brede campagne opgezet over de Vlaamse sociale bescherming. Maar zoals ik reeds eerder aangaf als antwoord op de schriftelijke vraag van de heer Persyn, start er half februari een publiekscampagne over de Vlaamse sociale bescherming. Deze campagne loopt zowel in Vlaanderen als in Brussel. De campagne heeft als belangrijkste kanalen een tv-spot, sociale media en een folder die de verschillende zorgkassen naar hun leden sturen.

De Vlaamse Gemeenschapscommissie heeft via projectsubsidies bovendien aan het Kenniscentrum Welzijn, Wonen en Zorg de opdracht gegeven om Brusselse hulpverleners te informeren en te sensibiliseren over de ontwikkelingen betreffende de Vlaamse sociale bescherming en de persoonsvolgende financiering. Het kenniscentrum heeft in het najaar van 2017 daarvoor verschillende infosessies en presentaties gegeven. Ook het basisondersteuningsbudget werd toen bekendgemaakt.

Er is op regelmatige basis contact met de Brusselse collega’s over de uitwerking van de Vlaamse sociale bescherming in Brussel. Alle decretale teksten werden en worden bezorgd in verschillende fasen van ontwikkeling. Momenteel loopt er ook overleg met het oog op het sluiten van een samenwerkingsakkoord, onder andere inzake mobiliteitshulpmiddelen.

In het decreet VSB werd rekening gehouden met het advies van de Raad van State van 5 februari 2016 over een voorontwerp van decreet houdende de Vlaamse sociale bescherming. Het decreet Vlaamse sociale bescherming stelt de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden open voor elke persoon die in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad woont en aangesloten is bij de Vlaamse sociale bescherming.

Daardoor wordt gegarandeerd dat de Brusselse Vlaming die aangesloten is bij de VSB een gelijk recht heeft als de Vlaming in het Vlaamse Gewest.

Om te vermijden dat een persoon zowel vanuit de Vlaamse sociale bescherming als van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie een tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden zou ontvangen, is er echter een cumulverbod ingesteld. Wie vanuit de GGC een THAB ontvangt, kan geen aanvraag indienen bij de Vlaamse sociale bescherming. Dat wordt geregeld door artikel 177, paragraaf 3 van het uitvoeringsbesluit van het decreet van 24 juni 2016. Daarin staat dat de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden in ieder geval wordt geweigerd aan de persoon die in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad woont en die aanspraak kan maken op een vergelijkbare vorm van tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden, ingesteld door de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad.

De Raad van State was in zijn advies bij het uitvoeringsbesluit van oordeel dat de oorspronkelijke bepaling op gespannen voet staat met het gelijkheidsbeginsel, doordat het op een absolute wijze onmogelijk maakt dat de betrokken personen die aanspraak kunnen maken op een gelijkaardige tegemoetkoming niet in aanmerking komen voor een THAB.

Aangezien de GGC eveneens bevoegd is voor de THAB en zij nog steeds gelijke bedragen garandeert als de regeling in Vlaanderen, doet er zich echter geen probleem van gelijke behandeling voor. We verwijzen daarbij ook naar het advies van de Raad van State bij het decreet VSB. De Raad van State was daarin van mening dat het gerechtvaardigd is om te waarborgen dat de betrokken personen geen aanspraak kunnen maken op twee vormen van THAB. Ik citeer. “Artikel 36 zou, in geval van toepassing van de THAB in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad in het kader van VSB, waarborgen dat de betrokken personen geen aanspraak kunnen maken op twee vormen van THAB.”

Het is op basis van deze overweging dat in het uitvoeringsbesluit VSB een bepaling werd opgenomen die een dubbele betaling van de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden onmogelijk maakt. Deze regeling, namelijk dat de VSB pas bijdraagt als er geen vergelijkbare tegemoetkoming kan worden geopend ten laste van de GGC, wordt bovendien gemotiveerd door de vaststelling dat de middelen voor de THAB in Brussel toegewezen werden aan de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie.

Mocht na verloop van tijd de GGC echter beslissen om de regelgeving omtrent de THAB te schrappen, dan neemt Vlaanderen deze bevoegdheid over voor wie in Brussel is aangesloten bij de Vlaamse sociale bescherming. Op die manier wordt de gelijke behandeling steeds gegarandeerd.

Het decreet Vlaamse Sociale Bescherming schendt het Europeesrechtelijk principe niet. Hierbij kan verwezen worden naar het arrest van het Grondwettelijk Hof van 2 april 2008 inzake de zorgverzekering. Het hof stelde dat “de verdragsbepalingen inzake het vrije verkeer van personen en de ter uitvoering van deze bepalingen vastgestelde handelingen, niet kunnen worden toegepast op activiteiten die geen enkel aanknopingspunt hebben met een van de situaties waarop het gemeenschapsrecht van toepassing is, en waarvan alle relevante elementen geheel in de interne sfeer van een enkele lidstaat liggen”.

De voorzitter

De heer Persyn heeft het woord.

Peter Persyn (N-VA)

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik heb bijgeleerd.

Als ik het goed begrijp, heeft de Vlaming die aangesloten is via zijn zorgpremie nu in Brussel toegang tot de Brusselse pendant van de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden. Mocht de GGC daar in de toekomst van afzien, dan neemt Vlaanderen dat over voor de Vlaamse Brusselaar die is ingeschreven. Wat gebeurt er als de GGC dat overmorgen beslist wegens welke ingeving ook, budgettair of omdat het profiel van de bevolking heel anders evolueert dan in Vlaanderen? Wat dan? Dan heeft die Vlaamse Brusselaar wel de Vlaamse zorgverzekering en misschien het basisondersteuningsbudget, maar niet de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden. Het zou kunnen dat er een discrepantie ontstaat. Hoe zullen we dat ondervangen? Dit zou toch een de facto discriminatie betekenen van mensen die hebben ingetekend voor het volle pond, voor een volledige bescherming en bij uitbreiding voor een brede sociale bescherming voor alle aspecten van care, zoals revalidatie, psychiatrische verzorgingstehuizen en het hulpmiddelenbeleid. Zullen we niet op een tweesporenbeleid belanden voor de Vlaamse Brusselaar?

De voorzitter

Mevrouw Van den Brandt heeft het woord.

Elke Van den Brandt (Groen)

Minister, u hebt een aantal maatregelen over de bekendmaking opgenoemd. In februari start er een campagne, er komt een tv-spot, er komt een folder. Als ik het goed begrijp, is dat een algemene Vlaamse campagne. Die zal dan wellicht ook de Brusselaars bereiken, maar een Brusselaar moet je niet alleen uitleggen wat er gebeurt en verandert, die moet je ook overtuigen om zich lid te maken. Je hebt dus toch een specifieke campagne nodig voor de Brusselaars. Gewoon de Vlaamse campagne ook voor de Brusselaars doen, is niet de juiste aanpak om daarmee aan de slag te gaan.

Het kenniscentrum gaat gericht de intermediairen informeren. Ook dat is een interessante piste. Er zijn nog een aantal pistes mogelijk. Alle mensen met een handicap hebben nu potentieel recht op een basisondersteuningsbudget, niet automatisch, maar ze zouden in het vizier kunnen komen. Het lijkt dan evident dat u alle mensen met een erkenning voor een handicap, met een VAPH of eventueel een verhoogde tegemoetkoming van de federale overheid, aanschrijft wat deze VSB voor hen betekent. Blijkbaar is dat niet gepland, maar op die manier kun je een doelpubliek wel heel gericht aanspreken.

Minister, er komt nu een campagne aan. Op het moment dat het basisondersteuningsbudget daarin werd gestoken, werd gezegd dat de wachttijd op dat moment zou wegvallen voor die mensen. Op het moment dat de campagne zal worden gevoerd en de mensen dat weten, zijn ze dan nog op tijd om zonder die wachttijd in te schrijven of gaan ze die window of opportunities kunnen gebruiken om in te tekenen?

Ik denk dat we nu een oplossing hebben omdat de THAB in Brussel en Vlaanderen dezelfde is, omdat je zo juridische, technische zaken vermijdt en dat je Brussel verantwoordelijkheid geeft. Als Brussel beslist om de THAB te verhogen of te verlagen, dan kom je in een andere situatie. Als Vlaanderen beslist om de bijdrage voor de zorgpremie nog te verhogen aangezien er steeds meer tegemoetkomingen tegenover staan, dan kom je in de situatie dat die uitleg niet haalbaar is. Ik blijf ervoor ijveren dat er samen met Brussel naar een groot verplicht systeem wordt gegaan, waarbij er in de backoffice verdeelsleutels zijn, maar dat de Brusselaar maar één model krijgt en niet moet afwegen welke gemeenschap het meest interessant is voor zijn zorg.

De voorzitter

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Mevrouw Van den Brandt, ik heb al meerdere keren aangegeven dat ik zulke constructies a priori vanuit het perspectief van de gewone Brusselaar de meest verstandige vind. Helaas zijn we niet de meester van dat manoeuvre. We moeten dus kijken naar wat anderen doen. Het is uitdagend omdat we ook met bepaalde deadlines zitten. We kunnen niet wachten. Het is vanzelfsprekend dat er op een of ander moment, zij het voor specifieke onderdelen of wat breder, in ieder geval samenwerkingsakkoorden zullen moeten worden afgesloten. Ik zie geen andere mogelijkheid om dat in een fatsoenlijk kader te brengen voor de betrokkenen.

Mijnheer Persyn, als je de toegang regelt – er is veel voor te zeggen om dat te doen als je ook het inschalingsinstrument daarop wilt afstemmen –, zullen we voor de situatie in Brussel hoe dan ook afspraken moeten maken om te bekijken hoe we dat concreet operationeel kunnen maken. Het meest dringende voor ons zijn de hulpmiddelen, waarvoor we vanaf 2019 de bevoegdheden overnemen, de RIZIV-mobiliteitshulpmiddelen welteverstaan. Daarover zijn de gesprekken bezig.

Ik hoop dat de verantwoordelijken die in Brussel de opties nemen over de autonomieverzekering, voldoende oog hebben om een systeem te ontwikkelen waardoor we ten opzichte van de Brusselaars zelf, zoveel mogelijk met unieke loketten kunnen werken. De backoffice kan de verrichtingen doen die we moeten doen.

De voorzitter

De heer Persyn heeft het woord.

Peter Persyn (N-VA)

Minister, we hebben inderdaad al enkele keren gewezen op het dringende belang van samenwerkingsakkoorden. De deadline nadert inderdaad. Uzelf en de Vlaamse Regering hebben hun huiswerk gemaakt. U hebt alles mooi op orde, zowel voor de kinderbijslag als voor de brede sociale bescherming. Van de Brusselse collega's kunnen we dat jammer genoeg nog niet zeggen.

Vanuit de commissie is in het verleden herhaaldelijk gesuggereerd om de mensen met capaciteit, raad en daad bij te staan. Ik zal niet verhullen dat mijn fractie heel bezorgd is dat de 50.000 Vlamingen die zich in Brussel tot de Vlaamse sociale bescherming of tot de zorgverzekering hebben bekend, straks tussen wal en schip vallen. Voor ons blijft het altijd een legitieme optie om voor 50.000 Vlaamse Brusselaars op een bevolking van bijna 1,2 miljoen – dat is 4 procent –, een volwaardige Vlaamse sociale bescherming aan te bieden. Dat lijkt ons veel coherenter en logischer dan de onevenwichtstoestanden waar we nu naartoe gaan.

De voorzitter

Mevrouw Van den Brandt heeft het woord.

Elke Van den Brandt (Groen)

Het zouden er potentieel wel meer kunnen worden.

Minister, u hebt daarnet niet geantwoord op de vraag of mensen met een handicap of een erkenning of een tegemoetkoming… Oké, ik zal die vraag schriftelijk stellen. Ik wil dit toch als suggestie meegeven: het lijkt me een doelgroep waar je gericht gaat kijken wie potentieel in aanmerking komt voor een tegemoetkoming.

Ik hoop dat Brussel snel vooruit gaat. Ik ben blij dat je het systeem met een frontoffice, waarbij een backoffice is geregeld, ondersteunt. In het Brusselse Parlement lopen de standpunten veel verder uiteen dan in deze commissie. Sommigen zeggen dat er een volledig Vlaams systeem moet komen en dat Brussel niet mag verhinderen dat de Brusselaars voor het Vlaamse systeem kiezen. Anderzijds zijn er ook mensen die willen dat er geen systeem is, want anders moet het federaal zijn. Het politieke spectrum in Brussel is helaas nog heel breed. Ze staan nog niet allemaal met de neuzen in dezelfde richting. Er zal dus nog een lange weg moeten worden afgelegd. Ik hoop dat we snel van start kunnen gaan, want dat zou het probleem structureel oplossen.

De voorzitter

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.