U bent hier

De voorzitter

Mevrouw De Vroe heeft het woord.

Minister, de voorbije dagen kopten de kranten dat de autobouwers spijt hebben van de dieseltests op apen. Het desbetreffende automerk heeft inmiddels ook zijn excuses aangeboden voor de dierproeven die in de Verenigde Staten hebben plaatsgevonden, waarbij apen uitlaatgassen moesten inademen. Ik citeer uit de mededeling van het autobedrijf: “We zijn ervan overtuigd dat de gekozen wetenschappelijke methode fout was en verontschuldigen ons voor het wangedrag.”

Dierproeven en de bestaande en nog te ontwikkelen alternatieven zijn uiteraard reeds meermaals aan bod gekomen in het Vlaams Parlement. Om onnodig dierenleed te vermijden, en in afwachting dat dierenproeven overbodig worden, schaart eenieder in de commissie zich achter het principe van de drie V’s: vermindering, verfijning en vervanging.

Minister, vorig jaar gaf u het startschot voor de oprichting van Re-Place, een platform of databank waarin de kennis over alternatieven voor dierproeven verzameld wordt en van waaruit die ook verspreid zal worden als best beschikbare alternatieven. In een eerste fase zou de bestaande kennis van alternatieven in Vlaanderen geïnventariseerd en breder kenbaar gemaakt worden onder de vorm van een databank. Na bundeling van de bestaande expertise zou een website opgericht worden, waar de reeds ontwikkelde alternatieve methoden geraadpleegd kunnen worden en waar nieuwe alternatieve methoden gedeeld kunnen worden. De stuurgroep die de uitwerking van dat platform zal begeleiden, kwam voor de eerste keer samen op 14 maart 2017.

Daarnaast verplicht de Europese regelgeving elke lidstaat om een adviesorgaan op te richten, specifiek voor het welzijn van proefdieren. Op 17 februari 2017 werd via een besluit van de Vlaamse Regering de Vlaamse Proefdierencommissie opgericht. Die commissie heeft als taak advies te verlenen over onder meer de aanschaf, de fok, de huisvesting, de verzorging en het gebruik van dieren.

Minister, wat is de stand van zaken van de databank omtrent alternatieven voor dierproeven? Hoe vaak is de stuurgroep inmiddels samengekomen sinds de startvergadering in maart? Werd de eerste fase van de inventarisering ondertussen afgerond? Wanneer zal de website worden opgericht? Hoe verloopt het overleg met andere lidstaten om zich bij het project aan te sluiten? Op welke manier wordt de Vlaamse Proefdierencommissie betrokken bij de uitwerking van het platform omtrent de alternatieven voor dierproeven? De Vlaamse Proefdierencommissie is bijna een jaar operationeel. Hoe evalueert u als minister de adviesverlening?

De voorzitter

De heer Caron heeft het woord.

Ik zal geen vraag stellen over proeven op mensen: dat is niet de bevoegdheid van deze commissie, dat is een federale aangelegenheid. Maar het cynisme waarmee Volkswagen met excuses van dit soort proeven probeert af te komen, grenst toch aan het onwaarschijnlijke.

Wij pleiten met onze fractie voor een afbouwschema voor dierproeven. We zullen het daar later nog over hebben, want we hebben daar ook een voorstel van resolutie over gemaakt. Wij vinden dat dergelijke proeven vandaag beperkt moeten worden tot het absoluut noodzakelijke minimum, en alleen als er geen alternatieven zijn en het een direct verband heeft met de menselijke gezondheid. Dan kunnen er misschien nog wel een aantal zaken volgen.

Het uitvoeren van dierproeven op mensapen is in principe verboden bij ons, sinds 2009. Er zijn een aantal uitzonderingen. Het is een principieel besluit. Die uitzonderingen kunnen aangevraagd worden via een ethische commissie. Het verbod geldt trouwens niet voor bepaalde apensoorten: resusaapjes, penseelapen, makaken. Het is dus duidelijk dat ook op dat vlak nog een aantal stappen moeten worden gezet.

Minister, zou het mogelijk zijn dat dergelijke proeven, zoals die van Volkswagen in Duitsland, bij ons gebeuren? Of gebeuren ze al, en weten wij het niet? Zo neen, wat met het feit dat het eigenlijk om nutteloze proeven gaat? Er is eigenlijk al heel veel bewijsmateriaal voorhanden dat de schadelijkheid van uitlaatgassen, in casu dieseluitlaatgassen, duidelijk heeft gemaakt. Zouden dergelijke proeven eigenlijk niet indruisen tegen de 3V-strategie van de Vlaamse overheid: vervangen, verminderen, verfijnen?

Hoever staat het in Vlaanderen met de gefaseerde invoering van het verbod op proeven op alle primaten, en bij uitbreiding op alle hogere diersoorten, zoals katten, honden en paarden? Zijn er nog uitzonderingen nodig, omwille van echt medisch gericht onderzoek? Wat is de mening daarover van de Raad voor Dierenwelzijn?

Hoever staat het met de bevordering van alternatieven voor dierproeven? Hoe zit het met de samenwerking met Nederland, waar u indertijd zelf op aanstuurde?

De voorzitter

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Onderzoekers zijn natuurlijk in heel de Europese Unie aan dezelfde regels onderworpen wat betreft het gebruik van proefdieren. Dat betekent onder meer dat elke proef vooraf moet worden voorgelegd aan een beoordelingsorgaan. Om goedgekeurd te worden, moet de onderzoeker eerst en vooral het verwachte nut van zijn proef kunnen aantonen. Als er met andere woorden al voldoende wetenschappelijke gegevens over diezelfde materie voorhanden zijn, kan de proef niet doorgaan.

Daarnaast moet de onderzoeker onder meer aantonen dat de beoogde resultaten niet via een andere weg kunnen worden gehaald dan via proefdieren, en zelfs als dat niet mogelijk is, dat er misschien andere, zogenaamde ‘lagere’ diersoorten kunnen worden ingezet. Ik hoop natuurlijk van harte dat die regels in de rest van de Europese Unie even nauwgezet worden toegepast als in Vlaanderen.

Het gebruik van proefdieren kan uitsluitend na goedkeuring van het proefopzet door de Europese Commissie. Uiteraard zet de ethische commissie bij het beoordelen van aanvragen dat 3V-principe voorop en gaat ze ook na of de beoogde resultaten niet al beschikbaar zijn. Ze doet daar dus effectief wel een dubbelcheck op. Geen enkele proef waarvoor niet kan worden aangetoond dat hij nuttig is, dat hij nog niet eerder werd uitgevoerd, dat er geen valabele alternatieven voor beschikbaar zijn, dat geen afdoende resultaten kunnen worden bereikt met een lagere diersoort en/of met minder dieren en dat alle mogelijke maatregelen genomen worden om het ongerief voor de dieren zo veel mogelijk te beperken, zal worden goedgekeurd. Die resem van voorwaarden is eraan verbonden.

Een onderzoeker die een onderzoek voert naar de schadelijke invloed van uitlaatgassen en daarmee zou willen beginnen in Vlaanderen, zou dan ook eerst door die beoordelingsprocedure moeten raken, en dat lijkt mij schier onwaarschijnlijk.

De Europese richtlijn voorziet in mogelijkheden om strengere regels te hanteren dan die vastgelegd in de richtlijn, als die regels op 9 november 2010 van kracht waren en tijdig werden gemeld bij de Europese Commissie, dus enkel wanneer er vóór het uitvaardigen van de richtlijn al een strengere regelgeving gold. De Europese Commissie is in haar Q&A over de interpretatie van de richtlijn heel duidelijk: er mogen geen nieuwe strengere regels worden ingevoerd. Dat is duidelijk geformuleerd.

Aangezien de richtlijn het gebruik van hogere diersoorten zoals honden, katten en paarden toelaat en er in België op 9 november 2010 geen verbod op het gebruik van die diersoorten bestond, kunnen we zo’n verbod nu niet invoeren. We hebben dat wel degelijk uitgebreid onderzocht, maar we stuiten daar op de Europese Commissie, op de heel eenduidige interpretatie van de richtlijn.

Om informatie over bestaande alternatieven voor dierproeven te ontsluiten en onderzoek naar de ontwikkeling en validatie van alternatieven te bevorderen, heb ik opdracht gegeven om een platform voor alternatieven op te richten. We hebben eerst gekeken of we nog strenger kunnen gaan in de regelgeving. Uit nader onderzoek en de positie van de Europese Commissie is gebleken dat het antwoord ‘nee’ was. Vervolgens heb ik met mijn diensten en mijn mensen bekeken wat we dan wél kunnen doen op vlak van dierproeven. Zo zijn we tot een oprichting van een platform voor zowel de ontwikkeling als de validatie van alternatieven gekomen. Dat krijgt nu ook navolging op Europees niveau. We hebben dat platform ondertussen RE-Place gedoopt.

Via een verkennende enquête over het gebruik en de ontwikkeling van alternatieven in Vlaanderen hebben we ondertussen al 303 personen bereikt. Daarbij werken we die lijst stelselmatig verder uit. De onderzoekers zullen via een onlinetool alle informatie over alternatieven waarmee zij werken zelf in de databank kunnen integreren.

De website van het RE-Place-project – www.re-place.be – werd gelanceerd op Werelddierendag 2017, naar aanleiding van een studiedag die werd georganiseerd en die volledig gewijd was aan alternatieve methoden voor dierproeven. Die website bevat, naast algemene informatie rond alternatieve methoden, ook specifieke gegevens over het RE-Place-project. De website is vrij toegankelijk. Via die website stellen we de onlinetool ter beschikking en kan de databank worden geconsulteerd. De website zal in de loop van het project verder worden uitgebouwd.

Intussen vonden al drie stuurgroepvergaderingen plaats. De vierde vindt eind maart plaats. De Vlaamse Proefdierencommissie speelt daarin een belangrijke rol. Zij is via een zestal leden vertegenwoordigd in de stuurgroep van het platform.

Bij de lancering van RE-Place hebben we onmiddellijk de ambitie geuit om dat te kunnen uitbreiden met andere gewesten, andere lidstaten en met de Europese Commissie. Dat is op al die fronten gelukt. De verantwoordelijken van het Europees Centrum voor de Validatie van Alternatieve Methoden (ECVAM) zijn enthousiast over dat project en volgen het nauw op. Daarbij ondersteunen ze onze ambitie om finaal te komen tot een integratie met Europese databanken. Parallel hebben we al vergaderd met het ECVAM, met dat perspectief.  Nederland is ook mee. De Nederlanders nemen zelf deel aan de stuurgroep. Er is een vertegenwoordiger van de Nederlandse overheid in de RE-Place-stuurgroep. Ook het Groothertogdom Luxemburg heeft ondertussen interesse betoond. De twee gewesten zijn ook mee. Het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest heeft zich intussen aangesloten en ook het Waalse Gewest is geïnteresseerd.

In haar eerste werkingsjaar heeft de Vlaamse Proefdierencommissie getoond dat ze toch wel wat belang hecht aan onafhankelijkheid, niet alleen binnen haar eigen werking, maar ook op het vlak van haar adviesverlening. Dat blijkt ook uit het inwendige reglement van de commissie of uit de prioriteit die ze geeft aan het evalueren van de werking van de ethische commissies. Daarbij gaat men uit van het zo strikt mogelijk opvolgen en evalueren van elk mogelijk belangenconflict en stelt men maatregelen voorop om elk conflict te vermijden.

De Vlaamse Proefdierencommissie beantwoordt op dat vlak echt aan de doelstellingen die we voorop hadden gesteld. Ze voert de taak echt naar behoren uit, met de nodige onafhankelijkheid en objectiviteit.

De voorzitter

Mevrouw De Vroe heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw uitgebreid antwoord. Elk zinnig mens is uiteraard tegenstander van dierproeven. Maar elk zinnig mens beseft ook maar al te goed dat dierproeven jammer genoeg vandaag nog altijd een noodzakelijk kwaad zijn.

We hebben in Vlaanderen – u hebt er daarnet uitgebreid naar verwezen – een beleid dat de juiste filosofie nastreeft, namelijk het evolueren naar een toestand waarin dierproeven toekomstgericht overbodig zullen worden in Vlaanderen. Dat is de juiste strategie. We ondersteunen u daarin zeker.

Telkens als er wanpraktijken aan het licht komen, meestal via de media, – we hebben het nu over de apen, maar er zijn ook de excessen geweest van de wanpraktijken in de animalaria van de VUB – is er opnieuw een verhoogde waakzaamheid. Minister, we kunnen effectief stellen – u hebt ernaar verwezen – dat er ondertussen tal van initiatieven zijn genomen, met succes. Uiteraard zullen we die verder opvolgen.

Minister, ik wil graag nog een specifieke vraag stellen. U kende een subsidie toe van 100.000 euro aan de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO) voor de ondersteuning van een onderzoek naar alternatieven voor de oogirritatietest. Wat is daar de stand van zaken?

De voorzitter

De heer Caron heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Het is eigenlijk cynisch dat Europa blijkbaar zelf ‘goldplating’ verbiedt in de richtlijn die het heeft uitgevaardigd, in de zin dat geen enkele lidstaat strengere regels mag implementeren dan de Europese regelgeving voorschrijft. Dat is een zeer vreemde situatie. Het is eigenlijk geen richtlijn meer, maar een verordening, als u het mij vraagt. Ik weet niet of dat de ideale situatie is. Ik zou zeggen van niet. Want dat betekent dat het onderzoek wellicht, zoals het ook in Duitsland is gebeurd, helemaal legaal was en wellicht ook perfect in Vlaanderen zou kunnen. Dan denk ik: zitten we hier niet op morele grenzen te duwen?

Voor de rest ga ik zeker akkoord met de manier waarop u het in Vlaanderen aanpakt. Ik wil daar ook mijn waardering voor uiten.

Ik weet ook dat de Vlaamse Proefdiercommissie en de mensen van het ECVAM dat zeer integer doen. Ik heb daar alle waardering voor. Maar als dat niet vergezeld gaat van een striktere regelgeving in Europa of ten minste van de ruimte voor lidstaten om zelf de koploper te zijn in dat thema, dan vrees ik dat we voor veel jaren een standstill zullen hebben in dat dossier en dat we bij wijze van spreken nog veel Volkswagen-verhalen zullen krijgen, van andere bedrijven in andere omstandigheden. Dat betreur ik.

Minister, als u nog eens Europees platformoverleg hebt, kaart u het dan nog eens aan? Herhaling werkt soms.

De voorzitter

Mevrouw Rombouts heeft het woord.

Ik sluit mij kort aan bij deze vragen.

Minister, het is een positief initiatief. We hebben het er in eerdere discussies al over gehad dat onderzoek, terugkoppeling en kennisdeling in dezen zeer belangrijk zijn. Ik ben dan ook blij met de partners die op de website staan en mee hun schouders onder dit verhaal zetten.

Minister, er wordt heel duidelijk een oproep gedaan om enquêtes in te vullen. U bent nog op zoek naar informatie en een eventuele uitbreiding van het draagvlak voor de website.

De alternatieven voor dierproeven zijn op die pagina nog beperkt. Er is echt nog wel nood aan energie en aandacht om dat verder uit te bouwen. De website moet nog meer slagkracht krijgen.

Minister, ik wil van deze vraag ook gebruikmaken om te vragen naar een stand van zaken van de voortgezette opleiding proefdierkunde. U hebt dat aangekondigd in uw beleidsbrief. Wat is daar de stand van zaken? Kan men die cursus al online vinden?

De voorzitter

De heer Sanctorum heeft het woord.

We kunnen de benadering vanuit het proefdierenbeleid samenvatten als volgt: we hebben een stringente Europese richtlijn die ons verbiedt om verder te gaan vanuit de lidstaten dan wat Europees is overeengekomen. Daarbij kiezen wij voor de optie om de alternatieven voor dierproeven te faciliteren. Deze piste kan ik natuurlijk ondersteunen. Mijn vraag is of we toch niet nog verder kunnen gaan.

Ik verwijs graag naar de hoorzitting die we hier gehouden hebben. We hebben een deskundige uit Nederland laten overkomen om uitleg te geven over de voornemens in Nederland. Daar gaat men toch voor een versnelde afbouw met de focus op de zogenaamde toxiciteitstesten. Ondertussen heeft het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest ook dat voornemen gemaakt.

Oké, we kunnen natuurlijk niet stellen dat het vanaf 2025 verboden is om zoveel dierproeven uit te voeren, maar we kunnen wel een afbouwschema opstellen en afspreken met de betrokken sectoren.

Ik heb nog een technische vraag. U zei zelf, minister, dat onderzocht werd voor een aantal dierencategorieën of het wenselijk zou zijn om daar een verbod op proeven voor in te voeren, maar we botsen daar op de muur van Europa. Is het niet mogelijk om een aantal andere voorwaarden te verstrengen? Bijvoorbeeld voor de huisvesting van die dieren, waardoor het minder aantrekkelijk wordt om die dierproeven uit te voeren. Misschien is dat wel een uitweg als we geen verbod op een bepaald type kunnen opleggen. We zouden het minder aantrekkelijk kunnen maken, zodat het minder zou gebeuren in Vlaanderen.

Minister Ben Weyts

Ik kan in antwoord op de vele vragen alleen maar zeggen dat we aan de kar blijven trekken. Soms stuiten we inderdaad op de beperkingen van de Europese regelgeving. We zoeken zo veel mogelijk wegen om via de alternatieven en de promotie daarvan te zorgen voor minder dierproeven en in betere omstandigheden.

De vragen over de oogirritatietest zou ik moeten checken. Die zou nu ongeveer afgerond moeten zijn. Ik dacht dat dat voor begin dit jaar was. Ik dacht dat dat de timing was.

De opleiding dierproefkunde wordt dit jaar georganiseerd voor een grote groep van onderzoekers. We gaan die dan ook online zetten.

Ik zal de vraag opnieuw herhalen in een schriftelijke vraag, zodat ik het antwoord ontvang.

De voorzitter

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.