U bent hier

Mevrouw Peeters heeft het woord.

Minister, vanaf 1 januari werkt iedereen op het Omgevingsloket en moeten via het Omgevingsloket omgevingsvergunningen worden afgeleverd. Tijdens de commissievergadering van 23 januari 2017 hebt u al gezegd dat er bij de start geen structurele of technische problemen gekend waren. U hebt toen ook aangegeven dat er tussen 1 en 17 januari ruim 1257 dossiers werden ingediend. We weten ook dat sinds half januari de snelinvoer van het Omgevingsloket van toepassing is voor mensen die een tuinhuisje willen plaatsen of een eenvoudige bouwaanvraag zonder architect willen indienen.

U hebt in de commissie gezegd dat de signalen van het werkveld nogal divers zijn. Sommigen zijn heel enthousiast, anderen heel wat minder. Wij krijgen die signalen ook. Eenvoudige dossiers van een woning, waaraan geen milieuaspecten gekoppeld zijn, of waarbij milieu en ruimtelijke ordening niet samengaan, verlopen vrij vlot. Zodra de dossiers complexer worden, verloopt de procedure minder vlot.

Ook in diverse media hebben we wat kritiek gehoord. Het Netwerk van Architecten Vlaanderen (NAV) zei recent in Knack dat er nog een aantal tekortkomingen zijn. Zij hebben het dan onder meer over een te late start van opleidingen, het niet beschikbaar zijn van een demo bij de presentatie. In de media werd verteld dat men in Brugge tot 24 januari geen dossiers kon indienen. Ik weet niet of dat klopt, maar we stellen zelf ook regelmatig nog gebreken vast.

Vroeger verscheen er op het Omgevingsloket een melding wanneer niet alle documenten konden worden geconsulteerd. Die melding is er nu niet meer. Dat betekent dat wanneer mensen in het kader van het openbaar onderzoek een dossier willen inkijken, zij niet weten of zij alles hebben kunnen inkijken. Dat is een probleem. We stellen ook vast dat de plannen van de architecten niet altijd volledig consulteerbaar zijn als gevolg van de bescherming van de intellectuele rechten. Dat geldt echter niet voor de milieu-experts in de MER-dossiers terwijl ook zij intellectuele rechten hebben.

Een ander probleem is dat sommige architecten alles invullen via de velden op het Omgevingsloket terwijl andere architecten soms in de velden en soms in de bijlage invullen. Ook dat maakt het vaak moeilijk. Er is niet één format, een vast systeem waarbij men onmiddellijk weet of men alles heeft gezien. Ook voor de brandweer is dat nog altijd zeer moeilijk omdat veel dossiers bestaan uit veel diverse en aparte pdf’s die allemaal moeten worden gedownload. Daar kruipt heel veel tijd in. Minister, ook onze brandweerzone heeft daar recent een aantal ergernissen over geuit. Het zou wel goed zijn indien één dossier aan de hand van één generieke tool zou kunnen worden geconsulteerd worden. Blijkbaar bestaan daartoe wel mogelijkheden op de markt.

Minister, mijn eerste vraag betreft de algemene bevindingen in verband met het Omgevingsloket. We zijn eind januari 2018 voorbij. Is er ergens een piekmoment geweest?

Wat zijn de eerste ervaringen met de snelinvoer in het Omgevingsloket? Hebt u er al zicht op hoeveel dossiers op die manier zijn ingediend? Verloopt dit vlot?

Wanneer zijn de opleidingen voor de digitale invoering van de omgevingsvergunning gestart? Klopt het dat er in sommige regio’s minder mogelijkheden waren om die opleiding te volgen? Klopt het dat de demoversie niet beschikbaar was, waardoor het allemaal moeilijk kon worden getoond?

Kunt u ervoor zorgen dat de burger straks een dossier als een volledig pdf-bestand kan inkijken? Op die manier kan de burger duidelijk weten of hij in het licht van een openbaar onderzoek effectief alles heeft kunnen controleren.

Mijn volgende vraag betreft opnieuw het onderscheid tussen de bescherming van de auteursrechten van de architect en de rechten van de milieuexpert. Zijn de bevindingen hierover correct? Wat zult u hieraan doen?

Hoeveel stresstesten op het Omgevingsloket zijn gedurende de voorbije maanden uitgevoerd? Wat leren die stresstesten ons?

Minister, ik heb nog een paar bijkomende vragen die ik niet schriftelijk heb ingediend. We hebben vernomen dat tegen de zomer van dit jaar een grote release zou worden uitgevoerd, onder meer met betrekking tot de dossiers waarvoor de milieuaspecten opnieuw aan bod komen. Indien voor een dossier een milieuvergunning van klasse 1 wordt verleend en de bestendige deputatie bepaalde rubrieken hier niet in opneemt, valt dat later klaarblijkelijk niet meer te controleren. Het Omgevingsloket bevat namelijk nog steeds het initiële dossier. In dit verband is aangekondigd dat er tegen eind juni 2018 een nieuwe release komt. Tegen het einde van dit jaar of het begin van volgend jaar zou dan nog een globale, nog grotere release volgen die dan alles zal moeten verwerken. Ik begrijp dat het nodig is regelmatig releases uit te voeren. U kunt daar uiteraard niets aan doen. Het moet allemaal vlot en soepel verlopen. Misschien kunt u de administratie laten weten dat ze best voordien duidelijk communiceert over de datum van een release en over wat die release allemaal inhoudt. Nu lijkt het heel vaak op een ad-hocbeleid.

Naar aanleiding van de bespreking van de Raad voor Vergunningsbetwistingen die we vorige week in de commissie Algemeen Beleid hebben gehouden, heeft de voorzitter van die raad verklaard totaal geen zicht te hebben op de repercussies van het hele digitaliseringsproces op latere beroepen en dergelijke. De Raad voor Vergunningsbetwistingen heeft ervoor gepleit om, in plaats van een reguleringsimpactanalyse (RIA), een digitaliseringsimpactanalyse uit te voeren.

We hebben meermaals gevraagd de werklastmeting voor de lokale besturen opnieuw op tafel te leggen. We weten dat de vorige meting van begin 2014 dateert. Mij lijkt het alleszins aangewezen midden dit jaar tot een nieuwe werklastmeting over te gaan. We zijn allemaal voor de digitalisering. De digitalisering en het Omgevingsloket moeten ervoor zorgen dat alles vlotter en eenvoudiger verloopt. We willen ook dat alles goed en vlot verloopt. Er zijn op dit ogenblik nog heel wat verzuchtingen. Het zou niet slecht zijn hierover nog eens een duidelijke studie te laten uitvoeren.

Minister Schauvliege heeft het woord.

Voorzitter, twee of drie weken geleden heeft de heer Ronse een gelijkaardige vraag om uitleg gesteld. Ik kan nu eigenlijk enkel hetzelfde antwoorden. Ik heb de voorbije dagen nog heel wat gemeentelijke ambtenaren ontmoet die hiermee dagelijks aan de slag gaan. Zij voelen op dit ogenblik geen structurele, technische of performantieproblemen aan. Eigenlijk loopt het goed. Dat zijn de signalen die ik ontvang.

Mevrouw Peeters, dat zegt niets over de werkwijze van de mensen. Het is ook nieuw. Hier en daar moeten ze nog aan de nieuwe werkwijze wennen. Er kunnen nog suggesties komen om de zaak praktisch te verbeteren en beter te laten werken. U hebt zelf ook een aantal suggesties geformuleerd, waarvoor ik u wil danken. Ik stuur die suggesties door naar de werkgroep.

In januari 2018 zijn 3720 dossiers ingediend, waarvan 307 dossiers op 31 januari 2018. Dat is tot nu toe de piekdag geweest. De feedback van mijn administratie en van de helpdesk over de snelinvoer is overwegend positief. Ondertussen zijn al 618 dossiers door snelinvoer ingediend. Dat betekent dat meer dan een op de zes dossiers langs deze weg wordt ingediend, wat een goede zaak is. Volgens mij bereiken we die doelstelling.

Wat de opleidingen over de digitale invoer in het Omgevingsloket voor architecten betreft, zijn er geen inhoudelijke verschillen met de werkwijze die voor de digitale bouwaanvraag is gehanteerd. Enkel de navigatie verloopt anders.

Wat de digitale aanvraag van stedenbouwkundige handelingen betreft, worden al sinds 2014 opleidingen georganiseerd in het licht van de digitale bouwaanvraag. Er zijn per provincie verschillende sessies georganiseerd tot er duidelijk interesse was. In het begin was er maar mondjesmaat interesse, maar we voelden toch meer en meer interesse. Daarna hebben nog verschillende lokale actoren het initiatief genomen.

Specifiek met betrekking tot de omgevingsvergunning zijn een hele reeks sessies gepland. Sommige sessies hebben al plaatsgevonden en andere sessies komen er nog aan. In Brugge was er een sessie op 5 december 2017 en er volgt nog een sessie op 12 februari 2018. In Gent was er een sessie op 7 december 2017 en er volgt nog een sessie op 8 februari 2018. In Hasselt was er een sessie op 12 december 2017 en er volgt nog een sessie op 14 februari 2018. In Antwerpen was er een sessie op 14 december 2017 en er volgt nog een sessie op 13 februari 2018. In Leuven was er een sessie op 18 december 2017 en er volgt nog een sessies op 7 februari 2018. Op 1 februari 2018 waren nog een aantal plaatsen beschikbaar voor de infosessie in Hasselt. Er zijn overal mogelijkheden. Momenteel hebben we maar vijftien nieuwe vragen ontvangen om een bijkomende sessie te organiseren. Om die reden zal eind februari 2018 nog een bijkomende sessie in Brussel worden georganiseerd.

Op de website van het Omgevingsloket zijn overigens alle presentaties en de instructiefilms terug te vinden. Op 7 december 2017 was de oefenomgeving tijdens de opleiding in Gent tijdelijk niet beschikbaar. Er werd toen gewerkt aan de glasvezelverbinding van de Vlaamse overheid. Er is een livedemo gegeven op het productieloket. Tijdens alle andere infosessies is het wel gelukt. De wet van Murphy heeft hier een rol gespeeld.

Het is technisch niet mogelijk een volledige en integrale pdf-versie in te dienen, want een dossier bestaat zowel uit data als uit bestanden. Alle ingevoerde data kunnen wel in de vorm van een pdf-bestand worden opgevraagd.

Als we op het internet data beschikbaar stellen, moeten we rekening houden met privacygevoelige, auteursrechtelijk beschermende of intellectueelrechtelijk beschermde informatie. In principe mogen plannen niet op het internet openbaar worden gemaakt. De MER’s vallen echter onder de milieuwetgeving en moeten op basis van die wetgeving wel door het publiek kunnen worden geraadpleegd. Het is volgens mij dan ook correct dat er een verschil is.

De laatste stresstest is uitgevoerd op 14 december 2017. Aangezien het niet nodig was, zijn sindsdien geen structurele wijzigingen aangebracht. Ik verwijs in dit verband naar mijn antwoord op de vraag om uitleg van de heer Ronse: “Door een verschil in technische architectuur en infrastructuur worden voor de omgevingsvergunning niet dezelfde problemen verwacht bij piekmomenten als bij de digitale bouwaanvraag.” Onze dienstleverancier analyseert momenteel verder de ervaringen met de digitale bouwaanvraag. Hij gaat na in welke mate bijkomende verbeteringen nuttig zouden kunnen zijn.

Mevrouw Peeters, zoals ik daarnet al heb gesteld, worden op het terrein geen grote knelpunten ervaren. Er zijn zeker suggesties om de zaken nog beter en praktischer te maken. We staan zeker open voor die suggesties, die door de stuurgroep worden besproken. We vragen steeds om na te gaan waar het mogelijk is een aantal aanpassingen te doen. Ik wil u danken voor de suggesties die u hebt geformuleerd.

Mevrouw Peeters heeft het woord.

Ik wil nog even duidelijk stellen dat wij ook tevreden zijn met de werking. De performantie is een stuk verbeterd. Soms gaat het om de communicatie over de releases. De wijze waarop dit gebeurt, laat het overkomen alsof heel fel ad hoc wordt bijgestuurd, bugs worden veranderd en releases worden doorgevoerd. Dat kan alleszins wat beter.

Wat de pdf-bestanden betreft, bestaat klaarblijkelijk op de markt een tool die een aantal lokale besturen zouden kunnen bestellen. Het dossier kan dan door middel van verschillende velden en bijlagen worden ingediend, maar de burger of de leden van het college van burgemeester en schepenen kunnen het dan toch als een pdf-bestand downloaden om het dossier in te kijken. Er zijn firma’s op de markt die dit op dit ogenblik al aanbieden. Ik geef het maar mee als suggestie, want dit zou interessant kunnen zijn. Eigenlijk kan dit voor het hele Omgevingsloket worden ingevoerd, want anders moet elk lokaal bestuur dat straks individueel bestellen. Het zou alleszins een meerwaarde hebben voor het hele systeem.

Ik heb nog even de vraag om uitleg van de heer Ronse nagekeken. Hij had het toen vooral over de schadevergoedingen wegens laattijdigheid. De gewone, eenvoudige vergunningen die louter en alleen vanwege het ruimtelijk aspect worden ingediend, verlopen vlot. Het is enkel wat complexer voor de grote vergunningen, in het bijzonder de milieuvergunningen van klasse 1. Op dat vlak moet nog het een en het ander worden bijgestuurd.

Wat dit punt betreft, lijkt het me goed dat de stuurgroep, die nog steeds op regelmatige wijze vergadert, de communicatie wat zou uitbreiden. Op die manier moet worden voorkomen dat het louter en alleen ad hoc gebeurt.

Minister, ik dank u voor de cijfers. Ondanks het feit dat soms mensen klagen of verzuchtingen hebben, bewijzen die cijfers dat het voor heel wat dossiers al vlot verloopt. Dat is positief, en dat mag ook worden gezegd.

Ik wil nog even terugkomen op de werklastmeting. Ik zou u toch willen vragen dit te overwegen. Dat hoeft niet onmiddellijk te gebeuren, want nu is het misschien nog wat vroeg. Ik zou toch minstens de lokale besturen bevragen over de vraag of het doorgevoerde digitaliseringsproces voor hen nu meer of minder werklast betekent.

De heer Ronse heeft het woord.

Mevrouw Peeters, ik dank u voor uw vraag om uitleg. Het is goed dat we hier in de commissie de vinger aan de pols houden. Ik word ook wekelijks aangesproken door mensen op het terrein.

Wat zeer belangrijk is, is wat u hebt verklaard over de Raad voor Vergunningsbetwistingen. De voorzitter van die raad heeft redelijk zwaar gehamerd op de mogelijke problemen met de digitalisering. Die zaken zullen nu nog niet meteen opduiken, maar de komende maanden zal dat wel gebeuren. Het zou spijtig zijn de rechtspraak rond bouwberoepen of omgevingsvergunningsberoepen hierdoor in het gedrang te laten komen, vooral omdat we hier nu nog op kunnen anticiperen.

Minister, we hebben de Raad voor Vergunningsbetwistingen gevraagd aan het Vlaams Parlement een nota te bezorgen waarin niet enkel het probleem staat, maar waarin ook oplossingen worden gesuggereerd voor de punten die worden aangehaald. Zodra we ze hebben ontvangen, zullen we u die nota met plezier overmaken.

Mevrouw Peeters, u hebt naar een aantal technische problemen verwezen. Ik krijg dat ook altijd te horen. Ik heb net een mail geopend die ik eergisteren van een architect heb gekregen. Hij stelt dat de openbare onderzoeken niet altijd correct verlopen omdat de besluiten soms niet tijdig worden opgeladen, dat auteursrechtelijke plannen of confidentiële informatie tijdens het openbaar onderzoek of bij de bekendmaking van de beslissing nu en dan accidenteel in het publiek loket belandt en dat vlot leesbare dossierafdrukken of goed interpreteerbare planafdrukken soms een probleem vormen.

Minister, ik ben het ermee eens dat het een enorme transitie is, waar al goed aan gewerkt is. We moeten dit op termijn verder opvolgen. Ik heb hierover een schriftelijke vraag ingediend. Het is zeer goed dat we met een kortere termijn werken, maar ik hoor van sommige spelers op het terrein dat sommige lokale besturen die het moeilijk hebben met de digitalisering, hierdoor in tijdnood dreigen te geraken. Blijkbaar zouden er meer stilzwijgende weigeringen of onontvankelijkheidsverklaringen zijn. Ik weet niet of dat gevoel of gerucht u ook al heeft bereikt. Ik heb een schriftelijke vraag gesteld om dit te objectiveren. We zullen zien hoe het loopt. Ik denk dat we dit hier, in het Vlaams Parlement, nog meermaals zullen bespreken.

Mevrouw Pira heeft het woord.

Ingrid Pira (Groen)

Mevrouw Peeters, ik zou u willen danken voor uw vraag om uitleg en voor uw bezorgdheid. Ik heb het artikel in Knack ook gelezen. Het gaat om kafkaiaanse toestanden, maar er zijn een aantal zaken op een rijtje gezet.

U antwoordt daarentegen dat er geen structurele problemen zijn. Ik laat in het midden hoe het nu gesteld is met het Omgevingsloket, maar hopelijk apprecieert u dat wij hier in de commissie, zoals collega Ronse zegt, de vinger aan de pols houden en regelmatig onze bevindingen doorgeven. Ik kom toch ook nog redelijk wat technische problemen te weten. Zo is er de overzichtspagina, die goed leesbaar is op de ene laptop maar niet op de andere, waardoor het indienen van bezwaren niet evident is. Een andere vraag kwam mij ter ore. Een burger diende een bezwaar in en de vergunning werd goedgekeurd, maar die is niet raadpleegbaar op het loket. Er is dan contact opgenomen met de helpdesk. De man aan de telefoon zei dat dat eventueel mogelijk zou worden gemaakt in de toekomst. Wanneer een vergunningsaanvraag op een loket terechtkomt – je kunt dan een bezwaar indienen of niet – en ze wordt goedgekeurd, dan is het logisch dat dat ook raadpleegbaar is op dat loket.

Minister, daarstraks ontdekte ik nog iets. Ik wilde eens kijken naar het dossier Eurostadion, waar vandaag ook vragen over geagendeerd stonden, maar ik vond dat niet terug onder het woord Eurostadion maar wel onder het woord Eurostadium. Dat is een veelgemaakte fout: stadium en stadia. Is dat geen fout? (Opmerkingen van minister Joke Schauvliege)

Ik dacht dat in deze betekenis het woord ‘stadium’ en het meervoud ‘stadia’ geen gebruikelijk Nederlands was, maar als het dat wel is, dan laat ik het me graag door u toelichten en laat ik me graag door u overtuigen.

Collega's, er wordt gezegd dat het interessant is om hier de vinger aan de pols te houden en als we opmerkingen hebben, dat we die hier systematisch melden. We moeten er wel voor opletten dat we hier niet de helpdesk aan het organiseren zijn. Er is een helpdesk waar je in eerste instantie terechtkunt. We hebben ook het instrument van de schriftelijke vragen. We zullen wel moeten bekijken op welke manier we daarmee omgaan. Anders gaan we hier wekelijks een helpdeskuurtje kunnen gaan organiseren, en dat is niet de bedoeling.

Minister Schauvliege heeft het woord.

Ik zal beginnen met het Eurostadion en het Eurostadium. Ik heb me diezelfde bedenking gemaakt toen ik het dossier in handen kreeg en alle adviezen las en het mogelijke ontwerp van beslissing dat ik ontving. Daar stond overal Eurostadium. Ik heb gevraagd waar dat vandaan komt, omdat het correcte woord Eurostadion is. Het is aangevraagd als Eurostadium. Het staat onder de naam van de aanvrager. Als ene Peeters of Janssens of Dochy of Ronse een vergunning aanvraagt, kan ik daarover ook niet onder een andere naam gaan beslissen. Op dat vlak is het correct, en ik kan de naam niet zelf gaan veranderen. Het is Eurostadium, zoals het is aangevraagd. Er is ook een taalkundige uitleg voor, maar dat zou ons te ver leiden.

De vinger aan de pols houden? Uiteraard. Op zich apprecieer ik wat jullie hier allemaal ventileren. Maar ik kan jullie met de hand op het hart zeggen dat ik de voorbije weken heel veel architecten en heel veel stedenbouwkundige ambtenaren heb gezien. Ik vraag altijd heel expliciet hoe het met het Omgevingsloket gaat en met de aanvraag van de omgevingsvergunning. Ik kan u alleen maar meegeven dat ik bijna nooit negatieve reacties krijg. Men had schrik van de digitale bouwaanvraag (DBA), maar het is allemaal veel beter en het loopt goed. Ik denk dat iedereen hier kan beamen dat het goed loopt, maar dat er zaken zijn die we nog beter kunnen doen. Daarom blijft de stuurgroep ook samenkomen en is er een helpdesk om mensen te begeleiden. Maar we moeten toch vooral vaststellen dat het werkt en dat het veel performanter is dan wat we hebben meegemaakt met de DBA in de loop van december. Dat is een goede zaak.

Uiteraard is het vaak wennen voor wie daarmee moet werken. Het is een nieuwe manier om daarmee om te gaan. Of het nu een architect is of de brandweer of de stedenbouwkundige ambtenaar of de burger, uiteraard is dat nieuw en anders en geeft dat soms een wat raar gevoel.

Ik heb collega Ronse horen zeggen: “Het is mijn gevoel dat …”. Dat kan een gevoel zijn. Ook daar moeten we kijken of er zaken zijn die fout lopen, of we die kunnen rechtzetten, of het nodig is dat we ze rechtzetten ofwel dat het eigen is aan het digitale systeem. Dat onderscheid moeten we door de stuurgroep goed laten maken. Ik zeg het nogmaals: ik neem jullie bedenkingen en de ervaringen die jullie uit het veld ontvangen, zeker mee naar de volgende vergadering. We zullen het ook in die zin aanpassen. Ik heb op dit moment echter geen indicaties dat talrijke dossiers niet ontvankelijk zouden zijn of dat ze niet op tijd zouden worden behandeld, collega Ronse. Op dit moment is het beheersbaar, ook voor de lokale besturen.

Mevrouw Peeters heeft het woord.

Wat de minister zegt, moet ik onderschrijven. Er is op dit ogenblik een performant systeem. Het loopt niet altijd spaak en dergelijke, iets waarvoor we in het begin wel wat schrik hadden. Wat dat betreft, kunnen we sowieso positief eindigen. Maar ik wil wel opnieuw benadrukken dat op dit ogenblik de behandeling van een dossier, zeker als het om een ietwat complexer dossier gaat, zeker nog niet vlotter gaat dan vroeger, toen men nog met dikke stapels dossiers binnenkwam. Ik wil alsnog oproepen om enerzijds te overwegen om te onderzoeken of men, zeker bij de dossierinzage voor de burger, niet kan zorgen dat een generiek dossier via een pdf ter inzage kan worden gelegd en anderzijds om toch eens een werklastmeting te overwegen om te kijken welke resultaten daaruit komen om vervolgens eventueel opnieuw bijsturingen mogelijk te maken.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.