U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Vermeulen heeft het woord.

Sabine Vermeulen (N-VA)

Minister, in heel Europa ligt nog ongeveer 380.000 ton melkpoeder te wachten op een koper. De grote voorraad mager melkpoeder heeft een blijvende negatieve prijsdruk op de melkprijs. De European Milk Board (EMB) hoopt dat de Europese Unie het probleem van overproductie in de toekomst bij de bron aanpakt. De ongerustheid in de melkveehouderij wordt groter nu de hoge boterprijs over zijn top heen is en zo de melkprijs niet langer zal ondersteunen, en de zuivelproducenten onder druk komen te staan om goedkoper te produceren. Het worstcasescenario waar de EMB voor vreest, is er een waarbij de Europese Commissie de neerwaartse prijzenspiraal verergert door melkpoeder uit de interventieopslag aan dumpingprijzen op de markt te brengen.

We hebben hier al heel veel over gepraat, maar nu was het een tijdje geleden. De laatste tijd ging het redelijk goed met de melkprijzen, maar we zien inderdaad dat er een neerwaartse spiraal begint te komen. Daarom breng ik dit even opnieuw onder de aandacht.

In heel Europa ligt er dus nog ongeveer 380.000 ton melkpoeder gestockeerd. Hoeveel ton melkpoeder ligt er in Vlaanderen opgeslagen? De lidstaat waar poeder gestockeerd is, prefinanciert de aankoop en bewaart het melkpoeder als een goede huisvader. Hij kan de stock evenwel niet op eigen houtje verkopen. Daarvoor dient Europa eerst groen licht te geven. Vervolgens is het aan de lidstaten, of in ons geval de gewesten, om de transactie financieel te regelen. Over welke grootteorde spreken we als het gaat over de prefinanciering van de aankoop van melkpoeder door Vlaanderen? Wat is de geraamde kostprijs voor het stockeren van melkpoeder? Werd er reeds een deel van het in Vlaanderen gestockeerd melkpoeder verkocht?

Volgens de EMB-voorzitter heeft de interventie als marktinstrument niet afgedaan, maar verdient het wel bijsturing. Welke bijsturing is er volgens u nodig?

Welke andere marktinstrumenten zijn er nodig om het probleem van overproductie aan de bron aan te pakken?

De voorzitter

De heer Caron heeft het woord.

Bart Caron (Groen)

Minister, de melkpoederberg is het gevolg van de EU-beslissing om het melkoverschot na het aflopen van de quota uit de handel te nemen. Er werd gewacht op een gunstig moment om het melkpoeder te verkopen aan een redelijke prijs. Maar dat gunstig moment kwam niet en de verkoop loopt dan ook voor geen meter. Uit cijfers die EMB opvroeg, blijkt dat vandaag amper 2084 ton mager melkpoeder opnieuw op de markt kwam, een half procent van de voorraad. Daarvoor waren zestien verkooporders sinds december 2016 nodig. De eenvoudige economische logica van vraag en aanbod blijft hier uiteraard ook gelden. Daar waar het melkpoeder eind 2016 nog 2151 euro per ton opbracht, was dat deze maand nog maar 1190 euro. 

Er is voldoende verse melk. De voorbije dagen was er in de media weer heel wat te doen over de dalende melkprijs. Het oude melkpoeder kan daar onmogelijk mee concurreren en de prijzen zijn al zo laag. De marktverstoring zou wel nog eens groter kunnen zijn dan verwacht.

Wat kan er nu gebeuren met het melkpoeder? Aan dumpingprijzen op de markt gooien is geen optie, want dat ontregelt de markt nog meer en keldert de melkprijs nog meer. Exporteren naar verre buitenlanden is ethisch onverantwoord ten opzichte van de lokale boeren aldaar, net als de vernietiging. Het aanwenden van het melkpoeder als veevoeder lijkt de enige aanvaardbare oplossing.

Als het van de European Milk Board afhangt, dan wordt het probleem van overproductie het best aan de bron aangepakt. Meer concreet wordt een marktresponsabiliseringsprogramma voorgesteld dat de zuivelmarkt monitort en ingrijpt indien nodig. Een kleine marktstrubbeling vraagt volgens EMB om het subsidiëren van stockage door private zuivelfirma’s en consumptiebevorderende maatregelen, bijvoorbeeld kalvermelk. Stuikt de marktindex met 15 procent of meer in elkaar, dan is het officieel crisis in zuivelland. Na het vastleggen van een bepaalde referentieperiode worden melkveehouders dan opgeroepen om in ruil voor een bonus een productiedaling van minstens 5 procent te realiseren. Melkveebedrijven die het omgekeerde doen, betalen een heffing op de melk die ze meer produceren. Waar is de tijd van de quota, denk ik dan hardop.

De vrijwillige melkreductie moet volgens de European Milk Board (EMB) worden omgezet in verplicht 2 of 3 procent minder melken wanneer de marktindex 25 procent inboet. Zij stellen een ander regulerend mechanisme voor dan de oude quota, maar toch een vorm van regulering en beheersing van het aanbod.

Minister, hoe is de situatie momenteel in Vlaanderen? Hoe groot zijn de voorraden en wat kost de stockage ons? Hoelang blijft het melkpoeder nog consumeerbaar? Groeit de voorraad vandaag nog aan? Werden er concrete maatregelen genomen om de overproductie te stoppen? Welke concrete plannen zijn er met deze stocks? Hoe staat u tegenover het marktresponsabiliseringsprogramma dat wordt voorgesteld door de EMB? Bent u bereid dit voorstel aan te kaarten op Europees niveau? Of hebt u andere suggesties of concrete plannen om uit deze situatie te geraken?

De voorzitter

Minister Schauvliege heeft het woord.

Collega's, eerst een beetje geschiedenis over hoe het vroeger ging in Europa, en hoe het er vandaag aan toegaat. Vroeger haalde de Europese Unie op een systematische manier zuivelproducten uit de markt om de Europese melkprijs naar boven te halen, om te zorgen dat er een minimumwaarde werd betaald. Door de liberalisering van het handelsbeleid intervenieert men daar eigenlijk niet meer in. In die productie kan men niet meer interveniëren.

Europa heeft de weg van het marktgericht produceren ingeslagen, waarbij niet langer de overheid bepaalt hoeveel een individuele boer mag of kan produceren, maar wel welke minimumprijs hij ontvangt waar dit afhangt van het samenspel tussen vraag en aanbod. De EU houdt een aantal instrumenten achter de hand. Op het moment van een felle crisis kan ze wel ingrijpen. Dan kan ze tijdelijk ingrijpen in de vrije markt om te vermijden dat acute marktverstoring een hele sector en alles wat daarmee samenhangt, overkop laat gaan. De sociaal-economische en maatschappelijke kost zouden in dat geval veel hoger zijn. Je kunt dit een beetje vergelijken met het crisisoptreden van de overheid in andere sectoren, denk maar aan de bankensector, waar trouwens hetzelfde gebeurt.

De huidige stocks van magere melkpoeder zijn het resultaat van zo'n marktinterventie die de EU activeerde naar aanleiding van de Ruslandboycot en de plotse marktdestabilisering die in combinatie met het afschaffen van de melkquota is opgetreden in 2015. Momenteel wordt er geen bijkomende interventie meer gedaan, maar er ligt 30.000 ton magere melkpoeder opgeslagen in Vlaanderen als gevolg van deze tijdelijke interventie. In welke lidstaat er opslag is, is op zich niet relevant, want die melkpoeder is eigendom van de EU. Die is niet van ons.

De kosten worden geprefinancieerd door de lidstaten, maar op het einde van de rit wordt dit opgevangen door de verkoop. Voor de Vlaamse overheid bedraagt de prefinanciering iets meer dan 47 miljoen euro. De voorraden worden opgeslagen in magazijnen die door de lidstaten worden toegewezen via openbare aanbestedingen. Van het melkpoeder dat in Vlaanderen werd opgeslagen, heeft de EU intussen 688 ton opnieuw verkocht op de markt. Bij verkoop gaat de Commissie altijd op een zeer voorzichtige manier te werk, om nieuwe marktverstoring te vermijden. Als je al die tonnen tegelijkertijd op de markt brengt, krijg je natuurlijk weer hetzelfde effect als waarvoor het had gediend.

Wat betreft de houdbaarheid is het zo dat de opgeslagen magere melkpoeder volgens een speciaal procedé is verwerkt dat ervoor zorgt dat het langer consumeerbaar blijft. Het product heeft een laag vochtgehalte en is verpakt in een driewandige verpakking die geschikt is voor langdurige bewaring. Het poeder is minstens vijf jaar na productiedatum consumeerbaar.

Er werd ook gevraagd naar andere maatregelen die werden genomen om overproductie te stoppen. Ik verwijs, zonder op de details in te gaan, naar de maatregel rond de vrijwillige productiebeperking in de melkveehouderij, een maatregel die liep in 2016 en hier al vaak aan bod is gekomen.

Over het marktresponsabiliseringsmechanisme dat door de European Milk Board wordt voorgesteld, hebben we het hier in het verleden al gehad. Het is een innovatief systeem, maar het grote probleem is dat hun voorstel haaks staat op de liberalisering en globalisering van de zuivelmarkt.

In een afgeschermde economie kunnen lokale overheden productieregulerende wetten maken, wat ervoor kan zorgen dat wordt ingegrepen, maar in een open vrijemarkteconomie als de westerse is dat problematisch omdat andere spelers klaarstaan om marktaandeel in te pikken. Als de eigen boeren worden verplicht om minder te produceren, staat men klaar om in te voeren uit Nederland, bij wijze van spreken, en die vraag op te vullen. Dat kan niet in deze context. Ik beweer zeker niet dat het een slecht voorstel is. Ik wil alleen maar wijzen op het feit dat de combinatie met het vrijhandelsbeleid niet evident is.

De European Milk Board is zeker consequent in zijn standpunten, want men is ook resoluut tegen de handelsakkoorden die werden gesloten of momenteel worden onderhandeld zoals het Comprehensive Economic and Trade Agreement (CETA-akkoord) of het Mercosur-akkoord. Een bestuurslid van de European Milk Board heeft zijn standpunt daarover onlangs toegelicht tijdens een hoorzitting in dit parlement. Maar ik stel vast dat er vandaag in de EU geen meerderheid is om de liberalisering van de vrijhandel terug te draaien en om terug te keren naar de afgeschermde Europese zuivelmarkt van weleer. Om het aanbod te concentreren en om de positie van de landbouwers te versterken, willen wij dat er in het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) verder wordt ingezet op de organisatie van landbouwers in producentenorganisaties (PO’s) en brancheorganisaties. Het GLB moet deze PO’s voorzien van de nodige slagkracht en werkingsmiddelen en hun ook mogelijkheden geven. Marktinformatie kan landbouwers helpen in het maken van de juiste bedrijfskeuzes en om een betere crisispreventie en een beter crisisbeheer door te voeren. Dat versterkt de plaats van de landbouwers in de agrovoedingsketen en moet bijdragen om te kunnen inspelen op de volatiliteit van de prijzen en om de crisisbestendigheid van onze landbouwbedrijven te verhogen. Alsof het erom gedaan is, is ook het antwoord dat ik heb gegeven, een vraag. Dat zal straks in de hoorzitting nog wel aan bod komen.

De voorzitter

Mevrouw Vermeulen heeft het woord.

Sabine Vermeulen (N-VA)

Voor en over de voorstellen van de European Milk Board valt inderdaad heel wat te zeggen. De European Milk Board sluit bijvoorbeeld af met te zeggen: hanteer het principe ‘de vervuiler betaalt’. Daar gaan ze volgens mij al serieus uit de bocht, want het product dat men produceert, is geen vervuilend product. Waarin ze wel gelijk hebben, is dat het overschot aan melk moet worden verwerkt en gestockeerd, en dat dat onnodig geld kost – dat klopt wel – en dat het niet produceren met voorsprong de meest efficiënte oplossing is. Dat klopt ook wel. Als we ernaar kunnen streven om minder te produceren, dan is dat de meest efficiënte oplossing, absoluut. Ik volg u ook wel volledig als u zegt dat productieregulerende wetten niet opportuun en zelfs niet mogelijk zijn. We hebben in Vlaanderen wel een bepaalde voorsprong op het vlak van melkproductie en we hebben een bepaalde status in Europa wat productie en kwaliteit betreft. We moeten die voorsprong behouden en de opportuniteiten volledig benutten.

De voorzitter

De heer Caron heeft het woord.

Bart Caron (Groen)

Ik hoor graag dat u zegt dat het voorstel van de European Milk Board innovatief is, maar helaas onhaalbaar in een Europees kader– dat vind ik niet zo leuk. Ik zou toch willen pleiten voor wat de European Milk Board zelf vraagt, om het op Europees niveau aan te kaarten. Daar hebt u niet echt op geantwoord, omdat u denkt dat het niet haalbaar is. De Europese Unie zegt zelf dat ze alleen marktinterventies doet op het moment dat een sector kopje onder dreigt te gaan, of als de crisis te diep blijkt te zijn. Maar dit is een mechanisme dat tegelijkertijd vrijhandel, minstens in Europees verband, mogelijk maakt en aan de andere kant toch een zekere vorm van sturing en controle overhoudt. Ik ben absoluut pro het voorstel. De Europese landen zouden er, als ze het allemaal samen zouden afspreken, er samen voordeel aan hebben. Ik zou alstublieft willen vragen: kaart het nog eens opnieuw aan, praat erover met Europa.

Ik steun overigens voor de rest de inspanning die u doet, onder meer het steunen van brancheorganisaties. U hebt gelijk dat kennis over de markt, marktinformatie heel belangrijk is.

Volgens mij zal dit echter niet volstaan. Zolang we in deze crisissituatie met lage prijzen blijven, vrees ik voor onze kleine bedrijven. Ik spreek in het meervoud, want ik wil hier niet voor kleinschaligheid pleiten. In de mondiale context hebben we kleine melkveebedrijven. Indien er geen enkele vorm van sturing komt of door de Europese Commissie wordt toegelaten, vrees ik dat finaal onze kleine Vlaamse landbouwers zullen betalen ten voordele van grote internationale groepen die hier misschien wel of misschien helemaal niet zullen investeren en importeren. Het komt erop aan onze landbouw een toekomst in de breedte te geven. Ik denk dan ook dat een vorm van bescherming op dit vlak mag worden verdedigd. Indien we producten van bij ons dan toch belangrijk vinden, kunnen we hier een argument in vinden om een milde vorm van regulering en interventie mogelijk te maken.

De voorzitter

De heer De Croo heeft het woord.

Herman De Croo (Open Vld)

Minister, u en uw administratie zijn een vat vol wijsheid. Ik zou u dan ook een paar vraagjes willen stellen.

De cijfers in verband met de opslag van de melkpoederberg verrassen me. Ik heb gezien dat het, in afgeronde cijfers, gaat om 71.000 ton in Frankrijk, 66.000 ton in Duitsland en 66.000 ton in België. Ik weet niet of daar een reden voor is. Er is ook nog de private opslag. Is dat significant en belangrijk of valt dat te verwaarlozen?

Naast mijn vragen om bijkomende informatie zou ik het ook graag over de grond van de zaak hebben. Het is een moeilijk probleem. We kunnen melk gedroogd opslaan. Als die melk op onze markt komt, werkt dat marktverstorend, maar als die markt naar derde landen gaat, werkt dat ginds ook marktverstorend of misschien marktvernietigend voor de lokale producenten.

Het is een typisch probleem waarbij we de principes van de vrije markt tegenover een onvrije markt plaatsen. Ik neem een voorbeeld uit een totaal andere context. Indien we de luchtvaartmaatschappijen geen vrije markt hadden gegeven, zouden we nu niet voor 100 euro naar een of ander land reizen, maar zou dat 1000 of 2000 euro kosten. Ik geef maar een voorbeeld. We moeten ook de voordelen van het systeem bekijken. Het probleem is dat we hiermee moeten leven en overleven.

Hoe meer we de niche opzoeken, hoe meer we een betere outlet voor onze productie vinden. Er zijn afzetmarkten in China en in het Midden-Oosten. Nieuw-Zeeland heeft een slecht seizoen gehad en levert wat minder. Dat gebeurt met een product dat vrij op de markt komt.

Het moet me worden vergeven dat ik wat cynisch eindig. Er zijn in Vlaanderen geen klompenmakers meer, maar vroeger waren er hier honderden. Indien destijds een wet was gemaakt die het dragen van klompen verplicht maakt, zouden we nu nog altijd klompenfabrieken hebben. De vraag is of dat een vooruitgang zou zijn geweest.

Jos De Meyer (CD&V)

Minister, voor mij is de fundamentele vraag of de gecorrigeerde vrije markt met zijn volatiliteit een opportuniteit of een bedreiging vormt voor onze toch veeleer kleinschalige Vlaamse landbouw. Ik formuleer het kort en misschien zelfs iets te kort door de bocht.

Als we de evolutie in Europa bekijken, zien we dat de marktmechanismen zijn gewijzigd. De wijze waarop steun wordt verleend, is geëvolueerd. De conclusie is dat er voor de individuele melkveehouders volatiliteit is. De vraag is natuurlijk hoe hij zich moeten wapenen voor de toekomst. Moet hij bijkomend investeren in schaalvergroting of in toegevoegde waarde voor het eigen bedrijf? Moet hij überhaupt opnieuw investeren of moet hij innoveren? Ze worden geconfronteerd met de vraag wat voor elk bedrijf de juiste managementkeuze is. Uit de gesprekken die we met de individuele bedrijfsleiders voeren, blijkt dat het antwoord niet altijd eenvoudig is. Dit is een beleidszorg.

De voorzitter

Minister Schauvliege heeft het woord.

Mijnheer Caron, ik wil eerst op uw opmerking ingaan. Daar is op Europees vlak iets mee gedaan. Ik heb in mijn antwoord daarnet al duidelijk verklaard dat dit effectief is voorgesteld. Het is al vaak tijdens tal van vergaderingen aangekaart, ook tijdens de vergaderingen van de Raad Landbouw en Visserij van de Europese Unie. Ik voel echter aan dat er daar absoluut geen bereidheid of zeker geen meerderheid is. Misschien kan een beperkt aantal lidstaten zich erin vinden hiermee door te gaan. We kunnen enkel vaststellen dat de liberalisering brede steun krijgt en we naar een open handel gaan.

Mijnheer De Meyer, dit sluit natuurlijk een beetje aan wat bij de vraag die u net hebt gesteld. Is de wijze waarop in onze regio wordt geproduceerd een zegen of een bedreiging? Volgens mij is het een uitdaging. Het is zeker geen zegen, maar het kan opportuniteiten bieden. Het is geen catastrofe, maar het vraagt om een specifieke aanpak in Vlaanderen. Dit geldt echter voor alle kleinere regio’s die, net als wij, te maken hebben met weinig ruimte en weinig mogelijkheden om de productie voort te zetten.

Mijnheer De Croo, wat de private opslag betreft, moet ik eens nagaan of we daar zicht op hebben. Ik weet dat niet direct. De grote opslag vindt natuurlijk plaats in de grote zuivellanden. Dat is logisch. Die opslag kan natuurlijk enkel plaatsvinden op het ogenblik dat de EU het toelaat. Dat kan niet zo maar gebeuren. De Europese Commissie kondigt een crisismaatregel af en tijdens die periode kan die opslag gebeuren. Er zijn natuurlijk wat verschillen.

Hoe meer we voor een niche kiezen, hoe meer onze zuivelbedrijven het verschil maken. We zien, bijvoorbeeld, dat Milcobel heel sterk in een biolijn heeft geïnvesteerd om zijn  producten op die manier meer te kunnen promoten. Het gaat ook om andere nicheproducten. We hebben tijdelijk voorzien in een bijkomende investering voor de bedrijven die naar biomelk zijn omgeschakeld op het ogenblik dat het zo moeilijk was. We hebben voorzien in extra begeleiding. Dat was  een groot succes. We merken dat veel bedrijven hier zijn ingestapt.

Het is een dubbel verhaal. We mogen niet blind zijn voor het feit dat de Europese eengemaakte markt en vrije handel voor heel wat Vlaamse bedrijven een goede zaak is geweest en goud waard is. Dat wordt niet altijd vermeld. We zien altijd de slechte kant van de medaille.

Iets waar we nog meer mee moeten leren omgaan, is dat we op de momenten waarop het goed gaat op een andere manier moeten anticiperen op de momenten waarop het slechter gaat. We komen uit een periode van zeer sterke sturing. De mensen gingen er toen van uit dat de prijzen niet sterk zouden schommelen. Op die momenten waarop het zeer goed ging, waren ze niet echt geneigd eraan te denken dat er momenten zouden komen waarop het minder goed zou gaan. Dat wordt soms nog wat te weinig in het business model van onze bedrijven geïncorporeerd.

Eigenlijk is onze landbouwproductie een echte, volwaardige economische pijler geworden. Dat wordt vaak niet gezien. Het nadeel dat onze landbouwers hebben, is dat er tal van andere problematieken bij komen kijken waarmee ze rekening moeten houden. Dat maakt het niet evident om in die markt en dat sterk economisch gegeven overeind te blijven. Het vraagt ook om een heel andere bedrijfsvoering. We proberen dat zo veel mogelijk te begeleiden. Ik denk dan, bijvoorbeeld, aan maatregelen als KRATOS, die we hebben genomen om onze boeren weerbaarder te maken.

Het blijft echter een uitdaging. Volgens mij biedt het veel opportuniteiten, maar het is duidelijk niet evident. Ik vind het zeer belangrijk dat we oog hebben voor de specificiteit van de regio’s. Om die reden heb ik dat vanuit de Vlaamse overheid binnen het gemeenschappelijk landbouwbeleid zeer sterk op tafel gelegd. We moeten een eengemaakt Europees beleid en een gelijk speelveld hebben, maar tegelijkertijd moeten we kunnen inspelen op de eigenheid van de regio’s. Dat is iets wat we Europees zeer sterk moeten bepleiten en hopelijk ook kunnen verkrijgen. We moeten kunnen omgaan met de bedreigingen die voor ons om de hoek komen kijken en die vaak al voelbaar zijn.

De voorzitter

Mevrouw Vermeulen heeft het woord.

Sabine Vermeulen (N-VA)

Minister, een essentieel onderdeel van de uitdaging die u hebt aangehaald, is de opvolging van de marktsignalen en de afstemming van het aanbod op de vraag. Ik ga volledig akkoord met uw stelling dat we de melkveehouders absoluut verder moeten begeleiden bij hun bedrijfsvoering. Daar is blijkbaar echt nood aan. Dat geldt zowel voor de kleinere bedrijven als voor de iets grotere bedrijven.

De voorzitter

De heer Caron heeft het woord.

Bart Caron (Groen)

Voorzitter, ik ben misschien veeleer pessimistisch van aard wat de opportuniteiten, uitdagingen en bedreigingen betreft. Nochtans ben ik dat niet persoonlijk, maar in dezen vrees ik er toch een beetje voor.

Minister, dan nog iets over die interventie. De Europese Commissie kocht dat melkpoeder op aan 17 eurocent per kilo en verkocht het anderhalf jaar geleden aan 21 eurocent, en vandaag aan 12 eurocent. De prijs van die melkpoeder is al stevig ingestort. Dat kost de samenleving ook geld. Niet aan Vlaanderen maar aan Europa, in dit geval. Maar het is, bij wijze van spreken, wel ons geld. Ik heb liever een marktregulerende interventie bij het begin van de keten dan op het einde van de lijn. Nu gaan we producten misschien moeten vernietigen of voor andere doeleinden inzetten en met verlies verkopen. Dat kost de samenleving ook geld.

Ten slotte, mijnheer De Croo, in de landbouw werd het land vroeger bewerkt met paard en kar. Nu gebeurt dat meestal met een tractor en met aangepaste machines, maar het is nog altijd landbouw. (Opmerkingen van Herman De Croo)

De voorzitter

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is toegankelijk.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.