U bent hier

De voorzitter

De heer De Meyer heeft het woord.

Jos De Meyer (CD&V)

Voorzitter, minister, collega's, het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) en de Universiteit Gent hebben met medewerking van Rikolto, de nieuwe naam voor Vredeseilanden, een studie opgeleverd over de zoektocht naar partnerschappen tussen landbouwers en grootafnemers in Gent en omstreken. De stad Gent heeft namelijk in haar lokale voedselstrategie ‘Gent en Garde’ een doelstelling gemaakt om meer zichtbare, kortere voedselketens tot stand te brengen en expliciet te focussen op het zichtbaar maken van de producenten in de stad. Via operationele doelstellingen wenst Gent een hechtere band tussen consument en producent te faciliteren.

In de studie worden de mogelijkheden verkend die er zijn om de korte keten op te schalen door ook grootafnemers meer te betrekken in de afzet van korteketenproducten. De focus wordt dus verlegd van de consument en het business-to-consumerstraject (b2c) naar het business-to-businessuitgangspunt (b2b). De stad vermoedt namelijk dat de afzetmarkt potentieel veel groter is, en wil een bijdrage leveren aan de verruiming van de afzet richting retail, horeca en grootkeukens.

Gent gaat dan ook aan de slag met de resultaten van de studie en is op zoek naar een organisatie of een samenwerkingsverband van organisaties dat een platform wil oprichten om de korte keten te introduceren bij de grotere afnemers.

De studie stelt echter ook duidelijk dat het opschalen van de korte keten een boeiende en complexe uitdaging is die echter geen eenduidige, objectieve oplossing als zaligmakend naar voren kan schuiven. Het is dan ook niet wenselijk, zelfs niet mogelijk, om de resultaten van dit proces zomaar te veralgemenen voor de gemiddelde grootkeuken, retailer of horecazaak in Gent, of om deze zomaar toe te passen in andere steden in Vlaanderen. De resultaten kunnen echter als inspiratiebron wel de contouren van dit specifieke traject ‘opschaling van de korte keten’ overstijgen en als analogieredenering fungeren in andere stadsregio’s.

Minister, ik vond dit inspirerend, vandaar mijn vragen. Hebt u kennisgenomen van de resultaten van de studie voor de stad Gent? Welke appreciatie geeft u aan deze studie? De korte keten blijft een belangrijk uitgangspunt van het landbouwbeleid, zo kunnen we lezen in de beleidsbrief. Kunt u samen met ILVO andere steden uitnodigen en stimuleren tot een dergelijk onderzoek? Welke stimulerende rol kunt u hierbij spelen? Is hiervoor een financieel ruggensteuntje mogelijk? Denkt u nog aan andere beleidsmaatregelen om de korte keten in stedelijke context te stimuleren?

De voorzitter

Minister Schauvliege heeft het woord.

Collega De Meyer, uiteraard zijn de resultaten van de studie van de stad Gent mij bekend. We leren daaruit dat de vereiste productie-eigenschappen voor de verschillende doelgroepen heel verschillend zijn. Retail, horeca en grootkeukens vereisen een heel gedifferentieerde aanpak. Die conclusies liggen dus in de lijn van wat we eigenlijk al wisten en al vaak in de commissie hebben aangehaald.

Vanuit het beleid ondersteunen wij de verschillende initiatieven rond de voedselvoorziening. Nieuw sinds vorig jaar is dat we een heus Aanspreekpunt Lokale Voedselstrategie hebben, dat is ingebed in de werking van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG). Lokale besturen maar ook bedrijven en non-profitorganisaties die een lokale voedselstrategie willen ontwikkelen, kunnen bij dat aanspreekpunt terecht. Daarnaast zet ILVO heel actief in op het onderzoeken van korteketenlandbouw en stadslandbouw. Zo financierde ILVO een doctoraatsonderzoek dat vorige week aan de Universiteit Gent werd verdedigd, met als titel: ‘The politics of urban agriculture: An international exploration of governance, food systems and environmental justice’. Dit onderzoek toont het belang aan van het stedelijk beleid voor de ontwikkeling van korteketen- en stadslandbouw.

Initiatieven voor stadslandbouw hebben een grotere slaagkans als er een structurele steun is door de stad of gemeente en als er een balans is tussen het streven naar economische haalbaarheid en het vergroten van de sociale gelijkheid in de stad.

Het derde initiatief is het ondersteunen en subsidiëren van het Steunpunt Hoeveproducten om de korteketenactiviteiten van landbouwers uit te bouwen als zij bijvoorbeeld hun bedrijf willen verbreden. Een andere manier van ondersteunen is het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM). Wij bieden ondersteuning aan de campagne ‘Recht van bij de boer’. Zij hebben al meer dan zevenhonderd verkooppunten in Vlaanderen geregistreerd. Dat hoeft niet meteen een hoevewinkel te zijn, maar kan ook een boerenmarkt, voedselteam, groenteabonnement of ‘buurderij’ zijn. Deze afzetkanalen brengen zeker hoeveproducten tot in de stad.

Een volgende manier van ondersteunen is dat wij elk jaar steun geven aan de volkstuinprojecten die in stedelijke context enorm aan populariteit winnen. Die projecten brengen ook lokale voedselproductie onder de aandacht en kunnen het startpunt vormen van een vraagstuk rond lokale voedselvoorziening. In 2018 zet ik samen met VLAM heel specifiek in op de Week van de Korte Keten. We hebben extra financiële middelen uitgetrokken om dit initiatief in de kijker te zetten. Dit jaar zal deze Week van de Korte Keten voor de eerste maal op Vlaams niveau worden georganiseerd, en de vijf Vlaamse provincies zetten hun schouders mee onder de organisatie ervan. Dit evenement moet onze land- en tuinbouwers lokaal in de schijnwerpers zetten. Tijdens die week kan elke provincie, stad of gemeente lokale accenten leggen. Ik ben ervan overtuigd dat dit een geschikt moment kan zijn om lokale partnerschappen aan te gaan en op die manier te zorgen dat de consument die beter leert kennen.

Ik wil de stimulering van de korte keten graag ook in een breder perspectief plaatsen. Het maakt deel uit van een breder bewustmakingsproces, dat niet alleen aandacht heeft voor lokale producten maar ook voor de productieomstandigheden en voor de meerwaarde die het de Vlaamse landbouwer kan bieden in een brede context. Er is dus een belangrijke link met beleidsmaatregelen die inzetten op de instroom in en de verjonging van de landbouw en het verduurzamen van het productieproces.

Collega De Meyer, uw vraag en het antwoord dat ik heb geformuleerd, sluiten perfect aan bij de gedachtewisseling met de heer Colpaert die straks is geagendeerd over de toekomst van de landbouw.

De voorzitter

De heer De Meyer heeft het woord.

Jos De Meyer (CD&V)

Minister, uw antwoord leert mij dat u ten volle deze ideeën genegen bent. U verwijst naar het specifieke aanspreekpunt en naar meerdere ideeën rond mogelijkheden en opportuniteiten voor de korte keten. U wijst ook op de specifieke financiële steun, de mogelijkheden via VLAM, de volkstuinen, de specifieke week die in 2018 wordt georganiseerd. Kortom, u bent ten volle bewust van de opportuniteiten van korteketenverkoop.

Collega's, ik denk dat de voedsel- en landbouwproblemen in hun globaliteit hiermee uiteraard niet worden opgelost, maar het kan wel een bijdrage leveren tot mogelijkheden en aanzetten tot oplossingen. Het is mijn volle overtuiging dat het hoe dan ook naar de sector toe imagoversterkend werkt. Dat vind ik heel belangrijk.

Een van de punten die straks aan bod komen in de studie die we gaan bespreken tijdens het tweede deel van deze vergadering, is dat het belangrijk is dat er bondgenootschappen worden gecreëerd tussen producent en consument. Op dit vlak zijn er ongetwijfeld mogelijkheden aanwezig.

De voorzitter

De heer De Croo heeft het woord.

Herman De Croo (Open Vld)

Voorzitter, minister, ik had vroeger als burgemeester in mijn bureau een kaartje hangen, dat mijn secretaris heeft overgenomen, met de tekst: ‘All politics is local.’ Het is niet van mij, het is van een Amerikaanse politicus. In Brakel hebben wij drie kaasmakerijen, die ik goed ken, waarvan de zorgboer vanaf 2016 yoghurt maakt met geitenmelk en die verkoopt in de lokale grootwarenhuizen.

De heer De Meyer noemt terecht twee aspecten.

Ten eerste is er het belevingsaspect. Dat is een belangrijk aspect dat kan of moet worden ontwikkeld in de ‘consumer to producer, producer to consumer’. Men moet beleven dat een hoeveproduct kopen iets anders is dan naar de winkel te gaan om een product te kopen. We hebben heel interessante plukbedrijven, ook in Horebeke, waar men de appels en peren gaat plukken.

Ten tweede is er een hinderpaal waar we over moeten nadenken, namelijk het aspect van de voedselveiligheid. Men is soms wat bevreesd of het bij die kleine producenten wel veilig is en of de etiquettekering wel volledig is. De ministers Borsus en Ducarme hebben binnen het Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen een cel ‘kleine producenten’ opgericht die kleine producenten helpt zodat, als je daar voedsel koopt, het even veilig en goed is als bij alle andere systemen.

Minister, dus beleving en waarborg van de voedselveiligheid in samenwerking met de federale cel, zijn twee bijkomende stelten waar u uw politiek, die ik van harte steun, op kunt voeren.

De voorzitter

Mevrouw Joosen heeft het woord.

Het is belangrijk om de rol van de lokale besturen hier nog even onder de aandacht te brengen. Ze hebben een stimulerende rol in de korte keten, maar ik denk ook aan het aankoopbeleid van de lokale besturen, meer bepaald het aankoopbeleid ten opzichte van streekproducten. Heel wat steden en gemeenten hebben hier heel wat ervaring mee, maar er is nog heel wat potentieel. Die informatie bij de lokale besturen krijgen, is een eerste cruciale stap.

De voorzitter

De heer Caron heeft het woord.

Bart Caron (Groen)

Het is fijn dat de heer De Meyer deze studie ziet als een inspiratiebron voor andere stadsregio's. Ik vind het fijn om dat uit zijn mond te horen en dat is zeer terecht.

Dat er al 700 verkooppunten zijn in Vlaanderen, toont aan dat het aan economisch belang wint maar ook dat er veel potentieel voor is, wellicht ook in de toekomst.

Mijnheer De Croo, het is prachtig dat u de belevingswaarde onderstreept. Dat is een heel grote troef. De belevingswaarde van een hoevewinkel is veel groter dan die van een Carrefour, bij wijze van voorbeeld.

De voorzitter

Minister Schauvliege heeft het woord.

Ik heb daar niet zo veel meer aan toe te voegen. Iedereen onderschrijft het belang. Het feit dat lokale besturen veel kunnen doen, is juist de reden waarom we de lokale voedselstrategie hebben opgericht en een subsidie geven aan de VVSG om dit verder uit te werken. Dit toont aan hoe belangrijk we het vinden dat daar lokaal goed over wordt nagedacht.

Wat u zegt over het lokale aankoopbeleid, klopt. Heel wat gemeenten zijn daarmee bezig, maar een aantal andere gemeenten worstelen met de aanbesteding. Ze denken dat als ze een aanbesteding doen ze verplicht zijn om met een aantal zaken rekening te houden. Maar de manier waarop die aanbesteding in de markt wordt gezet, kan veel verschil maken op het al dan niet selecteren van lokale initiatieven. De cel binnen de VVSG kan gemeentebesturen helpen om een goed bestek op te maken zodat daar lokale teams op kunnen inschrijven.

Ik geloof ook heel sterk in de beleving. Ik vind dat zeer goed en we kunnen dit nog verder uitbouwen, maar als iedereen op dezelfde manier dezelfde producten verkoopt op de boerderij, dan zal het ook niet lukken. Het is belangrijk om in voldoende diversiteit en toegevoegde waarde te voorzien. Als iedereen die aardappelen produceert aardappelen aan huis verkoopt, dan zal dat niet aanslaan. We moeten daar voldoende oog voor hebben. Wie daar een initiatief wil nemen, moet voldoende worden begeleid.

De voorzitter

De heer De Meyer heeft het woord.

Jos De Meyer (CD&V)

Ik wil het slotwoord citeren van de studie op pagina 111: “Ten slotte willen we een lans breken voor een denken vanuit mogelijkheden in plaats van denken vanuit belemmeringen. Ook binnen de huidige kaders is er heel wat mogelijk, mits de nodige wil, moed en creativiteit om net tegen gevestigde structuren, culturen en praktijk in te gaan.”

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is toegankelijk.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.