U bent hier

De heer Ronse heeft het woord.

Minister, ik ben een beetje bezorgd. Zo'n vijftien jaar geleden was ik in een andere hoedanigheid betrokken partij bij de ontwikkeling of het vraagstuk om extra bedrijvigheid in de regio Brugge te ontwikkelen. Dat is gelukt na vijftien jaar. Recent werd er een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) goedgekeurd.

Het is een regio in West-Vlaanderen die uniek is, in die zin dat het de enige regio in Vlaanderen is waar het aantal hectare bedrijfsruimte dat de volgende tien jaar nodig is, het aantal hectare, ingekleurd als bedrijfsruimte, overschrijdt. Dat is uniek en dat is pijnlijk, want in elke andere regio is er ook een tekort, maar niet als je het afzet tegenover wat ingekleurd is, wel als je het afzet tegenover wat bouwrijp is. Het gaat over een tekort op korte termijn van 255 hectare. Zelfs als het RUP zou worden uitgevoerd, dan is er nog een pertinente nood. Dat is niet alleen slecht nieuws voor Brugge of de regio Brugge, maar voor de provincie West-Vlaanderen in zijn geheel, waar redelijk aanvullend aan ontwikkeling van bedrijven en kmo-terreinen wordt gewerkt. Het is echt een probleem. Het is een probleem om talent aan te trekken, het is een probleem om extra vacatures te creëren. Het zou kunnen zorgen voor een soort verzanding van de regio.

Het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP) staat onder druk, want er zijn er een aantal – ik noem ze grote kleine jongens – aan het ruziemaken. Daar kan geen enkele politieke partij iets aan doen. Het is een spelletje dat tussen grote kleine jongens wordt gespeeld, dat nu resulteert in een mogelijke procedureslag bij de Raad van State.

Minister, ik had genoteerd wat dat aan tijdsimpact zou kosten, maar dat kunnen we allemaal een beetje becijferen.

Onze lijstaanvoerder in Brugge sprak van een mogelijke bemiddeling, ook al is het geen politiek maar een maatschappelijk probleem. Kan er vanwege u iets gebeuren?

De heer Sintobin heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega's, het probleem is geschetst door collega Ronse. Ik wil hem trouwens bedanken dat hij als ex-Bruggeling nog bezorgd is om een nood aan bedrijventerreinen en een voetbalstadion in Brugge. Dat is een goede zaak.

Ik sluit me natuurlijk aan. Het gaat niet alleen over het voetbalstadion, minister, het gaat ook over de nood aan bedrijventerreinen. Ik zou toch wel willen opmerken – de collega heeft het over kleine kinderen – dat het die grote ondernemers zijn die voortdurend op de politiek schieten vanwege de lange procedures, vanwege misbruik van procedures, vanwege vertragingen allerhande, en dan gaan diezelfde mensen die daarover klagen, inderdaad vanwege kinderachtige spelletjes, zelf een procedure opstarten waarmee ze hun collega-ondernemer proberen te pesten. Daarover gaat het natuurlijk, over niet meer of niet minder, en misschien ook – daarvoor zijn het zogezegd grote zakenmensen en grote ondernemers – om de prijs van hun grond op te drijven ten nadele van hun collega. Dat is een trieste vaststelling, zou ik zeggen. Collega Ronse, u die toch regelmatig ook de belangen van Voka en grote ondernemers verdedigt in het parlement, zou toch ook even moeten stilstaan bij wat er nu gebeurt. U spreekt over een bemiddelende rol van de minister, maar ik denk dat u en uw partij ook wel wat contacten hebben binnen deze ondernemerswereld. Misschien kunt u ook een bemiddelende rol spelen.

De heer Caron zal seffens misschien ook een betoog houden. Ik wil toch zeggen dat het een heel eigenaardig verbond is: enerzijds Voka, grootondernemers en grootkapitaal, en aan de andere kant de partij Groen en de burgemeester, die tegen de komst van het stadion en bedrijven zijn. Dat is een vaststelling, maar een vaststelling die kan tellen, collega Caron.

Minister, ik weet wel dat de procedure loopt en dat u zult zeggen dat we de procedure moeten afwachten. Ik meen begrepen te hebben – en een aantal collega's zullen dat straks misschien stellen – dat ze voorstander zijn om de bedrijventerreinen uit het RUP te halen en het voorlopig op een of andere manier geregeld te krijgen. Ik dacht dat er zoiets bestond als een administratieve lus. Ik weet ook niet of het effectief mogelijk is. Ik persoonlijk ben er geen voorstander van. Ik onderschrijf, net zoals iedereen, de nood aan bedrijventerreinen, de echte nood aan bedrijventerreinen in Brugge en in de regio Brugge. Ik vrees alleen maar dat we, als we de bedrijventerreinen eruit halen, het stadion definitief mogen begraven en dat we opnieuw voor x-aantal jaren bezig zijn.

Minister, wat is uw reactie op dit dossier? Bestaat effectief de mogelijkheid om een deelaspect uit het RUP Brugge te halen, met name de bedrijventerreinen?

Minister Schauvliege heeft het woord.

Collega's, de eerste vraag is hoeveel vernietigingsberoepen er zijn ingesteld. Er is mij tot op heden slechts één verzoek tot schorsing en vernietiging betekend door de griffie van de Raad van State. Eén procedure tot schorsing is dus formeel opgestart. Het verzoek werd ingesteld door een aantal eigenaars van gronden binnen het deelplan voor bedrijvigheid Sint-Elooi te Zedelgem. Wel heb ik nog weet van twee andere verzoeken tot vernietiging die door de verzoekers ter kennisgeving zijn overgemaakt aan de Vlaamse Regering. Deze zijn door de griffie van de Raad van State nog niet betekend. Ze zijn dus nog niet officieel, maar wij hebben er al wel weet van. Een is van het West-Vlaamse Natuurpunt.

Momenteel worden de verschillende middelen die worden aangehaald, inhoudelijk en juridisch onderzocht. Dit laat me op dit moment niet toe om een volledige inhoudelijke inschatting van het dossier te maken of de gegrondheid van de beweerde onregelmatigheden vast te stellen. Hiervoor moeten we immers eerst een volledig zicht hebben op alle verzoeken en hoe die zijn geformuleerd. We zullen in elk geval kennisnemen van de verzoekschriften en de bestaande procedure respecteren en naleven.

Ik heb er vertrouwen in dat het RUP rechtsgeldig is vastgesteld. Er is een heel traject doorlopen met heel veel inspraak van verschillende actoren, met nauwe betrokkenheid van het lokale bestuur van Brugge. Ik denk dat het bijzonder goed en sterk in elkaar zit.

De doorlooptijd van een procedure bij de Raad van State hangt af van dossier tot dossier. Zo is deze termijn onder meer afhankelijk van het uitwisselen van de memories, het aantal tussenkomende partijen, wanneer het verslag van de auditeur mag worden verwacht enzovoort. Ik heb er geen zicht op en ik kan het ook niet voorspellen. Bovendien kunnen ook een of meerdere vorderingen tot schorsing worden gevraagd, wat uiteraard ook een invloed kan hebben.

Er werd ook gevraagd naar mijn persoonlijk engagement wat betreft dialoog en diplomatisch overleg. Wat we kunnen doen in al die processen wat maximale inspraak vooroverleg betreft, is heel nauwgezet doorlopen. Het heeft er ook voor gezorgd dat er heel wat inspraak is gebeurd. Bovendien plant de nieuwe geïntegreerde procedure plan-MER-RUP, voor toekomstige processen, participatie en overleg in een heel vroege fase. Dit vergt een wederzijds vertrouwen en overleg en schept uiteraard ook verwachtingen naar de ontwikkelaars, initiatiefnemers en de brede bevolking. Enkel zo kan worden gekomen tot ruimtelijk kwaliteitsvolle projecten.

Als minister – en daar vraag ik begrip voor – bevoegd voor de omgeving, heb ik in het vergunningentraject van de omgevingsvergunning een aantal specifieke bevoegdheden waar ik uitspraak moet doen over het specifieke dossier. Ik moet in alle objectiviteit en onafhankelijkheid oordelen. Vraag mij dus niet om in dezen een soort bemiddelingsfunctie op te nemen tussen partijen, want dat kan al een element zijn om te zeggen dat ik partijdig ben en niet objectief. Kijk naar wat er allemaal gebeurd is in het dossier Uplace, waar er zelfs al door het afsluiten van een brownfieldconvenant een uitspraak is gekomen waarin wordt gezegd dat er een mogelijke schijn van partijdigheid is voor diegene die nadien de vergunning moet verlenen. Als moet worden bemiddeld en als het over bedrijvigheid gaat, zijn er, denk ik, in de Vlaamse Regering collega's die daar veel meer voor in aanmerking komen. Het gaat over sport, over bedrijvigheid. We moeten nagaan of er overleg kan gebeuren, maar ik, omdat ik moet oordelen op basis van onpartijdigheid en objectiviteit, kan daar niet de aangewezen persoon voor zijn.

Wat is de reactie op de administratieve lus? Er is inderdaad een procedure. Die procedure is eigenlijk bedoeld om een aantal onregelmatigheden te herstellen hangende de procedure. U stelt concreet voor om de niet-betwiste delen in te trekken en opnieuw vast te stellen. Dit kan enkel als de Vlaamse Regering van oordeel is dat er in deze plannen een onregelmatigheid zit. Deze onregelmatigheid is er volgens ons niet en werd vandaag nog niet vastgesteld. En ik ben overtuigd dat er geen zal zijn. In die gevallen waar de administratieve lus in het verleden wel werd toegepast, werd deze onregelmatigheid vastgesteld in een arrest van de Raad van State of een auditoraatsverslag. In het geval van het GRUP van Brugge zijn we niet in die fase van de procedure.

Dit is een eerste reactie op wat hier op tafel ligt. Ik wil nog eens herhalen dat er bij de opmaak van dit GRUP heel veel betrokken partijen en partners zijn en dat men niet over één nacht ijs is gegaan. Er zitten heel goede evenwichten in, maar het is ook juridisch heel sterk onderbouwd. Ik verwacht dat het overeind zal blijven, maar ik heb natuurlijk geen glazen bol.

De heer Ronse heeft het woord.

Minister, ik wil u drie elementen meegeven. U vraagt begrip, u krijgt begrip. Ik denk dat het belangrijk is dat er geen onnozelheden worden begaan die nadien kunnen worden gebruikt door mensen die het slecht met ons menen om de uitvoering van wat in de deelgebieden van het GRUP staat, te realiseren. U hebt daar gelijk in. U hoeft helemaal niet die bemiddelende rol op te nemen. Trouwens, die ruzie tussen die grote kleine jongens doet mij ook nog aan iets anders denken, namelijk dat het verdorie toch godgeklaagd is dat er in Vlaanderen mensen wild kunnen gaan speculeren op een wijziging van de bestemming van terreinen, wijzigingen die gebeuren door een overheid en die gebeuren in het kader van het algemeen belang, om dan lekker te gaan cashen.

Als ze zien dat ze door een onteigening nog niet genoeg hebben kunnen cashen, dan leggen ze maar even de boel plat in een hele regio. Mijnheer Sintobin, dat is niet het type mensen dat ik hier in dit parlement verdedig. Dat type mensen zal ik ook nooit verdedigen in het parlement. Het is een grote belediging voor veel Voka- en UNIZO- ondernemers om dat soort praktijken nog maar gelijk te schakelen met ondernemen.

Op vlak van planbaten hadden we nog wat verder kunnen gaan. Het is maar op die manier dat je dergelijke vuile praktijken en procedures kunt tegenhouden en dat je ervoor kunt zorgen dat er in het kader van het maatschappelijk belang effectief ruimtelijke ontwikkeling kan zijn.

Wat betreft de administratieve lus geef ik u ook gelijk. Het zou niet verstandig zijn om op die basis aan een schuldbekentenis te doen. Ik heb dat ook niemand horen voorstellen. Daar zijn we het over eens.

Ik wil tot slot nog een nieuw element aanbrengen. Ik heb u nog niet persoonlijk kunnen bedanken, maar we hebben het wel al in de pers gedaan. Ik heb aan het begin van de legislatuur meermaals gevraagd om voor West-Vlaanderen het reservefonds aan bedrijventerreinen open te trekken. U hebt dat gedaan. West-Vlaanderen is tot nu toe de eerste provincie waarvoor dat is gebeurd, en net voor de kerstperiode. Een beter kerstgeschenk had onze provincie zich niet kunnen wensen. Mijn vraag is om als eerste te kijken naar de regio Brugge bij de toewijzing, parallel met wat in dit ruimtelijk uitvoeringsverhaal gebeurt en de aanvechting ervan. Ik vrees dat het daar zeer dringend nodig zal zijn.

Mijnheer Sintobin, ik vraag dat niet enkel voor de regio Brugge maar in het algemeen belang van de hele provincie West-Vlaanderen en Vlaanderen in zijn geheel. We hebben veel ambitie en mogelijkheden. Laat deze alstublieft niet afremmen door dergelijke onnozelheid.

De heer Sintobin heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik noteer een officieel verzoek tot schorsing en een nog niet officieel verzoek. Het is wel al in de pers gekomen, maar het is nog niet officieel.

Ik heb begrip voor het feit dat u als minister die vergunningen moet leveren en dus geen bemiddelingspoging kunt doen. Dat zou helemaal te gek zijn. Het zou u ook meteen de beschuldiging van partijdigheid opleveren. Er zijn andere mensen beter geplaatst om hierin een bemiddelingsrol te spelen.

Mijnheer Ronse, ik stel vast dat het inderdaad grote kleine kinderen zijn die niet alleen mekaar pesten, maar die inderdaad uit zijn op winstbejag. Ik heb geen veroordeling gezien door Voka van de twee heren die een verzoek hebben ingediend of zullen indienen, maar dat doet weinig ter zake van ons parlementaire werk.

Minister, ik heb geen voorstel gedaan omtrent de administratieve lus. Ik zeg alleen maar dat er actoren op het terrein zijn die dit vragen en zeggen. Onder andere Voka zegt dat die bedrijventerreinen eruit moeten worden gehaald zodat ze ten minste kunnen voortdoen. Ik heb gezegd dat mijn fractie daar zelfs tegen is omdat ik vrees dat als dit zou gebeuren, het stadion definitief zou worden begraven. Maar ik heb begrepen dat dit niet kan of niet wenselijk is. Het is al een lijdensweg van meer dan tien jaar. Het wordt dringend tijd.

Mijnheer Caron, er is het Groen-front dat samen met Voka in het verzet gaat. Misschien moet u samen een spandoek maken tegen het stadion en de bedrijventerreinen. Het zou goede reclame zijn voor Groen in Brugge.

Dit is een moeilijke kwestie. Het is een heel jammere zaak, niet alleen voor de bedrijven maar ook voor de inwoners en liefhebbers van voetbal. Ik hoop dat er binnenkort schot komt in deze zaak en dat we binnen afzienbare tijd met wat meer positief nieuws kunnen terugkomen.

De heer Caron heeft het woord.

Bart Caron (Groen)

Ik wil vermelden dat ik helemaal geen gronden bezit in het gebied. Er is dus geen persoonlijk winstbejag aan de orde of wat dan ook.

Ik geef de heer Ronse trouwens gelijk wanneer hij het heeft over het soort meerwaarde-effecten dat sommigen hebben. Ik wil overigens ook dat klein spel tussen die grote heren krachtig veroordelen, maar daar komen we als samenleving helemaal niet mee vooruit.

We hebben in het verleden een aantal bezwaren geuit, en die hebben we nog voor een deel. Ze hebben onder andere te maken met kwaliteitsvolle natuur en poldergraslanden in dat gebied. De heer Landuyt en anderen weten dat Groen in het verleden consequent het standpunt heeft verdedigd om het Jan Breydelstadion te renoveren. Ik besef ook dat de optie met de Blankenbergsesteenweg de tweede beste optie is, na renovatie dus van het Jan Breydelstadion. Ik wil die nuance in elk geval inbrengen.

Dit omvat veel meer dan enkel een voetbalstadion. Het gaat ook over andere terreinen. Ik doe geen afbreuk aan de noodzaak om in industrieterreinen te investeren en om daarvoor in ruimte te voorzien in Brugge. Het gaat echter over een aantal kwetsuren dat dit RUP op een aantal delicate plekken aanbrengt. Het is ons volste recht om vanuit ons standpunt onze positie in de oppositie te uiten. We mogen ook alle rechtsmiddelen gebruiken die ter zake gebruikt mogen worden. We doen dat niet op eigen houtje, maar samen met een aantal andere partners in een soort van samenwerkingsverband.

Mevrouw Van Volcem heeft het woord.

Ik vind het een beetje tegenstrijdig. Bemiddeling is inderdaad nodig, maar de grote jongens kleine jongens noemen en hen kleine kinderen noemen, brengt de oplossing niet dichterbij. In elke grote maatschappelijke discussie is het belangrijk dat de inspraak en de rechtspraak gerespecteerd worden.

Hier heb je enerzijds de maatschappelijke discussie of je open ruimte moet aansnijden om groei te kunnen realiseren op vlak van tewerkstelling en sport. We hebben daar een andere mening over. Groen zegt dat dit moet gebeuren op het Jan Breydelstadion. De stad Brugge heeft beslist dat dat stadion voor Cercle Brugge is. Dat betekent de facto dat u geen stadion aan Club Brugge wilt geven. Wij hebben daar een andere mening over.

Ik geef de heer Ronse gelijk dat we al jaren onder een stolp leven zonder extra bedrijventerreinen. Het stadsbestuur vindt meer dan ooit dat de economische kaart van Brugge moet worden getrokken. In Leuven zijn er de voorbije 10 jaar 12.000 jobs gecreëerd, in Brugge 4000 jobs. Dit is dan ook echt nodig, zeker als de hoofdplaats de motor moet zijn van West-Vlaanderen.

Anderzijds gaat de discussie over de onteigeningen. Er zijn een aantal grote jongens die opties hebben genomen op grond die zij nu misschien iets duurder willen verkopen. Als de speculanten een bepaalde prijs willen voor die grond, dan is het niet gemakkelijk om als overheid te zeggen, in het kader van een minnelijke onteigening, welke prijs ze daarvoor moet betalen. Er moet eigenlijk een soort van afkoopsom worden gegeven voor de speculatie van sommigen. Elke politicus is daar bang van omdat het bedrag dat hij wil geven, misschien te hoog zal zijn en misschien niet verantwoord is.

Daarom pleit ik ervoor, zoals in familiezaken en fiscale zaken, om analoog met een procedure bijvoorbeeld voor de Raad van State, een bemiddelingsdienst in te schakelen. Ik denk dan niet aan zomaar een bemiddelingsdienst of aan zomaar iemand, maar aan mensen die getraind zijn om personen met tegenovergestelde visies bij elkaar te brengen. Ik denk aan toponderhandelaars die tot resultaat kunnen komen en die het belang kennen van de stilstand en weten welke prijs daarvoor verantwoord kan worden betaald. Dit is gelukt bij Oosterweel. Het kan niet in een individueel dossier, maar het zou wel kunnen in elk groot ruimtelijk conflict. Die zullen in de toekomst nog meer gebeuren, want het gevecht om ruimte is een gevecht om ideologie. Het zijn vaak symbooldossiers. Zelfs bij de kleinste zaken zoals een parking, is er de afweging tussen beton en groen.

Ik stel een neutrale bemiddelingsdienst voor omdat in dit dossier de tweede vorm van procedures meer gaan over onderhandelingstechnische zaken. Ze tekenen beroep aan om zo de minnelijke positie en de onderhandelingskansen op te drijven. Dergelijke manier van werken zet een rem op groei en op een hele regio.

Ik pleit op dat vlak voor veranderende wetgeving, waarbij er op een objectieve manier kan worden bemiddeld bij belangenconflicten in grote dossiers.

De heer Landuyt heeft het woord.

Renaat Landuyt (sp·a)

Minister, ik wil benadrukken dat dit dossier en het GRUP kunnen steunen op een zeer ruime consensus van de plaatselijke besturen en van het middenveld. Er is hard gewerkt aan het vinden van een consensus, tot en met het bepalen van de industriezones waarbij niet iedereen zomaar voor zijn eigen gemeente pleitte. We hebben het bekeken als grootstedelijk gebied. Het is des te meer spijtig dat we nu nog voor een aantal procedures staan.

Ik acteer met geruststelling dat u een groot vertrouwen hebt in de rechtsgeldigheid. We gaan er ook van uit dat dit dossier bestand is tegen dergelijke procedures.

Samen met de heer Ronse vind ik dit een historisch feit waarbij grote ondernemers tegen het economisch algemeen belang hebben gehandeld. Dat is in elk geval de perceptie en de indruk. Dit zou ons in het parlement moeten doen nadenken of we inzake de maatregelen met betrekking tot de planbaten ver genoeg gegaan zijn. We moeten erover nadenken of we bij het speculeren, bij het aankopen van grond en het nemen van opties gedurende een proces van ruimtelijke ordening, niet kunnen werken met een vorm van bevriezing van bepaalde handelingen of bepaalde verkopen nietig te verklaren of wat dan ook. We moeten echt de denkoefening maken hoe we dit in de toekomst kunnen vermijden.

We hebben niet alleen meer te maken met actiegroepen die voor gedeeltelijke algemene belangen tussenkomen, maar met bedrijfsgroepen die er voor individuele belangen op aansturen om nog meer geld op de tafel te leggen dan dat we zouden moeten betalen volgens de gewone regels. Dit geeft een zeer bittere nasmaak. Ik hoop dat we onze gedachten eens samenleggen om tot een gezamenlijk wetgevend initiatief te komen om dergelijke situaties in de toekomst te vermijden.

Het is hoopgevend dat Groen zegt dat ze de zone langs de Blankenbergsesteenweg als tweede keuze beschouwen voor een voetbalstadion. Dat is een stap vooruit. Uit een studie blijkt definitief dat het Jan Breydelstadion niet te herstellen valt. Wellicht zal ook daar van een nieuwbouw sprake zijn. Het argument dat dit uw tweede keuze is, vervalt dus. Het wordt nu ook uw eerste keuze. Mijnheer Caron, ik hoop dat u uw krachten gebruikt om ook iedereen in uw middengroepen ervan te overtuigen dat de regio dringend economisch moet worden gedeblokkeerd. U hebt daar ook een grote verantwoordelijkheid in.

Minister Schauvliege heeft het woord.

Ik wil nog eens herhalen dat er drie vernietigingsverzoeken zijn ingediend. We hebben nog niet van allemaal kennis, maar we weten via de pers wie nog een vernietiging heeft ingeroepen.

Er was een vraag omtrent bemiddeling. Mevrouw Van Volcem, u doet een voorstel waar ik wel enige sympathie voor heb. Ik blijf echter bij mijn stelling dat als zo iemand wordt aangesteld, dit buiten het departement Ruimtelijke Ordening moet gebeuren. In uw voorstel kan dit perfect iemand zijn van Begroting en Financiën die gaat onderhandelen over de prijs. Ik voel er iets voor om dit sowieso bij grote projecten te voorzien. Vanuit de objectiviteit is het echter niet wijs om dit vanuit Ruimtelijke Ordening te doen.

Ik ben blij dat er hier algemeen wordt gepleit voor het verhogen van de planbaten. Dat is ook beslist binnen de Vlaamse Regering. Ik hoop wel dat we heel weinig planbaten moeten uitbetalen, want dit betekent dat we ons BRV uitvoeren. Als we ons BRV uitvoeren, wil dat zeggen dat we niet veel natuur en open ruimte omzetten naar een andere bestemming. Ik hoop dat het BRV dat als effect heeft en niet dat we veel planbaten moeten uitbetalen. Wie dat zegt, vertelt een fabeltje, want dat is niet de doelstelling van het ruimtelijk beleid van deze regering. De bedoeling is om zo weinig mogelijk groene bestemmingen om te zetten naar harde bestemmingen, zoals industrie of bewoning.

We moeten in eerste instantie afwachten wat er al of niet uit de schorsing komt. We zullen ons daar ook grondig verdedigen. In tweede instantie gaat het te gronde. Als er een onregelmatigheid wordt vastgesteld, zou die administratieve lus een mogelijkheid kunnen zijn, maar dat is vooruitlopen.

Ik sluit me aan bij de heer Landuyt dat aan dit dossier heel veel overleg en inspraak vooraf is gegaan. Aan de leden die nu nogal verontwaardigd doen omdat er een aantal rechtsmiddelen zijn: we hebben op een eerder bescheiden manier in de Codex Ruimtelijke Ordening geprobeerd om een redelijk antwoord te bieden op oeverloze procedures zonder dat er in het openbaar onderzoek een bezwaar werd ingediend. We hebben op dat vlak onze verantwoordelijkheid genomen en ik heb vanuit de oppositie heel veel kritiek gehoord dat we daarmee de inspraak beknotten. Wie a zegt, moet b zeggen. Ofwel wil je daar iets aan doen en dan neem je je verantwoordelijkheid, ofwel blijft alles zoals het is en zoeken we geen oplossingen voor oeverloze procedures die gerekt worden. We hebben al voor een stuk onze verantwoordelijkheid genomen waar we konden binnen onze bevoegdheid. Dat is een goede zaak. Ik hoop dat de oppositie wil inzien dat dit een goede stap vooruit is.

De heer Ronse heeft het woord.

Minister, ik zal aan Pol Van Den Driessche, die onze lijst in Brugge trekt, uw goedkeuring overmaken omtrent zijn voorstel om een bemiddelaar van buiten RO aan te trekken die de grote kleine jongens op één lijn moet krijgen.

Collega's die ook nog maar insinueren dat we andere uitdrukkingen zouden moeten geven aan dit schouwspel dan grote kleine jongens die ruziemaken, moet ik teleurstellen. Ik zal zolang ik in het parlement zit of politiek actief ben, altijd ten strengste veroordelen dat mensen speculeren op maatschappelijke keuzes die een overheid maakt om bepaalde activiteiten ergens te voorzien, en daar rijk van willen worden. Als ze er dan niet rijk genoeg van worden en het hele proces stokken in de wielen willen  steken, dan kan ik daarover niet neutraal zijn. Dat zijn grote kleine jongens. Zo simpel is dat. Dat zijn dezelfde mensen die klagen dat alles veel te traag gaat en dat alles veel te moeilijk gaat, maar er nu zelf voor zorgen dat alles heel traag gaat. Door die mensen zal er mogelijk een enorme vertraging zijn. Ik heb persoonlijk vrienden die op zoek zijn naar nieuwe ruimte om hun activiteiten verder te ontplooien. Zij zullen er mogelijk door vertraagd worden.

Wanneer iemand bepaalde terreinen heeft die bedrijventerreinen zullen worden, maar helemaal niet onteigend wil worden voor een intercommunale die in zijn plaats die bedrijventerreinen kan ontwikkelen, maar ze zelf zal ontwikkelen, dan moet dit bespreekbaar en mogelijk zijn. Dat is een belangrijke nuance bij hetgeen op zijn minst al in de pers verschijnt over wat die mensen zeggen.

U bent niet ingegaan op mijn vraag om na te gaan wat via het reservefonds eventueel in een spurttempo voor die regio kan worden gedaan. We zullen nog gelegenheden genoeg hebben om het daarover te hebben.

De heer Sintobin heeft het woord.

Iedereen veroordeelt hier wat er is gebeurd, mijnheer Ronse. Dat gebeurt misschien in andere bewoordingen en andere termen, maar iedereen – ook de publieke opinie –veroordeelt dit hele schouwspel.

Ik had eventjes schrik, mijnheer Ronse. Ik dacht dat u zou voorstellen om Pol Van Den Driessche in te schakelen als bemiddelaar. (Gelach)

Ik had het verkeerd begrepen.

Minister, ik denk ook dat er absoluut geen problemen zijn. We zullen de procedure moeten afwachten, maar ik denk niet dat er problemen zullen zijn met de rechtsgeldigheid van het dossier. Dat wordt even afwachten.

Mijnheer Caron, er is inderdaad een ruime consensus in Brugge, in de regio en in dit parlement. Ik heb er begrip voor dat u een bepaalde visie hebt. Dat is heel wat anders dan die speculanten of die grote kleine kinderen, zoals de heer Ronse ze noemt, die nu verzet aantekenen. Vanuit uw visie heb ik daar wel begrip voor. U kunt natuurlijk niet elke keer opnieuw beroep aantekenen of in het verzet gaan, want dan geraken we nooit verder.

Zowel over het idee van mevrouw Van Volcem als over het idee van de heer Landuyt moet worden nagedacht. Als er ooit een bemiddelingsinitiatief komt, zal het vooral belangrijk zijn dat daarrond een sterk juridisch kader wordt gemaakt. Zo niet, kan dit de procedure beïnvloeden. Ook het idee van de heer Landuyt is het nadenken waard. Ik weet niet in hoeverre bevriezing van gronden juridisch mogelijk is, maar ook dat lijkt een idee tegen speculanten.

In deze casus weet iedereen over wie en waarover het gaat. Het gaat niet alleen over speculeren en winstbejag. Nu hij weet dat het Eurostadion er zeker niet zal komen, zal hij er misschien nog een schepje bovenop doen. Het gaat niet alleen over winstbejag, maar over jaloezie, over de ene tegen de andere. Het zijn pesterijen, wat eigenlijk strafbaar is.

Het is in elk geval de moeite waard om na te denken over de ideeën van mevrouw Van Volcem en de heer Landuyt.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.