U bent hier

De heer Beenders heeft het woord.

Rob Beenders (sp·a)

Minister, het gaat over cijfers die wat meer duiding vragen, namelijk het aantal Vlamingen dat een factuur heeft gekregen zonder dat ze één druppel water hebben verbruikt. Wat is dan die factuur? Dat is het vastrecht. In 2015 bedroeg dat nog tussen 22 en 70 euro. Toen kregen 117.000 Vlamingen een dergelijke factuur. In 2016 is dat vastrecht door uzelf aangepast en krijg je een factuur van 106 euro bij nulverbruik. Het bizarre is dat dan ook het aantal Vlamingen dat een dergelijke factuur kreeg, met 144 procent steeg. In 2016 waren er dus ineens 287.613 Vlamingen die een dergelijke factuur kregen zonder dat ze een druppel water hadden verbruikt. Dat is een stijging van 144 procent ten opzichte van 2015. Dat is toch wel aanzienlijk.

We zien dat de provincies Oost-Vlaanderen en West-Vlaanderen in absolute aantallen zeer hoog scoren. Het is moeilijk om daar een verklaring voor te vinden. Daarom heb ik drie korte vragen.

Minister, hoe verklaart u de stijging van 144 procent op een jaar tijd? In Oost-Vlaanderen en West-Vlaanderen is het aantal personen met een nulverbruik ontzettend hoog in vergelijking met andere provincies. Is daar een verklaring voor? Bent u bereid om voor de mensen met een nulverbruik in een aangepast vastrecht te voorzien? Het gaat vooral over ouderen die verblijven in een rusthuis en vanwege emotionele redenen hun eigen woning nog willen houden.

Minister Schauvliege heeft het woord.

Collega Beenders, ik wil eerst wat duiding geven bij de cijfers die vergeleken worden. De cijfers over 2014 en 2015 die u hebt ontvangen, bevatten het aantal wooneenheden met nulverbruik waarvoor een vastrecht aangerekend werd. Dat zijn er ongeveer 120.000 voor elk van die jaren.

De cijfers voor 2016 heb ik u ook bezorgd. Dat zijn het aantal abonnees – dus niet wooneenheden – met een nulverbruik. Hier is niet gekeken of er ook effectief een vastrecht werd aangerekend. Dat blijkt in die periode niet steeds gebeurd te zijn.

De cijfers per provincie en per drinkwatermaatschappij in het antwoord op de schriftelijke vraag nr. 111 zijn correct, maar in de achterliggende Exceltabel staat een fout. Drie provincies zijn dubbel geteld. Het totaal is 223.844 in plaats van 287.613.

Maar belangrijker is dat je de cijfers uit het antwoord op schriftelijke vraag 640 niet kunt vergelijken met die uit het antwoord dat u later hebt gekregen. Het verschil tussen wooneenheden en abonnees kan in twee richtingen werken. Een abonnee kan voor meerdere wooneenheden een factuur krijgen, bijvoorbeeld de eigenaar van een appartementsgebouw waarbij de watermeters op zijn naam staan. Er zijn ook heel wat abonnees zonder wooneenheid, bijvoorbeeld een wateraansluiting in het gemeenschappelijk deel van een appartement of bij een bedrijf.

In de facturatie in 2014 en 2015 geldt de regeling van voor de decreetswijziging voor de tariefstructuur. In die periode konden de drinkwatermaatschappijen zelf kiezen of ze een vastrecht of abonnementsgeld aanrekenden. In de facturatie in 2016, met dus ook eindafrekeningen voor het jaar 2015, geldt die oude regeling nog altijd.

Ik zet voor alle duidelijkheid alle elementen voor de periode 2014-2016 op een rijtje. Ten eerste, het aantal wooneenheden met nulverbruik en aangerekend vastrecht daalt van 126.000 in 2014 naar 117.600 in 2015, of min 7 procent, en daalt verder naar 106.800, of min 9 procent, in 2016. Het aantal wooneenheden met nulverbruik waarvoor een vastrecht aangerekend werd, is dus gedaald.

Ten tweede, het aantal abonnees met nulverbruik, zonder te kijken of er al dan niet vastrecht aangerekend werd, evolueert van 211.600 in 2014 naar 208.700 in 2015 tot 224.000 in 2016. De verschillen zijn dus veel kleiner als vergelijkbare cijfers naast elkaar gezet worden.

Waarom in Oost-Vlaanderen en West-Vlaanderen het aantal personen met een nulverbruik het hoogste is, kan de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) niet achterhalen. Het is niet mogelijk om dit te onderzoeken op basis van de detailgegevens die de drinkwatermaatschappijen ter beschikking hebben. Ik kan er dus geen onderbouwde verklaring voor geven. De sector leverde volgende mogelijke verklaringen aan: er zijn in deze regio meer gemengde verbruikers waarbij drinkwater de back-up is, zodat er vaker nulverbruik is; aan de kust zijn er meer tweede verblijven en leegstaande panden. Bij IWVA heeft ongeveer 6 procent van de klanten een nulverbruik. 90 procent van de nulverbruikers zijn adressen waar niemand gedomicilieerd is.

Een woning die aangesloten is op het drinkwaternetwerk, kan gebruikmaken van dat water en de aansluiting. Onafhankelijk van de hoeveelheid, wordt er een vastrecht aangerekend. Er kan ook hemelwater in de riolering worden geloosd.

Dit vastrecht zorgt mee voor de instandhouding van de waterlevering en de afvoer en zuivering van het vervuild water.

Elke abonnee die geen vastrecht wil betalen, kan op elk moment vragen om de waterlevering op te zeggen of stop te zetten. Uit de terugkoppeling met de sector blijkt dat dit aan de kust erg vaak aansluitingen zijn zonder gedomicilieerden. De exploitant zal dan met de abonnee een afspraak maken met betrekking tot de opname van de eindwatermeterstand. Vanaf die datum houden de verplichtingen inherent aan de waterlevering, zoals het betalen van het vastrecht, op te bestaan. Voor deze opname van de watermeterstand kan de watermaatschappij een vergoeding aanrekenen. Voor beschermde klanten is dit gratis.

De watermeter wordt dan verzegeld of weggehaald. Als de watermeter later weer in gebruik genomen wordt, is er de procedure van indienststelling. Ook voor deze indienststelling kan de drinkwatermaatschappij een vergoeding aanrekenen. Er is dus een kost voor de opzeg en een kost voor de indienststelling die hoger kan oplopen dan de 106 euro vastrecht.

De vraag stelt zich wel of voor abonnees die leidingwater als back-up gebruiken voor grondwater, een verminderd tarief voor het vastrecht niet de verkeerde incentive geeft, gelet op de aansporingen van het beleid om aan te sluiten op het openbaar leidingwaternet.

De heer Beenders heeft het woord.

Rob Beenders (sp·a)

Doordat ik andere cijfers heb, is het moeilijk om op dit moment interpretaties te maken. Daarvoor zal ik het verslag goed nalezen.

Ik ben ondertussen ook te weten gekomen dat het niet zo is dat er bij nulverbruik geen enkel verbruik van water is. Men mag tot 1000 liter verbruiken om nog steeds te behoren tot de categorie van de nulverbruikers. Blijkbaar hanteren watermaatschappijen de marge dat men tot een kuub mag verbruiken zonder dat die wordt geteld. Dat zou ook de reden zijn waarom het advies van de watermaatschappij aan die mensen waarvan de woning bijvoorbeeld een tijdje leegstaat, is om niet af te sluiten zodat ze om de zoveel tijd de wc nog eens kunnen doortrekken, of om de leidingen niet te laten bevriezen of kapot te laten gaan. Dat vind ik een goede geste. Het advies aan mensen dat ze dan maar hun watermeter moeten afsluiten, gebeurt dus blijkbaar niet altijd.

We zitten met een grote groep abonnees, eigenaars van woningen die het water laten opstaan, maar die dan toch verhoudingsgewijs een net iets te hoge factuur krijgen. Ik denk aan mensen die in een rusthuis verblijven. Als men 106 euro moet betalen om tienmaal per jaar het toilet door te trekken, dan moeten we voor die groep mensen in een andere manier van facturatie voorzien. In het verleden betaalden ze maar tussen 22 en 70 euro. Nu zijn ze slachtoffer van de hervorming van het vastrecht waardoor ze de volle pot betalen.

Ik zou toch willen vragen om in de evaluatie van de waterfactuur in een type vastrecht te voorzien voor die groep. Als men tot 1000 liter verbruikt, dat men dan niet de volle pot aan vastrecht moet betalen, maar dat men verhoudingsgewijs moet bijdragen. Dat zijn nu net mensen waar er bijna geen kosten aan zijn en die heel zuinig omspringen met water, maar ze worden gestraft door regelgeving die in hun nadeel speelt. Ik zou u toch het advies willen geven om daar rekening mee te houden in de evaluatie van de waterfactuur.

De heer Nevens heeft het woord.

Bart Nevens (N-VA)

Ik zou graag ook iets zeggen in de commissie-Beenders: de commissie over water, watertarieven en waterverbruik.

Ik kan moeilijk instemmen met de manier waarop u spreekt over het vastrecht. Het gaat hier over een gebruiksrecht, over het gebruik van een abonnement op de watertoevoer. Dat impliceert meer dan alleen maar waterverbruik. Dat gaat ook over het onderhoud en de instandhouding van waterleidingen. Dat zal in de toekomst ook gaan over zware investeringen. Ik denk daarbij aan vezelcementen en gietijzeren leidingen van honderd jaar oud die dringend moeten worden veranderd. Dat vraagt investeringen. Het is dan maar logisch dat mensen die een abonnement hebben om drinkbaar water aan huis te krijgen, een bijdrage leveren. Ik ben het er dan ook niet mee eens dat mensen met een nulverbruik dat niet moeten doen.

Men moet inderdaad alleen maar het verbruik doorgeven op de waterteller in de zwarte kadertjes. De rode cijfers na de komma moet men niet doorgeven. Daar zit een kuub verschil op, wat 1000 liter water is. Daardoor wordt er niet gefactureerd. Als die mensen een kuub op hun factuur zetten, zullen ze wel de rekening krijgen voor die ene kuub. 0,99 moeten ze niet invullen.

Minister, u spreekt over gemengd gebruik. Ik veronderstel dat u daar putwater mee bedoelt. Het zijn dus mensen met een put thuis waaruit ze water oppompen. Ik vind dat die net wel moeten meebetalen in de saneringsbijdrage. Vandaag betalen zij niet op drinkbaar water, maar een saneringsbijdrage op afvalwater. Mochten we die vrijstellen van het gebruik van het vastrecht, dan klopt er iets niet in het verhaal van ‘de vervuiler betaalt’.

Mijnheer Beenders, u spreekt over het doorspoelen van het toilet. Het toilet spoelen we het beste door met hemelwater. Dat kost niets. Daardoor kunnen we de waterfactuur laag houden en minder water verbruiken. We moeten er toch voor oppassen dat er ook voldoende mogelijkheden zijn om te investeren in de netten om ze deftig te onderhouden om ook de waterkwaliteit op peil te houden, zodoende dat iedereen die aangesloten is op het drinkwater, zuiver en drinkbaar water aan huis geleverd krijgt.

Ik wil me graag aansluiten bij deze vraag omdat ik ook het gevoel heb dat er een aantal dingen door elkaar geschud worden. We hebben er bij de hervorming van de waterfactuur net voor gekozen om datgene dat nodig is om het netwerk van waterleidingen uit te bouwen en te onderhouden en om bij eenieder leidingwater aan huis te kunnen leveren, te berekenen in de vaste kosten. De prijs die er vroeger was, had die rechtstreekse link niet. De achterliggende berekening bij de hervorming heeft tot grootste doel dat men moet beseffen dat om water binnen te krijgen, dit een hele kostprijs met zich meebrengt. Daarom is het vastrecht naar omhoog gegaan.

De discussie over het verbruik, is eigenlijk een aparte discussie. De link tussen nulverbruik en de factuur is incorrecte informatie aan de burgers, omdat u niet aangeeft dat mensen eigenlijk betalen voor goed water en daardoor de verzekering hebben dat er effectief gebruik kan worden gemaakt van goed water.

Klopt het dat de prijsverhoging van het vastrecht gebaseerd is op kostprijsberekeningen om het netwerk uit te bouwen en te onderhouden om die waterleveringen te kunnen doen?

Ik wil nog even terugkomen op wat deze Vlaamse Regering heeft aangepakt. Voordien bestond er een grote ongelijkheid tussen wie nauwgezet de sanering en de waterzuivering betaalde en wie dat niet deed. Het was zo dat enkel wie een drinkwateraansluiting had en een factuur betaalde, mee betaalde aan de waterzuivering. Een heel pak mensen die toch water loosden dat moest worden gezuiverd, betaalden niet mee aan de zuivering van water. We hebben dat willen aanpakken. We hebben in meer rechtvaardigheid voorzien. Er zijn bijvoorbeeld mensen die putwater gebruiken en water lozen dat moet worden gezuiverd. Dat moet niet door een beperkte groep mensen worden betaald, maar iedereen moet daaraan mee betalen.

Het vastrecht is in twee delen opgesplitst: enerzijds drinkwater en anderzijds de sanering van het water. Die redenering hebben we opgebouwd. Een andere redenering is dat gratis water niet bestaat omdat het wordt betaald door diegenen die wel betalen. Ook dat hebben we afgeschaft. Het is meer rechtvaardig: iedereen in solidariteit mee laten betalen voor water. We hebben gezinscorrecties doorgevoerd en ook de sociale bescherming omdat we dat belangrijk vonden.

Ik blijf erbij dat het initiatief dat we hebben genomen, rechtvaardig en verklaarbaar is. Ik heb altijd gezegd: als er uitspattingen zijn of zaken die niet kunnen, zijn we bereid om dat te bekijken. We gaan dat ook doen dit jaar.

Ik sta wel achter dat vastrecht. Daarmee maak je de juiste keuze om iedereen mee te laten betalen voor die zuivering. Als iemand vandaag alleen putwater gebruikt, betaalt die het vastrecht sanering en ook nog eens 30 kuub per persoon saneringsbijdrage. Dat is een forfait. Heb je gemengd gebruik, dus zowel een putwater- als een drinkwateraansluiting, dan betaal je het vastrecht en de saneringsbijdrage van 30 kuub per persoon. Dat is de manier waarop het vandaag is geregeld.

Je kunt zeggen dat iemand die geen verbruik en toch een aansluiting heeft … Ja, men kiest ervoor om te allen tijde die aansluiting te hebben, om recht te hebben, om de kraan open te draaien en perfect gezuiverd en kwaliteitsvol water te hebben, dat nadien ook wordt gesaneerd. Dat is een keuze die je maakt. Je kunt het ook laten afsluiten als je het niet meer gebruikt en je het vastrecht niet wilt betalen. Je kunt beslissen om dat dan niet meer te betalen. Het is als iemand die een vast abonnement heeft op een tv, maar weinig tv kijkt, minder abonnementsgeld aanrekenen. Je kunt die vergelijking doortrekken. We hebben de keuze gemaakt door de manier waarop we de waterfactuur hebben uitgewerkt, en dat is ook de juiste keuze om alle kosten om ons drinkwaternetwerk in goede conditie te houden en ons water goed te zuiveren.

De heer Beenders heeft het woord.

Rob Beenders (sp·a)

Minister, alle argumenten die u zelf geeft, en ook collega Rombouts en collega Nevens: ik ga daarmee akkoord. Ik volg die redenering ook: de vervuiler betaalt en al wat u wilt. Maar u past het niet toe. U vertelt uw verhaal ook maar half. Het is echt geen probleem dat u een vastrecht aanrekent, maar waarom moet een gezin van vijf niet bijdragen aan die vaste kosten? Daar zit mijn fundamentele kritiek. U geeft een gezin van vijf de mogelijkheid om 0 euro bij te dragen aan die vaste kosten. Het kortingprincipe is dat iedereen een vastrecht betaalt voor de kosten van het drinkwaternet van 106 euro, maar per gedomicilieerde krijg je 20 euro korting. Dus een gezin van vijf moet voor u niet bijdragen aan die vaste kosten en moet geen enkele euro storten om constant zuiver water te krijgen. Dit wordt ook niet aanzien als de vervuiler betaalt. Blijkbaar vervuilt een alleenstaande meer dan een gezin van vijf, want een alleenstaande moet van u 106 euro min 20 euro betalen en een gezin van vijf moet van u 0 euro betalen. Dat is mijn fundamentele kritiek.

Het is toch zo. U moet niet nee knikken, collega Rombouts. Een gezin van vijf dat naast een alleenstaande woont, krijgt een factuur met vastrecht 0 euro, en een alleenstaande betaalt 86 euro. Voor exact dezelfde diensten betalen ze een heel ander bedrag. Dat is mijn kritiek. Als je ervoor zou zorgen dat het vastrecht in verhouding tot het verbruik staat, dan hebben we een heel andere discussie. Ik betwist het vastrecht niet, ik betwist de manier waarop u het toepast.

Dat hebt u als minister beslist. U geeft een korting aan grote gezinnen en u laat kleine gezinnen en alleenstaanden veel meer betalen. Dat vind ik niet rechtvaardig. U hebt hier allemaal het woord rechtvaardig in de mond genomen, maar dat is nu net wat u niet doet. Ik zal dat blijven aankaarten tot u zelf inziet dat dit geen rechtvaardige manier is om vaste kosten solidair door te rekenen aan de maatschappij. Zorg ervoor dat iedereen in verhouding evenveel bijdraagt en straf de alleenstaanden en de kleine gezinnen niet met een hoge factuur, en bevoordeel de grote gezinnen niet met een nulfactuur.

Dat is niet eerlijk, want u zegt dat gratis niet bestaat, maar als je in Vlaanderen een gezin met vijf bent, bestaat het wel degelijk want dan moet je van u geen enkele kost betalen van vastrecht. Dat is niet eerlijk.

De vraag om uitleg is afgehandeld

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.