U bent hier

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Mijn vraag gaat over ondersteuningsnetwerken. Ik neem aan dat wij de evaluatie en de rest van de problematiek ook nog wel zullen bespreken, maar het volgende werd mij gesignaleerd door een aantal mensen. Ondersteuners zijn vanaf 1 september 2017 aan de slag gegaan, de meesten vol goede moed en vaak met heel wat ervaring, maar ze beschikken niet altijd over lesmateriaal en aangepast educatief materiaal. Voor de personeelsleden die voorheen gonbegeleider (geïntegreerd onderwijs) of ionbegeleider (inclusief onderwijs) waren, betekent dit vaak dat zij niet meer over de middelen kunnen beschikken die ze in het kader van hun vorige opdracht hadden. Ze moeten van nul beginnen met een lege koffer. Het materiaal dat ter beschikking stond in hun vorige opdracht, blijft in de school voor buitengewoon onderwijs en het ingeleverde materiaal wordt niet overgedragen aan het ondersteuningsnetwerk.

Er zijn zeer grote verschillen tussen ondersteuningsnetwerken. Dit zorgt voor wat onrust en ongenoegen. Sommige ondersteuners kunnen een beroep blijven doen op de middelen van hun ankerschool in het buitengewoon onderwijs zoals zij deden ten tijde van gon en ion, maar voor andere ondersteuners is dat niet mogelijk. Er is ook grote onzekerheid bij de ondersteuningsnetwerken. Sommige ondersteuningsnetwerken geven aan dat ze niet weten wat zij het personeel kunnen aanbieden op het vlak van didactisch materiaal, gsm- of laptopvergoeding, terugbetaling van parkeerkosten, fietsvergoeding, budget voor nascholing enzovoort. Er is ook een gebrek aan werkingsmiddelen. Ik ken heel wat ondersteuners die daardoor zelf spelletjes en boeken voor hun leerlingen kopen omdat er nog niet onmiddellijk een budget voor lesmateriaal beschikbaar is.

Er is het verhaal van een zorgondersteuner die in haar autokoffer twee grote zakken met materiaal heeft liggen en die telkens meeneemt, want het is haar eigen gerief. Ze gebruikt ook boeken van de bibliotheek. Had ze niet geïnvesteerd, dan was haar auto leeg. Ook de beschikbaarheid van budgetten voor bij- en nascholing is beperkt. Er is niet in middelen voor voorzien. Een quote van een ondersteuner: “Het doel is duidelijk maar de middelen volgen niet. Alles hangt af van de gulheid van anderen en van wat je zelf wilt investeren. Als ondersteuner ben ik ook een investering waard, een investering die uiteindelijk ten goede komt van het kind.”

Minister, wat vindt u van bovenstaande vaststellingen? Wat vindt u ervan dat ondersteuners zelf materiaal aankopen? Wat vindt u van de grote verschillen tussen ondersteuningsnetwerken? Komt er een budget om lesmateriaal te kopen? Wanneer? Hoeveel? Komen er nascholingsmiddelen voor de ondersteuners?

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Collega Meuleman, uw vraag gaat over een klein luik, maar het is wel een belangrijk luik. Bij de opstart van het ondersteuningsmodel in september is er mij ook gesignaleerd dat er in sommige ondersteuningsnetwerken onzekerheid was over de werkingsmiddelen. Er zijn altijd werkingsmiddelen geweest voor ondersteuning, en die zullen er ook in de toekomst altijd blijven.

Tot en met vorig schooljaar was er de integratietoelage. Deze werd toegekend aan de school voor buitengewoon onderwijs op basis van het aantal ingeschreven gonleerlingen op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar. De integratietoelage voor het schooljaar 2016-2017 wordt in de loop van dit schooljaar voor een laatste keer toegekend. Daarnaast werden in het kader van de prewaarborgregeling ook werkingsmiddelen toegekend aan de scholen voor buitengewoon onderwijs vanuit een waarborgregeling voor werkingsmiddelen naar analogie met de waarborg voor de personeelsomkadering.

Vanaf dit schooljaar worden werkingsmiddelen voor het ondersteuningsmodel jaarlijks op een nieuwe manier toegekend. We hebben op 22 december 2017 de eerste principiële goedkeuring gegeven over de decreetsartikelen hieromtrent. In plaats van een toekenning op basis van het aantal gonleerlingen, worden de werkingsmiddelen aan de school voor buitengewoon onderwijs toegekend op basis van hun omkadering in het kader van het ondersteuningsmodel, dat zijn de begeleidingseenheden, de lestijden en lesuren en de uren. De beschikbare middelen zijn de integratietoelagen, de middelen van de waarborgwerking en een extra budget van 1 miljoen euro, wat een totaalbudget van 8.363.000 euro geeft.

Als we dat dan omrekenen, krijg je een bedrag van 161 euro per omkaderingseenheid.

We gaan deze middelen ook sneller uitbetalen. De werkingsmiddelen die de scholen vroeger kregen om de onkosten van de GON-begeleiders te financieren werden pas anderhalf jaar nadat de scholen deze middelen uitgaven, betaald. Door de nieuwe berekening van de werkingsmiddelen voor het schooljaar 2017-2018 zullen scholen buitengewoon onderwijs die ondersteuning verlenen in het gewoon onderwijs sneller de werkingsmiddelen krijgen. Die middelen worden bijvoorbeeld gebruikt om aangepast lesmateriaal voor leerlingen te kopen. Het nieuwe systeem is minder complex, wat het mogelijk maakt om de werkingsmiddelen vroeger uit te betalen. De vervroegde uitbetaling starten we nu al. Voor dit schooljaar gaat dit om een bedrag van 5,7 miljoen euro dat sneller uitbetaald wordt.

De school voor buitengewoon onderwijs waar de ondersteuner geaffecteerd is, zal dus in principe het didactisch materiaal, gsm- of laptopvergoedingen, terugbetaling van parkeerkosten of fietsvergoedingen van deze werkingsmiddelen vergoeden. Ondersteuners hoeven hier niet zelf voor in te staan. Wel is het zo dat scholen autonoom mogen beslissen hoe zij hun werkingsbudget precies wensen te besteden. Mevrouw Krekels, ook hier wordt vertrouwen geschonken aan het veld en hoeveel papierlast daarmee gepaard zal gaan, heb ik niet in de hand. Wat mij betreft geen enkele, want we geven dit per omkaderingseenheid.

Er zijn verschillende mogelijkheden waarop de ondersteuners aan professionalisering zullen kunnen doen. Vooreerst is er de nascholing op initiatief van de Vlaamse Regering 2018-2019 en 2019-2020 met als thema: professionalisering ondersteuners specifieke onderwijsbehoeften. Het is de bedoeling hiermee complementair te zijn met andere initiatieven in het Vlaamse onderwijsveld, zoals bijvoorbeeld de competentiebegeleiders binnen de pedagogische begeleidingsdiensten, die onder meer als taak hebben om een globaal professionaliseringstraject en -structuur uit te bouwen.

Ten tweede, organiseren de pedagogische begeleidingsdiensten dit jaar vier regionale inspiratiedagen voor ondersteuners uit de netwerken. De concrete focus en inhoud van de inspiratiedagen zal bepaald worden op basis van de noden die gesignaleerd worden door de stuurgroep ‘ondersteuningsnetwerken’. Bijkomend is het ook de bedoeling om de professionaliseringsnoden van ondersteuners te capteren, enerzijds via het opnemen van een klankbordfunctie ten aanzien van betrokkenen en anderzijds via het opnemen van een netwerkfunctie, wat het onderling delen van expertise mogelijk maakt.

Ten slotte kan ook de school voor buitengewoon onderwijs waaraan de ondersteuner geaffecteerd is, beslissen om een deel van haar nascholingsbudget in te zetten voor de ondersteuners.

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Het is een goede zaak dat er op 22 december een beslissing is genomen. Al die maanden daarvoor was er de grootste onduidelijkheid. Hebt u de scholen al laten weten dat dit geregeld is? Dan zullen ze ook geruster zijn en zullen er inderdaad middelen vrijgemaakt worden. Nu wachtten ze af omdat ze niet wisten of ze dat terugbetaald zouden krijgen en wanneer. Door dat tijdsverloop van anderhalf jaar wilden ze inderdaad een aantal investeringen niet doen.

U zegt dat het ligt aan de autonomie van de ondersteuningsnetwerken en van de scholen dat ze bepaalde keuzes maken. Ik vraag me af of er geen inkleuring moet komen en of er geen kader moet worden aangereikt. De werkingsmiddelen zijn toegenomen en dat is een goede zaak, maar dat zal niet oneindig kunnen doorgaan. Dan heb je netwerken die fietsvergoedingen terugbetalen en andere niet. Hetzelfde met kilometervergoedingen. In sommige netwerken moet er een grotere afstand worden afgelegd, dat zal dan ten koste gaan van didactisch materiaal. Soms zal er dan moeten gekozen worden tussen materiaal voor leerlingen en het beter omkaderen van de ondersteuners zelf. Kunnen daar geen richtlijnen rond gegeven worden? Als die verschillen te groot worden, kan dat tot ongenoegen leiden.

Mevrouw Krekels heeft het woord.

De meeste van de bijkomende vragen die ik wou stellen naar aanleiding van de vraag van mevrouw Meuleman zijn opgelost omdat het decreet rond is en de uitbetaling nu al begint. Ik vind het fantastisch dat die middelen veel vroeger bij de mensen zullen komen, waarvoor dank.

Wat de verplaatsingskosten betreft, wil ik nog eens een boompje opzetten over het feit dat ik betreur dat er doordat er netgebonden structuren zijn uitgebouwd, veel meer verplaatsingskosten zijn dan anders nodig was geweest. Kan daarover een bepaalde controle worden ingebouwd? Die verplaatsingskosten genereren bepaalde middelen, en ik hoor dat ondersteuners soms de opdracht krijgen dat wanneer de verplaatsing 20 kilometer is, maar ook gedaan kan worden met 15 kilometer, ze 20 kilometer moeten aangeven, maar de rit van 15 kilometer moeten doen. Ik heb dat al tweemaal gehoord. Ik vind het bizar, maar ik wil toch meegeven dat daar enige controle over moet worden ingebouwd. De werkingsmiddelen moeten zo veel mogelijk naar het kind gaan, vind ik.

De heer Daniëls heeft het woord.

Van mensen die nu aan het volgen zijn, krijg ik heel wat opmerkingen in verband met de kilometervergoeding. Artikel 17septies van het decreet Rechtspositie luidt als volgt: “Personeelsleden die in opdracht van de inrichtende macht verplaatsingen maken met hun eigen wagen, moto of bromfiets hebben recht op de kilometervergoeding gelijk aan het bedrag dat jaarlijks bepaald wordt (…)”. Dat is momenteel 0,3460 euro per kilometer.

Verder bepaalt hetzelfde artikel: “De inrichtende macht kan dit bedrag met maximum 10% verminderen, op voorwaarde dat ze daarnaast een omniumverzekering heeft afgesloten voor dienstverplaatsingen.” Blijkbaar zijn er nog altijd inrichtende machten die een eigen tarief naar voren schuiven. Ze zeggen dat ze te weinig geld krijgen en betalen minder uit. Ik sluit mij aan bij wat mevrouw Krekels heeft gezegd. Ondersteuners zijn daarvan de dupe. De inrichtende machten moeten doen wat er in het decreet staat, punt uit. Het decreet is het decreet, en men kan daar in een LOC geen andere afspraken over maken. Minister, zult u daarover waken?

De heer De Meyer heeft het woord.

De vragen van mevrouw Meuleman waren terecht. Ik heb soortgelijke vragen gekregen.

Minister, uw antwoord maakt duidelijk dat de nieuwe regeling beter is en dat de subsidies bovendien sneller zullen worden uitgekeerd.

We weten dat uw kabinet sterk is in communicatie, vandaar mijn suggestie om dit snel te melden aan scholen en de schoolbesturen, maar graag toch ook aan de betrokken personeelsleden, eventueel via Klasse. Zo kunnen de zorgen die mensen in het veld zich vandaag maken, zo spoedig mogelijk verdwijnen.

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Ik wil graag nog een en ander verduidelijken. Door de nieuwe regeling winnen we een vol jaar in de uitbetaling van de werkingskosten. Dat is op zich schitterend, denk ik. Voor de slechte verstaanders: we steken er nog 1 miljoen euro bij in vergelijking met vroeger. We komen zo op meer dan 8 miljoen euro.

Ik vind communicatie belangrijk, maar op dit ogenblik wordt daarover onderhandeld. Ik vind het niet verstandig om vóór het einde van die onderhandelingen daarover te communiceren. Aan parlementsleden moet er wel uitleg gegeven worden, natuurlijk. Zodra die onderhandelingen afgerond zijn, zal mijn administratie dit fijnmazig aan alle scholen communiceren via Schooldirect, dat wekelijks verspreid wordt. Het kan ook via Klasse, maar Schooldirect is de beste manier.

Het is dus nog niet helemaal rond?

Minister Hilde Crevits

We zijn het erover eens, maar ik wacht nog. Ik kan ook wachten tot het goedgekeurd is in het parlement, maar dat is veel te laat. We zullen communiceren wanneer de onderhandelingen afgelopen zijn.

Er is veel commotie over de verplaatsingsvergoedingen, dat weet ik. Er is ook een wijziging in vergelijking met vroeger. Vroeger werd je betaald voor de verplaatsing vanaf de school waar je vertrok naar de begeleiding, nu is er een afspraak gemaakt dat rekening zal worden gehouden met de verplaatsing vanaf je woonplaats. Men ging ervan dat dit voordelen kon opleveren. Ik heb begrepen dat het GO! die afspraak niet toepast. Is dit nu goed of slecht? De opmerking die wij hierover hebben gekregen, is dat dit niet zo’n goede keuze was om de woonplaats als vertrekpunt te nemen.

Mijnheer Daniëls, uiteraard moet het decreet gerespecteerd worden, maar men is voor de rest vrij om daar een aantal afspraken over te maken. We zijn nu aan het bekijken of dit al dan niet aangepast moet worden. Voor de rest zijn er niet zoveel zorgen, het zijn vooral die verplaatsingsvergoedingen die commotie veroorzaken. 

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Als de beslissing genomen is, vraag ik mij dan toch af waarover nog moet worden onderhandeld.

Zit de fietsvergoeding ook bij die verplaatsingsvergoedingen? Daar is blijkbaar ook nog onduidelijkheid over. Is dat decretaal opgenomen?

Minister Hilde Crevits

Ik zal dat onderzoeken. Het is zo dat elk ontwerp van decreet dat door de regering wordt besproken, ook via de onderhandelingen tussen de sociale partners passeert. Dat is de normale weg. Er wordt dan een protocol gegeven van akkoord of van niet-akkoord. Het zou kunnen dat die onderhandelingen zelfs vandaag lopen op mijn kabinet. Als de onderhandelingen afgelopen zijn, start onze communicatie.

Behoudens wat daarover in het decreet staat, zijn de afspraken over die verplaatsingsvergoedingen gemaakt in de stuurgroep. Het GO! stelt zich op een punt afwijkend op. De fietsvergoeding zou daar normaal in moeten zitten, vind ik. Die regels ken ik niet uit het hoofd, ik zou het moeten opzoeken. Dat heeft ook niets te maken met die onderhandelingen. We zijn nu dus aan het bekijken of de afspraken rond de verplaatsingskosten oké zijn: zijn ze conform het decreet en zijn ze positief of hebben ze ook negatieve effecten? Dat wordt binnen de stuurgroep besproken en daar kunnen ook wijzigende afspraken over gemaakt worden. We zullen u daarover verder informeren.

De vraag om uitleg is afgerond.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.