U bent hier

De heer Kennes heeft het woord.

Voorzitter, de counter narratives vormen een punt dat in de Commissie voor de bestrijding van gewelddadige radicalisering vaak aan de orde is geweest. Aangezien het eigenlijk een zeer complex punt is, is het nooit mogelijk geweest daar concrete acties aan te koppelen.

Minister, we hebben recent vernomen dat u toch een initiatief hebt genomen. Concreet hebt u theologen van de KU Leuven gevraagd om op basis van de Koran en andere religieuze teksten online counter narratives te ontwikkelen. Het is de bedoeling dat deze berichten niet worden verspreid door de overheid, maar door middenveldorganisaties en door jongeren zelf. Dat is een punt dat in de andere commissie ook vaak is benadrukt. Als de overheid dat al te uitdrukkelijk doet, is het bericht al besmet voor het wordt aangeklikt of bekeken. Dit lijkt me sowieso de goede insteek.

Het Centrum van expertise en advies voor preventie en interventie bij radicalisme en extremisme (Ceapire) wordt eveneens ingeschakeld om aan online preventie te doen. Een ander verhaal of tegengeluid is essentieel, in het bijzonder om jongeren en hun omgeving weerbaarder te maken tegen extremistisch en radicaal gedachtegoed.

In de resolutie van het Vlaams Parlement betreffende de bestrijding van radicalisering wordt de Vlaamse Regering opgeroepen om alle initiatieven te ondersteunen die geloofwaardige tegenverhalen of counter narratives ontwikkelen en om te investeren in maatschappelijke initiatieven die een tegenverhaal bieden ten opzichte van de digitale propaganda op het internet en op de sociale media. Dit zijn immers vaak de plaatsen waar de beïnvloeding het sterkst gebeurt. Dat is al vaker aan bod gekomen. Het gebeurt meestal langs de nieuwe kanalen en niet langs de klassieke kanalen.

Minister, ongeveer een maand geleden hebben we de laatste rapportage gekregen over de uitvoering van het Vlaams actieplan ter preventie van radicaliseringsprocessen. Met betrekking tot actie 14.2 is verwezen naar een projectoproep met betrekking tot counter narratives die in juli 2017 is gelanceerd. U hebt toen gesteld dat lokale besturen, onderwijsinstellingen en middenveldorganisaties 29 projecten hebben ingediend. De procedure bevond zich toen in de eindfase. Het was de bedoeling de projecten op 1 maart 2018 van start te laten gaan. Hiervoor is voorzien in een budget van 500.000 euro.

Welke van die 29 ingediende projecten zijn uiteindelijk geselecteerd? Welke projecten zijn niet geselecteerd? Welke criteria zijn gebruikt om de projecten te selecteren? Hoe was de jury samengesteld die de projecten heeft beoordeeld?

In de pers is sprake van een bedrag van 438.000 euro. In de rapportage ging het om een groter bedrag, namelijk 500.000 euro. Hoe verhouden beide bedragen zich tot elkaar?

Zijn de projectoproep en de ondersteuning van initiatieven eenmalig? Past dit in een volgens ons noodzakelijke bredere en voortgezette strategie? Het expertiseveld van de online preventie is vrij nieuw. Er kan gebruik worden gemaakt van het Radicalisation Awareness Network (RAN), een kenniscentrum van de EU voor de preventie van radicalisering.

Het is belangrijk dat het RAN en recent wetenschappelijk onderzoek een onderscheid maken tussen drie vormen van strategische communicatie. Er zijn de counter narratives, die de extremistische boodschappen direct tegenspreken. Er is de alternative messaging, waarmee een positief alternatief voor de extremistische boodschap wordt aangereikt. Er is de strategische communicatie door de overheid zelf. Hiermee biedt de overheid inzicht in wat ze doet om desinformatie tegen te gaan.

Houdt u rekening met deze wetenschappelijke inzichten? Volgens die inzichten hebben counternarrativecampagnes meer effect als ze gedurende een langere periode worden gevoerd en dus geen eenmalige inspanningen blijven.

De heer Janssens heeft het woord.

Minister, we hebben kennis kunnen nemen van uw plannen om op basis van de Koran boodschappen te verspreiden die extremistische propaganda moeten weerleggen. Hiermee wordt salafistische of jihadistische propaganda bedoeld die nochtans recht uit de leer van de islam komt. Met een boutade zouden we kunnen stellen dat wordt geprobeerd om op basis van ‘Mein Kampf’ boodschappen te verspreiden die antisemitische propaganda moeten weerleggen. Het klinkt totaal waanzinnig, maar het past in het dwaze idee dat het Vlaams Parlement over de islam heeft.

Tijdens een plenaire vergadering hebt u al eens een gelijkaardige bemerking gemaakt. Ik heb u toen een actuele vraag gesteld over de Koranscholen waar jonge moslims in het weekend met Koranverzen worden geïndoctrineerd. U hebt toen geantwoord dat het beter is dat ze de letterlijke interpretatie van de Koran krijgen dan dat we dit overlaten aan ronselaars die hun eigen interpretatie aan de Koran geven. Blijkbaar bent u er nog steeds niet van op de hoogte dat de Koran wel degelijk honderden tot haat en geweld oproepende verzen bevat. Ik zou er een heel aantal kunnen opsommen, maar dit lijkt me niet de plaats of de tijd om aan theologie te doen. U mag ervan uitgaan dat de Koran heel wat verzen bevat die oproepen tot haat en geweld. Daar kan op geen enkele manier iets goed van worden gemaakt.

Toch maakt u nu 438.000 euro vrij voor die zogenaamde maatschappelijke tegenverhalen of counter narratives. Wat mij betreft, is dit compleet onverteerbaar, niet enkel omdat de belastingbetaler voor de zoveelste keer voor de islam moet opdraaien, maar ook omdat dit naar alle waarschijnlijkheid geen jota zal uithalen.

Praktijken in het buitenland hebben dit al bewezen. Toen u uw plannen naar buiten hebt gebracht, heeft onder meer de jihadexpert Pieter Van Ostaeyen gereageerd. Hij heeft erop gewezen dat de Amerikanen miljoenen dollars aan een dergelijk project hebben besteed, maar helaas zonder succes. Ook het tijdschrift Time heeft berekend dat alle boodschappen van Islamitische Staat veel meer impact hebben dan de Amerikaanse counter narratives. De Amerikanen hebben daar nochtans een veel groter budget aan besteed dan de Vlaamse overheid nu van plan is daartegenaan te smijten.

Op basis van die inleiding heb ik een aantal vragen voor u, minister. Kunt u uw initiatief toelichten? Wie zal dit project de facto coördineren?

De Koran bevat tal van oproepen tot geweld en religieuze onverdraagzaamheid: hoe kan een boek met dergelijke oproepen gehanteerd worden in een verhaal van counter narrative tegen islamextremisme?

De islam staat, zoals ik al vaker heb gezegd, helaas haaks op de westerse waarden. De islam ontzegt moslims bijvoorbeeld het recht om hun geloof te verlaten. In meerdere moslimlanden staat op geloofsafval zelfs de doodstraf. Is het niet wat potsierlijk dat u met dit project een godsdienst en beschaving van 1,5 miljard mensen denkt te kunnen beïnvloeden?

Ik zie trouwens ook in Vlaanderen nog maar weinig signalen van wat men een verlichte islam noemt. Welke theologen of imams zullen deze boodschappen vorm moeten geven?

Waarom denkt u dat dit project wel effect zal hebben, terwijl andere gelijkaardige projecten, ook in het buitenland, klaarblijkelijk geen succes hadden? Waar zit voor u het verschil?

Mevrouw Sminate heeft het woord.

Minister, in tegenstelling tot de vorige spreker – het zal u niet verbazen – vind ik dit een zeer lovenswaardig initiatief. In de drie jaar dat onze commissie Radicalisering actief is, is dit een van de meest besproken thema’s geweest. Ik durf er zelfs om wedden dat het woord ‘counter narratives’ het meest gebruikte woord van onze commissie is geweest. Ik ben dan ook zeer blij dat dit nu op de agenda staat. U bent daar meermaals over ondervraagd door mezelf en de collega’s. En inderdaad mijnheer Kennes, wij hebben dan vaak het antwoord gekregen dat we daar voorzichtig mee moeten zijn. Wanneer men immers merkt dat die boodschappen door de overheid worden gestuurd, heeft het geen effect meer.

Zoals het hier wordt voorgesteld, zal dit zeker zijn effect hebben hoewel er ook veel kritische geluiden te horen zijn.

Minister, op basis van welke criteria zijn de projecten geselecteerd? Welke projecten zijn precies geselecteerd?

Wat is de verdere planning? Wanneer gaan die projecten van start? Wat is hun looptijd?

Hoe reageert u op de kritiek over de effectiviteit van dergelijke initiatieven?

Hoe zal de opvolging van deze initiatieven verder verlopen?

Minister Homans heeft het woord.

Minister Liesbeth Homans

Mijnheer Janssens, uiteraard ben ik het net als mevrouw Sminate niet eens met uw opmerkingen. Ik vind zelfs dat u zeer ver gaat: u maakt er echt een karikatuur van. U doet nu alsof het over één concreet project gaat en dat dit 438.000 euro zal kosten. Het gaat over elf projecten en niet over één project.

Er waren een aantal soortgelijke vragen, ik zal mijn antwoorden dan ook bundelen. De eerste bundel vragen gaat over de beoordeling van de projecten. De projecten zijn geselecteerd in het kader van een oproep die in juli 2017 werd gelanceerd. Geïnteresseerden hadden tot 29 september 2017 de tijd om een aanvraag in te dienen. Er werden in totaal 29 aanvragen ingediend. Bij de beoordeling daarvan werden de criteria gehanteerd die vooropgesteld waren in de projectoproep. Het eerste criterium ging over de aanpak, planning en resultaten.

Het tweede criterium ging over de projectcriteria, meer bepaald het selecteren en afbakenen van het doelpubliek, van de boodschap en van wie als boodschapper zal fungeren. Geloofwaardigheid is hierbij zeer belangrijk. Het is absoluut niet de bedoeling om voormalige IS-strijders als boodschapper te laten fungeren in het project. Er moet ook worden bepaald welke kanalen zullen worden gehanteerd: online, offline of een combinatie. Tot slot moet er een duidelijke strategie zijn waarbij deze criteria en de samenhang ervan vooraf worden bepaald.

Een derde criterium dat werd opgenomen in de projectoproep, was de evaluatie en de duurzaamheid. Hoe zal de impact van het project worden geëvalueerd? Welke initiatieven worden genomen om de resultaten duurzaam te verankeren? Het heeft immers weinig zin om projectoproepen te lanceren waarvan men op voorhand weet dat men de resultaten niet zal kunnen implementeren. Hoe wordt kennis verspreid in de loop van het project en nadien? Hoe worden de resultaten overdraagbaar gemaakt? Mijnheer Kennes, zoals u hebt gezegd, is het wel degelijk de bedoeling dat de opgebouwde expertise en methodieken via inbedding en ontsluiting ook na de projectperiode voortzetting vinden.

Een vierde criterium was de samenwerking met partners. Het vijfde en laatste criterium was het budget.

De jury bestond uit twee medewerkers die samen het centraal aanspreekpunt radicalisering vormen binnen het Agentschap Binnenlands Bestuur. In die jury zaten ook het aanspreekpunt radicalisering bij het departement Onderwijs, het aanspreekpunt radicalisering bij het departement Cultuur, Jeugd en Media, het aanspreekpunt radicalisering bij de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG), een medewerker van het Coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse (OCAD) die instaat voor het thema communicatie, en een medewerker van Mediawijs, het Vlaamse Kenniscentrum Mediawijsheid.

Alle informatie over de procedure en een gedetailleerde toelichting van de selectiecriteria met ook het aantal punten waarvoor elk criterium meetelde, is terug te vinden in de oproepbrochure, die te raadplegen is op de webstek van het Agentschap Binnenlands Bestuur (ABB).

Welke projecten werden geselecteerd? Wat zijn de verdere stappen? De projecten van de volgende 11 organisaties werden voorgesteld door de jury en geselecteerd: CIBO, Stad Roeselare, KU Leuven, Samo Pravo, Ceapire, Gemeente Molenbeek, Vroemvroem, Partage en couleurs, Averroes, Stad Vilvoorde, Platform Allochtone Jeugdwerkingen. In totaal werden 29 projecten ingediend. 11 daarvan zijn geselecteerd, 18 dus niet. Ik zal de lijst overmaken aan de commissie zodat u kunt zien welke projecten niet zijn geselecteerd.

In dit kort tijdsbestek is het nogal moeilijk om al de geselecteerde projecten hier in detail toe te lichten, maar het gaat over zeer diverse projecten. Er is zowel diversiteit naar initiatiefnemer of betrokken partners zoals bijvoorbeeld middenveldorganisaties, onderwijsinstellingen, gemeenten, als naar inhoudelijke insteek, bijvoorbeeld via ideologie/theologie, maar ook via psychologie of aantonen van hypocrisie en vooral pertinente onwaarheden. Er is ook diversiteit naar kanaal: online via sociale media, websites, of offline via lokale bijeenkomsten en voorlichtingen, of via een combinatie, wat ook perfect mogelijk is.

Een van de mogelijke inhoudelijke insteken is dus inderdaad het opbouwen van een ideologisch/theologisch tegenverhaal. Mevrouw Sminate en de heer Kennes hebben aangegeven dat dit in de commissie Deradicalisering al verschillende keren aan bod is gekomen. Er is ook door heel veel mensen gevraagd om daar werk van te maken. Het zou een techniek kunnen zijn die effectief vruchten zou kunnen afwerpen. Vandaar dat we er ook op hebben ingezet.

Aangezien ideologie wordt gezien als een van de grondoorzaken – en daar moeten we niet onnozel over doen, want het is gewoon zo – van gewelddadige radicalisering, moet de strijd, in mijn ogen althans, ook op dit front kunnen worden gevoerd. Dat vind ik niet alleen. Er waren nog andere collega's in de commissie Deradicalisering die deze mening zijn toegedaan. Het weerleggen van een extremistisch discours op basis van religieuze geschriften is een strategie die wereldwijd door heel wat mensen met kennis van zaken wordt gehanteerd.

In de projecten die inspelen op het theologische aspect, wordt samengewerkt met theologen en imams. Het project van de KU Leuven, een van de geselecteerde elf projecten, dat in de media is gekomen, wordt getrokken door professor Mehdi Azaiez. Het project van Averroes zal Khalid Benhaddou, voorzitter van het platform van Vlaamse imams en eveneens coördinator van het onderwijsnetwerk Islamexperten.

Er was voor deze projectoproep 500.000 euro begroot. Er werd uiteindelijk maar voor 438.000 euro aan projecten geselecteerd omdat de overige projecten een te lage score behaalden bij de beoordeling. Gelet op het belang van deze projecten en gelet op de kwaliteitsbewaking die we toch wel moeten blijven houden, hebben we ervoor gekozen om de lat niet lager te leggen en gewoon het oordeel van de jury te volgen. We wilden de lat niet lager leggen en geen project goedkeuren dat net niet in aanmerking kwam om toch maar die 500.000 euro te spenderen. De overige 62.000 euro wordt nog op een andere manier gespendeerd. Daarover zal ik straks nog iets zeggen.

Werd er in de projectoproep rekening gehouden met bestaande wetenschappelijke expertise? Hoe werd rekening gehouden met de kritiek betreffende de effectiviteit en impact van tegenverhalen? Hoe wordt dit opgevolgd? Bij de opmaak van de oproep werd zeer veel aandacht besteed aan wetenschappelijke onderbouwing. Zo werden de aanbevelingen en expertise van het RAN en het Vlaams Vredesinstituut verwerkt in de oproep. Ik geef u enkele voorbeelden. De gehanteerde projectcriteria werden overgenomen uit de aanbevelingen van het Vlaams Vredesinstituut. Het onderscheid dat het RAN maakt tussen drie types van communicatie en campagnevoering die kunnen worden ingezet voor de preventie van radicalisering, namelijk ‘alternative narratives’, ‘counter narratives’ en strategische communicaties vanuit de overheid, werden integraal overgenomen in de toelichting van de oproep. Er werd specifiek gekozen om de oproep te focussen op het type van de ‘counter narratives’ of tegengeluiden. Alle experten bevelen aan om als overheid niet zelf op te treden als ‘producent’ van tegengeluiden, omwille van de geloofwaardigheid en het bereik van de doelgroep. Daarom werd geopteerd voor een oproep naar projecten die gedragen en uitgedragen zullen worden door het middenveld, weliswaar ondersteund door de Vlaamse overheid. U weet dat, als projecten worden gesteund door de Vlaamse overheid, ze verplicht worden om het logo te gebruiken ‘Met steun van de Vlaamse overheid’. We gaan dat hier bewust niet doen omdat het misschien mensen zou kunnen afschrikken om mee te gaan in die verhalen en zich te laten beïnvloeden, op een positieve manier dan, door het effect dat de counter narratives zouden kunnen hebben.

Ik wil hiermee aantonen – en ik hoop ook dat ik daarin ben geslaagd – wat het fundamentele verschil is tussen de aanpak die wij hebben gekozen en de aanpak uit de Verenigde Staten, die onder anderen de heer Janssens heeft aangehaald. De campagne, waar veel geld naartoe ging, werd exclusief aangestuurd door de overheid. Er was geen middenveld bij betrokken.

We hebben dan ook gezien dat er heel weinig directe invloed en beïnvloeding was van de betrokken doelgroepen, of in ieder geval van de doelgroep die men op het oog had.

Wij kiezen voor meer kleinschalige projecten. We kunnen ons natuurlijk moeilijk vergelijken met Amerika. Wij willen als Vlamingen wel, voorzitter, maar we moeten ook bescheiden zijn. We kiezen voor kleinschalige projecten, vanuit het middenveld, die wel inzetten op het direct bereiken van een bepaalde doelgroep.

Collega’s, alle projecten zullen ook van nabij worden opgevolgd. Het Agentschap Binnenlands Bestuur zal een stuurgroep opzetten die opvolgt of de projecten worden uitgevoerd zoals initieel werd afgesproken. Want je kunt natuurlijk wel reageren op een projectoproep, maar het is dan wel de bedoeling dat je je ook houdt aan het project dat je zelf hebt voorgesteld en waarvoor je dan ook – met veel plezier – subsidies vanuit de Vlaamse overheid krijgt.

Er zal met de niet-aangewende middelen van het oproepbudget – dat gaat over de 62.000 euro die overblijft – een opdracht worden uitbesteed voor de begeleiding, de inventarisatie van knelpunten en successen en de analyse van de behaalde doelstellingen van de geselecteerde projecten. De overige 62.000 euro is op die manier ook nog goed gespendeerd.

Collega's, uiteraard heb ik niet de intentie noch de verwachting om via deze projectoproep de wereldwijde problematiek van gewelddadige radicalisering te kunnen oplossen. Dat zou ijdele hoop zijn. Maar het is net wel de bedoeling om via meer kleinschalige projecten gericht te focussen op bepaalde afgebakende doelgroepen.

Deze projectoproep mag echter ook niet geïsoleerd worden bekeken, maar maakt deel uit van het actieplan deradicalisering. Als mensen nu uit de lucht komen vallen en zeggen: ‘Dit is de eerste keer dat we hierover lezen’, dan klopt dat niet. Het heeft altijd in het actieplan gestaan. Het moest worden uitgerold. Dat hebben we nu ook gedaan.

Voorzitter, tot slot geef ik graag mee dat er rekening moet worden gehouden met initiatieven die op federaal en internationaal niveau worden genomen en die complementair zijn aan deze projecten, zoals het verwijderen van extremistische en terroristische propaganda. Het is een en-enverhaal. Deze 500.000 euro is zeer goed besteed.

De heer Kennes heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw toelichting. We krijgen op deze manier iets meer zicht op welke projecten er inderdaad allemaal geselecteerd zijn. De jury lijkt mij een serieuze jury te zijn geweest, als ik hoor wie daarvan deel uitmaakte. Ik vind dat het een goede keuze was om al die mensen erbij te betrekken.

Er wordt gekozen voor een duurzame aanpak. Ik had in mijn vraagstelling ook gezegd dat het geen eenmalig iets mag zijn, want het moet iets duurzaams zijn, iets dat wordt voortgezet. Het feit dat men dat wil voortzetten met een aantal partners, is op zich positief.

In dit soort zaken moet je ook risico's nemen. U kunt er niet van uitgaan dat al die projecten in zo'n moeilijke materie elke keer een schot in de roos zullen zijn. Het is goed dat het niet nu toegekende geld wordt behouden om de resultaten te analyseren. Dat zal heel belangrijk zijn.

Je moet met de internationale partners blijvend informatie uitwisselen over wat werkt en wat niet. Als er bij ons iets succesvol is, moeten we dat ook op die manier met anderen willen delen.

Het zal zijn tijd nodig hebben om te worden uitgewerkt. Dan kan het inwerken en pas dan kan de evaluatie worden gemaakt. Die evaluatie zal niet eenvoudig zijn. Want het lijkt mij niet evident om te bepalen hoe je dat precies kunt meten.

Het is een heel moeilijke materie, waarin er vaak rond de hete brij is gedraaid. Er is ook vaak kritiek op: ‘Dat is te gemakkelijk. En dat is te doorzichtig. En dat zal niet werken.’ Het zal wel zo zijn dat een aantal zaken niet noodzakelijk resultaten afwerpen. Maar het is goed dat er gekozen is voor diverse initiatieven, in plaats van voor één groot initiatief. Er zijn verschillende partners, verschillende kanalen, verschillende inhoudelijke boodschappen. Ik heb er vertrouwen in, voorzitter, dat hier iets goeds uit zal voortkomen. We zullen in ieder geval over enige tijd mee uitkijken naar de evaluatie.

De heer Janssens heeft het woord.

Voorzitter, minister, het mogen dan elf verschillende projecten zijn, ze hebben wel allemaal hetzelfde doel: aantonen dat de islam westerse waarden als vrede en verdraagzaamheid deelt.

Dat u zich daartoe laat misleiden, dat u daaraan zelfs een half miljoen euro belastinggeld wil besteden, is vooral tekenend voor het islamofiele en helaas vooral belastinggeldverslindende beleid dat hier wordt gevoerd. En dat u blijkbaar gelooft dat de videoboodschappen, die alleen maar een soort van ‘fake news’ over de islam zullen zijn, wel zullen aanslaan, omdat ze niet, zoals in Amerika, vanuit de overheid worden gedeeld, maar door zogenaamde middenveldorganisaties en jongeren zelf, dat typeert vooral de naïviteit die ter zake heerst.

Want ik vraag me af waar men in het, zoals u zegt, kleine en bescheiden Vlaanderen, dan toch de grootheidswaanzin haalt dat men denkt de islam te kunnen beïnvloeden of ten goede te kunnen veranderen. De islamitische bronnen zijn wat ze zijn. De interpretatie daarvan gebeurt door gezaghebbende islamitische rechtsscholen in het Midden-Oosten en zeker niet hier, door theologen of wie dan ook in Vlaanderen.

Minister, ik betreur dat u hier een half miljoen euro belastinggeld tegenaan zult gooien. Mocht u de belastingbetaler hierover zelf consulteren, denk ik dat hij niet van mening zou zijn dat dit een goede besteding is van zijn zuurverdiende belastinggeld.

Mevrouw Sminate heeft het woord.

Minister, u hebt een opsomming gegeven van de projecten die geselecteerd zijn. Ik ben ervan overtuigd dat dat stuk voor stuk zeer waardevolle organisaties zijn. Zo is er Ceapire. Ik heb die mannen zelf aan het werk gezien. Ze hebben jarenlang ditzelfde werk op vrijwillige basis gedaan. Hun reactie was: ‘Wij doen dit, wij doen dit graag en wij doen dit goed. Maar het is moeilijk om met een legertje vrijwilligers op te boksen tegen de miljardenindustrie waartegen wij vechten.’

Het is dus zeker een goede zaak dat zij met deze steun wat geprofessionaliseerd worden. Dat er nood is aan dit soort projecten, bewijst onder meer het onderzoek dat deze week in Het Nieuwsblad is verschenen, waarin we onder andere hebben moeten lezen dat meer dan 30 procent van de moslimjongeren vindt dat religieuze wetten boven onze wetten staan en dat 71 procent van die moslimjongeren ook vindt dat we tegen alles wat met andere geaardheid te maken heeft, moeten zijn. En dan gaat het over de mainstream moslimjongeren, en nog niet eens over jongeren die al geradicaliseerd zijn. Ik kan dus alleen maar zeggen: chapeau voor dit initiatief.

De heer Annouri heeft het woord.

Minister, het klopt wat de collega’s en uzelf zeggen. Het is iets waar we al vaak over gesproken hebben. Ik denk dat bijna alle fracties ook vragende partij waren om deze nodige, maar moeilijke stap te zetten – moeilijk, omdat het is iets waar veel bedenkingen bij te plaatsen zijn. Het is iets waarvan het nut, zoals collega Kennes ook aanhaalt, moeilijk zal kunnen worden bewezen. De doelstellingen zijn misschien ook wel moeilijk te formuleren. Maar heel veel mensen zijn wel overtuigd van de kracht die het kan hebben. In die zin is het goed dat er een project wordt uitgerold.

Wat betreft de namen die u genoemd hebt en die geselecteerd zijn, sluit ik me aan bij collega Sminate – toch bij dat deel van haar betoog. Er zijn heel wat professionele en goed werkende organisaties, dus ik heb er ook wel vertrouwen in dat zij bepaalde dingen zullen kunnen uitrollen die een effect zullen hebben op jongeren, als het gaat over het bestrijden van radicale gedachten.

Ik wil wel nog twee bedenkingen meegeven. U haalt het theologische tegendiscours aan, met de koran in de hand. We hebben de afgelopen maanden en jaren gezien dat heel wat jongeren in sneltempo geradicaliseerd zijn, en niet per se vanuit een religieus-ideologisch discours, maar ook vanuit het zich afzetten tegen de maatschappij. Denk maar aan mensen met een crimineel gewelddadig verleden, die in sneltempo geradicaliseerd zijn. Als je tegenverhalen hebt en als je een counter-narrativediscours opzet, moet je natuurlijk ook daarop inzetten, en niet alles inzetten op het louter theologische, wat er ongetwijfeld wel een deel van moet zijn.

Een tweede element, dat ook werd aangehaald door alle experten op wie u zich beroept voor de kwalificaties, is de geloofwaardigheid. Een van de dingen die werden aangehaald, is dat je als overheid maar geloofwaardig projecten kunt ondersteunen, als je als overheid zelf ook geloofwaardig bent in het verhaal uitstralen, dat je een tegendiscours aan het voeren bent, dat je op een inclusieve manier die samenleving wilt ordenen en ondersteunen, dat je iedereen kansen wilt geven, dat je de diversiteit omarmt en samen één bres wilt opwerpen tegen radicalisering. Ik denk dat daar voor deze regering misschien nog wel een beetje een uitdaging zit.

Ik vind het goed dat dit uitgerold wordt. Ik sluit me aan bij de opmerking dat de cruciale factor evaluatie zal blijken te zijn. Ik ben zeer benieuwd naar wat dan uit die resultaten zal blijken.

Mevrouw Kherbache heeft het woord.

Minister, de counter narratives waren inderdaad een van de actiepunten in de Vlaamse resolutie. Het is dus goed dat er een stap is gezet en dat daar uitwerking aan wordt gegeven. Alle experten zijn het erover eens dat zo’n alternatief discours – dat is de term die meer en meer gebruikt wordt, in plaats van tegendiscours – staat of valt met de geloofwaardigheid van de boodschapper en de geloofwaardigheid van de boodschap.

Wat de boodschappers betreft, is het zeer goed dat u met middenveldorganisaties werkt. Die organisaties hebben ook al bewezen dat ze goed ingebed zijn en een goed contact hebben met hun doelgroep. Wat de boodschap zelf betreft, is het van belang dat die ingebed is in een breder kader, in een inclusief beleid. U sprak over de aantrekkingskracht van de IS-ideologie. U legde de nadruk op ideologie, maar zo’n ideologie heeft ook maar succes als die geënt is op een voedingsbodem. Daar zijn alle experten het over eens. En die voedingsbodem is effectief het gevoel dat leeft bij heel veel moslimjongeren dat ze tweederangsburgers zijn, dat ze hier niet thuis horen. Die frustratie wordt ook aangewakkerd door die extremisten. Je moet daar dus een inclusief beleid tegenover plaatsen. Anders heeft zo’n discours geen effect. Integendeel, het zal dan een contraproductief effect hebben.

Die counter narratives zouden moeten zijn ingebed in een inclusief beleid, waarin men ook de islam een plaats geeft in de samenleving. Op federaal niveau heeft de parlementaire terreurcommissie nog eens het belang benadrukt om moskeeën te erkennen. Nu dat gedeblokkeerd is, is er ook op korte termijn een perspectief wat betreft de erkenning van moskeeën? Op dat vlak leeft er immers ook veel frustratie. Veel moskeeën hebben een dossier ingediend en hebben alle inspanningen gedaan om groen licht te krijgen. Ze hebben dat gekregen op federaal niveau, maar op Vlaams niveau nog niet. Daar is veel frustratie over, en die kun je niet keren met een alternatief discours. Die kun je keren met een inclusief beleid.

Minister Homans heeft het woord.

Minister Liesbeth Homans

Mevrouw Kherbache, ik dacht even dat u het er niet over zou hebben, maar u begon dan toch over de erkenning van moskeeën. (Opmerkingen van Yasmine Kherbache)

Het is leuk dat iedereen een beetje voorspelbaar wordt, mevrouw Kherbache, dan kun je beter anticiperen. Ik ben het wel fundamenteel oneens met u als u zegt dat het federale niveau groen licht heeft gegeven. Het federale niveau heeft totaal geen beslissingsbevoegdheid over de erkenning van moskeeën. Dat wil ik nog wel even benadrukken: dat is onze exclusieve Vlaamse bevoegdheid. Ze hebben in hun aanbevelingen gezegd dat het belangrijk is om moskeeën te erkennen, maar dat wil niet zeggen dat zij groen licht hebben gegeven. Dat groen licht wordt al dan niet door ons gegeven.

Ik hoef het hier niet meer te herhalen, collega’s. U weet wat de stand van zaken is inzake de erkenning van moskeeën. Er is op 1 november 2017 een onderzoek opgestart door de Katholieke Universiteit Leuven, en dat zal minstens tot 1 november 2018 lopen.

Mijnheer Janssens, ik ben wel blij dat het merendeel der aanwezigen eigenlijk wel geloof hecht aan deze projecten. U bent misschien de uitzondering, maar u zult het me niet kwalijk nemen dat ik dit zeg. De meesten hebben randbemerkingen gemaakt en me verteld waarop ik moet letten. Ik ben het daarmee eens.

Mevrouw Sminate, u hebt verwezen naar de enquête en naar wat recent in Het Nieuwsblad is verschenen. De projecten kunnen ook met betrekking tot die problematiek een rol spelen. Ik ben daar absoluut van overtuigd.

Mijnheer Annouri, het gaat niet enkel om de theologische of ideologische invalshoek. Ik ben het ermee eens dat jongeren of mensen niet enkel op die basis kunnen radicaliseren. Ik heb, bijvoorbeeld, ook het psychologisch aspect aangehaald. We moeten dat breder benaderen dan enkel vanuit theologisch of ideologisch perspectief. Ondanks de karikatuur die sommige partijen ervan willen maken, hebben niet al die projecten betrekking op de Koran of op theologie. Het betreft zeer brede en zeer diverse projecten. Ik hoop dat ik u heb kunnen geruststellen. We beperken ons niet tot die invalshoeken. Het gaat veel breder.

De heer Kennes heeft het woord.

Voorzitter, mijn vragen zijn beantwoord en ik ben daar tevreden mee.

De heer Janssens heeft het woord.

Minister, hebt blijft me verbazen dat u als minister van de N-VA in het inburgeringsbeleid en de aanpak van radicalisering de denkwijze van de traditionele partijen en zelfs van linkse partijen als Groen en sp.a, die u in dit verband steunen, slaafs volgt. Ik ben het daar niet mee eens. Ik vind niet dat we een half miljoen euro belastinggeld moeten besteden aan wat counter narratives wordt genoemd. Ik ben van mening dat het inzetten van de Koran tegen zogenaamde extremistische propaganda hetzelfde is als een uitslaande brand bestrijden met benzine. De mislukking van al deze projecten lijkt me dan ook in de sterren geschreven te staan. Slechts een iemand zal hier eens te meer de dupe van worden en dat is alweer de belastingbetaler.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.