U bent hier

Collega’s, welkom op deze ochtendvergadering. Vorige week heeft onze commissie mooie vlaamsparlement.tv opgeleverd, heb ik gezien en gehoord. Voor wie vandaag nog wat spektakel wil zien: welkom in deze commissie.

Het is vandaag Gedichtendag, en de minister heeft iets voorbereid.

Minister Muyters heeft het woord.

Ik zal een gedicht voorlezen van Peter Theunynck: ‘Zonder die machines’.

Ook zonder machines gaan we de lucht in:
vandaag misschien of morgen of later.
Maar laten we de keuze van het moment
aan de willekeur
van de controletoren over.

Ook zonder motoren gaan de klokken
vroeg of laat over ons luiden,
zelfs het beste vaatwerk valt aan brokken.

Ook zonder stoomfluit vertrekt het
luchtschip, zonder wuivende vrouwen
op de bemoste perrons
vertrekt het, zonder rook en gevloek
van kaarters, met een kaartjesknipper
die gaten in de lucht knip en berispt
wie zich onhoorbaar op de toiletten
heeft verschanst, vertrekt het.

(Applaus)

Mevrouw Talpe heeft het woord.

Uiteraard en met plezier start ik deze commissievergadering met een toepasselijk gedicht van een nog niet bekend arbeidsmarktkenner/dichter, Raf Van Bedts. Ze zijn zeldzaam maar ze bestaan.

Ooit scheerde hij de hoogste toppen
Werd geweerd, gemanipuleerd om onheil te verstoppen
De nachtmerrie van elke dromer,
Het was winter, maar toen werd het zomer

Bij eb geloofd, bij vloed gemeden
Pas tevreden als de dooi is ingetreden
Na een tijd van overtal
Nu al maandenlang in vrije val

Van wees naar kind met vele vaders,
nu zijn dikste vrienden, ooit zijn verraders
Bij het diepste dal kent hij zijn hoogste piek
weer gezond na chronisch ziek
het lot is wreed voor een werkloosheidsstatistiek

(Applaus)

Minister, in mei vorig jaar lanceerde VDAB een actieplan ‘Actief en Consequent Bemiddelen’, dit naar aanleiding van de cijfers die eerder dat jaar bekend raakten over het beperkt aantal sancties dat werd uitgesproken ten aanzien van Vlaamse werkonwillige werkzoekenden. Uiteindelijk bleek dat de cijfers, die oorspronkelijk afkomstig waren van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA), genuanceerd moesten worden, maar tevens werd duidelijk dat Vlaanderen, en meer bepaald VDAB, zich de nieuwe controle- en sanctioneringsbevoegdheid nog niet voldoende eigen had gemaakt. Ik verwijs ook naar het artikel in De Tijd dat twee dagen na het indienen van mijn vraag om uitleg opnieuw op diezelfde nagel klopte.

Een van de basisinsteken van het actieplan was het realiseren van een algemene mindswitch bij de VDAB-consulenten om waar nodig transmissies te doen van werkzoekenden die solliciteren, werk zoeken of opleidingen volgen, onvoldoende ernstig namen. Het plan werd op zeer korte tijd gefinetuned en geïmplementeerd. Een van de speerpunten was ook een regelmatige monitoring van de toepassing van het beleid. Daartoe werd onder andere voorzien in een verslaggeving op kwartaalbasis aan de raad van bestuur.

Naar verluidt staat het actieplan inhoudelijk vrij goed op punt, maar is de tenuitvoerlegging nog voor verbetering vatbaar. Zo zou er een verschil in gestrengheid en opvolging worden opgemerkt tussen de verschillende regio’s in Vlaanderen. Dat kan erop wijzen dat er nog werk is aan die algemene mindswitch bij die consulenten en hun leidinggevenden.

Het is een nog jonge bevoegdheid en het actieplan is nog maar een beperkte periode in uitvoering, maar het blijft natuurlijk een werkpunt wanneer deze bevindingen die ons werden gemeld, effectief kloppen.

Minister, kunt u de recentste stand van zaken geven met betrekking tot de opvolging van het zoekgedrag van werkzoekenden en de sanctionering ervan?

Klopt het dat er regionale verschillen te zien zijn in de cijfers?

Is het actieplan inmiddels volledig uitgerold?

In welke mate heeft er al een algemene mindswitch bij de VDAB-consulenten plaatsgevonden om met dezelfde mate van gestrengheid het zoek- en sollicitatiegedrag van werkzoekenden te beoordelen?

De heer Ronse heeft het woord.

Ik heb helaas geen gedicht voorbereid. Ik ga er zelf ter plaatse ook geen uitvinden: dat zou een slecht idee zijn. Intussen ben ik mijn vraag aan het zoeken. Ik was zodanig in de wolken door het gedicht van mevrouw Talpe dat ik even dacht dat we met een andere vraag bezig waren.

Dit is een thema dat in deze commissie al aan bod is gekomen. Vorig jaar in maart heb ik hoorzittingen gevraagd waarbij we Fons Leroy en minister Muyters hebben gehoord.

Daaruit bleek eigenlijk dat de RVA zonder enig overleg met VDAB cijfers had gelanceerd die de indruk wekten dat VDAB het op het vlak van de opvolging van kandidaten eigenlijk minder goed deed dan de RVA het deed of zelfs Forem (Service Public Wallon de l’Emploi et de la Formation Professionelle) het doet. Dat is allemaal dikke quatsch gebleken. Dat is allemaal weerlegd in de commissie tijdens de hoorzitting. Groot was mijn verbazing toen ik bijna dezelfde cijfers – gerecupereerd en een beetje geüpdatet – las, dan nog in De Tijd, een kwaliteitskrant, als deze die hier in de commissie vakkundig waren gefileerd. Ik heb toen ook het verslag naar die journalist doorgestuurd. Ik heb daar geen reactie meer op gekregen. Misschien heeft hij heel de hoorzitting en zo meer, en het werk dat we ter zake hebben gedaan, gemist.

Minister, ik heb ook uw reactie gezien. Daaruit bleek dat er 33.000 opvolgingen en sanctioneringen zijn geweest. Ik vond het echter toch nuttig, net als collega Talpe, om dit hier in de commissie te brengen en opheldering te vragen. Ik vermoed dat er opnieuw een filering zal komen van RVA-cijfers.

De heer Bothuyne heeft het woord.

Voorzitter, ik heb ook geen gedicht voorbereid, maar toen ik collega Ronse hoorde, moest ik denken aan een Bijbels spreekwoord dat is terug te vinden in het evangelie van Lucas, en voor een christendemocraat is het natuurlijk gepast om op deze dag daaruit te citeren.

Wacht, ik ben het aan het zoeken. (Gelach)

De Bijbel is een groot boek. (Opmerkingen)

Ik citeer: “Waarom kijkt ge naar de splinter in het oog van uw broeder en slaat ge geen acht op de balk in uw eigen oog?” Dat is het citaat dat ik hier even wou brengen.

Collega’s, het heeft geen zin om een cijferdiscussie met de RVA te gaan voeren. Het lijkt me belangrijk om te bekijken wat wij, wat Vlaanderen, wat VDAB kan doen voor onze arbeidsmarkt. Op dat vlak was 1 januari 2018 niet zomaar de start van een nieuw jaar. Het was al de tweede verjaardag van de volledige overheveling van de regionale controle- en sanctioneringsbevoegdheid. Dankzij de zesde staatshervorming heeft Vlaanderen op dat vlak nu zelf instrumenten in handen. Dat werd nog eens versterkt door de beslissing van de Federale Regering om Vlaanderen de mogelijkheid te geven om ook competenties in rekening te brengen bij zijn activeringsbeleid en controle- en sanctioneringsbeleid. Sinds 1 januari past VDAB die nieuwe mogelijkheid ook actief toe in zijn beleid ten aanzien van werkzoekenden. Tenminste, dat hoop ik toch. Minister, dat was alleszins hetgeen u op 1 januari aankondigde. Dat is positief. Daaruit blijkt ook dat het implementeren van die controle- en sanctioneringsbevoegdheid natuurlijk een ‘work in progress’ is. Dat bleek ook uit de hoorzitting die we hier hadden vorig jaar. Een aantal zaken konden zeker beter, en dit lijkt me een goede aanleiding om eens te zien waar we op dit moment op dat vlak staan.

Bij de eerste cijfers die vorig jaar tot discussie leidden, leek het alsof Vlaanderen redelijk laks zou omspringen met die nieuwe bevoegdheid. In 2016 zouden slechts 679 werkzoekenden een deel van hun uitkering hebben moeten inleveren ten gevolge van een onvoldoende inzake het zoekgedrag. Dat werd dus in die hoorzitting grotendeels weerlegd. Van de 160.000 uitkeringsgerechtigde werklozen werden er in 2016 26.300 doorverwezen naar de sanctioneringsdienst van VDAB omdat ze onvoldoende hun best hadden gedaan in de zoektocht naar werk, zo luidde het toen. Dat is een stijging ten opzichte van het jaar voordien, toen de RVA nog de volle bevoegdheid had in dezen. Er blijkt dus dat VDAB wel degelijk op een actieve manier omgaat met het activeren van werkzoekenden. In totaal gaf VDAB in 2016 8720 werkzoekenden een sanctie waarbij de uitkering geheel of gedeeltelijk werd ingeperkt. Dat was toen een kwart meer dan een jaar eerder onder de RVA.

Ondertussen is 2017 dus afgerond: het tweede jaar waarin de regionale controle- en sanctioneringsbevoegdheid ten volle speelt. De cijfers lijken echter opnieuw aan de lagere kant te zijn. De cijfers liggen correct wat de eerste mogelijkheid betreft om te sanctioneren. VDAB schreef bijna 4900 sancties uit voor het onvoldoende meewerken aan begeleiding naar werk, bijvoorbeeld door niet op te dagen voor een gesprek of een oproep door VDAB. Wat de inspanningen betreft inzake het actief op zoek gaan naar een job, tonen de cijfers aan dat er nog steeds werk aan de winkel is. De actieve beschikbaarheid controleren is voor VDAB nog altijd een grote uitdaging. Dat geven ook de diensten zelf aan. Dat hebben ze hier tijdens de hoorzitting aangegeven. Ik denk dat dat zich ook uit in de cijfers. In de eerste helft van 2017 ging het over slechts 447 sancties. Beide cijfers zijn steeds het omgekeerde van wat er in Wallonië blijkbaar het geval is. Daar ligt het eerste cijfer een stuk lager. Forem lijkt nog steeds een minder actieve aanpak van werkzoekenden te hebben, en dus is het sanctiecijfer ook lager. Het tweede, het controleren op het daadwerkelijk zoeken naar werk, gaat allicht nog volgens het oude systeem, wat dus ook resulteert in een hoger cijfer qua sancties.

Collega’s, het is echter te makkelijk om te zeggen dat die cijfers niet vergelijkbaar zijn en dat we dat in die cijferdiscussie op de spits moeten drijven. Ik denk dat we moeten kijken naar het effect van het VDAB-beleid in dezen. Bij VDAB zegt men dat men op een actievere manier omgaat met de activering van werkzoekenden, dat men een andere aanpak heeft dan voorheen. Dat is goed, maar belangrijk zijn natuurlijk de resultaten op het terrein. Op dat vlak zijn niet de cijfers van de RVA voor mij een aanleiding om hierover de discussie te voeren, maar vooral ook de harde kritiek die er van de werkgevers komt. De werkgevers zeggen dat VDAB nog heel wat tandjes bij te zetten heeft als het over het sanctioneringsbeleid gaat, zeker als het gaat over de controle op de actieve beschikbaarheid.

Minister, u en VDAB hadden nochtans in de hoorzitting aangekondigd een aantal nieuwe initiatieven te nemen. In 2017 zou er rond ‘datamining’ heel wat worden geëxperimenteerd zodat daarrond een nieuwe impuls kon worden verwacht voor het beleid van VDAB. Op dit moment is het mij, en niet alleen mij, onduidelijk wat dit concreet heeft opgeleverd. Straks zult u ongetwijfeld opheldering brengen.

Minister, hoe beoordeelt u de evolutie van de cijfers tussen 2015 en 2017? Ik kreeg graag wat meer toelichting over de verschillen tussen de RVA- en VDAB-benadering.

Wat werd er ondernomen sinds de discussie in maart 2017? De sociale partners hebben in de raad van bestuur van VDAB in het voorjaar een actieplan uitgewerkt om de sanctionering en activering op een hoger niveau te tillen. Wat is het resultaat van het actieplan van de sociale partners?

Wat zult u bijkomend ondernemen, niet alleen na de publicatie van de cijfers maar ook na de kritiek van de werkgeversorganisaties?

Hoever staat men met de uitwerking van het gebruik van big data om het controleren eenvoudiger te maken? Zijn hier cijfermatige resultaten van?

De heer Van Rompuy heeft het woord.

Collega Lantmeeters, ik zie u net niet graag genoeg om aan u een haiku te wijden, maar ik heb toch voor jullie snel een gedicht opgezocht. Het is niet Jesaja of Lucas of wat dan ook, maar ik heb iets gevonden van Herman De Coninck, De gedichten, Amsterdam, 1998. (Opmerkingen. Gelach)

Was ook de politiek maar zo; dit
in de realiteit aankomen als in een
ouwe fermette en zeggen: dit is een
dragende muur, die laten we staan,
die en die muren moeten weg,
daar komen grote ruimtes.

Prachtig, hé. Het is bijna ‘fris, ferm en fier’. (Gelach)

Ik ga niet de hele cijferdiscussie opnieuw voeren. Mijn vraag gaat over dezelfde cijfers die verschenen zijn in de media waarover de drie collega’s al spraken. Er is in het verleden hier al een lange uiteenzetting geweest over wat we moeten denken van die cijfers en of ze helemaal vergelijkbaar zijn.

Ik deel de mening van collega Bothuyne, die zegt dat het opvallend is dat de werkgevers hierover een alarmsignaal hebben gestuurd. Zij zijn toch ook een deel van VDAB.

Minister, wat is er aan de hand? We zijn toch nog altijd maar halverwege de cijfers die er vroeger waren. Ik zal met aandacht luisteren naar wat u te vertellen hebt over de stand van zaken omdat ik geloof dat we dezelfde bezorgdheid hebben, namelijk dat in tijden van arbeidskrapte een sanctioneringsapparaat dat kort op de bal speelt, zeer belangrijk is. Ik ben benieuwd naar wat er aan de grondslag ligt van die cijfers zodat we daarover verder kunnen debatteren.

Minister Muyters heeft het woord.

Collega's, ik moet eerlijk zeggen dat ik soms wat verbaasd ben over de vraag naar de cijfers die in De Tijd van 12 januari zijn verschenen. We weten dat het een methodiek van de RVA is, maar – en ik heb de indruk dat sommigen dat hebben gemist – het waren geen cijfers van 2017. Het waren cijfers van de eerste helft van 2017. Wanneer is het actieplan opgestart? In de eerste helft van 2017. Mochten het al goede cijfers zijn, dan zou het raar zijn dat je het al zag in de eerste helft van 2017, want dan was er misschien geen actieplan nodig geweest. De kritiek van de werkgeversorganisaties is ook van daarvoor, niet daarna, want ze hebben het actieplan mee goedgekeurd. Ik vind het nogal raar dat men doet alsof er sinds begin vorig jaar niets is gebeurd, want dat is dus niet juist. De cijfers die in de krant van 12 januari zijn verschenen, hebben niets te maken met het effect van een actieplan – mochten de RVA-cijfers kunnen worden gebruikt om dat te bekijken, quod non.

Het beheerscomité van de RVA keurt de cijfers goed. Hoewel er al gesprekken zijn geweest tussen de RVA en VDAB, blijft het beheerscomité die cijfers publiceren, hoewel zij weten welke commentaren er vanuit VDAB zijn.

Zoals reeds uitgebreid aan bod is gekomen in deze commissie, maakt de RVA gebruik van een andere methodiek dan VDAB. Wij vinden het dan ook geen correcte weergave van de cijfers. Ik wil er geen cijferdiscussie van maken, collega Bothuyne, maar daardoor zijn de cijfers van 2015 van de RVA niet te vergelijken met wat er in 2017 in werkelijkheid is gebeurd, zeker niet op basis van de cijfers verschenen in De Tijd.

De basis voor cijfers inzake controle en sanctionering moet immers de registratie door VDAB zijn, die sinds de zesde staatshervorming bevoegd is, en niet de RVA. Uit de correcte VDAB-cijfers blijkt dat er in de eerste zes maanden van 2017 in Vlaanderen reeds 14.777 sancties en verwittigingen waren gegeven, in tegenstelling tot de 5283 zoals in De Tijd vermeld was volgens RVA-gegevens. Dus 5000 volgens de RVA, 14.777 volgens diegene die de sancties en de verwittigingen doet. Volgens mij weet ik dan wie de juiste cijfers heeft. Dit geeft dus een volledig ander beeld dan geschetst in De Tijd.

Wat betreft het verschil in methodiek tussen VDAB en RVA, verwijs ik naar de interpellatie van Chris Janssens en de vraag om uitleg van Axel Ronse in maart 2017 en de hoorzitting op 30 maart 2017. Ik zal dit hier niet opnieuw herhalen. Gelieve het verslag te nemen om de duiding te kennen van waar het verschil in cijfers zit.

Begin 2017 had ik aan VDAB al de opdracht gegeven om dat actieplan uit te werken ingevolge tegenvallende cijfers in 2016, het jaar van de opstart. Met name de opvolging van het werkzoekgedrag bleef ondermaats en diende te worden bijgestuurd. We hebben dat actieplan opgesteld en voorgelegd aan de raad van bestuur van VDAB. Het werd goedgekeurd, onder meer door de werkgeversorganisaties. Ik moet eerlijk zijn: als we de laatste cijfers zien, is er geen commentaar meer vanuit de werkgeversorganisaties.

Sinds maart 2017 is het actieplan ‘Actief en consequent bemiddelen’ operationeel. De verschillende acties opgenomen in dat plan hebben tot doel de controle op en de gelijkwaardige beoordeling van het werkzoekgedrag verder in te bedden in de organisatie. De doelstelling van VDAB blijft uiteraard in eerste instantie het activeren en bemiddelen naar werk. Sanctioneren is geen doel op zich, maar een noodzakelijk middel om werkzoekenden met onvoldoende werkzoekgedrag bij te sturen.

Het actieplan is inmiddels helemaal uitgerold en wordt nauw gemonitord. De evoluties worden op regelmatige tijdstippen besproken met de betrokken partijen. Eind 2017 waren in totaal 30.095 sancties en verwittigingen opgelegd: 14.623 sancties opgelegd door de VDAB Controledienst en 15.832 formele verwittigingen. Als we het aantal sancties en verwittigingen van 2017 vergelijken met 2016, is dat een stijging van 55 procent.

Het actieplan ‘Actief en consequent bemiddelen’ zal worden voortgezet en opgevolgd op regelmatige tijdstippen. Het is alleszins belangrijk om de evolutie op langere termijn nauwgezet op te volgen. De eerste tekenen wijzen alvast op een evolutie in de goede richting, al is sanctioneren nog steeds, zoals al gezegd, geen doel op zich. 

De instroom van de transmissiedossiers in de Controledienst vertoont effectief regionale verschillen. Volgens VDAB zelf zijn die vooral te wijten aan een veelheid van factoren, waaronder de samenstelling van het werkzoekendenbestand en het vacature-aanbod, alsook het ruimere aanbod van de dienstverlening op maat van de werkzoekende.

Ik stel voor dat ik de cijfers bezorg aan de secretaris. Ik heb ze voor elk kwartaal van 2017. Dan zult u bijvoorbeeld zien dat het aandeel transmissies in Oost-Vlaanderen voor 2017 26 procent is, voor Antwerpen 25,4 procent, voor West-Vlaanderen 18,6 procent, voor Vlaams-Brabant 18,3 procent en voor Limburg 11,6 procent. Je moet dat bekijken in het licht van het werklozenbestand en het aantal vacatures dat er is. Er zijn heel veel factoren die dat cijfer kunnen beïnvloeden.

Met betrekking tot het opleggen van sancties wil ik stellen dat dat overal in Vlaanderen op dezelfde manier en volgens dezelfde afspraken gebeurt. Natuurlijk is er altijd een beoordelingselement, maar we proberen zoveel mogelijk te objectiveren via een methodiek. Het belang van het gelijkwaardig beoordelen van het werkzoekgedrag van de werkzoekenden wordt door alle VDAB-bemiddelaars onderschreven. In de praktijk wordt de bemiddelaar natuurlijk geconfronteerd met uiteenlopende individuele cases, zodat een eenduidige interpretatie niet altijd evident is. Dat lijkt mij ook logisch. Het zal altijd voor een stuk een aanvoelen blijven. Maar we proberen met de structuren die zijn opgezet –gaande van individuele coaching van de bemiddelaars tot casebesprekingen en leertafels – om toch zoveel mogelijk eenduidigheid te bereiken.

Mijnheer Bothuyne, de big data maakten geen onderdeel uit van het actieplan. Het is naar voren gekomen in het interview met Fons Leroy. Tijdens de vorige zitting of die van twee zittingen geleden hebben we het er ook even over gehad. Het is natuurlijk de bedoeling om met behulp van big data het werkzoekgedrag van de werkzoekenden op te volgen. Binnen het experiment wordt onderzocht in welke mate de combinatie van data over beschikbare klantgegevens en over digitaal gedrag op de VDAB-website toelaat om het actief zoekgedrag van de werkzoekenden in kaart te brengen. U weet ook dat het nooit een sluitende bewijsvorming zal zijn. Het is één element. En we moeten natuurlijk rekening houden met de bestaande privacyregels. We experimenteren, we bekijken wat kan.

We hebben het al gehad over de automatische matching en het feit dat het niet altijd werd opengeklikt. Maar het is niet genoeg om alles open te klikken om te kunnen zeggen:‘Ik vertoon actief zoekgedrag’. En het is ook niet juist om te zeggen: ‘Je hebt niet alles opengeklikt en dus ben je niet actief aan het zoeken.’ Zo werkt het niet. We bekijken wat we met big data kunnen doen en hoe we misschien toch elementen van het zoekgedrag in kaart kunnen brengen.

Het is een experimentele fase die nog niet is afgerond. Vandaag kunnen we dus nog geen concrete acties ondernemen voor de klanten. 

Mevrouw Talpe heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw verhelderend antwoord en voor de onthulling van recentere cijfers, die van VDAB zelf komen – dat is heel belangrijk – en die van een heel andere grootteorde zijn dan wat er in de pers werd gecommuniceerd op 12 januari. Ik veronderstel dat we nog wat verdere details kunnen krijgen over die precieze cijfers en over hoe men tot die aantallen komt?

Voor mij was de basisinsteek niet zozeer de cijfers, omdat ik wel weet dat er daar wat verschillen zijn en dat het gezien de regionalisering een moeilijk leesbare oefening is. Vooral belangrijk was inderdaad dat actieplan. Wat hebben we gedaan na onze vorige bespreking, na de vorige vaststelling op basis van de cijfers van de RVA?

VDAB verdient absoluut lof om dit op relatief korte termijn uit te rollen. VDAB heeft al heel wat gepresteerd. De cijfers hebben dit aangetoond. Ik heb er alle begrip voor dat dat niet een-twee-drie kan worden gerealiseerd, dat we niet zomaar alle neuzen in dezelfde richting kunnen zetten. 

Belangrijk is ook dat de VDAB-consulenten mee zijn in dat verhaal, in die mindswitch. Ik heb daarover al heel goede zaken gehoord. Er worden stappen gezet.

Ik had al opgevangen dat er regionale verschillen zijn. U hebt dat hier ook bevestigd. Het is heel belangrijk dat we dat opvolgen en dat we daarin een zekere benchmarking doen.

Uiteraard zijn er een aantal subjectieve factoren, maar we moeten toch zo maximaal mogelijk met objectieve parameters werken.

De evaluatiemonitoring is nu al een aantal keren gebeurd. Loopt dat volgens afspraak? Wordt daar kort op de bal bijgestuurd in het plan?

De heer Ronse heeft het woord.

Wat ben ik blij dat we dit hier opnieuw aan bod hebben gebracht, want zulke zaken verdienen toch enige vorm van rechtzetting. De cijfers die u geeft, zijn uitstekend, minister. Dat betekent dat VDAB echt op volle toeren en op volle kracht draait om zijn activeringsbeleid en al die bevoegdheden daarrond zo goed mogelijk in te vullen. Voor onze fractie is dat niet het doel op zich, voor alle duidelijkheid. Het doel is de uitstroom naar werk, zoals u zelf hebt aangegeven. Maar als we met zo’n krappe arbeidsmarkt zitten, moeten we naast de rechten ook voor een stuk het plichtenverhaal doen. Ik stel vast dat VDAB dat op een voortreffelijke manier doet.

Ik ben ook heel blij dat er niet enkel intenties zijn, maar ook daden, om dat actieve zoekgedrag verder te controleren. Ik heb zelf ook een schriftelijke vraag ingediend over de cijfers, nog voordat het in De Tijd gepubliceerd was. Als we dat antwoord hebben, zal dat echt een goede uitsplitsing zijn van het hele verhaal.

Ik hoop dat de publieke aandacht voor het antwoord dat u hier net gegeven hebt, even groot is als toen het in De Tijd verscheen.

De heer Bothuyne heeft het woord.

Bedankt voor uw antwoorden, minister. We zijn blij dat u kunt aantonen dat VDAB effectief vooruitgang boekt. Het zou maar vreemd zijn, mocht dat niet het geval zijn. Het eerste jaar is altijd het moeilijkste. In 2016 waren er ongeveer twintigduizend verwittigingen en sancties. U geeft aan dat er nu zo’n dertigduizend waren in 2017. Die cijfers stijgen.

Waar u volgens mij wel de bal misslaat, is als het gaat over de beoordeling van die werkzaamheden door de werkgevers. Ik citeer gewoon uit een artikel: “VDAB gaat te weinig na of werkzoekenden voldoende inspanningen leveren om een baan te vinden. Er is nog geen alternatief uitgewerkt voor de RVA-aanpak om het actieve zoekgedrag te controleren.” En ook: “VDAB laat kansen liggen.” Dat is dus wat de werkgevers op dit moment vinden. (Opmerkingen van minister Philippe Muyters)

Die mensen zitten in uw raad van bestuur. Ze hebben een goed zicht op wat er in uw administratie gebeurt. Ik denk dat we die signalen niet als harde kritiek moeten aannemen en te proberen weerleggen: we moeten ze gebruiken om de activiteiten van VDAB te versterken. Vooral bij het controleren van die actieve beschikbaarheid lijkt er mij nog een uitdaging te zijn. Ik begrijp dat VDAB zegt dat zij het niet meer op dezelfde manier doen als de RVA, waarbij werkzoekenden werden uitgestuurd om sollicitatiebewijzen te gaan verzamelen bij werkgevers. VDAB hanteert die oude aanpak van de RVA niet meer. Dat is positief, maar de vraag is op welke manier we die actieve beschikbaarheid op dit moment wel kunnen controleren.

In die zin zou het wel heel belangrijk zijn – en u bent van plan om de cijfers mee te geven aan de commissie – om wat duiding te krijgen bij die dertigduizend. Wat is het aandeel verwittigingen? Wat is het aandeel effectieve sancties? Wat is het aandeel in het kader van de controle op passieve beschikbaarheid, op aangepaste beschikbaarheid en op actieve beschikbaarheid? De kritiek van de werkgevers gaat vooral over dat laatste aspect. Dat is ook logisch. VDAB kan gemakkelijk controleren of iemand komt opdagen op het VDAB-kantoor, op een opleiding of bij een bemiddelingsgesprek, maar kan misschien iets moeilijker controleren hoe werkzoekenden zelf actief of niet actief op zoek gaan naar een job.

In die zin was die datamining voor VDAB ook een relevant instrument om op dat vlak op zoek te gaan. U geeft aan dat experimenten daaromtrent zijn opgestart. Kunt u misschien zeggen wanneer we daar resultaten van kunnen verwachten? Dat was in de hoorzitting van dit voorjaar immers toch een belangrijk element dat vanuit uw diensten werd aangehaald om tot een beter activeringsbeleid te komen.

Mevrouw Kherbache heeft het woord.

Yasmine Kherbache (sp·a)

Voorzitter, ik sluit me aan bij de mooie traditie om mijn betoog vandaag met een gedicht aan te vatten: ‘Lied van de arbeid’ van Charles Ducal, geschreven als eerbetoon aan de werknemers van Ford Genk en ArcelorMittal.

Nooit droeg de boom zo veel vruchten,
maar de tijden zijn hard, zegt de heer.
Hij neemt twee ladders weg, de plukkers
die blijven plukken nu meer.

Nooit vulden zich rijker zolders en kelders,
maar het deel van de plukkers neemt af.
Al plukken zij langer en sneller,
voor de heer is hun arbeid een last.

Elders klimt men met honger de boom in
en daalt er met honger uit af.
Het wekt in de heer de hoop op gewin:
de boomgaard wordt omgehakt.

In verre grond wordt een nieuwe geplant.
Als afscheid krijgt iedere plukker
een mandje mooi fruit. De tijden zijn hard
als onder een ladder een man staat die huilt.

Zonder boom is een plukker een hand
in het ijle die niet meer beweegt,
waar dagelijks een aalmoes in valt.
Een aalmoes maakt lui, vindt de heer.

Waarop hij zijn priester stuurt met het Woord
dat de werkloze plukker zondig spreekt
en hem aanspoort op zoek te gaan
naar een boom. Er is er vast nog wel een.

Moraal:

Zo de arbeidsmarkt verdween
was er werk voor iedereen.

(Applaus)

Minister, toen de heer Leroy in het parlement een toelichting kan geven bij het nieuwe opvolgingsmodel, zei hij dat we daar nu mee starten en dat we en cours de route zouden bijsturen. Intussen is er ook een studie van het Vlaams Interuniversitair Onderzoeksnetwerk Arbeidsmarktrapportering (VIONA) geweest over de rol en de impact van de arbeidsbemiddelaar in het nieuwe begeleidingsmodel van VDAB. Zijn er al concrete aanpassingen gebeurd, die rekening houden met de aanbevelingen van de VIONA-studie? Tijdens de hoorzitting werden toen enkele aandachtspunten gesignaleerd.

Het eerste was het risico op ongelijke behandeling tussen kwetsbare en niet-kwetsbare werkzoekenden. Als we het profiel van de gesanctioneerden bekijken, blijkt dat 92 procent laag- of middengeschoold is. Toen werd ook gezegd dat het klopt dat kwetsbare groepen intensiever worden begeleid, maar we moeten ervoor opletten dat begeleidingsintensiteit niet leidt tot automatische hogere sanctioneringsintensiteit. Anders gezegd: hooggeschoolden worden pas na negen maanden opgeroepen door VDAB. Creëert dat geen ongelijke behandeling?

De VIONA-studie toont ook de regionale verschillen aan. Mijn collega’s hadden het hier al over. Gaat men daarvoor nu duidelijke richtlijnen geven? Minister, u zegt dat we dat intensief gaan opvolgen. Maar op een bepaald ogenblik zullen we toch een kader moeten creëren om willekeur te vermijden.

Men zei toen ook dat sanctionering geen doel op zich is. Het handhavingsbeleid is een onderdeel van het activeringsbeleid, dat erop gericht is om werkzoekenden effectief aan werk te helpen. Men vroeg toen ook naar de effectiviteit van de sanctionering. Wat is het gevolg daarvan? De heer Leroy zei dat er daarvoor een studie zou moeten worden uitgevoerd. Is die studie opgestart?

Er ging ten slotte ook een hoorzitting komen over de nieuwe dienstverlening of over de opvolging daarvan. Mijn fractie zou die opvolging graag voortzetten, maar dat is misschien iets voor de regeling der werkzaamheden.

Minister Muyters heeft het woord.

Ik heb de voorlopige cijfers geciteerd. Ze moeten nog naar de raad van bestuur van VDAB. Ze zullen daar in februari worden goedgekeurd. Dan kan ik de uitgebreide tabellen aan de commissie overmaken. Misschien veranderen de cijfers zoals ze nu zijn nog een beetje, maar in essentie zullen ze niet wijzigen. De monitoring per kwartaal is er. Dat is op zich geen probleem.

Mijnheer Bothuyne, ik wil nog wat dieper ingaan op die werkgevers. Ze hebben gereageerd op de door VDAB gepubliceerde cijfers. Als je aan werkgevers vraagt of je rapper moet sanctioneren, zullen ze altijd ‘ja’ zeggen. We moeten daar een beoordeling blijven geven. Het niet voor 100 procent uitvoeren van de plichten mag niet automatisch leiden tot sanctionering. Niemand vraagt dat. We moeten dat ook zo houden.

Ik kom nog altijd veel bij werkgevers. Als ik daar een uiteenzetting ga geven, en hun de nieuwe cijfers geef, dan zeggen ze dat het in orde is. Ze hebben het actieplan ook niet voor niets mee goedgekeurd. Het is een beetje bon ton om te blijven zeggen dat we dat streng moeten blijven opvolgen. Daar ben ik het overigens ook mee eens, want er zijn rechten en plichten. De kritiek die er oorspronkelijk over de eerste cijfers was, is er niet meer. Ik vind het een nadeel dat de RVA andere cijfers blijft publiceren die niet vergelijkbaar zijn met de werkelijke cijfers. Dat is een probleem.

De actieve beschikbaarheid gaat altijd in eerste instantie uit van de bemiddelaars. Met betrekking tot de aangepaste manier van werken weet ik dat er een afspraak zal komen met de commissie. Daar zal dat meer in detail worden toegelicht. Ook daar is er, zoals altijd, een evolutie in de manier van werken. De mogelijkheden van vandaag zijn anders dan die van vroeger. Zo kun je altijd vooruit gaan.

Mevrouw Kherbache, u hebt het over 92 procent laag- en middengeschoolden. Voor mij blijft dat een beoordeling. We proberen dat te objectiveren. Ik heb gezegd dat de regionale verschillen in eerste instantie te wijten waren aan de verschillen in de arbeidsmarkt tussen bijvoorbeeld West-Vlaanderen en Limburg. De populatie van de werklozen lijkt in eerste instantie niet te wijten te zijn aan een andere beoordeling maar lijkt verklaarbaar door objectieve verschillen. Het kan natuurlijk dat er verschillen zijn, maar die blijven toch beperkt, of ze lijken beperkt te blijven. Als er meer laag- en middengeschoolden zijn, dan is dat ook omdat zij geen werkzoekendengedrag hebben en doordat zij geschorst worden.

U hebt een punt wanneer u zegt dat de afgestudeerden aan hogescholen pas na negen maanden worden opgeroepen. In de nieuwe aanpak zal men dat allicht ook op andere manieren proberen op te volgen: voor een deel los van het diploma. Wie moet worden opgevolgd, moet opgevolgd worden. We gaan allicht nog meer naar maatwerk dan ooit in het verleden.

Ik heb er geen idee van of er een studie is gemaakt naar de effectiviteit van de sanctionering. Ik heb die studie ook nooit aangekondigd. Voor mij is het een en-enverhaal. We moeten opleiden, bemiddelen en vormen, maar we moeten ook diegenen die niet de nodige inspanningen doen sanctioneren. Dat is voor mij een essentieel verschil.

Ik weet dat er partijprogramma's zijn die zeggen dat we de bemiddeling moeten loskoppelen van de controle. Ik ben het daar niet mee eens. Als er studies zijn die de effectiviteit kunnen verbeteren, geen probleem voor mij.

Ik heb nog geen cijfers gegeven, collega Bothuyne, en u vroeg dat opnieuw. Ik heb gezegd dat er 14.623 sancties waren en 15.832 formele verwittigingen. Het zijn de sancties en de verwittigingen samen die met 55 procent zijn gestegen. Het zijn voorlopige cijfers. Het aantal transmissies is met 14 procent gestegen. De cijfers komen dichter bij elkaar, en dat ligt wellicht aan de efficiëntie van de transmissies en de sancties. Dat geeft mij het gevoel dat de sanctionering op een degelijke manier gebeurt, dat de transmissie op een goede manier gebeurt en dat de dingen meer op elkaar aansluiten, wat ook een goede zaak is.

Dank u wel, minister. Ik ben alleszins zeer tevreden dat VDAB met de uitvoering van het actieplan een versnelling hoger heeft geschakeld. De cijfers zijn hoopgevend. Ze zullen, en dat is toch heel belangrijk, het beeld en de perceptie omkeren dat bij de mensen leeft. Enerzijds hebben we een krapte op de arbeidsmarkt en anderzijds heeft Vlaanderen nu die stok in handen voor degenen die de wortel koppig niet willen pakken. We kunnen met die tandem – ik ben daar weer met mijn tandem – van het activerings- en sanctioneringbeleid het tij doen keren. U hebt het ook al aangehaald, de focus moet op activering liggen, maar uiteraard kunnen we niet zonder bestraffing. Het ene hangt samen met het ander.

Blijf dit goed evalueren. Wij volgen dit nauw op. Ik hoop dat we bij de volgende cijfers kunnen vaststellen dat de krapte op de arbeidsmarkt daalt.

Nog een paar elementen ter bedenking. Ik hoop inderdaad binnenkort antwoord te krijgen op mijn schriftelijke vraag naar een detailuitsplitsing van de cijfers. Dan hebben we het hele plaatje, het wordt alleszins fraai.

Een tweede bedenking gaat een beetje in tegen het mooie citaat van collega Bothuyne uit de wijsgeren van Lukas. Ondanks de goeie cijfers blijft Vlaanderen op een aantal federale limieten botsen – we hebben daar ook met Fons Leroy over van gedachten gewisseld – zoals de types beschikbaarheid en het federale kader.

Het is niet altijd even evident om echt een deftig activeringsbeleid te voeren. Hoe kunnen we iemand motiveren die een uitkering krijgt om actief op zoek te gaan naar werk, terwijl het federale kader zegt dat men enkel iets moet aanvaarden als het in de lijn van zijn diploma of ervaring ligt?

Mijnheer Bothuyne, we zullen daar altijd de vinger op leggen, net omdat we zo hard geloven in het Vlaams beleid. Als we dat zouden kunnen realiseren, zou het Vlaams beleid nog beter zijn dan het al is en nu is het eigenlijk al fenomenaal mooi, zo mooi dat ik er geen gedicht over kan schrijven, want mijn woorden zouden de schoonheid ervan oneer aandoen.

Ik ben blij dat ik de heer Ronse nog blijer kan maken, want ik heb nieuws voor hem.

Mijnheer Ronse, uw kritiek van een jaar of twee jaar geleden dat we geen rekening kunnen houden met de competenties van werkzoekenden bij de beoordeling van de beschikbaarheid op de arbeidsmarkt is achterhaald en de Federale Regering heeft op dat vlak stappen gezet. Vanaf 1 januari 2018 is VDAB daarmee aan de slag. Naar elkaar verwijzen, van het ene niveau naar het andere, helpt vaak niet. Samenwerken, zoals in dit geval is gebeurd, helpt wel. We hebben nu de bevoegdheid rond controle en sanctionering, zoals we jarenlang hebben gevraagd. Ik ben blij dat VDAB daarin stapsgewijs vooruitgang boekt.

Ik ben niet blij met het grote aantal verwittigingen en sancties. Ik zou liever hebben dat er minder zijn, wat zou duiden op een actieve betrokkenheid van onze werkzoekenden bij de zoektocht naar werk. Ik hoop dat VDAB verder op de ingeslagen weg gaat.

De kritiek van de werkgeversorganisaties sloeg niet op de cijfers van de RVA, minister. Die is er gekomen in het kader van heel de discussie rond de krapte op de arbeidsmarkt waar we straks nog op terugkomen. Een effectief sanctioneringsbeleid is het sluitstuk van het hele verhaal. Neem de kritiek dus ter harte, het is ook onze vraag aan u, om op dat vlak nog verdere stappen te zetten samen met VDAB. Ongetwijfeld komen we hier later nog op terug.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.