U bent hier

Mevrouw Brouwers heeft het woord.

Minister, op 31 december 2017 zijn de oude zendvergunningen voor radiozenders vervallen en vanaf 1 januari is het nieuwe veelbesproken radiofrequentieplan met bijhorende vergunningen – hoewel – van kracht. Ze werden erkend, maar de vergunningen werden nog niet aan iedereen uitgedeeld. Er is de voorbije dagen wat commotie ontstaan over de lokale radio’s die hun uitzendingen plots moesten stopzetten omdat ze wel al een nieuwe erkenning hebben gekregen, maar nog geen nieuwe zendvergunning van de Vlaamse Regulator voor de Media (VRM). We hebben vorige week deze problematiek nog besproken tijdens de actuele vragen. Maar een actuele vraag is heel kort. We hebben maar twee minuten en nadien nog een minuutje. Je kunt dan op een aantal dingen niet echt doorgaan.

Maar wat ik me nog steeds afvraag is het volgende. Als iemand me eens kon uitleggen waarom de VRM aan de administratie Media dan toch nog moet vragen om nog eens een extra onderzoek te doen. De radio's die erkend zijn, dienen hun dossier in bij de VRM. Dan maakt de VRM nog eens aan het departement Cultuur, Jeugd en Media (CJM) alles over voor een inpasbaarheids- en coördinatieonderzoek, waarbij ze moeten nagaan of een aangevraagde wijziging ten opzichte van het Vlaams frequentieplan, zoals verhuizing van een frequentie of verhoging van de antennehoogte, inpasbaar is in de Vlaamse, internationale en nationale FM-frequentieplannen en of er een coördinatie nodig is met de verschillende binnen- en buitenlandse administraties. Wat ik niet goed begrijp, is dat wanneer de administratie een frequentieplan maakt, dat niet meteen allemaal al in orde zou zijn. Dat is waarschijnlijk iets heel technisch, maar ik hoop dat iemand mij dat ooit eens kan uitleggen. Dit is een zijsprongetje, excuseer mij daarvoor. Het stond niet in mijn vraag, maar het is een opvolging van een actuele vraag.

Daarnaast zijn er ook lokale radio’s die geen nieuwe erkenning hebben gekregen en die dus op 31 december 2017 hun uitzendingen hebben moeten stopzetten. Voor heel wat radiomakers was dit een bijzonder aangrijpend moment, omdat zij hun geliefde hobby of job niet langer kunnen beoefenen via een FM-radiostation. In de pers verschenen er hierover heel wat artikels, vaak in de lokale en regionale pers. Daarin wordt onder andere gewezen op de nog overgebleven frequentiepakketten, maar ook op zogenaamde hoogvermogenfrequenties, in het Antwerpse onder andere, die u ongebruikt of zou hebben opengelaten.

Ook sommige nieuwe netwerkradio’s gingen op 1 januari van start met hun FM-uitzendingen. De eerste uitzendingen lijken op het eerste gezicht niet meteen te beantwoorden aan de hoge verwachtingen die we ten aanzien van deze zenders hadden en die ze in hun aanvraagdossier hebben voorgespiegeld. Maar het is misschien nog wat vroeg om daar nu al over te oordelen.

Minister, klopt de bewering dat er in Antwerpen twee  hoogvermogenfrequenties open werden gelaten? Zo ja, wat is hiervoor de motivering ?

Wat is de timing voor het toekennen van de nog overgebleven frequentiepakketten voor lokale radio’s – waar er geen kandidaten voor waren of waar er vergissingen zijn gebeurd, enzovoort – en welke procedure zal hiervoor worden gevolgd? U weet dat CD&V prioriteit zou willen geven aan lokale radio’s om die frequenties in te nemen, zeker voor diegenen die per ongeluk op een verkeerd pakket hadden ingezet omdat de nummertjes waren geswitcht of whatever. Er zijn daar een paar vergissingen gebeurd. Wanneer zal dat gebeuren? Hebt u al zicht op die timing?

Wanneer start de Vlaamse Regulator voor de Media (VRM) met de monitoring van de uitzendingen van de nieuwe netwerkradio’s? De programma’s van diegenen die al bezig zijn, lijken niet altijd in overeenstemming met de hoge verwachtingen die werden voorgehouden in de ingediende dossiers. Gisteren heb ik op de nieuwjaarsreceptie van de VRM voorzitter Storme horen zeggen dat de VRM zeer sterk zal inzetten op die handhaving, om alle dossiers netjes in orde te krijgen. Dat is nu natuurlijk een prioriteit. Ik had de indruk dat men bij de VRM besefte dat het stilletjes aan opstarten van de handhaving in dat eerste jaar belangrijk zou zijn. We kijken ernaar uit dat dit op een goede manier gebeurt.

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

U vraagt of er nog frequenties verborgen zijn, of door mij om redenen die ik niet zou kunnen uitleggen niet in de radiomarkt worden gezet. De aanleiding was inderdaad de twee hoogvermogenfrequenties in Antwerpen. Ik geef u wat achtergrond.

Zoals u weet, vereist de Raad van State dat er bij de opmaak van frequentieplannen een samenwerkingsakkoord zou zijn tussen de gemeenschappen, onder meer om het aspect van de storende frequenties uit te klaren. Na de definitieve goedkeuring van het Frequentieplan van 21 april 2017 werd verder onderhandeld en overlegd met de Franse Gemeenschap om zo snel mogelijk te komen tot een overeenkomst over de frequentieproblematiek. Dit resulteerde in het akkoord van 8 december 2017 tussen de regeringen van de Vlaamse Gemeenschap en de Franse Gemeenschap met betrekking tot de coördinatie van de aardse analoge radio-omroepfrequenties in de frequentiemodulatie FM 87.5 tot 108 megahertz.

In de bijlage van dat akkoord worden alle frequenties opgesomd die ooit voorwerp van gesprek geweest zijn tussen de gemeenschappen, dus ook oude frequenties die nooit werden opgesomd in de frequentiebesluiten van de Vlaamse Gemeenschap. Daar zitten dus frequenties in die niet in het basisfrequentiebesluit van 1 september 2006 zijn opgenomen en dus ook niet in het recente frequentieplan van 21 april 2017, dat een doorslag was van het besluit van 2006. De reden waarom dit een doorslag was en moest zijn van het besluit – terwijl we toch niets hadden veranderd aan het aantal frequenties ten opzichte van 2006 – was dat een zero-base benadering niet haalbaar was, alsook omdat er geschillen hangende waren voor de Raad van State. Ik heb u uitgelegd waarom we dat pad niet hebben gekozen. Een zero-base-benadering heeft ook economisch grote gevolgen voor het radiolandschap, waarbij de risico’s te groot zijn of waren om een op zichzelf globaal gezond radiolandschap in stand te houden. En ‘globaal’ betekent álle radio’s, voor 4,5 miljoen luisteraars. Ik kan mij jammer genoeg niet telkens om het lot bekommeren van een individuele radio. Een zero-base-benadering zou ook vele jaren coördinatie met het buitenland vragen. Wij hebben ons dus om die redenen gebaseerd op wat er al was.

Er zijn in het besluit van 1 september 2006 365 frequenties voor particuliere radio’s, waarvan 9 frequenties niet werden opgenomen in het besluit van 21 april 2017. Er zijn 32 frequenties voor de VRT. Dat geeft een totaal van 397 Vlaamse frequenties. In het akkoord met de Franse Gemeenschap hebben we een technisch akkoord voor 410 frequenties en 13 waarvoor we geen technisch akkoord hebben. Samen zijn dat 423 Vlaamse frequenties. Dus het aantal Vlaamse ‘restfrequenties’ is 26. Die zijn niet in het frequentieplan opgenomen.

Ik wil nog wel over een of ander een onderzoek in het bijzonder doen, maar ik denk dat geen enkele van deze frequenties kan worden vrijgegeven. Waarom? Er zijn frequenties die door hun laag vermogen niet bruikbaar zijn. Er zijn frequenties die systematisch geweigerd werden door Belgocontrol. Er zijn frequenties met een speciaal statuut, die bijvoorbeeld bestemd zijn voor het gebruik van buitenlandse strijdkrachten in Vlaanderen, in casu de Verenigde Staten. Er zijn frequenties die strategisch werden ingepland ter bescherming van andere frequenties tegen overdreven stralingsvermogens uit de Franse Gemeenschap. Vergeet ook niet dat ook de Duitstalige Gemeenschap hier mee aan tafel zit omdat ook zij voor de uitzendingen in Antwerpen en Brussel een aantal frequenties hebben die zij mogen en kunnen gebruiken. Ik heb om dat frequentieplan te hebben, zoals u weet, niet alleen het akkoord van de Franse Gemeenschap en – op het einde – van de federale overheid nodig, maar ook van de Duitstalige Gemeenschap. Alles is dus aan alles verbonden: technisch en politiek.

Ik moet u de exacte lijst van de 26 frequenties nog even schuldig blijven. Het departement is volop bezig met de inpasbaarheid van de zendvergunningen. Dat heeft nu absolute prioriteit. Het quotum dat het departement en de VRM mij hebben beloofd wekelijks te halen werd vorige week alvast gehaald. We zitten dus – gelukkig maar – op schema. Die discussie wil ik zeker nog eens technisch uitbenen, tot de laatste deelfrequentie. Er zijn redenen waarom er in 2006 en 2017 geen extra ruimte is gekomen. Het is bovendien zo dat als men alle exacte, technische dingen te weten wil komen, nog moet gaan snuisteren in federale documenten uit de vorige eeuw. Dat vergt toch wel enig opzoekingswerk. We kunnen daar nog technisch op terugkomen, maar het zal toch nog wel enkele weken duren om te weten hoe het individueel, geval per geval, met de 26 restfrequenties is gesteld.

Ik kan wel al bevestigen dat, zoals u aangeeft, in deze lijst ook twee frequenties zitten in Antwerpen, namelijk Antwerpen 102.6 en Antwerpen 103.9, die niet zijn opgenomen in het frequentieplan voor particuliere radio-omroeporganisaties. Om dezelfde redenen, generiek opgesomd zoals ik u die heb gegeven.

Wat betreft de overgebleven frequentiepakketten uit de eerste ronde gaat het om dertien frequentiepakketten waarvoor in de eerste ronde geen kandidaat was, zes frequentiepakketten die niet konden worden toegekend en één pakket waar er slechts één kandidaat was, maar deze kandidaat kwam niet in aanmerking omdat hij reeds titularis was van twee erkenningen voor andere pakketten. Die zes hebben we ook niet toegekend omdat we meer dan sterke vermoedens hadden dat iemand ons aan het beduvelen was.

Dat geraakt blijkbaar moeilijk uit de radiosector. Het is niet dat ik de radiosector geen warm hart toedraag, al zullen weinigen dat nog geloven. Maar er zijn daar mensen die nog steeds niet hebben begrepen dat we niet naar nieuwe ketenradio’s willen.

De oproep die we daarover doen, moet wat mij betreft in de komende weken of maanden gebeuren. Ik geef u wel een indicatieve timing voor de toewijzing van de nieuwe frequenties. Ik wil realistisch zijn: dat zal wellicht tussen Pasen en de zomer gebeuren. Zelfs als wij nu snel de oproep doen, heb je nog de normale doorlooptijd. Ik wil niemand illusies geven: voor Pasen zullen er geen nieuwe radio’s in de lucht zijn. Maar ik vind wel dat we dit zo snel mogelijk moeten doen.

Wat de verdere monitoring van de VRM betreft, zijn, zoals u zelf hebt gezegd, twee van de vier erkende netwerkradio-omroeporganisaties bij de inwerkingtreding van het nieuwe frequentieplan op 1 januari 2018 onmiddellijk gestart met uitzendingen op een beperkt aantal frequenties van het toegewezen frequentiepakket. Het gaat dan over de NV BG Consulting en de BVBA VBRO. Enkele dagen geleden heeft ook een derde netwerkradio-omroeporganisatie, de NV C FM, de uitzendingen aangevat op een beperkt aantal frequenties. Ik zal de subjectieve en persoonlijke interpretaties van wat u daar hebt gehoord, niet bevestigen of ontkennen. We zullen dat nog enige tijd moeten gunnen.

De netwerkradio-omroeporganisatie die voor het eerste netwerkpakket werd erkend, de NV SBS Media Belgium, zal de uitzendingen naar eigen zeggen pas later in 2018 aanvatten. Ik vermoed dat dit te maken heeft met een geschil dat nog hangende is tussen de omroep en de Vlaamse overheid. Zoals u weet, is er de verplichting tot een neutrale studie – de VRM vindt die blijkbaar niet neutraal genoeg – om te zien of er geen volwaardig FM-frequentiepakket voor hen is weggelegd. Dat is voor mij totaal niet aan de orde, maar de rechter zal daar dus over oordelen.

Alle particuliere radio-omroeporganisaties, ook de netwerkradio’s, moeten conform de toepassing van artikel 134 van het Mediadecreet de uitzendingen aanvatten voor 1 januari 2019. Als de particuliere radio een jaar na de datum van ingang van de erkenning nog niet uitzendt, kan de erkenning door de Vlaamse Regulator voor de Media worden ingetrokken.

Momenteel volgt de VRM de inwerkingstelling van de zenders en de ingebruikneming van de frequenties door alle nieuw erkende lokale en netwerkradio-omroeporganisaties op het terrein op. De VRM combineert ter zake een aantal taken en bevoegdheden zoals de aflevering van de zendvergunningen, het toezicht op de naleving van de zendvoorwaarden en de naleving van de decretale verplichtingen en erkenningsvoorwaarden. De VRM hanteert momenteel een gefaseerde tijdsplanning, rekening houdend met de prioriteiten die gepaard gaan met de inwerkingtreding van het nieuwe frequentieplan.

In eerste instantie maakt de VRM werk van de afhandeling van het technisch programma voor de periode januari-februari 2018, zoals de verdere afhandeling van de aanvragen voor zendvergunningen, technische verificaties, plaatsbezoeken en terreincontroles, communicatie met radio’s die zich technisch moeten conformeren.

Na die eerste periode met de nadruk op technische monitoring kan meer aandacht worden besteed aan de inhoudelijke monitoring, met verificatie van de naleving van de decretale verplichtingen zoals het verbod op nieuwe ketenvorming, en de erkenningsvoorwaarden en de concrete invulling van het programma-aanbod. Dat sluit niet uit dat ook in de eerste fase al contact wordt opgenomen met de erkende lokale en netwerkradio-omroeporganisaties bij klachten of bij eventuele vaststelling van non-conformiteiten of overtredingen om ambtshalve procedures te vermijden. Normalerwijze zal elke erkende particuliere radio met uitzendingen midden 2018 een plaatsbezoek hebben gehad van de VRM.

Mevrouw Brouwers, u vroeg me om nog eens uit te leggen waarom er nog een bijkomende dossieropmaak en controle door de administratie moet gebeuren. Ik zal u dat schriftelijk bezorgen, aangezien het gaat om een vrij technische materie. Ik zal u dan proberen uit te leggen wat de administratie na de erkenning nog moet doen voor de VRM finaal de zendvergunning kan uitreiken. Waar het onder meer over gaat, is telkens weer de berekening en herberekening van de zendsterkte en de zenddiameter. Soms is dat 360 graden, maar vaak gericht. Onze diensten – en dat siert hen – dubbelchecken en tripelchecken soms die berekeningen. Dat neemt natuurlijk de nodige tijd in beslag, maar het gaat dan ook om een drastische hervorming. We stellen alle bestaande frequenties niet gewoon opnieuw open. Die frequenties op zich veranderen niet, maar door de clusterpakketten zijn er heel wat interferenties en zijn die berekeningen nodig om het dossier goed en technisch proper aan de VRM te kunnen overdragen.

Mevrouw Brouwers heeft het woord.

Minister, ik dank u voor het duidelijke antwoord. Het is altijd beter om in de commissie nog eens wat dieper op de zaken in te gaan. Ook over die restfrequenties was er voor mij nog wat onduidelijkheid. U hebt dat nu zeer duidelijk uitgelegd. Ik hoop dat dit nu ook duidelijk is voor de mensen die meeluisteren. We worden immers nog altijd bestookt met mails en sms’en. U hebt een aantal zaken opgenoemd waar we weinig tegen in kunnen brengen. Als de Amerikaanse defensie er zelfs tussen zit… Dat is nu uitgeklaard en straks, wanneer de tekst beschikbaar is, kan iedereen nog eens rustig nalezen hoe alles nu precies in elkaar zit. Ik vind het in elk geval zeer verhelderend.

Wat de lokale radio’s betreft die nog niet zijn ingevuld, hebt u een stukje timing gegeven. Ik had het misschien liever wat vroeger gehad, maar aan de andere kant is het misschien niet slecht om niet te snel te gaan. U moet natuurlijk zo snel mogelijk gaan inzake de restfrequenties voor die lokale radio’s. Als er dan nog frequenties overblijven, kan ik me voorstellen dat u die eventueel wilt toekennen aan netwerkradio’s. Ik zie u twijfelen en ik zou daar inderdaad heel voorzichtig mee zijn. (Opmerkingen van minister Sven Gatz)

U wilt sowieso voorrang geven aan de lokale radio’s. Maar het is moeilijk een stapje verder te gaan zolang die procedures lopen – en er lopen er een aantal bij de Raad van State. Ik weet pertinent zeker dat een bepaalde radio niet heeft gekandideerd op het vierde pakket van de netwerkfrequenties omdat men dat te zwak vond en vreesde daar niet mee te kunnen doen wat men wilde doen. Als men dat pakket morgen een aantal zaken extra geeft, dan is het hek van de dam. Dat is een bedenking die ik zeker wilde maken.

Wat de gefaseerde aanpak van de VRM betreft, is er ook duidelijkheid. De nieuwe netwerkradio’s moeten ook een nieuwsuitzending doen met een redactie. Ik hoorde gisteren tijdens die receptie dat een van de nieuwe netwerkradio’s het bestaat om letterlijk uit Het Laatste Nieuws voor te lezen, ik weet niet of dat met bronvermelding is. Dat soort zaken moeten we tijdig kunnen verifiëren. Het is goed dat ze faseren, maar voor dringende gevallen moeten ze opmerkingen kunnen maken aan de nieuwkomers in het vak. Er zijn er immers die netwerkradio hebben gekregen voor wie dat een vrij nieuwe zaak is, zeker om op die schaal uit te zenden. Het gaat hier niet meer over kleine lokale radio’s.

Minister, ik dank u voor uw duidelijk antwoord, we zullen dit verder opvolgen. We hebben nog een jaar dat er wellicht veel in beweging zal zijn. Degenen die een erkenning hebben gekregen, hebben immers nog een jaar om alles in gang te zetten. Hopelijk heeft de Raad van State tegen dan een aantal uitspraken gedaan. Het zou goed zijn dat dat allemaal niet te lang duurt, maar daar hebben wij natuurlijk niets in te zeggen.

De heer Vandaele heeft het woord.

Ik was even verbaasd omdat ik op 5 januari een vraag had ingediend over die radio’s, maar die is dan onontvankelijk verklaard omdat het thema vorige week tijdens de plenaire vergadering aan bod is geweest.

Dat heeft te maken met de procedure van de actuele vragen. Ik heb opnieuw moeten beoordelen of er voldoende nieuwe elementen waren in de vraag na die actuele vragen. Mijn verontschuldigingen, u weet dat ik niet de gewoonte heb om het debat af te blokken.

Ik heb ook geen lange tenen, voorzitter, ik duid het u ook niet ten kwade. Ik dacht alleen dat we het debat nu toch nog eens zouden overdoen, wel wat ruimer dan wat vorige week aan bod is gekomen, maar ik denk dat ook mijn vraag iets ruimer was. Ik was er trouwens niet bij vorige week, ik had geen actuele vraag en kon niet aansluiten omdat we maar een mogelijkheid tot aansluiten hebben per fractie.

Ik wil gewoon twee elementen toevoegen aan het inderdaad zeer uitvoerige verhaal dat we hier hoorden, minister. Als we de vraag van mevrouw Brouwers en uw antwoord samennemen, dan is er heel veel gezegd.

Ik maak twee kanttekeningen. Ten eerste, in het verleden gingen we ervan uit dat de flessenhals bij de VRM zat inzake het toekennen van de erkenningen of vergunningen. We dachten dat het daar wat bleef haperen. We hebben uit uw vorige antwoord een beetje kunnen opmaken dat het ook bij de administratie lag; de VRM moet daar af en toe terecht. Ik hoop dat niet iedereen nu naar elkaar zit te kijken, maar dat ze allemaal eendrachtig en zo snel mogelijk die dossiers afwerken.

Ten tweede, we hebben er allemaal belang bij dat als er nog restfrequenties zijn, u er sneller mee aan de slag gaat. U geeft uzelf nog een paar maanden als ik u goed begrepen heb, minister. Veel tijd zou ik daar niet meer mee verliezen. U geeft aan dat een aantal restfrequenties gewoon niet bruikbaar zijn om een aantal redenen. U hebt zelfs schrik dat u daar president Trump mee voor het hoofd stoot, dus daar ook alle begrip. Daar zou ik dan toch zeer goed over communiceren, ik zou meer doen dan verwachten dat de mensen hier naar luisteren. Het is zo'n technisch en moeilijk dossier, het moet eens allemaal bij elkaar worden gezet in een heldere notitie die dan ruim verspreid wordt.

Je merkt het ook aan de reacties die we krijgen. Zelfs voor de mensen die er tot over hun oren inzitten, die zelf radio's hebben, die bij de procedures betrokken waren, is het nog altijd niet duidelijk wat wel en wat niet kan. Wat dat betreft, graag snel actie van alle betrokkenen. Op een bepaald moment moet er een duidelijke communicatie komen over het totaalplaatje.

Mevrouw Segers heeft het woord.

Mevrouw Brouwers, dank u voor uw heel terechte vragen. Minister, dank u voor de uitvoerige antwoorden.

Ik heb een bijkomende vraag. Het is een vraag die we ook tijdens de plenaire vergadering hebben gesteld. Wat is precies de stand van zaken van de vergunningen die nog niet waren uitgereikt voor 31 december? Zijn ze ondertussen allemaal uitgereikt? Tegen wanneer gaat de VRM dat afronden?

Vooral de derde vraag van mevrouw Brouwers is absoluut heel belangrijk in verband met de monitoring. Minister, u wilt niet terug naar de ketenradio’s. Niemand van ons wil dat, maar ik hoor dat de sector zich aan het organiseren is. Ze vinden dat wij ons illusies maken, want lokale radio in Vlaanderen, dat zou gewoon niet kunnen. De monitoring waar ik zelf al een aantal keren op heb aangedrongen, zal heel grondig moeten gebeuren. Ik weet niet of de VRM vandaag voldoende capaciteit heeft om die monitoring te doen zowel op het niveau van programma als van de bezitsstructuur – ik vermoed dat u dat bedoelt als u over decretale bepalingen spreekt. Als de raad van bestuur bijvoorbeeld snel wordt gewijzigd, moet die monitoring grondig gebeuren. Zeker inzake programmatie, als het weer lege dozen blijken te zijn, of als een zender beweert dat ze een vrouwenradio worden, maar dat blijkt dan helemaal niet zo te zijn, moet het zo zijn. We moeten de VRM voldoende capaciteit geven om daar heel strikt te monitoren.

Ik heb geen echt nieuwe elementen, maar ik wil twee punten benadrukken. Ik ben het helemaal eens met de heer Vandaele dat er een goede notitie op de website moet komen en dat die overal moet worden verspreid. Dat zou ons een pak mails schelen, bij wijze van spreken. Dat geldt niet alleen voor u, minister, maar ook voor ons als parlementsleden. Er moet duidelijkheid bestaan. De argumenten die u aanhaalt, zijn duidelijk. Ik kan die aanpak alleen onderschrijven, eerlijk gezegd. Het enige jammere is de lange duur van die vergunningstoekenning.

Als de techniciteit helemaal door de VRM gecheckt is, ben ik echt heel erg bekommerd om die inhoudelijke monitoring. Mevrouw Brouwers, u kent het, we hebben allemaal al in de auto zitten spelen met de radio, van zender veranderen en zenders zoeken. Je kan het niet geloven wat je allemaal hoort.

We hebben nu een nieuw landschap. Als we dat geloofwaardig willen houden, moet de VRM in de tweede trimester van het jaar echt inhoudelijk verifiëren. Ik zeg niet dat een programmaschema niet licht kan wijzigen, dat is de logica der dingen. Maar ik wil geen valsheid, niet doen alsof, zoals in dezen vaak gebeurt.

Heel veel van de mails die ik ontvang, gaan daarover: een ander die de erkenning heeft gekregen, doet zus en zo, dat is niet volgens de regels, minstens inhoudelijk niet, van het decreet en de uitvoeringsbesluiten. Die bekommernis delen we met ons allen, denk ik, als we een gezond lokaleradiolandschap willen, dan moeten we dat inhoudelijk zuiver krijgen. Het moeten echt lokale radio's zijn. Ze moeten lokaal gedreven zijn. Een netwerkradio is bij wijze van spreken al een compromis om een zekere realiteit te kanaliseren, maar het moet niet verder uitdijen. Daar moeten we aan vasthouden. Dat is eigenlijk mijn bekommernis: er is nog werk en ik steun u, minister, om de uitvoering van de werkzaamheden kracht bij te zetten.

Minister Sven Gatz

Ik wil het nog eens zeggen: ik steun de politieke of beleidsklemtonen die mevrouw Brouwers in haar repliek aanbracht. Ik steun ook de vraag van de heer Vandaele om bijkomend en nog helderder te communiceren. We nemen contact op met het departement om dat te kunnen doen.

Mevrouw Segers, op dit moment worden de zendvergunningen a rato van twaalf tot vijftien per week in orde gebracht door de administratie en de VRM.

Vorige week waren er dat toch vijftien. Dat is de beste ratio die we op dit ogenblik kunnen halen. Bij het slechte nieuws van de vertraging is er dus het goede nieuws dat de inhaalbeweging wel degelijk op schema zit en blijft.

De VRM zal op het moment dat alles technisch in orde is met een gericht plan de nodige stappen moeten zetten. Alles zal inderdaad niet tegelijk kunnen. De mankracht van de VRM is niet onbeperkt. In overleg met het departement en het kabinet, zelfs al is de controletaak van de VRM volledig onafhankelijk, kunnen er misschien prioriteiten in de controle bekeken worden.

Ik krijg ook regelmatig nog klachten. Vroeger meldden we die vanuit het kabinet aan de VRM. Nu zeggen we dat als ze een probleem hebben, ze klacht moeten neerleggen. Ik wil geen tussenpersoon meer zijn voor ofwel terechte klachten – maar dan moet men ze ook indienen – ofwel voor roddels in een milieu waar men niet altijd op dezelfde frequentie zit. Ik wil daarmee een duidelijke lijn aangeven. In het begin zeiden we dat we het allemaal wel eens zouden bekijken, maar nu zeggen we dat ze klacht moeten indienen. Als die klacht gegrond is, dan zal de VRM ingrijpen zoals de voorbije weken ook is gebleken.

We zullen proberen om enerzijds aan alle lokale en netwerkradio’s van goede wil te geven wat aan hen toekomt, namelijk de juiste frequentiesterkte en de nodige ruimte. We zullen anderzijds ook diegenen die de regels niet respecteren en hun eigen beloftes niet nakomen vanaf het tweede trimester langzaamaan in de tang nemen. Het is geen persoonlijke missie van mij om bepaalde radio’s het daglicht of de ether niet te gunnen, maar we moeten nu meer dan voorheen controleren of ze doen wat ze ons beloofd hebben. Dat zal hopelijk de gelijkheid of het gevoel van gelijke behandeling onder de radio’s versterken.

Minister, ik dank u voor uw antwoord en ik dank de collega’s voor hun bijdrages. Er zijn vandaag belangrijke conclusies gemaakt, onder meer dat er nood is aan nog betere communicatie. Er staat al een en ander op de website van het departement, maar misschien kan dit nog meer worden aangevuld. Dat lijkt me zeker wenselijk.

Misschien kan de procedure om klacht in te dienen er ook duidelijk op worden gezet, als dat al niet het geval zou zijn. Het is dan ook heel gemakkelijk voor ons als we bepaalde vragen krijgen om een link te leggen naar die website waardoor de mensen geholpen zijn. Het moet gemakkelijk worden gemaakt.

In de komende maanden en jaren zal de geloofwaardigheid van de hele hervorming van het radiolandschap afhangen van een goede handhaving, en daarvoor rekenen we op de VRM die indien nodig daar extra ondersteuning voor moet krijgen.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.