U bent hier

De voorzitter

De heer Cordy heeft het woord.

Paul Cordy (N-VA)

Minister, deze vraag sluit een beetje aan op wat er vorige week in de plenaire vergadering behandeld is, maar toen was het een vraag aan minister Muyters. Het gaat over de ongerustheid of bezorgdheid van werkgeversorganisaties over het feit dat vacatures moeilijk worden ingevuld en dat er een zekere krapte op de arbeidsmarkt begint te bestaan. Hoewel de werkloosheidsgraad niet zo slecht is in ons land, merk je dat het aantal inactieven nog vrij groot is. Enerzijds zie je dat we een relatief laag percentage actieven hebben, en anderzijds merk je dat er een aantal vacatures niet meer worden ingevuld. Dan zitten we daar duidelijk met een mismatch tussen beiden.

Vanuit de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding (VDAB), maar ook vanuit andere kringen, wordt er dan ook al wel eens richting het onderwijs gekeken. Voor bepaalde profielen – technische beroepen, maar ook binnen de zorg en zo – heeft men het moeilijk om vacatures ingevuld te krijgen, en dan moet je inderdaad gaan kijken in hoeverre er misschien een kloof moet worden gedicht tussen het onderwijs enerzijds en de arbeidsmarkt anderzijds.

Welke initiatieven zult u nemen om meer leerlingen toe te leiden tot technische beroepen en de zorg? Hoe zullen de ontwikkelcommissies er precies op toezien dat in de toekomst de competenties en vaardigheden die een leerling opdoet op de schoolbanken, aansluiten bij de arbeidsmarkt? Kunt u verduidelijken in hoeverre het overleg werd opgestart over de manier waarop de band tussen beroepskwalificaties en onderwijscurricula kan worden geconcretiseerd?

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Mijnheer Cordy, dit is een zeer interessante vraag, waarin een enorme uitdaging vervat zit. Er doen zich zeker grote uitdagingen voor op de arbeidsmarkt. De werkloosheidsgraad daalde deze legislatuur van 7,8 procent naar 6,7 procent. In drie jaar tijd daalde het aantal werkzoekenden met zowat 27.000 eenheden. Er zijn nog altijd 200.000 Vlamingen werkzoekend, maar de daling is spectaculair. Aan de andere kant groeit het aantal vacatures snel aan. In 2017 waren er bijna 260.000 vacatures, wat 14 procent meer is dan het jaar ervoor. Dat vertaalt zich in een toenemende krapte op de arbeidsmarkt. Eigenlijk moeten we er blij mee zijn dat veel mensen werk hebben. Voor heel wat ondernemingen vergt dit extra inspanningen om de vacatures ingevuld te krijgen. Er worden zowel federaal als Vlaams een aantal initiatieven genomen. Dat naar onderwijs gekeken wordt om mee te verhelpen aan de krapte op de arbeidsmarkt, verbaast niet.

Toch wil ik twee voorafgaande opmerkingen maken, als het gaat over de link tussen onderwijs en de arbeidsmarkt. Uit OESO-cijfers blijkt de mismatch op de arbeidsmarkt in België en Vlaanderen eerder beperkt te zijn. We staan op de derde plaats van best scorende landen op het vlak van aansluiting tussen het onderwijsniveau van de werkenden en het gevraagde niveau bij vacatures. We zeggen dat te weinig. Vaak wordt gezegd dat het niet in orde is, maar we doen het echt wel goed met ons onderwijs als het gaat over de match.

Vlaanderen zit ook op het gemiddelde inzake de studiekeuzemismatch, die aangeeft in welke mate werkenden niet werken in de sector waarvoor ze afgestudeerd zijn. Een speciale vermelding voor geschiedenis. (Gelach)

Een volledige aansluiting tussen onderwijs en de arbeidsmarkt is per definitie nooit realiseerbaar. Ik vind dat eigenlijk maar goed ook, want vele opleidingen zijn breed, en als we de toekomst willen aankunnen, zullen we veel innovatie nodig hebben. De arbeidsmarkt wijzigt en fluctueert sneller dan het traject dat in onderwijs doorlopen wordt, waar we over cycli van zes jaar of langer spreken.

Laatste voorafgaande opmerking: de studiekeuze is een keuze en moet dat uiteraard ook blijven. Net zoals we niet willen dat de economie een planeconomie is, zou het geen goede zaak zijn bij studiekeuze te werken met sterk sturende instrumenten, zoals verplichte quota. Ik heb in het parlement al vaak gezegd dat ik blij ben dat jongeren in Vlaanderen voor een beperkt budget, mevrouw Soens, kunnen kiezen waar ze studeren en waarvoor. Ik vind dat schitterend en ik wil dat zo houden – maar dat is niet de insteek van deze vraag.

Er is dus geen een-op-eenrelatie tussen onderwijs en de arbeidsmarkt, wat niet wil zeggen dat we er niet alles aan moeten doen om jongeren die de school verlaten, zo goed mogelijk voor te bereiden op een professionele loopbaan en op de arbeidsmarkt.

Wat kunnen we doen? Er zijn positieve en inhoudelijke campagnes met betrekking tot STEM en de zorgsector. We wijzen daar op de grote opportuniteiten die er zijn. Ik voer die campagnes samen met minister Muyters. Er is het STEM-charter. Ik steun ook het beleid van de zorgambassadeur Lon Holtzer met het oog op het aantrekken van meer mensen in zorgberoepen. Er is de website www.ikgaervoor.be enzovoort.

Het onderwijsaanbod zelf wordt geactualiseerd. U weet dat we een gloednieuwe matrix hebben gemaakt. Vroeger gebruikte ik dat woord niet graag meer. Nu ben ik trots om het woord ‘matrix’ te kunnen gebruiken, want op een A3 hebben we een volledig nieuw studieaanbod van de tweede en derde graad secundair onderwijs. U zult het met me eens zijn dat heel transparant is en veel eenvoudiger. De finaliteit van elke studierichting is helder: arbeidsmarkt of verder studeren.

We zetten ook in op duaal leren. Ik was deze ochtend op het Koninklijk Paleis en ik heb daar mogen vaststellen dat ook onze koning bijzonder geïnteresseerd blijft in duaal leren. Hij stelt al zijn kracht ter beschikking om mee aan de kar te duwen en bedrijven mee te overtuigen. Ik vind dat een goede zaak. Dat is het grote voordeel van een koningshuis dat kinderen heeft, want dan is de interesse voor onderwijs meteen ook bijzonder groot. (Opmerkingen van Paul Cordy)

Dat is zo. U moet mij straks maar verbeteren. U moet begrijpen dat omdat ik daar vandaag ben geweest, ik daar iets over moet zeggen. Ik heb trouwens mevrouw Meuleman een groot plezier gedaan, denk ik, door haar te introduceren bij de koningin. Ze zal u daar wel zelf over vertellen.

We waren dus bij duaal leren gekomen. Via deze leerweg worden jongeren sterk voorbereid op de gevraagde arbeidsmarktattitudes en -competenties in een bepaalde sector. In het proefproject ‘Schoolbank op de Werkplek’ is er tot hiertoe bijna uitsluitend geopteerd voor pilootstudierichtingen uit STEM en uit de zorgsector.

In het decreet Duaal Leren en de aanloopfase voorzien we ook in verkennende leerlingstages, observatie en snuffelstages, om leerlingen net toe te laten tijdens de opleiding te proeven van een onderneming en een bepaald beroep.

Wat betreft de zij-instromers: bepaalde opleidingen worden zo aantrekkelijk mogelijk gemaakt, hetgeen een carrièreswitch of -sprong moet stimuleren, door in te zetten op het erkennen van reeds verworven competenties. Ik werk daar heel hard aan met minister Muyters.

Deze ochtend was er heel wat te doen over een wetsvoorstel van N-VA-parlementslid Spooren. Hij zei dat je vanaf de plaats waar je werkt, ook een paar jaar andere dingen zou moeten kunnen doen. Onderwijs is voorloper op dit vlak. Het is volledig geregeld in onderwijs dat je twee jaar elders kunt gaan werken. Daar wordt misschien te weinig gebruik van gemaakt. Dat bestaat en je behoudt je loon. Dat is heel goed en we moeten leerkrachten stimuleren om dat te doen. Dat kan nieuwe energie geven aan leraren. Het parlementslid gaf het voorbeeld van een leerkracht Economie. Ik dacht daarbij dat het net om een voorbeeld ging van iets dat geregeld is omdat die leraar dat al kan doen in ons onderwijs.

De ontwikkelcommissies maken eindtermen voor de algemene vorming. Het beroepsgerichte gedeelte wordt bepaald in beroepskwalificaties. De vertegenwoordigers van de arbeidsmarkt inventariseren de competenties waarnaar vraag is op de arbeidsmarkt. In de curriculumdossiers – die de Vlaamse Regering nog moet goedkeuren – zullen beide samenkomen, namelijk de algemene vorming via de eindtermen en de beroepsgerichte vorming via de beroepskwalificaties.

Om niet achter te blijven en de competenties die onze leerlingen meekrijgen op school optimaal te laten aansluiten op de noden van de arbeidsmarkt, worden de beroepskwalificaties met de nodige mate van algemeenheid opgesteld. Machines, technieken enzovoort worden niet benoemd. Dat is belangrijk om flexibel te kunnen inspelen op veranderingen.

In oktober heb ik een gezamenlijke adviesvraag gericht aan de SERV en de Vlor om te komen tot een gemeenschappelijk advies over de concrete pistes om de relatie tussen het onderwijscurriculum en beroepskwalificaties op te helderen. Het uitgangspunt blijft daarbij de Vlaamse kwalificatiestructuur. Inmiddels is er hiervoor een gemeenschappelijke werkgroep vanuit de SERV en de Vlor gestart. Vorige week heeft men laten weten nog een beetje te willen wachten aangezien het decreet Einddoelen nog niet was goedgekeurd in het parlement, maar sinds gisterenavond is er witte rook zodat we vandaag al hebben laten weten dat de besprekingen ‘ten spoedigste’ heropgestart kunnen worden.

De voorzitter

De heer Cordy heeft het woord.

Paul Cordy (N-VA)

We doen het niet slecht, zeker niet. Dat neemt niet weg dat de krapte bestaat. Dat is gedeeltelijk conjunctureel. Misschien is het onderwijs niet altijd de beste om daarop in te spelen. We hebben daarvoor andere instrumenten, en daarmee zitten we in de winkel van minister Muyters. Maar op de duur kan een krapte die lang aanhoudt, de economie beschadigen en er net toe leiden dat men de bestaande voordelen verliest. Dat kan een nefaste invloed hebben op de tewerkstelling omdat bepaalde economische ontwikkelingen worden afgeremd. We moeten het onderwijs- en het werkveld structureel goed bij de les houden.

We hebben daar een goed oog voor flexibiliteit. We mogen niet te straf focussen op bepaalde beroepen. De mensen moeten een breder werkveld aankunnen. We moeten de opleidingen dus breed genoeg houden. Het evenwicht daarin vinden blijft altijd een moeilijke zaak.

Zeker met het duaal leren hebben we een grote stap vooruit gezet. We verwachten daar allemaal veel van. We moeten waakzaam blijven en onze goede positie blijven behouden of zelfs nog verbeteren. Vlaanderen mag eigenlijk in alles de ambitie hebben om de koploper te zijn, vind ik. We moeten daar met ons onderwijs en met onze instrumenten werk van blijven maken.

De voorzitter

De heer De Meyer heeft het woord.

Jos De Meyer (CD&V)

Ik ben blij dat de heer Cordy, ook als hij het heeft over werkzoekenden, wijst op het grote belang van VDAB.

Inzake onderwijs blijft voor mij fundamenteel dat men zorgt voor een brede en diepe persoonlijkheidsvorming. Aan de andere kant vind ik wel dat men voldoende informatie moet geven over de arbeidsmarkt. Zoals u weet, heb ik een bijzonder grote zorg, namelijk dat men voldoende aandacht heeft in de communicatie voor de zeer waardevolle technische nijverheidsopleidingen, met spijtig genoeg vandaag soms te weinig instroom. Daarom zijn de inspanningen op het vlak van STEM zo belangrijk. Die moeten worden verdergezet. De aangekondigde bevraging is in dat kader belangrijk. Ik hoop dat men naar de meisjespopulatie op dat vlak nog een tandje bij steekt.

Minister Hilde Crevits

Collega’s, ik ben het eens met de heer Cordy en ook met de opmerkingen en nuanceringen van de heer De Meyer. Het een hoeft het ander niet tegen te werken.

Op het vlak van duaal leren zie ik zeker nog opportuniteiten. Zeker als er krapte is op de arbeidsmarkt, is dat het moment voor de bedrijven en de scholen om de handen in elkaar te slaan om jongeren bij hen te krijgen. Er is echt een enorm potentieel aan jongeren voor dat duaal leren.

Ik heb Daikin in Oostende bezocht: daar volgen nu twee jongeren elektrische procestechnieken. Het is fantastisch om te zien. Ik heb het waarschijnlijk al eens verteld. Een mama van een van die jongens was daar en getuigde dat haar zoon opengebloeid is, dat hij nu weet waarom hij naar school gaat, dat hij graag naar het bedrijf gaat, dat hij daar zoveel leert. Er zijn daar dus grote opportuniteiten in tijden dat er heel veel werk is en dat men er ook zoekt. Het kan een prachtige extra stimulans zijn voor bedrijven om nu die sprong te maken, om mee in de vorming van de jongeren te voorzien, via de werkvloer. We maken daar werk van. Het kon niet op een beter moment komen, die arbeidskrapte.

De voorzitter

De heer Cordy heeft het woord.

Paul Cordy (N-VA)

Ik wil een kleine aanvulling doen en misschien iets rechtzetten dat in vele geesten vaak leeft. Ik zeg dat dan als classicus en historicus, die STEM slechts als een beperkt deel in mijn opleiding heb gehad. Er is geen discrepantie tussen algemene persoonlijkheidsvorming en vakken rond STEM, rond technologie, rond wetenschappen. Ook wetenschappen maken fundamenteel deel uit van algemene vorming, persoonlijkheidsvorming enzovoort.

Het beeld dat de bildung alleen bij de geesteswetenschappen zit, is een compleet fout beeld. We moeten daar echt van af. Ik denk trouwens dat we daar ook van aan het afstappen zijn. Ik begin te merken dat de aandacht die voor STEM wordt gevraagd, vruchten begint af te werpen. Ik merk echt dat die belangstelling stijgt en dat er op een andere manier naar wordt gekeken. We moeten echt af van die oude tweedeling. Er zijn mensen die echt gefocust zijn op die humane wetenschappen, zoals ik dat soms een beetje ben – ik geef dat ootmoedig doe. Bij mij is het een stuk een gebrek aan persoonlijkheidsvorming. Ik heb in het vernieuwd secundair onderwijs (vso) gezeten. Dan sloot je dat op een gegeven moment af, omdat je je focuste op een bepaalde specialisatie. Maar eigenlijk heb je die wetenschappelijke vorming, die technologische vorming te weinig gehad.

Kathleen Helsen (CD&V)

En als je op zeer jonge leeftijd zeer specifiek gekozen hebt en een beetje te veel hebt gehad van het ene, kun je via levenslang leren nog altijd kiezen voor het andere.

Paul Cordy (N-VA)

Dan kun je nog altijd een nieuwe opleiding volgen aan de open universiteit.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.