U bent hier

Commissievergadering

woensdag 10 januari 2018, 10.00u

Voorzitter

Goeiemorgen, beste collega’s. Vooreerst aan wie ik dat nog niet heb gewenst mijn allerbeste wensen voor geluk, gezondheid en succes in het nieuwe jaar.

De heer Poschet heeft het woord.

Joris Poschet (CD&V)

Voorzitter, ook van mijn kant mijn allerbeste wensen en een goede gezondheid voor 2018. Niet te veel succes bij de verkiezingen, maar toch veel plezier bij de verkiezingen.

Minister, dit betreft een opvolgingsvraag bij mijn schriftelijke vraag over de doelstelling om het wetenschappelijke onderdeel van het Brusselbeleid verder uit te bouwen. De voorbije jaren werden door BRIO een aantal belangrijke onderzoeken verricht. U schoof in uw beleidsnota de volgende ambitie naar voren: “Om het wetenschappelijke luik van het Brusselbeleid – waarvoor BRIO een aantal beleidsopdrachten uitvoert – verder uit te bouwen, zal samen met de administratie EWI de mogelijkheid onderzocht worden om een interuniversitair steunpunt of strategisch onderzoeksplatform op te richten met een beleidsvoorbereidende taak. Dit is om als Vlaamse overheid goed gedocumenteerd en beslagen op het Brussels terrein te komen.”

Er zijn drie belangrijke doelstellingen voor dat wetenschappelijke luik van het Brusselbeleid: documentatie, beleidsondersteunend onderzoek en maatschappelijke kennisoverdracht. Om te bekijken hoe men die drie doelstellingen optimaal kan realiseren in een veranderd academisch landschap, zouden alle actoren naast elkaar worden gelegd.

Ik heb daarover een aantal vragen. Minister, het werk zat twee jaar geleden in een voorbereidingsfase en werd ook gedeeltelijk gekoppeld aan de onderhandelingen in het kader van de nieuwe vijfjaarlijkse beheersovereenkomst met BRIO. Kunt u een stand van zaken geven? Kunt u zeggen welke rol en opdrachten BRIO verder zal vervullen voor het wetenschappelijke luik van het Brusselbeleid en welke andere partners daar een rol in spelen? Werken de Brussels Academy en het Brussels Studies Institute (BSI) mee aan het project? Werkt BRIO voor het verzamelen van cijfermateriaal samen met het Agentschap Binnenlands Bestuur en de Studiedienst van de Vlaamse Regering? Zo ja, hoe verloopt die samenwerking? Hoever staat de uitwerking van uw idee van een open stadsuniversiteit?

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

Voorzitter, beste leden, ook aan u allen een gelukkig nieuwjaar, waarbij u zelf invult wat geluk voor u moge zijn.

Mijnheer Poschet, uw eerste vraag betrof vooral de stand van zaken met betrekking tot de uitwerking van de beheersovereenkomst van BRIO. Zoals aangegeven in mijn antwoord op uw schriftelijke vraag van 14 juli 2015 werd de piste van een steunpunt toen niet onderzocht. De financiële middelen waren niet voorhanden, en dat is op zich niet veranderd. De piste van het oprichten van een steunpunt is dus bevroren en op dit ogenblik eigenlijk ook verlaten. Dat past bovendien in de beleidslijn van de Vlaamse Regering om geen bijkomende steunpunten meer op te richten.

Dit antwoord vermeldde echter ook dat BRIO in 2015 een strategisch meerjarenplan 2016-2020 indiende. Dat zou dan dienen als basis voor de onderhandelingen over de nieuwe beheersovereenkomst voor 2016-2020. Dit meerjarenplan was meteen het eerste van de hand van de nieuwe directeur van BRIO, de heer Dimokritos Kavadias. Het toonde zich van meet af aan ambitieus voor de toekomstige rol van BRIO in het Brusselse academische landschap. Het plan omlijnde de specifieke rol en opdrachten van BRIO scherper, deels ook om het onderscheid te maken met andere actoren. Uiteraard staat dat samenwerking niet in de weg. Ik kom daar straks, bij uw tweede vraag op terug.

De werking van BRIO zou heel kort samengevat specifiek focussen op maatschappijgericht en beleidsrelevant onderzoek en ook op wetenschapsvalorisatie en kennisdeling, zowel over Brussel als over de Vlaamse Rand. Het ingediende meerjarenplan en de bijbehorende gesprekken met BRIO overtuigden me dan ook om het vertrouwen in BRIO als structurele partner voor de wetenschappelijke onderbouw van het Brusselbeleid voor de periode tot 2020 te vernieuwen. Dat werd trouwens ook al vermeld, dat weet u, in de beleidsbrief Brussel voor 2016.

Dan was er uw vraag naar bredere partnerschappen, andere partners. Voor het wetenschappelijke luik van het Brusselbeleid stelt BRIO een onderzoeksagenda op. Die wordt dan opgehangen aan een inhoudelijk beleidsrelevant thema, dat BRIO in overleg met mezelf kiest. Vanaf 2018 zal BRIO dat thema telkens gedurende twee jaar integreren in verschillende activiteiten van zijn werking. Dat gaat dan van beleidsvoorbereidend onderzoek in de vorm van kleinere projecten, bijvoorbeeld de uitwerking van een jaarthema, tot onderzoeksprojecten. Die projecten dient BRIO bij diverse overheden en fondsen in voor fundamenteel, langlopend onderzoek met beleidsrelevantie. BRIO voert onderzoeken waar mogelijk uit in samenwerking met andere partners, zowel andere onderzoeksgroepen als middenveldorganisaties. Een voorbeeld daarvan is Bruxodus, een sociodemografisch behoefteonderzoek naar de leefbaarheid van Brussel als woonstad. Dat is een project van Innoviris, het Brussels Instituut voor onderzoek en innovatie, dat BRIO uitvoert in samenwerking met de VUB-onderzoeksgroepen Interface Demography en TOR (Tempus Omnia Revelat). Dat zijn onderzoeksgroepen binnen de faculteit economie en sociale wetenschappen.

Een ander voorbeeld is DeBeST (Democratic Empowerment of Brussels Education, Students and Teachers), een nieuw onderzoeksprogramma inzake radicaliseringsprocessen bij Brusselse jongeren en de mogelijke rol van de scholen hierin. Het programma DeBeST past in het Interdisciplinary Research Programme (IRP) en is een samenwerking van BRIO met de VUB-onderzoeksgroepen TOR en BILD (Brussels Research Centre on Innovation in Learning and Diversity), het Interfacultair Departement LerarenOpleiding (IDLO) van de VUB en Urban Coaching & Education van de Erasmushogeschool Brussel.

De prioritaire onderzoeksassen waar BRIO rond werkt, zijn taalpolitiek en integratie, samenleven in diversiteit en onderwijs in een meertalige grootstedelijke omgeving en, ten slotte, politiek en bestuur. Voor 2018 en 2019 zullen de financiële aspecten van het Brussel- en het Randbeleid het prioritaire thema vormen.

U wou ook weten hoe het zit met de samenwerking tussen BRIO, Brussels Academy en het BSI. Het BSI is een contact- en coördinatieplatform dat door drie Brusselse universiteiten – ULB, VUB en FUSL, dat sinds 2013 is omgedoopt tot Université Saint-Louis – werd opgericht. Het doel is het faciliteren van wetenschappelijke samenwerking over de taalgrenzen heen. BRIO heeft diverse linken met het BSI. Zo maakt Rudi Janssens van BRIO sinds de oprichting deel uit van de raad van bestuur van het BSI als een van de vertegenwoordigers van de VUB. Hij bepaalt zo mee het beleid van het BSI.

BRIO werkt ook op projectbasis samen met het BSI voor wetenschappelijk onderzoek. Dit gebeurt op twee manieren. Wanneer beleidsinstanties het BSI vragen om een onderzoek te faciliteren, gaat het BSI op zoek naar partners uit beide taalgemeenschappen, die het project vervolgens samen realiseren.

Dit is bijvoorbeeld recentelijk gebeurd rond de materie van de kinderbijslag na de zesde staatshervorming – een onderwerp waarover we het hier al hebben gehad, trouwens ook over het onderzoek dat ik nu aanstip –, het onderzoek ook naar capaciteit in het Brussels Nederlandstalig en Franstalig secundair onderwijs – ander onderwerp –, en het in kaart brengen van de aanmeldings- en inschrijvingsprocedures Nederlandstalig en Franstalig, waar BRIO via het BSI als een van de partners fungeerde.

Een tweede manier van samenwerking is dat men voor een onderzoeksproject of ander samenwerkingsinitiatief, een studiedag of een publicatie, langs het BSI op zoek gaat naar partners uit de andere taalgemeenschap. Op deze manier is bijvoorbeeld in 2015 het BISA-project (Brussels Instituut voor Statistiek en Analyse) over de nood aan leerkrachten gerealiseerd, of heeft BRIO recentelijk voor het Burgerkabinet contact opgenomen met het BSI om een Franstalige partner te zoeken die het Franstalige luik van het Burgerkabinet mee begeleidde.

Ten slotte, maar niet onbelangrijk, biedt BRIO ook operationele ondersteuning aan het BSI met de BRIO-Search, dat is de databank voor publicaties over Brussel en de Rand. Deze databank werd als het ware geïntegreerd in de website van het BSI als zoekmachine voor de wetenschappelijke informatie over Brussel. Ook de BSI-bibliografie van het wie-is-wie-instrument komt tot stand op basis van de BRIO-Search. Het is dus BRIO dat deze informatie voedt, die ook via de BSI-website te raadplegen is. Hier is toch wel sprake van een heel nauwe samenwerking.

Zoals daarnet al gezegd, heeft BRIO ook een opdracht inzake wetenschapsvalorisatie en kennisdeling. Daarbij staan het selecteren, verzamelen en toegankelijk maken van wetenschappelijke en beleidsrelevante informatie over Brussel en de Rand centraal. Ook werkt BRIO aan de bevordering van samenwerking en uitwisseling van kennis. Het is binnen dat kader dat BRIO ook samenwerkt met de Brussels Academy, een initiatief van het BSI. Brussels Academy wil wetenschappelijke kennis over Brussel in de civiele maatschappij verspreiden via lessen, lezingen enzovoort. Het gaat hier om wetenschapsvulgarisatie. BRIO verzorgt op geregelde basis de inhoud van Brussels Academy-lezingen. In het kader van Brussels Academy geven zowel Dimokritos Kavadias als Rudi Janssens en anderen geregeld voor een breder publiek lezingen over de thema’s waarover ze expertise bezitten. Ik kom in mijn antwoord op uw laatste vraag nog even terug op Brussels Academy.

Uw voorlaatste vraag gaat over de samenwerking met de Studiedienst van de Vlaamse Regering. Hier zou ik willen onderstrepen dat het team Coördinatie Brussel tot het Agentschap Binnenlands Bestuur behoort. In die zin is er uiteraard intrinsieke samenwerking met het Agentschap Binnenlands Bestuur. BRIO overlegt regelmatig met de administratie om onderzoeksprioriteiten vast te leggen en op te volgen. Ook het team Coördinatie Vlaamse Rand, dat ook subsidies verleent aan BRIO, behoort tot het Agentschap Binnenlands Bestuur.

Er is voorlopig geen structurele samenwerking met de Studiedienst van de Vlaamse Regering. Met het aantrekken van een nieuwe hoofdstatisticus wordt de Studiedienst hervormd en omgedoopt tot Statistiek Vlaanderen. Statistiek Vlaanderen wordt het nieuwe netwerk voor openbare statistiek in Vlaanderen. Door een gecoördineerde aanpak wil het netwerk een aanspreekpunt zijn voor iedereen die kwaliteitsvolle, onafhankelijke en relevante statistieken en data over Vlaanderen wil vinden.

Op 13 december werden die plannen door de minister-president en de nieuwe hoofdstatisticus bekendgemaakt. Momenteel worden voor de inzameling van cijfermateriaal zoveel mogelijk dezelfde data gebruikt voor de 19 Brusselse gemeenten, als voor de gemeenten van de Vlaamse Rand. Vandaar dat BRIO de meeste gegevens haalt uit de statistieken die de federale of de Brusselse overheid ter beschikking stellen. In dat verband is er een goede of toch verbeterde coördinatie.

Er zijn op dit ogenblik wel andere ad-hocsamenwerkingen. Recentelijk heeft bijvoorbeeld de Studiedienst van de Vlaamse Regering meegewerkt aan de vierde Brusselse Taalbarometer. Daarbij werden de mondelinge interviews die momenteel worden afgenomen in het kader van de gegevensverzameling voor de vierde Brusselse Taalbarometer, gecombineerd met een drop-offvragenlijst over leefbaarheid in Brussel. Deze bevraging werd opgesteld door de Studiedienst van de Vlaamse Regering, in samenwerking met de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC). Maar zoals aangehaald zullen met de nieuwe plannen voor de Studiedienst ook de samenwerkingen onder de loep worden genomen, en wat mij betreft inderdaad versterkt.

Hoever staat het met de open stadsuniversiteit? Het principe van een open stadsuniversiteit wordt op het terrein eigenlijk ingevuld door de Brussels Academy, actief sinds 2013. Brussels Academy is eigenlijk een vormings- en netwerkproject binnen het Brussels Studies Institute, dat letterlijk als doel heeft een stadsuniversiteit uit te bouwen om samen stad te maken. Concreet deelt ze academische kennis met de civiele maatschappij, burgers en organisaties, met als verbindend element interesse voor en bezorgdheid over de toekomst van de stad. Brussels Academy wil de aanwezige kennis over de hoofdstad bundelen, maar ze ook delen met het brede publiek.

De activiteiten van de Brussels Academy richten zich tot iedereen die meer wil weten en leren over Brussel en de stedelijke samenleving. Het gaat zowel om Brusselaars zelf als om alle andere gebruikers van de stad. Er worden verschillende soorten activiteiten georganiseerd: cursussen, seminaries, wandellessen, masterclasses, conferenties, tot vormingen op maat. Sinds 2014 verleen ik impulsmiddelen aan Brussels Academy en ook in 2018 zal ik dit initiatief verder ondersteunen.

De heer Poschet heeft het woord.

Joris Poschet (CD&V)

Minister, dank u wel voor uw zeer uitgebreide antwoord. We zijn het er allemaal over eens dat degelijk onderbouwd en diepgaand wetenschappelijk onderzoek van cruciaal belang is voor een goed en krachtdadig Brusselbeleid. Als ik het goed heb begrepen, hebt u gezegd dat de piste voor de eventuele oprichting van een steunpunt definitief is verlaten. Zelfs al zou er opeens een zak geld uit de hemel vallen – wat we u allemaal toewensen –, is dit door een politieke keuze stopgezet.

Ik heb nog een vraag over DeBeST. Het is de eerste keer dat ik daarover hoor. Dat vind ik bijzonder, want ik zit ook in de commissie voor de Bestrijding van Gewelddadige Radicalisering en probeer daar de werkzaamheden op te volgen, en ik heb daar nog nooit over gehoord. Het staat ook niet in de voortgangsrapportage als instrument tegen radicalisering. Ik vraag me dan ook af in welke mate de Vlaamse Gemeenschap hierbij is betrokken en daarvan de kennisvruchten kan plukken, en of de minister van Onderwijs hiervan op de hoogte en bij betrokken is.

Het is natuurlijk wel goed dat BRIO de vleugels uitslaat en partnerships aangaat met andere instellingen, bijvoorbeeld Innoviris. Dat mag heel voluntaristisch ingevuld worden. Er mag ook worden gekeken naar diensten als perspective.brussels. Daar zitten nog schatten aan informatie.

Mijn laatste vraag gaat over de samenwerking met Statistiek Vlaanderen. Als dat wordt omgevormd naar een soort netwerkstructuur waarbij meer wordt uitgekeken naar partnerschappen, lijkt het mij logisch dat ook hier volop wordt ingezet op een samenwerking met onderzoeksinstellingen zoals BRIO. Ik heb daar al meerdere keren een vraag over gesteld. Het is volgens mij heel belangrijk dat er zoveel mogelijk wordt gewerkt met dezelfde cijfers en gegevens, om statistisch zo dicht mogelijk de voorhanden zijnde gegevens te benaderen, zowel binnen de negentien gemeenten van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest als in het driehonderdtal gemeenten in het Vlaamse Gewest. Dat moet absoluut verder worden opgevolgd. Kennis delen kan in dit geval echt een meerwaarde zijn.

De heer Bajart heeft het woord.

Lionel Bajart (Open Vld)

Het is positief dat BRIO met de nieuwe beheersovereenkomst nog duidelijker zijn takenpakket heeft omschreven. De doorgedreven werking rond die thema’s, die twee in plaats van één jaar zullen lopen, is natuurlijk positief. Om een degelijk Brusselbeleid te voeren is betrouwbaar en breed onderzoek hoogstnodig. Daarom zou het nuttig zijn om het VRIND-onderzoek ook in Brussel gegevens te laten verzamelen. Er moet op zijn minst een betere doorstroming zijn van de bestaande cijfers. Ongeveer iedereen in deze commissie heeft dat al eens gezegd. Het is spijtig dat het nu niet gebeurt voor de diverse gemeenschapsmateries waarvoor Vlaanderen in Brussel bevoegd is.

De heer Vanlouwe heeft het woord.

Minister, dank u voor uw zeer uitvoerige en bijzonder interessante antwoord. Iedereen erkent wel de meerwaarde van BRIO als documentatie-, informatie- en onderzoekscentrum. We hebben de heer Janssens hier al verschillende malen gehoord. Iedereen erkent dat onder andere zijn Taalbarometer gebaseerd is op grondig studiewerk en  heel wat informatie verzamelt.

De vraag van de heer Poschet en uw antwoord verwijzen niet alleen naar het werk van BRIO maar ook naar de verschillende andere actoren die actief zijn op hetzelfde domein: de verzameling van informatie. We gaan er allemaal van uit dat meten weten is en dat dat belangrijk is voor het voeren van een goed Brusselbeleid. We stellen echter vast dat de bomen niet altijd door het bos worden gezien. U had het al over het BSI, dat een samenwerking is tussen verschillende universiteiten. BRIO is daarin vertegenwoordigd. De heer Janssens is zelf lid van de raad van bestuur. Er is ook Brussels Academy. Er is al verwezen naar de Studiedienst van de Vlaamse Regering, nu omgedoopt tot Statisitiek Vlaanderen. Maar er is ook – en u weet dat, minister – de Meet-en-Weetcel van de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC). Er is het Brussels Center for European Studies. Er is het onderzoeksplatform MIRO. In onze stad doen heel wat informatie- en documentatiecentra aan onderzoek. Er zijn soms samenwerkingen. Maar ik vraag mij af of dit niet beter kan worden gecoördineerd, zodat de informatievergaring kan leiden tot een beter beleid in Brussel.

U zei dat BRIO soms thema’s voorstelt. In overleg met u wordt dan een thema gekozen. We weten dat in Brussel heel wat thema’s het onderzoeken waard zijn. We kennen de hele problematiek van de stadsvlucht. Dat is in deze commissie al heel uitvoerig besproken. De laatste weken en maanden stellen we ook vast dat er een samenlevingsprobleem is. We hebben de voorbije weken die rellen gezien. Er is onderzoek naar het onveiligheidsprobleem. Er is de rol van migratie naar onze stad. We hebben het altijd over de enorme demografische groei in Brussel. Maar tegelijkertijd blijven er die verhuisbewegingen, de stadsvlucht en de druk op de Rand. Zijn dat ook thema’s die kunnen worden besproken in BRIO of in een van de andere onderzoeksinstellingen? Minister, op welke manier ziet u daar een samenwerking mogelijk? Hoe kan er een betere coördinatie gebeuren tussen al die onderzoekscentra in Brussel?

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

De politieke optie om een apart steunpunt te hebben of uit te bouwen, is verlaten. U weet natuurlijk dat niets definitief is in de politiek, maar op dit ogenblik is het niet aan de orde. Om dan te zeggen – wat u niet hebt gedaan – dat er niets in de plaats is, is niet juist want anders had ik u geen uitgebreid antwoord kunnen geven over wat BRIO als de facto steunpunt doet en kan doen. In die zin zitten we zeker goed met een stevige opbouw van kennis over de voorbije decennia heen. Er zijn ook een aantal goede keuzes gemaakt voor de komende jaren om bepaalde zaken in de diepte te onderzoeken. Ik kan u nog eens de hoofdlijnen die bij BRIO de komende maanden op het programma staan, bezorgen.

In feite moet men BRIO vooral zien als iets dat een rol speelt tussen VRIND en BSI. Er zijn ook andere cellen en instituten, maar die hebben misschien iets andere invalshoeken. De voornaamste aanstuurders op het vlak van verzamelen en ontsluiten van materiaal zijn VRIND, BRIO en BSI. BRIO heeft een beetje dezelfde rol tussen VRIND en BSI als ik heb tussen de Vlaamse en de Brusselse Regering, maar dan op politiek en/of wetenschappelijk vlak. Ik vind ook dat ze die rol met brio vervullen, waarmee ik geen woordspelletjes ten aanzien van mezelf wil uitlokken. Zij doen ook de ontsluiting van de gegevens van de ene naar de andere, die op zichzelf anders ook wel een goed en nauw contact met elkaar zouden kunnen hebben maar wat misschien om bepaalde redenen niet altijd goed gebeurt. Ik vind dat ze die rol als ontsluiter, als tussenpersoon goed vervullen.

Mijnheer Bajart, we zullen er nog eens op aandringen dat er qua ontsluiting nog verdere inspanningen kunnen gebeuren. Dat lijkt me absoluut nuttig.

Dan was er de particuliere vraag van de heer Poschet over DeBeST die bij ons allemaal wat vragen opriep. We zullen nog navragen wat het statuut juist is van het programma en in hoeverre er met de relevante stakeholders wordt samengewerkt. Het zou nogal vreemd zijn – maar ik beschik momenteel niet over voldoende gegevens – mochten er nu al geen contacten zijn met mensen van Onderwijs in Vlaanderen. Ik zal wat achtergrond opvragen over de status, doelstellingen en samenwerkingsverbanden.

Ik ben het eens met de heer Vanlouwe over het belang van wetenschappelijk onderzoek. Het wetenschappelijk onderzoek zoals we het nu aanpakken en proberen te verspreiden, te ontsluiten en zelfs devulgariseren, is een noodzakelijke maar helaas niet voldoende voorwaarde voor een beter beleid. Wat bedoel ik daarmee? Het zou slecht zijn als we ons als beleidsmakers niet baseren op feiten en cijfers. Daarnaast is er natuurlijk de wil en de ideologie van de verschillende politieke verantwoordelijken om met deze of gene cijfers meer of minder aan de slag te gaan. Ik kan geen beter antwoord geven op die vraag.

Het feit dat BRIO in het bijzonder en de partnerschappen met bijvoorbeeld BSI en VRIND toch wel intensief zijn en het feit dat ze de laatste decennia nuttige en goede beleidsgegevens aanleveren, maakt dat het beleid er eigenlijk niet naast kan kijken en dat ze wel degelijk worden gebruikt.

De heer Poschet heeft het woord.

Joris Poschet (CD&V)

Minister, ik dank u voor uw bijkomende antwoorden. Ik kijk uit naar de informatie die u zult bezorgen, zowel omtrent de grote krachtlijnen van BRIO als omtrent DeBeST. We zullen dit verder opvolgen in de commissie Deradicalisering, de commissie Onderwijs of hier.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.