U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Minister, deze vraag is ingediend op 13 december en is intussen een klein beetje achterhaald, maar ik heb nog wel een aantal vragen. Ik was weer getrapt te werk gegaan. Ik had gevraagd om het invoeren van de twee getuigschriften, waar we absoluut geen voorstander van zijn en waar de Vlaamse Onderwijsraad (Vlor) volgens ons een beter alternatief voor heeft uitgewerkt, op zijn minst uit te stellen. Maar aangezien dat zal gebeuren in Onderwijsdecreet XXVIII, zou ik u willen vragen om het niet alleen uit te stellen, maar het meteen ook af te stellen. Dat was sowieso het tweede deel van mijn vraag.

De Vlor heeft al in een aantal adviezen zeer duidelijk gezegd dat hij die twee getuigschriften echt niet zien zitten. Zij vrezen dat er dan echt met A- en B-kindjes zal worden gewerkt en dat men nog vroeger kinderen in een bepaalde richting zal duwen, al van in het lager onderwijs. Zij zijn daar zeer beducht voor. Het gaat in tegen ontwikkelingsgericht werken. Wij denken daar ook zo over.

De vraag die nog overeind blijft en waar ik graag nog een antwoord op zou hebben, minister, is: bent u in de tijd dat het nu uitgesteld is en het jaar dat u nog hebt voor de modernisering van het secundair onderwijs, het duaal leren en de invoering van de eindtermen, en dus ook dat dubbele getuigschrift, bereid om te onderzoeken of het alternatief dat de Vlor voorstelt, geen beter alternatief is dan te werken met de A- en de B-getuigschriften, zoals het nu naar voren is geschoven?

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Mevrouw Meuleman, in Onderwijsdecreet XXVIII stellen wij inderdaad voor om de invoering van de twee getuigschriften een jaar uit te stellen. Het is heel eenvoudig. De modernisering van het secundair onderwijs zal een jaar later effectief starten, en dan vinden we het logisch dat een maatregel die daaruit voortvloeit en die gekoppeld is aan nieuwe toelatingsvoorwaarden tot dat gemoderniseerde secundair onderwijs, chronologisch ook spoort. Het is dus vanuit een bezorgdheid van hygiëne dat we dat op die manier doen.

Wat betreft de argumenten om ertegen te zijn, ben ik wat verbaasd over sommige uitspraken. Wat wij voorstellen, is geen document dat er zomaar bovenop komt voor de scholen. Het getuigschrift zal in de plaats komen van drie zaken die een school nu moet opmaken voor elk kind dat geen getuigschrift basisonderwijs krijgt. Nu heb je een situatie waarbij iemand ofwel zijn getuigschrift krijgt, ofwel niets. Dan heb je precies een hele loopbaan in het lager onderwijs gevolgd, en heb je op het einde niets. Wat moet er dan wel zijn? Een verklaring met het aantal en de soort gevolgde jaren lager onderwijs, een schriftelijke motivering waarom het getuigschrift basisonderwijs niet toegekend wordt, en een schriftelijke verklaring met aandachtspunten voor de toekomst. Die drie documenten vervallen zodra het getuigschrift bereikte doelen zal worden uitgereikt. Er komt in de toekomst dus één document in plaats van de huidige drie.

Bovendien wordt bij de uitwerking van het model voor het getuigschrift maximaal gestreefd naar het beperken van de planlast voor de scholen. We zijn daarover in overleg gegaan met de onderwijsverstrekkers en de pedagogische begeleidingsdiensten om te kijken hoe we dat zouden doen, en er is voor gekozen om per domein – bijvoorbeeld binnen het domein Nederlands: spreken, taalbeschouwing, lezen – aan te geven welke doelen door de leerling die geen getuigschrift haalde, wel behaald zijn.

Collega Meuleman, in het voorstel van de Vlor om alle kinderen op het einde van basisonderwijs hetzelfde getuigschrift te geven met een niet-bindend advies over het vervolg, is niet uitgeklaard wie zou moeten of kunnen beslissen over waar het kind dan terechtkomt in het secundair onderwijs, in 1A of 1B. Laten we dat over aan de ouders, wetende uit onderzoek dat de keuze voor 1A of 1B ook beïnvloed wordt door de socio-economische status van de ouders? Laten we het eerst over aan de school, die het kind nog niet kent? Persoonlijk denk ik dat het een waardering inhoudt voor het traject dat een basisschool met een kind afgelegd heeft om die basisschool te laten bevestigen welke doelen een kind in dat basisonderwijs bereikt heeft en die inschatting ook mee te maken in de verdere schoolloopbaan van een kind. Daarom vind ik de maatregel een goede maatregel, maar u kunt daarover natuurlijk van mening verschillen.

De voorzitter

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Ik verschil daar inderdaad van mening over. De Vlor verschilt daar ook van mening over. Zij zeggen: draai het om, geef iedereen een getuigschrift. Koppel daaraan een niet-bindend, maar toch duidelijk advies. Zeg waar bepaalde kinderen bepaalde doelen niet hebben bereikt. Geef dat zeer goed mee, ook in dat getuigschrift basisonderwijs dat wordt uitgereikt. Stuur ze niet meer zonder getuigschrift naar het hoger onderwijs of het veld in, maar duid wel goed aan waar nog moet worden geremedieerd. En dan kunnen ouders of kinderen inderdaad in uitzonderlijke gevallen zeggen dat ze het toch willen proberen. Dan weet men ook wel zeer goed waar men aan toe is, ook in de vervolgschool. Dan ga je kinderen niet verplicht de B-stroom of de A-stroom laten volgen, maar is er toch nog een soort beslissingsrecht en inspraak van het kind en de ouders. Als je dat nu bindend maakt, is dat voor ons toch zeer determinerend en ontneemt dat kinderen zeer vroeg, al van in het lager onderwijs, kansen. Daar hebben wij problemen mee.

De voorzitter

Mevrouw Gennez heeft het woord.

Ik had dezelfde vraag in het kader van het uitstel van de modernisering van het secundair onderwijs. Ik had deze week mijn oog al laten vallen op het ontwerp van Onderwijsdecreet XXVIII. Daarin stond het uitstel van de twee vormen van getuigschrift basisonderwijs aangekondigd. We hadden die aankondiging inderdaad wat aangegrepen om te pleiten voor het Vlor-advies, omdat we inderdaad denken dat je nu al vanaf het zesde leerjaar effectief determineert naar A- of B-stroom, en de keuzevrijheid voor ouders en kinderen heel beperkt houdt. We weten ook dat de terugstroom vanuit de B-stroom naar de A-stroom vandaag minder dan 4 procent is. Dat is dus een vorm van ‘early tracking’ die kinderen al heel, heel jong het recht op die algemene vorming de facto ontneemt.

Ik denk dat het Vlor-advies een beter advies is. Het keert de situatie inderdaad om, geeft iedereen een getuigschrift basisonderwijs, geeft ook aan wat nog pijnpunten zijn bij bepaalde jongeren die een aantal competenties en doelen niet hebben verworven. Een eerste graad is ook altijd een remediërende graad, een brede graad met een aantal functies: naast remediëring en basisvorming ook verdieping. Ik denk dat we effectief beter het Vlor-advies zouden implementeren. De principes zijn dezelfde, alleen vertrekt dit van een positievere benadering van de keuzevrijheid voor ouders en kinderen en gaat dit in tegen het principe van ‘early tracking’, waar wij absoluut geen fan van zijn. Ik denk ook niet dat dat een groot ideologisch verhaal is.

Ik zou ook de partners in de meerderheid durven op te roepen om voor dat bouwsteentje uit de hervorming van het secundair onderwijs, dat zich eigenlijk vooral in het basisonderwijs situeert, de beslissing minstens te heroverwegen. Alvast Groen en sp.a zullen steun verlenen. De Vlor zal applaus geven. Als u niet de hele modernisering heroverweegt, zoals ik deze ochtend heb begrepen, dan kunt u het misschien toch stapje voor stapje doen. Collega Daniëls, u bent altijd voor gecibleerde maatregelen. Dit is er eentje die we zeer gecibleerd zouden kunnen aanpassen, met een minimum aan inspanning, een maximum aan resultaat en keuzevrijheid, en vooral met als doelstelling een betere studiekeuze voor elk kind.

De voorzitter

De heer Daniëls heeft het woord.

Ik ben blij, collega Gennez, dat mijn vroegere didactische kwaliteiten blijkbaar impact hebben. U leert bij, alleen gebruikt u het natuurlijk wel zeer eclectisch: de ene keer wel en de andere keer niet.

Laat ons even ernstig zijn, collega’s. Ik vind het jammer dat een volgens mij zeer goede maatregel hier op flessen wordt getrokken. Vandaag de dag is het zo. Beeld je in: je zit in het lager onderwijs, 12, 13, 14 jaar, je bereikt de doelen niet, je gaat naar de B-stroom, en je komt toe in het secundair onderwijs – en in mijn vroegere school heb ik er veel zo zien toekomen – met niets. Met niets, alleen je identiteitskaart waarop staat dat je 14 jaar bent geworden. Dat is je toegangsticket voor het secundair onderwijs.

Wat we nu doen, is een document waarop wel degelijk staat wat die jongere wél verworven heeft. Dat is ten eerste al een opsteker voor die jongere en voor die ouders: ze hebben daar niet zes, zeven, acht jaar voor niets rondgelopen. Neen, ze hebben wel degelijk bepaalde doelen wél gerealiseerd. Dat staat daarop. Ten tweede is het voor de secundaire school waar de jongeren toekomt, ook wel handig om te weten wat die wel bereikt heeft. Ik kan u zeggen dat de diversiteit van leerlingen die in 1B zitten, zeer groot is. Dan is het wel handig om te weten, ook als je je klassen samenstelt, wie je waar zet, omdat je weet hoe de vork in de steel zit voor je leerlingen.

De andere kant van het verhaal is dat ons huidige getuigschrift basisonderwijs eigenlijk alleen getuigt van het feit dat je in het basisonderwijs bent geweest. Het getuigt niet van wat je al of niet bereikt hebt. Doe met mij de proef. Je gaat naar een secundaire school en je zegt daar bij de inschrijving: ik kom van die lagere school en dit is mijn rapport. Die secundaire school zal met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zeggen waar die jongere raakt. Dat is toch al te gek? Dat is al te gek, omdat het ene getuigschrift het andere niet is. Met deze maatregel maken we dat getuigschriften getuigen van wat die jongere beheerst, op basis van – en nu komt het langste Scrabblewoord aller tijden – eindtermgerelateerde leerplandoelstellingen. Mevrouw Gennez, dat is een woord dat wij samen in de vorige regering nog in het masterplan secundair onderwijs hebben ingeschreven: eindtermgerelateerde leerplandoelstellingen. (Opmerkingen)

Ik weet niet in welke sp.a u tegenwoordig zit, maar de verandering van logo is blijkbaar ook helemaal een andere sp.a. Dat is handig voor de mensen. Uiteindelijk weet niemand nog waarvoor jullie staan. In elk geval staat dat wel in het masterplan secundair onderwijs dat we samen hebben goedgekeurd.

Dit is een goede maatregel, zowel voor de leerling als voor de ouders als voor de leerkrachten als voor het secundair onderwijs. Doe dit nu alstublieft niet af als een slechte maatregel, want dat is echt de realiteit onrecht aandoen.

De voorzitter

Mevrouw Krekels heeft het woord.

Collega’s, ik wil hier nog even op ingaan, omdat het mij een beetje teleurstelt dat jullie ervoor ijveren om het getuigschrift niet verplichtend en dus meer vrijblijvend te maken. Met deze maatregel hebben wij wel getracht om het getuigschrift zijn waarde te geven. Het feit dat jullie ervoor blijven ijveren om dat vrijblijvend te houden, getuigt eigenlijk van een beetje minachting voor het basisonderwijs, eerlijk gezegd. Daarom stoort het mij ook. Als een school aanraadt om naar een B-stroom te gaan, is dat niet omdat die leerling nog enkele pijnpunten heeft die moeten worden weggewerkt. Dat is omdat men een heel proces met die leerling is gegaan, en men er niet in slaagt om tot die eindtermen en die einddoelen te komen.

Men slaagt er gewoon met die leerlingen niet in om op 11 jaar, op 12 jaar, op 13 jaar, desnoods nog op 14 jaar, tot die eindtermen te komen. Soms ziet men al op 10 jaar dat men er niet gaat komen, dan krijgt die leerling een individueel plan en tracht men zelfs om naar die B-stroom toe te werken op 12 jaar zodat de leerling toch niet te veel leeftijd verliest.

Als men een B-attest geeft in het basisonderwijs, is dat een heel doordachte beslissing. Ik vind het dan ook een absolute meerwaarde dat we de leerlingen met een getuigschrift naar het secundair onderwijs sturen waarin staat wat ze wel en niet verworven hebben zodat ze een goede basis hebben en een goede start kunnen nemen in die B-stroom.

Ik vind het echt spijtig dat jullie dat vrijblijvend willen houden omdat het juist de kracht is om met een goede basis te kunnen vertrekken. (Opmerkingen van Caroline Gennez)

We mogen de waarde van wat leerkrachten doen en het proces dat ze doormaken, niet onderschatten. Zulke beslissingen gebeuren nooit ondoordacht.

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Collega’s, ik wil teruggrijpen naar het verslag van Monard een tijd geleden. Een van de pijnpunten was dat er een te grote spread zit in de B-stroom. Ik ben het niet eens met de Vlor. Want ik erken wel, mevrouw Gennez, wat u zegt: het is eigenlijk niet echt ideologisch is. Dat is juist, wij proberen hier het beste te doen voor de leerling. De vraag is: wat is het beste? Zoals de Vlor het voorstelt, is dat weer iets heel destructiefs: iedereen krijgt wel een attest, maar de tekorten worden opgelijst. Terwijl wij nu net zeggen: het is A of B. De klassenraad kan iemand toch toelaten, maar het wordt nooit overgelaten aan de keuze van de ouders alleen. Het is een A of een B. tegelijk geven we in de B-stroom vier uur extra algemene vorming, net om de kansen, collega Krekels, van de jongeren te vergroten om van de B- naar de A-stroom te gaan. Dat is ook wel de bedoeling. Dat is een enorme uitdaging waarvoor we staan, maar daarom zijn die twee ook aan elkaar gekoppeld. Als we een leerling aan het einde van het zesde leerjaar naar de B sturen, moeten ze wel in die B van het eerste middelbaar terechtkomen, waar er ook effectief aandacht is voor die grotere algemene vorming en de kansen om terug te keren.

Vandaar dat ik eigenlijk niet goed begrijp, maar ik ben al in overleg geweest met de Vlor, waarom men nu blijft vinden dat dit een slechte maatregel is. Voor mij is het net de maatregel die de kansen van jongeren gevoelig kan verhogen. Ik stel vast dat we daarover van mening verschillen. Hoe meer ik de argumenten hoor, hoe meer ik ervan overtuigd ben dat de maatregel wel goed is en positieve effecten zal sorteren.

De voorzitter

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Het voorstel van de Vlor is geen oplijsting van de tekorten van de leerlingen. Ze stellen duidelijk dat ze met een niet-bindend advies, de attestering en het getuigschrift dat de leerling krijgt, willen aantonen welke doelen de leerling al bereikt heeft en wat zijn groeikansen zijn in een bepaalde context. Ze geven de tekorten niet aan, maar wel de groeikansen.

Mevrouw Krekels, het is geen kwestie van geen vertrouwen. Als we nu kijken naar de B-stroom – en onderzoek heeft dat al veelvuldig aangetoond – zien we dat heel wat leerlingen daar terechtkomen die daar niet zouden moeten zitten, maar hun sociaal-economische status, migratieachtergrond of etnische achtergrond zijn determinerend. Soms speelt de taal ook, als ze te laat zijn binnengekomen. Er zijn leerlingen die dan ook automatisch georiënteerd worden naar een B-stroom, maar die de competenties en de interesses hebben om anders georiënteerd te worden. We zitten met een grote groep leerlingen die nu al verkeerd zitten in die B-stroom. Als je dan een advies nog eens bindend gaan maken, ontnemen we hen die groeikansen.

Inzake de hervorming van het secundair onderwijs hebben we het pleit voor een brede eerste graad en een echt uitstel van studiekeuze verloren. Maar er bestond toch consensus over – en dat heeft de minister ook veelvuldig gezegd – dat die eerste graad ten eerste oriënterend en ten tweede remediërend moet zijn. Dan moeten we al die kinderen toch al die kansen geven om zich in die eerste graad nog te gaan oriënteren en remediëren. Kinderen hebben soms die tijd nodig. 11 jaar is te vroeg om te bepalen wat al dan niet zal lukken. Ik vind het daarom jammer dat we dat op die manier bindend maken.

Ik ben het eens met het uitgangspunt. Ja, we willen niet dat kinderen in het secundair onderwijs aankomen met niets. Dat willen we vermijden, dat wil de Vlor ook, dat wil iedereen. Er moet dus iets gebeuren, er moet iets komen. We willen zeker vermijden dat de 14-jarigen zomaar worden doorgeschoven. Als we het serieus menen dat de eerste graad ook nog remediërend en oriënterend is, dan zou ik dat advies echt niet bindend maken en zou ik kinderen niet opdelen in lagen, in A en B. (Opmerkingen van Kathleen Krekels)

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.