U bent hier

Commissievergadering

donderdag 11 januari 2018, 14.00u

Voorzitter
van Caroline Gennez aan minister Hilde Crevits
656 (2017-2018)
van Vera Celis aan minister Hilde Crevits
666 (2017-2018)
De voorzitter

Mevrouw Celis heeft het woord.

Vera Celis (N-VA)

Minister, het aantal agressiegevallen tegen leerkrachten is opnieuw gestegen. Dat blijkt uit een recent rapport van het Agentschap voor Onderwijsdiensten (AGODI). Terwijl in 2015 nog 47 gevallen van geweld werd gemeld, lag dat cijfer in 2016 al bij 81 incidenten. Wanneer we focussen op de cijfers, dan zien we dat 58 leerkrachten werden aangevallen door leerlingen, 11 door familieleden van leerlingen en 12 door buitenstaanders.

De drempel om een geweldincident effectief te melden, ligt voor veel leerkrachten en scholen nog erg hoog. Bovendien worden incidenten van agressie waarbij geen lichamelijk letsel wordt vastgesteld, niet opgenomen in de cijfers. Vermoedelijk ligt het aantal gevallen van geweld in de realiteit dus nog een stuk hoger.

Het fenomeen is niet nieuw. In het verleden hebben we in de commissie Onderwijs al gedebatteerd over geweld tegen leerkrachten. In uw antwoord op vraag om uitleg nummer 1632 gaf u aan dat AGODI in sommige gevallen de schade terugvordert van ouders van minderjarige leerlingen. U meldde toen dat dit vaak moeizaam verliep en dat er hierdoor soms wordt afgezien van een terugvordering.

Minister, welke richtlijnen krijgen scholen mee wanneer ze worden geconfronteerd met gevallen van geweld?

Welke maatregelen worden op dit moment genomen om in scholen een preventiebeleid tegen geweld te stimuleren en te ondersteunen? Is deze problematiek al besproken binnen de ad-hocwerkgroep psychosociale risico’s in het onderwijs? Zo ja, welke conclusies werden er getrokken?

Merkt u dat scholen de aangereikte tools zoals actieplannen en beleidsplannen voldoende toepassen in de praktijk? Bereiken deze tools hun doelstelling? Hoe worden zij geëvalueerd?

Merkt u dat in het kader van de nieuwe welzijnswetgeving preventieadviseurs en vertrouwenspersonen in het onderwijs voldoende worden opgeleid om met geweldincidenten aan de slag te gaan? Zo ja, op welke manier?

Bent u oordeel dat de drempel om geweldincidenten te melden nog altijd te hoog ligt? Zo ja, in welke maatregelen voorziet u om leerkrachten en scholen te stimuleren om incidenten te melden?

Kunt u een overzicht geven van het aantal gevallen waarbij AGODI de schade terugvordert van de ouders? Plant u maatregelen om de terugvorderingsprocedure door AGODI te optimaliseren? 

De voorzitter

Mevrouw Gennez heeft het woord.

Mevrouw Celis, ik dank u om de vraag vandaag te behandelen. Ze stond al voor het reces op de agenda, maar aangezien we dezelfde betrokkenheid delen bij het welzijn van onze leerkrachten, leek het logisch om beide vragen, die hetzelfde cijfer als aanleiding hebben, samen te behandelen.

Het gaat over de cijfers uit het jaarrapport 2016 van AGODI. Daaruit blijkt inderdaad dat agressie tegen leerkrachten voor het eerst in een aantal jaren opnieuw is toegenomen. Een aantal jaren geleden was er een daling ingezet, sinds 2015 is ook het aantal arbeidsongevallen door agressie bij leerkrachten gedaald, maar in 2016 zijn de cijfers opnieuw gestegen. Zij zijn zo sterk gestegen dat 81 leerkrachten – dat moet worden genuanceerd op een totale leerkrachtenpopulatie van honderdduizenden – uitvallen door agressie op school. Uitgevallen betekent effectief niet meer in staat zijn om te werken voor een kortere of langere periode.

Wanneer we inzoomen op de cijfers, dan zien we dat AGODI aangeeft dat zowel agressie door leerlingen ten aanzien van leerkrachten als agressie door familieleden van leerlingen ten aanzien van leerkrachten aan het stijgen is.

Agressie is vaak een uiting van onmacht, frustratie of onbegrip en laat bij elk betrokkene, zeker bij leerkrachten die toch een vertrouwensrol vervullen ten aanzien van hun leerlingen, op langere termijn sporen na. Ook collega’s en andere leerlingen op school kunnen vaak getraumatiseerd achterblijven.

Het is zeer belangrijk dat scholen een aantal handvatten aangereikt krijgen om daarmee om te gaan want het is evident dat geweld of dreiging op school ten aanzien van leerkrachten of wie dan ook van het personeel te allen tijde moet worden vermeden. De school is uiteraard bij uitstek naast het gezin de plek voor leerlingen waar ze tot ontwikkeling kunnen komen, waar ze zich veilig moet voelen en waar ze zich moeten kunnen ontplooien. Tegelijkertijd moet het voor leerkrachten en ander onderwijzend personeel een veilige werkomgeving zijn.

Minister, welke oorzaken en verklaringen ziet u voor het toegenomen aantal incidenten? Welke maatregelen kunt u nemen om de agressie op scholen en tegen leerkrachten in te perken?

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Zoals ik al vaker heb gezegd: elk geval van agressie is er uiteraard een te veel, niet alleen op school maar ook buiten de school. Daarover moeten we zeer duidelijk zijn. Sommige arbeidsongevallen komen tot stand door verbale agressie. Dat geldt voor onze samenleving tout court. Als ik de ongelimiteerde toename van verbale agressie via de sociale media bekijk, dan hebben we nog een hele weg te gaan.

Elke dag gaan er meer dan een miljoen leerlingen naar school en er staan iets meer dan 160.000 leerkrachten klaar om onze jongeren op te vangen. Dat betekent dat er heel veel rechtstreekse contacten zijn tussen leerlingen, ouders van leerlingen maar ook met en tussen personeelsleden, met positieve emoties, soms zeer hartelijke emoties, tot spanningen en zware conflicten. Ik vind het een beetje kort door de bocht – herinner u mijn eerste zin, dat elk agressiegeval er een te veel is – om op basis van de evolutie van het aantal aangiften van arbeidsongevallen als gevolg van agressie, de conclusie te trekken dat de agressie zomaar toeneemt of afneemt. Dat kunnen we niet concluderen.

Ik wil de cijfers een klein beetje nuanceren. In 2016 zijn er 81 registraties. Dat is meer dan in 2015 en meer dan in 2014, maar minder dan in 2010, toen er 94 registraties waren. Op basis van recente informatie van het Agentschap voor Onderwijsdiensten (AGODI) zijn er voor 2017 48 aangiften gedaan. We zien dus plots een forse daling. Dat cijfer kan de komende weken nog oplopen omdat er voor Kerstmis misschien meer agressie was. We weten het niet. We zaten zeer laag. Indien het uiteindelijke resultaat voor 2017 een daling zou betekenen, zal ik daar geen algemene conclusie uit trekken. We moeten sowieso het probleem van agressie aanpakken, maar nu oordelen dat alles plots is gestegen? Het zou kunnen dat het nu weer plots gedaald is. We moeten bezorgd maar ook redelijk zijn en niet de bij pieken en dalen anders reageren.

Vorig jaar werd nog door iemand geopperd dat een stijging van de arbeidsongevallen door agressie een gevolg zou zijn van het M-decreet. Toen hebben we collectief onze verontwaardiging geuit. Maar hoe dan ook: elke vorm en elk geval van agressie is er een te veel, en daar moeten we heel veel aandacht voor hebben.

Wat kunnen we nu doen? De schoolbesturen zijn, zoals jullie weten, zelf verantwoordelijk voor de uitbouw van een integraal preventie- en reactiebeleid tegen grensoverschrijdend gedrag en het nemen van maatregelen om dat aan te pakken. Er is ook de federale welzijnswetgeving, die schoolbesturen verplicht om het welzijn van al hun personeelsleden te bewaken en te bevorderen.

Om scholen daarin te ondersteunen, heb ik een aantal initiatieven genomen. We zijn gestart met iets kleins: eind 2015 werd de brochure ‘Werken aan een verbindend schoolklimaat. Hoe reageert jouw schoolteam doeltreffend op pesten?’ verspreid. Die vindt u op de website vlaanderen.be. Vanuit de ad-hocwerkgroep psychosociale risico’s werden ook een aantal voorstellen gedaan. Onderwijsinstellingen en hun personeel worden geïnformeerd over de preventie van psychosociale risico’s, onder meer via onze website. Specifiek voor instellingsbesturen en directies is er op de website ook een beleidsplan ter bevordering van het welzijn en welbevinden in onderwijs opgenomen. Zij zijn immers de eerste aanspreekpunten.

Dan is er ook de rol als bemiddelaar. U weet dat ik heel hard inzet op vertrouwenspersonen die, als ze de juiste vaardigheden hebben en als ze actief kunnen luisteren en doeltreffend communiceren, heel wat problemen op het vlak van psychosociale risico’s kunnen voorkomen in onderwijsinstellingen. Ik heb in 2016 en 2017 in totaal 160 vertrouwenspersonen opgeleid. Vanaf nu tot en met maart organiseer ik opnieuw een reeks opleidingen  voor 80 vertrouwenspersonen. We breiden elk jaar het aantal vertrouwenspersonen uit omdat ik echt geloof dat de preventieve aanpak het schoolklimaat kan bevorderen.

Ik kom tot de dingen die we nu doen. Ik heb net de nieuwe maatregel genoemd waarbij we extra vertrouwenspersonen gaan opleiden. Er zijn een aantal tools. Zijn die efficiënt? Ze zijn een initiatief van onze ad-hocwerkgroep psychosociale risico’s, waar mevrouw Celis al vaak vragen over heeft gesteld. De tools zijn opgemaakt door mensen met zeer veel expertise en terreinkennis. Zij vonden dit zinvolle initiatieven om scholen te ondersteunen in het omgaan met allerhande risico’s. De opleidingsvereisten voor preventieadviseurs zijn vastgelegd volgens de federale welzijnswetgeving. In hun rol als bemiddelaar kunnen vertrouwenspersonen heel veel problemen in onderwijsinstellingen oplossen. Dat zien we echt op de vloer. Daar waar mensen met mensen omgaan, kunnen er conflicten ontstaan.

Om na te gaan of door de aanstelling van vertrouwenspersonen resultaten bereikt worden, organiseren wij in het voorjaar twee netwerkmomenten voor vertrouwenspersonen aangesteld in onderwijsinstellingen. De bedoeling is dat we goede praktijken kunnen uitwisselen, maar ook zien of er nog hiaten zijn, of er verbeteringen kunnen worden aangebracht in de opleidingen, of er voldoende effecten zijn enzovoort.

Arbeidsongevallen moeten om als arbeidsongeval erkend te worden, aangegeven worden bij AGODI. Voor andere incidenten zijn er andere kanalen: vertrouwenspersonen, de preventieadviseur, de diensten voor preventie en bescherming, het beleidsplan en de commissie over grensoverschrijdend gedrag die werd gehouden. Het is de taak van iedereen binnen onderwijs om blijvend aandacht te hebben voor grensoverschrijdend gedrag en andere vormen van ongewenst gedrag.

AGODI rapporteert in het jaarverslag van het agentschap hoeveel dossiers ‘agressie van leerlingen tegen onderwijspersoneelsleden’ het jaarlijks opstelt. De tabel bevat zowel de ingeleide dossiers als het aantal dossiers waarin een effectieve eis tot terugvordering van de wedde bij de ouders overgemaakt werd. In 2014 hadden we 46 dossiers van agressie met leerlingen met 12 eisen tot terugvordering; in 2015 hadden we 40 dossiers met 14 eisen tot terugvordering; in 2016 waren er 58 dossiers met 9 eisen tot terugvordering.

AGODI stelt niet in elk dossier de eis tot terugvordering. Dat gebeurt bijvoorbeeld niet bij incidenten in het lager onderwijs en het buitengewoon onderwijs. Het stellen van een eis tot terugvordering betekent ook niet automatisch dat AGODI effectief kan terugvorderen. Soms betalen ouders, soms richt AGODI zich tot de verzekering, soms ontstaat discussie over de aansprakelijkheid. Vaak blijkt het bewuste personeelslid uiteindelijk niet in die mate gekwetst te zijn dat hij zich afwezig moet melden. De vraag is dan wat de geleden schade is. In heel wat dossiers loopt de eis tot terugvordering nog altijd. Ik denk niet dat de terugvorderingsprocedure gewijzigd moet worden. Deze verloopt vrij zorgzaam en met oog voor de precaire situatie waarin jongeren zich soms bevinden.

Ik denk dat we op dit ogenblik geen bijkomende maatregelen moeten nemen, maar ik wacht de finale cijfers voor 2017 af om eventueel daar met u van gedachten over te wisselen. Weet dat het hoog op de aandachtsagenda staat en dat er echt wel wordt geïnvesteerd, onder andere door onze vertrouwenspersonen.

De voorzitter

Mevrouw Celis heeft het woord.

Vera Celis (N-VA)

Minister, het doet mij echt deugd dat u zegt dat het hoog op de agenda blijft staan en dat het een bijzonder aandachtspunt is. We hebben daarjuist nog een vraag om uitleg gehad over het tekort aan leerkrachten. Als er mensen zijn die leerkracht willen worden, dan moeten we proberen hun aan boord te houden. Ik zeg niet dat het grootste gedeelte van degenen die afhaken in onderwijs, dat doen als gevolg van een agressieprobleem, absoluut niet. Maar ik ken er toch wel enkelen die zo onder de indruk waren van wat ze hebben meegemaakt in de school, dat dat voor hen de reden is geweest om te zeggen: 'Voor mij houdt het hier op, ik zoek wel een andere uitdaging.' Dat zijn waarschijnlijk mensen die in het onderwijs waren gebleven als ze dat niet hadden meegemaakt. Dat is een element waar we zeker aandacht voor moeten blijven houden.

Lesgeven is nog altijd een contactberoep. We moeten de integriteit van onze leerkrachten blijven bewaken. Dat is het meest fundamentele. Daar heb je gewoon recht op wanneer je in het beroep stapt. U verwijst naar de federale welzijnswetgeving van 2014 die ervoor heeft gezorgd dat er in heel veel scholen inderdaad een preventiebeleid wordt gevoerd, en ook wel een goed preventiebeleid. Maar anderzijds hoor ik dat het in sommige scholen nog altijd heel moeilijk is om zich bijvoorbeeld tot vertrouwenspersonen te richten of om naar de algemene directie te stappen en het probleem aan te kaarten, vanuit de angst dat het een welles-nietesspelletje gaat worden en men de boemerang in zijn gezicht zal terugkrijgen. Dat zijn dingen die ook gebeuren in bedrijven en op andere plaatsen. Het agressieprobleem is ruimer in de maatschappij vertegenwoordigd, daar hebt u zeker gelijk in. Het is er ook in wat je ziet en leest op de sociale media van mensen die je van haar noch pluim kent. Het is inderdaad een breder begrip. Er is ook de verkeersagressie. Je mag niet onderschatten wat je aan scheldtirades of opgestoken middelvingers krijgt wanneer eens iemand een fout maakt in het verkeer. Het zijn dingen die spijtig genoeg eigen zijn aan de maatschappij.

U hebt heel wat voorbeelden aangehaald van zaken die leven. Dat is bijzonder goed. De brochure en de website waar informatie kan worden gehaald, is bijzonder goed. Maar ik denk nog even aan de lerarenopleiding. Mensen die in de lerarenopleiding instappen, zijn doorgaans heel jonge mensen die nog heel wat levenservaring moeten opdoen. Zij moeten ook daar begeleiding en ondersteuning krijgen in klasmanagement, hoe ze specifiek met agressieproblemen moeten omgaan. De didactiek is dikwijls heel algemeen en bijzonder goed en geeft fundamenteel over een aantal zaken tekst en uitleg, maar het specifieke rond agressie, leerlingen die agressief zijn, die verbaal agressief zijn en agressie tussen collega's zijn aandachtspunten voor ons om mee te nemen in het debat over de lerarenopleiding.

Als laatste punt wil ik verwijzen naar de verantwoordelijkheid die bij de ouders ligt. Voor een school, voor leerkrachten, voor medeleerlingen en voor ouders van leerlingen is het fundamenteel dat iedereen op zijn verantwoordelijkheid wordt gewezen dat dergelijke dingen niet alleen niet getolereerd worden maar verder uitgepraat moeten worden. Het zit zelfs in basisscholen, waar het gedrag van bepaalde leerlingen in praatgroepen tussen ouders wordt besproken, en daar zijn de sociale media natuurlijk weer een ideale manier om te communiceren voor. In plaats dat het bekeken wordt tussen volwassen mensen, dat het uitgepraat wordt met een directie, dat het een conversatie wordt tussen ouders waarbij de agressie van de leerlingen wordt goedgepraat en ze langs alle kanten worden verdedigd, moet men met alle actoren samenzitten en bekijken hoe men daar verder mee omgaat. Er ligt ook bij de ouders een fundamentele verantwoordelijkheid om in het kader daarvan op te treden en te doen wat er bij de opvoeding van hun kinderen van hen wordt verwacht.

De voorzitter

Mevrouw Gennez heeft het woord.

Dank u wel voor het antwoord van de minister en de aanvullingen van mevrouw Celis, waar ik het in globo mee eens ben. Uiteraard mogen we het probleem niet dramatiseren: daar heeft niemand wat aan. We zijn in onze Vlaamse scholen gelukkig ver van Amerikaanse toestanden verwijderd. We hebben er niets aan om het probleem op te blazen, want we willen net het lerarenberoep aantrekkelijk maken, en dan is een veilige schoolomgeving het minimum minimorum wat je mensen kunt aanbieden.

Ik heb een bijkomende vraag heel specifiek rond de werking en de opleiding van de vertrouwenspersonen. Ik weet niet of u daar vandaag wat dieper op kunt ingaan dan wel dat het voer is voor een vervolgvraag of voor het ter beschikking stellen bij het antwoord zodat we wat meer inzicht hebben in wat die mensen precies doen. Is er een aanbeveling voor een traject wanneer er een melding binnenloopt? Is dat anders bij de verschillende schoolbesturen?

Ik heb nog een aantal bijkomende bedenkingen. De beste manier om het op te lossen, is volgens mij via een vertrouwenspersoon. Dat is een interne kwestie die je best in een eerste fase intern behandelt. Maar als het geweld disproportioneel is of het probleem heeft te maken met een cultuur of een specifieke verhouding tussen een leerling en een bepaalde leerkracht of een schoolteam, is het misschien wel raadzaam dat er ook extern een rapportering of minstens een melding mogelijk is.

We hadden gisteren in de plenaire de discussie rond seksuele intimidatie en een app. Het is een open vraag: hebben we ook extern aan het schoolbestuur meldpunten nodig om het fenomeen misschien nog beter in kaart te kunnen brengen en monitoren, los van de schoolinterne vertrouwenspersonen die het probleem aan de wortel moeten aanpakken?

Het is belangrijk dat het vaak niet alleen om een schoolintern agressieprobleem gaat. Het gaat vaak over gecumuleerde agressie, thuissituatie en psychosociale problematieken buiten de school. Is het dan niet raadzaam dat ook andere actoren, zoals welzijnsactoren maar ook lokale overheden, een rol spelen? Ik heb zelf in het verleden als schepen van Onderwijs in Mechelen een convenant gemaakt met de stad, de politie, gezinsondersteuning en de scholen waarbij er trajecten werden uitgezet om jongeren zo lang mogelijk op een bepaalde school te kunnen houden en dus schoolextern bemiddelend te kunnen optreden, in het ergste geval met parket en politie. Dat waren de extreme gevallen. In eerste instantie gebeurde dat met gezinsondersteuning en andere welzijnsactoren om met de school, met het gezin en met de jongere zelf in dialoog te gaan. Wanneer dat niet lukte, was er een traject naar weer een andere school mogelijk. Er zijn zowel schoolintern als schoolextern met andere actoren, vooral uit de lokale gemeenschap, misschien nog wel versterkingen mogelijk.

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Ik zal u de informatie over de opleiding voor vertrouwenspersonen bezorgen. Ik denk dat ik dit al heb beantwoord op een schriftelijke vraag.

Wat betreft de incidenten zijn er heel wat kanalen. Zoals u zelf zegt, zijn er de schoolinterne diensten waar een bemiddeling kan zijn, maar voor sommige feiten helpt dat niet. Je hebt ook de vertrouwenspersoon, maar er is ook de preventieadviseur. Je kunt contact opnemen met de dienst preventie op het werk, ook extern als je wil. Er is ook het toezicht via de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg (WASO). Er zijn dus heel veel instanties waar je terecht kunt met je problemen. Je vindt dat allemaal in het beleidsplan en op de website van ons ministerie van Onderwijs.

Ik heb in de Commissie Grensoverschrijdend Gedrag van een paar weken geleden een toelichting gegeven over wat er allemaal bestaat. Grensoverschrijdend gedrag ligt in dezelfde sfeer als mogelijke agressie, zeker als het grensoverschrijdend is. Daarom zijn dat ook interessante kanalen. Je kunt in dat verslag een en ander vinden.

Het blijft natuurlijk een zaak van mensen. Een school is een plaats waar heel veel mensen samenkomen in een opvoedkundige context, elk met zijn eigen rugzak. Er zijn kinderen die thuis zeer geweldloos worden opgevoed. Er zijn kinderen die thuis alleen maar worden geconfronteerd met agressie. Die komen allemaal samen in één omgeving. Het is ook voor scholen een heel moeilijke omgeving om mee om te gaan. Daarom moeten de drempels om het te melden laag genoeg zijn. Daar ben ik heel gevoelig voor. Als u concrete voorbeelden hebt van scholen waar dat niet mogelijk is, dan stel ik voor dat u ze mij doorgeeft. Wij kunnen perfect via onze inspectie daar eens laten langsgaan.

Tot slot verwacht ik ook wat heil van het decreet Leerlingenbegeleiding, waarbij leerlingenbegeleiding een erkenningsvoorwaarde voor scholen wordt. Dat betekent dat je aandacht moet hebben voor de begeleiding. Aandacht hebben kan zeer preventief werken, ook om agressie te vermijden, niet tussen leraren maar tussen leerlingen en leraren.

De voorzitter

Mevrouw Celis heeft het woord.

Vera Celis (N-VA)

Minister, dank u wel voor het antwoord. Ik ben heel tevreden dat u het hoog op de agenda hebt staan en dat het voor u ook een enorm aandachtspunt is. Alle kinderen hebben recht op onderwijs. Dat onderwijs moet kunnen worden gegeven in een veilige omgeving voor de kinderen maar zeker ook voor de leerkrachten.

Dat moet voor iedereen bijzonder duidelijk zijn. Soms zouden kinderen punten moeten krijgen omdat ze nog de moed hebben om elke dag in de school aanwezig te zijn, als je ziet hoe weinig aandacht ze vanuit de gezinssituatie krijgen. We moeten erover blijven waken en heel duidelijk stellen dat agressie nooit getolereerd wordt, niet van kinderen, niet van leerkrachten. Dat kan echt niet in een opvoedkundige situatie zoals in scholen.

Ik ben er al heel tevreden mee dat dit hoog op de agenda staat.

De voorzitter

Mevrouw Gennez heeft het woord.

We zullen verder samen met iedereen de problematiek opvolgen. Als we het lerarenberoep aantrekkelijk willen houden of nog aantrekkelijker willen maken, dan is een veilige werkomgeving essentieel.

De voorzitter

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.