U bent hier

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Voorzitter, minister-president, collega's, op 6 oktober 2017 is het net veertig jaar geleden dat de dichter Jotie T'Hooft overleed te Brugge. T’Hooft wordt vaak vernoemd als een van dé meest veelbelovende jonge dichters van de Nederlandstalige letteren. Met zijn alom bekende dichtbundel 'Junkieverdriet' won hij in 1976 als 20-jarige de Reina Prinsen Geerligsprijs. Op 21-jarige leeftijd beroofde de jonge dichter zich met een overdosis van het leven.

Door zijn woelige levenswandel werd T’Hooft lang doodgezwegen, maar daar komt verandering in. Dit jaar komt er een heruitgave van zijn verzamelde werk en ook in De Kroon in Sint-Agatha-Berchem, niet ver van de woning waar de dichter woonde, organiseerde Behoud de Begeerte een hommage-avond op 20 oktober. Op 27 oktober brengen artiesten in Gent een programma over T’Hooft en Rimbaud. De nadruk ligt dus op zijn literaire werk en kwaliteiten, en dat is een goede zaak.

Ondertussen is er wel een probleem met het graf van de dichter. Jotie T’Hooft ligt begraven op de stedelijke begraafplaats in de Dijkstraat in Oudenaarde, zijn geboortedorp. Het graf van de dichter is tot op heden niet beschermd, noch opgenomen op de lijst van funerair erfgoed. Volgens de schepen van Burgerzaken van de stad Oudenaarde kan het graf niet worden opgenomen op de lijst van funerair erfgoed omdat de concessie op het graf werd verlengd. Bij een aflopende concessie en alvorens het graf te verwijderen, moet dit worden aangekondigd door middel van een gemeentelijke aanplakbrief bij het graf. Resultaat: de concessie wordt telkens weer betaald om het graf niet te laten verdwijnen waardoor het niet kan worden beschermd en op de lijst van beschermd funerair erfgoed worden opgenomen. Ook dit jaar weer. De concessie liep af op 17 oktober en op de laatste dag kwam een nobele onbekende alsnog de concessie betalen, waardoor het graf weer niet kan worden beschermd. Kafka, een absurditeit, een vicieuze cirkel.

Nu blijkt echter, in tegenstelling tot wat ons aanvankelijk werd voorgespiegeld, dat dit een interne regel is van het Oudenaardse stadsbestuur, en dat volgens het decreet op de begraafplaatsen en lijkbezorging uit 2004 het perfect mogelijk is om een graf met een nog lopende concessie op te nemen op de lijst van funerair erfgoed, die steden en gemeenten volgens het decreet van 2004 op de begraafplaatsen zouden moeten opmaken. Alleen kunnen de beheersmaatregelen pas worden getroffen als de concessie vervalt.

Minister-president, wat zijn de voorwaarden om te beslissen een graf op te nemen op de gemeentelijke lijst van funerair erfgoed? Kan een gemeente beslissen een graf niet op te nemen vanwege een lopende concessie? Kan er een eventuele aanpassing komen aan het decreet zodat, in samenspraak met de concessiehouder, toch beheersmaatregelen kunnen worden genomen door de gemeente? Volgens het decreet kan bij ontstentenis van de lijst ook initiatief worden genomen door de Vlaamse Regering. Hoe kan deze procedure worden gestart? Is de Vlaamse Regering van plan om iets te ondernemen voor de bescherming/het beheer van het graf van Jotie T'Hooft? Zo ja, wat? 

De heer De Meulemeester heeft het woord.

Voorzitter, minister-president, collega's, sinds het decreet op de begraafplaatsen van 2004 zijn alle gemeentebesturen verplicht een lijst te hebben van graven met lokaal historisch belang die als kleine onroerende-erfgoedelementen kunnen worden beschouwd. In haar besluit van 14 mei 2004 geeft de Vlaamse Regering enkele criteria: het gaat om graven met een historische, artistieke, volkskundige of socioculturele waarde die niet beschermd zijn als monument.

Graven en grafmonumenten die op deze lijst staan, genieten extra bescherming. De graven op deze lijst dienen vijftig jaar te worden bewaard en onderhouden door de gemeentelijke overheid. Deze termijn kan worden verlengd. Bij ontstentenis van deze lijst kan het initiatief tot de opmaak ervan genomen worden door de Vlaamse Regering of haar gemachtigde.

Uit een parlementaire vraag van vorig jaar augustus heb ik begrepen dat vier gemeenten zo’n lijst hebben opgesteld – misschien zijn het er ondertussen al meer. Het zou nuttig zijn om te vernemen hoeveel gemeenten nu reeds officieel die lijst hebben ingediend. Vier is natuurlijk niet heel veel, maar ze hebben intussen al een dergelijke lijst opgesteld, met de bijbehorende verplichting om die waardevolle graven te onderhouden. Toch zijn er enkele vragen waarover duidelijkheid gewenst is.

Minister-president, kunnen ook graven waarvan de concessie nog niet verlopen is, opgenomen worden op de lijst? Zo ja, wie moet dan instaan voor het onderhoud van deze graven? Is dat dan de gemeentelijke overheid, in toepassing van artikel 26, paragraaf 2, van het decreet van 2004, of blijft dit dan de verantwoordelijkheid van de concessiehouder, voor de resterende duur van de concessie?

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Collega's, om te beginnen, wil ik duidelijk maken dat de hoofdbevoegdheid in deze aangelegenheid ligt bij mijn collega Liesbeth Homans omdat zij bevoegd is voor het decreet inzake de begraafplaatsen en de lijkbezorging. Ikzelf ben uiteraard bevoegd voor het aspect onroerend erfgoed, maar ik zal een gezamenlijk antwoord geven dat afgestemd is met de beide agentschappen en ook met mijn collega Homans.

Mijnheer De Meulemeester, ik wil u er graag onmiddellijk op wijzen dat ik hier nu meteen geen antwoord kan geven op de vraag over het aantal gemeenten dat beschikt over een lijst van funerair erfgoed. Ik wil u dan ook vragen om deze vraag te stellen aan mijn collega die daarvoor bevoegd is, want dit decreet valt onder haar uitsluitende bevoegdheid.

Collega’s, de verantwoordelijkheid voor de inventarisatie en bewaring van de graftekens ligt volgens het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaats en de lijkbezorging bij de gemeenten. Om te worden opgenomen op die lijst, moet worden voldaan aan twee voorwaarden. Ten eerste moet het gaan over historische, artistieke, volkskundige en/of sociaal-culturele waarden waarover die graven beschikken. Ten tweede mogen ze niet beschermd zijn ingevolge het Onroerenderfgoeddecreet van 13 juli 2013. Zodra een graf beschermd is overeenkomstig het Onroerenderfgoeddecreet, wordt het ook geschrapt van de gemeentelijke lijst. Maar het is de gemeente en de gemeente alleen die bepaalt wat voldoende waardevol is om te worden opgenomen op de gemeentelijke lijst.

Dat opstellen van de lijst is een belangrijke taak van de gemeente. Indien er nog maar vier zouden zijn die dat gedaan hebben, dan zou ik de anderen oproepen om dat wel te doen. Wellicht zijn het er ondertussen meer. Het doet er niet toe. In het algemeen kan ik zeggen dat ik dit een belangrijke taak vindt van gemeenten, omdat niet alle graven die van lokale waarde zijn, daarom ook worden beschermd. Ik kom daar straks op terug. Het gaat om twee andere beoordelingen, het gaat om andere criteria. Het is een taak van de gemeente om een lijst te maken met graven met lokaal historisch belang.

Als de graven op die lijst komen, moeten ze minstens vijftig jaar lang worden bewaard en onderhouden door de gemeente. Collega’s, er is iets wat ik wil beklemtonen, omdat het de essentie is van het probleem dat wordt voorgelegd. Nergens in het decreet op de begraafplaatsen en lijkbezorging wordt bepaald dat gemeenten graven met een lopende concessie niet op die lijst mogen opnemen. Integendeel, als de gemeente dat doet, geeft ze aan dat ze, eerst en vooral, vindt dat dit gaf een waarde heeft voor de lokale gemeenschap en twee, dat ze ook wil instaan voor het behoud van die graven.

In dit geval vind ik dat het een taak is van de stad Oudenaarde om zich daarover te buigen. Persoonlijk – maar dat is mijn persoonlijke mening, het gaat over de autonomie van de stad – zou ik dat graf opnemen op de lijst van graven met een lokaal historisch belang, omdat ik van mening ben dat het graf van Jotie T’Hooft zonder twijfel voldoet aan de voorwaarden om op die lijst te worden opgenomen.

Ik zou ook aanraden om in overleg te gaan met de concessiehouder. De concessiehouder draagt namelijk een verantwoordelijkheid, heeft de concessie verlengd voor vijf jaar en moet in die periode instaan voor het onderhoud, voor het in stand houden. Na het verloop van de concessie kan de concessiehouder theoretisch de graftekens wegnemen, wat in dezen ondenkbaar is, want het is precies iemand die de concessie betaalt met het oog op het behoud van de grafteken. Maar natuurlijk zit dat een beetje in een vicieuze cirkel. Als die concessie weer eindigt, kan de concessiehouder die bezorgd is om het graf, bij wijze van spreken niets anders doen dan te zeggen: ‘Ik wil die concessie verlengd zien.’ Het lijkt mij beter om daar in dialoog te gaan, om over te gaan tot het plaatsen van dat graf op de lokale lijst en afspraken te maken over het in stand houden, over de bewaring, het onderhoud van het graf.

Ik denk dat het duidelijk is – dat blijkt ook uit de vraagstelling vandaag – dat heel wat mensen zich bekommeren om het behoud van dat graf. Het zou dus een goede zaak zijn om daar tot een oplossing te komen. Het lijkt me dus beter om daarover in dialoog te gaan met de concessiehouder die nu uitsluitend verantwoordelijk is voor het onderhoud. Als het op de lijst zou komen na het beëindigen van de concessie, zitten we weer met de periode van twijfel. Dan kan hij zeggen: ‘We verlengen de concessie’ of ‘We doen dat niet’. Theoretisch kan alles dan verdwijnen. Op dit ogenblik lijkt het mij dus het best om de dialoog te voeren.

Collega’s, ik denk ook niet dat er een aanpassing van het decreet nodig is. Dat is ook de mening van mijn collega Homans. Ik vind het goed dat het inventariseren van graven met een lokaal historisch belang tot de verantwoordelijkheid van de lokale besturen behoort. Dat spoort ook met alles wat we doen inzake lokale autonomie. Het is ook aan de lokale gemeenschap om te beoordelen of dit iets van lokaal belang is.

Ik kom tot het laatste punt, waarover ik het al even had bij het begin. Collega’s, ik heb het hier al herhaaldelijk gezegd, maar voor de collega die niet tot de commissie behoort, wil ik het nog eens benadrukken: het is niet omdat in een bepaalde woning vroeger een kunstenaar, een politicus, een bekend persoon, een dichter gewoond heeft, dat daarom die woning zal worden beschermd, dat ze daarom beantwoordt aan de criteria van erfgoed. Hetzelfde geldt uiteraard voor graven. Dat grafteken is een eenvoudig, houten kruis, zo is mij meegedeeld. Er is een aanvraag ingediend tot bescherming. Dat dossier wordt zoals andere dossiers behandeld door het agentschap. We zullen zien wat het advies daar is. Maar het is niet per definitie zo, omdat het een graf is van een bekend persoon, dat het als dusdanig in het kader van het Onroerenderfgoeddecreet zal worden beschermd, net zoals dat ook niet het geval is met woningen van dichters, van schrijvers, van kunstenaars, van politici – God beware ons, dat al onze woningen zouden worden beschermd. Dat wilde ik even beklemtonen.

De procedure is ingediend en zal correct worden behandeld. Hier gaat de vraag in hoofdzaak over de toepassing van het decreet op de begraafplaats en de lijkbezorging. Daarvoor ligt de verantwoordelijkheid bij de gemeente. Ik heb mijn mening gezegd over wat volgens mij de beste aanpak is.

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Er zijn inderdaad twee verschillende zaken. De beschermingsaanvraag is ondertussen ingediend. We zullen zien wat daarvan komt. Ondertussen zitten we met die lijst van funerair erfgoed die toch ook een zekere garantie biedt op het behoud van het graf voor op zijn minst vijfig jaar.

We zitten met criteria die door de stad Oudenaarde zelf zijn opgelegd. We hebben twaalf verschillende begraafplaatsen. Er is ondertussen een inventaris opgemaakt, waar zeer lang over gedaan is. Het decreet is al goedgekeurd in 2004. Van de begraafplaats aan de Dijkstraat, de oudste en mooiste begraafplaats in het centrum van de stad, zijn stadsgidsen en experts tot de conclusie gekomen dat er 178 potentieel waardevolle graven zijn die op de lijst zouden kunnen komen van funerair erfgoed. Door de criteria die zijn opgesteld door het stadsbestuur zijn er daarvan 7 overgehouden. Het graf van Jotie T’Hooft is daar niet bij omdat daar nog een concessie op rust.

U vindt dat er geen aanpassingen moeten komen aan het decreet op de lijkbezorging. Ik moet die kwestie misschien beter bespreken met minister Homans, omdat het haar bevoegdheid is. Als we tot dergelijke lijsten komen van funerair erfgoed waarbij zoveel graven door de mazen van het net glippen, wat is dan het punt van het opmaken van dergelijke lijsten? Volgens mij zit het niet helemaal juist met de criteria. Misschien moet de Vlaamse overheid betere richtlijnen afspreken, want als we tot stedelijke en gemeentelijke verschillende criteria komen waarbij sommige steden of gemeenten dat werk zeer grondig doen en andere maar heel weinig graven overhouden, dan is dat een onevenwicht. Dergelijke ongelijkheid is niet verstandig. Ik zal die vraag stellen aan minister Homans.

Er is een vraag die wel relevant is voor u, maar die onbeantwoord blijft. In het decreet van 2004 staat dat er bij ontstentenis initiatief kan worden genomen door de Vlaamse Regering. Er is hier duidelijk ontstentenis. We zijn het met heel veel mensen oneens over de lijst die is opgesteld door de stad Oudenaarde. Er kan dus een procedure worden gestart. De Vlaamse Regering kan initiatief nemen. Waaruit bestaat dat initiatief? Wat moet iemand die bezorgd is, doen om ervoor te zorgen dat de Vlaamse Regering dergelijk initiatief neemt?

De heer De Meulemeester heeft het woord.

Vanuit de stad Oudenaarde zouden we niet liever hebben dan dat het graf van Jotie T’Hooft zou behoren tot funerair erfgoed, maar we moeten er uiteraard de decretale middelen voor hebben. Zolang er een concessie op dit graf rust, kunnen we het niet opnemen als funerair erfgoed. Vanuit de dienst Burgerzaken is ons steeds meegedeeld dat dit niet kon.

Op een bepaald moment heeft iemand toch die concessie verlengd zodat we met dit probleem zitten. We hopen dat we in overleg kunnen gaan met de betrokkene die de concessie heeft verlengd, zodat we alsnog een oplossing kunnen vinden. Ik weet het niet. We zullen nagaan in hoeverre we met die persoon in contact kunnen treden.

Zoals mevrouw Meuleman zegt, zouden er daar in totaal 178 graven zijn. We hebben ook nog 11 andere begraafplaatsen die moeten worden onderzocht. Dat is natuurlijk heel veel. Dat is ook de reden waarom we bepaalde criteria hebben goedgekeurd in de gemeenteraad. (Opmerkingen van Elizabeth Meuleman)

In het college van burgemeester en schepenen. Dat is hun bevoegdheid.

We zullen proberen in dialoog te treden met de betrokkene om tot een oplossing te komen. U zegt dat niets ons zou weerhouden, ook al is er een concessie op dit graf, om het aan de lijst van funerair erfgoed toe te voegen. Het probleem zou natuurlijk wel kunnen zijn dat er ook op tal van andere graven een concessie berust, wat ons nieuwe problemen zou brengen want we moeten voor iedereen een gelijke beslissing kunnen nemen.

Dit is ook een bevoegdheid van minister Homans, meer bepaald als het gaat over welke aanpassingen er desgevallend kunnen gebeuren aan het decreet en of die al dan niet noodzakelijk zijn. Het is in elk geval ons aller bedoeling om uiteindelijk tot een oplossing te komen en het graf van Jotie T’Hooft te kunnen laten behoren tot het funerair erfgoed.

Nog mensen uit de streek die willen aansluiten?

De heer Van Overmeire heeft het woord.

Voorzitter, hoewel het dezelfde kiesomschrijving is, duurt het vanuit Aalst – als je je houdt aan de snelheidsbeperkingen – ongeveer drie kwartier om in Oudenaarde te geraken. Er is een zekere verwantschap, maar dat is niet de reden waarom ik iets wil zeggen over dit onderwerp. Ik wil me ook niet moeien in de discussies van de gemeenteraad van Oudenaarde. Eerlijk gezegd had ik wel gedacht dat de discussie eerder ging beginnen, namelijk toen mevrouw Meuleman het woord ‘geboortedorp’ uitsprak. Ik dacht dat de burgemeester toen meteen een persoonlijk feit zou inroepen om erop te wijzen dat Oudenaarde al lang stadsrechten heeft. (Gelach)

Ik wil iets zeggen in de naam van mevrouw Van Werde die wegens ziekte afwezig is maar deze zaak opvolgt. Ik wil ook iets zeggen uit persoonlijke interesse als schepen van Erfgoed van de stad Aalst.

Minister-president, ik zal de vragen van de vraagstellers niet herhalen. Het lijkt me echter wel interessant dat deze casus in deze commissie eens aan bod komt en dat eens wat duidelijkheid kan worden gecreëerd. Ik zou zelf nog twee vragen willen stellen.

De gemeenten zijn verplicht om een lijst op te stellen, maar dertien jaar later blijkt dat misschien nog maar vier gemeenten een lijst hebben overgemaakt. Misschien zijn het er meer. Daar is in elk geval onduidelijkheid over. In tegenstelling tot mevrouw Meuleman pleit ik er niet voor dat de Vlaamse overheid meer zou ingrijpen en vorm van gelijkheid tot stand zou brengen. Het komt erop neer dat we de lokale besturen autonomie geven of het zelf in handen nemen. De vraag is echter welke zin het heeft lijsten te laten overmaken indien we dertien jaar later niet eens weten hoeveel lijsten er zijn overgemaakt. Het overmaken van die lijsten heeft eigenlijk geen enkel concreet effect. Wat is de bedoeling van die lijsten?

Voor mijn tweede vraag laat ik me inspireren door mevrouw Van Werde. Zou het niet verstandiger zijn deze problematiek uit het decreet op de begraafplaatsen en de lijkbezorging te lichten en naar het beleid inzake het onroerend erfgoed over te hevelen? Ik heb begrepen dat minister Homans en uzelf daar niet meteen voorstanders van zijn. Ik zou de vraag hier toch willen voorleggen. In essentie heeft dit te maken met het erfgoed en met het bewaren van wat we belangrijk vinden. Het kan om lokaal erfgoed en een lokaal belang gaan, maar misschien moeten we hier toch eens over nadenken.

De heer Caron heeft het woord.

Voorzitter, een vijftal jaar geleden heb ik in mijn eigen stad, in een andere kiesomschrijving, meegewerkt aan de inventarisatie van waardevolle graven op de oudste begraafplaats van Kortrijk. Ik heb niet meegewerkt aan de precieze selectie, maar aan het opstellen van de criteria en aan het groeperen van een aantal graven. Die graven zijn zelfs verplaatst om de ensembles te herstellen. Hierdoor heeft toch een gedeelte van het kerkhof een relatief originele historische aanblik. Waar de concessies zijn vervallen, zijn zelfs grafmonumenten bewaard. Die monumenten zijn hergebruikt voor de andere mensen die er zijn begraven. Het is een dynamisch gegeven. We moeten dit niet beschouwen als iets wat nooit kan veranderen. Ik heb het vooral over grafkelders en ook over een gedeelte van de grafstenen waarboven een plakkaat is aangebracht. Dat proces heeft een tijdje geduurd maar de gemeenteraad van Kortrijk heeft het unaniem gesteund. Sommige begraafplaatsen in Kortrijk beschikken dan ook over waardevolle ensembles.

Er is daar geen onderscheid gemaakt tussen de concessies die zijn verlengd en de concessies die niet zijn verlengd. De funeraire waarde staat daar los van. Daar is nooit een punt van gemaakt. Die besluitvormingsprocessen lopen los van elkaar. Niet alle kerkhoven zijn geïnventariseerd voor de belangrijkste graven zijn beschermd. Het is perfect mogelijk met een lokale lijst stapsgewijs te werken.

Tot slot wil ik nog iets opmerken voor de mensen die de materie minder goed kennen. In Vlaanderen houden heel wat verenigingen zich bezig met het funerair erfgoed. Ze hebben ter zake een grote expertise opgebouwd. Het gaat meestal om vrijwilligersverenigingen, maar ze worden ondersteund en werken, bijvoorbeeld, samen met de vzw Herita. Er is heel wat knowhow in Vlaanderen. De lokale bestuurders moeten het warm water niet uitvinden. Ze kunnen perfect een beroep doen op de kennis van derden.

Dit staat los van de geloofsovertuiging die mensen aanhangen. De funeraire waarde slaat ook op wat bouwkundig, historisch en sociaal-cultureel interessant is. Zo is in Kortrijk een ensemble beschermd van graven van kloosterzusters van een orde die in de stad is verdwenen. Een monument dat bouwkundig of funerair misschien niet tot de kwalitatieve top behoort, kan voor de Kortrijkzanen toch zeer betekenisvol zijn. Dit geldt voor de Broeders Van Dale. In onze geschiedenis is dit een belangrijke orde die nog in deze stad actief is geweest. Die graven hebben dan ook een sociaal-culturele lading. Een gemeentebestuur kan dat veel beter inschatten. We moeten niet dit per se naar het niveau van de Vlaamse overheid tillen.

Veeleer dan voor een verplichting, pleit ik voor een eventuele sensibilisering over het onderwerp. Ik zou het gemeentebestuur van Oudenaarde willen oproepen om de krachten te verenigen. Er ligt een fantastisch project voor hen.

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Mijnheer Caron, ik kan me eigenlijk in grote lijnen aansluiten bij wat u hebt gezegd. Dat is de teneur van het antwoord dat ik hier zou willen geven.

Mevrouw Meuleman, op 24 augustus 2016 heeft minister Homans de vraag van de heer Wouters beantwoord. Bij ontstentenis van lokale initiatieven zal de Vlaamse overheid niet optreden. Het staat in het decreet, maar dit behoort zeer terecht tot de lokale autonomie. Hierover kan desgevallend een lokaal debat worden gevoerd. Er zijn lokale verenigingen, heemkundige kringen en verenigingen voor het onroerend erfgoed die zich hiermee bezighouden. Ik vind het bij uitstek een zaak van lokaal belang de volkskundige, sociaal-culturele of historische waarde van een graf voor de lokale gemeenschap te bepalen. We moeten dat niet in Brussel beslissen.

De gemeenten die geen lijst bezorgen, krijgen geen sanctie. Het is wel belangrijk dat de oefening wordt uitgevoerd. Dit behoort tot het historisch erfgoed van de lokale gemeenschap. We kunnen enkel hopen dat alle gemeenten die verantwoordelijkheid op zich nemen. Morgen vergadert de administrateur-generaal toevallig met de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG). Ik heb hem gevraagd of de VVSG misschien ook voor de sensibilisering kan zorgen. De VVSG zou erop kunnen wijzen dat dit een decretale bepaling is. We kunnen enkel hopen dat de lokale verenigingen en politici uit meerderheid en oppositie een initiatief nemen.

Het is heel duidelijk. Indien het in Oudenaarde op een andere wijze in een reglement staat vermeld, kan dit reglement natuurlijk best worden aangepast.

Het is niet zo dat een graf waar een concessie op rust, niet op die lokale lijst kan komen. Daar is geen beletsel voor. Wel is er een praktisch probleem dat je moet oplossen: zolang er een concessie op rust, is het de concessionaris die de verantwoordelijkheid draagt voor het onderhoud, het in stand houden enzovoort. Als het op de lijst komt, is dat de gemeente. In dergelijk geval moet het gezond verstand worden gebruikt.

Collega De Meulemeester, tevens burgemeester, u kent de persoon die de concessie verlengd heeft. Hij heeft dat gedaan met de bedoeling om dat graf te behouden. Dat is niet iemand die als je daar morgen mee aan tafel gaat zitten, dan zal zeggen: ‘Blijf eraf.’ Met die man kan een afspraak worden gemaakt over wie vanaf wanneer zal instaan voor het onderhoud. Dat is een praktische afspraak. Hij heeft met mij contact genomen. Aan ons heeft hij in elk geval al laten weten dat hij niets liever wenst dan dat dit grafteken bewaard blijft. Ik zie niet in dat dit iets tegenstrijdigs zou zijn. Hetzelfde geldt voor families die een concessie hebben: als die families zeggen dat zij het als hun morele plicht beschouwen om zolang de concessie loopt, dat graf te blijven onderhouden, is het geen probleem om dat ondertussen op die lijst te zetten. Als er ooit een einde aan die concessie komt, dan kan de gemeente zeggen dat het vanaf dan aan haar is. Over het aantal en de aard daarvan is het aan de lokale besturen om dat te doen.

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Ik ben het toch niet helemaal eens met de minister-president. Hij zegt dat het opmaken van zo’n lijst bij voorbaat gemeentelijke materie is en dat het inderdaad de gemeenten zijn die het best kunnen inschatten wat waardevol is. Daar ben ik het mee eens. Maar hij zegt dat bij ontstentenis de Vlaamse Regering heeft beslist, hoewel in het decreet staat dat er toch niet wordt opgetreden, daar ben ik het absoluut niet mee eens. We hebben inderdaad iemand die op de allerlaatste dag de concessie heeft overgenomen uit schrik dat het graf zou verdwijnen, want er hing een gele brief. Er was ons gecommuniceerd om zeker de concessie niet te verlengen. Als de concessie niet verlengd wordt, dan kunnen we het opnemen op de lijst. Daardoor heeft de weduwe het graf niet betaald, hebben de familieleden het graf niet betaald, hebben mensen die een veel dichtere band hebben met de dichter, namelijk de dichte familieleden, de concessie niet verlengd waardoor de concessie nu in handen is van iemand met ongetwijfeld de beste bedoelingen en die met heel zijn hart zorg zal dragen voor dat graf. Maar u voelt toch aan dat dit niet juist zit. Het graf komt nu in handen van iemand uit Wetteren die geen band heeft met de dichter, behalve dat hij waarschijnlijk zeer veel bewondering had voor die dichter. Dat we dat laten gebeuren en dat we het behoud van ons funerair erfgoed laten afhangen van een willekeurige concessiebetaler, van een weldoener in Vlaanderen die concessies begint te betalen, dat vind ik een foute manier van handelen.

Minister-president, ik wil vragen om in dit zeer uitzonderlijke geval, als het gaat over een dichter over wie er een consensus is dat hij echt wel belangrijk is geweest voor het sociaal-cultureel erfgoed van Vlaanderen, wel in te grijpen en een initiatief te nemen vanuit Vlaanderen om het toch te laten toevoegen op de lijst van funerair erfgoed, tegen een gemeentelijk reglement in. Dan kunnen we ondertussen de beschermingsprocedure al dan niet afwachten. De houding waarbij er toevallig iemand is die de concessie heeft betaald en men zegt ‘we zullen het nu zo laten en we zullen later wel zien’, vind ik voor een dergelijk persoon onvoldoende. Dat wilde ik nog als slotbemerking meegeven.

De heer De Meulemeester heeft het woord.

Ik heb begrepen van de minister-president dat het probleem dat zich nu stelt, het best in Oudenaarde wordt opgelost. We zullen in elk geval verder in dialoog treden met de betrokkenen zelf. Er is ook al een gemeenteraadscommissie vastgesteld waar we met de lokale gemeenschap gaan proberen te kijken in hoeverre we een oplossing kunnen bieden. We zullen in eerste instantie met de concessionaris contact opnemen en verder met de lokale gemeenschap bekijken of het graf alsnog op de lijst van funerair erfgoed kan komen.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.