U bent hier

Commissievergadering

donderdag 11 januari 2018, 10.12u

Voorzitter
Vraag om uitleg van Caroline Gennez aan Hilde Crevits, viceminister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Onderwijs, over het uitstel van de hervorming secundair onderwijs
De voorzitter

Mevrouw Gennez heeft het woord.

Minister, ik heb deze vraag ingediend naar aanleiding van uw communicatie begin december over het uitstel van de invoering van de hervorming secundair onderwijs.

U weet dat wij koele minnaars zijn van de manier waarop deze modernisering in de praktijk vorm krijgt en van de conceptnota's die de Vlaamse Regering daaromtrent heeft ingediend. We wilden best wel een stapje verder gaan en streven naar een meer fundamentele hervorming omdat we denken dat de kwaliteit van ons onderwijs taant voor heel wat leerlingen. We zouden graag hebben dat de lat hoger wordt gelegd voor alle leerlingen in ons secundair onderwijs en dat de kloof die op basis van thuissituaties het onderwijs verdeelt, zou verkleinen. Een van de instrumenten die daar raadzaam bij is, is het uitstel van de studiekeuze. Ook bredere domeinscholen zijn daarin belangrijk.

Ik herformuleer mijn vraag een beetje omdat er de voorbije dagen toch wel wat signalen zijn gekomen uit verschillende maatschappelijke sectoren. Gisteren nog trad de voorzitster van het STEM-platform, Françoise Chombar, de noodkreet bij van heel wat directies van technische scholen dat het niet evident is om in te zetten op toegepaste STEM, waar we toch wel nood aan hebben.

We zien dat de instroom in die sterke technische richtingen niet in stijgende lijn is, ondanks onze inspanningetjes om die technische scholen te ondersteunen met een investeringsbudget of infrastructuurbudget van 5 miljoen euro. We zitten daar niet op het goede spoor.

De gebrekkige modernisering van het secundair onderwijs met zijn ‘early tracking’ is daar mee verantwoordelijk voor. Het is ook onze overtuiging dat dit ook komt doordat we de tussenschotten tussen aso, tso en bso en de labels die we nog steeds op kinderen kleven, laten bestaan. De modernisering zoals ze nu is uitgetekend, is een gemiste kans.

Dat de hervorming wordt uitgesteld, zou je als een goede zaak kunnen bestempelen, want dingen die niet noodzakelijk in de goede richting evolueren, hoef je ook niet holderdebolder in te voeren. Ik herhaal nogmaals ons pleidooi, gesteund door de Vlaamse Onderwijsraad (Vlor), de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen ( SERV), de koepels en de vakbonden, om een ander kader uit te tekenen om jongeren de juiste studiekeuze te laten maken en om een nog helderder studiekeuzeaanbod te formuleren, met een matrix die echt transparant is en waarbij er twee assen zijn: een finaliteitsas naar doorstroom of arbeidsmarktgerichtheid en een interesseas, waarbij de verschillende domeinen richtinggevend zijn.

Dat de onderwijsvormen die matrix compliceren, zal u niet verbazen. Dat wordt ons ook gemeld door heel veel actoren op het terrein. Dat er aan de modernisering van het secundair onderwijs bovendien ook nog eens een de facto A- en B-getuigschrift voor het basisonderwijs gekoppeld is, vinden wij ook geen goede zaak. Uiteraard vertel ik daar samen met de Vlor niets nieuws.

Ik lees nu in OD XXVIII dat het het voornemen is om ook dat uit te stellen. Ik neem aan dat dit gekoppeld is aan het uitstel van de invoering van de hervorming van het secundair onderwijs. Ook dat vinden we een goede zaak. Minister, het is nooit te laat om bij te schaven, het is nooit te laat om te leren. Voer dat A- en B-getuigschrift af. Het verzwaart ook nodeloos de planlast. De Vlor vindt het geen goede zaak. Neem de kans te baat om de hervorming alsnog bij te sturen. Vanuit de oppositie is sp.a partner om mee te sturen in de oorspronkelijke richting: labels afschaffen, latere studiekeuze en een meer transparant aanbod zonder A- en B-getuigschrift in het basisonderwijs. We denken dat het nog niet te laat is, maar het is wel hoog tijd. Hopelijk kunt u daarop ingaan.

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Mevrouw Gennez, ik zal u met mijn antwoord een beetje moeten teleurstellen. De eerste bouwstenen voor de modernisering zijn gelegd met het rapport in 2009. We hebben dan tot 2013 gediscussieerd vooraleer er een masterplan kwam. Nu zetten we dat heel zorgvuldig om in regelgeving. De teksten zijn geschreven, de onderhandelingen zijn gevoerd. Het dossier ligt nu bij de Raad van State. Daarna moet het nog langs de regering en komt het naar dit parlement. We zullen dan uitgebreid de kans hebben om over alle maatregelen te discussiëren.

De reden van het uitstel heeft minder te maken met de regelgeving, dan wel met de tijd die we aan scholen willen geven om zich aan te passen. Er was een absolute vraag van veel scholen – niet van allemaal – om een schakeljaar de tijd te krijgen om alles aan te passen. Dat toont ook aan de hervorming niets kleins is maar iets groots.

U weet dat het ook de bedoeling is om het dossier te laten sporen met de hervorming van de inhoud.

We hebben dan als regering dus beslist om die structuurhervorming samen met een inhoudelijke vernieuwing te laten sporen. Dat zijn dus geen fundamentele bijsturingen die nog komen, want er zal nog bijzonder veel werk op de plank zijn als we onze regelgeving goedgekeurd willen krijgen tegen het einde van dit schooljaar, om zo aan de scholen een schakeljaar te geven.

Mevrouw Gennez, ik zal niet op al uw inhoudelijke punten ingaan, want als het ontwerp van decreet naar hier komt, zullen we sowieso nog de kans krijgen om erover van gedachten te wisselen.

De voorzitter

Mevrouw Gennez heeft het woord.

Tot mijn grote spijt en vooral in naam van al die partners die een andere hervorming van dat secundair onderwijs voorstonden, zowel in het onderwijsveld als op de arbeidsmarkt, kan ik dus inderdaad niet anders dan mijn bezorgdheid uitdrukken, gesteund door PISA en andere onderzoeken, over de kwaliteit van ons onderwijs in het algemeen en die groeiende kloof. Deze matige structuurhervorming zal die niet verhelpen. Er is voldoende wetenschappelijk onderzoek om dat te staven. Misschien kunt u echter wel nog punctueel antwoorden op de bijkomende vraag over de getuigschriften A en B.

Minister Hilde Crevits

Dat staat vanmiddag op de agenda, met een vraag van mevrouw Meuleman.

Dat heb ik niet gezien. Ik heb dit aangegrepen om dit hier een beetje te actualiseren, maar misschien kunt u daar kort op antwoorden en dat straks nog eens overdoen, want ik denk niet dat ik dan aanwezig zal zijn. (Opmerkingen van de voorzitter)

Als u daar niks kort over kunt zeggen, dan zal ik deze namiddag terugkomen. Dat heeft toch een band met dit onderwerp en aangezien deze vraag is gesteld naar aanleiding van het uitstel van de hervorming van het secundair onderwijs en het getuigschrift een van de elementen is die ook daarin zijn opgenomen, en dat nu ook wordt uitgesteld, heeft dat toch wel een inhoudelijke band. Anders zou ik het er uiteraard niet bij halen.

De voorzitter

De heer Daniëls heeft het woord.

Collega Gennez, het blijft me wat verbazen dat u een aantal zaken aanhaalt die eigenlijk geregeld zijn. U zegt dat we nood hebben aan transparantie. Wel, ik ga het u nog eens zeggen: het is de eerste keer dat alle studierichtingen op één A3 staan. Recent nog had ik dat meegenomen op nieuwjaarsavond, want zo gaat dat dan bij nieuwjaarsfeestjes: hoe zit dat nu? (Gelach. Opmerkingen)

En dan kun je het gewoon uitleggen. Dat is de eerste keer dat het feestje niet is gesplitst tussen onderwijs en niet-onderwijs omdat men het niet snapte. Ik kan u dus geruststellen: transparant, dat is gelukt.

Wat labels betreft, wat zijn labels? Als u maar blijft herhalen als politicus in de commissie Onderwijs dat u vindt, als iets tso heet, dat dat minderwaardig is, dan moet het u niet verbazen dat de buitenwereld dat ook zo vindt.

Dat heb ik niet gezegd.

Als u wilt dat bepaalde labels weggaan, dan moeten we die vakjes wit maken. Dan is er geen label meer, en dan is er het grote niets. Wat is dat? Het grote niets. Wat gebeurt er dan? Dan gaan mensen zelf labels maken. Of dat nu arbeidsmarktgericht heet of bso, dat zit in de hoofden. Daarnet tweette er nog iemand dat we de gedachte weg moeten krijgen dat tso minder is. Wel, gaan we een decreet goedkeuren dat het verboden is om te denken dat dat zo is, en dan de gedachtepolitie in Vlaanderen op pad sturen? Er zullen altijd benamingen zijn. Ik kan er ook niets aan doen.

Dat we uitstellen, ten slotte, is wel degelijk op vraag van het veld, en omdat het een inhoudelijke bijsturing is. Dat is het voornaamste waarover het gaat. Je hebt dus eindtermen nodig. Die eindtermen zijn er niet, dus je moet wel uitstellen, want hoe kun je nu een studierichting starten met een bepaalde benaming als je niet weet wat erin zit? Wat dat betreft, hebben we heel goed geluisterd naar het veld.

Er was de vraag die u stelde naar een brede eerste graad met uitstel van studiekeuze enzovoort. Ik kan niet anders dan herhalen dat we samen een heel goed masterplan voor de hervorming van het secundair onderwijs hebben gemaakt. Dat staat daar niet in. Dat heeft daar nooit in gestaan. Iedereen was er toen immers van overtuigd dat er gerichte maatregelen moesten zijn. We hebben nu heel veel gerichte maatregelen. Minister, u hebt kort geantwoord. Dan kunnen we die tijd daarvoor gebruiken. (Gelach)

Mevrouw Gennez, ik ben zeer blij dat de minister kort heeft geantwoord. Het antwoord is neen. Waarom? Omdat we nu in een richting aan het werken zijn en scholen en leerkrachten nu weten waar ze aan toe zijn. Laten we alstublieft die duidelijkheid behouden.

De voorzitter

Mevrouw Brusseel heeft het woord.

Ann Brusseel (Open Vld)

Ik zal niet herhalen wat de heer Daniëls heeft gezegd. Ik onderschrijf wat hij heeft gezegd. Ik wil echter toch nog even iets zeggen als het gaat over de discussie over het gebrek aan waardering voor het tso. Onbekend is vaak onbemind. Waarom kiezen te weinig leerlingen voor de interessante, echt puur technische studierichtingen uit tso en ook bso? Deels, denk ik, omdat er inderdaad onterecht op wordt neergekeken. Vandaar ook de term ‘waterval’, collega Gennez. Dat leeft in de hoofden van mensen. U kunt niet hardmaken dat er een hiërarchie is, tenzij u dat zelf zo ziet. Ik zie dat niet zo. Dat is dus één spijtige zaak.

Anderzijds hebben we al de eerste stappen gezet, wat ook belangrijk is, om in het lager onderwijs wetenschappen en techniek beter aan te pakken, door de eindtermen daar specifiek apart te gaan zien van andere aspecten van wereldoriëntatie. Ik denk dat we daar nog verder in kunnen gaan. Dat is een uitdrukkelijke vraag van mijn fractie. Veel leerkrachten basisonderwijs zullen heel graag bijleren en worden bijgeschoold om wetenschappen, technologie en techniek beter te kunnen geven, zich daar zekerder in te voelen dan vandaag het geval is. Laten we immers eerlijk wezen: als ik kijk naar de lerarenopleiding van de voorbije decennia, dan zie ik dat er zeer weinig cursussen worden besteed aan de inhoud, aan de vakkennis qua wetenschappen en techniek. Je kunt in drie jaar ook niet alle vakinhouden opnieuw van a tot z meegeven, maar daar knelt het schoentje voor een stuk. We vragen dus om dat beter aan te pakken in de vernieuwde lerarenopleiding, misschien met nieuwe formules. Daar zal ik nu niet op ingaan. Ik heb zelf een visie op hoe je betere STEM-leerkrachten (Science, Technology, Engineering and Mathematics) kunt maken. Collega’s, we hebben in Denemarken daarvan interessante voorbeelden gezien. Die bijscholing vind ik belangrijk, want kinderen zullen vooral iets willen leren als ze weten wat het is.

Vandaag staat in de krant, ook dankzij de cijfers van collega De Meyer, dat STEM het nieuwe Latijn is. Als classica zou ik daar een beetje droevig over kunnen zijn. Ik ben dat helemaal niet. Het Latijn is zo mooi dat het altijd wel zal overleven, denk ik. Als mijn dochter ook liever technische zaken zou leren dan Latijn, dan zal ik als classica de laatste zijn om haar dat te verbieden of om haar per se in die Latijnse te duwen. Sommige ouders staren zich echter blind op wat ze aan de familie, aan de buren moeten zeggen. Ze willen dat hun kind ook per se in een bepaalde studierichting zit. Dat is spijtig, maar een structuurhervorming en domeinscholen gaan dat niet veranderen, collega Gennez. Helemaal niet. Je verandert het label, je maakt een mooi nieuw design, sommigen trappen daarin, maar de meeste mensen niet.

De voorzitter

De heer De Meyer heeft het woord.

Jos De Meyer (CD&V)

Voorzitter, vooraf, ik zou het een beetje gênant vinden, mochten we nu al ingaan op de vraag van collega Meuleman van deze namiddag. Dat ga ik dus uiteraard niet doen.

Minister, wat de vraagstelling zelf betreft: collega Gennez heeft verwezen naar uw persmededeling van 1 december 2017. Voor mij was de belangrijkste alinea daaruit: “De onderwijsverstrekkers engageren zich van hun kant om de constructieve dynamiek en modernisering die momenteel leeft in tal van scholen in heel Vlaanderen te versterken en hun schouders samen onder de modernisering van het secundair onderwijs te zetten.”

Dezelfde vraagstelling, met een paar andere woorden, is ook aan bod gekomen op 6 december 2017, een belangrijke dag, de dag van de patroonheilige van mijn stad. Minister, u hebt toen geantwoord op een soortgelijke actuele vraag. Ik citeer u: “Veel mogelijkheden om nog heel lang over te discussiëren, maar we hebben keuzes gemaakt en het is mijn verantwoordelijkheid als minister om die keuzes getrouw uit te voeren en inderdaad ook rekening te houden met onderzoeken die gebeuren zonder dat de trein van verandering opnieuw wordt stilgelegd, of integendeel zelfs, achteruit gaat rijden.” Minister, ik heb maar één raad: voer alstublieft de afgesproken beslissingen uit, maak er, samen met het onderwijsveld, verder dringend werk van.

Kathleen Helsen (CD&V)

We hebben de discussie in het parlement hier al verschillende keren gevoerd. We stellen allemaal dezelfde doelen voorop, maar we geloven niet allemaal dat een bepaalde oplossing de juiste oplossing is. We hebben met de meerderheid een duidelijke visie uitgewerkt. We geloven daar heel sterk in. Dat is niet dezelfde visie als de visie die collega Gennez op een aantal punten heeft.

Ik vind het belangrijk dat wij de keuzes die we gemaakt hebben, aanhouden en dat we vooral de modernisering vormgeven. Ik kijk er vooral naar uit om ze hier in de commissie ten gronde te bespreken zodat wij aan het veld een perspectief kunnen bieden en de mensen op het terrein de modernisering ten volle kunnen waarmaken. Ik stel immers vast dat het werkveld daar echt wel op zit te wachten. We moeten vooral voortwerken.

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Collega Daniëls, ik hoorde mezelf spreken tijdens uw uiteenzetting. Dat betekent dat de taal dezelfde is.

Ik heb al heel vaak gezegd in het parlement: als je aso, tso en bso wegneemt, krijg je doorstroomscholen, arbeidsmarktscholen en gemengde finaliteitscholen voor wie zich verticaal organiseert. Dat maakt het moeilijk. Het grote voordeel van een A3 is dat het zeer helder is. Daar zie je echt waar de studierichting op voorbereidt. Voor mij is het cruciaal dat we daar iets duidelijker in worden. Dat kan via de eindtermen en de manier waarop ze uitgerold worden maar ook via de positionering van je studierichting. Vroeger zat dat in 27 boeken en nu staat dat op een A3. Dat is een hele grote stap vooruit.

Je hebt finaliteiten en interessedomeinen. Die domeinen zijn ook goed. Gisteren zei iemand dat zelfs niet in domeinscholen wordt voorzien. Dat is absoluut onjuist. Het is in de toekomst perfect mogelijk om een campus of een domeinschool te worden. Dat is ook net de reden waarom we ook een horizontaal overzicht hebben. Collega Gennez, die grote variëteit in organisatie van scholen bestaat in Vlaanderen. Dat is voor mij een grote rijkdom die onze scholen sterker heeft gemaakt.

Ik heb er wat moeite mee om nu grote uiteenzettingen te doen over het A- en B-attest. Mocht het uw vraag zijn die deze namiddag geagendeerd was en we zouden er nu over debatteren, dan zou u ook ongelukkig zijn.

Ik wilde gewoon een kort antwoord, maar ik zal vanmiddag langer blijven, wat niet mijn plan was. Ik had de agenda niet bekeken. Ik wist niet dat die vraag op de agenda stond. (Opmerkingen van Koen Daniëls)

Ik heb nog andere interessante bezigheden, mijnheer Daniëls.

Minister Hilde Crevits

Ik wil nog een kort woordje zeggen over STEM en de communicatie van de voorbije dagen. Ik was een beetje ongelukkig toen ik hoorde zeggen dat als er maar een paar leerlingen in de nieuwe STEM-richtingen zitten, je ze dan beter afschaft. Ik ben het daar niet mee eens en ik zal zeggen waarom.

Ik was gisteren op bezoek in het VTI van Oostende, dat samen met de bedrijven Daikin en Metagenics een nieuwe studierichting elektromechanische technieken heeft. In die studierichting zitten twee leerlingen. De leerlingen en de ouders waren aanwezig in het bedrijf. Het was fantastisch om dat mee te maken. De mama van een van de leerlingen zei dat haar zoon helemaal opgebloeid was. Hij mag een dag per week naar een bedrijf, de ene keer bij Daikin en de andere keer bij Metagenics. Ze leren daar praktische toepassingen. Ze zitten in het vijfde middelbaar. Dat was een heel grote sprong, zowel voor de school als voor de bedrijven om dat te doen. Zij hebben wel wat tijd nodig. Het is de eerste keer dat ze dat doen. Ze hebben dat lang voorbereid en hopen dat er volgend jaar misschien vier of zes leerlingen in die studierichting zullen zitten. Voor hen is het zeker de moeite waard om dat te doen. Dit geeft ook een heel positief imago aan ons technisch onderwijs. We hebben daar heel veel voordelen over gehoord.

Daarom zou ik toch vragen dat we die kansen geven, ook als het kleine studierichtingen zijn, zeker nu, en dat we daar wat innovatie toelaten. Ik vind dat persoonlijk redelijk belangrijk. Agoria heeft me ook nog eens expliciet gevraagd of we die kansen willen blijven geven in de toekomst. Ik denk dat we dat moeten proberen te doen.

Wat dan het technisch en beroepsonderwijs zelf betreft, moeten we indachtig zijn dat we met negatieve communicatie zelf ons technisch onderwijs de dieperik in kunnen spreken. Als we zien wat ons technisch onderwijs vandaag realiseert, wat het beroepsonderwijs realiseert, vaak ook met heel kwetsbare jongeren, dan zitten daar fantastische resultaten bij. We moeten die ook wat vaker in de spots zetten.

Er worden op dit ogenblik dankzij DBFM splinternieuwe technische scholen gebouwd. U moet die eens gaan bezoeken. Ook dat is een verademing. Het kan ook vertrouwen geven aan ouders. Als je als ouder je kind naar een technische school wilt sturen en die ziet er nog net hetzelfde uit als toen je daar dertig of veertig jaar geleden zelf in zat, dan zal dat minder vertrouwen geven dan wanneer je terechtkomt in een moderne omgeving, waar ook wordt samengewerkt met bedrijven om jongeren up-to-date te vormen.

Een derde luikje daarbij is, wat ook mevrouw Chombar van het STEM-platform weet, dat we een hele STEM-handleiding hebben, maar dat die voor het aso is. Ik heb aan de mensen van het platform gevraagd waar de handleiding voor het technisch en beroepsonderwijs blijft. Laat ons daar alstublieft nu werk van maken, zodat STEM niet beperkt blijft tot het invoeren in het aso maar ook in het technisch en beroepsonderwijs. Er moet werk worden gemaakt van een leidraad hiervoor. Dat zal onze technische scholen wat trotser maken op de manier waarop zij werken.

Daarbij aansluitend heb ik een tweede kanttekening. We zitten in een tijd van arbeidskrapte, maar de hele bedrijfswereld smeekt om goed gevormde technische krachten. Ik heb hun gevraagd omdat te outen, maar niet op een negatieve wijze. Maak duidelijk dat wanneer jongeren op 14 of 16 jaar de studiekeuze voor het technisch onderwijs maken, dat fantastische carrièrekansen biedt en dat daarna ook werk verzekerd is in een heel aangename omgeving, toch op een aantal plaatsen. Om ons buikgevoel wat te veranderen, dat vooral gericht is op dat aso en het doorstromen naar het hoger onderwijs, hebben we nog wel wat werk aan de manier waarop we erover spreken, los van structuren.

De voorzitter

Mevrouw Gennez heeft het woord.

Collega's, mijn hoop is inderdaad ijdel gebleken. Het is onze opdracht en onze taak om, zolang de regelgeving niet door dit parlement is goedgekeurd – ik heb nu begrepen dat vanaf 1 maart het decreet ter bespreking op de agenda van deze commissie staat – ons te blijven uitputten om een bijsturing in positieve zin mogelijk te maken.

We herhalen dat het voor ons heel belangrijk is dat jongeren de juiste studiekeuze maken, omdat een foute studiekeuze vaak de voorbode is van schoolse vertraging en schools falen, dus het verlaten van de school zonder diploma. Collega Daniëls, wij hebben niets tegen benamingen, wij zijn nogal voorstander van het benoemen van de doelstellingen en de finaliteiten in onderwijs. Die matrix had perfect gebaseerd kunnen zijn op inhoud en finaliteit, namelijk: wat interesseert een jongere, welk domein, en wat is de finaliteit, voortstuderen of een job vinden? Dan was die matrix perfect helder. Die labels zijn dan tussenschotten en die hebben vandaag voor veel ouders – willen of niet, maar het is in de feiten wel het geval – een negatieve connotatie. Daar moeten we van af. We zullen het watervaleffect niet als sneeuw voor de zon zien verdwijnen door er niet meer over te spreken.

Ik heb altijd begrepen dat de N-VA de partij is die de problemen nogal graag stelt zoals ze zijn. We mogen niets verbloemen. Waarom zouden we dat in ons onderwijs doen? Het is onze ambitie om de lat effectief hoger te leggen, met inhoudelijk ambitieuze eindtermen en om de kloof en de segregatie kleiner maken. Het instrumentarium en de infrastructuur die wij daarvoor bij uitstek wenselijk achten, zijn inderdaad domeinscholen. Sp.a staat daar niet alleen in. Françoise Chombar heeft het gisteren letterlijk herhaald op de radio. Het is belangrijk dat we een aantal inhoudelijke doelstellingen blijven vooropstellen omdat we anders globaal met ons onderwijs zowel inhoudelijk als naar structuren achterop gaan hinken.

En dan mogen we nog honderden Bett- en TED-conferenties bezoeken over onderwijsinnovatie, als wij elke opportuniteit die wij zelf hebben om dat ten gronde te doen, missen, dan vrees ik dat we die voor een hele periode verkwanselen en dat we de komende jaren geen kwalitatieve sprong voorwaarts zullen zien, maar een pas op de plaats, en waarschijnlijk zelfs een verdere achteruitgang. En ik denk dat niemand van ons dat wil. Daarom blijven we nogal hardnekkig de punten die ook de Vlaamse Onderwijsraad (Vlor) steeds maakt in dit dossier, ondersteunen en verdedigen. En als het vandaag niet is, wie weet is het dan wel morgen dat we gehoor vinden in deze commissie.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vraag om uitleg van Kathleen Krekels aan Hilde Crevits, viceminister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Onderwijs, over de monitoring van en de middelen voor de nieuwe vervolgschoolcoaches

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.