U bent hier

Commissievergadering

donderdag 14 december 2017, 14.00u

Voorzitter
van Bert Moyaers aan minister Philippe Muyters
415 (2017-2018)
De voorzitter

De heer Moyaers heeft het woord.

Bert Moyaers (sp·a)

Voorzitter, minister, collega's, uit Amerikaans onderzoek van gezondheidsorganisatie Environment & Human Health, Inc. (EHHI) blijkt dat de combinatie van schadelijke stoffen die rubberkorrels in kunstgrasvelden bevatten, wel degelijk kanker kan veroorzaken. De rubberverwerkende industrie geeft toe dat er giftige stoffen uit de rubberkorrels vrijkomen, maar zegt dat de waarden te laag liggen om schadelijk te kunnen zijn. Dat wordt nu tegengesproken door 170 kankerspecialisten van het National Institute of Environmental Health Sciences. Het EHHI beveelt overheden, sportclubs en scholen zelfs aan rubberkorrelvelden te vervangen door veilige en duurzame alternatieven.

Al in oktober vorig jaar vroeg ik aan u, minister, de nodige stappen te zetten zodat er eindelijk duidelijkheid zou komen over de impact van rubberkorrels in kunstgrasvelden op onze gezondheid. U stelde toen voor om de lopende onderzoeken in Europa en de Verenigde Staten af te wachten. Nu een nieuw VS-rapport duidelijk aantoont dat rubberkorrels wel degelijk schadelijk zijn voor de gezondheid, vind ik dat wij niet langer langs de zijlijn kunnen en mogen staan toekijken. In Vlaanderen alleen al zijn er meer dan 300 kunstgrasvelden met rubberkorrels, waarvan er 63 met Vlaamse subsidies zijn aangelegd. Eenduidige communicatie én gerichte actie dringt zich stilaan op om de toenemende ongerustheid bij de bevolking weg te nemen.

Minister, heeft Sport Vlaanderen de situatie voor Vlaanderen en Brussel wat betreft het instrooimateriaal en de herkomst ervan voor kunstgrasvelden intussen volledig in kaart kunnen brengen? Wat is het resultaat daarvan?

Zijn er – naast dit nieuwe VS-rapport – nog andere studies beschikbaar waar u weet van hebt en die u met ons kunt delen? Plant Vlaanderen zelf bijkomend onderzoek naar aanleiding van deze nieuwe informatie?

Recytyre gaf eerder al te kennen dat zij een bemonstering en analyse aan alle Vlaamse eigenaars of beheerders van kunstgrasvelden wilden aanbieden. Hoeveel aanvragen hebben zij tot op heden ontvangen, en wat zijn de resultaten daarvan?

Hebt u nog contact gehad met Recytyre om na te gaan of zij – naar analogie van de Nederlandse bandensector – de norm voor schadelijke stoffen en paks in rubbergranulaat ook zullen verstrengen?

En tot slot misschien de belangrijkste vraag: bent u naar aanleiding van deze nieuwe informatie bereid om, samen met uw bevoegde collega’s, de rubberkorrels op de door Vlaanderen gesubsidieerde kunstgrasvelden te vervangen door een veilig en duurzaam alternatief zoals bijvoorbeeld kokos?

De voorzitter

Minister Muyters heeft het woord.

Als u dat de belangrijkste vraag vindt, antwoord ik onmiddellijk ‘neen’.

Ik zal nu de uitleg geven waarom niet. Wat betreft het in kaart brengen van de kunstgrasvelden in Vlaanderen, kan ik u zeggen dat sinds de schriftelijke vragen van collega Annouri en collega Wynants, eind oktober, twee acties ondernomen zijn. Sport Vlaanderen heeft contact genomen met Voetbal Vlaanderen en heeft op basis van hun databank een vergelijking gemaakt met de eigen sportinfrastructuurdatabank (Spakki). Vanuit deze vergelijking werden 30 extra kunstgrasvelden toegevoegd aan de databank, waar nu 149 velden in zitten. Bij de schriftelijke vraag waren er 119 velden waarvan we niet wisten hoe ze waren opgevuld. Deze 149 velden liggen verspreid over 74 gemeenten.

Ik heb Sport Vlaanderen uitdrukkelijk de opdracht gegeven om contact op te nemen met al deze gemeenten en informatie over de infill op te vragen. Van 52 gemeenten hebben we al antwoord gekregen, van 22 gemeenten nog niet. Het resultaat is dat we op dit moment informatie hebben over de infill van 376 van de 398 kunstgrasvelden in Vlaanderen. 169 velden zijn ingestrooid met rubberkorrels waarvan de lokale besturen of sportclubs aangeven dat het om SBR-gecertificeerd rubbergranulaat gaat. 96 daarvan werden ook bemonsterd door Recytyre en in labo onderzocht. Alle 96 velden voldoen aan de huidige normen. 72 velden zijn eveneens ingestrooid met rubber, maar daarover wachten we nog op verdere informatie en/of certificaten. 10 velden zijn ingestrooid met een zand-rubbermengeling, 15 velden zijn ingestrooid met kurk, 105 velden zijn ingestrooid met zand en/of water, 5 velden hebben een nog andere infill of helemaal geen infill. Over 22 velden ontbreekt vandaag nog informatie, maar Sport Vlaanderen stelt alles in het werk om dit zo snel mogelijk te vervolledigen. Ik geef aan Sport Vlaanderen de opdracht om hierover een algemeen rapport op te maken, dit ter beschikking te stellen voor elke burger en aan deze commissie te bezorgen.

Wat de verschillende onderzoeken, de resultaten en de communicatie daarvan betreft, geef ik graag mee dat het Vlaams Instituut voor Sportbeheer en Recreatiebeleid (ISB) recent een studiedag georganiseerd heeft rond kunstgrasvelden en alles wat daarmee te maken heeft. ISB heeft ook in zijn maandelijks tijdschrift een artikel gewijd aan de kunstgrasvelden, en biedt een onlinedossier over kunstgrasvelden aan op zijn website. Het technisch-wetenschappelijke gedeelte over de kunstgrasvelden en over de infill werd telkens uitgewerkt en toegelicht door ERCAT: het European Research Centre for Artificial Turf, samen met de UGent.

In antwoord op uw vraag – en ERCAT gaat uitdrukkelijk akkoord met dit antwoord –citeer ik hierna dus het standpunt van ERCAT: “Wereldwijd zijn er al meer dan 100 studies uitgevoerd over de veiligheid van SBR. Het moeilijke aan deze studies is dat ze te gemakkelijk worden opgestart: ofwel vanuit de rubbersector, ofwel vanuit een gezondheidssector, die dan altijd hun eigen gelijk kunnen bewijzen. Het is dan ook noodzakelijk om enkel de onafhankelijke studies te bekijken. De drie meest recente onafhankelijke studies zijn uitgevoerd door het European Chemicals Agency (ECHA), het Nederlands Rijkinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en het Washington State Department of Health. Geen van deze drie studies heeft een reden gevonden om mensen te adviseren niet te spelen op kunstgras ingevuld met gerecycleerd rubber, noch een relatie tussen het spelen op kunstgras en kanker.”

U vraagt ook of Vlaanderen zelf bijkomend onderzoek plant. Een nieuwe studie vanuit Vlaanderen acht ik niet nodig. Ik leg u graag uit waarom. Zoals u weet is Europa bevoegd voor de REACH-normen. Het eventueel aanpassen van de REACH-norm gebeurt op voorstel van de Europese Commissie in een comité dat bestaat uit de lidstaten. Daarom heb ik, zoals u weet, deze problematiek aangekaart bij de Europese Commissie en op de EU-raad van de ministers van Sport. In juli 2017 werd aangekondigd dat Nederland zich engageert om een voorstel uit te werken voor een herziening van de REACH-norm voor rubbergranulaat om ervoor te zorgen ‘dat geen rubbergranulaat op de markt komt met paks-waarden zo hoog als de huidige REACH-norm voor mengsels’.

De indiening van dit voorstel door Nederland, in samenwerking met het Europees Chemicaliënagentschap (ECHA), is gepland voor 13 april 2018. Nederland en het ECHA analyseren momenteel allerlei gegevens en studies die hun reeds bekend waren of recent nog aan hen werden overgemaakt.

Wat de studies in de VS betreft: ook daar is men nog het verzamelde studiemateriaal aan het bekijken en mogelijke conclusies aan het voorbereiden. De resultaten van niet-EU-studies zullen niet zomaar over te nemen zijn in de EU-context, onder meer door de REACH-regelgeving (Registration, Evaluation and Authorization of Chemicals).

Ik weet op dit moment niet waar de studie die u in uw vraag aanhaalt, moet worden geplaatst. Ik weet ook niet of die onder de onafhankelijke studies kan worden gecatalogeerd. Ik veronderstel dat – indien onafhankelijk – Nederland en het ECHA deze resultaten ook zullen meenemen in hun voorbereidend studiewerk.

Wat Vlaanderen betreft, heeft het Agentschap Zorg en Gezondheid (AZG) op 10 maart een advies gegeven: “In die omstandigheden vormt het geen gezondheidsprobleem voor de sporters om de velden gewoon te gebruiken.”

Gezien de bestaande onafhankelijke onderzoeken, de bevoegdheid van Europa en het initiatief van Nederland, en het advies van het Agentschap Zorg en Gezondheid, lijkt het mij niet nodig vanuit Vlaanderen bijkomend onderzoek te voeren. Om dezelfde reden zie ik vandaag geen reden om de gemeenten op te roepen om de rubberkorrels op de door Vlaanderen gesubsidieerde velden of die waarvan we weten dat ze aan de normen voldoen, te vervangen.

Wat de laboanalyses op initiatief van Recytyre betreft, verwijs ik eveneens naar het antwoord op de vragen van de heren Annouri en Wynants. Ja, ik heb de vraag gesteld aan Recytyre om na te gaan of zij – naar analogie van de Nederlandse bandensector – de norm voor polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAC’s) in rubbergranulaat zullen verstrengen. Ze moeten daarover nog overleggen.

De voorzitter

De heer Moyaers heeft het woord.

Bert Moyaers (sp·a)

Minister, dank u voor het antwoord op heel wat vragen. Er zitten positieve zaken tussen, we beginnen duidelijk in kaart te krijgen wat het instrooimateriaal is. Dat er plots nog dertig velden extra gevonden worden, is toch wel merkwaardig, maar zoveel te beter dat het onderzoek gestart is zodat we er meer zicht op krijgen.

Van de 398 velden die we in kaart hebben gebracht, hebben we van 376 zicht op het instrooimateriaal. U had er ook een aantal, ik weet niet precies hoeveel, 96 dacht ik, die voldoen aan de huidige REACH-norm.

Van 96 velden was de bemonstering door Recytyre aangevraagd en gebeurd. Die voldoen alle 96.

Bert Moyaers (sp·a)

Ik veronderstel dat die allemaal voldoen aan de Europese mengselnorm. Als ik me niet vergis, is die 100 tot 1000 milligram per kilogram instrooikorrels. 

Het zijn de REACH- en de VLAREMA-norm (Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen).

Bert Moyaers (sp·a)

Dan is er toch een zwaarte van 100 tot 1000 milligram per kilogram instrooikorrels van mogelijke PAC’s.

Ik vind het goed dat al die dingen ter beschikking worden gesteld van de burgers. Daar ga ik zeker mee akkoord. Ik kijk reikhalzend uit naar wat Nederland als voortrekker gaat doen in het onderzoek. Ik heb vorige keer al gezegd dat Nederland een strengere norm hanteert, niet alleen strenger dan de mengselnorm, maar ook strenger dan de consumentennorm. Daar zitten drie gradaties in. Nederland heeft duidelijk een veel strengere aanpak van maximum 20 milligram per kilogram terwijl hier onze eigen toxicologen zeggen dat het beter zelfs is om het op minder dan 10 milligram te zetten. Maar goed, alle beetjes helpen.

Kunnen we dan toch op zich in de toekomst die vraag daarop stellen? U bent op dit moment niet van plan om die korrels te vervangen door een duurzaam alternatief. Als het mogelijk is dat er nieuwe kunstgrasvelden worden gemaakt, kunt u dan daar op zijn minst kiezen om niet met rubberkorrels te werken maar met een alternatief?

Ik ben niet honderd procent voldaan met het antwoord. Niet alleen het gezondheidsaspect telt voor mij, maar ook het milieuaspect. Die rubberkorrels zijn schadelijk voor het milieu, alle korrels die naast het veld belanden, en dat zijn talloze kilo’s blijkbaar, na een tijd, zijn zeer slecht voor de bodem. Het verhaal is tweeledig.

Ik zou ervoor opteren om in de toekomst strenger te zijn. Ik kijk op dat vlak heel erg uit naar wat Nederland gaat doen. Dat zal in april 2018 duidelijk worden. Ik hoop alleszins dat de norm veel strenger wordt dan nu en dat we dat in Europa allemaal kunnen volgen.

De voorzitter

De heer Annouri heeft het woord.

Voorzitter, minister, we hebben deze thematiek inderdaad al een paar keer aangesneden in deze commissie. Ik begrijp dat, het is belangrijk. Het gaat over gezondheid en over sporten zonder dat men zich zorgen moet maken over mogelijke schadelijke gevolgen bij kunstgrasvelden.

Het is een moeilijk evenwicht. Men moet het evenwicht bewaren tussen niet meedoen aan een soort massapaniek en zo goed zo hoog mogelijk garanties inbouwen voor de gezondheid van elke sporter. Ik begrijp dat u dat evenwicht wilt bewaren. Ik volg u ook gedeeltelijk op basis van de onderzoeken die u nu aangeeft. We moeten dat blijven opvolgen, we moeten de ontwikkelingen opvolgen. Als er nieuwe studies eventueel iets anders bewijzen, moeten we daarop ingrijpen.

Er is vandaag heel wat onzekerheid in de samenleving, maar vooral bij de Vlaamse sporters. Ik krijg heel wat mails, en u ongetwijfeld ook, van mensen die zich daar zorgen over maken. Is het mogelijk om als minister een studie- of informatiedag of iets dergelijks in te richten? Kunt u daar een signaal geven vanuit deze bespreking? Hoe worden de grenzen juist bepaald? Welke studies zijn er gebeurd? Op welke manier zult u dat blijven monitoren? Ik denk dat er vooral heel veel nood is aan informatieverstrekking.

De voorzitter

De heer Wynants heeft het woord.

Herman Wynants (N-VA)

Ik kan me volledig aansluiten bij de minister. Telkens als ik een vraag stel, krijg ik een degelijk antwoord. Ik weet dat hij dit in de toekomst zal blijven opvolgen, voor het geval er iets anders gebeurt.

Bart Caron (Groen)

Ik kreeg extra informatie vanuit de sector. Er bestaan verschillende REACH-normen voor gerecycleerd rubber. De norm die nu geldt, is de laagste. De norm moet echt verhogen. Er bestaan REACH-normen voor menselijk contact die veel gezonder zijn en tegelijk minder uitspoelen. Zoals de heer Moyaers ook zei, is het wel degelijk zo dat er zware metalen in zitten zoals kobalt en zinkoxide. (Opmerkingen)

Die liggen op aarde, op een bodem en spoelen uit door gebruik. Er is nog wat werk om deze problematiek aan te pakken. Ik zal minister Schauvliege nog ondervragen over de milieuaspecten zelf omdat het te technisch is.

Minister, er is in ieder geval een weg af te leggen. In die zin moet de informatie worden verspreid. Tegelijk moeten de Europese landen werken aan een veiliger norm. Ik ben groot voorstander geweest van kunstgrasvelden omdat gras ook niet ideaal is. Zoals het met jeugdterreinen gebeurt, verkeren ze vaak in abominabele staat, zeker in deze periode van het jaar. Er moeten alternatieven bestaan die beter voetbal en hockey en zo toelaten. De norm is te slap, dat is een feit.

De voorzitter

Minister Muyters heeft het woord.

Ik zal met dat laatste beginnen. Wat is de situatie vandaag? Er zijn twee belangrijke aspecten: de norm en de consumenten. Ik trek het soms graag wat op flessen: er is een norm die telt voor de tutjes voor kleine kinderen. (Opmerkingen)

Ik heb van bij het begin gezegd, en u kunt dat nazien, dat het voor mij kan verstrengen. Het is bij ons in de praktijk veel strenger dan die gemakkelijke norm.

De vraag is of we moeten gaan tot die norm voor de tutjes. Ik denk ook van niet. Die vraag heb ik toch gesteld aan Europa, en Nederland heeft gezegd samen met dat instituut tegen april met een voorstel te zullen komen. Laten we daar nu toch alstublieft op wachten. Er is geen reden voor paniek. We hebben niet die laatste norm. We zitten beter dan die laagste norm. Laten we nu even wachten op dat onderzoek. Als er nu maar één onafhankelijk onderzoek was dat dat zou zeggen, maar ik heb u alle adviezen al meermaals opnieuw voorgelezen en die zeggen allemaal dat er geen enkele reden is. Als ik dat vraag aan mijn collega-sportministers internationaal, die ik al eens zie, dan is het antwoord dat ze daar zelfs niet mee bezig zijn. Wij zijn ermee bezig, Nederland is ermee bezig en dat is alles. Mocht er echt het gevoel zijn dat men slecht bezig is ter zake, dan zou dat niet alleen bij ons beide zijn. Daarvan ben ik overtuigd. Ik vind het echter belangrijk genoeg om ermee bezig te zijn. Met alle studies die we hebben, is het niet nodig bijkomende studies te vragen. Laten we afwachten wat Nederland, met een onderzoeksinstelling, naar Europa brengt, en laten we daar, op een ‘level playing field’ met iedereen en in het belang van de gezondheid van iedereen, de zaken doen.

Mijnheer Annouri, ik ga helemaal akkoord. Dat is ook mijn voorstel geweest. Jullie krijgen een rapport en ik ga ook vragen dat daarin op een bevattelijke manier de elementen van de studies worden aangehaald, dat de burger op de websites van Sport Vlaanderen niet alleen kan zien wat er nu in zijn gemeente ligt, maar ook wat de omkadering is. Als er nieuwe informatie is, dan moet men dat updaten, maar als we ons vandaag niet ongerust hoeven te maken, dan moeten we dat ook niet doen. Mijn oproep is dus uitdrukkelijk de volgende. Op basis van de onafhankelijke studies die we kennen en het werk dat vandaag gebeurt, kunnen we zeggen dat er vandaag geen reden tot paniek is. Laten we afwachten of er een strengere norm komt, en er is heel wat kans dat we zelfs aan die strengere norm vlot voldoen.

De voorzitter

De heer Moyaers heeft het woord.

Bert Moyaers (sp·a)

Ik geloof daar ook wel in, dat er een strengere norm zal zijn. Ik kijk ook echt uit naar wat het onderzoek van Nederland in april zal opleveren. Ik heb ook nergens gezegd dat het een strengere norm moet zijn dan die van de tutjes. Je hebt drie consumentennormen, en wat de tutjes betreft, zoals ze dat hier dan noemen, is dat minder dan 1 milligram per kilogram wat paks betreft. Er is ook niemand die zegt dat dat moet, maar in dit geval zeggen toxicologen wel dat men aan die tweede norm van maximaal 10 milligram paks per kilogram materiaal zou moeten voldoen. Nederland zit daar met zijn onderzoek al niet meer zo ver vanaf. Ik denk dus eerlijk gezegd dat, als zij een toonaangevende rol kunnen spelen daarin, en Europa volgt daarin, dat een goede zaak zal zijn. Ik vind het aan de ene kant een beetje jammer, als het alleen in Vlaanderen en Nederland leeft, dat Vlaanderen eigenlijk maar gewoon blijft wachten op Nederland, terwijl we zelf ook het voortouw zouden kunnen nemen. Ik wil ook niet alles op flessen trekken en ik wil ook geen paniek strooien, maar om het cru te zeggen, van asbest werd vroeger ook niet gezegd dat het gevaarlijk was. Dat kon ook allemaal geen kwaad, en tegenwoordig hebben mensen allemaal maskertjes voor hun mond als ze dat vastpakken. Ik wil het niet vergelijken met asbest, maar ik wil dat duidelijk maken. Er is op dit moment nog geen gevoel van paniek. Dat hadden we x-aantal jaar geleden met asbest natuurlijk ook niet, en daar denken we nu heel anders over.

– Herman Wynants treedt als voorzitter op.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.