U bent hier

De heer Caron heeft het woord.

Het is voor sommigen misschien een fait divers, maar mij stoorde het danig. Vroeger speelde Racing Genk in het Fenixstadion, Anderlecht in het Astridpark, Club Brugge in het Jan Breydelstadion en Kortrijk in het Guldensporenstadion. Later speelde Racing Genk dan in de Cristal Arena en tegenwoordig is het de Luminus Arena. Dat is terzijde, want dat is hetzelfde stadion.

Achter de Kazerne, voor de kenners onder ons, is het vroegere stadion van KV Mechelen. Dat bestaat nog altijd en daar spelen ze nog altijd, maar het heet nu het AFAS Stadion. Vroeger heette de hoogste voetbalklasse simpelweg ‘de eerste klasse’ of de ‘premier league’ in Engeland, tegenwoordig spreken we over de Jupiler Pro League, een klasse hoger dan de Proximus League. 

Het koppelen van merknamen aan sport is niet nieuw. In het wielrennen spreken we al decennia over de ploegen door hun hoofdsponsor te noemen. Knack Roeselare en Noliko Maaseik zijn sinds jaar en dag vaste begrippen in het volleybal. We kunnen er dan ook van uitgaan dat we binnenkort zullen spreken van Daikin Brugge, naar analogie met bijvoorbeeld Red Bull Leipzig.

Nu is het natuurlijk de vraag hoe de media, en in eerste instantie de openbare omroep, met deze vermarkting van de sport omgaan. Ik wil niet heiliger zijn dan de paus, maar ik vond het zeer frappant. In één zin kan men zes sponsornamen noemen, zo eenvoudig is het, alleen al op de VRT. Aangezien het een langzaam evoluerende trend is, dreigen de grenzen steeds verder op te schuiven, zonder dat ze in vraag worden gesteld.

Minister, in hoeverre wordt er bij de sport- en nieuwsredactie van de VRT bewust omgegaan met het al dan niet vernoemen van merknamen wanneer het om competities, ploegen, stadions of dergelijke gaat? In mijn jonge jaren was er een veel grotere terughoudendheid op dat vlak. Ook in het wielrennen trouwens.

Is er hiervoor een richtinggevend kader? Evolueert dit kader? Zijn daar afspraken over?

Door uw uitvoerige opsomming van al die voorbeelden – het wordt hier live gestreamd – hebt u zelf al behoorlijk bijgedragen tot de reclame voor deze bedrijven. (Opmerkingen van Bart Caron. Gelach)

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

Er zijn vier elementen die een rol spelen voor het al dan niet gebruiken van merknamen bij sport. Ten eerste, het feit dat het voor de VRT belangrijk is dat de redacties zowel binnen als buiten de nieuwscontext – ook commercieel – onpartijdig zijn en dat dat voor de mediagebruiker duidelijk is. Ten tweede, het al dan niet ingeburgerd zijn van de merknaam in het algemene taalgebruik. Ten derde, de overweging of een naam op een andere manier geformuleerd kan worden zonder dat het onduidelijk wordt waarover het gaat. Ten vierde, de vraag of de naam gebruikt wordt in een nieuwsprogramma of in een ander aanbod.

In het deontologisch zakboek voor journalisten van de VRT-nieuwsdienst wordt verwezen naar een advies van de deontologische adviesraad van de nieuwsdienst van 6 oktober 2005 en naar de artikelen 5, 9 en 10 van de Deontologische Code van de Raad voor Journalistiek. De adviesraad vindt dat moet worden gekeken naar wat ingeburgerd is in het dagelijks taalgebruik. Vanuit die optiek mag een commerciële naam zoals de Jupiler Pro League dan worden gebruikt. In nieuwsprogramma’s zal zo veel mogelijk gekozen worden voor de algemene termen, al kunnen in principe ook de andere termen omdat ze algemeen ingeburgerd zijn.

In sommige gevallen is het vandaag ook onmogelijk geworden om het gebruik van een merknaam te vermijden, zonder aan duidelijkheid in te boeten. In het veldrijden is dat bijvoorbeeld het geval met het regelmatigheidscriterium De Gazet van Antwerpen-trofee, later veranderd in de bpost-trofee en momenteel de DVV-trofee. Hier overkoepelt de merknaam een reeks wedstrijden die niet op een andere manier samen te benoemen zijn.

Dat kan wel bij de Superprestige, die zo bekend is dat de merknaam Telenet Superprestige niet gebruikt hoeft te worden. Een naam als Ghelamco Arena is vandaag de dag ingeburgerd en wordt algemeen gebruikt, maar kan ook worden omschreven als ‘het stadion van AA Gent’. Het zelfde geldt voor de Jupiler Pro League, die ook kan worden omschreven als ‘eersteklassenvoetbal’. Ook hier geldt dat in de nieuwsprogramma’s van de VRT zo veel mogelijk gekozen wordt voor de algemene termen, maar dat ook de andere termen kunnen worden gebruikt.

Aangezien het advies van 2005 dateert, mijnheer Caron, is het zeer goed mogelijk dat de Raad voor de Journalistiek zich hier autonoom, niet op mijn of uw vraag, over gaat buigen. Er zijn wel een aantal richtlijnen. Ik kan niet precies inschatten in hoeverre die altijd correct en exact worden gevolgd.

De heer Caron heeft het woord.

Ik wil niet heiliger zijn dan de paus, om te beginnen, maar ik vind dat de openbare omroep enige terughoudendheid mag hebben. Ik weet ook wel dat heel veel grotere sportmanifestaties vandaag niet meer prioritair op de openbare omroep komen maar op VIER, VIJF of VTM. We beheersen dat debat verre van alleen. De BBC hanteert inzake sport een veel strikter kader. Ze houden zich aan de officiële namen van de clubs, en de sponsor wordt niet vermeld.

Het lijkt me logisch, zonder een uitdrukkelijk standpunt in te nemen, dat de adviesraad ter zake nog eens dat advies van 2005 actualiseert.

Ik begrijp dat ingeburgerde termen niet zomaar uit te schakelen zijn. Dat criterium kan ik volgen. Het is trouwens ook de vraag van de kip en het ei. Geraakt het ingeburgerd omdat het altijd zo genoemd is? Of wordt het zo vernoemd omdat het altijd al ingeburgerd was? Oorzaak en gevolg zijn hier niet altijd uit elkaar te halen. Ik denk dat de trend misschien ondertussen wel lichtjes volstaat.

Minister Sven Gatz

Ik wil ingaan op de suggestie van de heer Caron en de vraag voorzichtig formuleren aan de adviesraad dat die zich hier nog eens over buigt. Dat kan geen kwaad. We zullen dat met de nodige omzichtigheid doen en binnen de redactionele autonomie van de omroep. We zullen op die manier de vraag en het signaal doorgeven.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.