U bent hier

We komen aan een gekoppelde vraag van drie collega’s. Spijtig genoeg, mijnheer De Croo, is een van de vraagstellers ziek, waarschijnlijk door zijn leeftijd: hij is te jong.

De heer De Meyer heeft het woord.

Jos De Meyer (CD&V)

Op dinsdag 29 november lanceerde de Europese commissaris voor Landbouw de hoekstenen van het toekomstig landbouwbeleid van Europa. ‘De toekomst van landbouw en voeding’ schetst een aantal nieuwe uitgangspunten. Het gaat volgens de commissaris om een “evolutie, geen revolutie”.

Zo zal het vanaf nu mogelijk zijn dat elke lidstaat zijn eigen strategisch plan zal kunnen opstellen om de ambitieuze milieu- en klimaatdoelstellingen te verwezenlijken. Het voorstel van commissaris Hogan focust dan ook sterk op technologische ontwikkelingen en de verwezenlijking van een “slimme en groene landbouw” om hieraan tegemoet te komen. Uiteraard zal de Commissie toezicht houden op die plannen en op de uitvoering ervan.

Verder kunnen we uit het voorstel opmaken dat er een bijsturing volgt van de inkomenssteun. De mogelijkheden omtrent een eerlijkere en beter gerichte ondersteuning van het inkomen zullen volgens het voorstel dan ook verder worden onderzocht. Zo komt er een plafond per steunontvanger en zal er relatief meer steun gaan naar kleine landbouwbedrijven.

Ten slotte ligt er een sterke focus op jonge boeren. Europa beseft meer dan ooit dat het beroep van landbouwer onder druk staat en dat steun voor jonge boeren een topprioriteit is. Het aantal actieve boeren in Europa daalt namelijk met 6 procent per jaar. Beginnende boeren zullen dan ook kunnen rekenen op een vast bedrag, afhankelijk van de grootte van hun areaal én vergroeningsvoorwaarden.

Zoals u ziet, zal het beleid een aantal nieuwe instrumenten introduceren maar zal het daarnaast ook blijven vasthouden aan de bestaande tweepijlerstructuur van directe betalingen en marktregels enerzijds en plattelandsontwikkeling anderzijds. Een belangrijke vraag die na deze voorstellen overblijft, is het gekende brexitprobleem en met name de impact ervan op de budgettering van het gehele landbouwbeleid. Hiervoor zal het echter nog wachten zijn op de exacte impact van de brexitonderhandelingen.

Minister, voldoen de eerste krijtlijnen van het nieuwe GLB aan uw verwachtingen? Zijn deze evoluties conform het verwachtingspatroon van de Vlaamse land- en tuinbouwer?

U hebt steeds gepleit dat het landbouwbeleid geen eenheidsworst is, er dient namelijk ook ruimte te zijn voor verstedelijkte landbouw zoals wij die in Vlaanderen kennen. Leunen, volgens u, deze nieuwe evoluties aan bij die boodschap?

Welke opportuniteiten en risico’s ziet u in deze voorstellen? Op welke wijze zult u dit dossier beleidsmatig verder opvolgen?

Mevrouw Joosen heeft het woord.

Op 29 november werden de nieuwe krijtlijnen voor het GLB na 2020 bekendgemaakt. Belangrijkste vaststelling is dat men wil overgaan van een one-size-fits-allbenadering naar een aanpak op maat. Het begrip subsidiariteit liep als een rode draad door de perstekst van commissaris Hogan. Een belangrijke rol zal worden weggelegd voor de lidstaten en de regio’s. Zij moeten uit een reeks van voorgestelde optionele maatregelen een keuze maken om de gemeenschappelijke doelstellingen te realiseren. Die keuzes moeten ze in een regionaal of nationaal actieplan integreren, dat dan weer door de Commissie zal worden opgevolgd. De van bovenaf door de EU opgelegde regels zullen worden herleid tot een minimum, aldus commissaris Hogan.

Dat is vanzelfsprekend een goede zaak want zoals de Commissie zelf stelt, het gaat erom onze diversiteit te omarmen en niet te trachten één model op te leggen.  Dat was trouwens ook een conclusie die naar voren kwam uit de raadpleging die eerder dit jaar werd gehouden over hoe het toekomstig landbouwbeleid er zou moeten uitzien. De discussies ten gronde, het stellen van concrete objectieven en het finale ontwerp van het nieuwe GLB zullen de volgende maanden worden besproken. Weliswaar met het financiële brexitzwaard van Damocles boven het hoofd, want over de grootte van het toekomstige landbouwbudget werd geen uitspraak gedaan.

Maar het is alleszins een plan waar heel wat opportuniteiten voor Vlaanderen inzitten, en waar dus ook een belangrijke taak zal zijn weggelegd voor de Vlaamse beleidsmakers. Er zullen belangrijke keuzes op Vlaams niveau moeten worden gemaakt.

Als antwoord op mijn actuele vraag van 25 oktober gaf u mee dat uw prioriteiten voor de toekomst liggen bij risicomanagement, verjonging, milieu- en klimaatdoelstellingen en maatwerk. Ambities die dus perfect passen binnen het kader dat commissaris Hogan nu heeft vooropgesteld.

Minister, hoe evalueert u de nieuwe hoekstenen voor het toekomstige GLB die de Commissie heeft aangereikt? Waar ziet u de opportuniteiten voor onze Vlaamse landbouw? Welke potentiële valkuilen zijn er?

Men gaat uit van regionale en nationale actieplannen. Ik ga ervan uit dat de focus voor België zal liggen op een Vlaams en een Waals actieplan, hoe ziet u dat? De middelen die de EU aan het landbouwbudget zal kunnen besteden, zijn natuurlijk een zeer belangrijke parameter. Welke richting gaat die discussie, die parallel zal worden gevoerd met de verdere gesprekken over het GLB, uit?  

In dit kader zal er veel ruimte komen om de concrete noden van de Vlaamse landbouw aan te pakken. Goed bestuur ziet vooruit, hebt u al concrete of minder concrete plannen en/of ideeën die u naar voren zou schuiven in het Vlaamse actieplan?

Minister Schauvliege heeft het woord.

Collega’s, het is in de plenaire vergadering al aangehaald: de recente mededeling ‘De Toekomst van Voedsel en Landbouw’ van de Europese Commissie geeft de krachtlijnen weer van het GLB. Daar staan nog geen details in. De concrete richting die het uitgaat, staat daar nog niet in. De concrete voorstellen zullen pas midden 2018 aan de Raad worden bezorgd.

Mijn beoordeling is dat de gepubliceerde tekst positieve zaken bevat, maar dat er ook elementen zijn waar we binnen onze Vlaamse context minder enthousiast over zijn. Een aantal zaken ontbreken voorlopig, daar maken we ons zorgen over.

Ik verklaar dat nader aan de hand van concrete zaken. De vier prioriteiten die ik naar voren geschoven heb, komen allemaal uitdrukkelijk aan bod in de tekst, en dat is positief natuurlijk. Het is positief dat er geen one-size-fits-allaanpak is, al moeten we voorzichtig zijn. Het werd hier terecht gezegd: subsidiariteit, subsidiariteit, subsidiariteit, dat mag ook niet té ver gaan. Maatwerk vinden we goed, maar we zitten in een eengemaakte Europese markt en dat vergt uniforme regels voor alle marktdeelnemers, er moet een level playing field blijven. Dat moeten we bewaken. Dat heb ik gisteren aangehaald op de Raad.

Het versterken van de weerbaarheid van landbouwers is ook een cruciaal element in de mededeling. Ook het risicobeheer, maar dat blijft vaag, daar zit niet echt een verbetering in de tekst op het eerste gezicht. Het zijn vooral verbeteringen aan de bestaande instrumenten. Ik hoop dat hier in de uiteindelijke voorstellen wel wat meer nadruk op zal liggen.

Een volgend punt dat we hadden voorgesteld, was de weg naar vergroening, milieu en klimaat. Dit is wat de commissie nu van plan is. De commissaris stelt voor om lidstaten meer flexibiliteit te geven, maar tegelijkertijd meetbare en ambitieuze doelstellingen te bepalen op Europees niveau. Het zal een van mijn aandachtspunten zijn dat landbouwers een gepaste vergoeding ontvangen voor de inspanning die ze zullen moeten leveren. Verder is de mededeling niet bijzonder specifiek over de details en kunnen we daar nog niet op vooruitlopen.

De laatste prioriteit is de ondersteuning van jonge landbouwers. De mededeling beschouwt dit als een prioritair aandachtspunt en stelt terecht dat er geen eenduidige, eenvoudige oplossing is en dat er een mix van maatregelen mogelijk is.

Wat ontbreekt in de tekst, is het budget. Koken kost geld, maar als je niet weet hoeveel geld er is, kun je moeilijk een menu samenstellen met je ingrediënten. We zullen pas duidelijkheid hebben als we ook de meerjarenbegroting kennen.

Verder mis ik ook de nodige aandacht voor de conclusies van het rapport-Veerman over de zwakke positie van de primaire sector in de keten. Ik ben van mening dat een grotere organisatiegraad daartoe kan bijdragen. Maar de Europese mededingingsregelgeving werkt de verbetering van de positie van de landbouwer enigszins tegen. Die regels bewijzen hun nut in markten waar je veel aanbieders en veel kopers hebt, maar we moeten ons durven afvragen of er geen uitzonderingen moeten worden gemaakt. Ik denk dan aan honderdduizenden boeren versus een handvol aankoopcentrales van distributieketens.

Wat de structuur van het GLB betreft, lijken de huidige twee pijlers behouden te blijven. Hoe die inhoudelijk zullen evolueren, kan vandaag nog niemand beantwoorden. De commissie laat een impact assessment uitvoeren. Mevrouw Joosen, u weet dat de Europese Unie België als één lidstaat beschouwt en dus eist dat er één strategie en actieplan wordt opgemaakt. Dat neemt niet weg dat die plannen uit twee luiken kunnen bestaan. Er is een goede onderlinge verstandhouding met de andere betrokken gewesten, onder andere met mijn Waalse collega-landbouwminister, over de verdeelsleutels. Ik ga ervan uit dat dat in de toekomst zo verder zou kunnen verlopen.

We staan er onvoldoende bij stil dat het GLB niet altijd de aandacht krijgt die het verdient, maar het is heel belangrijk om daar voldoende op te focussen. Het zal ook de toekomst bepalen van onze landbouw, maar ook van de voedingsindustrie in Vlaanderen. Je kunt het ene niet los zien van het andere. Het feit dat onze voedingsbedrijven het zo goed doen, heeft natuurlijk ook veel te maken met de Vlaamse landbouwers.

Minder dan 2 procent van onze beroepsbevolking waarborgt de voedselzekerheid van de rest. Het is dankzij het GLB dat de overige 98 procent niet meer zelf op het veld hoeft te werken om in zijn voedsel te voorzien. Educatieve, sociale en verzorgingstaken worden door anderen uitgevoerd, en dat brengt ons algemeen welzijn bij. Voedsel is een eerste basisbehoefte die we niet mogen onderschatten.

We volgen dat nauwgezet op; we hebben verder ook bilaterale gesprekken. Goed besturen is ook vooruitkijken. We zijn goed voorbereid, we hebben sterke diensten en sterke structuren. We weten heel goed waar we naartoe willen. Op dat vlak is het laatste woord daarover nog niet gezegd. Op de voorbije landbouwraad is er een eerste rondetafelconferentie geweest over de voorstellen. Ik denk dat we enkele medestanders hebben, maar sommige lidstaten hebben een andere visie en willen het nog meer als een open vrije markt zien met minder inspraak. We zijn er dus nog niet. Er zal nog veel worden gediscussieerd en gepraat over dit dossier.

De heer De Meyer heeft het woord.

Jos De Meyer (CD&V)

Minister, ik heb twee zorgen en een algemene beschouwing. Mijn eerste zorg is dat we er toch over moeten waken dat er niet steeds meer verplichtingen worden opgelegd aan de landbouwsector, en dat daartegenover steeds minder middelen staan.

Mijn tweede zorg: het is goed dat lidstaten eigen accenten kunnen leggen, ook voor Vlaanderen met zijn veeleer verstedelijkte landbouw in vergelijking met sommige van de ons omringende landen. Het blijft wel bijzonder belangrijk dat er in Europa een gelijk speelveld is. Anders kunnen bepaalde verschillen in aanpak toch een heel grote gevolgen hebben voor de concurrentiepositie van onze landbouwbedrijven.

Mijn algemene bemerking is dat we niet mogen vergeten dat dé Vlaamse landbouwer niet bestaat, zoals ook dé Europese landbouwer niet bestaat. Er is uitzonderlijk veel diversiteit. Deze commissie zal dit uiteraard van nabij opvolgen zoals we vroeger hebben afgesproken. Dit zullen we bespreken bij de regeling van de werkzaamheden.

Mevrouw Joosen heeft het woord.

Minister, ik blijf het herhalen: de hervorming van het GLB is een belangrijk momentum. Ik heb dat niet één keer, maar al duizend keer gezegd. Het lijkt er nu toch op dat Europa na al die crisissen toch iets heeft geleerd. Het is zeer opvallend dat de commissie de lidstaten en de regio's meer vrijheid en flexibiliteit wil geven. Vandaag krijgt elke Europese landbouwonderneming te maken met dezelfde regeltjes. Die uniforme EU-aanpak leidt tot wrevel en onbegrip bij onze landbouwers. Op die manier missen we ook kansen. Het opgelegde beleid sluit soms onvoldoende aan bij onze regionale noden en eigenheden.

80 procent van de Europese landbouwsteun gaat naar 20 procent van de Europese landbouwers. Jaarlijks spendeert Europa maar liefst 60 miljard euro aan landbouw, wat goed is voor 38 procent van de totale begroting.

De Belgische belastingbetalers betalen een stuk meer dan onze eigen boeren ontvangen. Tussen 2000 en 2014 was dat elk jaar gemiddeld 400 miljoen euro meer en van 2015 tot 2020 loopt dat bedrag zelfs verder op tot gemiddeld jaarlijks 700 miljoen euro. Ik denk dus dat het zeer terecht is dat Vlaanderen meer zijn eigen landbouwbeleid zou moeten kunnen voeren en dat het anders moet. Een voorwaarde is natuurlijk wel dat de kansen tot slagen bepaald worden door hoe Vlaanderen dit zelf kwaliteitsvol en ambitieus gaat invullen. We zien verder nog een aantal andere opportuniteiten. Dat is de plafonnering van de inkomenssteun waarbij het accent zou verschuiven naar kleinere bedrijven en er meer aandacht zou zijn voor klimaatbeleid, innovatie en duurzaamheid.

We hebben het er al even over gehad hoe u naar dit Europese voorstel kijkt, maar ik zou van u toch een duidelijk standpunt willen kennen over hoe u zelf aankijkt tegen het huidige systeem van de directe inkomenssteun en tegenover de eventuele inperking van de directe inkomenssteun in de toekomst.

De heer De Croo heeft het woord.

Herman De Croo (Open Vld)

Minister, ik verontschuldig nogmaals de heer Vanderjeugd. We gaan nog vele discussies hebben over de nieuwe wending die min of meer in de steigers staat wat betreft het landbouwbeleid van Europa na 2020. Ik ga een paar aspecten onderstrepen.

Het is goed dat wij meer bevoegdheid krijgen en meer autonoom kunnen werken. Of dat nu wegens de vriendelijkheid van het gemeenschappelijk landbouwbeleid is of wegens de onmogelijkheid om het zo te houden, dat laat ik aan u om daarover te beslissen. Maar het zal de zaak niet vergemakkelijken aangezien wij een federale staat zijn, zoals u hebt onderstreept, met afstemming van onze gewestelijke politiek naar Europa toe met een min of meer vergelijkbare basis.

Wat mij treft, is dat wij in het stadsgewest Vlaanderen een aparte situatie vertonen. Er is aandacht voor wat men een soort stadslandbouw kan noemen. Die heeft qua productie en qua oppervlakte geen grote impact maar is meer een overbruggingsmentaliteit tussen de buiten en de stad. Men kent mijn positie daaromtrent.

Meer en meer voelt men dat Europa zal gaan naar grotere duurzaamheid en grotere vergroening. Ik wil u de Rekenkamer citeren via Samo Jereb, een van haar leden: “Vergroening blijft in wezen een inkomstensteun. De vergroening zoals die momenteel wordt uitgevoerd, zal waarschijnlijk niet bijdragen tot een aanzienlijke verbetering van de milieu- en klimaatprestaties van het GLB”. Ik denk dat we deze aanbeveling, deze verwittiging, aandachtig en met de nodige zorg moeten opnemen. Hebben wij hier in Vlaanderen reeds een grootschalige monitoring van de impact van die vergroening? Wat is juist de inzet van de mededeling van commissaris Hogan in deze aangelegenheid? Is het ook zo dat wij toch moeten reageren op wat het collectief Voedsel Anders naar uzelf en naar uw collega Ducarme heeft gericht? Men gaat toch stilaan van een soort inkomenssteun moeten verglijden naar een resultaatgerichte beloning voor boeren die naast voedsel consequent bijdragen aan leefmilieu en maatschappij.

Ik was nog een heel jonge burgemeester toen ik reeds onderstreepte dat de boeren ook zorg moeten dragen voor het in stand houden van het landschap. Dat is een kleine zestig jaar geleden, en die bezorgdheid blijft de mijne, namelijk dat in een klein land als het onze de landbouw zowel naar maatschappelijke impact als naar verloning rekening houdt met deze situatie. De boer alleen maar beschouwen als een producent, in welke aspecten ook, van goederen en van diensten, is mijns inziens toch een behoudsgezinde benadering die we zouden moeten kunnen overstijgen.

De heer Caron heeft het woord.

Bart Caron (Groen)

Het is plezierig om na de heer De Croo te komen, vooral als hij wat kan doorgaan op zijn riedel, nietwaar mijnheer De Croo? Ik ken de exacte bron niet, maar de vergroening waar u het daarnet over had en de effecten van de vergroening zijn niet bepaald denderend groot. De effecten ten opzichte van de inspanningen zijn te klein en dus moet dat worden herbekeken.

Het is waar dat de landbouw voor grote uitdagingen staat. Ik denk dat we aan de basis veel bezorgdheden met elkaar delen, alleen gaat het erover hoe we die met elkaar in balans krijgen. Kwaliteit voor de leefomgeving, de zorg voor het klimaat, het duurzaam op peil houden van kwaliteitsvolle voedselproductie zelf, gezondheidsbevordering, gezonde bodems, zuiver oppervlaktewater en maximale biodiversiteit, het gaat over die balansen. Ik denk dat de heer De Croo helemaal gelijk heeft. We zullen moeten overgaan van een inkomenssteun die niet gekoppeld is aan doelstellingen naar wat we noemen: resultaatgerichte vergoedingen voor de inspanningen die landbouwers op dat terrein doen. Dat is een mix van enerzijds voedselproductie en anderzijds de andere aspecten van leefmilieu, kwaliteit en natuurlijke bevordering.

In dat kader wil ik toch ook kwijt dat in de discussie over subsidiariteit – ik richt me een beetje tot collega Joosen – ik absoluut een groot aanhanger ben van het subsidiaire principe en de subsidiaire politiek. Wat je op een lager politiek niveau kunt regelen moet je doen, wat de overheid, die tweede dimensie, niet zelf moet regelen, kun je beter aan anderen overlaten, wat je lokaal kunt regelen moet je niet bovenlokaal regelen, wat je in Vlaanderen kunt regelen, moet je niet in Europa regelen. Ik ben het met het operationele en het organisatorische daarvan eens. Inderdaad, het klimaat, het landschap en de zorgen in Spanje, Roemenië en Vlaanderen zijn niet gelijk. Dus moet je een adequaat antwoord bieden op de diversiteit. Maar ik denk wel, minister en mevrouw Joosen, dat we doelstellingen moeten hebben die resultaten opleveren.

Wat het operationele akkoord betreft, de doelstellingen zijn niet helder geformuleerd in de voorlopige nota die we daarover hebben gekregen. Die moeten wel worden gedeeld. Er is de wijze waarop we die doelstellingen nastreven. Voorzitter, we hebben dat ondervonden tijdens onze commissiereis in Lombardije. Bijvoorbeeld de aandacht van ons voor een aantal aspecten van klimaat en uitstoot was bijna niet aanwezig bij landbouwers in Lombardije. Waarom? Omdat ze daar zo veel bergen en ongebruikte oppervlakte hebben dat ze bij wijze van spreken een natuurlijke compensatie hebben voor een aantal problematieken, een compensatie die wij niet hebben omdat ons land veel vlakker en veel dichter bevolkt is. Oké, dat zal operationeel tot verschillen leiden, maar de resultaten en de doelstellingen moeten we wel delen, denk ik. Ik pleit dus voor een sterk Europees beleid, voor sterke doelstellingen, maar met een operationele diversiteit qua invulling.

Mevrouw Robeyns heeft het woord.

Minister, ik wil me graag aansluiten bij de collega’s. Ik ben het eigenlijk grotendeels eens met hetgeen collega Caron zojuist heeft gezegd. Ik heb ook al een paar keer vragen gesteld over de effectiviteit van die grote hoeveelheid Europese middelen die in het huidige GLB werden ingezet, zeker als het gaat over maatschappelijke thema’s zoals de vergroening en de bijdrage aan biodiversiteit en het klimaat. Zelfs de Europese Commissie erkent dat het huidige GLB op dat vlak is tekortgeschoten. Ik denk ook dat uit de publieke consultatie heel duidelijk blijkt dat er toch vraag is naar een grondige hervorming van het GLB. Mijn grootse bekommernis is dat men die effectiviteit kan meten en bewerkstelligen. Doelstellingen, dat is heel mooi, maar ze moeten ook meetbaar zijn en ook resultaten opleveren. Minister, we hopen dat u die bekommernis ook meeneemt naar de Europese Commissie. Recent zijn daar al diverse oproepen toe geweest. Ik ben het er ook mee eens als collega’s zeggen dat de landbouwers absoluut mogen worden vergoed voor die inspanningen, maar dat die vergoeding niet vrijblijvend mag zijn. Die moet verbonden zijn aan resultaten. Daar ben ik absoluut ook een voorstander van.

Minister Schauvliege heeft het woord.

Wat het beleid op maat en het feit van de subsidiariteit betreft, we hebben daar op zich geen probleem mee. We hebben ook die vraag gesteld om wat meer lokale accenten te kunnen leggen. We zullen daar echter wel een goed evenwicht in moeten vinden. We moeten ervoor zorgen dat het gelijke speelveld niet weg is. Ik denk dat iedereen het erover eens is dat we niet opnieuw naar een volledig gedifferentieerd landbouwbeleid in Europa gaan. Dat kan de bedoeling niet zijn, denk ik. Het zal dus een gezond evenwicht zijn.

Mevrouw Joosen, ik hoor u natuurlijk heel graag zeggen dat we in Vlaanderen zelf ook voldoende middelen moeten uittrekken om onze eigen accenten te leggen, waarvan akte. Ik kan daar natuurlijk alleen maar tevreden over zijn. We hebben ons eigen landbouwinvesteringsfonds, dat perfect voldoet als het gaat over die innovatie, over die klimaatmaatregelen. Ik ben dus blij dat u daar ook helemaal achter staat.

Dan was er de vraag over de directe steun. Ook daar, een evenwicht. Waar is die directe steun vandaan gekomen? Er was de filosofie dat we onze landbouwers voldoende garantie moeten geven dat ze een goed basisinkomen hebben. Europa doet dat omdat Europa ook een aantal randvoorwaarden oplegt aan die landbouwers die in de rest van de wereld niet zijn opgelegd. Het gaat dan over dierenwelzijn, over leefmilieu, over tal van zaken die worden opgelegd aan onze landbouwers en waardoor ze eigenlijk een concurrentieel nadeel hebben. Daarvoor krijgen ze ook een compensatie, om hun een goed, eerlijk basisinkomen te kunnen geven. Ik heb er geen probleem mee dat men dat zou plafonneren, maar ik denk dat die filosofie wel bewaard zou moeten blijven om dat idee van dat GLB nog voldoende uit te dragen in Europa. Hoe de vergoeding dan wordt geregeld, dat zal dan verder in de loop van 2018 ook moeten worden bekeken.

Ik sta helemaal achter de vergroening. Dat is ook een van onze prioriteiten die we hebben opgelegd. Naar wij vernemen, is de commissaris ook van plan om doelstellingen vast te leggen op Europees niveau, en die zou je dan kunnen vertalen op regionaal Vlaams niveau. We zullen ook een goede werkwijze moeten hebben, zodat dat ook gelijk wordt gemonitord en goed gelijk kan worden bijgehouden in heel Europa. Wat dat betreft, volg ik natuurlijk ook wel een beetje wat de heer De Meyer zegt: we moeten ervoor zorgen dat het ook beheersbaar blijft op het vlak van administratieve last, monitoring en dergelijke meer. De resultaten zullen ook niet altijd kunnen worden afgemeten. Ik zal u een voorbeeld geven. Als er maatregelen worden genomen om meer akkervogels te hebben, dan kun je beheersmaatregelen nemen en beheersovereenkomsten afsluiten, maar hoe ga je meten of dat lukt? Als die akkervogel op dat moment niet terugkomt, heeft die boer dan niks gedaan of heeft hij wel iets gedaan? Dat is maar een voorbeeld. Het zal niet zo simpel zijn om dat meetbaar te maken, maar uiteraard staan we daarachter en onderzoeken we hoe we dat kunnen doen.

Ik ben het natuurlijk ook eens met diegenen die zeggen dat alle landbouwmodellen voldoende moeten worden ondersteund. Dat hebben we vanuit het beleid ook altijd gedaan, denk ik. Niet wij moeten kiezen en bepalen. Het gaat om ondernemers, en we moeten hun zo veel mogelijk de ruimte geven en hen ondersteunen zonder een onderscheid te maken naargelang het businessmodel dat ze heel concreet gaan kiezen.

Ik denk dus dat we nog een aantal interessante gedachtewisselingen tegemoetgaan, hier in het parlement, maar ook richting Europa. 2018 zal op dat vlak zeker een heel boeiend jaar worden.

Inderdaad. We hebben in elk geval ook een aantal afspraken daaromtrent, maar dat zal dan nog wel terugkomen bij de regeling van de werkzaamheden.

De heer De Meyer heeft het woord.

Jos De Meyer (CD&V)

Ik herhaal: eigen Vlaamse accenten, heel graag. Het is een opportuniteit. We mogen anderzijds echter het gelijke speelveld nooit vergeten, want als dat er niet meer is, tast men eigenlijk het Europese landbouwbeleid zelf aan, met alle risico’s van dien, ook wat het in het gedrang brengen van de concurrentiepositie van de eigen landbouwers betreft.

Een belangrijke prioriteit blijft voor ons hoe dan ook voldoende aandacht voor de jonge landbouwers, maar de beste garantie daartoe is natuurlijk dat ze een faire prijs ontvangen voor hun producten.

Mevrouw Joosen heeft het woord.

Minister, ik wil tot slot een algemene beschouwing maken. Het is tijd voor een gedurfd standpunt. Een recente studie toont nogmaals de lage effectiviteit en efficiëntie aan van het huidige GLB. Vlaanderen geeft een grote financiële bijdrage, maar krijgt daar minder return voor. We moeten gaan voor ambitieuze hervormingsplannen. Level playing field? Ja, daar zijn we het allemaal over eens. De doelstellingen moeten duidelijk zijn, maar het level playing field mag geen excuus vormen om de lat laag te leggen om er dan allemaal vlotjes over te kunnen. De lat moet juist hoger worden gelegd. Een sterk signaal vanuit Vlaanderen is daarvoor nodig.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.