U bent hier

De heer Annouri heeft het woord.

Mijn vraag om uitleg is een vervolgvraag. In juni hadden we een debat naar aanleiding van een Panoreportage over het misbruik van dagcontracten. Op 18 november hield jongerenbeweging KAJ een actiedag om de problematiek van het oneigenlijk gebruik van dagcontracten nog eens aan te kaarten. De actie volgde op een bevraging bij jongeren op hun werkplaats in de sectoren die het meest gevoelig zijn voor misbruik van uitzendarbeid: logistiek, voeding en diensten, horeca. De verhalen die hieruit naar boven kwamen, klinken herkenbaar en zijn niet nieuw.

Ik citeer uit de bevindingen van de bevraagde jongeren: “Verhalen over aaneenschakelingen van dag- en weekcontracten gedurende maanden en zelfs jaren zijn voor ons alledaagse kost. Verhalen over gedwongen deeltijds werken en korte contracten van enkele maanden maken het voor jongeren vandaag moeilijk om een zelfstandig en stabiel leven uit te bouwen. Als speerpunt in deze golf van precarisering zien wij het gebruik van dagcontracten. Wij werken met een aaneenschakeling van dagcontracten, voor weken, maanden en soms jaren, terwijl ons een vast contract wordt beloofd. We weten maar een dag of zelfs maar enkele uren op voorhand of we moeten werken. Wij zitten met een ingewikkelde administratie waardoor fouten in de uitbetaling maar moeilijk op te sporen zijn. We moeten snel reageren, op eender welk moment van de dag of nacht.

De gevolgen van het systeem op ons leven: we moeten permanent beschikbaar zijn en hebben helemaal geen zekerheid op werk, we kunnen niets plannen, ook geen andere job combineren om rond te komen, we kunnen maar moeilijk een sociaal leven uitbouwen, we kunnen geen lening of huurcontract aangaan, we kunnen geen band met collega’s opbouwen, wij moeten ons permanent bewijzen en kunnen niet ziek zijn, we hebben geen toekomstperspectief en hebben het gevoel dat we stilstaan.”

Minister, de discussie over het gebruik van dagcontracten is reeds jaren aan de gang. De wetgeving hierover is heel duidelijk: “Opeenvolgende dagcontracten voor uitzendarbeid bij eenzelfde gebruiker zijn slechts toegestaan voor zover de gebruiker de nood aan flexibiliteit voor het gebruik van dergelijke contracten kan bewijzen.” In werkelijkheid zien we dat er maar weinig moet worden bewezen door een gebruiker en dat er veel achterpoortjes zijn om deze vorm van contracten te blijven gebruiken.

In de commissievergadering van 1 juni van dit jaar hebben we daar een uitgebreide discussie over gehad. U hebt in uw antwoorden op 1 juni verschillende keren verwezen naar uw federale collega van Werk Kris Peeters en de federale bevoegdheden betreffende uitzendarbeid en de controle hierop. U hebt toen ook aangegeven dat u met uw collega Peeters hierover in overleg zou gaan om te bekijken hoe de federale en gewestelijke instanties elkaar kunnen versterken in het opsporen van het oneigenlijke gebruik van dagcontracten en hiertegen kunnen optreden.

Minister, wat is uw reactie op de problematiek die hier nogmaals treffend door de jongeren die werden bevraagd door KAJ, wordt aangehaald? Bent u intussen in overleg geweest met uw federale collega Kris Peeters? Wat was het resultaat hiervan? Op welke manier sluit het Vlaamse beleid vandaag aan op de federale bevoegdheden? Met andere woorden, op welke manier versterken deze twee elkaar na uw overleg met minister Peeters? U kondigde aan dat uw federale collega de nodige stappen zou nemen. Welke stappen zijn hierin sinds 1 juni van dit jaar genomen?

VDAB registreert via code 89 werkzoekenden die regelmatig uitzendwerk verrichten. Kunt u de evolutie van de voorbije tien jaar schetsen van de groep die is geregistreerd met code 89? Kunt u dit uitsplitsen naar werkzoekenden die specifiek met dagcontracten werken? U gaf ook aan dat er begin dit jaar een pilootproject is gestart om die groep 89 beter te ondersteunen, hun competenties te versterken en een opstap naar vast werk te vergemakkelijken. Kunt u wat meer uitleg geven over dit project? Zijn er al evaluaties?

Minister Muyters heeft het woord.

Dagcontracten kunnen deel uitmaken van een flexibel instrumentarium waarvan werkgevers gebruik kunnen maken om flexibeler op toestanden in te spelen. Ik vind het goed dat er dagcontracten zijn, maar uiteraard veroordeel ik de misbruiken en het oneigenlijk gebruik van deze dagcontracten. De voorwaarden die hieraan zijn verbonden moeten worden nageleefd, maar dit valt onder de federale bevoegdheid. Die moet dit dan ook doen.

Niettegenstaande alle overleg, is het in de eerste plaats aan federaal minister Peeters om initiatieven te nemen. Ik heb begrepen dat hij een overleg heeft gehad met de interprofessionele partners, alsook met de sociale partners van de uitzendsector. Ik zal natuurlijk niet voor hem communiceren. Ik kan moeilijk zeggen welke acties hij heeft ondernomen en welk beleid hij wil uitvoeren. Het is aan hem om dat naar voren te brengen.

In de kwestie van de Vlaamse Sociale Inspectie is het wat moeilijk. Wij zijn volledig afhankelijk van de federale overheidsdienst Toezicht op de Sociale Wetten van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg (WASO). Klachten moeten bij hen worden ingediend. De federale inspectiediensten wordt gevraagd hun vaststellingen over te maken aan de Vlaamse Inspectie, zodat mogelijke inbreuken kenbaar kunnen worden gemaakt aan de Commissie Uitzendactiviteiten binnen de SERV, die dan kan optreden.

Een van de voorwaarden om een erkenning te krijgen, is dat je de sociale en fiscale wetgeving opvolgt. Op deze manier kunnen misbruiken die bij ons komen via de FOD WASO worden bestreden door een gerechtelijke veroordeling, een administratieve geldboete of de intrekking van de erkenning. Maar we kunnen dus slechts optreden na een overtreding vastgesteld door de federale collega’s.

Categorie 89 werd ingevoerd op 1 januari 2012. Een tijdreeks over tien jaar is bijgevolg niet mogelijk. Wel zien we sinds 2012 een gestage toename van het gebruik van uitzendarbeid. De verbeterende conjunctuur en de afschaffing van de proefperiode, vormen hiervoor de verklaring. De afbakening van de groep die enkel of voornamelijk met dagcontracten werkt, is niet mogelijk. Op de grafiek, die ik zal toevoegen aan het verslag (zie bijlage), is een gestage stijging te zien.

Het proefproject betreft een samenwerking tussen VDAB, de uitzendsector, de voedingssector en voedingsbedrijven uit de Kempen. Het project richt zich naar de uitzendkrachten die zeer regelmatig worden tewerkgesteld in deze bedrijven als productiemedewerker, inpakoperator, lijnmedewerker en die er niet in slagen om door te groeien naar productieoperator, technische operator en lijnverantwoordelijke. Doorgroeien naar die functies verhoogt hun kans op duurzamere tewerkstelling en aanwerving door een bedrijf in vast dienstverband.

Het gebrek aan bepaalde technische competenties en aan gevraagde soft skills belemmert echter vaak dit proces. Het project wil aan deze ‘zwakkere’ groep – degenen die de stap naar doorgroeien niet kunnen zetten – binnen de code-89-groep de mogelijkheid bieden de ontbrekende competenties te verwerven. De opleidingsinhoud is gebaseerd op de individuele noden – maatwerk – van de uitzendkracht. Het detecteren van deze noden gebeurt in samenwerking met de bedrijven en vooral met de uitzendkracht zelf. Dat is een heel goede zaak. De bedrijven en de uitzendkracht bekijken waarom die niet kan doorgroeien.

Zo wordt een flexibel, individueel menu samengesteld voor de uitzendkracht, dat bestaat uit korte modules, soms van een halve dag of één of twee dagen. Het is ook gespreid in de tijd, zodat werken en leren kan worden gealterneerd. Dit flexibel opleidingsaanbod wordt mede mogelijk gemaakt door de flexibele organisatie van alle betrokken partners.

Het proefproject wordt uitgerold in de regio Kempen en is gestart in oktober 2017. In de eerste plaats beoogt het proefproject een bereik van dertig uitzendkrachten. Het proefproject zal vermoedelijk tot februari 2018 lopen, afhankelijk van de individuele menu’s en de dalperiodes van de betrokken productieprocessen. De evaluatie van het project zal in maart 2018 gebeuren in samenwerking met de betrokkenen. Overal gebeuren er nieuwe dingen. Laat ons bekijken wat we kunnen en dat dan uitrollen.

De heer Annouri heeft het woord.

Minister, ik wil even terugkomen op uw overleg met minister Peeters. U zei dat hij van alles moet doen en het initiatief nemen. Ik ben het met u eens, maar ik verwijs ook naar uw antwoord op 1 juni. U zei toen dat u niet wou dat er dingen parallel gebeuren en dat u uw beleid zou laten aansluiten op dat van hem, en dat u daarvoor met hem in overleg zou gaan. Is dat overleg al gebeurd?

U hebt toen uw vertrouwen uitgesproken in minister Peeters. Dat is zeer goed. U hebt ook aangegeven dat er wel degelijk overleg is in de regionale cellen en dat u samen verdere stappen zou zetten. Welke stappen zijn er concreet gezet tussen 1 juni en nu? In hoeverre sluit dat beleid op elkaar aan? Welke contacten zijn er geweest met minister Peeters?

Mevrouw Talpe heeft het woord.

Begin juni hebben we hierover al uitgebreid gedebatteerd. De conclusie was dat de bal hoofdzakelijk in het federale kamp ligt. Minister Peeters heeft aan de Nationale Arbeidsraad gevraagd om een regeling uit te dokteren voor die dagcontracten. Naar verluidt lopen die besprekingen niet van een leien dakje. De vakbonden volharden in hun interimbashing. Daartegenover hebben de werkgevers schrik om flexibiliteitsinstrumenten te verliezen. Voor onze fractie is het heel duidelijk dat mistoestanden of oneigenlijk gebruik uit den boze zijn. Die dagcontracten passen uiteraard wel in de economische realiteit.

Op het Vlaamse niveau zijn er twee zaken van belang. We hebben de code 89. Het is goed dat VDAB dat hanteert, maar we moeten ook eerlijk zeggen dat de interimsector er zelf geen zicht op heeft. VDAB verzamelt en beheert die info. Is het niet aangewezen om meer overleg te hebben met de interimsector?

Minister, er is een pilootproject gerealiseerd en een tweede staat in de steigers: het pilootproject van VDAB en het Vormingsfonds voor Uitzendkrachten. De interimsector is vragende partij om dit ook in andere provincies te kunnen realiseren. Staat u hiervoor open?

Mevrouw Kherbache heeft het woord.

Yasmine Kherbache (sp·a)

Minister, het gebruik van dagcontracten is een oud zeer. In heel specifieke gevallen is het toelaatbaar, maar het is absoluut onaanvaardbaar als werknemers daar maanden en zelfs jaren in worden tewerkgesteld. U bent het ermee eens dat dit absoluut niet kan.

In juni verwees ik naar de bevoegdheid van de Vlaamse sociale inspectie en de eigen erkenningsregeling, en dat het belangrijk is dat die worden ingeschakeld. Nu zegt u dat u alleen maar kunt reageren als u een inbreuk krijgt doorgestuurd door de federale inspectiedienst. Ik wil u toch vragen: bent u bereid om de Vlaamse sociale inspectie de opdracht te geven – zij komen heel veel op het terrein, bij heel veel uitzendkantoren – om heel specifiek in kaart te brengen hoeveel dagcontracten er worden gebruikt? Zij kunnen die vaststellingen doen, ze kunnen dat opnemen in een pv van inlichting in de regionale cellen of overmaken aan de federale inspecties. Dan heb je een optimale informatie-uitwisseling.

Ik zou niet gewoon wachten tot het federale niveau een inbreuk signaleert. Neen, onze inspectiediensten zijn vaak op het terrein bij de interimsector om controles te doen. U kunt vragen om heel specifiek te controleren op het gebruik van dagcontracten. Zij brengen dat in kaart en sturen een pv van inlichting door naar de federale diensten.

De heer Ronse heeft het woord.

Collega Annouri, eerst en vooral een warm dankwoord aan u om deze belangrijke problematiek opnieuw op de agenda te brengen. De berichtgeving plakt nog steeds aan onze ribben en de problematiek wordt door iedereen erkend. Die is grotendeels te wijten aan de afschaffing van de proefperiode, het zogenaamde gelijkstellen van arbeiders en bedienden, dat met grote triomf werd gebracht. Volgens mij is dat een van de belangrijkste redenen waarom jongeren vandaag geen vast contract kunnen hebben.

Deze problematiek is duidelijker in de grootstedelijke gebieden, waar er minder sprake is van een zware arbeidskrapte, dan in gebieden zoals bijvoorbeeld West-Vlaanderen, waar er een complete oververhitting is van de arbeidsmarkt en waar er ook veel talent is, en waar men dat minder zal doen.

Het allerbelangrijkste is dat de FOD WASO dat toezicht ernstig neemt en effectief doorstuurt, zodat de kantoren die daar malafide aan meewerken, kunnen worden aangepakt en hun erkenning kunnen kwijtspelen. Het is jammer dat we dit toezicht niet als bevoegdheid hebben, maar goed, de staatsstructuur is zoals sommigen ze hebben gewild.

Het is wel belangrijk om te weten hoeveel zaken zijn doorgestuurd vanuit de FOD WASO. Minister, hebt u daar zicht op? Zijn er effectief erkenningen afgenomen? Met alle begrip als u hier vandaag nog geen cijfers van hebt. Het zou wel nuttig zijn om dit te weten, want het is de kern van de zaak dat de FOD WASO doorstuurt naar Vlaanderen zodat Vlaanderen iets kan doen.

Minister Muyters heeft het woord.

Er zijn regelmatig gesprekken tussen de kabinetten en daar is dit onderwerp al aan bod gekomen. In de eerste plaats is dat een federale bevoegdheid. Ik ben niet de schoonmoeder van de federale minister: hij moet doen wat hij moet doen. Hij geeft advies en het gaat niet allemaal even gemakkelijk. Mijn grootste bezorgdheid is dat als er vaststellingen zijn van de federale inspectie, we die krijgen. Dat wordt uitdrukkelijk gevraagd, maar er is geen garantie dat dat gebeurt. We blijven er wel op aandringen. Dat is heel duidelijk.

Ik zou ook niet graag hebben dat minister Peeters mij komt zeggen wat mijn beleid moet zijn, dus ik ga ook niet zeggen wat zijn beleid moet zijn. Hij weet dat die bekommernis in Vlaanderen leeft. Ik ga aan mijn inspectie niet specifiek zeggen dat de FOD WASO niet goed werkt – ik zeg dat niet, u hebt dat ook niet gezegd – en dat ze extra moeten controleren. Neen, de afspraak is dat als men op het terrein vaststellingen doet die niet tot onze bevoegdheid behoren, we er een pv van inlichting van maken. Dat blijft. Als u vraagt: is dat een focus?, dan zeg ik nee, want dat is een federale bevoegdheid. Als de dagcontracten een federale bevoegdheid zijn, dan is het aan de FOD WASO om dat te bekijken. Als die vaststellingen gebeuren bij andere controles die ze doen, dan kan er een pv van inlichting gebeuren.

Mevrouw Talpe, u vraagt naar overleg met de interimsector. VDAB staat altijd open voor overleg als daar vraag naar is. Die andere provincies, ik had begrepen dat dat een proefproject is. Als daar positieve resultaten uit komen in maart 2018, kunnen we in overleg met de sector de volgende stappen zetten.

De heer Annouri heeft het woord.

Minister, dank u wel voor uw antwoorden. Ik kan me best inbeelden dat u een aangename schoonvader zou zijn, maar ik wil u zeker niet vragen om de schoonmoeder te spelen van minister Peeters. Ik heb mijn vragen gesteld omdat er volgende stappen zouden worden genomen en overleg zou worden gepleegd. Het debat over de bevoegdheden hebben we de vorige keer gevoerd. Ik begrijp dat ook, maar ik zou u willen vragen om proactief te blijven. Waarom? De Panoreportage was inderdaad beklijvend. Het instrument van dagcontracten is inderdaad nodig in onze flexibele arbeidsmarkt maar mag nooit, maar dan ook nooit een excuus zijn om mensen die in een ander statuut thuishoren, aan het lijntje te houden en op die manier te misbruiken. We zien dat dat vandaag heel erg gebeurd.

Dit gaat natuurlijk ook over Vlaamse jongeren die aan het begin van hun carrière op de arbeidsmarkt staan. Je kunt je daar geen valse start veroorloven. In die zin zou ik willen vragen dat u vanuit de Vlaamse Regering niet enkel kijkt naar wat de Federale Regering doet, maar dat u dat ook proactief op de agenda blijft plaatsen omdat het ook voor u van heel groot belang is om dat te blijven opvolgen. Wij zullen dat ook doen namens onze fractie.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.