U bent hier

De heer Vandenbroucke heeft het woord.

Joris Vandenbroucke (sp·a)

Minister president, we vernamen half december dat premier Michel het initiatief heeft genomen om een diner te organiseren met de verschillende ministers-presidenten van de gewest- en gemeenschapsregeringen. Dat bericht heeft mijn interesse gewekt omdat er gewag werd gemaakt van informeel overleg, onder andere over het Energiepact. Gelet op de uitspraken met betrekking tot dat Energiepact in de aanloop naar 17 december en het Overlegcomité van 20 december wens ik u daar een aantal vragen over te stellen.

Pro memorie, op 11 december hebben de vier energieministers die dit land rijk is, een ontwerp van tekst gemaakt voor een interfederaal Energiepact. Dit ontwerp van tekst heeft ondertussen groen licht gekregen van de Waalse en de Brusselse regeringen. Uw partij ligt daar in de Federale en de Vlaamse Regering nog dwars over omdat de tekst uitgaat van een kernuitstap in 2025, zoals bij wet in 2015 is vastgelegd. Uw partij heeft er twijfels over of dit een haalbare kaart is. We hebben daarover in dit parlement gedebatteerd op 13 december. U hebt toen gezegd dat er nog geen standpunt was van de Vlaamse Regering. Interkabinettenwerkgroepen zouden deze tekst uitvoerig bespreken en er zou op een vrijdag een standpunt van de Vlaamse Regering komen. U specifieerde niet welke vrijdag.

Daags nadien heeft de eerste minister na het samenroepen van het kernkabinet beslist om nog geen beslissing te nemen op vlak van de ontwerpen van tekst. Hij heeft dan aan de energieministers van de gewestregeringen gevraagd om nog wat extra rekenwerk te doen, onder andere op vlak van bevoorradingszekerheid en prijsvorming. Dat is op 17 december ook bevestigd door federaal minister Marghem in ‘De zevende dag’, die stelde dat er bijkomende cijfers zouden worden opgevraagd maar ze maakte zich ook sterk dat de N-VA wel tegen januari over de streep zou kunnen worden getrokken.

U hebt tijdens diezelfde uitzending laten optekenen dat u het Energiepact weinig ambitieus vindt, dat u het nodig acht dat er overleg wordt gepleegd met lokale overheden, met de sector van de sociale huisvesting en met de ondernemers. Voor een goede verstaander betekent dit dat u een goedkeuring van deze tekst op korte termijn absoluut niet ziet zitten. Ik merk op dat er op dat moment nog geen standpunt was van de Vlaamse Regering. Ik neem dan ook aan dat u namens uzelf sprak.

Uw energieminister, Bart Tommelein, klonk helemaal anders. Daags voordien liet hij in het programma ‘De vrije markt’ optekenen dat er eigenlijk geen studiewerk nodig is en dat alle cijfers er zijn om te antwoorden op de verschillende vragen en gevoeligheden. Hij maakte zich sterk “daar te kunnen op antwoorden zonder de kernuitstap uit te stellen”. Hij gaf nog mee dat wat hem betreft die teksten zeer binnenkort kunnen worden goedgekeurd.

Inmiddels zijn we enkele weken na de indiening van deze vraag om uitleg en weten we dat een snelle goedkeuring kantje boord zal zijn, gelet op de uitspraken van uw partijvoorzitter Bart De Wever op 24 december. Hij zei dat een beslissing met betrekking tot de kernuitstap wellicht beslecht zal worden bij de volgende federale regeringsonderhandelingen in 2019. We weten natuurlijk uit de studies van Elia, EnergyVille en anderen dat tijd kopen in dezen de facto beslissen is en dat van een kernuitstap in 2025 geen sprake kan zijn als men het debat of het doorhakken van knopen blijft uitstellen tot 2019 en verder.

Er wordt in alle richtingen gecommuniceerd tussen de verschillende regeringen, ook binnen uw eigen Vlaamse Regering. Er is op 17 december informeel overleg gepleegd tijdens dat fameuze diner. Er is het Overlegcomité geweest. Daar stond het thema wel niet officieel op de agenda.

Zijn er afspraken gemaakt over het Energiepact inzake aanpak en timing op dat informeel overleg met de andere ministers-presidenten en de premier? Ik heb gekeken naar de agenda van het Overlegcomité van 20 december. Daar stonden agendapunten op met betrekking tot mobiliteit en het Investeringspact. Ik heb de notificatie inmiddels ook gezien en kennisgenomen van de goedgekeurde onderdelen van de nota’s betreffende mobiliteit, onder andere inzake spoorinvesteringen en het Investeringspact. Hebt u op dat vlak nog bijkomende informatie?

De heer Sintobin heeft het woord.

Voorzitter, ik had aanvankelijk een interpellatieverzoek ingediend aan minister van Energie Tommelein, maar die werd niet goedgekeurd. Ik vind nochtans dat er een aantal nieuwe elementen zijn waarnaar ook de heer Vandenbroucke heeft verwezen. Als parlementslid kunnen we ministers ondervragen maar niet de partijvoorzitters, maar er zijn toch een aantal uitspraken gedaan door diverse partijvoorzitters waardoor dit dossier volledig vast is komen te zitten.

Ik sluit me graag aan bij de heer Vandenbroucke omdat we het standpunt van de minister van Energie kennen in dezen.

We hebben de afgelopen weken en maanden in de commissie en zeker ook in de plenaire – ik verwijs naar het actualiteitsdebat – ernstig gedebatteerd over het Energiepact en het akkoord dat er al dan niet was. Minister-president, u weet dat minister Tommelein maanden aan een stuk heeft aangekondigd dat eind december 2017 er een Energiepact zou komen. Dan is hij inderdaad naar het parlement gekomen en heeft hij gezegd dat er een Energiepact is goedgekeurd door de Brusselse minister, de Waalse minister, de federale minister en de Vlaamse minister van Energie.

Ik heb het nog even nagezocht: een pact betekent volgens mij een akkoord, en een akkoord wordt onderhandeld en getekend door, in dezen vier, partijen. Wanneer een minister van uw regering over een dergelijk pact onderhandelt, veronderstel ik dat dat met een mandaat van de regering is. Mij is dus nog niet duidelijk met welk mandaat uw minister van Energie naar die onderhandelingen is getrokken.

Ondertussen zijn we een aantal weken verder en zijn er diverse uitspraken geweest van uw partijvoorzitter en ook de partijvoorzitter van Open Vld en van CD&V, van alle voorzitters van de meerderheidspartijen dus. Uw voorzitter zegt dat hij daar een verkiezingsthema van gaat maken en dat over de verkiezingen van 2019 gaat tillen, terwijl bijvoorbeeld mevrouw Rutten vorige week nog liet optekenen: ‘Neen, de kernuitstap en het Energiepact komen er in 2018.’ Het is nu al twee maanden aan een stuk dat niet in maar buiten het parlement wordt gecommuniceerd over dit Energiepact.

Ik denk dat het belangrijk is om te weten in welk stadium wij nu zitten met dit Energiepact, welke overtuiging je ook bent toegedaan. U weet dat wat betreft het Energiepact mijn fractie op dezelfde lijn staat als de N-VA. Ik denk niet dat dat in dezen een rol speelt. Het moet in het parlement vooral belangrijk zijn dat wij weten wat de Vlaamse Regering daarover denkt. Minister-president, ik herinner me ook een uitspraak van u, waar collega Vandenbroucke ook naar heeft verwezen: ‘We gaan er ooit eens over spreken op een vrijdag.’ Ik vind het bijzonder merkwaardig dat over een politiek thema dat de actualiteit nu al maanden beheerst en waarover de meerderheidspartijen elkaar in de haren vliegen, de minister-president zegt dat er binnen de schoot van de Vlaamse Regering nog niet over is gesproken en dat ze daar überhaupt nog geen standpunt over heeft. De standpunten van de partijen zijn nochtans bekend. Er is ondertussen ook al een en ander gebeurd: het Overlegcomité en het diner met premier Michel, die duidelijk tijd probeert te kopen, maar die ook wel gezegd heeft dat er van terugkomen op de kernuitstap geen sprake is. We kennen het standpunt van de grootste meerderheidspartij, zowel hier in het Vlaams Parlement als in het Federaal Parlement, maar het is nu wel tijd dat we duidelijkheid krijgen van de Vlaamse Regering. Daarom ook mijn vragen.

Minister-president, hoe zit het nu met het Energiepact? In welk stadium zitten wij nu? Wat is nu eigenlijk het standpunt van de Vlaamse Regering over dit Energiepact? Heeft de Vlaamse Regering überhaupt een standpunt over het mogelijke uitstel van de kernuitstap? Als er nog geen standpunt of geen akkoord is, wanneer denkt u binnen de schoot van de Vlaamse Regering een akkoord te bereiken? Hoe zit het met het overleg met de federale en de andere regeringen in verband met dit Energiepact?

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Collega's, er zijn eigenlijk twee onderdelen. Het eerste heeft betrekking op het informeel overleg dat we hebben gehad met premier Michel op 17 december 2017, iets wat wel eens plaats heeft na een Overlegcomité of iets dergelijks. Het was nu de eerste keer dat er een informeel overleg was tussen de premier en de ministers-presidenten van de deelstaten na de regeringswissel in Wallonië. Het was niet echt een kennismaking, want iedereen kent iedereen, maar in die constellatie was het een eerste bijeenkomst. De premier stond erop om dat eens te doen in een andere omgeving, wat er natuurlijk toe leidt dat je in een aangename context ook over andere zaken dan alleen maar politieke zaken kunt spreken.

Er stond niets op de agenda. Ik heb tot mijn verrassing gezien dat in bepaalde persberichten stond dat daar een en ander geagendeerd stond. Er was geen agenda en er zijn ook geen beslissingen genomen. Er is uiteraard ook geen verslag van. De gesprekken zijn hoofdzakelijk gegaan over de investeringen en het investeringspact. Een en ander stond trouwens op de agenda van het Overlegcomité dat – als ik me niet vergis – de woensdag daarna is gevolgd. Daar heeft iedereen nog eens zijn visie geschetst.

Ik heb de visie herhaald die u al lang kent, namelijk dat het prioritair is – ik vraag dat nu al heel lang in het Overlegcomité – dat we met een eensgezind standpunt met betrekking tot de investeringsclausule naar de Europese Commissie gaan. Ik heb ook gezegd dat het Investeringspact zijn nut heeft inzake samenwerking als het gaat over die domeinen waar we ‘gemengde’ bevoegdheden hebben, denk bijvoorbeeld aan mobiliteit en aan digitalisering. We hebben vrij lang aan de collega's uiteengezet dat wij er op dit ogenblik naar mijn smaak goed in slagen om pps-constructies op te zetten die conform zijn, aangezien wij ons richten naar het conformeren aan de ‘guidelines’ van de Europese Commissie.

We hebben ook over de spoorinvesteringen gesproken. Dat heeft er inderdaad toe geleid dat we op het daaropvolgende Overlegcomité afspraken hebben gemaakt in de eerste plaats met betrekking tot het voor mij prioritaire punt. Als we spreken over gezamenlijke afspraken met betrekking tot investeringen, moeten we met één stem richting Europa kunnen gaan. Er is op dat Overlegcomité afgesproken dat we een interfederale werkgroep vormen waar we met het Planbureau zullen gaan over de criteria en de formulering van de ‘investment clause’ richting Europese Commissie. Daar kan ook worden gesproken over projecten die daarvoor in aanmerking komen.

Dat is nu aan de gang. Ik weet niet of we daar op het volgende Overlegcomité mee klaar zullen zijn. Het is in elk geval een zeer formeel gevolg van de informele babbel die we daar gehad hebben. We hebben ook over het spoor gepraat. U hebt misschien gezien dat we op dat Overlegcomité over het samenwerkingsakkoord gegaan zijn en dat ook goedgekeurd hebben. We hebben afspraken gemaakt dat er bilateraal – Vlaanderen en federaal, aangezien wij in die coöperatie zitten – ook over de uitvoeringsmodaliteiten een akkoord tot stand moet komen en dat we die twee tegelijk zullen laten lopen.

Er zijn geen verdere afspraken gemaakt. Eigenlijk zijn er zelfs geen afspraken gemaakt. Alleen is er gezegd dat we zullen proberen om die zaak vooruit te krijgen, met die zaken en aangelegenheden die wat betreft het investeringspact het meest urgent zijn.

Het investeringspact is nog niet behandeld binnen de Vlaamse Regering. Er is dus ook op geen enkel moment namens mij in een interfederaal gremium of waar dan ook een standpunt ingenomen, om de eenvoudige reden dat er ook geen tekst van een pact klaar is. Daar moet ik u dus tegenspreken, collega Sintobin. U legt collega Tommelein woorden in de mond die hij niet heeft uitgesproken. Ik verwijs naar wat hij gezegd heeft in de plenaire vergadering van 13 december. Ik citeer: “Sommigen beweren dat ik zou hebben gezegd dat het pact klaar is. De minister-president weet dat ik nooit heb verklaard dat het Energiepact er is. Ik heb gezegd dat er een akkoord is tussen de vier ministers over een tekst die naar de regeringen gaat om die verder te bespreken.” Verder zegt hij: “Het is nu de bedoeling om de visienota om te zetten in een energiepact voor de toekomst. Ik herhaal nogmaals dat dit met horizon 2030-2050 is. De vier regeringen moeten zich daarover uitspreken. Dit wordt momenteel besproken in interkabinettenwerkgroepen. Natuurlijk zijn er nog aanpassingen. In elke regering zijn er vragen om verduidelijking, vragen om onderbouw enzovoort.”

U weet uit de media dat dit loopt. De vier ministers zijn op dit ogenblik bezig met die onderbouw van de visie die ze ontwikkeld hebben in de loop van het vorige jaar. Die visienota is nog niet geagendeerd op de ministerraad van Vlaamse Regering. Daar kan ik zeer formeel in zijn. We wachten nu ook op de berekeningen en de onderbouwstudies die zullen gebeuren. En dan zullen we ons daar natuurlijk over moeten beraden. De eerste stap is, zoals collega Tommelein zegt, een energievisie. De tweede stap is een Energiepact. Ik citeer uit het regeerakkoord, collega’s: “We zullen de transitie naar een nieuw energiesysteem grondig voorbereiden. Dit vereist een langetermijnvisie voor ons energiesysteem, waarbij economische, sociale en ecologische belangen optimaal met elkaar sporen. Dit kan uitmonden in een energiepact tussen de verschillende overheden en tal van stakeholders.”

Een pact is een overeenkomst die je sluit. Als je zou zeggen – wat niet mijn visie is, want we spreken over verschillende overheden – dat dit puur interfederaal is, dan denk ik dat het minimum minimorum zal zijn dat we daar over ‘burden sharing’ spreken. Je kunt zeggen: dat zijn de gezamenlijke doelstellingen. Wat gaat de federale overheid daarin doen? Wat gaan de diverse deelstaten daarin doen? U hebt de visienota gekregen. Daar zijn nog geen visies over ontwikkeld. In mijn ogen is een pact het engagement dat je aangaat. Ik neem aan dat we ook de lokale overheden daarbij moeten betrekken. Ik geef u als voorbeeld dat de visienota ervan uitgaat dat alle overheidsgebouwen in 2040 energieneutraal zullen zijn, dus niet BEN (bijna-energieneutraal), maar EN (energieneutraal).

Ik kan u meegeven dat we net het Herman Teirlinckgebouw in gebruik hebben genomen. Dat is het allerbeste kantoorgebouw in heel België. Dat haalt nu een peil van 31, bijna-energieneutraal. Ik hoef u niet te zeggen dat dat ook zeer veel geld heeft gekost. Dat zijn zeer dure investeringen. Als we over alle overheidsgebouwen spreken, vind ik dat we daarover ook in overleg moeten gaan met de lokale besturen, tenzij we zeggen dat het puur op het federale en interfederale niveau is. Ik heb geen zicht op de oppervlaktes van overheidsgebouwen in handen van de federale overheid, de deelstaten en de lokale overheden, maar iets in mij zegt dat er heel veel meer overheidsgebouwen op lokaal vlak zijn. Ik denk aan stadhuizen, culturele centra, zwembaden, sportcentra, wijkgebouwen, noem maar op, die allemaal op lokaal vlak zitten. Als je daar afspraken over maakt, moet je ten eerste weten of het haalbaar is om energieneutraal te zijn in 2040, en zo ja, of iedereen zich daartoe engageert en daar ook de nodige centen voor worden uitgetrokken.

Ik geef maar één voorbeeld. Voor sociale woningbouw wil men de norm ongeveer halveren. Weet dat collega Homans nu volop bezig is met een grondige renovatie: energiezuinig maken, isoleren, daken, ramen enzovoort. De volgende stap die daarin staat, is een zeer zware stap. Ik herhaal dan ook dat als we iets tekenen, het onderbouwd en doordacht moet zijn. En we moeten ook weten wat de consequenties zijn van de engagementen die we nu nemen.

Ook in het federale regeerakkoord staat dat ze met de stakeholders aan tafel gaan zitten. De premier gaat nu samenzitten met de high level group van de chemische industrie en de textielindustrie, die, zoals u weet, een zeer grote noodkreet heeft laten horen, omdat zij zeer veel energie verbruiken en absoluut zeker willen zijn – en ik hoop ook iedereen hier in de zaal – dat die energie-intensieve bedrijven, die zorgen voor de rechtstreekse tewerkstelling van 60.000 mensen en in totaal 120.000 mensen, gerust kunnen worden gesteld dat met die doelstellingen die welvaartscreatie en die jobs behouden zullen kunnen worden.

We zitten nu dus heel duidelijk in een fase dat er door de energieministers gewerkt wordt aan het verstrekken van cijfers ter onderbouwing van de visienota. Daarna zullen er besprekingen komen in de diverse regeringen. Daarna moet er gewerkt worden in de richting van een pact. Een pact is in mijn ogen minimum minimorum een engagement tussen de federale entiteiten, maar dan heb je natuurlijk verre van alle overheden die betrokken zijn. Je hebt ook de stakeholders. Het staat uitdrukkelijk in het Vlaamse regeerakkoord: ‘tal van stakeholders’.

De tekst van ons regeerakkoord zegt uitdrukkelijk en letterlijk dat dit kan uitmonden in een Energiepact tussen de verschillende overheden en tal van stakeholders. Dat is dus de fase waar we nu in zitten en waaraan ook moet worden gewerkt.

De heer Vandenbroucke heeft het woord.

Joris Vandenbroucke (sp·a)

Minister-president, dank u wel voor uw antwoord wat betreft het investeringspact en het samenwerkingsakkoord inzake spoorinvesteringen. We hebben ondertussen de nota’s grondig doorgenomen die daar zijn goedgekeurd, en zullen daar dan de bevoegde vakministers nog verder over ondervragen als daar zaken in zitten die nog meer uitleg behoeven. Wat dat betreft, hebt u zeker meer dan genoeg geantwoord.

Ik zou toch even graag willen doorgaan op het Energiepact. U hebt correct geciteerd wat minister Tommelein op 13 december heeft gezegd tijdens het debat hier in het Vlaams Parlement. Dat citaat strookt ook met wat u toen zelf hebt gezegd. U zei dat er nog geen standpunt is binnen de Vlaamse Regering, dat een en ander uitvoerig wordt besproken in interkabinettenwerkgroepen en dat er op een vrijdag een standpunt zal komen.

Ik wil u nogmaals wijzen op de toch wel zeer uiteenlopende uitspraken van uzelf en uw energieminister amper vijf dagen later. Minister Tommelein zei toen dat bijkomend studiewerk niet nodig is, dat er vragen kunnen worden gesteld en dat hij ze allemaal kan beantwoorden, dat hij hard kan maken dat het absoluut niet nodig is om nog maar te twijfelen over een verder uitstel van de kernuitstap en dat die teksten wat hem betreft op zeer korte termijn kunnen worden goedgekeurd. U hebt iets helemaal anders verklaard: u hebt gezegd dat dat te weinig ambitieus is, dat de sectoren daarbij moeten worden betrokken. U maakte een aantal inhoudelijke overwegingen, die op zich natuurlijk wel bijzonder interessant zijn, maar u zei opnieuw dat dit onderbouwd en doordacht moet zijn.

U wekt toch minstens de indruk dat wat minister Tommelein beweert, namelijk dat er geen bijkomend studiewerk nodig is, niet juist, niet correct is, dus dat er wél bijkomend studiewerk nodig is. U schetst ook een traject waarbij u lokale besturen en andere sectoren wilt betrekken, met het oog op een pact dat dan een beginpunt van engagementen zou zijn. Ik zie dit alsmaar verder in de tijd worden verwijderd.

De vraag die me op de lippen brandt, aan u als regeringsleider van deze Vlaamse Regering, is: schrijft u zich nog altijd in in een logica dat deze Vlaamse Regering eensgezind een standpunt moet innemen over die ontwerpteksten met betrekking tot dat Energiepact? Werkt u daarnaartoe? Of zegt u dat uw partijvoorzitter, Bart De Wever, gelijk heeft, dat men die knoop maar zal doorhakken in 2019, na de volgende verkiezingen? Een Energiepact afsluiten zonder dat die knoop met betrekking tot de kernuitstap wordt doorgehakt, is immers natuurlijk complete onzin. Er komt geen Energiepact zonder dat die knoop wordt doorgehakt. Wat mij betreft, is die al doorgehakt door u en uw partij zelf, niet alleen federaal, waar u die wet op de kernuitstap hebt goedgekeurd in 2015. Ik wil u erop wijzen, collega’s, dat we hier ook een resolutie voor een sterk Vlaams klimaatbeleid hebben goedgekeurd. Minister-president, daarin vraagt het parlement unisono aan uw regering om in overleg te gaan met de federale overheid met het oog op de opmaak van zo’n pact “met de huidige federaal besliste kernuitstap als uitgangspunt”. Ik verwijs daarvoor naar die federale wet.

Ik had dus graag toch wat bijkomende duidelijkheid gehad over wat nu precies uw voornemen is op dat vlak.

De heer Sintobin heeft het woord.

Minister-president, ook ik dank u voor de extra info over het investeringspact en de spoorinvesteringen, maar ook mijn vraag was voornamelijk gefocust op het Energiepact. Ik ga met u akkoord als u minister van Energie Tommelein tijdens het actualiteitsdebat in december citeert, maar ik kan u verzekeren dat minister Tommelein natuurlijk toen al in het defensief zat. Ik heb de verslagen van de commissievergaderingen van de afgelopen maanden niet bij me. Of het nu een visienota of een Energiepact of ik weet niet wat is, in mijn ogen is dat gewoon wat spielerei met woorden. Ik herinner me dat, toen dat zogenaamde Energiepact werd voorgesteld door de vier ministers van Energie, dat werd voorgesteld als een akkoord op papier, gesteund door de vier regeringen, waarbij minister Tommelein zei inderdaad namens de Vlaamse Regering te spreken.

Toen is natuurlijk het politieke debat op gang gekomen, voornamelijk aangestuurd door uw partij, waarbij minister Tommelein zich wat in het defensief gedrongen voelde en zei dat het nog maar een visienota was, die nog moest worden besproken in de schoot van de Vlaamse Regering. Nogmaals, ik zou eigenlijk eens de moeite moeten doen om alle verslagen van de afgelopen maanden over dit onderwerp te bekijken.

Ik kan u wel wat meer zeggen over wat minister Tommelein over dit Energiepact heeft aangekondigd. Trouwens, er is ook uw bewering dat ook andere actoren, ook andere sectoren hierbij betrokken moeten zijn. Ik denk dat er hier collega’s zijn die regelmatig de commissie Energie bijwonen. Minister Tommelein heeft er altijd mee geschermd dat alle actoren, alle sectoren zijn betrokken bij het tot stand komen van dit Energiepact of deze visienota. Nu zijn we eigenlijk al zovele maanden later en nu komt u zeggen dat u dat allemaal nog moet becijferen. Is dat juist? Is dat niet juist? Ik denk dat de knoop inderdaad het verschil is qua uitgangspunt tussen de meerderheidspartijen en dat u er niet uit geraakt, dat u met een antwoord als dit vandaag tijd koopt, dat ook premier Michel tijd koopt, om eigenlijk geen knopen door te hakken.

Dat is natuurlijk de verantwoordelijkheid van de meerderheid. Ik heb een uitgangspunt en een visie op het dossier die anders zijn dan die van collega Vandenbroucke, maar ik zie ook, net als hem, dat het nu al duidelijk is dat er geen akkoord op komst is, als ik nu zie dat alles nog moet terugkeren naar de regeringen en binnen de schoot van de regering moet worden besproken, dat er nog actoren moeten zijn en nieuw cijfermateriaal en zo. U weet ook dat we in verkiezingsjaren zitten: van nu tot in juni zal er van een Energiepact niets komen.

En de knoop ligt inderdaad bij de kernuitstap. Minister-president, ik blijf het heel eigenaardig vinden dat men binnen de schoot van de Vlaamse Regering geen standpunt heeft over de kernuitstap die voor een groot deel bepaalt wat het Energiepact zou moeten worden. Men kan voor of tegen zijn, maar men zou op zijn minst een standpunt moeten hebben. De collega’s die staan te springen voor hernieuwbare energie, zou ik erop willen wijzen dat vandaag bij de regeringsonderhandelingen in Duitsland is beslist dat de klimaatdoelstellingen van 2020 waarschijnlijk zullen worden teruggeschroefd omdat men de lat veel te hoog heeft gelegd. Ik merk dat ook in andere landen een en ander beweegt. Het is natuurlijk gemakkelijk om idealistische voorstellen op papier te zetten zonder te beschikken, en daar zit ik op dezelfde lijn, over de correcte cijfers, weergave en onderbouwing. Daar steun ik u volledig in, maar ik vind het toch eigenaardig dat men elkaar binnen een Vlaamse meerderheid voortdurend tegenspreekt. We zullen zien wat daarvan komt.

U hebt ook geen timing opgegeven over wat er verder nog moeten gebeuren.

De heer Rzoska heeft het woord.

Mijnheer Diependaele, het is omdat we in een nieuw jaar zijn dat ik u laat voorgaan, maar ik had de indruk dat u strategisch zat te wachten om te zien of er nog een reactie kwam. Maar geen probleem, het mag spannend zijn dit jaar.

Minister-president, ik begrijp dat u wat rond de hete brij draait, want dat doet u eigenlijk. Ik moet niet herhalen wat de beide collega’s hebben gezegd, maar het was minister Tommelein die een aantal dagen na het actualiteitsdebat in de media heel duidelijk heeft gemaakt dat er geen studiewerk meer nodig was en dat hij op alle vragen een antwoord had. En wat meer is, er zijn actuele vragen gesteld in oktober naar aanleiding van het Energiepact, en ik citeer uit het antwoord van minister Tommelein op die vragen van de heren Bothuyne en Beenders: “Het Vlaamse Energiepact bestaat, de visie is al goedgekeurd door de Vlaamse Regering en sluit nauw aan bij de resolutie van het parlement.” Die resolutie hebben we trouwens kamerbreed goedgekeurd. Ik vind het dan ook doodjammer, minister-president, dat hier een soort van schimmenspel wordt gespeeld over een materie waarin dringend knopen moeten worden doorgehakt en die niet enkel belangrijk is voor burgers maar ook voor bedrijven en investeerders in dit land. Het is zeer duidelijk dat wat er op dit moment op federaal vlak rond dat Energiepact gebeurt – de uitspraken die worden gedaan door partijvoorzitters – een dossier betreft waar, en dat is dan nog zacht uitgedrukt, de klad in zit en waar men elkaar het licht in de ogen niet meer gunt. Problematisch voor het parlement is dat er verschillende uitspraken worden gedaan door verschillende ministers die allemaal namens de Vlaamse Regering spreken – ik ga ervan uit dat een minister spreekt namens de regering – maar die elkaar ook tegenspreken, zelfs in eerdere discussies in dit parlement.

Uitstel is in dezen sowieso beslissen dat men die kernuitstap van 2025 loslaat. Als we daar voor de zomer geen akkoord over kunnen bereiken, dan rust vooral op de schouders van de N-VA een grote historische verantwoordelijkheid.

De heer Diependaele heeft het woord.

Mijnheer Rzoska, wij nemen met veel plezier alle historische en andere verantwoordelijkheden op wanneer anderen zich daarvoor verstoppen.

Ik was inderdaad strategisch aan het wachten, dat is altijd het plezantste. Ik weet niet of u het moedwillig hebt gedaan, maar nu probeert u zelf verwarring te zaaien. Want er is natuurlijk een onderscheid tussen het federale Energiepact dat we proberen te sluiten en het Vlaams Klimaat- en Energiepact dat op 1 december 2016 – ik probeer het op te zoeken, want ik ben het niet helemaal zeker – is goedgekeurd. Dat zijn twee gescheiden zaken.

Minister Tommelein heeft zelf heel duidelijk gezegd dat het ging om een ontwerp van pact. Er is pas een akkoord tussen die verschillende regeringen zodra iedereen daar zijn goedkeuring aan heeft gegeven. Dat was vooralsnog niet het geval.

Om een pact te sluiten moet men inderdaad met die stakeholders gaan praten. Mijnheer Sintobin, er is met heel wat stakeholders gepraat, maar het is pas zodra iedereen daar engagementen aan koppelt, dat men een echt pact heeft. Dat is de tweede beweging die nog niet is gebeurd.

Voor het overige sluit ik me aan bij wat de minister-president heeft gezegd.

Ik wil nog iets zeggen over die kernenergie. Op een bepaald moment krijgt men in de politiek altijd het fenomeen dat politici – ik reken mezelf daar ook bij, het is dus geen eenzijdig verwijt – als een konijn op een lichtbak zitten te schijnen en de rest van het bos niet meer zien. We kijken naar één zaak en verliezen het grotere plaatje uit het oog. Wat de kernenergie betreft, moeten we vooral voor ogen houden dat daar voor ons in het federale regeerakkoord heel duidelijke voorwaarden aan gekoppeld zijn: duurzaamheid, betaalbaarheid en bevoorradingszekerheid. Daar moet nog extra informatie over verzameld worden op federaal niveau. Maar intussen werkt deze Vlaamse Regering met minister Tommelein wel degelijk verder aan het bereiken van de klimaatdoelstellingen. Daar worden heel wat inspanningen voor gedaan door minister Tommelein, minister Homans en minister Weyts. Wij blijven nu enerzijds uitkijken naar het opstellen van een document, dat pact moet er komen want die afspraak is er, maar anderzijds blijven wij verder werken om die klimaatdoelstellingen te bereiken. En dat is het grote plaatje dat we in de gaten moeten blijven houden. En dat is volgens mij ook het beleid dat deze Vlaamse Regering moet blijven voeren.

Minister-president Geert Bourgeois

Collega's, er wordt hier gezegd dat ik rond de hete brij draai. Ik ben heel duidelijk geweest. Als ik de oppositie hoor, dan maken jullie er een hutsepot van in plaats van een hete brij. Dat is echt een hutsepot. U moet de zaken niet door elkaar halen. U moet minister Tommelein niet verkeerd citeren, mijnheer Rzoska. Er is een klaar en duidelijk standpunt van de Vlaamse Regering. Ik heb u het reageerakkoord gegeven. Er is een visienota 2050 waarin we gaan voor die transitie, waarin we heel duidelijk stelling innemen. Er is de nota Stroomversnelling.

Als u minister Tommelein citeert, doe dat dan alstublieft correct. Minister Tommelein heeft nooit gezegd dat er hier een/geen? goedgekeurde visienota is. Zelfs na de laatste bijeenkomst met de vier ministers heeft hij gezegd dat er een tekst is waarover nog geen akkoord bestaat van de regeringen, dat hij dit moet voorleggen aan de regering. Hij heeft dat ook in de plenaire vergadering verklaard. Probeer niet te doen alsof er een tegenstelling is tussen minister Tommelein en mij, die is het niet.

Als minister Tommelein zegt dat er studiewerk gebeurd is, heb ik alle reden om aan te nemen dat dit gebeurd is. Dat is evident als we een visienota maken met specialisten en met de energieministers. Alleen wat nu afgesproken is, dat de visienota zelf melding maakt van al die onderbouwing van die projecties voor de toekomst, van de gevolgen van de opties die men neemt, inzake wat in het regeerakkoord staat, de economische, de sociale en de ecologische aspecten, dat is wat nu zal moeten gebeuren. Er is dus al heel veel studiewerk gebeurd, uiteraard. We hebben niet op onze krent gezeten. We zijn daar al de hele tijd mee bezig. Wie het omgekeerde beweert, vergist zich. Ik kan dat met de teksten in de hand – en ook met daden die we hebben gesteld – tegenspreken en het omgekeerde bewijzen. Het regeerakkoord is daar. De visienota 2050 is daar. Er is de klimaattop die we hebben georganiseerd met iedereen, met de engagementen van een aantal sectoren en overheden. De nota Stroomversnelling is daar. Het is dus heel duidelijk.

Nu, en minister Tommelein zal u dat bevestigen, komt men samen op interfederaal vlak om de visienota van cijfers te voorzien, van onderbouwing te voorzien, van verduidelijking te voorzien die ons moet toelaten om te kijken of dit beantwoordt aan het regeerakkoord. Ik heb het dan niet over de vier voorwaarden die in het federale regeerakkoord staan met betrekking tot de kernenergie. U kent de vier voorwaarden die daar geformuleerd zijn. Ik heb het over de voorwaarden die in het Vlaamse regeerakkoord staan en die ik u zopas heb meegegeven. Dat zijn economische, sociale en ecologische aspecten. Die moeten we dus onderbouwd krijgen en dan pas kunnen we de stap zetten naar een pact. Dan is de vraag: hoe ver gaan we met dat pact? Ik verwijs opnieuw naar het regeerakkoord dat er van uitgaat dat we een pact sluiten. Een pact is iets anders dan een visienota ontwikkelen. Een pact betekent engagementen, betekent in mijn ogen engagementen van de overheden. Het betekent in mijn ogen en zo staat het ook in het regeerakkoord: engagementen van de sectoren.

U moet niet proberen twijfel te zaaien, u moet niet proberen te zeggen dat er geen historische verantwoordelijkheden zijn. Wij doen ons werk. Deze regering maakt de omslag. We hebben de visienota 2050 ontwikkeld. Wat we wel willen, collega's, dat is dat wij een koolstofarme omgeving gaan naar een samenleving die economisch blijft groeien. Wij blijven welvaart creëren in dit Vlaanderen. Dat is de uitdaging die we voor ogen hebben, zo staat ze in de visienota 2050. Daar gaan we werk van maken.

Probeer niet een wig te drijven tussen de regeringsleden. De waarheid is dat de visienota nog niet besproken is door de regering, nog niet behandeld is door de regering, dat er nu interministeriële interfederale werkgroepen bezig zijn met om de visienota verder te stofferen en onderbouwen zoals ik uiteengezet heb. Daarna komt het document naar de regering. Dan zullen stappen moeten worden gezet naar een pact dat in mijn ogen een echt pact moet zijn met engagementen.

Ik heb u een voorbeeld gegeven: op interfederale niveau ‘burden sharing’. Dat lijkt mij evident. De vorige keer is er heel lang gediscussieerd over de omzetting van de verplichtingen aangegaan in Parijs. Wie gaat welke lasten dragen? Uiteindelijk zijn we daar uitgeraakt. Ik heb daar zelf heel veel nachtelijke uren aan besteed met mijn toenmalige collega van het Waalse Gewest. Finaal hebben we een akkoord gesloten. Ik denk dat iedereen het logisch vindt dat een gesloten pact meteen de engagementen definieert, zodat men niet aan het eind van de rit zegt: ‘wie gaat nu wat doen’.

Joris Vandenbroucke (sp·a)

Dank u voor uw afsluitend antwoord, minister-president. Het is uiteraard niet de oppositie die hier de zaken ingewikkeld maakt of probeert ingewikkeld voor te stellen. De vraag is heel helder: is deze Vlaamse Regering, is de Federale Regering, is de N-VA, nog in staat, heeft men nog de wil, om een interfederaal Energiepact af te sluiten? Is het met het oog daarop dat de Vlaamse Regering haar werkzaamheden mede organiseert?

Dat pact moet natuurlijk worden afgesloten dit jaar, of het is niet relevant meer. Als we dit jaar geen beslissing nemen, als er dit jaar geen pact is, dan kunnen een aantal beslissingen niet worden uitgevoerd die u zelf wel al hebt meegenomen. Ik herhaal nogmaals: de N-VA heeft in 2015 een federale wet goedgekeurd met daarin een kalender waarin staat dat in 2025 de laatste kernreactor stopt met draaien. De N-VA haar handtekening staat onder de resolutie voor een sterk Vlaams klimaatbeleid. De partij heeft dat uiteraard ook goedgekeurd. De resolutie gaat uit van “de federaal besliste uitstap uit kernenergie”.

Maar vandaag blijft u schermen met procedures en blijft u herhalen wat er allemaal in dat pact moet zitten. Wat mij betreft, is dat allemaal bijzonder interessant. Bevoorradingszekerheid, duurzaamheid, betaalbaarheid, dat zijn ook onze bekommernissen, van iedereen trouwens die de Vlaamse klimaatresolutie heeft goedgekeurd. Dat staat er ook in, daar zijn ook al antwoorden op verstrekt.

Minister Tommelein maakt zich wel degelijk sterk – een maand geleden al – dat hij op al die bekommernissen een antwoord heeft. Vandaag zegt u: ‘Ik neem aan dat er gestudeerd is.’ We zijn drie weken, een maand, na de goedkeuring van het Energiepact, en nog altijd is de Vlaamse Regering niet in staat geweest om daarover te overleggen en hebt u blijkbaar nog geen kennis kunnen nemen van de antwoorden die minister Tommelein beweert te hebben. Antwoorden die, aldus minister Tommelein, ‘het mogelijk moeten maken om op zeer korte termijn dat Energiepact goed te keuren’.

Slotsom, het zijn wij niet die de zaken ingewikkeld maken. Het is mij zeer duidelijk uit uw antwoord dat de Vlaamse Regering – en de N-VA in het bijzonder – niet van plan is om een interfederaal Energiepact af te sluiten waarin wordt uitgegaan van een beslissing die u zelf mee hebt genomen, namelijk de kernenergie-uitstap in 2025.

Minister-president, ik blijf erbij dat we hier aan ‘woordspielerei’ doen: Energiepact, visienota, al dan niet. Nogmaals, ik wil u wijzen op de verslagen van de commissie Energie. Minister Tommelein heeft continu gezegd dat er eind dit jaar een Energiepact komt. Ik herinner mij de persberichten toen de vier energieministers van dit land samen op de foto kwamen: ‘We hebben een Energiepact bereikt. We hebben een akkoord bereikt.’

Natuurlijk is de bal toen aan het rollen gegaan en plots is het geen akkoord meer, maar een visienota, moeten er nog extra cijfers worden gegeven, moet er nog extra onderbouwing komen, terwijl minister Tommelein continu zegt dat alle cijfers er al zijn, dat alle onderbouwing er is. Het is inderdaad niet de oppositie die een wig drijft tussen de meerderheid, of dat probeert. Het zijn uw partijen, voorzitter, die de afgelopen weken de zaken op scherp hebben gesteld. Het is uw partij, voorzitter, minister-president, die gezegd heeft: ‘We gaan dit Energiepact tot aan de verkiezingen 2019 tillen.’ Het zijn de voorzitters van andere partijen, Beke en Rutten, die gezegd hebben: ‘Nee, het moet nu in 2018 gebeuren.’

We weten allemaal dat de knoop binnen de meerderheid zit en niet bij de oppositie natuurlijk. U probeert er zich van af te maken door te verwijzen naar nieuwe cijfers, nieuwe onderbouw, door de actoren erbij te betrekken, door alle sectoren en allerhande ministers erbij te sleuren. Het is duidelijk dat uw regering over dit dossier volledig verdeeld is en dat het Energiepact – ik geef het u op een blaadje – er niet komt voor 2019.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.