U bent hier

De voorzitter

De heer Landuyt heeft het woord.

Renaat Landuyt (sp·a)

Collega’s, ik wou begin november al een vraag stellen aan de minister. Die vraag kwam neer op: hoever staat u met uw werk? Net vanwege die zinsnede werd de vraag onontvankelijk verklaard door de commissievoorzitter. Ik heb mijn vraag dan opnieuw ingediend, maar die zinsnede heb ik geschrapt, en dan is ze wel ontvankelijk verklaard. Ik mag nu dus mijn vraag stellen, zonder erop te wijzen dat de minister veel tijd heeft verloren in deze materie. Ik zal die vraag dus niet stellen, aangezien ik niet mag van de commissievoorzitter.

Welke vraag kan ik wel nog stellen volgens de regels van de voorzitter? Dat is de bijkomende invalshoek inzake de taxi’s en de niet-gereglementeerde taxi’s, die kwam vanuit de hoek van de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken op het Belgische niveau. Hij was begin november in Schilde aanwezig bij een campagne die werd gevoerd door de moeder van een jongeman die zijn leven verloor door een beroep te doen op een zogenaamde taxipiraat. Die rit leidde hem tot op een verlaten plek aan het Albertkanaal. Hij kwam in het water terecht en is uiteindelijk ook overleden.

De terechte houding van de federale minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken was toen dat er niet alleen de problematiek is van het al dan niet verstoren van de sector, maar ook de problematiek van veiligheid, en in het bijzonder, in deze situatie, veiligheid bij het uitgaan. Als men zich zomaar als taxichauffeur kan aanmelden en de burger kan het onderscheid niet maken tussen officieel en niet-officieel, dan heb je een bijkomend veiligheidsrisico, wat dit pijnlijke voorval ook illustreert.

Daarom vond de minister van Binnenlandse Zaken op federaal niveau dat zijn collega Ben Weyts daarin wat proactiever zou kunnen optreden. (Opmerkingen van minister Ben Weyts)

Ik wil het ook letterlijk citeren, minister. Er staat dat hij van oordeel is dat hij – hij verpakt het goed – samen met u proactiever zou kunnen optreden inzake illegale taxi’s.

Ik vind dat een zeer interessante invalshoek. Je hebt de reglementering. Bijvoorbeeld voor de verhuring van vakantiewoningen hebben we die aangepast aan de moderne wereld. Dat zich dat ook opdringt voor de taxichauffeurs, is nogal duidelijk, in een tijd van Uber. Enerzijds is de vraag hoe lang dit nog zal duren, maar anderzijds is er de problematiek van veiligheid. Hoe kunnen we die daar ook in integreren? Er is een dwingende vraag om een soort onderscheid te kunnen maken tussen wat geen echte taxi is en iets wat minstens officieel erkend is, wat inhoudt dat de chauffeurs bij manier van spreken op alle vlakken te vertrouwen zijn – uiteraard in de mate dat men dat kan garanderen, want er zijn altijd misbruiken mogelijk. Er is dus een vraag dat men zou kunnen zien dat een taxi op een of andere manier een erkenning heeft en aan een paar minimumvoorwaarden voldoet.

Is er daarover al contact geweest met minister Jambon? Gelet op het feit dat u daarnet met de brief zwaaide, ga ik ervan uit dat dat zo is, tenzij het een afdruk van hetzelfde persartikel was.

In welke mate is daarover overleg gepleegd en in welke mate beïnvloedt dat de gestelde kwaliteits- en veiligheidseisen die aan een taxichauffeur zouden kunnen worden gesteld?

En dan de vraag die ik niet mag stellen: hoever staat het met het voorontwerp van decreet?

De voorzitter

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Het citaat van collega Jambon waar u naar verwijst, kan ik niet anders dan als volgt lezen: “Ik wil dan ook samen met collega Ben Weyts, minister van Mobiliteit op Vlaams niveau, kijken hoe we hierrond nog proactiever kunnen werken.” Let op het woord ‘nog’. Dat is een bijwoord dat eigenlijk wil zeggen dat er al proactief wordt gewerkt, maar dat we nóg proactiever gaan werken, voor zover mogelijk, vanzelfsprekend, voor zover het summum inzake proactiviteit nog niet werd bereikt. (Opmerkingen van Renaat Landuyt)

U verwijst naar een conceptnota die ik heb laten goedkeuren door de Vlaamse Regering. Daarin staat duidelijk dat we tot een gelijk speelveld willen komen. Feit is dat heel wat dienstverleners die vergund zijn volgens het stelsel ‘verhuur voertuig met bestuurder’ (VVB), de facto taxidiensten uitvoeren. De lijn tussen taxi en VVB is in de praktijk dus zeer dun, hoewel de vergunnings- en exploitatievoorwaarden, en dus ook de toegang tot het beroep voor taxi’s en VVB’s, sterk verschillen.

Dat is een vorm van concurrentievervalsing, vandaar dat we tot één uniform vergunningenkader willen komen, dat op elke vorm van individueel bezoldigd passagiersvervoer van toepassing is. Wat mij betreft, moet die nieuwe regelgeving ook toelaten om taxi’s als een volwaardige en aantrekkelijke vervoersvorm in de kijker te zetten. We willen de regelgeving moderniseren en actualiseren. We kiezen er ook bewust voor om nieuwe spelers toe te laten en de drempel te verlagen, met het oog op de invoering van onder andere basisbereikbaarheid en de inzet van private taxi’s in het kader van vervoer op maat.

Nieuw is ook dat we op Vlaams niveau willen bepalen aan welke minimumvoorwaarden een taxibestuurder dient te voldoen, wat een beetje aansluit op de thematiek die u aanhaalt. Dat zijn dan elementen die verband houden met zedelijkheid en beroepsbekwaamheid. Concreet denken we aan de invoering van een systeem van een bestuurderspas voor alle bestuurders, die in geval van inbreuken zou kunnen worden ingetrokken of geschorst. Vandaag worden de voorwaarden bepaald door de gemeenten. Er is dus een grote variëteit aan regelgeving. Herinner u ook de discussie met betrekking tot bijvoorbeeld de taalkennisvereiste. Ook dat varieert van gemeente tot gemeente en van stad tot stad. Daar willen we dus enige uniformiteit tot stand brengen en zorgen voor een veilige en kwaliteitsvolle dienstverlening.

Dan is er het aspect handhaving. Vandaag verloopt de sanctionering van inbreuken op de taxiwetgeving nogal moeizaam. In de praktijk stel je vast dat heel wat inbreuken nogal gemakkelijk worden geseponeerd door het parket. Dat stimuleert natuurlijk niet tot meer handhaving op het terrein. Daarover werd overlegd met een vertegenwoordiger van de federale politie, met enkele steden en gemeenten en met het kabinet van minister Jambon. We zijn er dus al mee bezig. We willen in het nieuwe kader werken met een systeem van onmiddellijke inningen, om dat dus niet door te spelen aan het parket, maar om het zelf administratief af te handelen.

Ik begrijp dat minister Jambon in januari een werkgroep wil samenbrengen met het oog op de opmaak van een geïntegreerd actieplan voor een veiliger uitgaansleven. Wij zullen daar vanzelfsprekend bij zijn. Ik zie dus geen tegenstrijdigheid tussen de aanpak van minister Jambon met zijn actieplan en de principes die ik naar voren schuif ten aanzien van de nieuwe taxiregelgeving. Ik besef dat dat een zeer grote bezorgdheid is in uwen hoofde, maar ik ontsla u bij dezen van die bezorgdheid en die zorgen. U kunt zich volledig op andere zaken richten.

De voorzitter

De heer Landuyt heeft het woord.

Renaat Landuyt (sp·a)

Minister, het klopt dat wij in de gemeente geregeld mensen weigeren als taxichauffeur. En dat is om redenen van veiligheid. Het is waar dat wij daar een stuk verantwoordelijkheid in kunnen nemen, maar het problemen is dat wij dat niet kunnen voor bijvoorbeeld andere organisaties die vervoer zouden organiseren. Ik verneem bijvoorbeeld dat Uber in Gent al aanwezig is. In Gent kan de gemeente bepalen wat het veiligheidsstatuut is van de taxichauffeur van de officiële taxi’s. We kunnen dat niet wat betreft de andere spelers.

Ik ben van oordeel dat iedereen op de markt mag komen, maar vanuit mijn andere bezigheid, vanuit de problematiek van veiligheid, is het bijzonder frustrerend dat we diezelfde preventieve veiligheidsmaatregel niet kunnen nemen voor die andere chauffeurs, vandaar ook mijn suggestie en vraag om de problematiek van de veiligheid effectief te betrekken. Het probleem zit niet direct in het feit dat de burgemeester een zekere autonomie zou hebben. Het feit is dat wij nog altijd niet het kader hebben om hetzelfde te kunnen doen voor andere chauffeurs die personen vervoeren.

Het lijkt mij essentieel dat in het voorontwerp van decreet de mogelijkheid staat dat bij controle van dergelijke vervoersmaatschappijen de chauffeur ook een erkenning moet hebben van de gemeente waar het bedrijf zich hoofdzakelijk situeert. Dit kan dan worden gesanctioneerd, evengoed administratief in mijn ogen, omdat het uiteindelijk die financiële prikkel is die in deze materie wellicht de verantwoordelijke organisatie zal bewegen tot een betere selectie van personen die mogen rijden.

Dit is, alle gekheid op een stokje, de bezorgdheid die achter deze vraag zit. Ik voel in uw antwoord dat dit er voor een stuk in verweven zit, maar ik ben een beetje bang dat men meer bezorgd zou zijn over het feit dat de autonomie van de gemeenten beter bijgestuurd zou moeten worden. Daar zit volgens mij niet het probleem. Wat we kunnen doen voor de officiële taxichauffeurs is goed, maar we kunnen dit niet voor de anderen. Dat is wat betreft het veiligheidsaspect het probleem in deze. Ik heb begrepen dat de kabinetten en ministers samen nog proactiever zullen zijn. Ik heb daar een zeker vertrouwen in.

De voorzitter

De heer De Clercq heeft het woord.

Mathias De Clercq (Open Vld)

Minister, ik wil me aansluiten bij de vraag van de heer Landuyt. Het is toch wel belangrijk dat we een duidelijk regelgevend kader schetsen, een level playing field. Dat uitgangspunt staan we allemaal voor. Daarin moet sterk aandacht worden geboden aan de kwaliteit en de veiligheid van de aangeboden diensten. Wie een taxi raadpleegt, moet vertrouwen kunnen hebben.

Minister, ik weet dat u bezig bent met een ontwerp van decreet ‘bezoldigd personenvervoer’ in consultatie met de stakeholders. In uw beleidsbrief konden we lezen dat u ernaar streeft om dit traject te voltooien tegen het einde van dit jaar. Er stond alvast in dat u dit voor het einde van het jaar al een eerste keer aan de Vlaamse Regering wou voorleggen. Wat is daar de stand van zaken? Hoe zijn de reacties van de stakeholders? Wat is de timing van dit ontwerp van decreet? Kunnen we begin volgend jaar landen? Wanneer kan het parlement dit tegemoet zien? 

De voorzitter

De heer Van Miert heeft het woord.

Het lijdt geen twijfel dat de herkenbaarheid van een taxi de prioriteit moet zijn in het ontwerp van decreet waaraan wordt gewerkt en dat dit een bepaalde vorm van veiligheid en kwaliteitsgarantie geeft. In die zin volg ik de heer De Clercq.

Voor we alles op een hoopje gooien, wil ik duidelijk stellen dat de aanleiding van deze vraag een crimineel feit is. Iemand geeft zich uit als taxichauffeur met de bedoeling iemand te beroven, te molesteren of wat dan ook. We mogen het niet op flessen trekken. Er zijn ook mensen die zich uitgeven als politieagent. Wat moeten we dan doen? Moeten we die mensen dan nog een extra pluim op hun kepie zetten om ze nog herkenbaarder te maken? Dagelijks vinden we in onze mailbox mails van mensen die zich uitgeven als onze bankier om ons op die manier geld af te troggelen.

Er wordt goed voortgewerkt aan een nieuw Taxidecreet, maar laat ons niet alles op één hoop gooien: dit was duidelijk een crimineel feit. Er zullen altijd mensen zijn die zich proberen uit te geven als iets wat ze niet zijn om criminele feiten te plegen.

De voorzitter

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Ik ben tegemoetgekomen aan de ambitie vervat in de beleidsbrief. Het ontwerp van decreet ligt nu voor legistiek en taalkundig advies voor. Inhoudelijk is het wat mij betreft af, maar ik weet niet of dat ook zo is voor de collega’s in de regering.

De voorzitter

De heer Landuyt heeft het woord.

Renaat Landuyt (sp·a)

De heer Van Miert onderschat het probleem. Uiteraard kan een crimineel zich uitgeven als politieman. Dat is een volledig gereglementeerd beroep.

Er is een ander probleem, dat minister Jambon ook erkent. Taxichauffeurs moeten hun strafregister voorleggen. Ze worden met kennis van dat strafregister al dan niet aanvaard als taxichauffeur. Dit is de reglementering voor de officiële sector. Aangezien er nu een niet-officiële sector is, achtte minister Jambon – die de feiten waarover het gaat veel beter kent dan wij – het noodzakelijk om dat veiligheidsaspect binnen te brengen. Vandaar heeft ook minister Weyts geantwoord dat bij de erkenning via de gemeenten de sleutel tot de oplossing ligt. Het gaat eigenlijk over een moraliteitserkenning. Niet het rijbewijs wordt gecontroleerd door de gemeenten, maar wel de morele staat van de persoon. Die controle moet ook mogelijk zijn voor de meer de vrije sector, waar ik helemaal niet tegen ben. Maar er is de roep van bijvoorbeeld ouders die tijdens het uitgangsleven van hun kinderen op een of andere manier de geruststelling willen hebben dat het om moreel erkende personen gaat die hun kinderen of volwassenen vervoeren. Dat is het enige punt dat ik wil maken. Het is geen punt om op flessen te trekken met verkeerde vergelijkingen.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.