U bent hier

De voorzitter

Mevrouw De Meulemeester heeft het woord.

Ingeborg De Meulemeester (N-VA)

Minister, voor het eerst in tien jaar tijd zouden zich minder studenten ingeschreven hebben voor opleidingen in de gezondheidszorg aan de hogescholen. Verpleegkunde krijgt de grootste klappen. In 2016 kozen nog 21.906 studenten voor een opleiding in de gezondheidszorg. Dit jaar zijn dat er 21.397, zo meldt de Vlaamse Hogescholenraad (VLHORA). Dat is een daling van 2,3 procent. Voor verpleegkunde daalt het aantal studenten zelfs met 7,8 procent. Verso, de werkgeverskoepel van de social profit in Vlaanderen, stelt dat de daling zorgwekkend is. Er zijn nu al veel meer vacatures dan er ingevuld kunnen worden met de instroom uit de hogescholen.

Op mijn vraag om uitleg van 5 oktober 2017 over de vernieuwde bacheloropleiding verpleegkunde bleek dat u geen terugval waarnam in het aantal studenten dat startte aan het vernieuwde programma in het academiejaar 2016-2017. Een jaar langer studeren had geen impact op het aantal jongeren dat startte aan de opleiding. Voor dit academiejaar 2017-2018 zouden er nog geen alertmeldingen gekomen zijn van een hogeschool dat er een daling zou zijn van het aantal inschrijvingen.

Minister, hoe interpreteert u de cijfers? Gaat het om een reële daling? Ervaart u die als zorgwekkend? Kreeg u alertmeldingen binnen van hogescholen over een daling in het aantal inschrijvingen aan een opleiding in de gezondheidszorg voor het academiejaar 2017-2018? Welke bijkomende maatregelen wilt u nemen om een tekort aan studenten in opleidingen gezondheidszorg aan de hogescholen in de toekomst tegen te gaan? Hoe wilt u dit oplossen voor de vernieuwde bacheloropleiding verpleegkunde? Hebt u reeds overleg gehad met uw collega, minister Vandeurzen, over de aantrekkelijkheid van zorgberoepen? Wat kwam daaruit voort? Zal het Actieplan 3.0 ‘Werk maken van werk in de zorg- en welzijnssector’ worden bijgestuurd?

De voorzitter

De heer De Meyer heeft het woord.

Jos De Meyer (CD&V)

Voorzitter, minister, collega's, ook onze fractie vindt dit een belangrijk thema, hoewel er slechts één vraagsteller is vanuit onze fractie hierover. Ik ga de inleiding van mijn collega niet herhalen, maar onmiddellijk overgaan tot de vraagstelling.

Minister, hoe interpreteert u de daling in het aantal inschrijvingen in de zorgsector, en meer specifiek de forse daling bij de inschrijvingen voor verpleegkunde? Ziet u dit als zorgwekkend? Zijn er op beleidsvlak eventuele bijsturingen of nieuwe initiatieven nodig, zoals een samenwerking met minister van Welzijn Vandeurzen of een samenwerking met federaal minister De Block? Zo ja, welke ziet u haalbaar?

De voorzitter

De heer Daniëls heeft het woord.

“In 2016 werden via de omzetting van de Europese richtlijn 2013/55 de minimale opleidingscriteria en minimale competenties voor verpleegkundigen ingevoegd in de Belgische wetgeving. Alle personen die een opleiding verpleegkunde aangevat hebben vanaf september 2016 dienen te beantwoorden aan deze vereisten (ongeacht het opleidingsniveau). Deze wetswijziging beoogt een minimaal kwaliteitsniveau voor alle verpleegkundigen.”

Bovenstaande passage konden we lezen in een brief van federaal minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid De Block aan de Federale Raad voor Verpleegkunde, verstuurd op 11 september jongstleden. Hierbij stelt zich het probleem dat de titel verpleegkundige enkel zal kunnen worden uitgereikt als de opleiding voldoet aan bovenstaande Europese richtlijn. De opleiding hbo5 verpleegkunde, die op 1 oktober 2016 ongeveer 7800 inschrijvingen telde, voldoet op dit moment niet aan deze richtlijn waardoor zij die gaan afstuderen enkel hoog opgeleide zorgkundigen zullen zijn. Minister, tijdens de commissievergadering van 10 november 2016 gaf u onder meer aan: “Voor mij is het essentieel dat we over hbo5 verpleegkunde kunnen blijven spreken. Een scenario waarbij deze afgestudeerden niet als verpleegkundigen zouden worden geduid, kan ik niet steunen.”

Minister, hebt u kennis genomen van de brief van minister De Block aan de Federale Raad voor Verpleegkunde? Zo ja, wat is uw reactie op de inhoud daarvan? Welke aanpassingen zijn er nodig zodat hbo5 verpleegkunde voldoet aan de Europese richtlijn? Hebt u nog contact gehad met minister De Block in verband met de hervorming van het KB 78 dat cruciaal is in het debat rond de hbo5-opleiding? Ik voeg er een vierde vraag aan toe, die u allicht zult hebben voorbereid: wat met de studenten die gestart zijn in die opleiding en die potentieel zullen afstuderen zonder diploma verpleegkunde als dit wordt doorgezet, zoals minister De Block heeft aangegeven?

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Collega’s, alle vragen zijn relevant. Op deze vraag kunnen we, in mijn geval, niet met twee antwoorden. Ik vind dit thema bijzonder belangwekkend. Niet alleen, collega’s, wat instroomcijfers betreft, maar ook de laatste punten die zijn aangehaald in verband met de oplossing die er moet komen voor hbo5. Daarover straks iets meer.

De vragen zijn gebaseerd op de zogenaamde oktobertelling van de Vlaamse Hogescholenraad (VLHORA). Dat is een telling op initiatief van de hogescholen zelf. Die telling heeft geen formeel karakter en wordt ook niet gevalideerd. De databank hoger onderwijs geeft pas enkele maanden na de start van het academiejaar de gevalideerde cijfers. Ik heb die vandaag dus nog niet, waardoor ik enige voorzichtigheid aan de dag moet leggen.

Ik heb bij de VLHORA de detailgegevens opgevraagd van hun eigen telling, omdat het belangrijk is dat we geen appelen met citroenen vergelijken. Daaruit blijkt inderdaad dat voor het eerst sinds jaren de cijfers een beetje zouden terugvallen in de opleidingen van het studiegebied gezondheidszorg, en dus ook in de bacheloropleiding verpleegkunde.

De reden daarvoor is niet duidelijk. De betrokken hogescholen hebben – toevallig of niet – net vandaag overleg hierover binnen de VLHORA. Zij hebben bij mij nog niet aan de alarmbel getrokken. Schommelingen komen wel vaker voor, maar in dit geval is het natuurlijk wel opvallend omdat er tot en met vorig jaar een stijgende trend waar te nemen was.

Ik spreek hier echt met twee woorden, omdat we geen definitief gevalideerde cijfers hebben. We moeten dus nog een beetje wachten vooraleer we allerhande grote verklaringen maken of conclusies trekken.

Belangrijke kanttekening is dus dat het over een eerste telling gaat, bij de start van het academiejaar. In de statistische jaarboeken van het ministerie en de applicatie Dataloep worden gevalideerde aantallen opgenomen en die liggen 10 procent lager dan de VLHORA-telling. Hoe komt dat? Niet omdat de VLHORA niet kan tellen, maar omdat  studenten tijdens het academiejaar nog van opleiding veranderen of zich uitschrijven. Bij generatiestudenten is het verschil nog groter: de gevalideerde aantallen na afloop van het academiejaar liggen minstens 15 procent lager dan het aantal van de VLHORA-telling bij de start van het academiejaar. Hiermee wil ik alles toch een beetje nuanceren.

Het is nu uiteraard afwachten of de daling die VLHORA bij zijn telling vaststelt ook zal worden bevestigd in de cijfers op het einde van het academiejaar. Daarover kan ik nog niets zeggen.

Gelet op de voorlopigheid van de cijfers en de zoektocht naar oorzaken door de hogescholen zelf, lijkt het me voorbarig – ik zei het net – om grote uitspraken te doen. Het lijkt niet aan de overgang naar de vierjarige opleiding te liggen, want die is vorig jaar al ingevoerd, en toen is het aantal inschrijvingen toegenomen en niet afgenomen. Eventueel is er een algemene terugval in de interesse voor de zorgsector en zelfs de social profit in de ruimere zin mogelijk. De VLHORA heeft zelf gezegd in het persbericht en er is mij ook bevestigd dat, gelet op de tijd waarin we nu leven, de aandacht voor de zachtere socialprofitsector een beetje vermindert. Ook in de hbo5-opleiding noteerden we al een lichte terugval in het aantal starters. Mevrouw Soens heeft daarover de schriftelijke vraag 673 gesteld.

Sowieso monitoren we de instroom, de doorstroom en de uitstroom in de opleidingen met verhoogde aandacht. Het bijhouden en analyseren van de nodige boordtabellen is ook een vast onderdeel van de uitrol van het actieplan van collega Vandeurzen.

Vanuit Onderwijs is het moeilijk om in de opleiding te gaan ingrijpen op basis van wat we nu weten. Het lijkt me beter om stabiele cijfers af te wachten en samen met minister Vandeurzen en de Vlaamse zorgambassadeur – uiteraard – te zien hoe die instroom op peil kan worden gehouden.

Collega’s, jullie hebben ook vragen gesteld over de brief van collega De Block aan de Federale Raad voor Verpleegkunde. Ik heb zelf een brief gestuurd aan collega De Block. En ik heb de brief van minister De Block aan de Federale Raad voor Verpleegkunde ook ontvangen. De passage die u daaruit citeert, is niet nieuw, zeker niet voor Vlaanderen. De Federale Regering heeft in 2016 inderdaad de bepalingen van de Europese richtlijn omtrent de ‘verantwoordelijk algemeen ziekenverpleger’ overgenomen in de gecoördineerde wet betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen. Maar die Europese richtlijn was al lang van toepassing op de Vlaamse opleidingen. De eerste versie van die richtlijn dateert van 1977, met updates in 1989, 2005 en 2013. Dat is dus helemaal niets nieuws.

In 2009 heeft Vlaanderen zelf, na opmerkingen van de Europese Commissie, werk gemaakt van de expliciete omzetting van de richtlijn in eigen Vlaamse regelgeving, en dat voor de beide opleidingen. Voor de bacheloropleiding is in de Codex Hoger Onderwijs opgenomen dat de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) de conformiteit aan de richtlijn moet checken bij de opleidingsaccreditatie. Voor de hbo5-opleiding, die georganiseerd wordt door secundaire scholen, is dit geregeld per omzendbrief, die evengoed bepaalt dat het programma rekening moet houden met de bepalingen uit de richtlijn. De overname in de federale wet creëert voor Vlaanderen dus geen nieuwe situatie: beide opleidingen werden altijd al met de richtlijn geconfronteerd.

De opleidingseisen die in de Europese richtlijn zijn beschreven, vormen een uitdaging voor de opleidingen verpleegkunde. Dat blijkt eerst en vooral duidelijk in de bacheloropleiding, waar het aandeel stage te laag was om aan het door Europa vereiste aantal uren te komen. Zoals vastgelegd in de regelgeving, is dit een aspect geworden bij de visitaties van de opleidingen en dus ook bij de accreditatie. Uiteindelijk is na meerdere externe onderzoeken en overleg met de opleidingen en de sector beslist om de opleiding uit te breiden van 180 naar 240 studiepunten. Maar dat gebeurde weloverwogen, op basis van een proces van jaren. Het is een ingrijpende wijziging. En u weet dat die stage ook voor een stuk kan worden betaald in dat laatste jaar.

Voor de hbo5-opleiding zitten we nog in een eerdere fase van het proces. De cel kwaliteitszorg hbo5 van de commissie Hoger Onderwijs heeft in 2016 een tussentijdse kwaliteitscontrole uitgevoerd op basis van zelfevaluatierapporten op het niveau van alle instellingen die hbo5-opleidingen aanbieden. Alle twintig scholen verpleegkunde hbo5  kregen in dit kwaliteitsproces een beoordeling voldoende of goed. Ik heb het al twintig keer gezegd en ik zal het blijven herhalen: de kwaliteit van de opleidingen is goed.

Dat kwaliteitstoezicht had op zich niet tot doelstelling om de conformiteit aan de richtlijn te controleren. Niettemin is de richtlijn wel aan bod gekomen, omdat die voor de opleidingen uiteraard een belangrijke leidraad is.

De commissie heeft haar bevindingen over de hbo5-opleidingen verpleegkunde en de Europese richtlijn samengevat in een afzonderlijk rapport waarin de problematiek in zijn algemeenheid wordt belicht, zonder uitspraken te doen over individuele scholen.

De commissie schetst in haar rapport de moeilijkheden voor de huidige hbo5-opleidingen verpleegkunde om integraal te blijven voldoen aan de Europese richtlijn, en situeert deze op drie vlakken: de competenties, de specialismen in het werkveld en de duur van de opleiding.

Mede op basis van de signalen van de commissie maar ook opnieuw na overleg met de scholen en de sector, hebben we begin 2017 met de Vlaamse Regering een standpunt ingenomen over de toekomst van de hbo5-opleiding. Dat standpunt ligt helemaal in lijn met wat we kamerbreed in dit parlement hebben bepleit: het behoud van de leerladder voor de zorgopleidingen, met verpleegkunde op niveau 5 en niveau 6. Naar dat standpunt heb ik ook verwezen in het antwoord op de eerder vermelde schriftelijke vraag 673 van mevrouw Soens.

De kern van dat standpunt is het pleidooi om de hbo5-verpleegkundige op te nemen in de federale wetgeving als eigenstandig profiel, met de autonomie en de bevoegdheden die hbo5-verpleegkundigen vandaag in de praktijk hebben, maar naast dat van verantwoordelijk algemeen ziekenverpleger. Het zijn beiden verpleegkundigen, maar het zijn twee verschillende profielen en de sector heeft beide profielen hard nodig. We kunnen niet verder met één profiel, dat is onvoldoende. Bijna de helft van het verplegend personeel dat afstudeert, komt uit onze hbo5-opleiding.

De contacten met minister De Block over dit thema zijn veelvuldig. Het standpunt van de Vlaamse Regering is trouwens gebaseerd op zaken die expliciet aan bod zijn gekomen tijdens de Interministeriële Conferentie Volksgezondheid: een juridische analyse van de diensten van de federale minister die de principiële mogelijkheid bevestigt om in meer dan één soort verpleegkundige te voorzien in de federale wetgeving, en het antwoord van de bevoegde eurocommissaris op vragen die tijdens de interministeriële conferentie zijn geformuleerd en aan de Europese Commissie zijn gesteld. In dat antwoord kwam ook de expliciete bevestiging dat een lidstaat de mogelijkheid heeft om naast de Europees gereglementeerde verantwoordelijk algemeen ziekenverpleger ook nog andere verpleegkundigen in te zetten in de zorgsector.

Het is nu zaak om minister De Block ook te overtuigen en te werken in de richting van een eigenstandig profiel voor de hbo5-verpleegkundige. Ik heb er absoluut begrip voor dat deze ingreep moet worden afgestemd binnen de grote federale werf om het KB 78 te hervormen, maar we moeten dit dossier nu echt wel opgelost krijgen.

Er wordt intussen opnieuw overleg ingepland tussen het Vlaamse en het federale niveau Ik blijf uiteraard onze lijn verdedigen, het is trouwens de lijn van de Vlaamse Regering waarin drie partijen vertegenwoordigd zijn die ook federaal voor een oplossing kunnen helpen zorgen.

Mijnheer Daniëls, wie start aan de opleiding, studeert sowieso af als verpleegkundige. Dat is ook een garantie die we geven: starten aan de opleiding is ook het diploma behalen.

De voorzitter

Mevrouw De Meulemeester heeft het woord.

Ingeborg De Meulemeester (N-VA)

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik wil nog eens benadrukken hoe belangrijk het is dat we gemotiveerde studenten aantrekken en die jonge mensen op een degelijke manier informeren over de opleiding gezondheidszorg en hun toekomstperspectieven op de arbeidsmarkt. Ik hoop echt dat de oriëntatiemiddelen meer studenten die in de wieg zijn gelegd als verpleegkundigen, zullen toeleiden naar de opleidingen gezondheidszorg.

De voorzitter

De heer De Meyer heeft het woord.

Jos De Meyer (CD&V)

Minister, ik heb begrepen dat er momenteel geen alarm is, maar dat we de zaak wel alert verder moeten opvolgen en moeten wachten op meer stabiele cijfers. Dit wordt dus vervolgd.

De voorzitter

De heer Daniëls heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw toelichting. U hebt gezegd dat wie nu in de opleiding zit, effectief zal afstuderen met een diploma verpleegkunde en na hbo-5 ook aan de slag kan in ziekenhuizen. Met een diploma dat nadien zou worden gedevalueerd is men ook niet veel. We moeten daarover waken, ook in het belang van de hbo5-opleidingen. Want als zou blijken dat die opleidingen tot niets leiden, dan houdt een belangrijk onderwijsniveau in de personenzorg voor een specifiek studentenprofiel op te bestaan, met heel veel expertise.

We zullen dit dossier van zeer dichtbij volgen in de hoop dat iedereen zijn gezond verstand gebruikt, zowel in het licht van de opleiding als vanuit de nood die onze ziekenhuizen hebben. Immers, wanneer al onze hbo5-verpleegkundigen morgen stoppen met werken in ziekenhuizen, dan zullen veel ziekenhuisvleugels moeten sluiten.

De voorzitter

Mevrouw Soens heeft het woord.

Tine Soens (sp·a)

Ik weet dat de cijfers nog niet definitief zijn, ik had die opgevraagd in mijn schriftelijke vraag waar al een aantal keren naar is verwezen. Toen de opleiding van drie naar vier jaar ging, hebben wij de vrees geuit dat er misschien studenten zouden zijn die zouden worden tegengehouden om de opleiding aan te vatten, zeker omdat er ook een latere uitstroom is wat mogelijks binnen een aantal jaren voor problemen zou kunnen zorgen in de ziekenhuizen. Dat wordt deels opgevangen met contractstages, maar dat zijn natuurlijk geen afgestudeerde verpleegkundigen.

Minister, we moesten ons toen geen zorgen maken, en u zegt dat we ons nog altijd geen zorgen moeten maken, maar ik zou u toch willen vragen om niet helemaal uit te sluiten dat de verlenging van die opleiding een van de mogelijke factoren zou kunnen zijn van een mogelijke daling van het aantal studenten en goed te onderzoeken wat daar de redenen van zouden kunnen zijn. We zien immers dat de drop-out in de opleiding zelf toeneemt, zeker van de weinige jongens die starten in de opleiding verpleegkunde. Het is een zeer vrouwelijk beroep en we moeten er dan ook voor zorgen dat de weinige jongens die starten, ook afgestudeerd geraken.

Ik had ook een schriftelijke vraag over hbo5. U antwoordde dat tot nader order de federale minister niet de intentie heeft om de wetgeving op dat punt bij te sturen. Ik zou willen vragen dat de leden van wie de partijen ook vertegenwoordigd zijn in de Federale Regering, hun collega’s oproepen om het standpunt van minister De Block te wijzigen.

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

We hebben als regering een standpunt ingenomen, en dat is duidelijk: we gaan voor het behoud van hbo5 en voor een eigenstandig statuut. Ik wil zelfs nog meer zeggen: dit standpunt is ook overlegd met de sector zoals de ziekenhuizen, die weten dat we hbo5’ers nodig hebben. Het is ook niet zonder reden dat er twee verschillende profielen zijn. Ze worden ook anders beloond. Als we alleen nog een bacheloropleiding hebben, dan zullen we een zeer grote instroom missen. Deze instroom verricht zeer goed en degelijk werk in ziekenhuizen samen met de bachelors Verpleegkunde.

We monitoren de cijfers. Mevrouw Soens, ik ben zeker bereid om te kijken of de vier jaar daar voor iets tussen zou kunnen zitten. Persoonlijk denk ik van niet, omdat studieduurverlenging in geen enkele opleiding al voor grote problemen heeft gezorgd. Ik krijg trouwens op geregelde tijdstippen vragen om studieduren te verlengen, gelet op de noden die er zijn. Het is ook zo dat bijna de helft van de jongeren die koos voor een bachelor Verpleegkunde, nog een extra specialisatiejaar deed, terwijl we die nu ook meenemen in de basisopleiding. Er zijn dus wel degelijk een aantal troeven. Ik begrijp uw zorg. Het is ook uw recht en uw plicht zelfs om die zorg te uiten, maar ik vermoed dat het ook te maken zou kunnen hebben met de economische omstandigheden. We hebben heel veel verplegers en verpleegsters nodig, en daarom moeten we proberen actie te ondernemen om de toestroom zeker niet te laten dalen. Het is zoals bij de leraren.

De voorzitter

De vragen om uitleg is zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.