U bent hier

De voorzitter

De heer Van Rompuy heeft het woord.

Minister-president, sinds begin deze zomer is er in Wallonië een nieuwe Waalse Regering, met een nieuw regeerprogramma, waarin een aantal accenten gelegd worden die we met deze Vlaamse Regering, maar ook met de Federale Regering, wat beter herkennen dan die van het Waalse regeerakkoord daarvoor. Men wil in het bijzonder inzetten op economische groei, de creatie van werkgelegenheid en de activering van niet-actieven. In het kader daarvan vroeg ik mij af of het misschien een goed idee zou zijn om te kijken of we tussen de verschillende regeringen van dit land een soort win-winsituatie kunnen creëren rond het thema ‘groei en jobcreatie’ en daarin een stap verder vooruit zetten. We zouden dat kunnen doen met de Vlaamse Regering, de nieuwe Waalse Regering, maar ook met de huidige Federale Regering, die toch in het bijzonder op die punten inzetten.

In Vlaanderen hebben we heel veel vacatures, waarvan we een groot deel niet ingevuld krijgen. In Franstalig België is er toch nog altijd een grote niet-actieve arbeidsreserve, die men nu vanuit de nieuwe regering op een forse manier aan het werk wil krijgen. Men kijkt ook expliciet naar Vlaanderen. In het bijzonder West-Vlaamse ondernemers vinden dat een piste die bekeken kan worden.

Er is al sprake van een investeringspact. Misschien kunnen we, in het verlengde daarvan, een aantal elementen op het vlak van groei en werkgelegenheid toevoegen aan dat investeringspact, die ervoor kunnen zorgen dat we als Vlaanderen ook vooruit kunnen gaan en kunnen profiteren van hopelijk een nieuwe wind die in de Waalse Regering waait. Wat denkt u ervan, minister-president, om ook op het vlak van bijvoorbeeld het uitwisselen van vacatures en dergelijke meer, waar ook Vlaanderen bij te winnen heeft, een activerings- of een werkgelegenheidsluik te breien aan het overleg dat al loopt over investeringen, dat natuurlijk ook gericht is op het stimuleren van de groei?

De voorzitter

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Ik had het vermoeden, en dat is ook bevestigd, dat collega Van Rompuy het investeringspact zou aankondigen, dat natuurlijk ook een impuls zou moeten geven aan jobcreatie. Het is belangrijk om te zeggen dat daar verder werk van wordt gemaakt. Het is de bedoeling van de premier om dat nog voor het einde van het jaar te kunnen finaliseren.

U kent de houding van de Vlaamse Regering, collega’s, als het gaat om puur Vlaamse, puur Waalse, puur Belgische investeringen zonder enige impact, zonder enige noodzaak tot samenwerken of zonder dat het ‘gemengde’ – in de niet-juridische zin van het woord – bevoegdheden zijn. Wat ons betreft, moeten die geen deel uitmaken van zo’n pact. Wat wel belangrijk is in dat pact, is dat we met een gezamenlijke houding naar de Europese Commissie zouden trekken als het gaat over eenmalige, grote, duurzame, groeibevorderende investeringen met betrekking tot de flexibiliteit die we vragen op dat vlak. Dat is een punt dat ook al herhaaldelijk aan bod gekomen is.

Wat betreft strategische investeringen, die ofwel grensoverschrijdend zijn – denk aan mobiliteit, waar het evident is dat je grensoverschrijdende investeringen hebt – of die deel uitmaken van de bevoegdheden die bij beide of bij alle entiteiten zitten, bijvoorbeeld energie, daar zouden we komen tot een pact om de zaken op elkaar af te stemmen. Er zijn veel mogelijkheden en veel toepassingen daarvan: het Gewestelijk Expresnet (GEN), fietspaden, bus- en tramlijnen, spoorinvesteringen, waar Vlaanderen zijn spoorprioriteiten heeft, mogelijkheden tot samenwerking voor financiering en dergelijke meer. Al die zaken komen daar uiteraard het best aan bod en kunnen ook een impuls geven aan jobcreatie, wat het eigenlijke voorwerp is van deze vraag.

De vraag is of er op het vlak van de ‘klassieke’ job- en werkgelegenheidscreërende maatregelen nog meer samenwerking moet zijn dan nu het geval is. Op het eerste gezicht denk ik het niet.  Ik denk dat voor de drie regeringen – ik vereenvoudig nu een beetje: de Federale, de Vlaamse en de Waalse Regering – jobcreatie, competitiviteit en groeibevordering topprioriteiten zijn. Als je het nieuwe regeerakkoord in Wallonië leest, kom je ook tot die conclusie. Dat is ook daar de inzet.

Het is duidelijk dat dit de inzet is van de Federale Regering. Er is de taxshift en nog andere maatregelen. Straks komt nog de verlaging van de vennootschapsbelasting. Daar wordt dus ingezet op competitiviteit en jobcreatie. Er is ook al een heel pak jobs gecreëerd: in 2015 in totaal 42.100 personen, in 2016 59.200 personen. In die twee jaar waren 68.200 daarvan bijkomende jobs in het Vlaamse Gewest. De totale jobcreatie voor 2017-2018 bedraagt volgens het Federaal Planbureau 104.600, of afgerond 105.000, waarvan bijna 67.000 in Vlaanderen, een percentage van ongeveer 64 procent. In de eerste twee jaren was dat een percentage van meer dan 67 procent.

Voor het overige zijn er natuurlijk enorme verschillen tussen de economie, de jobmarkt, de scholingsgraad en de productiviteit in de twee gewesten. Tussen 1960 en 2016 heeft Vlaanderen haast voortdurend een sterkere economische groei dan Wallonië gekend. In die periode is het bbp per inwoner in Vlaanderen met gemiddeld 2,6 procent per jaar en in Wallonië met 1,8 procent per jaar gestegen.

Wij hebben een zeer open economie. We stimuleren de export enorm en zetten enorm in op het aantrekken van buitenlandse investeringen. De cijfers zijn gekend. Ik heb ze nog naar voren gebracht tijdens het debat over de Septemberverklaring. De Belgische export bestaat voor 84 procent uit Vlaamse export. Daar hangen in Vlaanderen meer dan 850.000 jobs van af. Het is evident dat in Wallonië, met een aandeel van 14,1 procent en in Brussel, met een aandeel van 2,1 procent, een andere klemtoon ligt. Met het oog op de welvaarts- en jobcreatie zetten wij volop in op de open economie.

Er zijn belangrijke verschillen in opleidingsniveau en in de afstemming van het onderwijs op de behoeften van de arbeidsmarkt. In 2016 heeft meer dan 10 procent van de jonge mensen in Wallonië hoogstens een diploma van het lager secundair onderwijs gehaald. In Vlaanderen was dat 6,8 procent. Als we naar de bovenkant van het onderwijsspectrum kijken, zien we dat in 2016 slechts 39,6 procent van de 30- tot 34-jarigen in Wallonië over een diploma van het hoger onderwijs beschikte. In Vlaanderen was dat 47,3 procent.

Er zijn, afhankelijk van de grootte, ook productiviteitsverschillen tussen Vlaanderen en Wallonië. In Wallonië is er een gemiddeld langere werkloosheidsduur. Hiermee gaat een groter armoederisico gepaard.

Er is een groot verschil in de werkloosheidscijfers. In 2016 bedroeg de werkloosheidsgraad in Vlaanderen gemiddeld minder dan 5 procent. In Wallonië was dat 10,6 procent. Van 20- tot 64-jarigen is in Vlaanderen 72 procent aan het werk en in Wallonië slechts 62,6 procent aan het werk.

De bestaande instrumenten mogen nog toenemen. Het is een goede zaak dat elk gewest een beleid voert dat op de noden en de uitdagingen van dat gewest is gericht. We proberen dat te doen met de geëigende middelen die tot onze beschikking staan. Ik zal niet alle maatregelen van de federale overheid overlopen. Ik heb er al twee vermeld. Supplementair heeft de Vlaamse overheid het doelgroepenbeleid hervormd, de werkzoekenden geactiveerd met wijk-werken, tijdelijke werkervaring en werkervaringsstages, werkzoekenden en vacatures competentiegericht gematcht, op competenties ingezet en uiteraard investeringen mogelijk gemaakt door budgettair orde op zaken te zetten.

De nieuwe Waalse Regering heeft verklaard dat jobcreatie en de ondersteuning van ondernemers absolute prioriteiten zijn. Ik heb al publiek verklaard dat ik hoop dat de Waalse Regering, in het belang van de welvaart van de eigen bevolking, ook op de buitenlandse handel zal inzetten.

Ik verwijs naar de saga met de Comprehensive Economic Trade Agreement (CETA). Wat het aantrekken van investeringen betreft, heeft dit volgens mij geen deugd gedaan. Ik wijs erop dat we in Vlaanderen jaarlijks meer dan 4000 jobs creëren door buitenlandse investeringen aan te trekken. Het signaal dat die investeringen niet welkom zijn, ligt naar mijn aanvoelen een beetje moeilijk. Er komen nog grote handelsverdragen op ons af. Ik hoop dat er aan Waalse zijde een nieuwe wind waait.

Ik denk niet dat een pact nodig is. Er is al heel wat samenwerking. De afgelopen beleidsperiode is verder ingezet op de integratie van de bemiddeling met betrekking tot de reguliere vacaturebemiddeling door VDAB. Door de koppeling werkzoekenden en vacatures als standaard voor de hele Belgische arbeidsmarkt te nemen, wordt hierbij gestreefd naar een gemeenschappelijke competentietaal.

Er is een automatische uitwisseling van vacatures tussen de regio’s. In 2016, bijvoorbeeld, heeft het Service Public Wallon de l’Emploi et de la Formation Professionelle (Forem) 11.183 vacatures bezorgd en van VDAB bijna 110.000 vacatures ontvangen. Actiris heeft 6072 vacatures bezorgd en van VDAB 85.538 vacatures ontvangen. Dit is niet enkel een gevolg hiervan, maar in 2016 zijn 16.669 vacatures in Vlaanderen door Waalse werkzoekenden ingevuld.

Verder werken de bemiddelaars van VDAB en de Forem samen vanuit hun verschillende werklocaties langs de taalgrens. Het gaat om actieve bemiddeling, jobdating, jobhunting en dergelijke. Jaarlijks organiseren ze jobbeurzen waarop Vlaamse werkgevers en Waalse werkzoekenden met elkaar in contact komen. Dat is onder meer gebeurd in Wevelgem, Veurne en Tongeren.

De Brusselse werkzoekenden met een Nederlandstalig beroepsperspectief worden door Actiris actief doorverwezen naar VDAB Brussel voor een opleiding of voor bemiddeling naar werk in Brussel of in de Rand. Sinds maart 2016 informeert Actiris alle nieuw ingeschreven werkzoekenden over het opleidings- en bemiddelingsaanbod van VDAB en de andere Nederlandstalige partners. Sinds de start van die overeenkomst zijn in totaal 615 werkzoekenden op die manier doorverwezen.

Minister Muyters wil dit zittingsjaar blijven inzetten op de samenwerking met Wallonië en met de Forem. Hij wil komen tot een betere invulling van de knelpuntvacatures. Dat zal meer bepaald gericht zijn op de grensstreek in West-Vlaanderen.

Eigenlijk gebeurt dit op alle mogelijke terreinen. Waar er nieuwe opportuniteiten zijn, worden ze gegrepen. Er is al een samenwerking. Het lijkt me niet nodig hiervoor een pact af te sluiten. Het is belangrijk dat elke bemiddelingsrol zo maximaal mogelijk wordt ingezet. Waar het mogelijk is, moet worden samengewerkt.

Ik denk echter dat zowel met Brussel als met Wallonië die samenwerking heel behoorlijk verloopt.

De voorzitter

De heer Van Rompuy heeft het woord.

Gewoon om het concreet te maken – en u kent de problematiek natuurlijk–: het meest nijpende arbeidstekort is er bij West-Vlaamse ondernemers, die op dit ogenblik eigenlijk wel toegang hebben tot de Franse arbeidsmarkt, ook om fiscale en sociaalrechtelijke redenen, maar veel te weinig tot de Waalse arbeidsmarkt. Nochtans zijn daar veel inactieven. Vlaanderen doet al inspanningen op het vlak van vacature-uitwisseling en dergelijke meer. U hebt die terecht opgesomd. Ik denk echter dat er een kans is voor Vlaanderen om iets te doen aan ons economisch probleem met betrekking tot het invullen van openstaande vacatures, dat een rem vormt op onze verdere economische ontwikkeling, met een nieuwe politieke partner aan Waalse kant, die daar veel meer voor openstaat dan in het verleden, denk ik. Men kan dat een versterking noemen, zoals u dat noemt. Blijkbaar heeft de minister van Werk voor volgend jaar iets gepland. Men kan het een pact noemen. Wat de naam ook weze, wat de kleur van de kat ook is, als ze maar muizen vangt. Ik denk dus dat er op dat vlak wel opportuniteiten zijn die in ons welbegrepen eigenbelang zijn, die onze arbeidsmarkt en onze groei beter doen functioneren. Ik vind dus dat we die kansen actief moeten grijpen om dat mogelijk te maken.

De voorzitter

De heer Diependaele heeft het woord.

Matthias Diependaele (N-VA)

Ik sluit me helemaal aan bij het antwoord van de minister-president. Mijnheer Van Rompuy, niemand is er natuurlijk tegen dat er samenwerking is, absoluut niet, en we doen dat ook. Het mooie voorbeeld dat is gegeven van VDAB, Actiris en Forem, is iets dat al jaren loopt en dat minister Muyters een tweetal jaar geleden in een stroomversnelling heeft gebracht. Je moet echter natuurlijk opletten: als je gaat samenwerken en een sluitend pact maakt, een afsprakenkader maakt, dan moet iedereen zich daaraan houden. Ik pleit daartegen als men dat gaat doen zonder rekening te houden met de verschillende structuren, de economische structuur en de achterliggende arbeidsmarkt. Dan ga je er eigenlijk voor zorgen dat je meer kwaad dan goed doet. Je kunt samenwerken en overleg plegen op diverse beleidsdomeinen, maar alleen daar waar je er allebei iets bij wint. De verschillen in economische structuur en qua arbeidsmarkt tussen Vlaanderen en Wallonië zijn dermate groot – daar bestaat cijfermateriaal ten overvloede over – dat het geen goed idee is om op al die punten samenwerkingsakkoorden of een pact te sluiten. Het mooiste voorbeeld is dat van de cao’s. We weten dat de federaal afgesloten cao’s eigenlijk nog altijd te zwaar zijn voor Wallonië. Zij kunnen daar op heel wat punten niet in mee. Dat legt eigenlijk een druk op die Waalse economie. Die heeft dringend nood aan relance en herstel, maar door het feit dat dat federaal wordt afgesproken, zet dat eigenlijk een rem op die economie, en dat is natuurlijk net het tegenovergestelde van wat we willen. Daar heb je een punt waarop wordt samengewerkt omdat het moet, omdat het nog altijd de regeling is, maar dat helpt Wallonië eigenlijk niet vooruit, integendeel, het remt zelfs nog af.

In die zin lijkt het me dus belangrijk, zoals de minister-president ook overduidelijk aangeeft, dat de beide landsdelen hun verantwoordelijkheid opnemen. Zoals u zegt, zijn er misschien nog punten waarop we kansen missen. Ik betwijfel het, maar mochten die er zijn, dan kan er worden samengewerkt. Voor de rest is het echter belangrijk dat de beide landsdelen hun verantwoordelijkheid opnemen en daadwerkelijk zorgen voor die relance in Wallonië en voor het verder ondersteunen van het investeringsklimaat in Vlaanderen.

De voorzitter

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Het is natuurlijk een intrigerende vraag. U zult ook het opiniestuk hebben gelezen van Ive Marx vandaag in De Standaard, over de vraag of we qua werkloosheid de beperking in de tijd moeten invoeren. Je krijgt een heel interessant antwoord daarop van Dirk Van Damme, de voormalige kabinetschef van Frank Vandenbroucke. Akkoord, zegt hij, we hebben alle ingrediënten om de werkloosheid onder de 5 procent te brengen, als we de arbeidsmarkt flexibeler en competentiegedreven maken. Ik denk dat dat het sleutelwoord is: meer competenties. VDAB doet dat ook. Daar kijkt men minder naar het diploma, maar echt naar de competenties. Men zegt aan mensen dat een job voor hen geschikt is op het moment dat ze die competenties hebben, of kunnen verwerven. We moeten immers ook af van de idee ‘ik heb daarvoor geleerd, dat is mijn diploma, en dat is iets nieuws, dus ik kan het niet’. We moeten eigenlijk tot de omgekeerde mentaliteit komen, namelijk ‘ik heb het nog nooit gedaan, dus ik zou het kunnen’. Ik denk dat dit de attitude zou moeten zijn in de 21e eeuw: strengere condities stellen aan uitkeringen en sociale partners veel meer in opleiding doen investeren. Dat laatste is ook nodig, want Vlaanderen heeft het laagste cijfer inzake levenslang leren van alle OESO-landen. Dan kan je bijvoorbeeld de vraag stellen, als je het hebt over arbeidsmobiliteit, hoe het komt dat duizenden en duizenden mensen uit Frankrijk wel bij ons komen werken, en niet uit Henegouwen. Dat heeft natuurlijk te maken met de beperking in de tijd van de werkloosheidsuitkering. Ondanks het fiscale voordeel dat ze kwijt zijn, komen de Fransen toch massaal werken in Zuid-West-Vlaanderen. Tot groot ongenoegen bij onze West-Vlaamse ondernemers, want zij zitten inderdaad met een frictiewerkloosheid: er zijn onvoldoende mensen die ingaan op vacatures. Men slaagt er niet in om de mensen die op 10, 15 kilometer van de bedrijven wonen, in Henegouwen, aan het werk te krijgen. Dat zijn dus zaken die daar ook heel belangrijk in zijn.

Ik ben het echter ten gronde met u eens, maar ik denk dat dit ook gebeurt. Collega Muyters maakt daar zeer intens werk van, opdat alle mogelijke manieren van samenwerking worden uitgeput, en ik zie dat er ook geregeld nieuwe maatregelen worden genomen op dat vlak.

De voorzitter

De heer Van Rompuy heeft het woord.

Dat is net mijn punt. Ik denk dat er nu in die nieuwe Waalse Regering de echte ambitie is om op de korte termijn – ze heeft maar een korte termijn – een echt activeringsbeleid te voeren. Wat de problematiek die u aankaart betreft, komt er dus een nieuwe wind, en Vlaanderen moet daar maximaal op inspelen. Men kan dat een versterking of een pact noemen, het is me allemaal gelijk, als we maar van die opportuniteit profiteren. Dat is in ons eigen belang. Dat Wallonië daar ook baat bij heeft, omdat het dan minder werklozen heeft, tant mieux, maar vertrekkend van onze eigen noden zou het zinvol zijn om de samenwerking te versterken.

Men kan dat doen in het kader van het Overlegcomité en het investeringspact, of men kan het doen als Vlaamse Regering rechtstreeks, of in dialoog van gewest tot gewest. Het is me om het even, maar er is een opportuniteit die we moeten grijpen in ons eigen belang voor een van de meest gevoelige of moeilijke economische punten op dit ogenblik en waarschijnlijk ook nog de komende twee jaar, namelijk de mismatch op de arbeidsmarkt en het invullen van openstaande vacatures.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.