U bent hier

De voorzitter

De heer Keulen heeft het woord.

Minister, in de weekendeditie van de krant De Tijd van 21 oktober werd een overzicht gegeven van het mogelijke voorstel van uw federale collega Bellot voor de spoorinvesteringen in Vlaanderen. In dat voorstel zijn de Vlaamse spoorprioriteiten opgenomen. Tijdens de commissievergadering van 12 oktober hebben we daarover een laatste keer van gedachten gewisseld en toen stelde u: “Ik heb inderdaad een voorstel gekregen van minister Bellot met betrekking tot de concrete besteding van de 368 miljoen euro van die deugdzame schuld die werd uitgetrokken voor spoorinvesteringen. Ik heb daar bezwaar tegen gemaakt. Ik heb daar bezwaar tegen gemaakt, omdat dat in strijd is met wat wij vanuit Vlaanderen al een poos geleden hebben vastgelegd. Wij hebben een moeilijke maar gedurfde selectie gemaakt ten voordele van de elf Vlaamse spoorprioriteiten. De lijst die werd voorgelegd, week daar nogal van af.”

Indien de informatie van de journalisten klopt, dan komt uw federale collega tegemoet aan uw eisen. Eind november is vooropgesteld als moment om een akkoord met de gewesten te bereiken, vandaar dat ik ervan uitga dat de informatie uit de kranten redelijk accuraat is en een akkoord een kwestie van details lijkt. Dat is heuglijk nieuws, zeker in het vooruitzicht dat het spoor de ruggengraat blijft van ons nieuwe concept basisbereikbaarheid. Zoals te verwachten viel, worden de meeste Vlaamse spoorprioriteiten wel eerst bestudeerd en zijn die dus enkel als studie opgenomen in de lijst. In totaal staat daar een bedrag van 138 miljoen euro tegenover.

Minister, klopt de informatie die enkele weekendkranten brachten en is dit het nieuwe voorstel van uw federale collega Bellot met betrekking tot de spoorinvesteringen? In welke mate komt dat tegemoet aan uw eerdere opmerkingen? Met betrekking tot de opgenomen werken in dit voorstel, is daarover binnen het Departement Mobiliteit en Openbare Werken reeds de discussie rond pre- en cofinanciering opgestart? Op basis van welke criteria wordt besloten of Vlaanderen gaat voorschieten, dan wel meebetalen, uiteraard wetende dat u eerst een samenwerkingsakkoord moet sluiten met uw federale collega Bellot?

De voorzitter

De heer Rzoska heeft het woord.

Minister, ik heb grotendeels dezelfde vraag als collega Keulen, maar ik ga er iets dieper op in en ben ook iets kritischer voor wat ik in de pers heb gelezen. Als het klopt wat in De Tijd stond, moet ik eerlijk zeggen dat het, specifiek voor het project van de tweede Antwerpse havenaansluiting, toch wel kafka in het kwadraat zou zijn, om mij nog zacht uit te drukken.

Het dossier van de tweede spoortoegang tot de Antwerpse haven heeft al een lange voorgeschiedenis. Verschillende tracés werden al uitgezet en weer ingetrokken, maar er is wel degelijk een grote consensus over alle partijen heen dat een nieuwe spoorontsluiting voor de haven nodig is, als we ernstig werk willen maken van de modal shift voor het goederenvervoer in de hele provincie Antwerpen, als we dus minder vrachtverkeer over de weg willen. Voor de ontwikkeling van de haven, maar ook voor de leefbaarheid van heel het achterland, is dit dan ook terecht als een prioritair investeringsdossier naar voren geschoven door de huidige en de vorige Vlaamse Regering. Het staat dan ook op nummer één in het lijstje van 371 miljoen euro voor Vlaamse spoorinvesteringen van minister Bellot.

Ik denk dat het ook die lijst is die in De Tijd stond. En als die lijst klopt, is die bijzonder problematisch, omdat van de elf prioritaire Vlaamse spoorprojecten er zeven in de studiefase blijven steken. Een project dat wel wordt uitgevoerd, de spoorvertakking Oude Landen in Ekeren, een investering die noodzakelijk is om de tweede spoorontsluiting mogelijk te maken, wordt zeer ver opgeschoven in de tijd, tot na 2030.

Rond de tweede spoorontsluiting zelf zou men, volgens het lijstje in de pers, nog tot 2023 bezig zijn met het actualiseren van de studies. Dat vind ik behoorlijk hallucinant, want ondertussen loopt er toch al enkele jaren een officiële publieke procedure rond het project van de tweede spoorontsluiting. In 2010 startte Infrabel een plan-MER-procedure en werd een Nota Publieke Consultatie met verschillende alternatieven aan het grote publiek voorgesteld. Er werden verschillende infozittingen georganiseerd, waar toch een pak volk op afkwam.

Op 10 juni 2013 selecteerde de dienst MER twee alternatieven: een eerste alternatief met een boortunnel en een tweede alternatief met een nieuw tracé langs de E313. Voor elk van die twee alternatieven blijven uiteraard meerdere uitvoeringsvarianten mogelijk. Parallel met de opmaak van dit plan-MER werd een maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA) gemaakt. Daarover staat op de website van Infrabel te lezen dat een goedgekeurd plan-MER en een gevalideerd MKBA verwacht worden tegen eind 2017, begin 2018. In de eerste helft van 2018 zou de Vlaamse Regering dan het definitieve tracé van de nieuwe goederenspoorlijn bepalen. Ik citeer wat op de website staat: “Onmiddellijk aansluitend hierop kan dan de procedure voor de opmaak van het noodzakelijke GRUP (Gewestelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan) worden verdergezet en kan een stedenbouwkundige vergunning voor de spoorlijn aangevraagd worden.”

Het voorstel van timing in het lijstje wijkt grondig af van wat in het investeringsprogramma van Infrabel naar buiten kwam, zelfs met de aanvulling van 370 miljoen euro. In het voorstel van uw federale collega Bellot is er geen geld uitgetrokken voor de eigenlijke realisatie van die hele tweede spoorontsluiting en wordt de timing opgerekt tot voorbij 2023, want men gaat tot 2023 enkel studeren. Gezien de huidige problematiek, zeker op het vlak van mobiliteit, en het feit dat havens proberen om hun vervoer te verduurzamen, vind ik dat relatief onwezenlijk en onaanvaardbaar. Ik hoop dat de Vlaamse meerderheidspartijen, die ook zitting hebben in de Federale Regering, een dergelijk plan niet aanvaarden.

Minister, zult u de lijst en de timing van de Federale Regering, bij monde van minister Bellot, aanvaarden zoals die nu voorliggen? Wat zal de houding van u en van de Vlaamse Regering zijn op het Overlegcomité eind november? Welke initiatieven kan de Vlaamse Regering zelf nemen om dit noodzakelijke project, dat toch al behoorlijk in de steigers staat, te versnellen, bijvoorbeeld via cofinanciering? U stelde laatst in de commissie dat u uw plannen ter zake niet concreet kunt maken zolang die onderhandelingen lopen, maar ik vind wel, zeker met wat in De Tijd stond, dat u die plannen dringend op tafel moet leggen. Worden de middelen voor cofinanciering opgenomen in de meerjarenraming, die tegen het einde van de maand aan het parlement zal worden meegedeeld?

De voorzitter

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Ik heb in de pers al de reactie gegeven dat het overzicht dat werd geschetst in de pers, en dat een eenzijdige communicatie was vanuit het kabinet van collega Bellot, nogal voorbarig was, aangezien er nog geen akkoord is. En ‘tout se tient’, ook in dezen. Het is wat voorbarig om dit als gerealiseerd of binnengehaald te beschouwen. Mijn probleem is en blijft dat er inderdaad wel Vlaamse spoorprioriteiten zijn opgenomen, maar dat niet dé elf Vlaamse spoorprioriteiten zijn opgenomen. Het is natuurlijk wel zo dat verschillende daarvan nog verder studiewerk vergen, maar dat moet dan ook maar worden meegenomen. Het is en blijft mijn ambitie om, zoals wij ons ook hebben geëngageerd ten aanzien van dit parlement en de bevolking, het maximaal mogelijke te doen om die elf spoorprioriteiten te realiseren. Dat blijft mijn ambitie aan de onderhandelingstafel.

Daarnaast zijn we, net om de realisatie van die doelstellingen te faciliteren, ook bereid om zelf geld op tafel te leggen. Er is nu een pot van 368 miljoen euro, die kan worden gespendeerd aan de Vlaamse spoorprioriteiten. In het ontwerp dat is voorgesteld, wordt maar een deel van die middelen voorzien voor de Vlaamse spoorprioriteiten. Andere middelen gaan naar andere doeleinden. Ik blijf daar dus aan de onderhandelingstafel zitten.

Eigenlijk moet er één globaal samenwerkingsakkoord worden goedgekeurd tussen de federale overheid en de gewesten, en daarnaast een apart samenwerkingsakkoord tussen elk der gewesten met de federale overheid, dus drie aparte uitvoerende samenwerkingsakkoorden. Ik blijf erbij dat het, wat mij betreft, gelijk oversteken is. Ik ga niet eerst een akkoord geven op een globaal samenwerkingsakkoord en vervolgens zeggen dat ons bilateraal samenwerkingsakkoord voor later is. Zo gaat het niet. Er moet een akkoord zijn over beide, of anders is er geen totaalakkoord.

Aanvankelijk had minister Bellot als richtdatum het Overlegcomité van 22 november naar voren geschoven om te landen. Dat lijkt mij nogal ambitieus. Ondertussen is dat wel opgeschoven naar het Overlegcomité van 20 december. Ook de andere gewesten waren van mening dat het wat prematuur is om nu al te kunnen landen op het Overlegcomité van 22 november.

Wij blijven daar constructief onderhandelen. Er zijn knelpunten. Er zijn die elf Vlaamse spoorprioriteiten waarvoor wij cofinanciering op tafel willen leggen. Maar we gaan ook uit van enkele principes, zoals het feit dat die cofinanciering boven op het federale investeringsbedrag komt en dat dat bijvoorbeeld geen invloed heeft op de 60/40-verdeelsleutel. Daarnaast moet er dus tegelijk met het globale samenwerkingsakkoord een overeenstemming zijn over een bilateraal samenwerkingsakkoord, waarbij we ook per individueel spoorproject de financiële verhoudingen vastleggen, dus wie wat betaalt voor de realisatie van welke prioriteit.

Ondertussen hebben we op mijn voorstel binnen de Vlaamse Regering een projectbureau Spoorinvest opgericht. De bedoeling is om enerzijds in te staan voor de ondersteuning tot implementatie van de Vlaamse spoorstrategie, ook volgens de principes van de cofinanciering. Daarnaast richt dat projectbureau Spoorinvest zich specifiek op de concretisering, de structurering en de uitvoering van de projectgebonden overeenkomsten die we per spoorproject apart zullen afsluiten tussen enerzijds het Vlaamse Gewest en anderzijds de federale overheid en Infrabel of de NMBS. Het Kenniscentrum PPS (publiek-private samenwerking) zal ook in de hoedanigheid van ‘expert pps’ worden betrokken, als adviseur inzake de meerwaarde van eventueel op te zetten alternatieve financieringsconstructies.

We moeten ook de juiste keuzes maken op het vlak van stationsinvesteringen in het kader van de combimobiliteit. Daarbij willen we ons ook specifiek richten op congestiegevoelige gebieden, zoals de GEN-zones Antwerpen, Brussel en Gent.

Er is gevraagd naar de bedragen inzake de cofinanciering, maar daarvoor moeten we eerst een akkoord aan tafel hebben en een akkoord met betrekking tot de spoorprioriteiten in kwestie, en vervolgens over welke bedragen we daar respectievelijk in zouden investeren.

De voorzitter

De heer Keulen heeft het woord.

Eigenlijk wil dat zeggen – opdat de heer Bellot het ook goed verstaat: ‘Ça ne suffit pas.’ Daar komt het eigenlijk op neer. Wat betreft de pre- en cofinanciering zegt u dat u een akkoord moet hebben over de projecten, voordat u daar uw kaarten op tafel legt en kleur bekent wat betreft uw eventuele bijdrage in de financiering vanuit Vlaanderen.

Ik heb in de marge nog een vraag over de investeringen in de spoorwegovergangen in het kader van de Spartacuslijn 1, Hasselt-Maastricht. U weet dat er wat problemen zijn in Diepenbeek en Bilzen. Is dat nu voor Infrabel, of gaan wij dat vanuit Vlaanderen doen? Misschien kunt u daar niet meteen een antwoord op geven, maar daar moet duidelijkheid over komen of de werken en de aanpassingen die daarvoor moeten gebeuren, worden uitgevoerd door Infrabel of dat wij dat op onze Vlaamse rekening nemen.

De voorzitter

De heer Rzoska heeft het woord.

Minister, dank u voor uw antwoord. Ik begrijp natuurlijk dat het niet veel afwijkt van wat u hier enkele weken geleden hebt gezegd, aangezien u niet met de fanfare op kop het bos in wilt. Maar het baart ons toch zorgen, zeker omdat die prioritaire spoorinvesteringen hier kamerbreed goedgekeurd werden, dat er vanuit de federale overheid een eenzijdige communicatie komt. Daardoor krijg ik de indruk dat men daar op die manier de plannen wil doorduwen.

Minister, ik vind het goed dat u het maximaal mogelijke doet. Ik heb begrepen dat u daarom in het Overlegcomité van december alles op alles zult zetten om tot één akkoord te komen, zowel globaal als met de gewesten. U hebt op dat punt, zeker wat betreft de spoorprioriteiten, kamerbreed de volle steun van het parlement om daar hard op tafel te kloppen ten overstaan van uw federale collega, want we discussiëren hier al lang over. Gezien de files die zich dagelijks rond heel wat van de projecten vormen, is het echt absoluut noodzakelijk dat we daar snel mee kunnen beginnen, anders gaan we die knoop nooit opgelost krijgen.

Voorzitter, ik heb geen bijkomende vragen. Ik hoop dat u dan een kerstakkoord of een kerstcadeau kunt meebrengen.

De voorzitter

Mevrouw De Ridder heeft het woord.

Collega’s, ik heb de perscommunicatie ook gezien. Minister, ik heb geen vraag ingediend omdat ik uw antwoord in de commissie van enkele weken geleden op zich ook al wel duidelijk genoeg vond. Ik vond dat de voorstellen van minister Bellot haaks staan op waar u mee bezig bent. U hebt daar zelf al in oktober duidelijk bezwaar tegen gemaakt in de pers. Maar natuurlijk is mijn zorg daarmee niet minder groot. Minister, ik noteer dat u alles op alles zet en dat u fors zult inzetten om op het federale niveau de juiste prioriteiten daarin te krijgen.

Collega’s, het zal jullie niet verbazen dat ik enkel het belang kan herbevestigen van die tweede spoorontsluiting voor Antwerpen. U weet dat dat voor ons heel belangrijk is. Ik lees in de beleidsbrief dat we opnieuw mooie groeicijfers kunnen voorleggen, niet het minst de haven van Antwerpen zelf. Als we willen inzetten op de havens, moeten we ook inzetten op de multimodaliteit en op de modal shift. Daarbij is er zeker een deel richting spoorvervoer. Dan is natuurlijk die tweede ontsluiting cruciaal.

De voorzitter

De heer De Clercq heeft het woord.

Mathias De Clercq (Open Vld)

Minister, u noemt het voorbarig. Het is inderdaad absoluut voorbarig om te zien hoe dat daarin gestipuleerd staat. Het zou ongewoon raar aanvoelen omdat project lijn 204 een van de weinige projecten is waarover iedereen het eens is: alle Vlaamse en Oost-Vlaamse parlementsleden, alle omliggende steden en gemeenten, de werkgevers- en de werknemersorganisaties. Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat we niet tevreden zouden zijn als we ons met een kluitje in het riet zouden laten sturen. Een zoveelste studietje laten maken zou echt pijnlijk zijn. Niettemin hebben wij kamerbreed de ambitie om verkeer van de weg te halen met een potentieel personenvervoer dat daar volgens mij met een aantal goede ingrepen snel tot stand zou kunnen komen. Minister, ik heb er vertrouwen in dat u achter de schermen goed onderhandelt met minister Bellot, om zo tot de juiste keuzes, investeringen en projecten te komen.

De voorzitter

De heer Ceyssens heeft het woord.

Collega’s, nu we naar een landing gaan, blijkt nogmaals dat het goed is dat in het verleden de Vlaamse spoorvisie met die spoorprioriteiten werd opgemaakt. Dat geeft een duidelijk kader om te onderhandelen. En, minister, dat geeft u een sterke onderhandelingspositie. Het is ook goed te weten dat ondertussen de prioriteit der prioriteiten geformuleerd is. Ik hoor dat u daar tot op heden nog niet van bent afgeweken. Goed zo!

Wij zijn uiteraard ook blij dat u tijdens het actualiteitsdebat in dit Vlaams Parlement bent meegegaan met onze suggestie om toch te werken met cofinanciering. We zijn ook tevreden dat intussen Spoor Invest is opgericht. In uw beleidsbrief spreekt u ook al over cofinanciering. Waar vind ik in de begroting de middelen voor die cofinanciering terug? Dat is misschien een vraag voor de begrotingsbespreking straks.

Ik vind uw suggestie over de stationsomgevingen en de combimobiliteit zeer goed. Ik maak van de gelegenheid gebruik om voor te stellen om een project dat ik hier al eens eerder op tafel gooide en waarvoor ik toen geen gehoor vond toch nog eens te laten onderzoeken. Het gaat om een schoolvoorbeeld van combimobiliteit: een station op een kruising tussen een autosnelweg en een spoorlijn. Dat kan volgens mij perfect passen in uw goede voornemen om in te zetten op combimobiliteit.

De voorzitter

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Ik ga ervan uit dat de spooroverwegen Bilzen en Diepenbeek in het kader van het Spartacusproject deel uitmaken van de klassieke dotatie van Infrabel, en niet van wat hier nu voorligt.

Mijnheer Rzoska, voor de bedragen die wij willen cofinancieren, zal er allereerst een akkoord moeten zijn over de aanduiding van de projecten in kwestie. Maar daarnaast zult u daarvan niets terugvinden in de begroting 2018. Ik zou dat wel willen, maar het is niet omdat wij nu een akkoord zouden hebben over de spoorprioriteiten dat wij volgend jaar onmiddellijk geld zullen kunnen uitgeven. Dat wil niet zeggen dat er volgend jaar een schup in de grond wordt gestoken om die spoorprioriteiten effectief te realiseren. Je moet dat opnemen los van de financieringsmethodiek, los van de vraag of je het financiert met een pps-constructie dan wel met een klassieke financiering. Nog los van die discussie zal je, in welk geval ook, daarvan geen sporen vinden in een begroting 2018, ook niet in een aangepaste begroting 2018.

De voorzitter

De heer Keulen heeft het woord.

Minister, in verband met Spartacus is het belangrijk dat u Infrabel bij de les houdt en dat u hierop de nadruk blijft leggen, want de wens is daar soms ook de vader van de gedachte. Ze zien dat in gedachten al op een of andere Vlaamse begrotingspost verschijnen. U moet de problemen met de spoorovergangen in Diepenbeek en Bilzen bij Infrabel onder de aandacht blijven brengen. De aanpassing aan die spoorovergangen is voor hun rekening.

De voorzitter

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is toegankelijk.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.