U bent hier

De heer De Meyer heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega's, op 28 september vond in Kruishoutem een rondetafelgesprek plaats over de noden inzake groenvoorziening in steden en dorpen met vertegenwoordigers van verschillende overheden en hun instellingen, siertelers, groenvoorzieners, aannemers, tuinarchitecten, lesgevers en nog andere vertegenwoordigers van de sector. Ook de Vlaamse minister van Landbouw was daarbij aanwezig.

Uit de gesprekken bleek dat een gezamenlijk plan inzake groenvoorzieningen ontbreekt. Het is dan ook de bedoeling om met een gezamenlijke visie bij te dragen aan meer duurzaam groen.

AVBS, de sierteelt- en groenfederatie, ging zelfs nog een stap verder en bepleit een verplichte ‘groennorm’, aldus een artikel van het Vlaams Infocentrum Land- en Tuinbouw (VILT). Zij verwijzen hiervoor naar alle voordelen van een dergelijke norm. Dit gaat van het filteren van fijnstofdeeltjes tot het verlagen van de omgevingstemperatuur en de warmteopname via groendaken.

AVBS-secretaris Pieter Van Oost verduidelijkte het AVBS-standpunt: “De groennorm is wenselijk op twee niveaus, ten eerste als onderdeel van het planningsproces zodat bij de aanleg van een verkaveling of industrieterrein, of bij grotere infrastructuurprojecten –zoals een nieuwe brug of de Oosterweelverbinding – plaats ingeruimd wordt voor groen. In fase twee is de groennorm ook van toepassing op de individuele vergunningsaanvrager. Zoals men vandaag rekent met 1,5 tot 1,8 parkeerplaatsen per woning in een verkaveling, zo kan men ook cijfers kleven op de wenselijke verharde en vooral niet-verharde oppervlakte binnen een verkaveling.”

Minister, wat denkt u van een verplichte groennorm? Zult u hierover nog verder overleg plegen met AVBS?

Werden er tijdens het rondetafelgesprek afspraken gemaakt over het opstellen van een gezamenlijke visie over groenvoorzieningen in steden en gemeenten? Zo ja, welke?

Heeft het rondetafelgesprek daarnaast nog andere ideeën of initiatieven opgeleverd die inspirerend kunnen zijn voor uw beleid?

Minister Schauvliege heeft het woord.

Minister Joke Schauvliege

De groennorm is een heel interessant instrument om onze steden en dorpskernen effectief en snel te vergroenen. De voordelen zijn schonere lucht, het tegengaan van het hitte-eilandeffect en het bufferen van water bij veel neerslag. Het heeft ook een positief effect op de gemoedstoestand en vermindert stress. Alles en iedereen is dus gebaat bij meer groen in de leefomgeving.

Het zomaar invoeren van een groennorm zou ertoe kunnen leiden dat deze gepercipieerd wordt als een zoveelste last of normering die wordt opgelegd. Om ervoor te zorgen dat een groennorm positief wordt ervaren, moet aan een aantal randvoorwaarden worden voldaan. Zo moet in de opleiding van architecten en stedenbouwkundigen meer aandacht worden besteed aan hoe men vanaf het concept van een gebouw meedenkt over de aankleding van de omgeving. Hetzelfde geldt voor de aanleg van een weg. Een typisch voorbeeld is dat wanneer een lokaal bestuur een nieuwe weg en een nieuwe riolering aanlegt, pas in laatste instantie wordt gedacht aan de aankleding van die weg met bijvoorbeeld bomen. Het gaat dan vaak over niet de meest kwaliteitsvolle bomen, die na een tijdje kapotgaan omdat de aannemer daar niet voldoende expertise in heeft.

Een oplossing daarvoor is om het groen in het project apart aan te besteden aan kenners die weten welk groen het best wordt aangeplant en het meest onderhoudsvriendelijk is voor de lokale besturen.

We merken ook dat het concept van ecosysteemdiensten of natuurvoordelen zeker nog niet bij iedereen voldoende is doorgedrongen. In samenspraak met de verschillende stakeholders is het de bedoeling om doelmatige instrumenten verder uit te werken.

Het netwerk dat we hebben opgezet met de rondetafel heeft er ook mee te maken dat we zien dat heel veel verschillende diensten met dat onderwerp bezig zijn: het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB), het plattelandsbeleid, het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO), het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO), de Vlaamse Landmaatschappij (VLM), Onroerend Erfgoed. Iedereen is dus bezig met dat thema, maar allemaal naast elkaar. Daarnaast zijn er ook de spelers op het veld zoals de verschillende middenveldorganisaties. Elkeen is op zijn eigen terrein bezig met dit thema. We hebben al die spelers rond de tafel gebracht, en daar is toen het idee geopperd om een ‘staten-generaal groen in de stad’ op te zetten. Bedoeling is om een nog groter draagvlak te creëren en nog beter de groennorm uit te werken.

Het uitwerken van een gezamenlijke visie over groenvoorzieningen in steden en gemeenten is ook een onderdeel van de agenda van de staten-generaal. ANB heeft de opdracht gekregen om dit verder te verfijnen. Daarvan is een eerste draftversie klaar die kan dienen als basis om tot een gezamenlijke visie te komen.

Ook in de ontwerpteksten voor het BRV wordt in het concept van een groennorm of groenscore op plannings- en vergunningenniveau voorzien. Die moeten bijdragen tot een substantiële vermeerdering van groen en blauw in de straten.

Tijdens de rondetafel kwam er meer aan bod dan alleen de groennorm. Zo hadden we het ook over kennisdeling, multifunctioneel groen, het belang om te denken aan groenaanleg vanaf het begin van het proces, het uitwerken van een ‘green deal’. Het verslag wordt op dit moment gefinaliseerd en zal worden bezorgd aan de commissie. Daarna kan een vervolgvisie worden ontwikkeld.

De heer De Meyer heeft het woord.

Minister, ik begrijp uit uw antwoord dat u de groennorm een interessant instrument vindt. U hebt dat ook geïllustreerd met verschillende voorbeelden. Maar het onmiddellijk en verplicht invoeren van een bepaalde norm stelt u niet voorop. Verder wilt u sensibiliseren en motiveren. Daarbij wilt u liefst alle instellingen laten samenwerken vanuit een gecoördineerde visie. Ik denk dat dit laatste enorm belangrijk is.

Mevrouw Peeters heeft het woord.

Ik ben natuurlijk ook blij dat er geen verplichte groennorm komt, want wij zijn voor vrijheid, mijnheer Ronse. Minister, ik heb een paar weken geleden ook een vraag gesteld, maar die ging toen eerder over het monitoren van het groen. Dat lijkt me ook wel heel belangrijk voor de toekomst.

Sensibiliseren en motiveren is heel belangrijk, maar vaak krijgt men op lokaal niveau, en ik denk dat heel wat collega’s dat zullen kunnen onderschrijven, heel wat reacties wanneer het gaat over het bufferen van hemelwater. Men zegt dan dat die wadi’s overgedimensioneerd zijn, terwijl die wadi’s net zorgen voor extra groenelementen in de verkavelingen en dergelijke meer. Motiveren en sensibiliseren is heel belangrijk, maar daarnaast is het ook belangrijk die groenelementen die vandaag de facto al in tal van verkavelingen worden doorgevoerd, in kaart te brengen.

De heer Ronse heeft het woord.

Ik dank de heer De Meyer voor de interessante vraag. Ik vind dit een heel interessant idee en ik ben blij dat mevrouw haar vrijheidsidealen consistent opnieuw verdedigt.

De eerdere vraag van mevrouw Peeters over de Liviosenquête sluit een beetje aan bij dit thema. Het gaat over luchtkwaliteit, over hoe het leven in een stad opnieuw aangenamer maken. We merken dat het aangenamer is in steden waar er groen is. Als we zien welke functie Central Park in New York vervult, als we zien wat men in Antwerpen aan de Gedempte Zuiderdokken tracht te doen, als we kijken naar architectuur waarin groen is verwerkt, dan stellen we ontegensprekelijk vast dat de levenskwaliteit op die plaatsen daar enorm verhoogt.

Het is ook een vorm van vrijheid om te kunnen opgroeien in een dergelijke levensomgeving en -kwaliteit, een vrijheid die we de komende generaties niet mogen afnemen. En eigenlijk, mevrouw Peeters, komen we tot de filosofische vraag waarbij men de groennorm ziet als enerzijds iets vrijheidsbeperkends maar anderzijds als iets dat de vrijheid van mensen om in een aangename omgeving te leven, doet toenemen. Het is eigenlijk een soort van vrijheid waarop we geen claim mogen leggen.

Wat mijn fractie betreft, moet dit voorstel op zijn minst zonder enig taboe kunnen worden onderzocht. Dit moet samen met steden en gemeenten worden bekeken, eventueel in het kader van het BRV. Als we in het BRV gaan voor meer ruimtelijk rendement, voor meer verdichting, waarom zouden we dan ook niet kunnen trachten te betonneren dat er meer groen in de stad komt?

Minister Schauvliege heeft het woord.

Minister Joke Schauvliege

Wat ook aan bod is gekomen op de rondetafel en ook voortvloeit uit het witboek BRV, is dat er op twee niveaus aan die groennorm moet worden gewerkt: op planningsniveau waar men bepaalde indicatoren moet meegeven en op het niveau van de vergunningen. Men kan dan een vergunning toekennen wanneer in hetzelfde concept wordt gezorgd voor een voldoende kwalitatieve leefomgeving. Vaak wordt dat een beetje door elkaar gehaald. Beide niveaus zijn van belang. Daarnaast is er ontzettend veel kennis en expertise om dat openbaar groen kwaliteitsvoller, biodiverser en onderhoudsvriendelijker te maken, maar daar zijn wij helemaal nog niet mee bezig, wij hinken daar helemaal achterop.

De bedoeling van die rondetafel, mijnheer de Meyer, is vooral om daar die kennis te bundelen en ter beschikking te stellen van onze lokale besturen. We hebben een schitterende Vereniging Voor Openbaar Groen, die bereid is daaraan mee te werken. Wanneer ik dan hoor dat ANB al een aantal jaren een schitterend voorbeeldboek heeft over wat steden en gemeenten met dat openbaar domein kunnen doen, dan blijken twee mensen aan die rondetafel dat te kennen. En dan is er dus iets mis. Ook de Vereniging Voor Openbaar Groen zit daar, maar kent dat voorbeeldboek van ANB niet. En dan vraag ik me af waar wij mee bezig zijn. Er zitten daar dertig mensen rond de tafel die allemaal met hetzelfde bezig zijn, maar die allemaal naast elkaar werken. Als we die krachten veel meer bundelen en op elkaar afstemmen, dan zullen we veel verder geraken en onze middelen op een veel efficiëntere manier kunnen besteden. En dat is juist de bedoeling van die rondetafel.

De heer De Meyer heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw inspirerend aanvullend antwoord. Ik begrijp dat sommige collega’s geen voorstander zijn van een verplichting maar wel van een monitoring. Dat is voor mij oké, maar wat doen we dan met besturen die daar geen of weinig gevolg aan geven? Hoe verplichten we die, of doen we dat niet? Begeleiden we hen, en op welke manier? En wat indien ze ook daar geen gevolg aan geven?

Ik zal deze problematiek zeker verder opvolgen.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.