U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Segers heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega's, we worden momenteel nog maar met het topje van de ijsberg geconfronteerd wat betreft de ongebreidelde ontginning, verwerking en commercialisering van onze persoonsgegevens. De zogenaamde big data zijn in onze kenniseconomie de nieuwe grondstof bij uitstek, onze persoonsgegevens zijn grof geld waard. Big data openen dan wel tal van positieve perspectieven op zowat alle terreinen van het privé- en maatschappelijk leven, het is niet louter een hoera-verhaal: als burger weten we amper wie onze persoons- en gedragsgegevens verzamelt, hoeveel die waard zijn, aan welke bedrijven ze worden doorverkocht en met welke commerciële doeleinden dat gebeurt.

Ook in de zorgsector rukken big data op: de thuiszorg die iemand ontvangt, de medicatie die in het ziekenhuis toegediend wordt, de medische aandoeningen van de bewoners in het woonzorgcentrum, nagenoeg alles wordt digitaal geregistreerd en met andere databases in verband gebracht. Potentieel biedt dit tal van revolutionaire mogelijkheden ten bate van de zorg, maar helaas zijn er ook bedrijven die opportuniteiten zien om hier munt uit te slaan. Zo konden we op 6 oktober lezen dat multinational QuintilesIMS, een bedrijf dat analyses uitvoert voor Belgische ziekenhuizen zodat die hun werking kunnen evalueren, voortaan een clausule in de contracten wil laten opnemen dat hen de toestemming geeft om patiëntengegevens door te geven aan derden, farmabedrijven bijvoorbeeld.

Het verontrust me dat zonder voorafgaande, expliciete toestemming van de zorgbehoevende diens data gecommercialiseerd kunnen worden door privébedrijven. Nog meer dan elders, gaat het in de welzijnssector om bijzonder gevoelige gegevens en ethische hackers hebben reeds veelvuldig aangetoond dat het bijzonder moeilijk is om te garanderen dat big data inderdaad compleet geanonimiseerde gegevens betreffen. Vaak heeft men aan een paar aanknopingspunten genoeg om het individu achter de data te identificeren.

Minister, wat is uw visie op de ontginning en commercialisering van big data in de welzijnssector?

Deelt u de bekommernis dat persoons- en gedragsgegevens uit de welzijnssector niet zomaar gedeeld en doorverkocht kunnen worden aan privébedrijven, ook al zouden deze geanonimiseerd zijn? Zo ja, welke garanties zijn momenteel reeds ingebouwd of welke maatregelen kunnen worden geïmplementeerd opdat dit verhinderd wordt?

Op welke manier plant u het bredere welzijnsveld te informeren over de valkuilen van big data en welke maatregelen worden getroffen opdat zorginstellingen hun bedrijfsvoering in overeenstemming brengen met de richtlijn Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) die vanaf 25 mei 2018 van toepassing is?

De voorzitter

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Collega's, ik moet indirect een beetje antwoorden op de bijgevoegde vragen van de heer Parys omdat het ook gaat over de Algemene Verordening Gegevensbescherming. Die invoering gaat natuurlijk gepaard gaan met een aantal aanpassingen. Mijn administratie heeft ondertussen de wetgevende teksten voor het beleidsdomein gescreend en een lijst opgesteld van de teksten die aangepast moeten worden om in overeenstemming te zijn met de Algemene Verordening Gegevensbescherming.

Dit proces kan pas worden afgerond als de federale overheid de nodige wetgevende initiatieven op haar beurt heeft afgerond.

We weten dat we naar onze voorzieningen de nodige schikkingen moeten treffen. We zijn in overleg met de verschillende door ons gesubsidieerde organisaties. Alle organisaties zijn alert omdat ze weten dat ze ook naar die sectoren stappen moeten zetten tegen 25 mei 2018.

Omdat zeker in de welzijns- en gezondheidssectoren met het gebruik van privacygevoelige data er een maximale bescherming moet zijn van deze gegevens, zijn vele organisaties en voorzieningen al langer bezig om hun gegevens te beschermen en hiervoor de nodige maatregelen te nemen.

Op 8 mei 2017 heeft het nieuwe Vlaams Agentschap voor de Samenwerking rond Gegevensdeling tussen de Actoren in de Zorg (VASGAZ). Dat agentschap is pas geïnstalleerd in het kader van het decreet Gegevensdeling, dat is goedgekeurd in de vorige legislatuur. Het gaat over de regelgeving die van toepassing is op de deling van gegevens tussen welzijn en zorgactoren. Dat agentschap heeft natuurlijk geen grote administratie, maar het heeft wel een raad van bestuur waarin vertegenwoordigers zitten van de verschillende sectoren. Het agentschap heeft samen met Flanders’ Care op mijn vraag een colloquium gewijd aan de impact van de Algemene Verordening Gegevensbescherming binnen welzijns- en gezondheidssectoren. De koepelorganisaties hebben een belangrijke rol om hun leden mee te informeren.

De organisaties en de koepels zijn tijdens het colloquium attent gemaakt op de verplichtingen die de Algemene Verordening Gegevensbescherming hun opleggen, ook rond de data protection officer. Dat is belangrijk.

Ik volg ook de beslissingen die de federale overheid hierover neemt en die we moeten vertalen naar het Vlaamse niveau.

Geanonimiseerde gegevens kunnen een nuttig instrument zijn om – op een wetenschappelijk onderbouwde manier – input te geven aan het welzijns- en gezondheidsbeleid. Ik herinner me wel dat we uit het decreet op de gegevensdeling dat stuk hebben laten vallen. We vonden dat zelfs te delicaat. We zijn toen heel erg gegaan voor veiligheid en privacy. Dat is dus zelfs nu strikt gezien decretaal niet mogelijk.

De vragen die er zullen komen over de overdracht van geanonimiseerde gegevens moeten met het agentschap en stakeholders en over de bestuursniveaus heen bekeken en aangepakt worden. Ik ga dit op de agenda zetten binnen het plan eGezondheid om samen met alle overheden van ons land die in de zorg- en welzijnssector bezig zijn, te zien of we duidelijke afspraken kunnen maken.

De zorgkassen wisselen momenteel geen gegevens uit in het kader van studies. Op hun niveau speelt die vraag niet. Mijn bottomline is: we moeten onze sectoren voorbereiden op de inwerkingtreding van die verordening. We hebben een orgaan waar we met de sector spreken over de mogelijkheden van gegevensdeling. Het lijkt mij het beste om inzake de overdracht van geanonimiseerde gegevens aan derden een globale afspraak te proberen maken met alle niveaus in dit land die daaromtrent bevoegdheden hebben.

Minister, ik ben blij te horen dat u en uw diensten de urgentie inzien van de implementatie van de General Data Protection Regulation (GDPR) die ingaat op 25 mei. Ik ben deze vraag aan het stellen aan alle ministers. Verschillende van uw collega’s zien die urgentie nog niet in. Minister Homans, bevoegd voor de lokale besturen, vindt het blijkbaar nog niet zo belangrijk. Nochtans als er na 25 mei inbreuken gebeuren, kunnen er gigantische boetes volgen voor iedereen die onzorgvuldig omspringt met de data.

Ik ben ook blij met de oprichting van dat agentschap VASGAZ en het colloquium dat wordt georganiseerd. Ik hoop dat ondertussen alle instellingen voldoende gesensibiliseerd zijn omtrent de impact: die GDPR zal een enorme impact hebben op hun werking. Het gaat niet alleen om de aanstelling van een officer, het gaat over veel meer.

Op mijn vraag over het verkopen van data hebt u niet expliciet geantwoord. Wat vindt u daarvan?

U hebt wel gezegd dat het individueel maken van de data voor u uitgesloten is. Geaggregeerde data verzamelen is uiteraard oké. Als het kan helpen en bijdragen tot de kennisvermeerdering voor de zorg en onze gezondheid moeten we dat zeker doen, maar inderdaad volledig geanonimiseerd. Het moeten vooral ook open data zijn. Van de commercialisering van de data kan in elk geval geen sprake zijn. Vooral ook moet erop worden toegekeken dat de instellingen er voortaan voor gaan zorgen dat hun patiënten expliciet de toestemming geven. Dat is de basis van de GDPR: mensen moeten expliciet toestemming geven om hun data bij te houden en eventueel te verspreiden.

De voorzitter

De heer Persyn heeft het woord.

Peter Persyn (N-VA)

Ik neem het woord voor mijn fractie omdat de heer Parys weg is. Wij delen die bezorgdheid van de collega rond de bescherming van de privacy van de patiënt. Dat is een eerdere bezorgdheid die al ter sprake kwam bij de bespreking van de beleidsnota en -brief.

Nu is er ook gegevensuitwisseling met de ziekenfondsen, langs het Intermutualistisch Agentschap. We hebben het altijd wat spijtig gevonden dat Vlaanderen daar nog voor moet betalen, terwijl dat eigenlijk geaggregeerde gegevens zijn die al gefinancierd zijn door de toelage die de ziekenfondsen krijgen vanuit de federale administratie.

We vinden het spijtig. Het is iets dat al die jaren een beetje onder waterlijn is gebleven. Maar in feite zijn dat ook geaggregeerde gegevens die misschien in het kader van heel deze regelgeving tegen het licht moeten worden gehouden. Ik wil opnieuw een pleidooi houden om dat, aangezien dat eigenlijk al via ziekteverzekering is bekostigd en ook via administratiekosten, vrijelijk ter beschikking te stellen van het nieuwe Vlaamse agentschap.

De voorzitter

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Wat dat laatste betreft, zullen we vlug vragen of we nog juist weten wat de situatie nu is.

De bezorgdheid van iedereen is dat we daar zeer voorzichtig en gereserveerd in moeten zijn. Daar komt dus het best ook een duidelijk kader voor. Ik denk dat het niet zo verstandig is om dat kader op één deelstatelijk niveau te organiseren, aangezien de zorg, de gegevensdeling in de zorg en de beschikbaarheid van de gegevens in de zorg zich zeker niet allemaal bevinden in sectoren die uitsluitend onder de bevoegdheid van de Vlaamse overheid zouden vallen. Het lijkt mij beter dat we dat op een meer geconcerteerde manier doen.

Voor onze eigen administratie hebben we natuurlijk wel een gecoördineerde aanpak. Maar met onze studiedag hebben we wel ook getracht om de door ons gesubsidieerde en geïnspecteerde voorzieningen duidelijk te maken dat er echt wel nog wat beleid noodzakelijk is. Voor sommigen is dat nog een hele aanpassing.

Het is nogal evident dat elke vorm van deling van gegevens, ook als ze geanonimiseerd worden, betekent dat iemand dat moet tekenen. Dat zal trouwens een van de majeure manoeuvres zijn als we de verordening zullen bereiken. Want ik denk dat dat nu niet overal systematisch gebeurt. Dat zal dus toch een groot manoeuvre zijn.

De voorzitter

Mevrouw Segers heeft het woord.

Nog twee kleine dingen.

Minister, uw reflex is dat we dit op nationaal niveau, op federaal niveau samen moeten bekijken met de federale collega’s. Dat is de juiste insteek. Ik ga ervan uit dat u daar inderdaad de nodige contacten zult opnemen met de federale collega’s, om daar een globaal, federaal kader voor te schetsen.

Het is inderdaad zo dat ze volgens de nieuwe GDPR expliciet toestemming zullen moeten geven voor hun gegevens, dus niet meer impliciet. Geen ‘opt out’ meer, maar een opt-insituatie. Dat is heel belangrijk.

Maar, collega’s, wij doen dat nu ook al, hoor. Als je een website bezoekt, krijg je nu ook al de door Europa opgelegde verwittiging dat er wordt gebruikgemaakt van cookies. Mensen klikken dat meteen aan. Je wilt zo snel mogelijk naar die website gaan. Je klikt dat gewoon aan, maar je hebt niet beseft dat je op dat moment je gegevens hebt doorgegeven aan databrokers die veel geld verdienen met die data. Je weet niet wat er daarmee gebeurt.

Daarom roep ik u er ook toe op om met uw collega-minister Gatz af te stemmen, te bekijken hoe we de patiënt, de zorgbehoevende ook op dat vlak kunnen empoweren, meer mediawijs maken om precies te laten inzien wat er gebeurt. Als ik hier op akkoord klik, wat gebeurt er dan met mijn data?

De voorzitter

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

De administratie bekijkt nu hoe we dat in orde moeten brengen.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

van Tine van der Vloet aan minister Jo Vandeurzen
2793 (2016-2017)
Externe sprekers
Ann Van den Abbeele (projectleider Persoonsvolgende Financiering bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH))
van Tine van der Vloet aan minister Jo Vandeurzen
8 (2017-2018)
Externe sprekers
Ann Van den Abbeele (projectleider Persoonsvolgende Financiering bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH))
van Bart Van Malderen aan minister Jo Vandeurzen
73 (2017-2018)
Externe sprekers
Ann Van den Abbeele (projectleider Persoonsvolgende Financiering bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH))
van Bart Van Malderen aan minister Jo Vandeurzen
74 (2017-2018)
Externe sprekers
Ann Van den Abbeele (projectleider Persoonsvolgende Financiering bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH))
van Vera Jans aan minister Jo Vandeurzen
171 (2017-2018)
Externe sprekers
Ann Van den Abbeele (projectleider Persoonsvolgende Financiering bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH))
van Tine van der Vloet aan minister Jo Vandeurzen
213 (2017-2018)
Externe sprekers
Ann Van den Abbeele (projectleider Persoonsvolgende Financiering bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH))
van Elke Van den Brandt aan minister Jo Vandeurzen
215 (2017-2018)
Externe sprekers
Ann Van den Abbeele (projectleider Persoonsvolgende Financiering bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH))
van Elke Van den Brandt aan minister Jo Vandeurzen
216 (2017-2018)
Externe sprekers
Ann Van den Abbeele (projectleider Persoonsvolgende Financiering bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH))
van Tine van der Vloet aan minister Jo Vandeurzen
222 (2017-2018)
Externe sprekers
Ann Van den Abbeele (projectleider Persoonsvolgende Financiering bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH))
van Bart Van Malderen aan minister Jo Vandeurzen
225 (2017-2018)
Externe sprekers
Ann Van den Abbeele (projectleider Persoonsvolgende Financiering bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH))
van Tine van der Vloet aan minister Jo Vandeurzen
226 (2017-2018)
Externe sprekers
Ann Van den Abbeele (projectleider Persoonsvolgende Financiering bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH))
van Tine van der Vloet aan minister Jo Vandeurzen
227 (2017-2018)
Externe sprekers
Ann Van den Abbeele (projectleider Persoonsvolgende Financiering bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH))
van Bart Van Malderen aan minister Jo Vandeurzen
230 (2017-2018)
Externe sprekers
Ann Van den Abbeele (projectleider Persoonsvolgende Financiering bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH))
van Elke Van den Brandt aan minister Jo Vandeurzen
231 (2017-2018)
Externe sprekers
Ann Van den Abbeele (projectleider Persoonsvolgende Financiering bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH))
van Lorin Parys aan minister Jo Vandeurzen
233 (2017-2018)
Externe sprekers
Ann Van den Abbeele (projectleider Persoonsvolgende Financiering bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH))
6 (2017-2018)
Externe sprekers
Ann Van den Abbeele (projectleider Persoonsvolgende Financiering bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH)), Jo Vandeurzen (Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin) en James Van Casteren (administrateur-generaal Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH))

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.