U bent hier

De voorzitter

De heer Caron heeft het woord.

Bart Caron (Groen)

Mijn vraag gaat over de kanaalverbinding tussen Zeebrugge en het hinterland, het Boudewijnkanaal tot Brugge, het kanaal Gent-Oostende en daartussen de Ringvaart rond Brugge. Er is ook nog een kanaal Brugge-Oostende, maar dat is in dezen iets minder belangrijk omdat daar veel minder verkeer op is dan op de andere waterwegen.

De aansluiting van de haven van Zeebrugge met het hinterland gebeurt vandaag vooral over de weg, en dat is een probleem. We moeten ook hier in deze haven andere verkeersmodi maximaal aanspreken. Overdag is het in Zeebrugge onleefbaar: kilometers lang staan de vrachtwagens er aan te schuiven voor de haven.

Het spoor en de estuaire vaart bieden veel kansen voor die haven van Zeebrugge. Het punt is hier echter dat het derde spoor wat hapert. De aanleg van dat derde spoor is een essentiële kwestie voor de havenontsluiting in Zeebrugge. Ik heb daar vroeger al vragen over gesteld, zeker ook over de estuaire vaart. Ik verwijs naar een schriftelijke vraag ter zake, minister, omdat u toen al juridische problemen – bemanning, beloodsing en dergelijke meer – aangaf.

Ik wil me concentreren op het kanaal naar Gent en op dat cruciale punt, de Brugse Ringvaart. De heer Maertens zal dat ook doen. Wat willen we in Brugge en wat gaan we daar doen?

De oude stadskern van Brugge is voor iets meer dan de helft omcirkeld door de Ringvaart. Ik heb er jaren gewerkt en ik ken de problematiek goed. Vandaag zijn er dagelijks 15 à 17 professionele binnenschepen, dat is ongeveer 1 per uur. Als dat naar gemiddeld 2,3 per uur wordt gebracht, de wens van uw dienst, Waterwegen en Zeekanaal, dan betekent dat dat op piekuren driemaal per uur de bruggen moeten worden opengehouden, gedurende 6 à 9 minuten per brug. Dat betekent dat die bruggen tussen de binnenstad en de rand, Assebroek, Sint-Kruis enzovoort, heel veel uren per dag gesloten zullen zijn. Heel veel mensen zullen voor een open brug staan, met alle problemen van dien voor het fietsverkeer, de wagens, het openbaar vervoer, de diensten en de administratie in de binnenstad zoals het onderwijs.

Ik denk dat we er alle belang bij hebben om de binnenstad van Brugge niet leger te maken. U bent ook minister van Toerisme. Toerisme floreert het best in een stad waar geleefd wordt, waar gewerkt en gewoond wordt, en waar niet alleen gerecreëerd wordt. Dat is een belangrijk punt bij onze denkoefening over de soort ringvaart rond Brugge.

We leven niet meer in de tijd van de aanleg van de Dampoortsluis, dat was in 1855, toen er van het Boudewijnkanaal en van Zeebrugge zelfs geen sprake was en toen de binnenstad nog 55.000 inwoners telde en de randgemeenten zo’n 1000. Nu is dat bijna omgekeerd. De verhoudingen zijn totaal veranderd.

Het is een dilemma, minister, dat weet ik ook wel, we hebben hier al veel gediscussieerd over het Schipdonkkanaal, die andere potentiële verbinding met Gent of met het brede hinterland. Het is een soort gedwongen keuze tussen de pest en de cholera: ofwel de bouw van het Schipdonkkanaal, ofwel grote infrastructuurwerken op het kanaal Gent-Brugge inclusief de Ringvaart.

De pest kreeg in deze commissie in het verleden al een uitgebreide vivisectie die ze niet doorstond. Ik stel voor dat we dat niet herhalen. Nu is het de beurt aan de cholera, aan die andere oplossing. Hoe zinvol is het de doortocht van Brugge aan te passen voor klasse V-schepen in plaats van de huidige klasse IV-schepen? Ze zijn 25 meter langer, en daarvoor moeten om te beginnen àlle acht bruggen in Brugge vervangen worden. Er zijn nog heel wat andere knelpunten, ik denk aan de Pakhuizen, de gistfabriek en de Zwaaikom. Ik zal dat niet in detail op ingaan.

Wat zijn de alternatieven? Moeten we de huidige locatie aan de Dampoort, de Handelskom en de Zwaaikom aanpassen? Er zijn verschillende opties, ik heb ze uitgebreid beschreven in mijn tekst, ik zal dat niet allemaal herhalen, het wordt dan te technisch en ingewikkeld. Welke locatie moeten we in Brugge kiezen? Welke gevolgen zal dat hebben? Wat men ook kiest, er is de problematiek van het water uit de reien. Er is een problematiek van de hoogte van de waterstand en vooral van de bescherming van het historische erfgoed, de Vesten in dit geval. Dit dreigt te ernstig te worden beschadigd door de aanpassing van een sluis die dan schepen van klasse V toelaat.

Ik geef een paar basisopties voor ik tot mijn vragen kom. De echte optie voor een grootschalige ontsluiting van Zeebrugge over het water is er een via de estuaire vaart. Hoe kan het makkelijker? Dat is een reusachtig kanaal tussen de haven van Zeebrugge en de Schelde. Daar komt het op neer, zeker als we straks nog een project van Vlaamse Baaien realiseren. Dat is het vormen van eilanden en dus de bescherming van waterwegen voor die halve binnenvaart.

In Brugge kan er naar mijn mening enkel sprake zijn van klasse IV-vaartuigen. Welke rechtgeaarde burger, minister, zou toestaan dat de Vesten, beschermd erfgoed, ernstig zouden worden aangetast voor klasse V-schepen? Ik heb het al over de leefbaarheid van de binnenstad gehad.

De twee alternatieven voor de Dampoortsluis, namelijk de Krakelesluis en de Kruisvestsluis, de een op het kanaal naar Oostende, de andere wat verderaf van de huidige optie, moeten nog verder worden onderzocht en tot in de uitvoeringsfase met elkaar worden vergeleken. Met uitvoeringsfase bedoel ik ook tijdens de werken en de gevolgen die daar allemaal aan verbonden zijn.

Het kanaal naar Gent is vandaag bevaarbaar voor klasse V-schepen van de Ringvaart Gent tot Schipdonk, en voor klasse IV-schepen van daar tot in Brugge. Aan beide zijden van het kanaal liggen overigens, in dat laatste deel, een aantal zeer waardevolle natuurgebieden en ook oude meanders van de historische Zuidleie. Als men daar gaat ingrijpen, heeft dat op dat terrein grote gevolgen.

Minister, hoe kan men al een definitieve locatiekeuze maken voor de Dampoortsluis, als de beide resterende opties nog niet tot in detail en tot in de uitvoeringsfase uitgetekend zijn? Ik vraag dit ook omdat uw diensten, verneem ik, op allerlei technische en werkvergaderingen aandringen op een snelle beslissing van u, van het politieke niveau, geadviseerd door de stad en door de minister genomen.

Bent u bereid om de voorbereidende studies aan een tegensprekelijk en publiek debat te onderwerpen, niet alleen over de technische kant, maar vooral over de globale opties, over de randvoorwaarden zoals het probleem van de zoutintrusie, water dat via het Boudewijnkanaal tot daar komt? Dat probleem wordt door specialisten van het Schipdonkkanaal weerlegd, maar is niettemin belangrijk om te onderzoeken.

Moet er geen bijkomend onderzoek komen naar de gevolgen voor blijvende bereikbaarheid van de Brugse binnenstad en voor vlotte doorstroming van agglomeratieverkeer op Brugse ring?

Kan het kanaal Oostende-Gent aangepast worden voor klasse V-schepen zonder schade te berokkenen aan de aangrenzende natuurgebieden?

Is er in het kader van de estuaire vaart vooruitgang geboekt met betrekking tot de aanpassing van het KB van 8 maart 2007?

Wordt er vooruitgang gemaakt – dat is niet echt uw bevoegdheid, maar toch – met de aanleg van het derde spoor?

De voorzitter

De heer Maertens heeft het woord.

Voorzitter, minister, mijn vraag zal korter zijn, ze gaat over een specifiek onderdeel van het onderwerp. Het is belangrijk dat we vertrekken van het hoofddoel, het project Stadsvaart, of een betere ontsluiting van de haven van Zeebrugge.

We moeten dat absoluut doen via het spoor, zeker en vast, maar ook via de estuaire vaart. In dat kader moet het KB worden versoepeld, en hopelijk komen er ooit die Vlaamse Baaien. Het is een en-en-en-verhaal wat ons betreft.

Het project Stadsvaart moet grotere schepen op de Ringvaart in Brugge toelaten en via een ander project ook op het kanaal Gent-Oostende. Door de ontsluiting van de haven van Zeebrugge zouden drie keer zoveel schepen als vandaag het traject afvaren met vijf keer de lading die vandaag verscheept wordt, via de Ringvaart in Brugge. Het is dus een zeer belangrijk investeringsproject.

Ik zal het specifiek hebben over een beslissing door de stad Brugge. Ik heb geen ambitie om mij te mengen in de Brugse keuken, mijnheer Landuyt, ik zal dat zeker niet doen. Omdat het een Vlaams project affecteert, moeten we daar wel bij stilstaan.

Recent besloot de stad Brugge het RUP Fort Lapin, dat sinds 2014 wegens het project Stadsvaart on hold stond, nieuw leven in te blazen. Ik heb gelezen dat uw schepen van Wonen Demon spreekt over heel wat nieuwe woningen, over een mooi potentieel. Dat is altijd goed, stadsvernieuwing is belangrijk. Hij spreekt ook over het behoud, en dat is hier belangrijk, van alle bestaande woningen. U zegt heel duidelijk, als burgemeester, dat een verbreding van de Ringvaart niet aan de orde is op deze locatie, aan de kant van Fort Lapin. U zult niet toestaan dat eigenaars onteigend worden. Dat is een legitiem principe uiteraard, maar dat beperkt wel de keuzemogelijkheden om het project Stadsvaart uit te voeren en de Ringvaart aan te passen voor die grotere schepen.

Minister, wat is uw reactie op de beslissing van de stad Brugge dat een verbreding van de Ringvaart ter hoogte van Fort Lapin niet aan de orde is? Wat zijn de implicaties van het hervatten van dit RUP en de stellingname van het stadsbestuur tegen de verbreding van de Ringvaart ter hoogte van Fort Lapin?

De voorzitter

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Voorafgaand, ik ben een groot voorstander van investeringen ten voordele van het verhogen van de capaciteit van de waterweg, eenvoudigweg omdat dat een goede ingreep is, vriendelijk voor het milieu en onvriendelijk voor de file. We kunnen zo veel vrachtwagens van de weg halen en op het water zetten. We hebben nood aan zulke investeringen. Dat gebeurt al op het Albertkanaal waar we 68 bruggen verhogen tot een doorvaarthoogte van 1,9 meter. We moeten natuurlijk ook de capaciteit kunnen verhogen op de verbinding tussen onze Vlaamse havens en Brugge en verderop, zodat ook grotere schepen daar kunnen varen en we ook daar wagens van de weg halen. Dat is een algemeen uitgangspunt.

Het is wel degelijk de bedoeling om binnen het project Stadsvaart nog de twee alternatieven voor de locatie van de nieuwe Dampoortsluis verder te onderzoeken. Dit werd beslist in de laatste stuurgroep Stadsvaart van juni 2017.

Een bijkomend onderzoek gaat onder meer over het volgende: de impact van die beide alternatieven op het grondwater; de impact op het erfgoed, inclusief een adviesvraag aan de UNESCO; de impact van het alternatief afwaarts de Krakelebrug op het rioleringsstelsel, op de afwatering van de reien, op de benodigde waterkeringen door de stijging van het kanaalpeil. Dan is er nog de impact op linkeroever; op de voorgestelde milderende maatregelen op en tegen zoutintrusie vanuit het Boudewijnkanaal; en de opmaak van een gedetailleerde waterbalans voor locatiealternatief afwaarts de Krakelebrug.

Wat het RUP Fort Lapin betreft, zullen we als onderdeel van de uit te voeren bijkomende onderzoeken bekijken in welke mate dat inpasbaar is in onze plannen. We hebben in het kader van de Stadsvaart een goed participatief proces opgezet. Ik zie niet in waarom we dat in het kader van voorbereidende studies nog eens zouden herhalen.

Naast het nautische is de betere bereikbaarheid van de Brugse binnenstad en omgeving een van de doelstellingen van het project Stadsvaart. Bijvoorbeeld, een combinatie is niet onmogelijk. We kunnen winst maken op beide vlakken. Dat kan, als we werken met hoge vaste bruggen die niet open moeten. Dat is winst zowel inzake doorstroming op het water als inzake een betere doorstroming op de weg. Dat is winst voor schepen, automobilisten, voetgangers en fietsers.

Tijdens het vervolgtraject van de uit te voeren onderzoeken zal de impact op mobiliteit en bereikbaarheid van de Brugse binnenstad vanzelfsprekend aan de orde blijven en aandacht krijgen. Het onderzoek naar de impact van de opwaardering van het kanaal van Gent naar Oostende op aangrenzende natuurgebieden, moet nog starten. De studies hiervoor zijn gepland vanaf 2020.

Aangaande de estuaire vaart is ons werk rond. We hebben overlegd met de federale overheid en een ontwerp van wijzigingsvoorstel uitgewerkt. Aangezien het traject door Nederlandse wateren gaat, hebben we dit voorgelegd aan Nederland. Ze bekijken dat. Dan zullen eventueel tekstwijzigingen plaatsvinden. We hebben dat nu geagendeerd. Ze zijn wel bezorgd, ze buigen zich daarover. Ik vermoed dat ze wel wat wijzigingen zullen suggereren. Het staat geagendeerd op de vergadering van de Permanente Commissie van Toezicht op de Scheldevaart eind oktober. Afhankelijk van de reactie van Nederland zullen de voorstellen worden bijgestuurd om ten slotte aan de Vlaamse Regering ter goedkeuring te worden voorgelegd.

Wat de vraag aangaande de aanleg van het derde spoor betreft, moet ik u doorverwijzen naar de overkant.

De voorzitter

De heer Caron heeft het woord.

Bart Caron (Groen)

Ik zal mijn vrienden aan de overkant aan het werk zetten.

Ik dank u voor uw antwoord, minister. Ik zal de discussie vandaag niet helemaal opentrekken. U laat veel dingen open.

Ik heb twee opmerkingen. We hebben al een participatieproces gehad. Ik weet niet of veel mensen dat vandaag voldoende vinden. Of het nu klasse IV of klasse V wordt, in beide gevallen zijn de werken hoe dan ook zo ingrijpend voor het weefsel van de stad dat ik denk dat burgerparticipatie in elk traject aangewezen is.

Ik herhaal dat dit te maken heeft met de impact en met de leefbaarheid. Het draagvlak voor de werken kan groter worden indien de bevolking daar nauwer bij wordt betrokken. Er leeft immers veel onzekerheid.

Een tweede punt is dat we absoluut aandacht moeten hebben voor de bereikbaarheid van en de verbinding tussen de binnenstad en de randgemeenten. We kunnen daar niet veel grote bruggen leggen. Er wordt gesproken over grote bruggen over de stadsvaart. De heer Landuyt zal de situatie in de binnenstad en langs de vesten beter kunnen uitleggen. Zo eenvoudig is het niet. Om langs dat gedeelte van de vesten tot een aansluiting te komen, moet bijna zeker met ophaalbruggen worden gewerkt. Dat moet technisch worden onderzocht. Volgens mij komt de keuze tussen de doorvaart en de leefbaarheid hier in het gedrang.

De voorzitter

De heer Maertens heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik zal nog even kort reageren. Indien ik het goed heb begrepen, wilt u verder bestuderen hoe de verbreding van de Ringvaart past in het opnieuw opgestarte RUP. Ik neem aan dat dit in wederzijds vertrouwen en in overleg met het stadsbestuur zal gebeuren. Wat de participatie en het tegensprekelijk debat betreft, heb ik begrip voor uw mededeling dat die studies voorlopig in alle discretie worden uitgevoerd. Dit zal het succes van het dossier zeker ten goede komen.

De voorzitter

De heer Landuyt heeft het woord.

Renaat Landuyt (sp·a)

Voorzitter, ik wil me aansluiten bij de stelling dat het project Stadsvaart een goed participatieproject is. Er zijn niet enkel geleerde studies, maar er zijn ook zeer veel originele inspraakmomenten. Dit is zelfs een tamelijk dure operatie. Niemand kan stellen dat er tijdens de verschillende fases geen inspraak is geweest. Ik denk dan ook dat de werkwijze van een gedeelte van de Vlaamse administratie met betrekking tot het project Stadsvaart voor anderen een voorbeeld kan zijn.

Er is een studie over de ringweg. Die studie is op een andere manier uitgevoerd dan de studie over de Stadsvaart, die eigenlijk in zuivere samenwerking is opgesteld. Het proces loopt nog en heeft drie doelstellingen. Net om die reden hebben we het over de Stadsvaart. We noemen de Ringvaart de Stadsvaart omdat het de bedoeling is het verkeer op de weg te verbeteren en het verkeer op het water te verbeteren. Dat is niet de enige doelstelling. Daarnaast is er ook het element van de stadsontwikkeling. We willen een deel van de Ringvaart mooier maken dan nu het geval is. Dit staat uitdrukkelijk in de basisovereenkomst tussen de stad en de Vlaamse administratie.

Dit is de wijze waarop we werken. In dit licht moeten we ook het GRUP voor de andere kant van de stad in het oog houden. Het is niet de bedoeling de stad lelijker te maken om de haven beter te laten functioneren. De stad en de haven zitten op dezelfde golflengte. Aangezien het dezelfde eigenaar is, gaat het trouwens om dezelfde personen.

Er is echter iets wat ons wel zorgen baart. Ik geef meteen een voorbeeld. Er is een mogelijkheid om met hogere bruggen tot een vlotter waterverkeer en een vlotter wegverkeer te komen. Dat is mijn vraag. We staan letterlijk aan de vooravond van een belangrijke beslissing van de Vlaamse Regering over een gedeelte van het project Stadsvaart. Heel precies gaat het om het gedeelte van het project dat betrekking heeft op de Steenbruggebrug. Dat is de eerste brug op de weg tussen Oostkamp en Brugge. Er zijn opties om in een hogere brug te voorzien. Hierdoor zouden er minder files op de weg en op het water zijn. Als ik het goed heb begrepen en de geruchten een beetje kan volgen, zou de Vlaamse Regering daarover morgen eventueel een uitspraak doen.

Minister, ik pleit er vandaag in alle vertrouwen voor het ene element niet door het andere element te laten afremmen. Zoals u zelf hebt opgesomd, valt er nog veel te bestuderen in verband met de Dampoortsluis en de specifieke Ringvaartsluis. Er kan echter al veel worden beslist. Wat de eerste brug betreft, kan al worden gehandeld.

Maatschappelijk is dit enorm belangrijk. We moeten alle bewoners van de hele regio ervan overtuigen dat een vlotter waterverkeer ook een vlotter wegverkeer betekent. We mogen niet onderschatten wat de waarde is van die eerste concrete stap voor het draagvlak en de geloofwaardigheid van het hele project.

Ik wil van dit forum gebruik maken om op te merken dat we al een jaar met een enorm groot probleem zitten. Er is een brug weg. Ten gevolge van een gebrek aan onderhoud of zo is de Kruispoortbrug volledig vernield. De herstellingen blijven maar duren. Voor ons is dit een echt drama dat heel het project ondermijnt. De mensen staan voortdurend in de file en ergeren zich aan het feit dat de bootjes wel en de auto’s niet door kunnen. We hebben er alle belang bij dat hiervoor zo snel mogelijk een voorlopige oplossing kan komen.

Het is goed de binnenvaart te ondersteunen, maar als er in de haven geen zeesluis meer is, hebben we ook geen reden meer om verder de binnenvaart te gebruiken.

De voorzitter

De heer De Clercq heeft het woord.

Mathias De Clercq (Open Vld)

Voorzitter, op 3 mei 2017 heeft het Vlaams Parlement unaniem een resolutie goedgekeurd waarin staat dat de binnenvaart een belangrijke duurzame speler in de logistieke sector is. Dat is een goede zaak.

We zijn het eens over de doelstellingen. Hoe meer vracht we van de weg kunnen halen, hoe beter voor het milieu, de economie en de maatschappelijke verkeersellende. Dit betekent echter dat we in de bestaande infrastructuur moeten investeren. De infrastructuur moet zo goed mogelijk worden gebruikt. De knelpunten moeten worden weggewerkt. Dit moet uiteraard altijd gebeuren met het oog op duurzaamheid en proportionaliteit.

Wat de bestaande verbinding tussen Zeebrugge en Gent betreft, zijn verbeteringen nodig en mogelijk. Het project Stadsvaart is al aangehaald. Dit moet effectief worden aangepakt. Dit betekent dat we keuzes moeten maken, onder meer over de locatie van een nieuwe grotere sluis. Dit is een van de onderwerpen van de hier gestelde vragen om uitleg.

We moeten de nodige onderzoeken uitvoeren om tot gedragen oplossingen te komen voor economie, mens en omgeving. Ik spreek vaak met heel wat mensen op het terrein die ter zake technisch meer onderlegd zijn dan ik. Een van de aangehaalde scenario’s voor de Stadsvaart betreft de Krakelesluis. Ten opzichte van de andere alternatieven zou deze sluis enorme voordelen bieden. De verbinding tussen Gent en Zeebrugge zou een sluis minder tellen. Dit zou tot een vermindering van de vaartijd met een uur kunnen leiden. Volgens mij zou dit de scheepvaart een boost kunnen geven.

Mijnheer Caron, u hebt het tegenargument aangehaald dat de Krakelesluis tot zoutintrusie zou leiden. Naar het schijnt, kan dit echt in twijfel worden getrokken. Ik heb vernomen dat dit remedieerbaar zou zijn. Bovendien zou die sluis in een omgeving met een betere aansluiting liggen dan een sluis op de Kruisvest. Ik wil me echter niet inlaten in zeer belangrijke lokale aangelegenheden.

Ik heb altijd gesteld dat we ervoor moeten zorgen dat Zeebrugge op een verstandige manier kan groeien. Ondertussen ligt de A11 er. Er wordt gewerkt aan de ontdubbeling van de spoorverbinding tussen Gent en Brugge. Ik ben voor de estuaire vaart, ook wel short sea shipping genoemd. Ik ben voor een opwaardering van het kanaal Gent-Brugge. Ik wil echter duidelijk zijn: ik ben tegen een verbreding van het Schipdonkkanaal. Daar mag geen misverstand over bestaan.

De voorzitter

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Ik dank de heer Maertens en de heer Caron voor de vragen en de heer Landuyt voor de antwoorden. (Gelach)

Mijnheer Landuyt, een van uw puntjes was niet helemaal correct. Ik probeer het dossier van de Steenbruggebrug nog in oktober 2017 te agenderen. Morgen staat dat echter niet op de agenda.

De voorzitter

De heer Caron heeft het woord.

Bart Caron (Groen)

Mijnheer De Clercq, ik wil nog een paar elementen aanhalen in verband met de Krakelesluis. We hebben deels dezelfde bronnen. Er zijn technische problemen, waarover ik me niet zal uitlaten. Er moet een oplossing komen. Het kan gaan om schepen van klasse IV of klasse V. Dimensies als de leefbaarheid, de erfgoedzorg en het van de weg halen van vracht moeten met elkaar worden gecombineerd. Dat is niet zo eenvoudig.

Overigens, mijnheer Landuyt – hij heeft ook geantwoord, dus ik mag ook iets aan hem zeggen – zijn wij absoluut blij dat er voor de Steenbruggebrug een hoge oplossing komt. Daar kan er een hoge oplossing komen, maar dat is natuurlijk niet overal zo. Als je verder voorbij de Katelijnepoort komt of daar in de buurt, wordt het heel wat moeilijker om hoge bruggen te maken.

Minister, die zorgzaamheid, bij die drie dimensies, moet u in de gaten houden. Voor de rest volgen we het dossier verder op.

De voorzitter

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is toegankelijk.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.