U bent hier

De heer Gryffroy heeft het woord.

Minister, vorige week zei u, in het kader van de vraag om uitleg rond zonnedelen, dat, indien de MIG 6 klaar is – en dat is gepland voor september 2018, maar daar moet nog decretaal werk voor gebeuren – gecombineerd met de digitale meters, er geen decretaal werk meer nodig is rond zonnedelen.

Minister, wat is de stand van zaken van het decretaal kader om de MIG 6 te kunnen realiseren? Welke decretale wijzigingen moeten er gebeuren omtrent de MIG 6?

Welke timing plant u daarvoor?

Is het reeds duidelijk of gezinnen hun overproductie aan zonne-energie zullen kunnen verkopen via injectie? Gaat dit dan via dezelfde leverancier moeten verlopen of kunnen gezinnen hiervoor op de markt gaan en een nieuwe leverancier vinden?

Vanaf wanneer zullen leveranciers aangepaste tarieven kunnen aanbieden op basis van de digitale meter? Zal dit kunnen vanaf dag één van de digitale meter, die na de introductie van de MIG 6 komt?

Minister Tommelein heeft het woord.

Collega, een aantal elementen om MIG 6 te realiseren, moeten inderdaad worden opgenomen in reglementaire teksten. Deze reglementaire teksten zullen zich vooral situeren op een wijziging van het Energiedecreet en het Energiebesluit en zitten reeds in de administratieve procedure. We zijn die dus aan het uitwerken. De timing van de aanpassingen aan het Energiedecreet zullen gerealiseerd zijn voor midden 2018.

De invoering van MIG 6 zal op het niveau van het decreet impact hebben op een aantal definities, bijvoorbeeld het toegangspunt, toegang tot het net, afnamepunt, injectiepunt en bijgevolg op de bepalingen waar die definities worden gebruikt. De meeste wijzigingen zullen zich op niveau van het Energiebesluit en de technische reglementen situeren. U spreekt meteen van knelpunten, maar ik ga de dialoog aan met de verschillende stakeholders om een gezamenlijke oplossing te vinden.

Mijnheer Gryffroy, zoals ik reeds heb geantwoord op de vragen aangaande de digitale meter is het duidelijk dat de prosumenten het recht hebben op een terugdraaiende teller en dit gedurende vijftien jaar na aanmelding van hun installatie. Indien het alternatief systeem voldoende attractief is, kunnen de prosumenten wel degelijk op een ander systeem overstappen en dan hun overproductie valoriseren.

Het nieuwe allocatiemodel onder MIG 6 biedt – in tegenstelling tot het huidig geldende allocatiemodel – wel de mogelijkheid om de overproductie van een prosument te identificeren in de allocatie. In dat systeem worden de geïnjecteerde en afgenomen energiehoeveelheden van de prosument niet langer met elkaar in mindering gebracht, maar worden deze apart vermarkt.

MIG 6 voorziet in de mogelijkheid om deze injectie en afname bij één leverancier te vermarkten of bij twee verschillende leveranciers. Hiernaast voorziet MIG 6 ook in de mogelijkheid om productie en verbruik te vermarkten, ook al dan niet bij dezelfde leverancier. Het zal afhangen van de timing van de start van MIG 6 versus de start van de uitrol van de digitale meter of een prosument al onmiddellijk na de plaatsing van de digitale meter zal kunnen opteren voor vermarkting bij twee verschillende leveranciers.

Wat betreft de timing van MIG 6, heb ik inderdaad gesteld dat ik er wel degelijk op sta dat dit systeem midden 2018 een opstart kent, zodat bij de uitrol van de digitale meter de functionaliteiten kunnen worden gebruikt.

Aan MIG 6 zijn jaren van voorbereiding voorafgegaan. Ik ben op de hoogte gebracht van mogelijke vertragingen. Mijn kabinet heeft hierover reeds een aantal vergaderingen gehad. Ik zie de netbeheerders en de Federatie van de Belgische Elektriciteits- en Gas Bedrijven (FEBEG) later deze maand over dit issue.

In principe zullen de leveranciers na introductie van MIG 6 bij afnemers met een digitale meter dynamische prijzen kunnen aanbieden.

De heer Gryffroy heeft het woord.

Ik heb daaromtrent geen verdere vragen. Het is me nu duidelijk wat er in het decretaal kader moet komen omtrent MIG 6 en digitale meters. Dat lijkt mij een logische stap. We wachten verder het decretaal werk af.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

zullen de commissiewerkzaamheden voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.