U bent hier

De heer Gryffroy heeft het woord.

Minister, de distributienetbeheerders (DNB’s) kunnen een aantal REG-premies (rationeel energiegebruik) geven in het kader van het REG-actieplan. In juni 2017 stelde ik een aantal schriftelijke vragen over de toekenningen en uitbetalingen van diverse REG-premies in 2016 voor isolatieprojecten, glasisolatieprojecten, warmtepompen, zonneboilers enzovoort.

Ik kreeg als antwoord dat men de cijfers niet voor oktober kon geven. Ik heb begin oktober 2017 mijn schriftelijke vraag opnieuw moeten indienen. De gegevens van de REG-premies worden begin mei door de distributienetbeheerders doorgestuurd. In november zullen we daar een verificatie van krijgen. De facto zullen we de cijfers dus krijgen tien maanden na het afsluiten van 2016. Nochtans is het nogal logisch dat, als men een beleid wil voeren, men die cijfers heel snel wil krijgen. Als we de geverifieerde cijfers over rationeel energiegebruik van 2016 pas eind 2017 kunnen krijgen, zijn we niet goed bezig en kunnen we de evolutie niet controleren.

Minister, is het in godsnaam niet mogelijk dat het Vlaams Energieagentschap (VEA) en de DNB’s die zaken op een digitaal platform brengen, zodat het onmiddellijk kan worden geverifieerd, waardoor men drie maand later alle gegevens kan hebben? Zo zou het toch moeten lopen. Kunt u databases opzetten met bijvoorbeeld het Rijksregister of de FOD Financiën, waar ook het VEA toegang toe heeft? Als we altijd zo lang moeten wachten op de cijfers, hebben we een probleem om te verifiëren. Wat gaat u doen om het opvragen van dergelijke cijfers veel sneller te laten gebeuren dan die tien maanden?

Minister Tommelein heeft het woord.

Mijnheer Gryffroy, u weet dat ik uit de privésector kom, ik ben niet geboren in de politiek. Dit is iets wat me in het algemeen wel zorgen baart. De data-aanlevering, de opvolging, de cijfers die ook een minister nodig heeft om een goed beleid te voeren: ik geef eerlijk toe dat dat absoluut beter moet kunnen.

Ik wil in mijn antwoord in de eerste plaats verduidelijken wat de huidige rapporteringsverplichtingen over de REG-premies inhouden. Daarover bestaan klaarblijkelijk nogal wat misverstanden. De netbeheerders rapporteren immers in verschillende mate van detail en in verschillende snelheden over de energiepremies.

Maandelijks – voor 2017 was dit trimestrieel – ontvangt het VEA een beperkte rapportering. Dit overzicht laat toe om in globo de uitbetaalde dossiers per premieactie – bijvoorbeeld voor dakisolatie of zonneboiler – en de uitbetaalde bedragen op te volgen.

Detailvragen kunnen op basis van deze rapporteringen echter niet worden beantwoord. Het gaat hierbij steeds over momentopnames en voorlopige cijfers. Er gebeuren immers door de netbeheerders ook nog correcties op bepaalde dossiers. Ook wijzigen sommige dossiers van status. Een sprekend voorbeeld zijn glas- en muurisolatiedossiers die initieel als afzonderlijk dossier worden gerapporteerd, maar die later alsnog in een combipremie worden omgezet indien de tweede investering tijdig wordt uitgevoerd.

De maandelijkse rapporteringen laten naar mijn mening voldoende toe om de evolutie van het premiebeleid op te volgen, weliswaar rekening houdend met een onvermijdelijke vertraging in de cijfers. Premiewijzigingen gaan immers vaak pas in vanaf een bepaalde factuurdatum. De klant krijgt daarnaast na ontvangst van de factuur ook nog ruim de tijd om zijn premieaanvraag in te dienen. De netbeheerders hebben tijd nodig om de ingediende aanvragen ook effectief te verwerken.

Eén keer per jaar, rond 1 mei, rapporteren de netbeheerders in detail over de dossiers uitbetaald in het voorafgaande jaar. In deze jaarlijkse rapportering wordt niet in globo gerapporteerd, maar in detail, dossier per dossier. Deze jaarlijkse rapportering bevat substantieel meer gegevens die toelaten om diepgaandere analyses uit te voeren.

Pas in deze fase wordt er bijvoorbeeld gerapporteerd over de geplaatste vierkante meters isolatiemateriaal, over de behaalde warmteweerstand, over het type warmtepomp, over de premieverhogingen voor beschermde afnemers enzovoort. Het is op deze detailrapportering dat het VEA controles doet. Deze controles hebben betrekking op een heel aantal zaken.

Zo verifieert het VEA of het uitbetaalde premiebedrag in overeenstemming is met de detailparameters van het dossier – vierkante meter, al of niet beschermde afnemer, type uitvoerder. Anderzijds wordt bijvoorbeeld ook nagegaan of over alle gevraagde parameters wordt gerapporteerd en of die in overeenstemming zijn met de actievoorwaarden. De dossiers waarvoor het VEA een probleem vaststelt, gaan in de loop van de zomer terug naar de netbeheerders voor feedback. Deze feedback wordt opnieuw verwerkt en resulteert tegen 1 oktober, de wettelijk vastgelegde einddatum, in een definitieve rapportering voor een bepaald uitbetaaljaar.

Betekent dit dat er een grondig probleem is met de kwaliteit van de initiële rapporteringen door de netbeheerders? Neen, algemeen is de kwaliteit van de jaarrapportering hoog. Voor heel wat dossiers die initieel als probleem worden aangeduid door het VEA, komt in de feedbackronde een adequate uitleg.

U moet begrijpen dat dit controleproces, gelet op het grote aantal premiedossiers, enige tijd in beslag neemt. Ik heb er in mijn antwoord op eerdere schriftelijke vragen voor gekozen om geen cijfers vrij te geven zolang het controleproces niet was voltooid. Ik wil bovendien ook niet dat met deze controles lichtzinnig wordt omgesprongen.

De besparingen gelinkt aan premiedossiers worden immers ook gebruikt voor het halen van de resultaatsverplichting opgelegd in artikel 7 van de richtlijn Energie-efficiëntie. De vereisten waaraan beleidsmaatregelen moeten voldoen om mee te kunnen tellen voor dit artikel 7, zijn niet min. Zo moet er een uitgebreid controlesysteem zijn opgezet ter verificatie van de geclaimde besparingen. En in de laatste versie van de nieuwe richtlijn wil de Europese Commissie nog strengere eisen opleggen aan dat controlesysteem. 

Samengevat ben ik van mening dat het premiebeleid met de maandelijkse rapporteringen voldoende kan worden opgevolgd. Ik ben er bovendien niet van overtuigd dat er altijd snel moet worden ingegrepen in de premievoorwaarden en de premiehoogtes. Om burgers en bedrijven aan te zetten om te investeren in energiebesparende of milieuvriendelijke maatregelen, moet ook de nodige zekerheid worden geboden aangaande de financiële ondersteuning die daartegenover staat. Premies om de haverklap wijzigen of bijsturen is naar mijn mening nefast voor de investeringsbereidheid.

Ik ben wel bereid om de manier van rapporteren op termijn te herbekijken indien de verschillende netbeheerders onder de Fluvius-noemer gaan samenwerken en hun premieverwerkingssystemen op elkaar zullen afstemmen of zelfs integreren. Misschien kunnen we dan ‘the best of both worlds’ combineren.

Ik kan verwachten dat een meer geautomatiseerde toegang tot de premiedata technisch eenvoudiger zal worden.

De heer Gryffroy heeft het woord.

Dat premiebeleid met maandelijkse rapportering is geen publiek document. Het is iets dat intern blijft, bij jullie en bij het Vlaams Energieagentschap. U zult begrijpen dat tien maanden moeten wachten op cijfers na het stellen van twee schriftelijke vragen eigenlijk niet bevorderlijk is voor de nieuwe IT-wereld waarin we leven.

Ik heb hier nog een ander voorbeeld. Op de website www.energieopwek.nl kunt u realtime zien wat er op dit ogenblik wordt geproduceerd aan windenergie, biogas en pv-panelen.

Bij ons vinden we bij de Vlaamse Regulator van de Elektriciteits- en Gasmarkt (VREG) certificaten terug tot eind augustus 2017.  Het aantal installaties en geïnstalleerd vermogen vinden we via www.energiesparen.be terug tot en met maart 2017. Maar over datgene wat er wordt geproduceerd aan groene energie, vind ik cijfers terug tot eind 2015, op diezelfde website. Er bestaan nog andere websites rond de CO2-uitstoot in Europa, waarvan de cijfers niet kloppen. Er zitten daar rekenfouten in of er is 1000 megawatt te kort.

Maar als ik dan zie wat Nederland kan met www.energieopwek.nl – hier ziet u een afdruk –, dan moet ik zeggen dat we ook op dat vlak enorm achterstaan qua data.  Hoe kunnen we in godsnaam een energiebeleid bepalen als we niet beschikken over correcte realtime meetgegevens? Daarom wil ik u vragen dat dat geheel van datadoorstroming tussen VREG, Energiesparen, VEA en distributienetbeheerders veel efficiënter wordt bekeken. Als Nederland het kan, waarom wij dan niet in Vlaanderen?

De heer Tommelein heeft het woord.

U hebt gelijk, mijnheer Gryffroy.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

zullen de commissiewerkzaamheden voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.