U bent hier

Commissievergadering

donderdag 12 oktober 2017, 14.00u

Voorzitter
van Joris Poschet aan minister Philippe Muyters
138 (2017-2018)
De voorzitter

De heer Poschet heeft het woord.

Joris Poschet (CD&V)

Bij de 100 best verdienende sporters ter wereld staan 99 mannen en één vrouw, namelijk Serena Williams. Ook binnen dezelfde sporttak zijn er grote verschillen. Het loon van een vrouwelijke eersteklassevoetbalster is peanuts in vergelijking met haar mannelijke tegenhanger. Dat geldt zelfs voor iemand die in de provinciale afdeling speelt en dan spreek ik nog niet over de omkadering. Ze krijgen dan misschien één bon van 50 euro voor kinesitherapie per jaar, terwijl hun mannelijke collega’s veel meer in de watten gelegd worden.

Vorig weekend was er nog ophef rond de Brussels Marathon. Daar won de mannelijke winnaar 1000 euro en de vrouwelijke 300 euro. Na een publiek debat hierover, besloten de organisatoren het prijzengeld voor beide seksen gelijk te trekken.

Uiteraard spelen bij de verloning en het prijzengeld marktmechanismen, zoals de wet van vraag en aanbod, een doorslaggevende rol. Het gaat ook meestal om privé-initiatieven. Een aantal, vooral grotere evenementen, worden echter ondersteund door Sport Vlaanderen. Hier zijn er misschien wel mogelijkheden om een duw richting gelijke kansen te geven.

Deze week kwam ook het verhaal van het Noorse nationaal elftal in het nieuws. Zij hebben besloten om hun prijzengeld te delen met hun vrouwelijke collega’s, die trouwens een veel mooier palmares kunnen voorleggen dan de mannen. De KBVB reageerde meteen door te zeggen dat ze dat niet van plan zijn. Wat vindt u van dat Noorse voorbeeld en van de reactie van de KBVB?      

Op welke manier kan Sport Vlaanderen de genderkloof in het prijzengeld mee helpen dichten bij de evenementen waar Sport Vlaanderen partner is?

 Zijn er bij de toekenning van subsidies door Sport Vlaanderen bepalingen rond prijzengeld opgenomen?

Welke mogelijke maatregelen ziet u om tot eenzelfde effect te komen in de sportwereld in het algemeen?

De voorzitter

Minister Muyters heeft het woord.

Het is goed dat de vraag gesteld wordt, maar het antwoord is niet evident. Het is ook geen evident onderwerp. Wanneer het om gendergelijkheid in de sport gaat, moeten we inderdaad ook rekening houden met de marktmechanismen die een rol spelen bij de verloning en het prijzengeld.

Ik geef een aantal voorbeelden om de complexiteit te duiden: moeten spelers van ploegen uit onze 1B competitie evenveel krijgen als spelers uit onze 1A competitie? Volgens mij trainen ze evenveel en duurt de match voor beide 90 minuten. Moeten ze dan ook hetzelfde loon krijgen? Krijgt iedere speler binnen eenzelfde profploeg een gelijk loon? Krijgt de eerste uit de categorie +50 tijdens een marathon evenveel als de winnaar in de elitecategorie? Is dit dan discriminatie op basis van leeftijd?

Anderzijds zie je bijvoorbeeld wel prijzenpariteit in de Grand Slam-tornooien van het tennis. Het prijzengeld bij een WK Atletiek of een WK Zwemmen is gelijkgeschakeld. Ook op de Olympische Spelen is er een duidelijke pariteit.

Omwille van de marktmechanismen die spelen bij topsportevenementen, heeft Sport Vlaanderen geen rechtstreekse impact op het prijzengeld dat organisatoren voor sportevenementen hanteren.  Het zou immers kunnen dat bij verplichte gelijkschakeling één van de competities niet kan plaatsvinden. Sport Vlaanderen heeft immers geen invloed op de belangrijkste parameters die de prijszetting bepalen, zoals sponsorinkomsten, inkomsten uit tv-rechten, enzovoort. In de reglementen van het Vlaamse subsidiebeleid werden dan ook geen specifieke beoordelingscriteria opgenomen rond prijzengeld. De focus is vooral gericht op de sportieve kwaliteit van het evenement.

Sport Vlaanderen zorgt uiteraard wel voor gendergelijkheid in de verloning van topsporters onder contract bij Sport Vlaanderen. Dat vind ik wel belangrijk. Binnen Sport Vlaanderen zijn de loonbarema’s voor mannelijke en vrouwelijke topsporters gelijk. Ook de instapcriteria zijn voor alle topsporters gelijk op basis van vastgelegde doelprestaties. Daarop hebben we invloed en dat is volgens mij essentieel.  

Daarnaast zou Sport Vlaanderen ook een rol kunnen spelen door aan organisatoren van sportevenementen te vragen om bij de complexiteit en de gevoeligheid rond genderdiscriminatie extra stil te staan. Ik zou hierop het principe ‘comply or explain’ willen toepassen. Ofwel gelijke lonen en prijzengelden voor mannen en vrouwen, ofwel onderbouwen vanwaar het verschil komt. Op die manier wordt het debat levendig gehouden, waardoor ook sneller stappen richting gendergelijkheid kunnen worden gezet. Ik zal dus aan Sport Vlaanderen de opdracht geven om in de uitbouw van relaties met Vlaamse evenementorganisatoren dit thema ter harte te nemen, en ik roep ook de Vlaamse sportfederaties op om mee het debat te voeren.

Daarmee kan ik mijn steentje bijdragen. Ten eerste: onze wedden voor mannen en vrouwen zijn gelijk. Ten tweede: het debat verder voeren door bij prijzengelden van evenementen die wij sponsoren te vragen om gelijkheid of om een uitleg waarom dat niet kan.

De voorzitter

De heer Poschet heeft het woord.

Joris Poschet (CD&V)

Minister, ik vind dit een raar antwoord. U begint met een reeks vragen te stellen aan een parlementslid. Dat mag u. Dat is uw recht, natuurlijk. En u lijkt daarbij te hinten naar een zeer egalitaristische algemene oplossing, met een communistisch snuifje. En dan maakt u een bocht en landt u op de positie waarop ik u graag had zien landen. Dat vind ik dus wel goed.

U zegt dat de loonbarema’s gelijk zijn voor mannen en vrouwen binnen de contracten die door Sport Vlaanderen worden afgesloten. Dat vind ik uiteraard een vanzelfsprekendheid. Maar u zegt ook dat u wil werken met organisatoren van sportevenementen en wedstrijden om hen ertoe te dwingen eens stil te staan bij die vraag of, zoals u het zo mooi zegt: ‘comply or explain’. Ik vind dat een goed principe.

Ten eerste, wij kunnen dat onmogelijk decretaal vastleggen. Ten tweede, als wij dat decretaal zouden kunnen vastleggen, zullen er wel voldoende zijmechanismen ontstaan waardoor er nog altijd verschillen zijn. Dan wordt aan de mannen een auto gegeven of weet ik veel. Er komt dan op een andere manier een verloning, die dan niet officieel meegerekend moet worden. We kennen de creativiteit van de Vlaming en de Belg op fiscaal en parafiscaal vlak.

Ik kijk ernaar uit wat dat gaat geven. Ik vraag me af of we daar op de een of andere manier een monitoring van kunnen doen. Gaan we een nulmeting kunnen doen waarmee we kunnen zeggen: ‘Op dit moment blijkt uit een steekproef dat in de wielerwedstrijd in Bazel-Hoogstraatkermis, voor de vrouwelijke renner bijvoorbeeld 200 euro wordt gegeven en voor de man 1000 euro? Wat zal dat zijn binnen een jaar of binnen twee jaar?’ We moeten dit vooral focussen op de wedstrijden waarop Sport Vlaanderen een impact heeft. Ik ga dit zeker blijven opvolgen.

De voorzitter

De heer Annouri heeft het woord.

Mijnheer Poschet, dank u voor de vraag. Ik vind dit een zeer terechte en relevante vraag. Ik denk dat wij dat allemaal vinden. Deze zomer is gebleken, in het hockey, het volleybal, het basketbal en het voetbal, dat onze vrouwen internationale top zijn. Daar is iedereen het hier over eens. Het aankaarten van die ongelijke verloning is geen nieuw probleem. Ik herinner mij een documentaire waarin een tennisster heel symbolisch een wedstrijd speelde en won tegen een man, om aan te klagen dat vrouwen te weinig verdienen hoewel ze minstens even spectaculair en goed kunnen tennissen. Ik herinner mij ook dat in 2016 in de Verenigde Staten vijf voetbalsters van de nationale ploeg de bond hebben aangeklaagd omdat ze vonden dat zij veel te weinig kregen in vergelijking met de mannenvoetbalploegen. Vrouwelijk ‘soccer’ is in de VS wereldtop, terwijl de mannen het iets minder goed doen. Zij vonden dat zeer onrechtvaardig.

Je moet twee dingen uit elkaar halen. Ten eerste denk ik, heel persoonlijk, dat een nationale sportploeg een symboolfunctie heeft die aantoont dat hier meer speelt dan alleen maar een marktlogica. Mijn persoonlijke mening is dat het niet meer dan logisch is dat overal waar sporters – man of vrouw – een nationale ploeg vertegenwoordigen, zij hetzelfde krijgen. Een nationale ploeg draait niet om verloning maar om de eer om uw eigen land te vertegenwoordigen op het hoogste niveau. Wie daarvoor wordt geselecteerd, moet, wat mij betreft, dezelfde verloning krijgen. Man of vrouw. Minister, het zou niet de eerste keer zijn dat we een heel duidelijk signaal mogen sturen naar de Belgische voetbalbond en naar alle Belgische bonden omdat wij vinden dat er een eerlijke of gelijke verloning moet komen voor mannen en vrouwen. Onze Belgian Red Devils en Belgian Red Flames moeten, als ze voor de nationale ploeg spelen en dat truitje aantrekken, hetzelfde kunnen krijgen. Dat is mijn overtuiging.

Mijnheer Poschet, dat neemt niet weg dat in de competities er veel meer volk gaat kijken naar mannenvoetbal. Die krijgen ook veel meer tv-uitzendrechten. Dat geldt ook voor het mannenvoetbal in de VS, dat geldt internationaal, dat geldt voor het basketbal. Die trekken veel meer mensen en hebben een veel grotere afzetmarkt. Daardoor zijn de lonen die worden uitbetaald veel hoger. Als het gaat over clubs, hebben wij de opdracht om de vrouwentak ervan veel meer in het daglicht te plaatsen, zodat de kijkers thuis en de supporters veel meer naar die wedstrijden kijken, waardoor ze een grotere afzetmarkt krijgen. Zo zullen ze hoe langer hoe meer op een gelijke voet naast de mannentakken komen te staan.

Minister, deelt u mijn oproep om in de nationale ploegen van eender welke tak de mannen en de vrouwen hetzelfde loon te laten krijgen omdat het dan gaat over de symbolische waarde dat ze een land vertegenwoordigen en niet over de marktlogica? Wilt u, namens dit parlement, een signaal sturen naar de Belgische Voetbalbond dat wat ons betreft de mannen en de vrouwen daar hetzelfde moeten kunnen krijgen?

Ziet u voor u een piste weggelegd om ervoor te zorgen dat die vrouwentakken meer supporters kunnen trekken, meer betrokkenheid kunnen krijgen en daardoor hun plek op de markt meer kunnen innemen?

De voorzitter

De heer Bajart heeft het woord.

Lionel Bajart (Open Vld)

Het verschil in prijzengeld en verloning tussen mannelijke en vrouwelijke atleten ligt eigenlijk in lijn met het verschil tussen populaire en minder populaire sporten. Je kunt stellen dat wat geldt voor minder bekende sporten, vaak geldt voor de vrouwencompetities. Het gaat dan om: weinig toeschouwers, geen of zeer weinig media-aandacht, geen sponsoring, en minder kans om supporters warm te maken.

We hebben dus te maken met een vicieuze cirkel, en uit een vicieuze cirkel treden, is natuurlijk geen sinecure. We moeten ook realistisch zijn en blijven over de hefbomen die de Vlaamse overheid daarvoor heeft of niet heeft. Ik vind dat de suggestie van de minister rond ‘comply or explain’ wel de goede richting uitgaat.

Anderzijds is dit niet enkel een verhaal van inkomsten. Het is ook een verhaal van een cultuuromslag. Wat dat betreft, heeft het Noorse voetbal een interessante stap gezet. Het is jammer dat de KBVB zo snel duidelijk heeft gemaakt dat hij niet van plan is die richting uit te gaan.

Minister, we hebben het vaak over rolmodellen. Vorige week verwees collega Poschet er nog naar toen het ging over de strijd tegen homofobie. Misschien is het in dezen interessant om nog eens te kijken naar de VN-campagne rond vrouwenrechten, HeForShe. Net zoals in de strijd tegen homofobie, waarbij topsporters zich engageerden, zou het misschien niet slecht zijn dat de mannelijke atleten bij ons het opnemen voor hun vrouwelijke collega’s. Dat kan een bijdrage leveren. Dat kan een aanzet zijn, zowel met betrekking tot de cultuuromslag, die zo belangrijk is, maar altijd zeer moeilijk, en die binnen bonden en bij organisatoren moet gebeuren, als met betrekking tot de inkomsten, door via deze optie allemaal samen meer de aandacht te vestigen op onze vrouwelijke atleten.

De voorzitter

De heer Moyaers heeft het woord.

Bert Moyaers (sp·a)

Ik wil de collega’s danken voor de vraag en de bijkomende vragen. Ik kan me er voor een groot stuk in vinden, maar ik heb er misschien ook wel een vreemde gedachtegang aan overgehouden. Socialisten moeten normaal altijd pleiten voor gelijkheid, en ik wil zeker geen afbraak doen aan de prestaties van vrouwelijke winnaars, zeker ook bij de marathon van Brussel, maar ik heb een mooi citaat gelezen van Ray Bloomberg, een socioloog aan de Universiteit van Virginia, dat ik hier even wil aanhalen: “Mochten buitenaardse wezens ooit onze planeet bezoeken en onze schoolboeken lezen, dan zouden ze geen flauw benul hebben van wat vrouwen allemaal bijdragen aan de maatschappij.”

Ik vond dat heel mooi om hierbij te citeren, zeker als je bijvoorbeeld naar het Noorse voetbal gaat kijken. Er is al een paar keer gezegd dat het voetbal in Noorwegen zo’n mooie voorbeeldfunctie heeft, maar eigenlijk hebben die vrouwen daar ook veel harder voor moeten presteren om de mannelijke collega’s zo ver te krijgen om te delen. De vrouwelijke Noorse voetbalploeg is eenmaal wereldkampioen geworden, tweemaal Europees kampioen en eenmaal olympisch kampioen. Hun De mannelijke collega’s hebben eigenlijk niets gepresteerd, of in elk geval niet zulke toernooien gewonnen. De loonkloof blijft voor mij dus ook veel te groot. Voor gelijke prestaties is dat onaanvaardbaar.

Het voorbeeld van de marathon in Brussel is voor mij niet zo zwart-wit. De organisatie heeft in mijn ogen vooral ongelukkig gecommuniceerd over hoe ze hun prijzengeld wilden geven. Ik volg de minister daar voor een stuk in. Het was veel beter geweest om een geldprijs te koppelen aan een toptijd of een topprestatie. Zonder afbreuk te willen doen aan de vrouwelijke winnaar, maar dat had veel mediahetze kunnen voorkomen. Ik wil even staven wat ik bedoel: de mannelijke winnaar zou een olympisch diploma gekregen hebben, want die had de 8e beste tijd, terwijl de tijd van de vrouwelijke winnaar – het was voor haar ongetwijfeld een topprestatie – op olympisch niveau niet eens in de top 120 zou zijn terechtgekomen. Mijn voorstel zou dus geweest zijn om evenwaardig prijzengeld te koppelen aan evenwaardige prestaties. Als de organisatie een tijd aan een bepaalde som geld gekoppeld had, dan was het voorbeeld van Brussel in dit geval niet aan bod gekomen.

Dus ja, de loonkloof is veel te groot, maar vergelijk ook de prestaties met elkaar, en niet appelen met peren.

De voorzitter

De heer Wouters heeft het woord.

Peter Wouters (N-VA)

Ik dank collega Poschet voor het openen van deze doos van Pandora – dat is hier met alle replieken wel duidelijk. Ik volg de minister in zijn uitleg en de vergelijkingen die hij maakt. Ik vind dat hij soms zelfs nog niet ver genoeg gaat.

Behalve het verschil tussen mannen en vrouwen, dat gigantisch groot is, heb je ook het criterium van olympische en niet-olympische sporten. Ik ken echte topsporters, mannen en vrouwen, die jiu jitsu doen en die eigenlijk aan de bedelstaf zitten om hun sport op het hoogste niveau te kunnen beoefenen. Dat is een ongelijkheid die misschien los staat van het verhaal van de heer Poschet, maar het typeert wel hoe de sportwereld in elkaar zit. Pas als er ergens centen naartoe gaan, kun je ze ook verdelen. Als je dan voor een gelijke verdeling bent tussen mannen en vrouwen, kan ik daar heel ver in meestappen.

Ook de media-aandacht die een bepaalde sport krijgt, speelt een rol. Recent was er nog het verhaal van de familie Hendrickx in het kunstschaatsen. Broer en zus kwalificeerden zich allebei voor de Olympische Winterspelen. Dan vind je in de achterste rubriek, tussen de provinciale sporten, een artikeltje over de knalprestatie van die broer en zus Hendrickx. Ik wil maar aantonen dat we op het gebied van gelijkheid in de sport nog een hele weg te gaan hebben.

Misschien moeten wij van hieruit een oproep aan de Rode Duivels lanceren, dat zij als rolmodel het goede voorbeeld zouden geven. Als er nu één bevolkingsgroep is die dat financieel zou kunnen zonder het hard te voelen, zijn zij het wel. Dan denk ik dat we al een heel eind op weg zijn.

De voorzitter

De heer Wynants heeft het woord.

Herman Wynants (N-VA)

Ik wil even de exacte feiten aanhalen, collega’s, met betrekking tot het geldelijke verdelingssysteem. Het heeft allemaal te maken met de media, met de uitzendingen. Daar kun je niets aan doen. Waar de minister bevoegd voor is, de topsport in Vlaanderen, daar zijn de loonbarema’s voor mannelijke en vrolijke topsporters gelijk. Dat is het enige waar hij iets aan kan doen.

Ik zal u een vergelijking geven tussen de Proximus League en de Jupiler Pro League. De Jupiler Pro League krijgt 80 miljoen euro van MP & Silva. In eerste klasse B krijgen wij van Proximus 8 miljoen euro. Dat is een tiende. Waarvan is dat afhankelijk? De tv-zenders weten dat naar de Proximus League 1000 mensen kijken, en naar de Jupiler Pro League 100.000. Dus als je morgen zegt dat dat geld gelijk verdeeld moet worden, gaan zij dat niet meer uitzenden. Dan heb je niets meer.

Het is dus allemaal afhankelijk van de media. Die bepalen die bedragen. Als je dat kunt veranderen, moeten we morgen aan de minister van Cultuur, aan de heer Gatz, vragen dat in de toekomst de tv-middelen gelijk verdeeld moeten worden over iedereen. Dat is misschien de volgende stap. Ik weet niet of er anders een oplossing is. Maar je moet er even bij stilstaan dat dat niet zo simpel is.

Ik wil nog even het voorbeeld van de mannen en de vrouwen aanhalen. De mannelijke spelers krijgen enorm veel subsidies. Die komen van de media. Die betalen voor die wedstrijden 2 à 3 miljoen euro voor een uitzending. Bij de vrouwen is dat 50.000 euro. Kun je dan zeggen dat je die 1.050.000 euro onder alle 24 moet verdelen? Dat is misschien een voorstel voor minister Gatz.

Bart Caron (Groen)

Er zijn grappig genoeg ook sporttakken waar de organisator aan de media moet betalen om uitgezonden te worden. Het is dus heel ontwricht. De markt bepaalt.

Dat voorbeeld geldt zelfs voor veel semiklassiekers in het wielrennen, toch de populairste sport op televisie, dat de organisatoren moeten betalen aan de media.

De voorzitter

Minister Muyters heeft het woord.

Dat was ook mijn aanzet. De discussie is moeilijk en die kan niet gevat worden in een simpele slogan. Die zou kunnen zijn: ‘gelijke wedde voor gelijk werk’. Maar wat is hier ‘gelijk werk’? U vraagt of we het voorbeeld niet moeten geven met de nationale voetbalploeg. De volgende vraag is dan of we leeftijdsdiscriminatie mogen aanvaarden. Dat mag niet, is het niet, mijnheer Annouri? De 23 spelers die voor de nationale ploeg spelen moeten dan toch ook hetzelfde loon krijgen? Ik vraag dat niet, maar ik wil u hiermee wijzen op de complexiteit van die redenering. We kunnen zo nog een tijdje doorgaan: waarom krijgt de nationale volleybalploeg 50 euro per match en waarom verschilt dat zo van de nationale ploeg in het voetbal?

Kortom, mijnheer Poschet en mijnheer Annouri, ik snap de uitgangspunten, maar de discussie is helemaal niet eenvoudig. Wie van de aanwezigen denkt dat als we het prijzengeld voor de Ronde van Vlaanderen voor mannen en vrouwen gelijkschakelen dat de Ronde van Vlaanderen voor vrouwen of voor mannen nog georganiseerd kan worden? Het is een complex geheel, maar ik wil de discussie wel open houden. We mogen er niet sloganmatig door racen, en ik zeg niet dat dit hier gebeurt. De heer Moyaers zei het al, de filosofie is: we trekken een topper aan met prijzengeld om die marathon interessant te maken en dan hebben we prijzengeld voor de mannen. De prestatie is ook geleverd, namelijk tien minuten boven het record, daar waar het bij de vrouwen een uur boven het record was. Daarom is mijn voorstel: ‘comply or explain’. Als je kan uitleggen waarom er een verschil in prijzengeld is, dan vind ik dat aanvaardbaar. Maar als de vraag is om aan de voetbalbond voor te stellen om de lonen gelijk te stellen, is mijn antwoord: neen.

U reageert raar, maar vindt u het dan juist dat bijvoorbeeld in een competitie van loopwedstrijden, er ook categorieën zijn, op basis van leeftijd en met verschillende prijzengelden? Mag dat dan nog wel? Ik vind het dus een moeilijke kwestie. Het gaat ook om commerciële belangen, zoals de heer Wijnants zegt. Wat zijn de inkomsten, wat mag je dan uitgeven, of moet alles gesolidariseerd worden? Volgens mij werkt dat ook niet.

De heer Poschet vroeg om te monitoren. Wat ik voorstel is dat we de ‘comply or explain’ in kaart brengen. Ik geef opdracht aan Sport Vlaanderen om waar wij evenementen ondersteunen, we de ‘comply or explain’ vraag stellen en dat we dat dan monitoren. Wanneer heeft men zich al dan niet aan de norm gehouden en wat was de uitleg die daaraan werd gekoppeld? Op voorhand ga ik niet zeggen dat de lonen moeten stijgen. Voor het ogenblik brengen we het in kaart.

De voorzitter

De heer Poschet heeft het woord.

Joris Poschet (CD&V)

Minister, ik ben verrast door de levendige reacties die van alle kanten komen. Het is blijkbaar een gevoelig onderwerp, dat bovendien niet eenvoudig is. U probeert het soms op flessen te trekken om het nadien weer wat te nuanceren omdat u dan ook voelt dat het te ver gaat. Niemand heeft hier gezegd dat er voor elke sporter een gelijk loon moet zijn binnen eenzelfde sporttak.

Alleen voelt iedereen wel aan dat de discrepanties vandaag te groot zijn. In mijn gemeente Jette ben ik bevriend met een dame die speelt in de eerste ploeg van een eerste klasse voetbalploeg. Ze hebben vorig jaar zowel de beker als de kampioenstitel gewonnen. Ze trainen drie keer per week en dan is er nog de match met de verplaatsingen. Per gelijkspel krijgen ze 10 euro, en als ze winnen, krijgen ze 30 euro. Daarmee kan je in de kantine nog geen rondje geven. Voor die mensen is het onvoldoende te zeggen dat we niet iedereen hetzelfde loon kunnen geven. Uiteraard ligt de sleutel bij de inkomstenbron. Die is ofwel extern of intern. Dat laatste kan er dan in bestaan dat de nationale ploegen onderling uitmaken dat er een herverdeling moet zijn tussen mannen- en vrouwenteams. Dat kan op termijn eventueel ook in de andere richting gebeuren, als vrouwenteams meer geld zouden binnenrijven dan mannenteams. De externe bron is de media. De laatste jaren hebben we bij de VRT wel een verandering gezien: er was veel meer aandacht voor vrouwelijke competities, zelfs in primetime, die veel kijkers hebben getrokken. Misschien zijn ze in die zin rendabeler in aankoopprijs dan de mannencompetities. Ook de G-sport, met de Paralympics van vorig jaar, was een voltreffer en de media hebben daarin evenzeer een gunstige rol gespeeld. Ik wil de VRT daar vandaag een pluim voor geven. We zijn er nog niet. Ik kijk verder uit naar de ‘comply or explain’-monitoring, want het debat is hiermee nog maar net geopend. 

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is toegankelijk.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.