U bent hier

De voorzitter

We verwelkomen een collega uit een andere commissie.

De heer Maertens heeft het woord.

Voorzitter, dank u voor deze toch bijzondere verwelkoming. Het is inderdaad de eerste keer dat ik hier een vraag mag stellen. Het gaat over een zeer belangrijk thema, een thema dat in de Commissie voor Mobiliteit en Openbare Werken, waarvan ik zelf vast lid ben, al veelvuldig aan bod is gekomen.

Heel recent dachten we dat er ter zake een grote kink in de kabel zou komen. Het gaat over het Seine-Scheldeproject, en meer bepaald het sluitstuk daarvan, de realisatie van het kanaal Seine-Nord Europe in Frankrijk tussen Compiègne en Cambrai. Dat is een groot investeringsproject dat door Europa wordt gesubsidieerd, een infrastructuurproject waarmee we ervoor zorgen dat grotere schepen met grotere ladingen op onze binnenvaartwegen, op onze Vlaamse rivieren en kanalen zullen kunnen varen naar de Franse havens. Dat is zeer belangrijk voor onze binnenvaart in Vlaanderen en zeer belangrijk voor de Vlaamse havens Zeebrugge, Gent en Antwerpen, en ook de Rotterdamse haven heeft daar eigenlijk baat bij. Wat is het belang? We willen meer en grotere ladingen op onze waterwegen vervoeren, of ‘vervaren’, als we het zo mogen uitdrukken, natuurlijk met de bedoeling vrachtwagens van de weg te halen. Die zijn immers niet alleen milieuonvriendelijk, maar ze zorgen ook voor veel files. Op die manier proberen we daar iets aan te doen.

Vlaanderen investeert zeer veel in dat Seine-Scheldeproject, bijvoorbeeld op onze Leie, maar wat Frankrijk betreft, was het toch even wachten op het sluitstuk, het kanaal Seine-Nord Europe. Op 1 juli van dit jaar kreeg Vlaanderen, kregen we allemaal via de media zeer slecht nieuws, in die zin dat de nieuwe Franse regering-Macron de realisatie van het kanaal wou uitstellen. Dat is natuurlijk een probleem, niet alleen voor de Europese subsidiëring, maar ook voor het welslagen van het project in Vlaanderen. Ik heb minister Weyts daar al een paar keer over ondervraagd in de commissie Mobiliteit, onder andere op 28 september, zeer recent dus, gelet op het nieuws uit Frankrijk. Hij zei toch te hopen over een tweetal weken, dus in principe volgende week, duidelijkheid te kunnen krijgen uit Frankrijk over de mate waarin een aantal voorstellen konden worden gewaardeerd en kans op slagen zouden hebben.

Minister-president, door het antwoord van de minister weet ik dat ook u eind augustus een brief hebt gericht aan de Franse regering, samen met uw Waalse tegenhanger, waarin u aandringt op een snelle overeenkomst over de realisatie van dat voor Vlaanderen zeer belangrijke kanaal. Minister Weyts gaf toen aan dat hij de situatie nauwgezet zou blijven volgen en alle kansen te baat zou nemen om de verdere voorbereiding en implementatie van het project bij de Franse overheid stevig te bepleiten.

Er kwam zeer snel goed nieuws. Althans, dat hopen we toch. Op 3 oktober, zeer recent dus, vorige week, vernamen we immers via de Franse media dat er een akkoord in de maak zou zijn over het kanaal Seine-Nord Europe. Mevrouw Élisabeth Borne, de staatssecretaris voor Transport, stelde dat alle elementen op tafel liggen om tot een oplossing te komen. Heel concreet komt het er, als je alle teksten doorleest, op neer dat de betrokken regio’s in Noord-Frankrijk zelf geld op tafel zullen leggen om het project te prefinancieren, om de start van het project vlot te trekken. Ze schieten de Franse regering als het ware centen voor.

Ik heb over de bewegingen aan Franse zijde en over het project een aantal vragen aan u, specifiek als minister van Buitenlands Beleid, omdat u daar toch een aantal diplomatieke contacten over hebt gehad. Werd u als vertegenwoordiger van de Vlaamse Regering reeds formeel op de hoogte gebracht van de nieuwe ontwikkelingen en van het standpunt van de Franse regering? Welke initiatieven nam u en nam de regering de afgelopen maanden om de voortzetting van dit project opnieuw op het goede spoor te krijgen? Bent u van oordeel dat het akkoord over de realisatie van het kanaal Seine-Nord Europe elementen bevat die een nauwere samenwerking inzake transport, of de realisatie van de infrastructuur daartoe, tussen Vlaanderen, Frankrijk en/of de Franse en Vlaamse regionale en lokale overheden wenselijk, nodig of mogelijk maken? Zo ja, kunt u daar wat toelichting over geven? Mijn volgende vraag is eigenlijk de allerbelangrijkste. Bent u van oordeel dat dit akkoord voldoende waarborgen biedt voor een tijdige en volledige uitvoering van het Franse deel van het Seine-Scheldeproject? Dat sluitstuk is van bijzonder groot belang voor Vlaanderen. Met andere woorden: hoeveel zekerheid hebben wij nu eigenlijk?

De voorzitter

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Voorzitter, mijnheer Maertens, het is zo dat er een uit drie partijen bestaand opvolgingsorgaan is. Dat bestaat uit vertegenwoordigers van de drie regeringen, van Frankrijk, met inbegrip van Hauts-de-France, Vlaanderen en Wallonië. Tijdens de vergadering van dat orgaan, de Intergouvernementele Commissie (IGC), van 4 oktober jongstleden is die positieve koerswending bevestigd en ook toegelicht door de vertegenwoordigers van het Franse ministerie van Transport en Voies navigables de France. Er is een compromis tussen de Franse staat en de regionale overheden die betrokken zijn bij het project, met name de regio Hauts-de-France en de vier departementen binnen die regio: Nord, Pas-de-Calais, Somme en Oise. Het totale project is geraamd op 4,5 miljard euro, zoals u weet. Er is een Europese cofinanciering van meer dan 40 procent. Dat is dus ongeveer 1,8 miljard euro, waarvan al 980 miljoen euro is toegewezen voor de periode 2014-2020. Het is zo dat die territoriale overheden die ik net heb opgesomd, een extra inspanning zullen leveren, naast hun eigen financiële inbreng van 1 miljard euro. Die bestaat uit, ten eerste, het voorfinancieren gedurende de eerste jaren van het aandeel van de Franse staat en, ten tweede, het op zich nemen van de waarborg voor de terugbetaling van de lening, die in 2016 werd geraamd op 700 miljoen euro en inmiddels op ongeveer 776 miljoen euro.

In ruil krijgen de territoriale overheden leidend zeggenschap in de toezichtraad van de projectvennootschap, hierbij wordt de stem van de Franse staat herleid tot een blokkeringsminderheid. In die zin is het project geëvolueerd van een nationaal naar een regionaal Hauts-de-France-project.

De Franse staat hernieuwde de principiële bereidheid om 1 miljard euro in te brengen, zij het dat dit bedrag moet komen vanuit geoormerkte fiscale heffingen die in de komende maanden moeten worden gevonden. Op vrijdag 6 oktober laatsleden heb ik een brief ontvangen van Xavier Bertrand, de president van de région Hauts-de-France, waarin bovenstaande is bevestigd.

Op 3 oktober had in Amiens een vergadering van de ‘Conseil de surveillance’, de Raad van Toezicht, plaats in aanwezigheid van de ministers Borne en Darmanin. Hierbij is tussen de Franse regering en de regio Hauts-de-France overeengekomen de verdere aanpak te baseren op de volgende vijf elementen: het beheer van het project wordt geregionaliseerd; er zal prioriteit worden gegeven aan het veiligstellen van de Europese subsidies, begroot op 1,8 miljard euro; de inbreng van de regionale overheden ten belope van 1 miljard euro zal gebeuren hetzij vanuit de eigen middelen, hetzij via nieuwe financieringsbronnen zoals fiscaliteit of leningen, en zij stellen zich tevens garant voor de benodigde lening van 780 miljoen euro; de inbreng van de Franse staat, eveneens ten belope van 1 miljard euro – vermoedelijk via een achtergestelde lening op lange termijn – wordt verzekerd en ook hiervoor zal worden gezocht naar inkomsten; de regionale overheden nemen de financiering van de eerste jaren van uitvoering, 2017, 2018 en 2019, integraal op zich teneinde de vooruitgang van het project op het terrein niet te belemmeren. De hierboven geschetste modaliteiten inzake het beheer en de financiering van het project vormen een nieuwe en heldere basis waarop het project verder vorm kan worden gegeven en zullen als uitgangspunten worden meegenomen in de reflecties inzake mobiliteit naar aanleiding van de assisen.

De heer Bertrand, voorzitter van de regio Hauts-de-France, is, als signaal ter bekrachtiging van dit compromis, verkozen tot voorzitter van de Raad van Toezicht voor Seine-Nord Europe. Op vraag van de Vlaamse en Waalse delegatie, met verwijzing naar de op 31 augustus verstuurde brief van de beide ministers-presidenten, waarover later meer, maakte de heer Rolin zich sterk dat de hierboven geschetste afspraken eerstdaags ook schriftelijk en formeel zullen worden bevestigd en toegelicht aan zowel de Vlaamse, de Waalse als de Europese projectpartners en overheden. Hij verwees in dit verband ook naar het overleg dat op 16 oktober gepland is tussen de Belgische en de Franse eerste ministers Michel en Philippe, waarop dit dossier zeker ook ter sprake zal komen.

Het spreekt voor zich dat ik dossier in de toekomst verder opvolg. Ik heb hiervoor de nodige contacten gelegd en zal die blijven onderhouden. Zo ontmoet ik november de voorzitter van de région Hauts-de-France, Xavier Bertrand, normaal gezien in Rijsel.

Ik heb met collega Weyts afgesproken om tijdens de vakantieperiode met Vlaamse experts een brainstorming te organiseren over het project. We hebben tijdens dit overleg op mijn kabinet van 8 augustus afgesproken een brief te richten aan de Franse premier waarin ik mijn bezorgdheid uitdruk. Deze brief is verstuurd op 31 augustus. Hij is ook mee ondertekend door de Waalse minister-president Borsus.

Daar bleef het niet bij. Ik had in augustus eveneens overleg met Xavier Bertrand, de voorzitter van de regio Hauts-de-France, ook daar was het aanvankelijke nieuws slecht gevallen. Dit gesprek krijgt nog een vervolg in november. In navolging van dit gesprek stemde mijn departement en de Vlaamse Afvaardiging in Parijs af met verantwoordelijken van de regio Hauts-de-France en de vier departementen die direct betrokken zijn bij dit project. Daarnaast waren er contacten met de Franse verkozenen in de Assemblée die zich inzetten voor dit dossier. Via die weg werd de aandacht van de Franse regering extra gevestigd op dit dossier. In Parijs stemde de Vlaamse Afvaardiging af met de Waalse vertegenwoordiging en de federale ambassade, wat de coördinatie en slagkracht van onze demarches versterkte.

Vlaanderen en Wallonië zijn in dit dossier partners van de Franse staat. Door dit akkoord ontstaat een nauwere samenwerking met de regio Hauts-de-France en de vier meefinancierende departementen. Zij zullen een leidende rol hebben in de projectvennootschap Canal Seine-Nord Europe in het Europese project Seine-Schelde. Samen hebben ze zich ertoe verbonden om uitvoering te geven aan het project Seine-Schelde, met name door het gezamenlijk ondertekenen van de Verklaring van Tallinn van 17 oktober 2013 en de subsidieovereenkomst, alsmede van het daarbij behorende amendement. De belangrijke rol van die overheden komt eveneens tot uiting in de samenstelling van de IGC, waarvan eerder sprake.

Er is een principieel akkoord tussen de Franse regering en de betrokken territoriale overheden, waarbij de Franse regering het engagement in het project Canal Seine-Nord Europe hernieuwt. Er moeten wel degelijk nog een aantal budgettair-technische vragen worden beantwoord alvorens we kunnen spreken van een complete afspraak. Dit blijkt uit de verklaringen in de pers, maar ook uit de toelichting door de Franse vertegenwoordigers in de IGC van 4 oktober. Het gaat meer bepaald over de vraag uit welke specifieke fiscale inkomstenbron of -bronnen de financiële verbintenis van de Franse staat van 1 miljard euro kan worden gespijsd en de lening worden gedelgd. Er zou hierover begin volgend jaar duidelijkheid moeten bestaan. Ik wens deze informatie af te wachten vooraleer een complete evaluatie te geven. De keuze voor de ene of de andere heffing zou ook een weerslag kunnen betekenen op het grensoverschrijdend economisch verkeer. De timing is vanzelfsprekend ook van belang.

Ik heb momenteel niettemin alle redenen om optimistisch te zijn. Zowel de ministers van Transport en Begroting als president Macron zelf hebben zich geëngageerd ten aanzien van de Franse staat om het Canal Seine-Nord Europe te realiseren. Het belang van dit project kan nauwelijks worden overschat. Het vormt het sluitstuk van de Seine-Schelde-verbinding, die voor Vlaanderen en Wallonië van enorm groot economisch belang is.

Ik hoop dat ik in november tijdens mijn onderhoud met Xavier Bertrand misschien al wat meer uitleg kan krijgen. Ik hoop dat er geen heffingen komen die een belemmering zouden zijn voor dat grensoverschrijdend verkeer. Het zou natuurlijk een beetje contradictorisch zijn: er alles aan doen om die projectenvennootschappen op gang te krijgen en vervolgens het grote economische belang ervan te gaan bezwaren met heffingen. We moeten afwachten. Ik weet dat Bertrand een enorm sterke verdediger is daarvan. Het is ook een man met een zeer grote invloed binnen de meerderheid. Mijn telefonische contacten met hem hebben mij toch gesterkt in de overtuiging dat hij dit project enorm behartigt en er voor 100 procent achter staat. Hij heeft het ook weer op gang gekregen. Ik hoop dat hij er ook voor kan zorgen dat er geen fiscale belemmeringen ontstaan voor wat ons gezamenlijk bekommert.

De voorzitter

De heer Maertens heeft het woord.

Minister-president, ik dank u voor het omstandig antwoord. We zijn in sommige commissies iets anders gewoon, hoewel ook uw goede collega Ben Weyts zeer tot in de puntjes alles wil toelichten.

Minister-president, ik denk dat u terecht nogmaals hamert op het grote belang, op het economisch belang van het Seine-Schelde-project en dus ook op het sluitstuk daarvan, het Canal Seine-Nord Europe, voor onze binnenvaart, voor de economie in Vlaanderen, voor de Vlaamse havens. Het doet dan deugd dat we optimistisch kunnen zijn en dat er goed nieuws is. Ik wil u danken voor de behartiging van het dossier, want het is, zoals u hebt geschetst, zeer uitgebreid. Het is belangrijk dat er ook diplomatieke contacten zijn geweest en dat er politiek overleg is geweest met de Franse overheden. Die inspanningen blijken te lonen. Dank u wel daarvoor.

Het is misschien ook een voorbeeld voor andere landen in Europa. Ik kijk zeker ook naar ons land waar de nationale overheid en de nationale staat faalt en waar het de regio's zijn die hun verantwoordelijkheid nemen en die durven projecten te financieren die voor de regio's zelf van groot belang zijn. We willen dat in Vlaanderen uiteraard ook in de spoorwegen overwegen.

We moeten inderdaad afwachten wat de impact zal zijn van wel of geen heffing die moet zorgen voor een financiering vanuit de regio's voor het Franse aandeel. Al bij al is het goed nieuws.

Ik heb nog een vraag, maar ik weet niet of u er nu al op kunt antwoorden. Anders stel ik die vraag nog wel schriftelijk aan uw collega van Mobiliteit en Openbare Werken. De werken aan het kanaal zouden nog dit jaar starten. Alles zal nu wel een beetje zijn opgeschoven door het politieke gehakketak, maar is er al een toezegging over een concrete startdatum van de echte werken? Als u daar niet meteen op kunt antwoorden, stel ik die vraag aan minister Weyts.

De voorzitter

De heer Caron heeft het woord.

Bart Caron (Groen)

Het is een goede vraag van de collega en een goed antwoord van de minister-president. Ik had ook ‘spade in de grond’ opgeschreven. Het is zo symbolisch voor deze Vlaamse Regering en blijkbaar ook voor de Franse regering. Het zal overal wel een gelijkaardig probleem zijn.

Ik heb ook een vraag, maar misschien kunt u er niet op antwoorden. Ik denk dat het belangrijk is voor de voortgang van de werken in Vlaanderen en voor het vertrouwen van de lokale besturen om niet alleen het politiek principieel akkoord te zien – dat is een belangrijke stap –, maar ook een zicht te krijgen op een concretere timing. We moeten in Europa dit soort van engagementen met elkaar hard kunnen maken. We komen uit een periode van bijna tien jaar over-en-weergepraat en gepingpong. Het gaat over projecten die bij wijze van spreken de politiek van de dag overstijgen. Het graven van een kanaal is een immens werk. Je kunt dat niet in een legislatuur realiseren, dus moeten we op lange termijn durven te kijken. Ik hoop dat het deze keer effectief lukt, in het voordeel van de Franse economie maar ook in het voordeel van duurzaam transport en van de Vlaamse economie.

De heffingen dan. De Fransen zijn goed in ‘péage’. Je moet er dus wel mee opletten. We moeten de waterwegen toch een bevoordeelde positie proberen te geven omdat het de meest duurzame transportwijze is, in ieder geval ten opzichte van de weg. Ik denk dat heffingen dus zeker niet aan de orde zijn, anders gaan we ze ook invoeren. 

De voorzitter

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Ik kan inderdaad geen antwoord geven op de vraag wanneer de spade in de grond gaat. Ik hoop dat ik er misschien duidelijkheid over krijg op het moment dat ik mijn onderhoud heb met Xavier Bertrand.

Collega Caron, ik ben het samen met u en met collega Maertens eens dat continuïteit van het allergrootste belang is. Het effect van onze heel zware investeringen die op schema zitten, zal natuurlijk niet volledig worden tenietgedaan, maar toch grotendeels worden tenietgedaan, met het oog op de grensoverschrijdende interconnectiviteit. Daaraan zie je dat er soms een discontinuïteit dreigt. President Hollande had hiervoor het fiat gegeven: een historische beslissing om 100 kilometer kanaal aan te leggen. We weten ook waar het schoentje wrong natuurlijk: de nieuwe Franse premier is de voormalige burgemeester van Le Havre en was een koele minnaar, om niet te zeggen een tegenstander, van het project. U ziet dat er dan toch van onderuit, en ook door onze gecoördineerde acties, effect kon worden gesorteerd. Dat is het belangrijkste, en dat is het goede nieuws.

Ik ga proberen om tijdens mijn onderhoud met Xavier Bertrand meer uitleg te krijgen bij de wijze waarop die fiscale heffingen zullen gebeuren. Laat ons hopen dat er niet wordt gedacht aan tariefheffingen die contraproductief zouden zijn voor wat we met z'n allen beogen om transportredenen, om economische redenen, maar ook om milieuredenen. Binnenvaart is natuurlijk fantastisch goed op allerlei vlakken.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.