U bent hier

De voorzitter

De heer Kennes heeft het woord.

Ward Kennes (CD&V)

Voorzitter, minister, collega's, de Amerikaanse regering maakt zich grote zorgen over haar staalindustrie. Staalbedrijven uit de staten van de Midwest zien zich verplicht om de prijs van hun staalproducten te verlagen. Als belangrijkste oorzaak wordt de stijgende import van goedkoop buitenlands staal gezien – een trend die overigens niet op korte termijn lijkt te keren. Dit maakt dat de Amerikaanse staalproducenten, om concurrentieel te blijven, gedwongen worden om niet alleen hun productiekosten te laten dalen, maar ook arbeiders te ontslaan of hen te dwingen tot loonsverlaging. Uiteraard is dit een streep door de rekening van de huidige Amerikaanse president Trump die tijdens de verkiezingscampagne had aangekondigd om paal en perk te stellen aan de dumping van volgens hem vooral Chinees staal.

Om op een vrij snelle en efficiënte wijze de Amerikaanse staalproducenten en dus ook de werkgelegenheid in de Midwest te redden, heeft de president de opdracht aan het Ministerie van Handel gegeven om te onderzoeken of de Amerikaanse staalindustrie kan worden gezien als een sector van strategisch belang voor de nationale veiligheid. Op deze wijze kan hij gebruikmaken van artikel 232 van de Trade Expansion Act uit 1962 met verregaande importbeperkingen tot gevolg. Als men op grond van dit artikel kan bewijzen dat de nationale veiligheid – bijvoorbeeld niet genoeg voorraad voor defensie- en infrastructuurprojecten – in gevaar is, dan krijgt de president de bevoegdheid om importbeperkende maatregelen te nemen.

Onderzoeksinstellingen stellen evenwel vast dat China nog voor slechts 4 procent van de totale staalimport in de VSA verantwoordelijk is en dat bijgevolg – ondanks alle retoriek over China – vooral andere importeurs zoals Canada, Japan, en de Europese Unie slachtoffer dreigen te worden indien deze wet van 1962 zou worden geactiveerd. Binnen de EU zou volgens de federatie van de Europese staalproducenten 14 procent van de staalproductie met een waarde van 10,5 miljard euro getroffen worden door een importverbod. Daarom heeft de Europese commissaris voor Handel al de opdracht gegeven te onderzoeken of het mogelijk gebruik van de voornoemde Amerikaanse wet niet in tegenspraak is met de regels van de World Trade Organization (WTO). Ook Commissievoorzitter Juncker heeft laten weten, indien het zo ver zou komen, strafmaatregelen te nemen wat zou leiden tot een regelrechte handelsoorlog. Volgens niet bevestigde bronnen zouden Europese ambtenaren reeds een lijst van Amerikaanse producten hebben opgesteld die aan een hoger invoertarief zouden worden onderworpen.

Wereldwijd is men helemaal niet opgezet met het protectionistisch discours van de Amerikaanse president. Zelfs indien de wet van 1962 niet ingeroepen zou kunnen worden, overweegt de Amerikaanse president toch maatregelen tegen individuele landen waaronder Europese door middel van hogere invoerheffingen en quota. De Amerikaanse International Trade Commission (ITC) heeft reeds in mei een lijstje van landen opgemaakt die de Amerikaanse industrie schade toebrengen op het gebied van vlakstaal. Naast ons land werden ook Oostenrijk, Frankrijk, Duitsland, Italië, Japan, Korea en Taiwan genoemd. Het ITC stelt voor om een antidumpingheffing op te leggen.

Minister-president, wat zijn de gevolgen voor de Vlaamse export van staal naar de Verenigde Staten van een beslissing door de autoriteiten ginds om importheffingen te heffen? Welke houding neemt de Vlaamse Regering aan ten aanzien van de verontrustende berichten over Amerikaanse importheffingen op Europees staal? Welke stappen kan de Vlaamse overheid in dit verband nemen om de belangen van de Vlaamse staalindustrie te behartigen? Hebben u of andere leden van de Vlaamse Regering hierover al contact met de Amerikaanse autoriteiten gehad?

Hebt u weet van de lijst in verband met vlakstaal die door de ITC is opgesteld en waar België ook op voorkomt? Vlaanderen wordt blijkbaar niet apart vermeld. Heeft dit betrekking op Vlaamse bedrijven? Zo ja, hebt u dit probleem reeds met de Amerikaanse autoriteiten besproken?

Is er enig overleg op het niveau van de Belgische overheid om tot een gemeenschappelijk standpunt te komen, niet enkel ten aanzien van de Verenigde Staten, maar ook om binnen de Europese Unie met één stem te spreken? Is dit punt reeds aan bod gekomen in het Overlegcomité?

Naar aanleiding van het bezoek dat hij een tijdje geleden aan Washington heeft gebracht, heeft federaal staatssecretaris De Crem met de Amerikaanse minister van Handel Ross gesproken. Uit dit als constructief omschreven gesprek zou zijn gebleken dat de Amerikaanse minister oor heeft naar onze bezorgdheden om het Belgisch vlakstaal. Er zou samen een constructieve oplossing worden gezocht. Bent u op de hoogte van dit gesprek en, meer bepaald, van de inhoud van het gesprek? Hebt u enig formeel of informeel overleg met de federale staatssecretaris gehad om een voor Vlaanderen aanvaardbaar compromis te bewerkstelligen?

Hebt u weet van de lijst van Amerikaanse goederen die door verhoogde Europese importheffingen zouden kunnen worden getroffen? Zo ja, dreigt deze mogelijke Europese tegenmaatregel niet meteen tot een regelrechte handelsoorlog met de Verenigde Staten te leiden? Wat is uw houding in dit verband? Wat kunnen de gevolgen voor de Vlaamse export zijn? Wat zijn de implicaties voor het handelsverdrag met de Verenigde Staten waarover nog wordt onderhandeld?

Minister-president, het is een hele reeks, maar ik neem aan dat u mijn vragen goed zult kunnen beantwoorden.

De voorzitter

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Voorzitter, ik antwoord altijd naar best vermogen. Sinds 19 april 2017 loopt er een Amerikaans onderzoek. De Amerikaanse administratie onderzoekt of er op basis van sectie 232 van de Trade Expansion Act van 1962 sprake is van open dumping. Die sectie heeft eigenlijk betrekking op defensie en de nationale veiligheid. Ik wil dat van meet af aan duidelijk stellen. Het gaat hier om twee onderscheiden zaken. Enerzijds is er sectie 232 en anderzijds gaat het om drie concrete gevallen. Ik zal daar straks op terugkomen.

De Amerikaanse administratie heeft 270 dagen om een rapport op te stellen. Normaal gezien, werd dit rapport tegen begin juli 2017 verwacht. Volgens de laatste informatie zou het nu begin 2018 worden. Na de oplevering van het rapport heeft de president nog eens 90 dagen om te beslissen over eventuele acties. Die acties kunnen de vorm aannemen van tarieven op import of tariefcontingenten.

Aangezien er op dit ogenblik in de VS nog geen enkele beslissing is genomen, kan ik geen uitsluitsel geven over concrete gevolgen. Er is zelfs nog geen rapport van de administratie. De eerste stap moet nog worden gezet. Die stap past in het onderzoek in het licht van sectie 232.

Er zijn drie actuele antidumpingzaken, waarvan er twee betrekking hebben op staal. Hierbij zouden mogelijk bedrijven uit ons land kunnen worden getroffen. Het eerste onderzoek betreft koolstofgelegeerd op lengte gesneden vlakstaal. Dit heeft vooral betrekking op de Waalse vestiging van NLMK. Het tweede onderzoek betreft roestvrije staalplaat. Het derde onderzoek betreft citroenzuur. Deze zaak heeft niets met de staalproductie te maken.

Ik overloop even de procedure. Eest bepaalt het Department of Commerce of er sprake is van dumping. Vervolgens onderzoekt het ITC of de import voor de Amerikaanse industrie materiële schade of een bedreiging betekent. Als beide vragen bevestigend worden beantwoord, bepaalt het Department of Commerce finaal de antidumpingheffing. Het aandeel van staal in de Vlaamse export naar de VS is beperkt en schommelt de laatste jaren tussen 1 en 2 procent. In 2016, bijvoorbeeld, ging het om 1,26 procent.

Ik ben vast van plan dit dossier te bespreken tijdens mijn eerste onderhoud met de nieuwe Amerikaanse ambassadeur. Die ambassadeur is er echter nog altijd niet. Ik heb nog geen overleg kunnen plegen.

De Vlaamse Regering volgt dit op de voet op. Dit gebeurt natuurlijk in nauw overleg met de federale overheid. Het is natuurlijk belangrijk dat de EU met één stem spreekt. Als het op handelsbetrekkingen, dumping en dergelijke aankomt, is de EU onze wereldwijde stem.

We bespreken dit punt uiteraard tijdens de intra-Belgische coördinatievergaderingen ter voorbereiding van de bijeenkomsten van het Handelscomité van de EU. Het onderwerp van de overcapaciteit op de staalmarkt komt eveneens aan bod in het Staalcomité van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), waarvan de huidige voorzitter overigens een Vlaamse ambtenaar van het Departement Economie, Wetenschap en Innovatie (EWI) is. Het komt tevens aan bod in het Global Forum on Steel Excess Capacity, dat het voorbereidend werk voor de G20 levert. Ik licht nu de hoofdlijnen toe van de stelling van de EU.

Ten eerste is er geen sprake van dumping door Europese bedrijven. Sectie 232 is absoluut niet geschikt om dit puur hypothetisch probleem aan te pakken. Zoals ik al heb verklaard, heeft deze sectie betrekking op de defensiebelangen en de nationale veiligheid van de VS. Als de productiecapaciteit van de VS in het gedrang komt en als de VS bepaalde skills niet meer heeft om in de productie van staal te voorzien, kan de VS eventueel optreden. Volgens de EU is dit hier absoluut niet aan de orde.

Ten tweede neemt de EU zich voor om, indien er toch maatregelen zouden komen, tegenmaatregelen te nemen. Dit omvat maatregelen in verband met de WTO.

Ten derde riskeren eventuele maatregelen door de VS bovendien te leiden tot een stevige toename van de rechtspraak tegen de VS door de WTO en in het licht van de General Agreement on Tariffs and Trades (GATT).

Ten vierde wijst de EU voorts op het belang van de EU voor de nationale veiligheid van de VS als een bondgenoot en niet als een bedreiging. De EU meent dan ook dat ze sowieso van dergelijke maatregelen moet worden uitgesloten.

De duidelijke positie van het Handelscomité van de EU is van enorm belang voor alle mogelijk getroffen bedrijven. Die positie wordt uiteraard intra-Belgisch en door alle Europese gesprekspartners gedeeld.

Ik hoop dat de vertraging van het onderzoek naar sectie 232 en de recente contacten tussen de vertegenwoordigers van de EU en hun Amerikaanse tegenhangers erop wijzen dat de diplomatieke strategie van de EU ten aanzien van eventuele protectionistische maatregelen misschien enig effect creëren.

De federale staatssecretaris heeft me niet formeel of informeel op de hoogte gebracht van de resultaten van zijn gesprek met de Amerikaanse minister van Handel. Onze algemene afgevaardigde in de VS, de Vlaamse economische vertegenwoordiger, is niet voor dat gesprek uitgenodigd. Ik wijs er overigens op dat de contacten tussen de federale staatssecretaris en minister Ross dateren van voor de afspraken die de EU heeft gemaakt met betrekking tot het gezamenlijk standpunt dat ik net heb toegelicht.

Aangezien het rapport nog niet beschikbaar is en we nog niet weten welke actie de president eventueel wil nemen, kan ik natuurlijk niet ingaan op de mogelijke scenario’s die in de vraagstelling zijn geschetst. Op dit ogenblik doet de Europese Dienst voor Extern Optreden er alles aan om de gevolgen voor onze economie door middel van preventieve diplomatie maximaal te beperken.

Zoals ik heb toegelicht, zijn de EU en de lidstaten goed voorbereid om kordaat te reageren indien het daadwerkelijk tot zogenaamde handelsbeschermende acties van de VS zou komen. Ik blijf echter ijveren voor een positieve agenda, waarbij de VS en de EU samenwerken en hun trans-Atlantische gemeenschappelijke belangen samen behartigen.

Dit zou onder meer kunnen door middel van de heropstart van de besprekingen van een handelsakkoord. Ik vind het jammer dat voorzitter van de Europese Commissie Juncker in zijn state of the union met geen woord over het Trans-Atlantic Trade and Investment Protocol (TTIP) heeft gerept. De trans-Atlantische betrekkingen zijn traditioneel decennialang zeer goed geweest. Ik hoop dat het niet tot een breuk komt.

Zoals ik al heb verklaard, vormen de huidige vertraging en de diplomatieke demarches die zijn ingezet misschien een aanwijzing dat de soep niet zo heet zal worden gegeten. We moeten waakzaam blijven en dit opvolgen. Dit gebeurt op intra-Belgisch en op Europees vlak.

Ik denk dus dat de EU op dat vlak goed gewapend is en dat, als het echt tot serieuze maatregelen of dreiging met maatregelen zou komen, de EU ook gepaste tegenmaatregelen gaat nemen. Natuurlijk zou het jammer zijn als we in zo’n scenario terechtkomen.

De voorzitter

De heer Kennes heeft het woord.

Ward Kennes (CD&V)

Ik wil de minister-president bedanken. Ik deel zijn analyse dat het heel jammer zou zijn, mocht het tot zo’n handelsoorlog komen. Ik begrijp dat de minister en zijn medewerkers het probleem voldoende goed inschatten en inderdaad de nodige contacten leggen, het zeker niet verwaarlozen, maar het integendeel overal waar het kan en moet worden besproken, op de agenda zetten. Ik begrijp dat het ook in de contacten met de nieuwe ambassadeur voorwerp van gesprek kan zijn. Ik hoop samen met hem dat een aantal signalen die hij aangeeft, er inderdaad op wijzen dat de soep minder heet gegeten wordt dan ze door sommigen wordt opgediend. Het is zeker een dossier dat we moeten volgen, omdat onze belangen ook moeten worden verdedigd als ze in gevaar worden gebracht.

De voorzitter

De heer Hendrickx heeft het woord.

Marc Hendrickx (N-VA)

Ik denk dat het draagvlak voor de vrijhandel enkel gegarandeerd kan worden als die handel ook eerlijk en correct is, zoals u aangeeft, minister-president. De inspanningen van onze Vlaamse Regering om onze ondernemingen concurrentiëler te maken en jobs te creëren, kunnen dus enkel succesvol zijn als Europa tegelijk onze handelsbeschermingsinstrumenten versterkt en aanscherpt.

U geeft terecht aan dat onze Vlaamse bedrijven zich niet bezondigen aan dumping en dat het een louter hypothetisch probleem is, maar toch is het voor die kmo’s goed om te weten dat er procedures zijn waarbij zij geholpen kunnen worden. Met u en collega Kennes deel ik de hoop op het gezond verstand en op een onderhandelde oplossing.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.